De salarissen van Mariel

Twee-derde van het salaris van een Cubaanse werknemer in het Marielproject gaat naar de Cubaanse staat. De publicist Dimas Castellanos trekt dezelfde conclusie als de onafhankelijk marxist Pedro Campos deed (zie tekst op deze Cubaweblog van gisteren) na de mededelingen van de directeur-generaal van het Marielproject (Zona Especial de Desarrollo Mariel (ZEDM). Castellanos voegt er aan toe dat de Cubaanse werknemers geen instituut of orgaan hebben dat hun belangen in deze verdedigen kan. Zijn bijdrage van 21 april op de website Diario de Cuba volgt hieronder, enigszins samengevat.

Mariel-habanaCastellanos noemt het nieuws dat de arbeiders nu 80% zullen ontvangen van het salaris dat door de staat en de investeerder is overeengekomen ‘relatief goed, want tot nu toe ontvingen arbeiders ingehuurd door buitenlandse ondernemingen of landen, nooit 4/5 deel van wat overeengekomen was’. Maar het feit dat de uitbetaling van de salarissen plaats vindt in nationale peso’s of CUP’s, noemt Castellanos een slechte zaak omdat de Cubaanse werknemers zijn dagelijkse behoeften steeds vaker moet aankopen in CUC’s. En dan komt er nog bij dat het wisselen van CUC’s in nationale peso’s tegen een speciale koers moet plaatsvinden: niet 24 peso’s voor 1 CUC, maar slechts 10 peso’s. Zo veranderen de 800 ÇUC’s uiteindelijk in 333 CUC.

Werknemers onbeschermd
Castellanos constateert verder dat de werknemer niet kan rekenen op bescherming op basis van de tekst van de nieuwe wet. Artikel 27 zegt slechts dat bij investeringen ‘de arbeidswet en de sociale wetgeving van de Republiek Cuba gelden.’ Vergeleken met vroeger is de Ley del Código de Trabajo / Arbeidwet, die op 29 december werd aangenomen een stap terug want blijkbaar is de wet Ley de las Comisiones de Inteligencia Obrera uit 1924 (bedoeld om conflicten tussen arbeiders en bazen tot een oplossing te brengen) ook verdwenen. De scheve verhouding tussen de stijging van salarissen en de kosten van levensonderhoud in Cuba, vindt zijn oorzaak in de periode van het totalitair socialisme, speciaal vanaf 1989 toen de prijzen steeds sneller stegen dan de verhoging van de salarissen. Dat heeft geleid tot het huidige nijpende probleem van een ontoereikend salaris. Dit probleem is zo zorgwekkend dat de partijkrant Granma van 27 april een interview publiceert met de nieuwe secretaris-generaal van de staatsvakbeweging CTC, Carmen Rosa López, die zegt ‘dat in alle analyses van het afgelopen jaar vooral de uitspraken van leden over hun inkomens overheersen.’ Zij geeft aan dat de opmerkingen van de betrokkenen zich allemaal richten op bezorgdheid over de salarissen.

Op 21 april  wordt de geboortedag van Lenin, 'leider van het wereldproletariaat' in Cuba gevierd. Hier met van links naar recht de voormalige secretaris-generaal van de CTC, Salvador Mesa, Mercedes Lopez  en Ulises Guilarte.  De viering vond plaats op de Leninheuvel in Havana

Op 21 april wordt de geboortedag van Lenin, ‘leider van het wereldproletariaat’ in Cuba gevierd. Hier met van links naar recht de voormalige secretaris-generaal van de CTC, Salvador Mesa, Mercedes Lopez en Ulises Guilarte. De viering vond plaats op de Leninheuvel in Havana

Meeste salarissen zijn minimumsalarissen
Castellanos wijst erop dat de Grondwet van 1940, artikel 61, voorzag in paritaire commissies voor elke sector waarbij salarissen en beloningen werden vastgesteld en rekening werd gehouden met het niveau van levensonderhoud, de bijzonderheden van regio’s en de specifieke kenmerken van de industrie, commercie of landbouw. ‘Maar nu nemen de arbeiders niet langer deel aan dergelijke besluitvorming en hebben zij geen zicht meer op salarisverhogingen. Per definitie is het minimumsalaris de begrenzing tussen de armoede en datgene wat nodig is om te overleven. Op basis van deze definitie behoren de meeste salarissen in Cuba tot de inkomens onder het minimumsalaris. Door deze abnormale situatie zijn velen gedwongen om aanvulling te zoeken buiten het normale werk - bijna altijd in de marge van de wet – en worden Cubanen gedwongen steeds van de ene naar de andere plek te gaan, van de ene activiteit naar de andere, van het ene beroep naar het andere beroep, zonder dat er sprake is van scholing en vorming.

