Martin Guevara: In de schaduw van een mythe

che-guevara-plazaMartin Guevara werd in 1963 in Argentinië geboren. Zijn familie verliet Argentinië vijf jaar na de dood van Che Guevara (1967) en emigreerde naar Cuba. Martin was toen 10 jaar. Hij bleek het temperament en de politieke opvattingen van zijn oom, de mythisch El ‘Che’ niet te delen en rebelleerde, wat leidde tot veel problemen voor hem en zijn familieleden. In 1988 verliet hij Cuba definitief, maar mocht enkele keren terugkeren om zijn zoon, zijn moeder en andere leden van de familie te ontmoeten. De neef van ‘Che’ Guevara mocht echter niet langer in Cuba wonen. De laatste 17 jaar woont hij met zijn vrouw en een jongere zoon in Spanje.
Binnenkort verschijnt zijn boek In de schaduw van een mythe (in het Engels en het Spaans). Guevara heeft een weblog onder zijn eigen naam en publiceerde o.a. het volgende relaas over zijn werkzaamheden in Cuba toen hij in 1986 terugkeerde: buitenlandse tijdschriften selecteren voor de leiders van de revolutie.

Verboden lectuur voor Cuba’s élite

Martín-Guevara-met-zoon-londen

Martín Guevara met zijn zoon in Londen

Ik mocht in 1986 naar Cuba terugkeren. Mij werd verteld dat ik niet mocht studeren, maar moest werken. Ik had uitgebreide kennis wat betreft boeken en rum en ze gaven me – willekeurig, naar het schijnt – een baantje bij uitgeverij Ediciónes Cubanas. Daar was het mijn taak de tijdschriften en kranten in ontvangst te nemen en te distribueren die bestemd waren voor de hoge partijleden, van Fidel Castro via het Centraal Comité tot alle leden van het Politburo. Ik was verbaasd over het grote aantal roddelbladen dat ik bij de pakketten moest doen die aan de hoogste ambtenaren werden toegezonden. Fidel kreeg enkel medische tijdschriften uit de VS. In die tijd was hij oprecht in dat onderwerp geïnteresseerd en volgde hij onderzoeken alsof hij een arts was. Er is altijd een wijd verbreide gewoonte geweest alle bekwaamheden van Fidel te overdrijven (en er wat bij te verzinnen), maar de beweringen dat hij een echte studiebol was zijn waar. Wanneer hij ook maar tijd had, was hij ofwel aan het lezen of iemand vragen aan het stellen aangaande een onderwerp dat hem interesseerde. Als zijn gesprekspartners Cubanen waren en de pech hadden te werken op een terrein dat zijn bijzondere interesse had, dan wisten ze dat hij hen urenlang allerlei vragen zou stellen, en dat, natuurlijk, zonder toe te staan dat hém een vraag werd gesteld. Nee, híj alleen was aan het woord, alleen hij had ergens een mening over, en alleen die van hém deed er toe. Zo was Fidel.

Leden van het rebellenleger van Fidel Castro voor het toenmalige Hilton Hotel. Fidel Castro gebruikte destijds de bovenste etage. familie

Leden van het rebellenleger van Fidel Castro voor het toenmalige Hilton Hotel. Fidel Castro gebruikte destijds de bovenste etage voor zijn familie

Roddelbladen
Vele anderen van het Politburo kregen echter tijdschriften als Hola, uit Spanje, en Paris Match. Ik had hier geen problemen mee, zelfs niet als de tijdschriften voor hen bestemd waren en niet voor hun echtgenotes, zoals het afdelingshoofd me vertelde in zijn pogingen mij te indoctrineren. Ik ging er van uit dat de mensen wel in staat waren te lezen wat ze leuk vinden. Wat ik niet goed door had is dat de rest van de bevolking toegang tot dit soort riooljournalistiek moest worden ontzegd en dat die moest gedemoniseerd en aangevallen worden als een ideologisch werktuig van het kapitalisme. Op mensen neer kijken als idioten, lomperiken en niet toegerust voor het materiaal dat de elite las en leuk vond was een van de constante attitudes van het revolutionaire leiderschap. Thuis konden de kinderen van hooggeplaatste militaire officieren of ministers films kijken als Rambo of die van Chuck Norris (in die tijd de meest gezochte), terwijl ze niet te zien waren in de bioscopen of op de televisie en ze bestempeld werden als ‘imperialistische rotzooi’ en ‘vervalsing van de werkelijkheid.’ Zij waren er echter van overtuigd dat hun gezinnen (en zij zelf) op een hoger niveau stonden en zo dergelijk materiaal veilig tot zich konden nemen. Dit was zo’n beetje de situatie toen reizen naar het buitenland in beeld kwam. In werkelijkheid was het niemand anders dan leden van de partij toegestaan te reizen, met uitzondering van atleten en wat wetenschappers (onder streng toezicht).

