Over Informatie Cuba

Deze blog bevat dagelijks actueel nieuws uit en over Cuba en wordt verzorgd door de Stichting Glasnost in Cuba. De Stichting is opgericht in 1989 en steunt de vreedzame mensenrechtenbeweging in Cuba. Het e-mail-magazine 'CubaTips' verschijnt wekelijks en is een aanvulling op deze Cuba-weblog. Nadere contactgegevens: Stichting Glasnost in Cuba, Sint Willibrordusstraat 52, 1073 VC Amsterdam, tel. 06 10 80 83 33 of 020 679 02 89; Banknummer: NL45 INGB 0006 1317 44 van Stichting Glasnost in Cuba; E-mail: glasnostincuba@upcmail.nl , Weblog: http://informatiecuba.wordpress.com

Buitenlandse investeerders blijven voorzichtig en kritisch

Buitenlandse investeerders blijven voorzichtig bij het zaken doen met Cuba. Een diplomaat in Havana wijst erop dat ‘de verdiensten tot nu toe niet buitengewoon waren’ en een aantal bij de overheid ingediende projecten ‘bevindt zich nog steeds in de onderzoeksfase.’

'He, weg gusano'(worm, een scheldwoord in het politiek jargon van Cuba) 'Oh, sorry, het is een investeerder.'

‘He, weg gusano'(worm, een scheldwoord in het politiek jargon van Cuba) ‘Oh, sorry, het is een investeerder.’

De Cubaanse regering opende in november vorig jaar in Mariel een speciale ontwikkelingszone naar een model dat ook in China bestaat. Mariel omvat ondermeer een terminal. Daarnaast werd een nieuwe wet op de buitenlandse investeringen gepubliceerd die moet leiden tot extra investeringen van 2 miljard dollar per jaar en er zijn de afgekondigde economische hervormingen die Raúl Castro invoerde. Die zijn nodig om de economie van Cuba te doen groeien. Maar ondanks de verlaging van belastingen en het wegnemen van barrières bij de douane, constateert persbureau Reuters dat Cuba de nadelen verbonden aan het Amerikaans embargo en zijn op Sovjetmodel gestoelde economie, nog moet oplossen. ‘Cuba moet nog een hele weg afleggen om intelligent te kunnen te reageren op de globale uitdagingen van de zakenwereld,‘ zegt Pedro Freyre, die het bureau Akerman LLP leidt, een samenwerkingsverband van advocaten in Miami.

De nieuwe wet op buitenlandse investeringen

De nieuwe wet op buitenlandse investeringen

Geringe opbrengsten
De nieuwe wet op de buitenlandse investeringen die in juni in werking trad, verlaagde de belastingen op winsten tot de helft en bood nieuwe investeerders 8 jaar belastingvrijdom aan plus een ontheffing op sociale lasten voor het gebruik van menskracht. Hoewel potentiële investeerders deze belastingvoordelen toejuichten, zijn andere somber over het juridisch kader in Cuba, vooral na de gevangenneming van een groep buitenlandse ondernemers en de onteigening van hun bezittingen op het eiland na beschuldigingen door de overheid van corruptie. ‘De opbrengsten zijn niet buitengewoon vergeleken met regionale en globale standaarden en het kleine aantal projecten dat tot nu toe door de overheid in studie werd genomen is klein of blijft steken in de fase vlak voor het sluiten van verdragen,’ zegt een Europese diplomaat. Die investeringsvoorstellen moeten worden goedgekeurd op het hoogste niveau van de regering en omvatten plannen voor de lichte industrie, emballage, alternatieve energie, farmacie en logistiek, aldus de autoriteiten. Unilever*, het bedrijf dat zich in Cuba terugtrok na een conflict met de regering, had een meerderheidsaandeel in een bedrijf, onderhandelt op dit moment over zijn terugkeer naar de Marielproject. Nog twee bedrijven zouden activiteiten overwegen met de overheid in de Marielzone. Volgens diplomaten gaat het om het Franse bedrijf voor dranken Pernod Ricard (Havana Club!) en de sigarengigant BrasCuba uit Brazilië, die deel uitmaakt van het Britse American Tobacco.

Cubaasne slagerij

Cubaanse slagerij

Vertragingen
Omar Everleny, een Cubaanse econoom die zich specialiseerde in buitenlandse investeringen in Cuba, schat dat er in Cuba in de afgelopen 20 jaar nauwelijks voor 5 miljard dollar werd geïnvesteerd. De bedoeling is dat buitenlandse investeerders fabrieken en bedrijven bouwen voor de in- en uitvoer via Mariel, die ook interessant moeten zijn voor andere investeerders. Maar de geïnteresseerde bedrijven krijgen te maken met een tekort aan infrastructuur in de haven. Prijzen van de fabrieksterreinen zijn niet vastgesteld en er is een tekort aan dienstverlenende instanties. Ook het salarisbeleid is onduidelijk. Omdat deze basisinformatie ontbreekt zagen veel bedrijven zich gedwongen de onderhandelingen en de noodzakelijke onderzoeken te vertragen. Dat geldt ook voor de nieuwe wet op de investeringen want tot nu toe zijn de beloofde lijsten met investeringsmogelijkheden van het Ministerie van Landbouw, de voedselindustrie en sectoren zoals de farmacie, niet beschikbaar. ‘De Wet op de Buitenlandse Investeringen en de ontwikkelingszone Mariel zijn voorbeelden van de recente hervormingen op het eiland. Veel van die veranderingen zijn positief maar ze worden niet snel genoeg uitgevoerd, zegt Peter Schechter, directeur van het Latijns-Amerika-programma van de Atlantic Council in Washington. Investeringen en diplomaten benadrukken dat de aanvangsproblemen in de Marielzone zijn opgelost maar de traditionele voorzichtigheid en het gebrek aan ervaring met economische en juridische normen van de zijde van de Cubaanse autoriteit, lijken onveranderd. En ‘ze hebben investeringen in alle sectoren nodig, om te kunnen overleven,’ zegt een westerse diplomaat.