Geen vakbond
De pers heeft benadrukt dat er duizenden arbeidsplaatsen zullen worden gecreëerd met salarissen die hoger zullen zijn dat het huidige gemiddelde maandsalaris van 20 CUC. Op elke andere plek op de wereld, zou dit bericht hebben geleid tot een golf van vakbondseisen. In het geval van de Cubaanse arbeiders, van wie de structuren en instituten zijn afgenomen die hen verdedigden, wordt de onvrede slechts in besloten kring geuit. Tegelijkertijd wenden dezelfde arbeiders zich tot het Mariel-agentschap omdat daar per slot van rekening en ondanks de beledigende afroming van het salaris door de staat, toch nog meer wordt verdiend dan het landelijk gemiddelde loon.

Botsende doelstellingen
Castellanos concludeert dat een van de grootste zorgen van de buitenlandse investeerders de behoefte aan efficiënte werknemers is en dat zij een salaris ontvangen dat moet motiveren en hen betrekt bij de resultaten van hun werk. De wijze waarop de salarissen in de toekomst zullen worden uitbetaald, kan wel eens botsen met deze doelstelling en met de wens om meer buitenlandse investeerders aan te trekken.

Dimas Castellanos

Dimas Castellanos

Linken
* Op 14 april 2014 publiceerde Dimas Castellanos een artikel getiteld Buitenlandse investeringen zonder vrijheid van vakbeweging. Citaat: De afwezigheid van zulke elementen als de vrijheid van vakorganisatie en de vrijheid van contract is een stap achteruit vergeleken met dat wat de Cubaanse arbeidersbeweging in de eerste helft van de 20ste eeuw heeft bereikt, maar het zijn ook obstakels bij het aantrekken van miljarden dollars om de Cubaanse economie uit het dal te halen waar zij zich in bevindt.
* De weblog van Dimas Castellanos (1943), woonachtig in Havana en afgestudeerd in politieke wetenschappen, bijbel- en theologiestudies. Hij was ooit professor marxistische filosofie en nu is hij onafhankelijk journalist.

Dient Cuba’s Marielproject Staat of Cubanen?

Ana Teresa Igarza, directeur-generaal van het vrijhavenproject ZEDM in Mariel, kondigde kortgeleden aan dat werknemers in deze container- en vrijhaven hun salaris krijgen uitbetaald in een speciale wisselkoers. Werknemers met een contract krijgen 80% van het salaris uitbetaald dat door het Cubaanse arbeidsbureau en de investeerders in convertibele peso’s (het equivalent van de Amerikaanse dollar) wordt afgesproken. Zij krijgen dat salaris echter uitbetaald in gewone Cubaans peso’s (CUP) tegen een speciale wisselkoers; voor 1 Convertible Peso (CUC) krijgt de werknemer 10 gewone peso’s of CUP’s . Ana Teresa spreekt van stimulerende maatregelen zowel voor ‘de investeerder als de werknemers’.

Noot De Cubaanse peso is de munteenheid van Cuba. De officiële afkorting van de munt is CUP. Naast de Cubaanse peso wordt ook de convertible peso gehanteerd. De Cubaanse peso wordt gehanteerd door de lokale bevolking van Cuba, de convertible peso is in het leven geroepen voor toeristen maar veel dagelijkse producten zijn tegenwoordig ook voor Cubanen enkel in convertibele peso’s verkrijgbaar. De laatste wordt afgekort met CUC en deze is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. De verhouding Cubaanse peso tot de convertible peso is ruwweg 1 staat tot 24.

Noot
De Cubaanse peso is de munteenheid van Cuba. De officiële afkorting van de munt is CUP. Naast de Cubaanse peso wordt ook de convertible peso gehanteerd. De Cubaanse peso wordt gehanteerd door de lokale bevolking van Cuba, de convertible peso is in het leven geroepen voor toeristen maar veel dagelijkse producten zijn tegenwoordig ook voor Cubanen enkel in convertibele peso’s verkrijgbaar. De laatste wordt afgekort met CUC en deze is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. De verhouding Cubaanse peso tot de convertible peso is ruwweg 1 staat tot 24. Voor werknemers is nu een speciale wisselkoers ingevoerd namelijk 1 CUC tot 10 nationale peso’s.

