Cuba hervormt aarzelend, maar centralisme blijft

Vandaag worden de ambassade van Cuba en de Verenigde Staten in Washington en Havana heropend. Die in Washington wordt vanochtend feestelijk heropend in aanwezigheid van de Cubaanse Minister van Buitenlandse Zaken, Bruno Rodriguez plus 20 andere gasten uit Cuba en 500 genodigden uit de VS zelf. De Amerikaanse ambassade in Havana gaat vandaag wel open maar wordt pas in augustus in aanwezigheid van Minister Kerry van Buitenlandse Zaken ceremonieel geopend.

bandera-vs-cuba-bicitaxiDe betrekkingen tussen Cuba en de Verenigde Staten ontdooien. In december kondigden de presidenten Raúl Castro en Obama herstel van de diplomatieke betrekkingen aan. De VS werken aan opheffing van het sinds 1961 bestaande embargo. Allemaal ‘historische stappen’, zo betogen Cuba-specialisten in de media. Maar wat betekenen ze voor gewone Cubanen? Ondanks voorzichtige economische hervormingen en de opening naar de wereld blijft ‘de dialoog van het regime met de Cubanen zelf’ uit, oordeelt een Cubaanse dissidente.  

Kees van Kortenhof (Glasnost in Cuba) concludeert in een publicatie op de website La Chispa verder dat grote buitenlandse ondernemingen ruim baan krijgen maar dat het particulier ondernemerschap voor Cubanen zelf door allerlei maatregelen gefrustreerd wordt.

De Cubaanse ambassade gisteren in Washington

De Cubaanse ambassade gisteren in Washington

De hervormingen – door de Cubaanse autoriteiten omschreven als ‘aanpassingen aan het socialistisch systeem’ – worden vooral ingegeven door politieke en economische factoren. Sinds de val van het communisme eind jaren tachtig en de stopzetting van de miljardensteun uit de Sovjet-Unie zijn de economische problemen voor het Caribische eiland sterk gegroeid. Er komt nog steeds gratis olie uit Venezuela maar wat gebeurt er als daar in december Maduro’s partij de verkiezingen verliest?

Landbouw
Het jarenlange mismanagement bij de staatsbedrijven en de verwaarlozing van de landbouw maken dat het land al jaren achtereen voor miljoenen dollars voedsel moet importeren uit het buitenland. In 2015 voerde Cuba voor 2,2 miljard dollar aan voedsel in. Ondanks het embargo kwamen er granen, rijst, tarwe, soja, bonen, melkpoeder en kippen uit de VS. Raúl Castro wilde een einde aan maken aan deze dure importen en die vervangen door voedsel uit eigen land. Hij gaf 180.000 Cubaanse kleine boeren land in bruikleen. Zij kregen bovendien toestemming een veel groter deel van de oogst op de vrije markt te verkopen en de prijs die de staat aan de boeren voor hun producten betaalde werd verhoogd. Maar de productie van wortelgewassen, groenten uit de tuinen, aardappels, koffie en bananen blijft stagneren. Vaak is de distributie een probleem zoals op dit moment met de aardappels. Cubanen vinden soms creatieve oplossingen om dergelijke tekorten bij familie op het platteland te verhelpen. Daarom hangt er sinds kort in een postkantoor in Havana een waarschuwing: ‘Verboden aardappels te verzenden in postzakken.’