Bron
* Diverse persbureaus
Noot
* In februari legde Glasnost in Cuba Unilever de vraag voor over mogelijke nieuwe activiteiten van het bedrijf in Cuba. Het antwoord luidde toen: ‘Ik kan u helemaal geen nieuws mededelen over Unilever en Cuba. De situatie voor Unilever aldaar is ongewijzigd. Mochten er wijzigingen zijn dan zullen wij dit via de reguliere kanalen bekendmaken.’

Laat Cuba buiten de verkiezingsstrijd

Gisteren publiceerde El Nuevo Herald een ‘nieuw oud bericht’. Het thema Cuba keert terug in de verkiezingscampagne in dit land. ‘Ik dacht eerst nog me vergist te hebben en een oude editie van de Herald te lezen, maar de datum leek juist: 13 augustus 2014. Toen was ik me er weer bewust van hoe moeilijk het is een zekere politiek volwassenheid te tonen’. Aldus beschrijft Alejandro Armengol, columnist van de Miami Herald, de rol van Cuba in de komende verkiezingsstrijd in Florida. Hierna volgt zijn volledige tekst.

Rick Scott, de goeverneur van Florida

Rick Scott, de gouverneur van Florida, Republikein

De tegengestelde opvattingen over Cuba tussen de Republikeinse gouverneur, Rick Scott en de kandidaat van de Democraten,  Charlie Crist, wordt misschien het meest polemische thema ‘tijdens de verkiezingscampagne voor de hispano-amerikanen die naar de stembus gaan, misschien wel beslissend’, aldus de Nuevo Herald. Deze hispanos vormen 15 % van de ingeschreven 11.9 miljoen kiezers in Florida. Van de 1,7 miljoen ingeschreven hispanos in Florida, is de meerderheid, ongeveer 45% Cubaans-Amerikaans.

Embargo, ja of nee
Men mag hopen dat de polemiek niet een beslissend thema in de campagne wordt. Gouverneur Scott heeft altijd behoord tot de zogeheten vuurvreters, de historische generatie, de traditionele haviken, de echte Miamiballingen. Al deze termen zijn misleidend en onvolledig, maar worden nu eenmaal gebruikt vanwege apathie of uit gewoonte. Deze groep is voor handhaving van het economisch embargo tegen het regime van Castro.

Charlie Crist, Democraat

Charlie Crist, Democraat

Cuba bezoeken
Crist heeft eerder gezegd dat hij Cuba zou willen bezoeken als onderdeel van een initiatief om het beleid van de VS tegenover Cuba aan te passen omdat dit, aldus Christ, is mislukt want de huidige regering daar is grotendeels onveranderd gebleven sinds 1959 toen Fidel Castro de macht over nam. Crist heeft nu gezegd dat hij zijn reisplannen naar Cuba heeft opgeschort. Zowel Scott en Crist verwerpen het Castroregime. Dat kan typisch lijken voor Miami, maar het is ook een stap achteruit, waarbij een oneigenlijk argument de doorslag geeft bij het stemmen, ten voordele van politieke demagogen. We moeten zien of we de periode echt achter ons hebben gelaten waarbij de stemmenstrijd in deze stad bepaald werd door die kandidaten die een beperkte agenda hadden waarbij kritiek op het regime in Havana hun troefkaart was. De twee overwinningen van Obama in Miami lijken daar een aanwijzing voor. We zullen zien wat er nu gebeurt.

Supporters mobiliseren
Tientallen jaren hadden lokale en nationale politici genoeg aan een klein anti-Castro platform. De rest werd overgelaten aan een goed en effectief verlopende campagne waarbij stemmen van niet-stemmers werden verzameld, de consumenten van Plan Ocho (woonsubsidies voor lagere inkomens) werden gemobiliseerd, het bezoeken aan gaarkeukens en het mobiliseren van supporters in de naïeve veronderstelling dat de kandidaten zouden bijdragen aan de val van Castro. Vervolgens gingen de nieuw verkozenen zich te buiten aan herhaalde statements tegen Castro, die weinig effect sorteerden maar wel veel rumoer opleverden. Na een aantal jaren – in het geval van lokale politici – eindigden sommigen in de gevangenis en anderen maakten hun mandaat af of bleven op hun post om efficiënt werkzaam te zijn. Maar voor ieder van hen gold – de federale wetgevers uitgezonderd – dat hun mogelijkheden invloed uit te oefenen op een mogelijke democratisering in Cuba minimaal waren; niet omdat ze dat niet wensten, maar vanwege het feit dat dit terrein niet tot hun competentie behoorden.

Restaurant Versailles is een ontmoetingspunt voor Miami-Cubanen

Restaurant Versailles is een ontmoetingspunt voor Miami-Cubanen

Mensenrechten
Een politicus die geïnteresseerd is in het respect voor de mensenrechten in Cuba en geen deel uitmaakt van het Congres in Washington, kan beter andere wegen zoeken om zijn oprechte bedoelingen te realiseren. Zo niet dan loopt hij het risico, zoals gouverneur Scott overkwam, zich belachelijk te maken, toen de staat Florida een wet presenteerde die bedrijven die handel dreven met Cuba en Syrië uitsloot van aanbestedingen bij de overheid of projecten waar overheidssubsidie mee gepaard ging. Scott tekende de wet eerst en zag later weer af van uitvoering totdat de wet ongrondwettelijk werd verklaard. Want voor een gouverneur van Florida is het niet van belang of hij voor of tegen het embargo is, maar gaat het veel meer om zijn mogelijkheden de zaken in zijn staat goed voor elkaar te hebben.