Pedro Campos, woordvoerder van een kritische Cubaanse groepering voor participatiesocialisme spreekt van de ‘ontmaskering’ van het Marielproject. Hij geeft ook een voorbeeld. De arbeidsbemiddelaar van de Staat komt een salaris overeen van 1.000 CUC (of het equivalent in Amerikaanse dollars) met de buitenlandse investeerder. Dit bureau steekt 1.000 CUC (of het equivalent in Amerikaanse dollars) in eigen zak en betaalt de Cubaanse werknemers in CUP’s, tachtig procent van het overeengekomen bedrag, maar wel tegen het speciale tarief van 10 nationale peso’s voor 1 CUC.

63% naar Cubaanse Staat
Op deze manier zal de Cubaanse werknemer 10 peso’s voor elke CUC ontvangen, dat wil zeggen dat hij 10 maal 800, dat is 8.000 Cubaanse peso’s in handen krijgt. Als de werknemer het terrein van de ZEDM verlaat om inkopen te doen in de winkels met harde valuta (CUC’s), geleid door het Cubaans militair zakencomplex, moet hij zich wenden tot de lokale wisselkantoren waar hij CUC’s kan kopen tegen de normaal geldende wisselkoers namelijk van 24 staat tot 1. Zo is de waarde van zijn 8.000 Cubaanse peso’s inmiddels gedaald tot 320 CUC. Dat betekent dat van de 1.000 CUC die de investeerder betaalt voor salarissen, feitelijk slecht 32% bij de Cubaanse werknemer terecht komt. Bovendien moet de Cubaanse werknemer nog 5% bijdragen voor sociale zekerheid; dan komt van de oorspronkelijke 1.000 CUC slechts 27% bij de werknemers terechtkomt.

Containerhaven van Mariel

Containerhaven van Mariel

Masker af
Campos concludeert dat 63% van de 1.000 CUC terechtkomt bij ‘de staat die achter overleunt en geen vuile handen maakt’ en die slechts als ‘bemiddelaar’ tussen ‘de investeerder c.q. buitenlandse kapitalist en de Cubaanse werknemers optreedt.’ Hij noemt het ‘een waarlijk knappe manoeuvre, maar deze kan niet de dubbele uitbuiting verbergen waar Cubaanse werknemers zich aan moeten ontwerpen.’ Campos concludeert dat het project een alliantie is tussen het staatskapitalisme in Cuba en het internationaal kapitalisme. Mariel heeft zijn ‘progressieve masker’ afgezet en toont nu zijn ware aarde, namelijk als afperser van de inkomens van Cubaanse werknemers. En hij voegt er aan toe dat de Staat de werknemers in de steek laat en hen de wetten onthoudt die hem kunnen beschermen tegen deze ondernemers. ‘De voordelen van het megaproject Mariel voor de Cubaanse werkende klasse worden steeds duidelijker!’

Link
* Het volledige artikel van Pedro Campos van 18 april 2014 op de website Havana Times (Engelstalig)
* Veel teksten van Pedro Campos verschenen op de website Por un socialismo participativo y democrático (SPD) van Félix Sautié Mederos

PesoNoot
*
De Cubaanse peso is de munteenheid van Cuba. De officiële afkorting van de munt is CUP. Naast de Cubaanse peso wordt ook de convertible peso of CUC gehanteerd. De Cubaanse peso wordt gehanteerd door de lokale bevolking van Cuba, de convertible peso is in het leven geroepen voor toeristen maar veel dagelijkse producten zijn tegenwoordig ook voor Cubanen enkel in convertibele peso’s verkrijgbaar. De laatste wordt afgekort met CUC en deze is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. De verhouding Cubaanse peso tot de convertible peso is ruwweg 1 staat tot 24.

