Economische veranderingen maken groeiende ongelijkheid zichtbaar

Cubanen in sloppenwijken als El Fanguito in Havana (vrij vertaald als klein moeras) hebben vaak geen familieleden in het buitenland, die hun schamele salarissen kunnen aanvullen. Dat schrijft Randal C. Archibold in een reportage in de New York Times van 24 februari 2015.

Jonas Echevarria steekt de Almendaresrivier over

Jonas Echevarria steekt de Almendaresrivier over

De rivier waarin Jonas Echevarria vist, loopt door wijken met nieuwe chique restaurants, spa’s en boetiekjes, die als paddenstoelen uit de grond schieten ten gevolge van de stimulering van particuliere ondernemingen in Cuba. Blokken met verwaarloosde huizenbloks en luxe appartementen tonen vergane glorie en nieuwe welvaart. Privé restaurants (paladares) serveren varkenshaas, mignonfilet en eend aan toeristen, Cubaanse Amerikanen op bezoek bij familieleden en een groeiende groep Cubaanse ondernemers die geld te besteden hebben. Die gerechten maken geen deel uit van het avondeten van Jonas Echevarria, die enkel wat eieren, weegbree en een handje vol broodjes in zijn voorraadkast heeft. In zijn wijk aan de rand van de samenleving, de sloppenwijk El Fanguito (vrij vertaald als klein moeras), gelegen aan de Almendares rivier, hebben slechts enkelen familieleden in het buitenland die geld opsturen. Voedselvoorraden zijn nauwelijks voldoende om de maand door te komen. Bovendien zijn de huizen gemaakt van zaagsel, afbrokkelend beton en tinnen golfplatendaken, niet bestand tegen overstromingen. Niemand gaat naar paladares en men heeft al helemaal het geld niet om er zelf een te beginnen. ‘Nooit’, zei meneer Echevarria, wiens bestaan afhangt van de dagelijkse visvangst. ‘Ik denk dat ik het water niet eens zou kunnen betalen.’

Rijk en arm, zwart en blank
Nu Cuba zich meer openstelt voor particuliere ondernemingen wordt de kloof tussen rijk en arm en blank en zwart groter en duidelijker zichtbaar. Terwijl de revolutie van de jaren vijftig juist de intentie had deze kloof te verkleinen. Verwacht wordt dat de verschillen nog meer zullen groeien nu (als onderdeel van president’s Obama’s historische ‘verzoenende’ relatie met Cuba) het bedrag dat Amerikanen naar hun familieleden op het eiland mogen sturen is verhoogd van $2000 naar $8000 per jaar. Geld van familieleden en kennissen in het buitenland maakt met naar schatting tussen de $1 miljard en $3 miljard dollar al een groot deel uit van de inkomsten achter de nieuwe kleine ondernemingen. Naast de export van mineralen, farmaceutische producten en suiker en inkomsten uit toerisme is de buitenlandse geldstroom recentelijk een van de belangrijkste stimulansen van de Cubaanse economie geworden. De regering Obama beweert dat het vergroten van toegestane geldzendingen alsmede een toename van Amerikaanse toeristen die zullen worden toegelaten op Cuba en andere maatregelen die de diplomatieke relaties tussen beide landen zal verbeteren ‘de Cubanen zal steunen’.