Antipatriottisch
De problemen van Cuba zijn die van de Cubanen en niet van de inwoners van Florida. Als iemand meent dat deze houding antipatriottisch is, in het geval van Noord-Amerikaanse burgers in Cuba – de enigen die recht hebben te stemmen – laat hij dan de tekst van de eed tonen die uitgesproken wordt bij het aanvaarden van het Amerikaans burgerschap. Waar staat dat men trouw moet zweren aan het anti-castrisme, het embargo ondersteunen en de Republieken Hialeah en Calle Ocho*?

Bron
* De tekst is van Alejandro Armengol en werd ook gepubliceerd in El Nuevo Herald
 Noot
* Wijken in Miami waar de Cubaanse hispanos domineren
Noot
* De kwestie Cuba leidt in de aanloop naar de verkiezingscampagne in Florida zowel in de achterban van gouverneur Rick Scott  als die van zijn uitdager Charlie Crist, tot spanningen. Veel zakenlieden in Florida zien i.t.t. tot Scott juist zakelijke mogelijkheden in Cuba en willen naar Cuba reizen. De Amerikaanse Kamer van Koophandel, vaak een supporter van standpunten van de Republikeinen, steunt de opheffing van het embargo en kondigde aan binnenkort een handelsdelegatie naar het eiland te sturen. Scott keurt zulke plannen sterk af. Maar ook bij de Democraten van Crist bestaan verschillende opvattingen over de meest gewenste relatie met Cuba. De opheffing van het embargo is niet voor iedere Democraat vanzelfsprekend. De senatoren Bill Nelson en Debbie Wasserman uit Florida behoren daar toe. Maar Charlie Crist meent dat wie nu nog voorstander van het embargo tegen Cuba is, zijn kop in het zand steekt.

Mariela Castro stemde tegen de nieuwe Arbeidswet

In Cuba heeft de afgevaardigde Mariela Castro in december vorig jaar tegen de nieuwe Arbeidswet gestemd o.a. omdat er onvoldoende aandacht zou zijn voor de situatie van hiv-patienten op de werkvloer. De stemming in de Asamblea del Poder Popular vond destijds achter gesloten deuren plaatst en pas in juni – na plaatsing van de wettekst in de Cubaanse staatscourant – gaven homogroepen via sociale media ruchtbaarheid aan de nee-stem van de dochter van Raúl Castro en nichtje van Fidel Castro.

mariela-castro2Tijdens de discussies over de nieuwe Arbeidswet in fabrieken en bedrijven vorig jaar werd al gesignaleerd dat het wetsontwerp te weinig aandacht schonk aan het recht van werknemers op een eigen seksuele identiteit en de bescherming van HIV-patienten. Toen de uiteindelijke wettekst van Ley No.116 Codigo de Trabajo werd gepubliceerd, bleek daarin wel aandacht te worden geschonken aan discriminatie op basis van geslacht, ras en seksuele oriëntatie maar bleef de positie van HIV-dragers en het individuele recht op genderidentiteit onbesproken. Dat leidde tot reacties op diverse weblogs en de publicatie op de Cubaanse nationale feestdag 26 juli jl. van een verklaring (zie link Arcoiris onder)  met o.a. een oproep aan Mariela Castro een eigen wetsvoorstel in te dienen, ‘een recht waarvan in onze eigen Nationale Assemblee nooit gebruik werd gemaakt.’ Zo kwam ook de tegenstem van Mariela Castro aan het licht. Mariela Castro, hoofd van het Cubaans Nationaal Centrum voor Seksuele Opvoeding (CENESEX), een onderdeel van het Ministerie van Gezondheid, wil buitenlandse journalisten hierover echter niet te woord staan. Wel had ze eerder in een interview met Francisoco Rodriguez, een homorechtenactivist en sympathisant van het regime, gezegd: ‘Ik denk dat we nog steeds de democratische deelnamen van de volksvertegenwoordigers moeten verbeteren’ en benadrukte zij ‘niet te willen behoren tot de voorstemmers van een wet die in strijd is met de fundamentele rechtsprincipes die ik verdedig.’

Historisch
Voor zover bekend werd in het Cubaanse parlement  dat 612 leden telt en ongeveer 2 maal per jaar 2 dagen bijeenkomt, nooit eerder een stem tegen een wetsvoorstel uitgebracht. De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd in 2010 leidde wel tot veel kritiek tijdens de vele bijeenkomsten in het land maar een tegenstem in het parlement bleef uit. Toen in 1989 vier hoge militairen ter dood werden veroordeeld tijdens het Ochoa-proces en hun executie door het parlement moest worden bekrachtigd, onthielden enkele afgevaardigden met een christelijk – communistische achtergrond zich van stemming.

logoarcoirisBron
* Fernando Ravsberg, Andrea Rodríguez, AP en ANP
Linken
* Kees van Kortenhof (Glasnost in Cuba) over de tegenstem van Mariela Castro in Nos – Met het Oog op Morgen, 16 augustus 2014, 24ste minuut
* De verklaring van de homo-activisten van Proyecto Arcoiris (‘onafhankelijk en anti-kapitalistisch’) van 26 juli 2014.
* De weblog Paquito del Cuba

Gecondenseerde melk met 7 jaar oude houdbaarheidsdatum

Een medewerker van de Unie van Jonge Communisten / Unión de Jóvenes Comunistas (UJC) in de gemeente Mayarí heeft zich in een ingezonden brief in de partijkrant Granma beklaagd over de verkoop van gecondenseerde melk in winkels van de staat met een houdbaarheidsdatum uit 2007. Hij zegt zich bedrogen te voelen door hen die zouden moeten opkomen voor de kwaliteit. Zij lijken zich niet te interesseren in wat ze aan het volk verkopen.