Cuba telt half miljoen ‘leiders’ en ‘supervisors’

De economische hervormingen die de regering van Raúl Castro in Cuba introduceert, worden geconfronteerd met een obstakel dat groter is dan dat van het Amerikaanse embargo. Dat schrijft Daniel Benítez, medewerker van de website Cafe Fuerte die het officiële cijfermateriaal van de Cubaanse overheid analyseerde. Dat obstakel is de Cubaanse bureaucratie bestaande uit 418.176 leiders en managers en supervisors op alle niveaus van de samenleving. Op een bevolking ouder dan 15 jaar, is er op elke 4 arbeiders een ‘chef’. Administratieve medewerkers, technici en personen met een vrij beroep worden daar niet toe gerekend.

arbeiderszonderwerkHet onderzoek van het Statistisch Bureau voor Bevolking en Woningen / El Censo de Población y Viviendas werd in 2012 uitgevoerd en constateert dat van de 4.846.647 Cubanen die economisch actief zijn in het land, er 802.993 geregistreerd staan als leider, chef of supervisor. Het totaal aantal arbeiders omvat 2.186.369 burgers. Het onderzoek stelt vast dat de Staat – als enige werkgever – een totaal van 370.516 leiders telt. De staat is bovendien de werkgever van 93% van al het administratief personeel dat in het land werkzaam is.

Werknemers in de landbouw
De andere 7% bestaat uit werknemers die werkzaam zijn in handelsondernemingen, joint ventures, de productiecoöperaties op het platteland (Unidades Básicas de Producción Cooperativa (UBPC) en de landbouwcoöperaties (Cooperativas de Producción Agropecuaria (CPA) plus de Cubanen die voor eigen rekening werken, de zogeheten cuentapropistas. Sinds het onderzoek in 2012 plaatsvond zijn er in de UBPC’s en de staatscooperaties meer dan 10% van alle aangeslotenen ontslagen.

Werkloos
Het onderzoek stelt ook vast dat van de personen ouder dan 15 jaar slechts 54% officieel bij werk betrokken is, terwijl 4.398.116 personen niet economisch actief zijn of om welke reden dan ook werkloos zijn.

Bron
* Website Café Fuerte

Met coöperaties wil Cuba kapitalisme afremmen (2)

Veel van de coöperaties die de medewerkers van persbureau Reuters bezochten, bevinden zich ergens tussen de twee extremen van de Divina Pastora en Karabali. De Bella Bella 2, eens een als goed bekendstaande schoonheidssalon van de staat in de buurt Vedado, is herboren als een coöperatie en gaat de concurrentie aan met particuliere bedrijfjes door zich meer te richten op de betere gesitueerde klanten.

Schoonheidssalon aan huis

Schoonheidssalon aan huis

‘Onze prijzen zijn hoger dan destijds in het staatsbedrijf maar minder hoog dan die van de straat,’ (particuliere ondernemers) zegt styliste Sandra Menéndez, die nu als lid van de coöperatie 7.000 peso’s ($ 292) per maand verdient vergeleken met de 400 peso’s ($17) plus fooien die ze kreeg toen ze in dienst van de staat was. Maar anderen van de 27-leden tellende coöperatie klagen over de dominante baas, een administrateur van het staatsbedrijf die nu coöperatievoorzitter is. Of ze klagen over hun loon. ‘Wij hebben wat voordelen maar mijn salaris is min of meer gelijk aan dat toen we nog geen coöperatie waren,’ zegt Danisley Napoles, een manicure die een minder gespecialiseerd beroep heeft dan de styliste en minder binnenbrengt. De wet op de coöperaties staat een onbeperkt aantal leden toe en het inschakelen van contractarbeiders op een basis van 3 maanden. De leden kiezen hun managers en beslissen mee in besluiten over salarisschalen en investeringen. ‘Coöperaties hebben de voorkeur boven kleine ondernemingen omdat het een socialere vorm van productie en distributie is,’ zegt Marino Murillo, de minister die het hervormingsproces in goede banen moet leiden.

Training ontbreekt
Murillo zegt dat zij minder belasting betalen en soms toegang hebben tot het systeem van de groothandelaren van de staat terwijl particuliere ondernemingen hun voorraden op markten en bij outlets moeten kopen. Maar het is nog steeds de staat die besluit of een staatsbedrijf overgaat in handen van de coöperatie en de medewerkers hebben daar geen stem in. Zij accepteren het of worden ontslagen. Die top-bottom benadering, een gebrek aan adequate training en de povere staat waarin het Cubaanse zakenleven verkeert, wegen zwaar op de coöperaties en hun mogelijkheden tot succes of verlies hangen sterk af van de toerusting van hun leiders en de leden. Er is een televisieprogramma, met de naam Cultuur van Coöperaties, dat elke zondag wordt uitgezonden, en dat aandacht schenkt aan de historie, de wet en het management. De Cubaanse econoom zegt dat dit programma een goede start is om coöperaties te trainen, maar de regering moet meer doen dan zo snel mogelijk coöperaties oprichten en deze vervolgens zonder enige ondersteuning links laten liggen. ‘Zij moeten wat afremmen, iets langzamer opereren en meer aandacht schenken aan kwaliteit boven kwantiteit,’ zegt hij ‘en vooral aandacht schenken aan de verbetering van de training.’

