Het best bewaarde geheim van Fidel Castro (2)

De officiële Cubaanse versie van de affaire rond Ochoa luidt dat een groep ambtenaren van MININT (Ministerie van Binnenlandse Zaken) onder leiding van Antonio de la Guardia 15 operaties van drugshandel heeft georganiseerd tussen januari 1987 en april 1989 en dat ze via Cuba zes ton cocaïne hebben ingevoerd in de VS, afkomstig van het kartel van Medellín, waarvoor ze drie en een half miljoen dollar hebben opgestreken. De la Guardia en die ambtenaren behoorden tot het Departement MC (Moneda Convertible – Geldomwisselen) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Waarom was dat departement in het leven geroepen?

De gezworen kameraden in 1988. Van links naa rechts: Norberto Fuentes, auteur en vriend van de familie Castro, verliet in 1989 na een hongerstaking Cuba, Tony de la Guardia, Raul Castro, toen Minister van de Strijdkrachten en Carlos Aldana. Hij was partij-ideollog, werd weggezuiverd en zou nu ergens in een fabriek in Havana werkzaam zijn.

De gezworen kameraden in 1988. Van links naar rechts: Carlos Aldana, partij-ideoloog, werd weggezuiverd en zou nu ergens in een fabriek in Havana werken, Tony de la Guardia, Raúl Castro, Minister van Defensie en Opperbevelhebber va de Strijdkrachten en Norberto Fuentes, auteur en vriend van de familie Castro, die in 1989 Cuba verliet na een hongerstaking.

Dit departement van het Ministerie van Binnenlandse Zaken onder leiding van Tony de la Guardia realiseerde geheime operaties om de blokkade (of het  embargo) te breken en in de VS de technologie te verwerven die Cuba nodig had. Ze contracteerden bootslieden in Miami, voor het grootste deel Cubaanse emigranten, om die naar Cuba te brengen. Ze hadden een wat Fidel definieerde als ‘piratenpatent’ voor hun operaties. En de VS infiltreerde agenten van de CIA en de DEA (Drug Enforcement Administration) onder de bootslieden.

Volgens de officiële Cubaanse versie beginnen de operaties van de drugshandel in 1987. Maar in mei 1983 sprak president Ronald Reagan al van ‘duidelijke bewijzen dat functionarissen op hoog niveau in de Cubaanse regering verwikkeld waren in de drugshandel naar de VS’. Wanneer begonnen die operaties?
Het grootste gedeelte van de getuigenissen waar ik toegang toe heb gehad, zijn het er over eens dat er vóór 1987 drugsoperaties waren, maar ze verschillen in data, motieven en procedures.

Een van uw bronnen, die u Tocororo noemt, heeft bekend dat Antonio de la Guardia bevelen van Fidel Castro uitvoerde.
Was het mogelijk drugshandel via Cuba te organiseren zonder dat Fidel het wist en daarvoor toestemming had gegeven? En, van de andere kant, kon Fidel zo onverstandig zijn om de VS het grote argument voor hun agressie te verlenen? De getuigenis van Tocororo is een versie naast vele anderen in mijn boek. Hij kan waar zijn, maar ook niet. Iedere lezer zal zijn eigen conclusies kunnen trekken uit de door mij aangevoerde documentatie en getuigenissen. Als we de officiële versie accepteren (drugsoperaties uitgevoerd door een afdeling van MININT zonder toestemming van Fidel), dan ontbreekt ons nog een goede verklaring voor het gebrek aan controle betreffende de ‘piraten’.

In El rey de la cocaina (De koning van de cocaine) beweert Ayda Levy, weduwe van de Boliviaanse drugshandelaar Roberto Suárez, dat haar man en de Colombiaanse drugsbaas Pablo Escobar in januari 1983 van Bogota naar Havana zijn gereisd voor een bijeenkomst met Fidel Castro. Volgens haar zeggen werden ze voor dat bezoek in Havana uitgenodigd door de Cubaanse ambassadeur in Colombia, Fernando Ravelo en door Antonio de la Guardia. Ze gingen er heen met het vliegtuig van Escobar, ze dineerden in Marina Hemingway met Arnaldo Ochoa en Patricio de la Guardia en de volgende dag kwamen ze met de minister van Binnenlandse Zaken, José Abrantes, overeen één miljoen dollar per dag te betalen voor het gebruik van het Cubaanse luchtruim en territoriale wateren voor hun handel naar de VS. Na afloop van deze deal bracht Ochoa Suárez en Escobar per helikopter naar Cayo Piedra, waar Fidel en Raúl Castro hen stonden op te wachten. Volgens Levy duurde die verbintenis niet langer dan twee jaar, waarin Havana zo’n 500 miljoen dollar opstreek. Kan men zo nog van verschillende Cubaanse connecties in de drugshandel spreken, uitgevoerd door dezelfde personages?
Wat Aldy Levy vertelt valt geheel onder haar eigen verantwoordelijkheid, maar ze onthulde me iets wat ze niet in haar boek heeft gezet. Ze zegt dat ze in een kluis zeer belangrijke documentatie heeft over de operaties van de drugshandel. Daar kan dus doorslaggevende informatie bij zitten. Ook is mij verteld dat er minstens twee Cubaanse connecties zijn geweest met de drugshandel via verschillende functionarissen, maar dat heb ik niet in mijn boek gezet omdat ik daar niet voldoende bewijs voor heb. Nu geeft de zoon van Pablo Escobar een boek uit waarin hij alleen maar zegt dat zijn vader ‘de medeplichtigheid had van officieren met hoge rang in het Cubaanse regiem’.