melk-condensadoIn de brief die de titel meekreeg Gecondenseerde melk die ouder is dan Ubre Blanca*, beschrijft de UJC-leider Roger Ramírez Muñoz hoe men hem 4 blikken gecondenseerde melk voor de prijs van 100 nationale peso’s (4 dollar) verkocht met een etiket waarop een houdbaarheidsdatum uit 2007 stond. Het voorval deed zich op 9 augustus voor toen Ramírez naar een markt aan de boulevard van Bayamo ging met de bedoeling om melk te kopen voor zijn vrouw die pas bevallen was van hun dochter. ‘Ik wilde plastic flessen met melk, maar die waren, aldus de verkoopster, uitverkocht of er was maar heel weinig. Ik moest dus wel de blikken melkpoeder kopen voor 100 peso’s,’ aldus Roger. Op weg naar het ziekenhuis Octavio de la Concepción y la Pedraja in Holguín, ontdekte hij het bedrog.

Duur en slechte kwaliteit
‘Ik las ter controle het etiket op de blikken en las de naam van de fabriek en zag toen dat de uiterste houdbaarheidsdatum november of december 2007 was. Daar zit nu het probleem. Men verkocht mij een melkproduct dat 7 jaar oud was voor 25 nationale peso’s of CUP per blik. Dat is bijna even duur als de melk die men in deviezenwinkels verkoopt, met 10  verschil en ook slechte kwaliteit heeft omdat het waterig is en nauwelijks gecondenseerd,’ schrijft Ramírez in de rubriek Cartas a la Dirección / Brieven aan de Uitgever in Granma. En hij voegt er nog aan toe: ‘Ik voelde me bedrogen door hen die moeten waken over de kwaliteit van het product en dat het hen niet interesseert wat ze aan het volk verkopen.’

Ingezonden kritische brieven
De krantenrubriek publiceert al enige tijd op vrijdag ingezonden brieven met klachten over de slechte dienstverlening van overheidsinstellingen en over onheus gedrag door medewerkers tegenover het publiek. Afgelopen vrijdag bevatte de rubriek brieven van lezers die gehinderd werden bij het vervoer van hun viool met de Cubaanse luchtvaartmaatschappij Cubana de Aviación, de vlucht van een familie van een camping waar het zwembad zonder water bleek en over voedsel dat weggegooid moest worden.

Bron
* Cafe Fuerte
Link
* De ingezonden brief in Granma, Spaans
Noot
* De koe Ubre Blanca was tussen 1972 – 1985 een legende in Cuba vanwege zijn overdadige melkgift. Volgens Fidel Castro zou de koe in januari 1982 zelfs 109,5 liter melk hebben gegeven, vier maal meer dan een gemiddelde koe. Ubre Blanca produceerde vervolgens in 305 dagen 24.268 liter melk. Beide records werden door het Guinness Book of Records erkend.

Fidel Castro bezoekt zijn Ubre Blanca

Fidel Castro bezoekt zijn Ubre Blanca

Fidel Castro noemde de prestaties van Ubre Blanca in verschillende toespraken een bewijs dat het communisme er beter in slaagde prestaties in de landbouw te boeken als het kapitalisme, alhoewel hij in een toespraak ook aangaf dat in Nederland per koe meer melk kon worden geproduceerd. In 1985 overleed Ubre Blanca op 13-jarige leeftijd en dat leidde tot een paginagrote necrologie in de partijkrant Granma. Zijn lichaam werd in een temperatuurgekoelde kristallen kist gelegd en in zijn geboortestad Nueva Gerona kreeg hij een marmeren standbeeld. Pogingen van Cubaanse geleerden de koe te klonen, mislukten.

Gevluchte Cubaanse inlichtingenofficier weet meer over dood Payá

De Cubaanse hoge militair Ortelio Abrahantes Bacallao, die in de Bahamas gevangen zit na zijn vlucht in maart uit Cuba, zegt over ‘waardevolle’ informatie te beschikken over de omstandigheden waaronder de mensenrechtenactivist Oswaldo Payá in 2012 bij een verkeersongeluk om het leven kwam. Ortelio Abrahantes Bacallao is een neef van José Abrantes, voormalig Minister van Binnenlandse Zaken die in 1989 in de nasleep van de affaire Ochoa gevangen werd gezet en veroordeeld wegen ‘corruptie’.

Oswlado Pyaá en hardold Cepero (rechts)

Oswlado Payá en Harold Cepero (rechts)

Ortelio José Abrahantes (42): ’Ik weet veel. En ze willen me graag in handen hebben,’ zegt hij in een interview met de krant El Nuevo Herald met een verwijzing naar pogingen van de Cubaanse autoriteiten hem uit te laten leveren. Hij zegt te weten dat collega’s van hem bij het auto-ongeluk op 22 juli 2012 waar Payá om het leven kwam, betrokken waren toen ze zijn auto enkele malen ramden. Over de zaak van Payá, zegt Abrahantes details over zijn dood te hebben gehoord tijdens een feest met andere agenten van de DCI, ongeveer een maand nadat de autobotsing plaats vond. De Cubaanse autoriteiten beschuldigden de Spaanse chauffeur Ángel Carromero van roekeloos gedrag toen hij de wagen bestuurde waarin Payá zat. Bij het auto-ongeval kwam ook de activist Harold Cepero om het leven. Carromero en de familie van Payá hebben altijd gezegd dat de auto van Payá van achteren door een overheidswagen is geramd. Volgens Abrahantes Bacallao zou een hoge functionaris tijdens het feestje hebben gezegd dat agenten van de DCI in de provincie Holguín met een rode Lada, model 2107, hebben geprobeerd de auto die door Carromero werd bestuurd, aan te houden en vervolgens bij de stad Bayamo een botsing hebben uitgelokt. Payá en Harold Cepero stierven nog dezelfde dag in het ziekenhuis van Bayamo, aldus de versie van Abrahantes Bacallao. De Cubaanse autoriteiten zeiden dat Payá tengevolge van de schok van de botsing direct overleed en Cepero in het ziekenhuis.