Bron
* Reuters, 17 april 2014 Marc Frank en Rosa Tania Valdes

Met coöperaties wil Cuba kapitalisme afremmen (1)

De voorzichtige hervormingen van de Cubaanse staatseconomie hebben geleid tot een explosie van particuliere initiatieven. Persbureau Reuters neemt ons mee naar de nachtclub Karabali in Havana. Ooit een ingedutte tent en eigendom van de staat, nu een coöperatie waar de 21 werknemers zes maanden geleden eigenaar van werden. De club kan nu rekenen op minstens 100 klanten per dag, maar moet de competitie aan met tientallen nachtgelegenheden, zowel van particulieren als van de staat.

Het Karabali cafe aan Calle 23

Het Karabali cafe aan Calle 23

Zelfs op woensdag wanneer er alleen opgenomen muziek wordt gedraaid, is de club in Calle 23 in Vedado vol publiek dat danst op de rumba. En in de weekends is er livemuziek, vooral voor het Cubaanse publiek. Het gevoel eigenaar te zijn, heeft veel van de apathie weggenomen die de staatsbedrijven in Cuba kenmerkten; de leden van de coöperatie zijn optimistisch. Hun club leeft, hun salarissen zijn verdrievoudigd en zij krijgen een deel van de winst. ‘We hebben nu meer het gevoel dat de zaak van ons is,’ zegt Heydell Alom, die al elf jaar de bar beheerde in de club. ‘Hier steelt niemand. Deze plek is ons gezamenlijk eigendom. We zijn afhankelijk van wat we zelf voor elkaar spelen zonder problemen van de overheid.’

Duizenden coöperaties meer
Cubaanse autoriteiten willen steeds vaker staatsbedrijven veranderen in coöperaties en men stimuleert particuliere ondernemingen hetzelfde te doen. Er zijn er nu 450 opgericht in het laatste jaar en er liggen plannen voor nog duizenden bedrijven meer.
Het plan dateert van de marktgeoriënteerde hervormingen die president Raúl Castro aankondigde toen hij in 2008 het roer overnam van zijn zieke broer Fidel. Terwijl Raúl Castro zegt dat zijn hervormingen bijdragen aan de versterking van het Cubaanse socialisme, hebben zij sinds 2010 geleid tot het ontstaan van duizenden particuliere initiatieven, variërend van restaurants tot reparatiewerkplaatsen voor elektronische apparaten en winkels voor kinderkleding.

Restaurante Torre del Mariel

Restaurante Torre del Marfil

Grootschalige operatie
Minder bekend zijn de coöperaties, maar ze maken deel uit van poging van de regering het evenwicht te behouden omdat honderdduizenden werknemers in de staatsbedrijven van de loonlijst moeten verdwijnen en men tegelijkertijd de groei van het kapitalisme wil afremmen. In veel gevallen geeft men de voorkeur aan coöperaties waar elke werknemer een aandeel in het bedrijf heeft, terwijl in particuliere bedrijven eigenaren winst maken gebaseerd op het werk van de werknemers die ze in dienst hebben. Zoals de meeste Cubaanse hervormingen is de beweging om meer coöperaties op te richten, begonnen net experimenten die worden uitgebreid als ze succesvol blijken. Voorstanders zien er een manier in om het vrije ondernemerschap toe te staan zoals andere communistische regeringen deden en zo de onvermijdelijke verschillen in inkomen wat konden temperen. ‘Dit model verschilt van dat in China en Vietnam,’ zegt een Cubaanse econoom gespecialiseerd in coöperaties. ‘We hebben het voordeel geleerd te hebben van hun ervaringen.’ In geen enkel ander land heeft men geprobeerd op zo’n grote schaal staatsbedrijven te veranderen in coöperaties, aldus de econoom die anoniem wil blijven want zonder toestemming mag hij niet met journalisten spreken. De coöperaties omvatten restaurants, cafés, midden- en kleinbedrijven die produceren voor de markt, bouwondernemingen, kleermakerijen, meubelmakerijen, busbedrijven, autowasserijen,fietsreparatiewerkplaatsen, computers, schoonheidssalons, nachtclubs en zelf dealers van exotische vogels, zijn tegenwoordig coöperaties. Zij opereren los van staatsinstellingen en staatsbedrijven en hun prijzen zijn in de meeste gevallen gebaseerd op de prijzen op de markt. Sommige bloeien en anderen hebben moeten ervaren wat het betekent in een competitieve markt te opereren.

