Muhammed Ali ontmoet Fidel Castro en hij zweeg

In 1996 troffen Muhammed Ali, Teofilo Stevenson, Fidel Castro en de New-Yorkse journalist Gay Talese, die het verslag van de bijeenkomst schreef, elkaar in Havana. In dat jaar bracht Muhammed Ali een kort bezoek aan Fidel Castro. De voormalig kampioen zwaargewicht, met meer dan tien jaar de ziekte van Parkinson in zijn gepensioneerde vuisten, kwam naar Cuba, als lid van een humanitaire missie die medische apparatuur bracht voor de slecht voorziene ziekenhuizen in de hoofdstad. Hij werd vergezeld door anderen, zijn vierde vrouw en een aantal vertegenwoordigers van de Amerikaanse pers. In dit gezelschap bevond zich Gay Talese, met de opdracht de reis van Ali te verslaan voor The Nation. Het resultaat Ali in Havana, – afgewezen door The Nation en andere tijdschriften, en vervolgens gepubliceerd in Esquire – wordt gerekend tot de beste stukken van deze beroemde Newyorkse journalist, en is ongetwijfeld een van de smeuïgste verhalen in het boek El Silencio del heroe/Het zwijgen van de held, een compilatie van verschillende van zijn artikelen over sport, dat uitkwam bij Alfaguara.

Fidel Castro en Muhammad Ali tijdens een receptie op het Ministerie van Gezondheid. 1996

Fidel Castro en Muhammed Ali tijdens een receptie op het Ministerie van Gezondheid. 1996

Een van de gastheren van Muhammed bij zijn bezoek aan het eiland was, uiteraard, de Cubaanse bokser Teofilo Stevenson, die Ali’s gast was geweest tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten het jaar daarvoor. De schrijver haast zich op te merken dat veel van de officiële status van Stevenson te danken is aan het feit dat hij nooit gezwicht is voor de miljoenen die hem aangeboden werden om professioneel te boksen (ze wilden dat hij het opnam tegen Ali zelf, maar in plaats daarvan, zijn ze vrienden geworden), en dat hij nooit zijn hoofdbescherming afgezet heeft voor de Yankee dollar. ‘Hoewel verre van behoeftig’ – schrijft Gay Talese – ‘leeft hij tussen zijn landgenoten als een trotse Cubaanse pauw, bezet hij hoge posten in de sportieve programma’s van de regering en trekt hij zoveel aandacht van de vrouwen van het eiland dat hij tot nu toe vier echtgenotes verzameld heeft.’

Muhammad Ali en Teófilo Stevenson

Muhammed Ali en Teófilo Stevenson

Ali zwijgt
De twee kampioenen vertrekken, met hun vier respectievelijke vrouwen en de rest van het gezelschap, van Hotel Nacional in een airconditioned bus, steken la Plaza de la Revolución over en zijn even later in de vertrekken van Fidel Castro. De grootste zwaargewicht van het eiland omarmt Muhammed en vertelt hem, via een tolk, hoe blij hij is om hem te zien en hoe dankbaar hij is voor zijn bezoek. Maar Ali reageert niet, zegt helemaal niets. Noch op dat moment, noch later: Ali zal stil en ondoorgrondelijk blijven tijdens de hele ontmoeting. Het kost hem moeite om duidelijk te spreken, en hij beperkt zich daarom tot kijken naar de gastheer zonder met zijn ogen te knipperen, met een vriendelijke glimlach maar bevroren achter het masker van Parkinson.

Malcolm X en Muhammad Ali met hun kinderen

Malcolm X en Muhammed Ali met hun kinderen

Krachtige Fidel
Het beeld dat Fidel, daarentegen, uitstraalt is pure kracht. Maar Talese krijgt de indruk dat zijn baard bij iemand anders en bij een andere tijd hoort: ‘De witte haren mengen zich met vervaagde zwarte haren en blijven aan de voorzijde van zijn uniform hangen als een oude lijkwade, gebruind en uitgedroogd. Het is de baard uit de tijd van de strijd in de bergen. Castro strijkt hem de hele tijd, alsof hij probeert de vitaliteit van de haren te doen herleven.‘ Het verleden, de verloren vitaliteit van de bergen, van de boksring. Fidel ontvangt als geschenk een vergroot, aan hem opgedragen ingelijst portret: Muhammed Ali in het gezelschap van Malcolm X, Harlem, 1963. ‘Toen de foto werd genomen was Castro vier jaar aan de macht in Cuba,’ – brengt Gay Talese in herinnering: ‘In 1959 had hij de door de VS gesteunde dictator Fulgencio Batista verslagen, vanuit een positie met een groter nadeel dan die van Ali in zijn laatste overwinning op de schijnbaar onoverwinnelijke Sonny Liston.’