Geldstromen voor ondernemers
Enkelen zullen echter meer steun genieten dan anderen. Cubaanse economen stellen dat blanken 2.5 keer meer kans hebben geld te ontvangen uit het buitenland dan zwarte Cubanen. Deze benadeelde groep leeft vaak in sloppenwijken als El Fanguito / Klein Moeras en is daarmee haast onzichtbaar bij de toegenomen commercie zoals de particuliere restaurants en bed and breakfasts waar toeristen veelal de voorkeur aan geven. ‘Geldstromen hebben geleid tot nieuwe vormen van ongelijkheid, met name raciale ongelijkheid’, zegt Alejandro de la Fuente, directeur van het Afro-Latijns onderzoeksinstituut aan de Harvard Universiteit. ’Tegenwoordig worden geldstromen om privé ondernemingen op te zetten of te financieren niet langer gebruikt voor de aanschaf van allerlei consumptiegoederen zoals vroeger het geval was.’ De Cubaanse overheid beweert dat een verschuiving naar meer particuliere bedrijven, een pijler van de strategie om de economie te stimuleren, de regering helpt zich te richten op speciale sociale programma’s om de meest hulpbehoevenden bij te staan. Zoals op een billboard in Havana te lezen is: ‘De veranderingen in Cuba dienen om meer socialisme te creëren’.

El Fanguito

El Fanguito

Arme Cubanen zijn gefrustreerd door de voordelen die Cubanen met toegang tot financiële middelen uit het buitenland hebben in deze nieuwe economie en de verslechtering in welvaart die zijzelf ervaren. ‘Naarmate Cuba de afgelopen twintig jaar kapitalistischer is geworden, zijn de ongelijkheden ook toegenomen’, zegt Ted Henken, professor die de Cubaanse economie bestudeerd aan het Baruch College. ’Deze sloppenwijken zijn over heel Latijns Amerika te vinden en de Cubaanse poging met een revolutie de ongelijkheid terug te dringen werkte voor een bepaalde periode. Naarmate het kapitalisme toeneemt zijn er mensen met een goede positie die daar gebruik van maken en anderen die daar niet de mogelijkheid toe hebben.’ In restaurant Starbien, een van de populairste restaurants in Havana ‘bestaat een aanzienlijk deel van de klanten uit mensen woonachtig op Cuba in plaats van toeristen en expats’, zegt eigenaar José Raúl Colomé. ‘Enkelen zijn succesvolle artiesten en kunstenaars of ondernemers die geluk hebben gehad. Uiteraard bestaat de meerderheid uit toeristen maar we zien een toename in Cubanen, de middenklasse zou je kunnen zeggen.’ In armere wijken als La Fanguita voelen veel inwoners zich buitenlanders in eigen land omdat ze vanwege gebrek aan financiële middelen geen deel uit kunnen maken van de opkomende economie. Ze merken op dat met name blanke Cubanen particuliere ondernemingen beginnen. Dit onderwerp wordt echter voorzichtig benaderd, met aandacht voor de verdiensten in onderwijs en gezondheidszorg die de revolutie Afro-Cubanen bracht, maar ook de economische malaise die de zwarte bevolking raakte. ‘Ik kijk vaak bij die nieuwe zaakjes naar binnen maar zie niemand zoals ik ‘, zegt Marylyn Ramirez, die langs nieuwe restaurants loopt op weg naar haar werk in een toeristenhotel in de wijk Varadero. Bij de vraag of ze wel eens geld ontving van familieleden uit het buitenland, toont ze een grimas terwijl ze naar haar kleine huiskamer wijst die veelvuldig onderloopt tijdens stortbuien. ‘Denk je dat ik hier zou wonen als ik dat had?’, vraagt ze.

Zonder papieren en bonnenboek
Na de Speciale Periode in de jaren ’90, toen de val van de Sovjet Unie Cuba in een economische crisis bracht, trokken duizenden wanhopige Cubanen van het platteland naar de stad in de hoop daar werk te vinden. Velen wonen nochtans als virtuele vluchtelingen in eigen land, in wijken als La Fanguita, niet in staat zich in te schrijven voor overheidsdiensten als rantsoenenboekjes, omdat het feitelijk onmogelijk is woonadres te wijzigen zonder vooraf toestemming te hebben gekregen. ‘Het uitroeien van armoede is altijd een zaak van belang geweest, maar het is de regering nooit gelukt dergelijke sloppenwijken uit de weg te ruimen tijdens de hoogtijdagen van de Cubaanse welvaartsstaat’, zegt Alejandro de la Fuente, ‘en het zal tegenwoordig nog veel moeilijker worden’.

