‘Doen alsof’ op Cuba tot kunst verheven (deel 1)

‘Artivisten’ noemen ze zich‚ de kritische kunstenaars op Cuba die weigeren met de staat mee te werken en daardoor allerlei privileges mislopen. ‘De meeste kunstenaars zijn bedreven geraakt in doen alsof. Maar als je dat lang volhoudt‚ word je wat je nadoet.’ Portret van een scene die de grenzen blijft opzoeken, opgetekend door de journaliste Maartje Duin. Met dank aan haar en aan de redactie van Wordt Vervolgd (Amnesty International) die toestemming gaven tot overname.

kunst-odilo-girodHet feest is al een tijdje op gang als Hamlet Lavastida (32) de dansvloer af loopt‚ op zoek naar verkoeling. Amerikaanse hits uit de jaren tachtig schallen door de speakers‚ de mojito’s vloeien rijkelijk en in een kring vertoont de ene na de andere feestganger onder luide aanmoediging zijn danskunsten. ‘Ze zijn er’‚ zegt Lavastida samenzweerderig. ‘Ik ken iedereen in deze scene en ik zie vier onbekende gezichten. Geloof me‚ die zijn van de geheime dienst.’ Op elke andere plek zou je deze kunstenaar met zijn ironische outfit – zwarte zonnebril‚ groen legeroverhemd‚ zware laarzen – niet serieus nemen. Maar dit is het huis van Tania Bruguera (48)‚ winnaar van de Prins Claus Prijs‚ hoogleraar aan Yale en op dit moment een van Cuba’s meest omstreden kunstenaars. Voor het eerst sinds haar arrestatie eind 2014 heeft ze haar huis weer opengesteld. Voor haar buren‚ voor een groep Amerikaanse studenten‚ voor bevriende dissidenten. Daar loopt Danilo ‘El Sexto’ Maldonado‚ de graffitikunstenaar die in 2015 tien maanden gevangenzat omdat hij de communistische leiders Raul en Fidel Castro had bespot door hun namen op twee biggetjes te spuiten. Gorki Aguila is er ook‚ die met zijn punkband Porno Para Ricardo zelfs niet meer in zijn eigen huiskamer mag optreden.

tania-bruguera7

Tania Bruguera

Vrije meningsuiting als performance
Dat er ook een paar geheime agenten mee naar binnen glippen‚ ligt voor de hand. De gastvrouw‚ in haar bezwete hemdjurk en gympen het hartelijke middelpunt van het feest‚ haalt haar schouders erover op. Ze vindt het vooral belangrijk dat zoveel mensen uit de kunstwereld zijn gekomen. ‘Ik wil niet dat mijn collega’s bang voor me zijn’‚ zegt ze. Op 30 december 2014 is Tania Bruguera van plan naar het Plein van de Revolutie te gaan. Op belangrijke feestdagen worden daar mensenmassa’s toegesproken over de zegeningen van de revolutie. Bruguera wil er echter een performance houden‚ zoals ze eerder deed in een museum in de oude binnenstad. Het werk‚ Gefluister van Tatlin‚ bestond uit een microfoon op een podium‚ plus de uitnodiging aan het publiek om een minuut gebruik te maken van de vrijheid van meningsuiting. In de beslotenheid van het museum durfden omstanders hardop te dromen over vrijheid en democratie. Maar na afloop had een van hen gezegd: ‘Ik hoop dat er een dag komt waarop vrije meningsuiting meer is dan een performance.’ Dat zette Bruguera aan het denken. Ze moest dit werk in de openbare ruimte opvoeren. Liefst op de meest symbolische plek van het land. Het loopt anders. Die decemberochtend wordt Bruguera om vijf uur wakker van hard gebons op de deur. Ze kijkt naar buiten: de politie heeft haar huis omsingeld en een menigte staat toe te kijken. ‘Alsof ik Osama bin Laden was’‚ zegt ze later in een van de talloze interviews over het incident. Ze probeert te bellen: de telefoonlijnen zijn afgesneden. Ze wordt meegenomen en 26 uur lang ondervraagd. Na drie dagen komt ze vrij‚ mede dankzij een open brief van kunstenaars van over de hele wereld aan president Raul Castro. Twee weken na het historische telefoontje waarin de Amerikaanse president Barack Obama en hij beloofden de banden aan te halen‚ kan Castro zich geen groot schandaal permitteren. Maar haar paspoort krijgt Bruguera pas acht maanden later terug. In de tussentijd laat de geheime dienst haar niet met rust.