Ortelio Abrantes

Ortelio Abrantes Bacallao

Beloningen en medailles
Abrahantes Bacallao zei verder dat zijn vrienden hem vertelden dat het Ministerie de agenten beloonden met medailles en opdracht gaven dat de betrokken Lada vernietigd moest worden om elk bewijs van een botsing tussen twee auto’s te doen verdwijnen. Volgens Abrahantes was er geen sprake van een ongeluk met een voertuig, zoals de autoriteiten in hun rapport vaststellen. Abrahantes Bacallao is in bezit van de nodige papieren waaruit blijkt dat hij in 1998 medewerker werd van MININT waar hij werkte bij de technische opsporing, het Departamento Técnico Investigaciones (DTI) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Medewerker van de DTI

Medewerker van DTI

Toen hij Cuba verliet had hij de graad van majoor in de leiding van de contraspionage (DCI). In de laatste periode was hij belast met operaties in de provincie Ciego de Ávila. Hij ontsnapte op 24 maart met een zeilboot, eigendom van het ministerie en werd drie dagen later door de Amerikaanse kustwacht opgepakt en naar een immigratiecentrum op de Bahamas gebracht. Zijn advocaat in Miami, David Álvarez, zegt dat hij wordt geëxecuteerd als wordt besloten hem aan Cuba uit te leveren ‘omdat hij actief was in de Cubaanse strijdkrachten.’ Bij zijn toetreden tot MININT zou de letter H aan zijn naam zijn toegevoegd om verwarring met de overleden en veroordeelde oud-minister Abrantes te voorkomen.

Minister Abrantes voor de rechtbank

Minister Abrantes voor de rechtbank

Neef van oud-minister
Ortelio zegt de neef te zijn van generaal José Abrantes die in 1989 op beschuldiging van corruptie, werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf.* Dit proces was onderdeel van een grotere rechtzaak tegen drugshandel waarbij de hoofdpersoon, generaal Arnaldo Ochoa en drie andere officieren tot de doodstraf werden veroordeeld. José Abrantes zou in 1991 in de gevangenis van Guanajay aan een hartstilstand zijn overleden hoewel velen de omstandigheden van zijn dood mysterieus blijven vinden. In Ciego de Ávila, laat de vrouw van Abrahantes Bacallao, Yadelis Rivera, weten bang te zijn voor represailles van de zijde van de regering na de vlucht van haar man. Zij heeft haar huis verlaten en woont nu met haar 8-jarige dochter bij haar moeder in dezelfde provincie.

Link
* Bericht televisiejournaal over vlucht Abrahantes, 4,35

Noot
* De aanhouding en veroordeling van Abrantes viel samen met de arrestatie en latere executie op 13 juli 1989 van Cuba’s militaire held, generaal Arnaldo Ochoa wegens drugssmokkel en landverraad. Ochoa (59), veteraan uit de militaire campagnes in Angola, Venezuela, Ethiopië en Nicaragua, droeg de titel Held van de Revolutie. Hij was ook lid van het Centraal Comité van de Cubaanse Communistische Partij. Behalve Ochoa werden nog drie hoge officieren Antonio de la Guardia, Jorge Martinez en Amado Bruno Padron ter dood veroordeeld. De ter dood gebrachte militairen en nog zeven tot levenslang veroordeelde officieren, zouden kennis hebben gehad van de directe betrokkenheid van Cuba met het Medellinkartel en de president van Panama, Noriega. Uit bewijs dat tijdens de rechtzaak werd getoond, bleek dat Ochoa en de drie anderen, actief betrokken waren bij het vervoer van cocaïne via Cuba vanuit Colombia.

Fidel Castro en Arnaldo Ochoa

Fidel Castro en Arnaldo Ochoa

Volgens direct betrokkenen zou Fidel Castro Abrantes toestemming hebben gegeven en de Minister van Defensie Raúl Castro, had de contacten van Ochoa met het Medellinkartel goedgekeurd. Toen onthullingen dreigden in het buitenland over hun directe betrokkenheid grepen de Castro’s in. De operatie betekende ook de overwinning van het militair apparaat onder leiding van Raúl Castro in de  strijd met het Ministerie van Binnenlandse Zaken MININT en de geheime dienst die jarenlang duurde. Meer dan 500 hoge officieren werden ontslagen, weggezuiverd en met vervroegd pensioen (soms 45 jaar) gestuurd. De dienst werd overgenomen door de veel minder ervaren militaire inlichtingendienst. De dienst van MININT werd lange tijd beschouwd als een van de beste spionagediensten na die van de VS, Rusland en Israël.

Situatie cholera in Ciego de Ávila verslechtert

Het groeiend aantal personen in de provincie Ciego de Ávila vanwege cholerabesmetting leidt in deze provincie tot grote onrust onder de bevolking. Hoewel de ziekte al maanden in de regio aanwezig is, verscheen nu op de allerlaatste pagina van het provinciale weekblad Invasor een kort bericht waarin wordt gemeld ‘dat de laatste 2 maanden sprake is van een groeiend aantal besmette personen.’ Het artikel getiteld Crecientes casos de cólera / Groeiend aantal gevallen van cholera, werd geschreven door Moisés González Yero, maar is via de zoekmachine van Invasor onvindbaar.