Onderwijs en gezondheidszorg
Veel inwoners benoemen gratis onderwijs en gezondheidszorg van de overheid maar betreuren het feit dat beiden vroeger van betere kwaliteit leken, met kortere rijen voor gezondheidszorg en betere docenten. Enkele inwoners zeiden dat de armere Cubanen die wel geld vanuit het buitenland ontvingen vaak privédocenten betalen om te zorgen dat hun kinderen de bovenbouw halen. Een inwoner stelt dat ‘de overheid een programma had opgezet waarbij mensen zonder koelkast er een konden aanschaffen voor $300. Maar de maandelijkse aflossing, betaald van een overheidssalaris van $20 per maand kan jaren duren, nog langer dan de tijd dat een koelkast meegaat.’

pesos-met-bananenDubbele valuta
Het gebruik van twee soorten valuta benadeelt Cubanen nog meer. De convertible peso is gekoppeld aan de dollar en wordt gebruikt voor toerisme en buitenlandse handel. De meeste Cubanen worden echter uitbetaald in de lokale peso, vele malen minder waard dan de convertible peso. De meeste consumptiegoederen en luxegoederen uit het buitenland moeten in de laatstgenoemde valuta betaald worden, wat maakt dat deze luxe niet is weggelegd voor de meeste Cubanen. Een huizenconstructie programma opgezet door de overheid heeft de vraag niet bijgehouden. Bovendien weigeren velen hun huizen te verlaten tijdens stortbuien, uit angst dat de overheid hen terugkeer ontzegt of krakers hun huizen zullen overnemen. Geïmproviseerde elektriciteitsdraden die langs muren en plafonds lopen vormen een duidelijk brandgevaar. ‘Zo nu en dan moet de regering evacuaties afdwingen’, zegt een inwoner. ‘Stagnerende overheidssalarissen hebben vele Cubanen de toegang ontzegd tot de huizenmarkt die ontstond nadat de regering de koop en verkoop van huizen vorig jaar toestond’, zegt Carmelo Mesa-Lago, emeritus hoogleraar en jaren lang onderzoeker van de Cubaanse economie, aan de Universiteit van Pittsburgh. ‘Hervormingen zoals de autorisatie huizen te verkopen komt enkel degenen ten goede die de beste huizen hebben, omdat zij die kunnen verkopen en er een kleiner huis voor terug kunnen kopen, maar degenen met slechte behuizing hebben er niets aan.’

Pensioen
Ondanks de vele problemen praten weinigen openlijk over het verlaten van het eiland, met name omdat ze geen familieleden in het buitenland hebben of geld voor een visum of vliegticket. Het alternatief is in gammele of geïmproviseerde bootjes te vertrekken, een reis die tot de dood kan leiden of detentie of repressie door de Cubaanse overheid. ‘Ze pakken je, stoppen je in de gevangenis en laten je niet langer vissen’, zegt Jonas Echevarria. Eugenio Azcaly (61), kok in een staatsrestaurant, denkt met zijn ervaring en vaardigheden een paladar te kunnen openen of runnen, maar hij heeft geen financiële middelen of steun van familieleden in het buitenland. De staat is goed voor hem geweest door hem de mogelijkheid te hebben verleend op jonge leeftijd naar Oost Duitsland te gaan. Hij maakte het begin van de paladares mee is benieuwd naar zijn nabije pensioen. ‘Ik zal moeten blijven werken, maar ik heb geen idee waar. Ik weet niet of de nieuwe ondernemingen me zouden aannemen’. Meneer Echevarria zei een schamele $15 per maand te verdienen, nog onder het gemiddelde maandsalaris van $20 voor Cubaanse arbeiders.’Het is nooit genoeg maar we moeten altijd trachten rond te komen.’

Bron
* New York Times, 24 februari 2015

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s