Balletvoorstelling over Vilma Espin, de vrouw van Raúl Castro

Vilma is de titel van een nieuw werk van het Nationaal Ballet van Cuba, geleid door de legendarische Alicia Alonso. Vilma moet een eerbetoon worden aan Vilma Espín (1930-2007), de overleden echtgenote van Raúl Castro die dit jaar 85 zou zijn geworden. Vanaf 1960 tot haar dood in 2007 leidde Espín de Federación de Mujeres Cubanas/Federatie van Cubaanse Vrouwen FMC, die dit jaar 55 jaar bestaat. Ex-ballerina Alicia Alonso (94) zegt dat de choreografie de ‘belangrijke bijdragen’ van Vilma Espin wil zichtbaar maken aan ‘de opbouw van een nieuwe wereld’ en legt uit dat sprake zal zijn van ‘een herbeleven van haar indrukwekkende levensloop vanaf de jaren van haar jeugd.’

Vilma Espín

Vilma Espín

Alonso legt er de nadruk op dat de schrijvers van de choreografie  o.a. Eduardo Blanco, zich ervan bewust waren dat het onmogelijk is om in een balletvoorstelling ‘dit rijke leven te kunnen beslaan’ en dat het ballet ‘een respectvolle benadering zal vormen van de essentie van deze zo geliefde en nog vaak betreurde heldin.’ Het stuk wordt op 29 augustus opgevoerd in het Nationaal Theater in Havana met muziek van de Cubaanse pianist Frank Fernández. Naast het ballet wordt een audiopresentatie getoond, samengesteld door Alejandro Pérez, een bekende Cubaanse producent van audiovisuele producties in Cuba. De rollen worden gedanst door Anette Delgado en Dani Hernández, samen met Chanell Cabrera en anderen.

Vilma Espín en de jeugdige Raúl Castro

Vilma Espín en de jeugdige Raúl Castro

Partijtrouw
Vilma Espín stierf op 18 juni 2007 na een lang ziekbed. Zij was vanaf het begin van de revolutie een vertegenwoordiger van de generatie van revolutionaire vrouwen en zou in 1960 gekozen worden tot voorzitter van de vrouwenbond FMC, die in hetzelfde jaar door Fidel Castro was opgericht. Ook was ze lange tijd lid van het Politburo van de Cubaanse Communistische Partij (PCC) van Cuba. Volgens de onafhankelijke publiciste en blogger Miriam Celaya waren in 1960 alle vrije organisaties voor vrouwen, opgericht sinds het ontstaan van de Republiek in 1902, toen al ontbonden en verboden. Tweeëntachtig procent van de Cubaanse vrouwelijke bevolking maakt nu deel uit van de FMC, dat zijn vier miljoen vrouwen. Miriam Celaya beschreef in 2013 de rol van de FMC als een van de massaorganisaties van de Cubaanse revolutie. Haar tekst is samengevat en volgt hieronder.

Trouw aan de revolutie
De FMC was in de eerste jaren ook sterker gericht op de onderdrukking van onafhankelijke tendensen die een uitdaging zouden betekenen voor de revolutionaire en zeer mannelijke machthebbers dan dat ze opkwam voor vrouwenbelangen. De participatie van de vrouw werd bepaald door haar trouw aan de revolutie en de officiële ideologie. En dat werd nog eens versterkt in 1961 toen het ‘socialistisch karakter’ van het revolutionair proces werd bekrachtigd. De FMC schaarde zich daar automatisch achter en daarmee verdween het aspect van de emancipatie van de vrouw, waar Cubaanse vrouwen ook voor 1959 al tientallen jaren mee bezig waren.

Alicia Alonso, de oprichter van het Nationaal Ballet van Cuba begroette vorig jaar haar dansgroep.

Alicia Alonso, de oprichter van het Nationaal Ballet van Cuba begroette vorig jaar haar dansgroep.

Vrouwenbelangen werden in het programma van de Castrobeweging, het Moncadaprogramma, geen enkele maal genoemd, noch in de documenten die tijdens de gewapende strijd sinds 1953 worden gepresenteerd. Die belangen worden ook niet genoemd in de beroemde tekst die Fidel Castro voor de rechter uitsprak en die titel mee kreeg: La historia me absolverá / De geschiedenis zal mij vrijspraken. Hij sprak over alle kwalijke aspecten van de Republiek, maar zweeg over de sexe-ongelijkheid.