Stevenson en Muhammad Alin in 1998

Stevenson en Muhammed Ali in 1998

Amerikaans establishment
In de vijftiger jaren, toen Castro een guerrilla leidde, was Ali nog ‘een eenvoudige amateur’, zegt de verslaggever. En het verhaal gaat door op dit spoor: ‘Maar zodra de jaren zestig begonnen, deelden Ali en Castro het wereldtoneel als twee personages tegenover het establishment van de VS. En nu, in de herfst van hun leven, leren ze elkaar voor het eerst kennen, Ali zwijgend en Castro geïsoleerd. En ongemakkelijk met het zwijgen van zijn gast voor alle lampen (speciaal als dit de  flitsen van de camera’s zijn) wendt Fidel zich tot Stevenson. Hij geeft hem een stomp als groet en informeert naar de jonge vrouw die hem vergezelt. De vrouw van Stevenson antwoordt op een verwijtende toon, half als grap, half serieus, een typische reactie in dit soort situaties: ‘Herinner je je mij niet meer? Je hebt mijn zoon in je armen gehouden voordat hij een jaar was.’ Fidel probeert het zich te herinneren en vraagt of dat bij een honkbalwedstrijd was. Stevenson zegt nee, dat was zijn vorige vrouw, de dokter. (Zijn huidige vrouw is advocate, de eerste twee, volgens het vrolijke verslag van Talese, respectievelijk danseres en ingenieur). Snel suggereert Fidel zijn kampioen: ‘Ze zouden hun eigen naam moeten houden.’

Fidel grapt met Muhammad Ali

Fidel grapt met Muhammed Ali terwijl Stevenson achter Fidel toekijkt

Schijngevecht
Het gezelschap ontspant zich en plotseling gaat de vuist van Ali langzaam naar de kaak van Fidel. Gelach en applaus in de kamer. Fidel vraagt assistentie aan Stevenson en deze begint een schijngevecht met Ali. In slow motion, zonder elkaar te raken. Het gevecht dat nooit plaatsvond, is nu een uitwisseling van slagen in de lucht, een sparring pantomime. Met Fidel als toeschouwer – en, wie weet, trainer – op de eerste rij. Wat later praat Fidel, voor de microfoons en de commentator van CBS, over Ali ‘alsof Ali er niet bij was’. En hij is er ook niet helemaal bij. Hij blijft onbewogen zelfs wanneer Stevenson zich tot hem keert en zegt: ‘Muhammed, Muhammed, why you no speak?’. Tijdens die bijeenkomst had de zwarte moslim een ander idee van hoe je uit te drukken. Een poosje na deze pantomime bestaat de volgende actie uit een nummer dat goochelkunst en Parkinson combineert. Gelach en applaus klinken op in de zaal wanneer Ali zijn trillende linker vuist opheft: ‘Maar in plaats van de houding van een bokser aan te nemen, begint hij boven uit zijn vuist, langzaam en theatraal, de punt van een rode zakdoek te voorschijn te trekken. Later laat hij de zakdoek weer verdwijnen. Volgens Talese is dat het moment van de avond dat Fidel meer enthousiasme toont. Ali leert hem de truc: hij had in zijn hand een stuk vleeskleurig rubber verborgen, en door er met zijn duim op te drukken kwam de zakdoek te voorschijn.

Teofilo Stevenson wordt de grootste amateurbokser van Cuba beschouwd. In juni 2012 overleed hij.

Teofilo Stevenson wordt wel gezien als de grootste amateurbokser zwaargewicht van Cuba. In juni 2012 overleed hij.