Medewerker van de gezondheidienst in actie tegen dengue

Medewerker van de gezondheidsdienst in actie tegen dengue

Fernando Bravo Fleites, directeur van het Provinciaal Centrum voor Hygiëne en Epidemiologie, zegt dat op 19 plaatsen in de provincie de ziekte werd vastgesteld. Hij noemt ook de meest gevaarlijke gemeenten: Primero de Enero, Managua, Florida, Venezuela en Morón. Als een van de laatste maatregelen tegen verdere verspreiding van de ziekte wordt de sluiting van de camping El Charcazo in de gemeente Primero de Enero genoemd. Fleites dringt er bij de bevolking van Ciego de Ávila op aan dat zij hun inspanningen verdubbelen ‘om voldoende schoon water te drinken’. Ook dringt hij erop aan niet in de open lucht te ontlasten omdat dit een grote risicofactor is voor het overbrengen van de ziekte en ‘in situaties als de huidige, een delict dat door de wet streng wordt gestraft’.

Bron
* De Cubaanse digitale krant 14ymedio, 15 augustus 2014
Link
* De regionale krant Invasor van Ciego de Ávila

Los Aldeanos bezingen Cubaanse taboes in Miami

Vanavond treden Bian Oscar Rodríguez, El Bi en Aldo Rodríguez Baquero in MIami op. Samen vormen ze de rapgroep Los Aldeanos. De toegang tot het concert is gratis en als extraatje geldt het optreden van Silvito El Libre, de zoon van de Castro-adept Sylvio Rodriguez. Teksten en muziek van Los Aldeanos en Silvito worden door de officiële media geboycot vanwege de pittige en kritische teksten over het Castro-regime.

El Bi

El Bi

In Cuba kunnen Los Aldeanos bijna nooit optreden hoewel ze een sterrenstatus hebben onder de Cubaanse jeugd. De staat censureert de rapgroep vanwege hun scherpe teksten en zaaloptredens worden onmogelijk gemaakt. De enige manier voor het duo om in hun onderhoud te voorzien, zijn optredens in het buitenland. ‘Ik Cuba krijgen we geen geld,’ zegt El Bi. ‘De meeste rappers leven van een ander beroep dat ze uitoefenen. Wij moeten optreden in het buitenland want wij leven enkel van en voor de muziek.’

Politieke censuur
Het concert vanavond is georganiseerd door de Cuban Soul Foundation in Miami en directeur Pedro Vidal legt uit dat de stichting werd opgericht in 2013 om aandacht te schenken aan muzieksoorten die in Cuba worden gecensureerd en achtergesteld. Los Aldeanos worden beschouwd als de meest authentieke uiting van hiphop cultuur en Cubaanse reggaetón. Ze staan in een traditie van politieke censuur en verboden die in de jaren zestig begon met zangers die naar het buitenland vertrokken (zoals Celia Cruz en Gloria Estefán); hun muziek werd verboden. Later volgenden verboden voor  rockmuziek, maar ook enkele bekende Cubaanse kunstenaars die geen rock brachten, werden verboden zoals Pedro Luis Ferrer en Meme Solís. Zelfs Silvio Rodríguez, die verzekerde in een lied dat hij zou sterven zoals hij geleefd had, werd op bepaalde momenten van zijn carrière slachtoffer van deze culturele repressie.

los-aldeanos2Bloed, zweet en tranen
El Bi zegt 30 cd’s  te hebben opgenomen met bloed, zweet en tranen in studiootjes van vrienden maar hij kan deze niet vercommercialiseren want dat verhinderen de autoriteiten. Toch zijn de thema’s die het duo bezingt, hoewel ze nooit via radio en televisie klonken, zeer populair geworden. ‘Als ik ervoor zou moeten betalen zou het nooit lukken; een concert organiseren wordt me steeds moeilijker gemaakt,’ zegt hij. ‘De laatste keer was op 15 februari vorig jaar in La Tropical.’ Tot vier jaar geleden was hij leraar op een basisschool. Zijn vroegere leerlingen luisteren nu naar zijn cd’s. Tijdens hun eerste optreden in Miami stond hij verbaasd over het feit dat veel jongeren de teksten kenden en meezongen. De boodschap heeft aantrekkingskracht op jonge Cubanen, zowel in Cuba als in Miami. Kortgeleden nam hij het nummer Toda una Nación / Heel de Natie, waarin over de cholera-epidemie werd gesproken, een thema dat in de overheidsmedia taboe is. ‘Stel je voor, dat je opeens teksten hoort over zaken waarover je in je eigen land niet mag spreken,’ zegt El Bi. ‘Dat is wat er dan gebeurt en dat is nieuw. Zo begrijpt men hier ook beter, hoe de situatie daar is.’

Onveiligheid
El BI: ‘Gelukkig hebben we ook andere thema’s bezongen. Over algemenere zaken als het geweld op straat, het politieke geweld, de onveiligheid*, de corruptie, alles dat in Cuba en daarbuiten gebeurt, Cubanen hebben er mee te maken maar ook Spanjaarden en Colombianen. Maar in Cuba krijg je er problemen mee als het buiten de orde van het systeem valt. Dan zorgen ze dat je er niet over kunt zingen.’

Link
* Los Aldeanos met Toda una Nación, YouTube, 4.36
Noot
* De toenemende criminaliteit is een taboe in de officiële media. Deze week werd onofficieel bekend dat Hugo Fernández Cedeño (76) in zijn woning in Marianao zou zijn vermoord. Deze oud-militair maakte destijds deel uit van Colonne 1 José Martí die vocht in de Sierra Maestra en geleid werd door Fidel Castro. Waarschijnlijk is er sprake van een roofmoord; de daders deden zich voor als gezondheidsmedewerkers betrokken bij de campagne tegen de mug, die de knokkelkoorts in Cuba verspreidt.