De kleine ondernemer

De kleine ondernemer

Ruimte voor kleine ondernemers
Raúl Castro besloot ook staatsbedrijven te sluiten waardoor in een periode van 2 jaar meer dan 500.000 Cubanen hun werk bij de overheid verloren. Om die werkloosheid op te vangen kwam er ruimte voor particuliere initiatieven. Op dit moment kunnen Cubanen een eigen zaak beginnen in 201 beroepen, inclusief het lezen van de Tarot. Voor veel Cubanen bleek dit een uitkomst en na enige tijd konden deze particuliere ondernemers of cuentapropistas zich niet alleen handhaven maar behaalden vaak ook betere resultaten dan de staatsbedrijven. Veel verkopers van kleding, schoenen en andere artikelen boden producten aan, die én goedkoper én van betere kwaliteit waren dan die in de winkels van de staat. Bij gebrek aan een interne groothandel kwamen veel producten uit het buitenland en werden die vaak toegestuurd door Cubanen die daar woonden, bijvoorbeeld uit de VS, Venezuela en Ecuador. Enkele kleine ondernemers boden artikelen aan die men zelfs in de speciale valutawinkels niet vond. In de particuliere restaurants of paladaressen gebeurde iets soortgelijks. De eigenaren van deze zaken ontvingen uit het buitenland producten die ze niet in eigen land konden kopen of die op de binnenlandse markt verboden waren of onbetaalbaar. Als gevolg hiervan, en door grote eigen inspanningen steeg de kwaliteit van het eten en de dienstverlening in de privérestaurants ten koste van het aanbod in de restaurants van de staat. In 2012 maakte de overheid een einde aan deze in haar ogen ongewenste situatie. Nieuwe ondernemers werden geconfronteerd met strenge eisen, verhoogde douanetarieven bijvoorbeeld voor in te voeren kleding en aangescherpte maatregelen op het gebied van hygiëne en sanitaire voorzieningen, die blijkbaar niet gelden in de smerige staatsondernemingen. De nieuwe ondernemers werden ook geconfronteerd met hoge belastingtarieven, de corruptie van inspecteurs en andere functionarissen. En er is de lijdensweg voor elke kleine ondernemer naar voorraden om hun zaak te doen draaien. Een pizzaverkoper die geen bloem en kaas kan krijgen in het illegale circuit, betaalt op de legale markt het driedubbele.

cuentapropista-broodSuccesvol midden- en kleinbedrijf
Het lijkt erop dat het zelfstandig ondernemerschap voor de staatsinstellingen een stap te ver was en dan is de vraag gerechtvaardigd of de Castro-regering wel de wens heeft om een succesvol en zelfstandig midden- en klein bedrijf te ontwikkelen. Het zelfstandig ondernemerschap is in Cuba uit nood geaccepteerd maar formeel blijft het onwettig. Artikel 21 van de Grondwet luidt immers nog steeds dat ‘het eigendom van middelen en instrumenten voor persoonlijk gebruik niet ingezet mag worden om inkomsten via werkzaamheden van anderen te verwerven.’ Sinds 2012 groeide het aantal zelfstandige ondernemers tot bijna een half miljoen maar zij blijven afhankelijk van de staat en onderworpen aan haar beslissingen en grilligheden. De regels van het spel zijn nog steeds gebaseerd op de centralistische communistische planning. Er zijn cuentapropistas die bij een inkomen van meer dan 2000 dollar per jaar meer dan 50% belasting moeten betalen. In andere Latijns-Amerikaanse landen is dat gemiddeld 27%. Edwin Timmer liet recent in Elsevier de kritische econome Miriam Leiva in Havana aan het woord. Zij betwijfelt of het embargo van de VS wel de hoofdoorzaak van Cuba’s problematiek is, zoals de machthebbers met een verwijzing naar het Imperio del mal / Het Rijk van het Kwaad (een aanduiding voor de VS in Cubaanse staatsmedia) gewoon waren te doen. Leiva: ‘Goed. Misschien hadden we goedkoper kunnen inkopen bij onze noorderbuur. Maar ons echte probleem is natuurlijk de staatsgeleide economie. De inefficiëntie. De fout na fout die ministeries opstapelen. Dan zijn er ineens weer geen grondstoffen om zoiets basaals als zeep of shampoo te produceren. En de tegenwerking tegen de stapjes richting marktwerking, omdat ambtenaren hun macht en hun auto met chauffeur niet willen verliezen.’

De opening van de Cubaanse ambassade in Washington vandaag is het grootste mediaspektakel van officieel Cuba op het grondgebied van de VS. De laatste keer vond dit plaats in 1959 toen Fidel Castro enkele dagen Washington bezocht. Hier poseert hij met een meisje van 16 maanden in de omgeving van de Cubaanse ambassade, die in 1961 werd gesloten

De opening van de Cubaanse ambassade in Washington vandaag is het grootste mediaspektakel van officieel Cuba op het grondgebied van de VS sinds 1959. Toen bezocht de Cubaanse leider Fidel Castro enkele dagen Washington. Hier poseert hij met een meisje van 16 maanden in de omgeving van de Cubaanse ambassade, die in 1961 werd gesloten.

