Fernando Flores ‘Bloedbad’ Ibarra in Chili overleden

De voormalig openbare aanklager in Cuba, Fernando Flores Ibarra, is op 24 mei jl. op 82-jarige leeftijd in Chili overleden. Hij gaf in de eerste jaren van de Cubaanse revolutie opdracht tot een honderdtal fusillades en droeg daarom de bijnaam Charco de Sangre of Bloedbad. Hij woonde al 15 jaar in Santiago de Chile, samen met zijn tweede vrouw, een Chileense arts. Er zijn sterke aanwijzingen dat hij zakelijke relaties onderhield met Max Marambio, die hij in een interview met het Chileense tijdschrijft La Tercera ook verdedigde.

Tussen 1959 en 1963 was Flores openbaar aanklager van de zogeheten Revolutionaire Tribunalen, later werd hij benoemd tot ambassadeur in Polen, Joegoslavië, Ecuador, Frankrijk en Zweden. De bijnaam Bloedbad kreeg hij in 1961 na de inval in de Varkensbaai door Cubaanse ballingen. Tijdens korte processen werden tientallen huurlingen ter dood veroordeeld. In deze periode veranderde hij van een verlegen man in een persoon, die beschuldigden beledigde en ook hun familieleden bedreigde met de gang naar de beklaagdenbank, aldus een rapport van de Inter-Amerikaanse Commissie van de Mensenrechten uit 1963. Op 3 mei 2001 publiceerde de Chileense krant La Tercera een zeldzaam interview met Flores Ibarra als reactie op het boek Nuestros años verde olivo van de Chileense schrijver Roberto Ampuero, die met zijn dochter Margaritha trouwde. Ampuero tekent hem in zijn boek als ambassadeur Cienfuegos, die op het punt staat hem het hoofd af te hakken omdat hij zijn dochter benadert.

Fusillade in de eerste jaren van de revolutie

Honderdtal executies
In het interview beschuldigt Flores Ibarra  Ampuero te eenzijdig te zijn in zijn boek, maar hij lijkt niet geschokt te zijn door het gebruik van zijn bijnaam Bloedbad en hij geeft toe dat het mogelijk is geweest dat hij een honderdtal mensen ter dood heeft veroordeeld. ‘Ik heb ze niet geteld, maar ik heb er nooit spijt van gehad. Deze doden hebben nooit mijn slaap verstoord, ik heb er nooit een minuut korter door geslapen, zelfs geen siësta. Weet u waarom? De kindersterfte in mijn land is slechts 7 per 1.000 inwoners. Dat betekent dat we met de revolutie het leven hebben gered van honderdduizenden kinderen. Wij hebben ook mensen gefusilleerd, maar daar heb ik nooit over opgeschept,’ zegt hij vervolgens tegen de Chileens journalist. In 1971 maakte Flores deel uit van de delegatie uit Cuba die naar Santiago de Chili ging om het bezoek van Fidel Castro in november van dat jaar tijdens de regering van Salvador Allende,  voor te bereiden. Als ambassadeur in Joegoslavië (1972-1980) droeg hij sterk bij aan de toenadering tussen Fidel Castro en president Josef Broz Tito op de Zesde Top van Niet Gebonden Landen in 1979. Flores gaf in het interview ook toe dat zijn land links-extremistische groepen in Chili trainde en financierde tijdens de voormalige militaire regering van Pinochet. Hij noemde o.a. het Patriottische Front Manuel Rodriguez, een extreem-linkse groep die verantwoordelijk was voor een aantal high-profile moorden in Chili in de jaren 1970 en 1980, waaronder een aanslag op het leven van de militaire dictator generaal Augusto Pinochet.

Beschuldigd van spionage
In de jaren tachtig was hij korte tijd ambassadeur in Ecuador, ondermeer omdat de regering in Quito hem verdacht van betrokkenheid bij spionage en de financiering van guerrillagroeperingen in Zuid-Amerika. Flores Ibarra ontkende dit hoewel zijn nauwe banden met het Cubaanse geheime dienst bekend waren. In 1994 trok hij zich terug uit de buitenlandse dienst. De oud- openbare aanklager gaf in het interview met Tercera toe dat hij de mening van dictator Augusto Pinochet deelde dat het ontbreken van fundamentele vrijheden wordt gerechtvaardigd door het argument dat ‘wij in oorlog zijn’. Hij ontkende dat hij investeringen had in Chili en zei er niet over te denken zich in het land te vestigen. Kort daarna werd bekend dat de oud-functionaris uit Cuba een reisbureau leidde Rumbos Cuba in Santiago de Chile. In dit bedrijf was zijn neef Fernando Roberto Ampuero Flores de manager.

Boek over Fidel
De uitspraken van Flores Ibarra kregen in 2001 in Chili veel aandacht. Ook kwamen er acties op gang van mensenrechtengroepen die hem wilden vervolgen. De Stichting voor Mensenrechten in Cuba / Fundación para los Derechos Humanos en Cuba en de Internationale Vereniging voor Rechtvaardigheid en Vrijheid, vertegenwoordigd door Jorge Masetti in Parijs, begonnen een actie en verzamelde getuigenissen van 40 van Flores’ slachtoffers en hun familieleden maar die activiteit leidde niet tot resultaat want ongeveer een maand later verdween Flores Ibarra uit Chili. In 2004 publiceerde hij zijn boek getiteld Yo fui enemigo de Fidel / Ik was de vijand van Fidel waarin hij vertelde over een twist die hij met Fidel Castro had op de Universiteit van Havana waar beiden eind jaren vijftig rechten studeerden en over twee aanslagen tegen Castro’s leven in de periode van de jaren zestig. Kortgeleden keerde hij terug naar Chili en overleed er afgelopen week. Flores Ibarra zei dat hij leefde van het pensioen dat hij in Cuba kreeg en het salaris van zijn vrouw Margarita Madan Rey, die arts is. De Cubaanse media hebben zijn dood niet gemeld.

Marambio was ooit een van de lijfwachten van president Salavador Allende. Hij vluchtte na de staatsgreep in 1973 naar Cuba en zou daar een economische sleutelrol achter de schermen speelde. Hij werd wel de ‘agent 007 van Fidel Castro’ genoemd. Op dit moment woont hij in Chili en procedeert tegen de Cubaanse regering.

De affaire Marambio
Men neemt aan dat Bloedbad ook handel dreef met Max Marambio, die hij in het interview met La Tercera verdedigde. ‘Ik bewonderde Max vanwege zijn intelligentie, zijn agressiviteit in zaken en ik geloof niet dat hij iets illegaals heeft gedaan, zeker niet in Cuba.’ In mei 2011 werd de Chileense zakenman en voormalige vertrouweling van Fidel Castro, Max Marambio Rodríguez, in Havana bij verstek tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Ook de Cubaanse ex-minister van Voedselproductie Roca Iglesias kreeg toen twintig jaar. Marambio  werd schuldig bevonden aan ‘omkoping, fraude en vervalsing van bank- en handelsdocumenten, op langere termijn,’ aldus de partijkrant  Granma. Marambio was ingezetene van de staat Cuba en leidde het voedselbedrijf Río Zaza, met twee vestigingen in het land en een omzet van 100 miljoen dollar jaarlijks. De zaak kwam in april 2010 aan het licht na de geheimzinnige dood in een hotel in Havana van de Chileense manager van Río Zaza, de Chileen Roberto Baudrand.

Bron
* Cafe Fuerte, Ivette Leyva Martínez, Miami 29 mei 2012

Link
* Zie ook het bericht van 7 mei 2011 op de Cubaweblog over de veroordeling van Marambio. 

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s