Divina Pastora Restaurant bij fort El Moro

Divina Pastora Restaurant bij fort El Morro

Het Divina Pastora restaurant is gelegen vlak bij het historische Fort El Morro, een attractie voor toeristen die er een schitterend uitzicht hebben over de Baai van Havana. ’s Middags vullen de tafeltjes zich met busladingen vol toeristen die het fort bezochten, maar ’s avonds is dat anders. Op een zaterdagavond waren er nauwelijks gasten ondanks de schitterende week. Geen van de leden van de coöperaties heeft plannen gemaakt om de winsten te vergroten, vertelt een jonge werkneemster, die op gasten wacht. Het restaurant was tot vorig jaar een staatsbedrijf dat vervolgens werd gesloten en heropend als coöperatie, maar de nieuwe staf kreeg geen kans om eigen leidinggevenden te kiezen. ‘Hoe kunnen wij de administrateur kiezen die ook degenen was die ons inhuurde,’ zegt de vrouw die ook weigert haar naam te noemen en aangeeft dat de man al leidinggevend was toen het een staatsrestaurant was.

Driemaal het gemiddelde loon
Karabali, aan de andere kant van de Baai van Havana, is een duidelijk succes. De club ligt op een schitterende plek waar duizenden jongeren passeren als ze flaneren richting zee op Calle 23 waar ook de Copelia-ijstent en Hotel Hilton liggen. De 21 leden van de coöperatie willen de Karabali renoveren, te beginnen bij de cafetaria die door de staat enorm verwaarloosd is. ‘Als de cafetaria klaar is moeten we ons geld investeren in verdere verbeteringen,’ zegt barman Altom. Ieder lid van de coöperatie verdient 750 peso’s ($31) per maand, driemaal de 250 peso’s die ze kregen toen de staat eigenaar was. Elke drie maanden delen zij de winst. Ariel Rodriguez, de boekhouder van de coöperatie, merkt op: ‘We zijn nu vrij van alle geregel van de staat. Deze plek is van ons. Niemand van buiten vertelt ons wat goed en wat slecht is, wanneer en hoe we de lonen uitbetalen, welke artiest we inhuren of wie degenen is die bij ons de reparaties doet en de verbouw.’

Bron
* Persbureau Reuters . Marc Frank en Rosa Tania Vldes, 14 april 2014

Fidel’s beste vriend Gabo overleden

marquezportadas-del-mundo-580x394Gabriel Garcia Marquez is gisteren op 87-jarige leeftijd in zijn huis in Mexico-Stad overleden. Collega-schrijvers, ook zijn grote rivaal Mario Vargas Llosa, beklemtoonden zijn belang voor de wereldliteratuur. “Zijn romans gaan hem overleven en zullen overal lezers blijven vinden.” Vargas Llosa heeft Marquez ooit “Castro’s courtisane” genoemd, vanwege zijn vriendschap met de vroegere Cubaanse president Fidel Castro (ook 87). De twee gingen zelfs ooit op de vuist.
In De Morgen en de Volkskrant schrijft Maarten Steenmeijer vandaag een uitvoerige levensbeschrijving met o.a. aandacht voor de relatie tussen de ‘knuffelbeer van de Latijns-Amerikaanse literatuur’ Márquez en de voormalige leider van Cuba, Fidel Castro.

garciamarquezfidelCitaat:
Lobbyen
Márquez vergeleek zichzelf graag met de logge, eeuwenoude dictator die hij in ‘De herfst van de patriarch’ gestalte had gegeven: het was eenzaam aan de top. Zijn biograaf Gerald Martin stelt daar tegenover dat Márquez maar wat graag mocht verkeren met politieke kopstukken als Mitterand, Fidel Castro en Bill Clinton. Van hen moet hij hebben geleerd dat ook een schrijver politieke macht kan hebben. Hij maakte daar op aristocratische wijze gebruik van door achter de schermen te lobbyen, onder andere voor Cubaanse politieke gevangenen. Het waren acties waaruit kon worden afgeleid dat zijn veel bekritiseerde vriendschap met Fidel Castro niet betekende dat hij het beleid van de Cubaanse dictator onvoorwaardelijk steunde.