felix -rodrigez(links)-en-james-steele (rechts)-actief voor vs in el salvador

Felix Rodriguez (links) met CIA-agent James Steele (rechts) tijdens de burgeroorlog in El Salvador

Eerder heeft u al gesproken over een driehoek van de CIA met de contra’s van Nicaragua en het kartel van Medellín. In uw boek spreekt u over de twee routes van het kartel van Medellín om cocaïne in de VS in te voeren: de imperialistische, met vluchten van de CIA vanuit Mexico met medeplichtigheid van de regering van de PRI, en de revolutionaire, die een tussenlanding maakten in Cuba. Over deze laatste hebben we al gesproken en nu wil ik graag dat u de imperialistische route beschrijft.
De Reagan-administratie organiseerde onmiddellijk met de CIA een leger van huurlingen (de contra’s) om vanuit Honduras, El Salvador en Costa Rica het sandinistische regiem van Nicaragua te bestrijden. Toen het Congres van de VS de financiering van die oorlog verbood, als gevolg van de terroristische operaties van de CIA en zijn huurlingen, gaf de Nationale Veiligheidsraad (CSN) de CIA opdracht een net op te zetten voor de commercialisering van cocaïne met de drugshandelaren van Bolivia, Colombia en Mexico om in het geheim de contra’s te financieren. De vliegtuigen van de CIA brachten de ladingen cocaïne de VS binnen, daarbij ook gebruikmakend van militaire bases. Hier in Madrid is onlangs de film Matar al mensajero (De boodschapper doden), die over die samenzwering verhaalt, in première gegaan. De toenmalige president van Mexico, Miguel de la Madrid, werkte met de Reaganadministratie samen in de opslag voor de contra’s. De CIA had de medeplichtigheid van de Federale Veiligheidsdienst (DFS), de politieke politie van de Mexicaanse PRI. Een deel van de door de CIA ingevoerde cocaïne werd verhandeld in de vorm van crack, een zeer gevaarlijk derivaat dat een golf van doden teweeg bracht onder de verbruikers in de zwarte wijken van Los Angeles. De CIA en de DFS elimineerden de agent van de DEA, Enrique Camarena, en de Mexicaanse journalist Manuel Buendía toen zij de triangel van de CIA met de contra’s en de kartels van Guadalajara (Mexico) en Medellin (Colombia) ontdekten. De operaties stonden vanuit het Witte Huis onder leiding van luitenant-kolonel Oliver North van de CSN. Zijn gedelegeerden op de militaire basis Ilopango in El Salvador waren de Cubaanse agenten van de CIA, Félix Rodríguez en Luis Posada Carriles. Rodríguez die een direct lijntje had met de toenmalige vicepresident George Bush, verhaalt dit in zijn autobiografie Guerrero de las sombras (Krijger in het duister).

Linken
* Er zijn diverse films bij YouTube te vinden over het proces Ochoa.
De eerste (4 minuten) vat het proces samen en een tweede (10 minuten) bevat ook beelden van Ochoa’s reactie op de beschuldigingen voor de militaire rechtbank.

- VBK media - ISBN:  9789043917636    - Paperback, 272 pagina’s    - Prijs € 19, 99, e-book €9,99

– VBK media
– ISBN: 9789043917636
– Paperback, 272 pagina’s
– Prijs € 19, 99, e-book €9,99

Noot
* Lijfwacht Sánchez van Fidel Castro volgde van nabij het proces Causa No1 (tegen Ochoa) en Causa Nr 2 (tegen Abrantes) vanuit de filmzaal op de vierde verdieping van het Ministerie van Defensie via een gesloten televisiecircuit. Grote delen van de zittingen werd via de Cubaanse televisie vertoond, maar met vertraging om het bewind in staat te stellen te censureren wanneer sommige passages te pijnlijk zouden blijken te zijn. Fidel, aldus Sánchez, beschikte over een systeem waarmee hij de president van de rechtbank via een lichtsignaal discreet kon waarschuwen wanneer het verstandig zou zijn de zitting te onderbreken. Dan kwamen de rechtbankpresident, de procureur en de juryleden aandraven op de vierde verdieping van het ministerie om hun orders bij Fidel te halen, aldus Sánchez in zijn recent in het Nederlands verschenen boek ‘Het verborgen leven’ van Fidel Castro.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s