Oorzaken groeiende corruptie blijven onbesproken (1)

‘Corruptie – de handeling van corrumperen – is het resultaat van diverse oorzaken, variërend van persoonlijk handelen tot het politiek-economische systeem van ieder land. Het is een zeer oud sociaal verschijnsel dat in meer of mindere mate voorkomt in alle samenlevingen en altijd aanwezig is geweest in de geschiedenis van Cuba.’ Aldus de publicist Dimas Castellanos in een publicatie die eerder verscheen op de webste Diario de Cuba en hieronder volgt. Hij stelt vast dat de Cubaanse autoriteiten de strijd tegen corruptie propageren, maar weigeren de oorzaken van het fenomeen publiekelijk aan de orde te stellen.

Militair fort La Cabana in Havana

Castellanos herinnert aan historische voorbeelden van corruptie toen de Spaanse gouverneur Don Luis de las Casas de zwarte leiders geld toestopte, die de bouw van een casino en danshal mogelijk maakte in de militaire vestingingsplaats La Cabana. En hij  noemt de rol die de politiek-economische-militaire elite speelde, voortkomend uit de tijden van de onafhankelijkheidsoorlogen die publiek geld gebruikte voor eigen belang en dat zo sprekend werd beschreven in de roman Generaals en Doktoren van Carlos Loveira. Tussen 1949 en 1958 waren er de politici en hoge ambtenaren voor wie corruptie een tweede natuur was geworden. De presidentskandidaat Eduardo Chibas die de corrupte klasse bestreed, pleegde in 1952 publiekelijk zelfmoord. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd de corruptie, die beperkt was geweest tot de politieke en administratieve sfeer, een wijd verspreid fenomeen..

Niet nieuw
Corruptie is dus niet nieuw en ontstond ook niet met de revolutie van 1959. Nieuw is de aanwezigheid ervan in alle lagen en sferen van de samenleving en de opkomst van een dominante negatieve moraal die tot cultuur dreigt te worden. De reden voor deze transformatie is te wijten aan de verschuiving naar het totalitarisme waardoor het verantwoordelijkheidsgevoel van de burger is verzwakt. Dat gecombineerd met de invoering van een economisch systeem dat niet in staat is om een juiste verhouding tussen lonen en kosten van levensonderhoud vast te stellen, leidt tot frustratie en wanhoop. Wat was het dilemma van Cubaanse families in dergelijke omstandigheden, anders dan overleven? Als dit gedrag bovendien maatschappelijk geaccepteerd wordt en ieder gezin zich in een of andere vorm gedwongen ziet om het te gebruiken, dan moet het wel gaan domineren. De reactie van de regering op dit fenomeen beperkte zich tot onderdrukken, controleren en inspecteren, dat wil zeggen tot acties op de effecten zonder de oorzaken aan te pakken, zoals blijkt uit de officiële pers in het eerste decennium van deze eeuw.

In Juventud Rebelde, 22 mei 2001 in ‘De jager op bedrog’
Een volksinspecteur belast met overtredingen in de handel, verklaarde dat bij het opsporen van strafbare feiten, overtreders zeiden: ‘We moeten leven, we moeten vechten’ en vertelt dat toen hij probeerde het recht van de burgers te herstellen, ‘zij de daders waar zij slachtoffer van waren geworden verdedigden.’
En op 1 en 15 oktober 2006 in dezelfde krant, werd in Het oude grote bedrog gemeld dat van de 222.656 inspecties uitgevoerd door inspecteurs tussen januari en augustus 2005 prijsovertredingen en veranderingen in de productienormen werden gevonden in 52% van de onderzochte centra en 68% in het geval van de boerenmarkten.

In Granma, 28 november 2003 in ‘Prijsovertredingen en de nooit eindigende strijd’
De partijkrant meldt in de eerste acht maanden van dit jaar, dat in 36% van de gecontroleerde bedrijven onregelmatigheden plaats vonden. In markten, beurzen, pleinen en landbouw-winkels lag dat percentage nog hoger, namelijk 47% en en boven de 50% in de gastronomie.

Granma, 20 februari 2004 in ‘Doeltreffend onregelmatigheden en economische misdrijven bestrijden:’
De Minister voor Onderzoek en Financiele Controle, Lina Pedraza, zegt dat ‘de oorzaken en gunstige voorwaarden van de criminaliteit en andere overtredingen goed bekend zijn, en zij noemt zelf o.a. ‘onvoldoende bevestiging van de herkomst of eindbestemming van de goederen’ tot ‘onvoldoende toezicht op het controle-systeem’.

Ontmantelde spoorlijn in Cuba

Granma, 24 december 2005
De krant meldt dat volksvertegenwoordiger Pedro Ross, destijds tegelijkertijd secretaris-generaal van de regeringsvakcentrale CTC, zegt ‘dat sommige werknemers reageren, maar anderen niet en diefstal en ander wangedrag blijven rechtvaardigen’.

Granma, 16 februari 2007 in ‘Kannibalen in de torens’
De krant meldt de diefstal van de ijzeren hoeksteunen die de  hoogspanningsnetwerken ondersteunen en erkent dat ‘de technische, administratieve en juridische middelen die tot op heden toegepast zijn, het banditisme niet vertraagd hebben’.

Granma, 26 oktober 2010 in ‘De prijs van luiheid’
De krant meldt dat in de gemeente Corralillo, in Villa Clara, meer dan 300 woningen werden gebouwd met gestolen materialen en middelen, waarvoor 25 kilometer aan spoorlijnen ontmanteld werden en waarvoor men 59 van de voornoemde hoeksteunen voor hoogspanningsnetwerken gebruikt hadden.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s