Jorge Edwards over zijn ervaringen als Allendes’ diplomaat in Havana

Er zijn van die boeken over Cuba, die helaas nooit in het Nederlands zijn verschenen. De diplomaat en schrijver Jorge Edwards, in dienst van de regering van Salvador Allende, schreef er zo een, getiteld Persona non Grata, dat werd gepubliceerd in 1973. Twee jaar eerder was hij door Fidel Castro uitgewezen. Zijn boek was een vroege aanklacht tegen het regime. Nu verscheen een definitieve, uitgebreidere en kritische editie in het Spaans. De uitgewezen Cubaanse journalist en dichter Raúl Rivero schreef in El Diario een recensie.

jorge-edwards-291015

Jorge Edwards

Toen dat boek Persona non Grata in 1973 verscheen, kreeg de Chileense schrijver Edwards te maken met de wraak van het regime en de verdachtmakingen van van haar internationale milities. Het leek er soms op alsof hij in plaats van in 1931 geboren te zijn in Santiago de Chili en de Cervantes prijs van de Literatuur kreeg in 1999, ter wereld was gekomen in een buitenwijk van het Cubaanse stadje Gibara, dicht bij de woning van een andere Cubaanse schrijver Guillermo Cabrera Infante. In enkele pagina’s verhaalt Edwards over zijn ervaringen als Chileens diplomaat die door de regering van Salvador Allende naar Cuba gestuurd werd om de relaties met het regime te herstellen. Afgezien van zijn professionele betrokkenheid, begreep de Chileen dat hij terecht was gekomen in het decor van een dictatuur, maakte hij aantekeningen, nam volop deel aan het dagelijks leven en leerde zo ook de culturele wereld kennen en de werkelijke situatie van enkele van de bekendste schrijvers van het land

Vuistslag
Persona non Grata werd een onverwachte vuistslag voor het castrisme, tot dan toe getooid met het aureool van de bevrijding en de mythe van de guerrillastrijd in de Sierra Maestra die Fulgencio Batista van de macht had beroofd. Het boek maakte dat de dromen van veel volgelingen van Fidel Castro in het buitenland in rook opgingen. Ook was het een inspiratiebron voor veel Cubaanse intellectuelen die vaak weken en maanden moesten wachten voor zij een stukgelezen en versleten exemplaar in handen kregen. Het bleek een verademing na zoveel jaren gepijnigd te zijn door pamfletten van de staat en de schijn van gelukzaligheid, gezaaid door het socialistisch realisme van de Sovjetkunst. De auteur die zijn herinneringen vertelt als ooggetuige met een stijlvol en poëtisch proza, met de zweem van een roman, werd een frontale vijand van de dictatuur en zijn volgelingen. Hij werd vergast op beschuldigingen en diskwalificaties, en herinnert zich hoe zijn vriend en schrijver Octavio Paz hem in Mexico Stad plechtig meedeelde dat zijn boek niet bedoeld was om goede recensies te krijgen.

Lezama Lima
Als diplomaat kende de Chileen de binnenkant van de bureaucratische macht inclusief ontmoetingen en gesprekken met Fidel Castro. In zijn rol als intellectueel had de man toegang tot collega-schrijvers en kende hun angsten, hun werkelijke idealen, de inperkingen en de censuur. Edwards herinnert zich zijn eerste bezoek aan de dichter José Lezama Lima, de schrijver van Paradijs, in zijn huis in het centrum van Havana. De omvangrijke auteur kwam uit zijn fauteuil, liep naar het bankje waarop Edwards zat en stelde hem de vraag: ‘Eguar, (zo sprak men in Havana zijn achternaam uit), ‘Weet jij wat hier gebeurt? Weet je wel dat wij sterven van de honger?’. ‘Ja, Lezama, dat ben ik me bewust,’ had hij geantwoord.
cover-persona-non-grata1976

De Engelse versie van Persona non Grata verscheen in 1976 en telde 274 pagina’s

Heruitgave
De aanvallen op de schrijver na 40 jaar castrisme, leidde bij de Chileense auteur tot één enkele reactie; de heruitgave van zijn boek. En dat is de beste verdediging want principieel is de werkelijkheid niet veranderd. Dat land gaat voort onder zweepslagen in de gevangeniscellen waarover Edwards ons eerder vertelde. Deze herfst verscheen Persona non Grata bij uitgeverij Cátedra (Letras Hispánicas) en het is de meest complete versie van het boek. Het werk is redactioneel bewerkt door Ángel Esteban en Yannelys Aparicio en telt 500 pagina’s en bevat een onmisbare en prachtige inleiding. Het is een historische studie geworden en de profielen van mensen die in het boek voorkomen, zijn uitgebreid. Ook bevat het boek nooit eerder gepubliceerde brieven van Arthur Miller, Graham Greene, Carlos Prats en Guillermo Cabrera Infante.

Geen spijt
Wij weten dat Edwards niet uit Gibara noch Banes (twee Cubaanse stadjes, redactie) kwam, maar uit Santiago de Chili, waar hij kortgeleden dit citaat schreef aan het einde van zijn inleiding in de nieuwe editie van Persona non Grata: ‘Zonder twijfel is er kritiek mogelijk, maar kijk naar de feiten en dan kom ik tot de conclusie dat ik dit destijds terecht heb geschreven en gepubliceerd.’

Jorge Edwards, Persona non Grata (uitgave bewerkt door Ángel Esteban en Yannelys Aparicio, Cátedra, Madrid, 2015).

Bron: Raúl Rivero in El Diario van 31 oktober 2015

Link
* Op de Cubawebsite van 15 november 2006 gaf Edwards zijn mening over de veranderingen in Cuba
* Recensie in de Spaanse krant El Mundo, 7 november 2015

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s