Cubaanse artsen ook actief in ebolagebieden

Ruim 40 Cubaanse artsen en paramedisch personeel zijn werkzaam in gebieden in West-Afrika waar het ebolavirus voorkomt. Niemand van hen werd tot nu toe besmet. De Cubaanse media informeren wel over de ontwikkeling van de ebola-epidemie, maar zwijgen over de situatie van de eigen landgenoten in Afrika.

Controle bij de grens met Nigeria

Controle bij de grens met Nigeria

De website CaféFuerte probeerde in contact te komen met leden van de internationale brigades uit Cuba, maar niemand wilde spreken. Een groep van 27 gezondheidswerkers uit Cuba werken op dit moment in Sierra Leone. Dit land is het meest getroffen door de ebola sinds deze besmetting in de jaren zeventig werd ontdekt. Minstens 574 personen werden ziek en 252 zijn er overleden, aldus officiële cijfers afkomstig van controle- en preventie-instituten in de VS. President Ernest Bai Koroma riep vorige week de noodtoestand uit en droeg militairen op de quarantaine van de zieken op zich te nemen. Ook in Guinee waar 472 besmettingen en 346 doden werden gemeld, werkt een contingent van 15 personen. In Liberia waar 391 ziektegevallen en 227 overledenen werden gemeld, zijn geen Cubaanse artsen werkzaam. De Cubaanse pers informeert wel over de gevolgen van de epidemie op wereldschaal, maar schenkt geen aandacht aan de situatie van de Cubaanse artsen in Afrikaanse landen.

coverkrant-ebolaEbola
Ebola is een zeldzame maar ernstige infectieziekte die in Afrika voorkomt en gepaard gaat met bloedingen in het lichaam. De ziekte heet officieel ebola hemorragische koorts. Deze wordt veroorzaakt door een virus (filovirus). De ziekte is alleen besmettelijk via direct lichamelijk contact met een patiënt of door het slachten en opeten van een ziek dier. Eenmaal besmet is er een grote kans op overlijden. In Afrika overlijdt meer dan de helft van de patiënten. Tot nu toe bestaat er geen medicijn.

Bron
* Website Cafefuerte

Yoani Sánchez: ‘Buitenlandse persbureaus, pas op!’

Enkele jaren geleden ontmoette ik de correspondent in Cuba van een buitenlandse krant die me een absurd en onthullend verhaal vertelde. Het Internationaal Perscentrum (CPI) had hem opgeroepen en wilde hem waarschuwen vanwege de inhoud van een artikel. Hij was niet verbaasd over deze oproep want dit soort telefoontjes zijn een dagelijkse praktijk van het CPI, dat immers belast is met de registratie en controle van buitenlandse journalisten die op het eiland wonen en werken. Hij kon niet weigeren want hij was afhankelijk van het CPI vanwege zijn accreditatie zodat hij ooit een minister zou kunnen interviewen of een reportage maken over een natuurreservaat. Zo was het nu eenmaal.

CPI over 'kkksksksksksksksksksksksksksksksksksk

CPI over ‘de ‘tijdelijke of permanente intrekking’ van de accreditatie van buitenlandse journalisten

De journalist arriveerde op het kantoor van het CPI aan de 23ste straat en werd naar een bureau gebracht met twee verstoord kijkende mannen. Hij kreeg koffie en er werd gesproken over allerlei dingen totdat men ter zake kwam. Zij hadden de journalist bij zich geroepen vanwege een reportage over Cuba waarbij het land was aangeduid als ‘communistisch land.’ Dit was een reuze verrassing voor de correspondent want eerder werd hij gewaarschuwd voor ‘het publiceren van enkel slechte dingen over de Cubaanse werkelijkheid’ of vanwege ‘gebrek aan respect voor de leiders van de Revolutie’. Maar hij had zich nooit kunnen voorstellen dat hij beschuldigd zou worden van het volstrekt tegenovergestelde. Maar de censors die de teksten van buitenlandse correspondenten nauwgezet bestuderen waren niet bepaald gecharmeerd van de toevoeging ‘communistisch’ om het eigen land te karakteriseren. ‘Maar de Communistische partij regeert hier toch?’, vroeg de ongelovige journalist. ‘Maar weet je, het woord heeft een slechte uitstraling en helpt ons niet echt’, antwoordde de hogere ambtenaar. De man verkeerde even in een lichte shock terwijl hij probeerde te begrijpen wat men hem wilde vertellen. Hij kon een antwoord bedenken, maar hij kon ook in lachen uitbarsten. De correspondent wist ook dat wanneer je het CPI tot boosheid bracht, men meer zou kunnen doen dan je even aan je oren trekken om bij de les te blijven. Het CPI gaat ook over de vergunningen voor een buitenlandse journalist om een auto te importeren, een huis te huren en – soms – over de aankoop van een ventilator voor je slaapkamer. Het dilemma bestond er voor de journalist uit om niet langer te schrijven over ‘het communistische eiland’ of in conflict te geraken met het instituut, waarbij hij slechts zou verliezen.

Controles
De controlemechanismes over de buitenlandse pers, gaan verder dan waarschuwende telefoontjes van het CPI. Wanneer een correspondent in Cuba verliefd wordt, trouwt en een gezin sticht, dan komt zijn objectiviteit in het geding. De geheime diensten weten heel goed de snaren van de angst te spannen zodat schade ontstaat en druk wordt uitgeoefend op een geliefde. Zo temperen zij de kritiek van deze correspondenten met standplaats Cuba. Men kan hen zo nu en dan ook een wortel voorhouden waardoor wordt voorkomen dat netelige kwesties in hun artikelen worden aangeroerd.

