Belasting betalen van een hongerloon

Cubaanse overheden beweren dat alle belangrijke beslissingen die in het land worden genomen vooraf ter consultatie aan de massa’s worden voorgelegd. Zo wordt de participerende democratie zichtbaar die door de officiële propaganda zo wordt bewierookt. Dat schrijft de onafhankelijke journalist Orlando Freire Santana op de website Diario de Cuba en hij wijst op de totstandkoming van de recent afgekondigde belastingmaatregelen. Santana wijst erop dat de gemiddelde Cubaanse arbeider van een hongerloontje na allerlei inhoudingen nu ook nog eens belasting moet betalen.

arbeiders-rastra

Arbeiders in de laadbak van een vrachtwagen

Ik herinner me in dit verband de jaren 1993 en 1994 toen de economisch noden van de bevolking erger werden en uitmondde in de zogeheten Período Especial. De autoriteiten riepen toen enkele ‘arbeidersparlementen’ bijeen met het doel de arbeiders de weg te wijzen, die was uitgestippeld om het land uit de crisis te helpen. Het was overduidelijk dat niemand geloof hechtte aan de hoofdrol die de arbeidende bevolking tijdens deze bijeenkomsten werd toegedicht. Het besluit om enkele initiatieven te nemen ten gunste van een vrije markt om de ernst van de crisis te verhullen, was al genomen door de machthebbers van het land en deze ‘parlementen’ dienden enkel om de gemoedstoestand van de bevolking te kunnen meten. Een van de initiatieven bestond uit de mogelijkheid om de arbeid als kleine ondernemer te vergroten en dat ging gepaard met de uitvaardiging van een belastingwet zodat deze cuentapropistas / kleine zelfstandigen net als de staatsbedrijven, door deze belastingen zouden bijdragen aan de begroting van het land.

500 peso’s
Hoewel de genoemde belastingwetgeving ook de betaling van belasting door werknemers van staatsbedrijven omvatte, werd er in officiële uitingen altijd op gewezen dat deze niet zouden worden geheven omdat de salarissen die de staat betaalde daarvoor te laag waren. Als men de zogeheten democratische participatie dus serieus zou nemen, zou een nieuwe consultatie van de bevolking nu logisch zijn, Maar die is er niet. Resolutie 261 werd in de maand juli uitgevaardigd door het Ministerie van Financiën en vanaf september moeten werknemers in staatsbedrijven daadwerkelijk bijdragen aan de sociale zekerheid en inkomstenbelasting. De bijdrage aan de sociale zekerheid moet betaald worden door arbeiders die een maandsalaris van 500 peso’s (20 dollar) of meer krijgen. De inkomstenbelasting wordt voldaan door personen die 2.500 peso’s (ongeveer 100 dollar) of meer ontvangen. Als we uitgaan van een gemiddeld maandsalaris in Cuba van 779 peso’s is de nieuwe belastingmaatregel – naast de al bestaande administratieve kortingen en de verplichte bijdrage aan de vakbond – plus de sterk gestegen kosten van levensonderhoud een aanslag op het inkomen.

ctc-lazaro-pena-fidel

Fidel Castro en Lazaro Peña (rechts) tijdens een congres

369 peso’s
Een arbeider die 500 peso’s per maand verdient, moet in veel gevallen 56 peso’s per maand inleveren voor de ‘gratis’ nieuwe koelkast die de overheid hem enkele jaren geleden dwong te kopen. Er zijn werknemers die een maandelijkse bijdrage moeten betalen omdat ze bouwmaterialen voor de reparatie van hun woning van de staat  ontvingen; ook 50 peso’s. En nu zou men hen met de invoering van de sociale zekerheid nog eens 25 peso’s laten inleveren. Aan het einde van de maand is zijn salaris dan gedaald tot 369 peso’s of 15 dollar. Wat is daarbij de rol van de vakcentrale CTC (Central de Trabajadores de Cuba), die minstens in theorie opkomt voor de belangen van de arbeiders? De vakcentrale heeft enkele seminars georganiseerd oom de arbeiders uit te leggen dat de nieuwe belastingmaatregelen wenselijk zijn. En binnenkort zullen we zien dat de secretaris-generaal Ulises Guilarte De Nacimiento door het land trekt om deze trieste vertoning af te ronden. Hij is overigens niet de enige die zoiets deed. In 1973 drong men er bij de toenmalige secretaris-generaal Lázaro Peña op aan het land in te gaan om de arbeiders ‘te overtuigen’ dat Wet 270 zou moeten worden ingetrokken. Die wet garandeerde arbeiders in dienst van de staat een pensioen dat gelijk was aan 100% van het salaris. De oude Peña gaf zijn laatste krachten en kon op het 13e congres van de CTC aankondigen dat nog hetzelfde jaar deze wet zou worden geschrapt. Pena zou kort daarna in maart 1974 overlijden.

Bron
* Diario de Cuba, 10 september 2016. Orlando Freire Santana werd in 1959 geboren in Matanzas, studeerde economie en publiceerde essays en verhalen. Hij woont in Havana.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s