Small talk
Het verhaal vertelt ook over de min of meer informele gesprekken van de avond. De small talk waarin gewoonlijk niet zulke kleine zaken aan de orde komen. Fidel praat met de partner van Stevenson, en vraagt hoeveel de jongen weegt die ze in haar armen houdt. De vader vertelt trots dat de vrouw nog steeds de borst geeft en dat de jongen zich soms vergist en denkt dat zijn borst haar borst is. Vervolgens steekt Fidel zijn hand uit en raakt hem aan: niet de borst maar de buik van de bokser. ‘Hoeveel weeg je?’ ‘Honderd acht kilo, ongeveer.’
‘Zeventien meer dan ik, ’ zegt Castro, op klaaglijke toon. ‘Maar een klein beetje meer. De diëten die ze me aanbevelen zijn nooit afdoende. Ik eet ongeveer 1500 calorieën, minder dan twintig gram eiwitten, of zelfs minder dan dat.’ Fidel vraagt aan de vrouw van Muhammed of het koud is in Michigan. Stevenson kom tussenbeide om hem eraan te herinneren dat hij het afgelopen jaar in Michigan was. Fidel zegt dat hij op dat moment ook in de Verenigde Staten was, bij de VN, maar zijn reis bleef beperkt tot vijf dagen en hij mocht niet weg uit New York. Stevenson die daar 19 dagen was, biedt hem aan om hem een video van de reis te laten zien. Naast de zeventien kilo komen er nu ook nog eens twee weken en een video bij. Er moet een verduidelijking komen over de kwestie van het gewicht. ‘Toen je in de Verenigde Staten was’, vraagt Castro nadrukkelijk, ‘was je toen met je vrouw, de advocate?’ Stevenson wordt gespannen. Hij wendt zich tot zijn vrouw. Zij wendt haar blik af. ‘Neen’, zegt hij zachtjes, ‘Ik was alleen.’

In dit boek beschrijft Gay Talese de ontmoeting tussen de twee Cubaanse mannen en de Amerikaan

In dit boek beschrijft Gay Talese de ontmoeting tussen de twee Cubaanse mannen en de Amerikaan

Fidel, Ali en de vrouwen
Fidel blijft vragen stellen aan Ali’s vrouw over haar leven (op dit punt is Muhammed in slaap gevallen, alsof hij zijn afwezigheid nog duidelijker wil maken, maar Stevenson moet de laatste ronde krijgen). Wanneer ze bekent dat ze zestien jaar jonger is dan haar man, wendt Fidel zich tot de jonge advocate en toont medelijden dat zij een man heeft die twintig jaar ouder is. ‘Comandante!’, komt Stevenson ertussen, ‘Ik ben in prima conditie! Sport houdt je gezond! Sport voegt jaren aan je leven toe en leven aan je jaren!’ De twee voormalige kampioenen waren vier keer getrouwd, hun huidige echtgenoten zijn veel jonger dan zij, maar naar het oordeel van de scheidsrechter, die het land regeert is het verschil niet overtuigend. Waar Fidel eerder Stevenson voorstelde om iedere partner haar eigen naam te geven, suggereert hij nu omdat haar man zich toch nooit zal kunnen binden, dat ‘de gevangenis een goede plek voor hem zou zijn.’  Iedereen lacht, natuurlijk. En met deze gekscherende opmerking over de gevangenis eindigt de bijeenkomst. Het gelach wekt Muhammed en de groep begint zich terug te trekken. Bij de handdruk ten afscheid, realiseert Fidel zich dat hij het rubber nog heeft. Hij probeert het terug te geven, maar de fotograaf van de bezoekers (dezelfde man die de foto met Malcolm X nam) houdt hem tegen met de verklaring: ‘Nee, nee,  Ali wil dat u het houdt.’ En wat als het rubber, en niet de foto van het episch portret van de oude rassenstrijd, het echte cadeau was? Misschien wilde Muhammed Ali, zonder een spier van zijn gezicht te vertrekken, iets tegen zijn vriend zeggen op die winteravond in 1996. Hang je handschoenen op en ga op zoek naar een zijden zakdoek. Het spektakel verandert. Nu kun je toveren. Je zou het Gay Talese moeten vragen, maar het is vrijwel zeker dat in de bus terug naar het hotel de kampioen weer in slaap is gevallen. Ik stel me hem voor glimlachend met gesloten ogen.

Bron
* Jorge Enrique Lage, Havana, 25 mei 2013
Lage (1979) is een Cubaanse auteur van korte verhalen. Hij is ook de uitgever van het literaire tijdschrift El cuentero en de directeur van uitgeverij Caja China.
* Youtube: ontmoeting tussen Muhammed Ali en Fidel Castro in 1996, 24 seconden.

muhammad aliNoot
* Muhammed Ali werd op 17 januari 1942 geboren als Cassius Marcellus Clay in Louisville in Kentucky. Teófilo Stevenson Lawrence werd op 29 maart in Camaguey geboren; hij overleed op 11 juni 2012 in Havana. Muhammed Ali overleed op 4 juni jongstleden.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s