Martín-Guevara-als-kind- in het zwembad van Hotel Habana-Libre

Martín Guevara als kind in het zwembad van Hotel Habana Libre

Zwijgplicht
Er was een clausule in mijn contract waarin duidelijk stond dat ik niet mocht zeggen waar de tijdschriften vandaan kwamen. Ik veronderstel dat ze alleen maar mensen in dienst namen die betrouwbaar waren, aangezien de mogelijkheid om wat vergif in die tijdschriften te stoppen zo reëel was dat ik altijd het gevoel had dat er steeds een camera op mij gericht was. Ik begon hieraan te twijfelen toen ik de lange middagdutjes zag die mijn superieur hield, met zijn hoofd op zijn armen op zijn bureau, de deur van zijn kantoor nauwelijks uit voorzorg gesloten. Wellicht wist degene die mijn imaginaire camera bediende dit allemaal, net zoals iedereen wist dat de mensen op hun werk sliepen, hun werk verzaakten of hun werkplek verlieten om koffie of rum te gaan drinken in werktijd, en het was logisch dat het afdelingshoofd zich hier in het geheel niet om bekommerde. De enige die zich in dat geval geen dutje kon veroorloven zou dan de cameraman geweest zijn. Ediciónes Cubanas was gevestigd in O’Reilly in het oude stadsgedeelte. Je moest daar vroeg in de morgen naar toe (om later een dutje te doen, voorover op je bureau), want op tijd inchecken was belangrijk op alle Cubaanse werkplekken. Daarna kon je weer naar huis en weer terugkeren voor het eind van de werkdag om weer uit te checken.

Calle O'Reilly

Calle O’Reilly

Levendig Oud Havana
Die buurt was destijds een schitterende plek. Ofschoon ik Oud Havana goed kende had ik nooit eerder acht geslagen op het hectisch en levendige leven op straat. Deze straten deden me in zekere zin denken aan de Cecilia Valdes’ doorgangen in Cirilo Valverde, de mensenmassa’s, het stadsrumoer, de kleine koffiebar aan de straat, de gebakjes, krantenverkopers die luid de namen van de officiële kranten en de wekelijkse stripblaadjes Palante en Dedete verkondigden, de gesprekken van de oudere mensen die elkaar op straat tegenkwamen. De loze uren. Het feit dat ik er van hield om door Oud Havana te slenteren weerhield me er niet van op mijn hoede te zijn toen ik met mijn vriend Evelio wat borrels achterover sloeg bij mijn aankomst in Havana, na twee jaar geen druppel alcohol te hebben gedronken. Korte tijd later was ik iedere avond aan de rol en begon ik laat op mijn werk te komen, of helemaal niet. Dus toen vroeg ik een bevriende arts medische verklaringen voor me te schrijven (net zoals je op school alleen maar een doktersbriefje nodig had om je afwezigheid te rechtvaardigen). In ruil voor wat flessen rum schreef mijn vriend de dokter ‘Ik verklaar’-briefjes die ik later in zou vullen met drie verschillende ziektes die ik jaren daarvoor had geleerd om mijn afwezigheid op school te rechtvaardigen: acute keelontsteking, chronische voorhoofdsholteontsteking en een verstuikte enkel. Er was niets nieuws of origineels aan. Al mijn superieuren wisten dat het onzin was, maar ze waren er alleen maar op uit een officieel document te hebben dat hen niet in problemen zou brengen omdat ze het hadden getolereerd.

Permanent verzaken
Zij deden precies hetzelfde als ze wegreden in een bedrijfsauto op weg naar een strandpaviljoen met hun geliefden. Het had geen gevolgen. Zelfs de eerste directeur verzaakte zo zijn werk. Ik zeg niet dat ze betere excuses dan die ziektes wilden, ik zeg alleen maar dat het dezelfde procedure was. Hoe hoger je positie, hoe normaler het was je werk te verzaken om een titi (zoals jonge vrouwen destijds in de volksmond werden genoemd ) naar een strandhuis mee te nemen, samen met hun dikke buiken, een baseball cap, een geroosterd varken en een paar kratten ijskoud bier.

covermartinguevarshadowofamythLinken
* Op de website Havana Times (27 mei 2014) verscheen een interview met Martin Guevara: Leftist, Rightist or Centrist?,  gemaakt door Yusumi Rodriguez
* De weblog van Martin Guevara

Noot
* Bezoekers van de website Havana Times wijzen erop dat bladen als Hola, Vogue en Vanidades in Cuba altijd populair waren hoewel moeilijk verkrijgbaar. In 1976 kreeg hotel Habana Libre (ex-Hilton) de eerste winkel waar in Amerikaanse dollars dergelijke zaken gekocht konden worden. Binnen enkele maanden telde Havana een serie van zulke deviezenwinkels, in de eerste plaats bestemd voor ‘los pinchos’ of ministers en hun families, hoge militairen en politie en natuurlijk de oude en bebaarde helden van de Sierra Maestra. De laatsten mochten in het begin nog met Cubaans geld betalen. Bier als Bucanero, Cristal en Hatuey was destijds voor de vip’s van de partij in peso’s verkrijgbaar.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s