Kleine rol
Sterker nog, er zou nooit een vrouw deel nemen bij het bepalen van het revolutionair programma, hoewel de deelname van vrouwen in de arbeid en op de universiteit ook in die tijd al beduidend hoog was en veel Cubaanse intellectuele vrouwen een opvallende rol speelden in de regio. Fidel Castro was zich echter wel bewust van het mobilisatievermogen van de vrouwen in de Cubaanse samenleving, o.a. door de actie van vrouwen die 20.000 handtekeningen ophaalden voor de Senaat, waardoor in 1955 de regering amnestie verleende aan de gevangenen van de Moncada-kazerne waaronder Fidel.

Vilma Espin en Celia Sánchez (links). De laatste had meegevochten in de gewapende strijd en had een grote vertrouwensband met Fidel Castro

Vilma Espin en Celia Sánchez (links). De laatste had meegevochten in de gewapende strijd en had een grote vertrouwensband met Fidel Castro

Vrouwelijk leiderschap
Tijdens de periode van de Republiek was er sprake geweest van sociaal leiderschap van vrouwen, speciaal verbonden met liberale groeperingen. Maar de revolutie zorgde voor een dramatische neergang ervan. Enkele vrouwen die dichtbij het revolutionaire proces stonden en die gemeenschappelijk hadden dat zij dicht bij de mannen met macht stonden, vielen op, maar van een vrouwelijk leiderschap was geen sprake meer. Onder hen bevond zich bijvoorbeeld de guerrillaleidster Pastorita Núñez, die korte tijd betrokken was woningbouwprojecten in de eerste jaren van de revolutie, maar al snel uit het openbare leven verdween en in 2012 in anonimiteit overleed. Andere vrouwen veranderden in dienstbare assistenten met enige publieke relevantie en waren verbonden met Castro zoals bijvoorbeeld Celia Sánchez, de leidster van culturele en intellectuele projecten als Haydee Santamaría en iemand als Vilma Espín die vooral de icoon zou worden van de valse gelijkwaardigheid tussen man en vrouw door haar eeuwigdurende rol als leider van de vrouwenorganisatie FMC. Zij kwam niet voort uit de vrouwenstrijd en speelde geen rol bij het voortzetten van de historische vrouwenbeweging die in de 19e eeuw begon en versterkt werd in de 20ste eeuw. Integendeel zij brak met deze traditie en droeg bij aan het verdwijnen van de Cubaanse vrouwenbeweging door deze onvoorwaardelijk te onderwerpen aan de opvattingen en initiatieven van de totalitaire leider en niet een werkelijk emancipatorisch feministisch bewustzijn ontwikkelde.

Niet-feministisch
Letterlijk omschrijft de FMC zichzelf als ‘een vrouwenorganisatie, maar niet feministisch, want het feminisme wordt beschouwd als een sociale beweging die inzet en aandacht voor de revolutionaire strijd doet afleiden en bovendien een ideologie is die eigen is aan ‘de nutteloze burgerij’ (1). En wie de catechismus van veel revolutionaire stromingen kent in Latijns–Amerika, kent hun opvatting over de ‘bourgeois’, die altijd decadent is en van natura zal verdwijnen en worden uitgeschakeld. Het is paradoxaal dat de ideologie die pretendeert de voorhoede te vertegenwoordigen van de uitgebuitenen en het paradigma voor het meest progressieve gedachtegoed, veranderde in een rem op de strijd voor emancipatie van de meest achtergestelde sector binnen deze klasse; de vrouwen.

Bron
* Diario de Cuba en 14ymedio
Link

* Diario de Cuba, 27 augustus 2013: Miriam Celaya bij de 53ste verjaardag van de FMC in 2013: Wat valt er te vieren?
Noot
* [1] Holgado Fernández, Isabel ¡No es fácil! Mujeres cubanas y la crisis revolucionaria. Editorial Icaria Antrazyt, Barcelona, Spanje, 2000. p. 269

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s