Weinig steun
‘De kunstenaars op Cuba die me in die periode publiekelijk steunden‚ zijn op de vingers van een hand te tellen’‚ blikt de kunstenaar enkele dagen na het feest terug. Zij had nu immers het stempel dissident. Zelf weigert Bruguera de term te gebruiken: volgens haar creeert de overheid er een vals ‘wij’ en ‘zij’ mee. Ze geeft de voorkeur aan ‘artivist’‚ een zelfbedachte samenstelling van kunstenaar en activist. Want kunst en politiek zijn op Cuba onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar niet op de manier die Bruguera voor ogen staat.

icaic-fidel-castro-alfredo-guevara-raul-roa-belarmino-castilla-y-manuel-perez-durante-la-discusion-de-la-ponencia-del-icaic-el-cine-y-la-educacion-en-la-comision-6b-del-congreso

Fidel Castro spreekt met leden van het Cubaans Instituut voor de Film ICAIC. Links met bril: de overleden auteur en machtige man binnen de officiele kunstenaarswereld in Cuba, Alfredo Guevara

Privileges
‘Voor de revolutie: alles‚ tegen de revolutie niets.’ Met zijn beruchte toespraak Woorden tot de Intellectuelen legde Fidel Castro in 1961 de basis voor een cultuurbeleid dat nog altijd van kracht is. Dit beleid moest Cubanen tot grote intellectuele hoogten stuwen. Zo kwam er een grootscheepse alfabetiseringscampagne en hoogwaardig kunstonderwijs‚ allemaal gratis. Nationale kunstenaarsbonden gaven kunstenaars allerlei privileges: hun werk werd in binnen- en buitenland gepromoot en in tegenstelling tot gewone Cubanen mochten zij buitenlandse reizen maken. Toen Cuba na de val van de Muur in een diepe crisis belandde omdat de steun van de Sovjet- Unie wegviel‚ mochten kunstenaars hun werk aan buitenlanders verkopen. Ze kregen toegang tot ‘dollarwinkels’ met importproducten‚ tot dan slechts voorbehouden aan toeristen. Zo ontstond een voor westerse bezoekers omgekeerde wereld‚ met artsen en ingenieurs die rondkomen van een schamel maandsalaris‚ en kunstenaars die soms een luxe leven leiden en in dikke auto’s rondrijden.

Luxe leven
Nu het land door de oliecrisis bij bondgenoot Venezuela opnieuw in de economische problemen zit‚ is een nog vreemdere situatie ontstaan‚ zegt Bruguera. ‘Sommige kunstenaars hebben meer geld dan de Raad van Cultuur. De overheid heeft ons nodig‚ wij hen niet meer. Ik voer stevige discussies met mijn collega’s‚ want ik vind dat zij hun positie moeten inzetten om het lot van gewone Cubanen te verbeteren. Maar zelfs de meest succesvolle kunstenaar lijdt aan een slachtoffercomplex. Ze voelen zich machteloos‚ als in een huwelijk waar je niet uitstapt ondanks huiselijk geweld.’ De voorrechten die kunstenaars genoten‚ vervolgt Bruguera‚ hebben hen altijd veroordeeld tot ‘doen alsof’. Bekendste voorbeeld daarvan is wellicht de dichter Heberto Padilla‚ die in 1971 gevangen werd gezet vanwege het voorlezen van kritische poezie. Toen hij na vijf weken werd vrijgelaten‚ nam hij – duidelijk onder druk gezet – publiekelijk afstand van zijn uitlatingen. Honderden schrijvers en kunstenaars verlieten daarop het land‚ waar periodes van relatieve vrijheid en strenge repressie elkaar afwisselen tot op de dag van vandaag.

tania-bruguera-gefluister-tatlin-biennale-havana2009

Tijdens de Bienale in Havana (2009) voerde Tania Bruguera haar act Het gefluister van Tatlin op en bood iedereen de gelegenheid achter de microfoon plaats te nemen en vrij uit te spreken, tot ergernis van de kunstautoriteiten daar aanwezig.

Zelfcensuur
De meeste achterblijvers verpakken hun kritiek in ironie of maken werk dat voor vele interpretaties vatbaar is. Ze beseffen dat een werk dat wordt toegestaan in de beslotenheid van een galerie‚ op straat ineens gevaarlijk is. Ze plegen‚ kortom‚ zelfcensuur. Bruguera: ‘Cubaanse kunstenaars zijn heel bedreven geraakt in het doen alsof. Maar als je dat lang volhoudt, word je op een gegeven moment wat je nadoet. Dat is een pijnlijk besef.’

Buitenlandse kunstkenners en – verzamelaars
Minstens zo pijnlijk vindt Bruguera de houding van buitenlandse kunstkenners en -verzamelaars die Cuba platlopen. Ze vinden het ‘interessant’ en ‘creatief’ hoe Cubanen om de censuur heen werken. ‘Mijn werk Gefluister van Tatlin was ook voor hen bedoeld. Ik ben links‚ ik ben voor sociale gelijkheid. Maar ik denk dat Cuba veel schade heeft ondervonden van linkse buitenlanders die het land door een jaren-zestig-bril zijn blijven zien. Zij hebben een wake-upcall nodig. Het huidige Cuba is een neoliberaal land dat van het woord revolutie een merk heeft gemaakt‚ en waar de politie vrouwen op straat in elkaar slaat’‚ zegt Bruguera‚ refererend aan de mensenrechtengroep Dames in het Wit.

Bron
* Maartje Duin in Wordt Vervolgd, september 2016

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s