Welkom internationale ondernemers
Kleine ondernemers in Cuba voelen zich dan ook gemangeld door de eigen aspiraties en de eisen van de Cubaanse overheid. Met enige afgunst wijzen ze naar het royale welkom dat buitenlandse investeerders in Cuba ten deel valt. De nieuwe wet op buitenlandse investeringen maakt het aantrekken van buitenlands kapitaal zo goed als vrij. Investeerders kunnen rekenen op acht jaar belastingvrijstelling, deelname tot 100% buitenlands kapitaal en de zekerheid dat hun bedrijven niet meer door de Cubaanse staat onteigend kunnen worden. De Cubaanse econoom Omar Everleny, verbonden aan een onderzoeksinstituut in Havana dringt dan ook aan op gelijkwaardige faciliteiten voor Cubaanse bedrijven als die voor internationale bedrijven. ‘We moeten vaart zetten, ophouden met geheimzinnigheid en niet alleen kijken naar grote economische projecten.’

Raúl-Castro-ObamaMeer ongelijkheid
Critici van het huidige hervormingsbeleid wijzen op de grotere ongelijkheid die in de Cubaanse samenleving ontstaat. Grote delen van de bevolking profiteren niet van de liberalisering. Zij hebben steeds meer geld nodig om te kunnen eten, zich te kleden en in hun basisvoorzieningen te voorzien maar hun maandsalaris blijft rond de 20 dollar schommelen. De libreta of rantsoeneringkaart is al lange tijd niet toereikend om de maand door te komen en de prijzen van producten als rijst, tandpasta, scheerzeep of olie op de vrije markten zijn hoog. Ondanks de mantra van de ‘gratis gezondheidszorg’ weten Cubanen maar al te goed dat behandelingen in ziekenhuis of bij de tandarts sneller en beter worden uitgevoerd als de patiënt ‘bijbetaalt’. En als de volksapotheek geen medicijn tegen diarree meer heeft, betaalt de Cubaan 6 dollar bij de Farmacia Internacional. Economen die dicht bij de overheid staan, zoals Julio Carranza en aandringen op snellere economische hervormingen, lijken tijdelijke inkomensverschillen te accepteren als onderdeel van het nieuwe economische model zonder dat dit leidt tot uitsluiting en marginalisering. Sectoren als onderwijs, medische zorg en sociale zekerheid zouden niet geprivatiseerd mogen worden, zegt Carranza en hij bepleit een open debat over de mate waarin de Cubaanse samenleving bereid is maatschappelijke ongelijkheid te accepteren. Dissidente Rosa Maria Payá wijst ook op de noodzaak van een publiek debat en constateert dat de Cubaanse regering zich wel ‘dertig maal kan openen naar de wereld maar dat de dialoog van het regime met de Cubanen zelf’ uit blijft. Raúl Castro geeft geen blijk een eerste stap te willen zetten naar zo’n dialoog, een politieke opening en respect voor oppositie. Nog elke weekend worden tientallen vrouwen van de mensenrechtengroepering Damas de Blanco gearresteerd omdat zij pleiten voor alomvattende mensenrechten in Cuba. Er bestaat bij de autoriteiten angst om de controle te verliezen. Dat is niet verwonderlijk want 70% van de Cubaanse economie is in handen van militairen en (ex-) medewerkers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Die zullen hun economische macht niet zonder meer loslaten. Dat bleek toen deze week bekend werd dat in april volgend jaar het 7e congres van de Cubaanse Communistische Partij (PCC) zal worden gehouden. Partijkrant Granma formuleerde in het bekende maar sterk verouderde partij-jargon het doel van dit congres en dat is weinig belovend, namelijk ‘de weg verfijnen om voort te gaan met de perfectionering van ons economische en sociale model’.

Kees van Kortenhof

Link
* De website La Chispa
* Met Oog op Morgen, 19 juli 2015, 23.16 uur.
Diplomaat Coen Stork over zijn periode als ambassadeur in Cuba (1982-1987) en zijn verwachting nu.
* NOS Radio 1 vandaag over aanknopen diplomatieke relaties tussen Cuba en de VS

* Spaanse vertaling van deze tekst ; met dank aan de vrienden van CubaNuestra in Zweden

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s