‘Betaald door Washington’
Ik ken een buitenlandse journalist die, elke keer als ze een artikel schrijft over de Cubaanse dissidentie, een zin toevoegt waarin staat: ‘de regering beschouwt de oppositie als gevormd en betaald door Washington’… Maar in haar teksten ontbreekt een zinsnede die zij zou kunnen toevoegen ten einde de andere kant van de medaille te tonen, namelijk: ‘De Cubaanse dissidentie beschouwt de regering van het eiland als een totalitaire dictatuur die zich niet wenst te onderwerpen aan vrije verkiezingen.’ Zo kunnen zij die het journalistiek verslag lezen, zelf hun conclusies trekken. Helaas is het doel van dergelijke journalisten niet informatie te verschaffen, maar veeleer een opinie op te dringen die stereotype en onwaar is.

prensa_cubanaEthische codes
Persagentschappen moeten hun ethische codes aanscherpen als ze handelen met Cuba. Zij zouden de periode van verblijf van hun vertegenwoordigers op het eiland moeten controleren want na veel jaren ontstaan emotionele banden, die het regime kan gebruiken voor chantage en druk. Een objectief examen – zo nu en dan – zou geen slechte zaak zijn, gezien de druk en het ontstaan van een Stockholmsyndroom, waar hun medewerkers aan bloot kunnen staan. De geloofwaardigheid van een informatiegigant als een internationaal persbureau hangt soms af van een individuele persoon, die de invoer van zijn nieuwe auto of zijn jonge en mooie Cubaanse partner belangrijker acht dan zijn betrokkenheid bij de journalistiek. Wees voorzichtig buitenlandse persbureaus! Uw vertegenwoordigers hier lopen steeds het gevaar te veranderen in gijzelaars en vervolgens in medewerkers van het officiële Cuba.

Bron
* De digitale nieuwskrant 14ymedio met de column van Yoani Sánchez

Bootvluchtelingencrisis nog steeds open wond (1)

Tranen, stilte en ontwijkende antwoorden zijn de reacties van Cubanen als twintig jaar later gevraagd wordt naar de ‘balseros’ of bootvluchtelingencrisis van de jaren negentig. De uittocht die zijn weerga niet kende in Latijns-Amerika, is nog steeds een taboe op het Caraïbische eiland.

balserosBalseros was de term die destijds gebruikt werd voor de Cubanen die met geïmproviseerde bootjes en vlotten de gevaarlijke oversteek naar de Verenigde Staten maakten. Die route werd begin jaren zestig voor het eerst gebruikt en leidde in augustus 1994 tot een vluchtelingencrisis. En Cubanen maken de riskante oversteek nog steeds, ondanks hervorming van de immigratiewetgeving in 2013. In de staatsmedia wordt niet gesproken over de balseros, zegt de 66-jarige Frank López, die getuige was van de laatste grote exodus. ‘Mensen die iets weten, hebben dat gehoord via clandestiene buitenlandse tv-zenders.’

Stabiel
Volgens de Amerikaanse kustwacht is de stroom migranten uit Cuba nu stabiel. Hoewel de twee landen slechts 145 kilometer van elkaar verwijderd zijn, kiezen veel Cubanen tegenwoordig voor complexere routes via Mexico, de Kaaimaneilanden en Puerto Rico. Tussen oktober 2012 en september 2013 werden 1.271 balseros onderschept op zee. Een jaar eerder werden 1.275 migranten teruggestuurd naar Cuba, in overeenstemming met bilaterale afspraken tussen de VS en Cuba. De Amerikaanse wet geeft Cubaanse immigranten sinds 1966 vanaf een jaar na hun aankomst het recht te blijven, ongeacht het feit of ze legaal of illegaal het land binnenkomen. Die wet ligt gevoelig in het bilaterale conflict. Havana stelt dat de wet illegale immigratie stimuleert, terwijl Washington beweert dat het een antwoord is op de ontevredenheid in Cuba over het beleid van de socialistische regering die sinds 1959 aan de macht is.

Vanuit Cuba schreef Kees van Kortenhof (Glasnost in Cuba) destijds een reportage over de balseroscrisis voor Het Parool

Vanuit Cuba schreef Kees van Kortenhof (Glasnost in Cuba) destijds een reportage over de balseroscrisis voor Het Parool

Zomer van 1994
Die situatie heeft echter weinig te maken met de turbulente zomer van 1994, waarin meer dan 36.000 Cubanen in vissersbootjes en op zelfgemaakte vlotten de oversteek maakten. Het aantal Cubanen dat probeerde de Straat van Florida over te steken, steeg al vanaf het begin van dat jaar en de spanningen tussen beide landen liepen op. In juli en augustus kaapten groepen Cubanen minstens vier boten van de overheid, waarmee zowel geslaagde als mislukte pogingen werden ondernomen om de VS te bereiken. Toenmalig president Fidel Castro (1959-2008), drong er bij de Amerikaanse regering van Bill Clinton (1993-2001) op aan maatregelen te nemen om de golf kapingen en overtochten te ontmoedigen. Als dat niet zou gebeuren, zou Cuba stoppen vluchtelingen tegen te houden.

Exodus
Castro wees erop dat de exodus werd aangejaagd doordat vluchtelingen in de VS werden verwelkomd en hulp kregen, terwijl de Amerikaanse regering zich niet hield aan een afspraak uit 1986, om jaarlijks 20.000 Cubanen een visum te verstrekken. Tussen 1987 en 1994 kregen slechts 11.122 mensen een Amerikaans visum, in plaats van een mogelijk aantal van 160.000. Startpunt voor de crisis vormde het besluit van Castro op 12 augustus 1994 om de patrouilles van de kustwacht te stoppen en vluchtelingen niet meer tegen te houden. Dit gebeurde na het zoveelste incident met een boot. De controle werd hersteld op 13 september, na gesprekken tussen beide regeringen.