Op Cuba was Márquez eveneens jarenlang actief als mentor voor Latijns-Amerikaanse aspirant-cineasten. In Colombia probeerde hij met zijn kennis, geld en netwerk de journalistiek op een hoger plan te tillen. Onderwijl bevestigde hij zijn reputatie van superieure publieksschrijver met ‘Liefde in tijden van cholera’ (1985) – een sprankelende ode aan de bejaardenliefde – en de romantische tragedie Over de liefde en andere duivels (1994).

Reinol González; tot 30 jaar gevangenschap veroordeeld wegens vakbondswerk

Na de vrijlating in 1977 van Reinol González (rechts) bezochten Márquez en zijn vrouw Barcha (links) de vrijgelaten politieke gevangene in Miami. Tweede van rechts is Teresita, de vrouw van Reinol. Deze voormalige Cubaanse revolutionaire vakbondsman steunde in de jaren vijftig de (gewapende) strijd tegen de dictatuur van Batista. Hij tekende protest aan toen de nieuwe machthebber onder leiding van Fidel, Raúl en Che Guevara de vrije vakbeweging de nek omdraaide. Na in 1961 veroordeeld te zijn tot 30 jaar gevangenschap, kwam hij in 1977 vrij dankzij bemiddeling van Garcia Márquez en bemoeienis van Europese politieke en vakbondsleiders waaronder de voormalige WVA algemeen secretaris August Vanistendael.

Na de vrijlating in 1977 van Reinol González (rechts) bezochten Márquez en zijn vrouw Barcha (links) de vrijgelaten Cubaanse politieke gevangene in Miami. Tweede van rechts is Teresita, de vrouw van Reinol die in 1988 overleed. De Cubaanse revolutionaire vakbondsman Reinol González steunde in de jaren vijftig de (gewapende) strijd tegen de dictatuur van Batista. Hij tekende protest aan toen de nieuwe machthebbers onder leiding van Fidel, Raúl en Che Guevara de vrije vakbeweging de nek omdraaide. Tientallen vakbondsmensen werden gearresteerd en gevangen gezet. Reinol werd in 1961 veroordeeld tot 30 jaar gevangenschap en kwam 1977 vrij dankzij bemiddeling van Garcia Márquez en bemoeienis van Europese politieke en vakbondsleiders waaronder de voormalige WVA algemeen secretaris August Vanistendael.

Linken
De officiele website Cubadebate over de vriendschap tussen Fidel Castro en Márquez, inclusief veel foto’s
* Op de website van de internationale vakbondskoepel Workers of the World WOW verscheen een herdenkingsartikel: One Hundred Years Of Solitude And The Labyrinth Of Solitude.

Cubaanse bokser zoekt heil in VS

De Cubaanse bokser Marcos Forestal Cautín heeft vorige week zijn ploeg bij een toernooi in New Hampshire verlaten. In een officiële reactie laten de Cubaanse autoriteiten weten dat zijn vertrek ‘verraad is aan de wens van het team om zich consequent te wijden aan ons geliefde volk, dat ons zo is toegewijd.’

Marco Forestal Cautin

Marco Forestal Cautin

Over de omstandigheden waaronder Forestal het team verliet, wordt geen informatie verschaft. Gemeld wordt wel dat ‘de geest van de overwinning tot het uiterste zal worden voortgezet’. Forestal wordt vervangen door Robeisy Ramírez, olympisch kampioen in Londen in 2012 en dat jaar ook verkozen tot de beste bokser van de America’s. Hij mag deelnemen ondanks het feit dat hij een straf kreeg opgelegd van de Cubaanse boksbond waardoor hij 6 maanden niet mocht deelnemen aan internationale toernooien omdat hij ‘herhaaldelijk op trainingen afwezig was.’

Link
* Het bericht in de officiele krant Trabajadores