Aida Valdés bestreed twee dictaturen

Vorige week dinsdagochtend kwam ik bij een Aida Valdés’ woning in de straat Neptuno aan, waar een bijeenkomst met verschillende vrouwen zou worden gehouden. Ik kwam er als journalist maar toen ik de tweede etage bereikte waar de bijeenkomst werd gehouden, stond ik voor een gesloten deur, afgesloten met een ijzeren hek. Dat schrijft Yusimí Rodríguez López, journalist bij de kritische website 14ymedio. Hij belde de activiste Marthadela Tamayo en ook Juan Antonio Madrazo Luna van een onafhankelijke antiracismebeweging. Toen bleek dat beiden door medewerkers van de Staatsveiligheid hun woningen niet mochten verlaten. Tot zes uur die middag bleven die omsingeld en konden zij niet weg.

Aida Valdés Santana (1939) streed tegen de dictatuur van Fulgencio Batista en vanaf 1961 streed ze tegen de zogeheten ‘revolutionaire regering’. Ze zou er vier maal voor in de gevangenis verdwijnen. Op 20 september had ze om 7 uur ’s ochtends bezoek gehad van enkele medewerkers van de geheime dienst, die haar meedeelde dat er in haar woning geen bijeenkomst met vrouwen zou mogen plaatsvinden. ‘Het zou een bijeenkomst van 12 tot 13 vrouwen worden, geheel vreedzaam’, zegt Aida. Ik besloot haar te interviewen omdat er toch geen verhaal over deze bijeenkomst kon worden gemaakt.

p1040999cubareisoktober2011-181

Aida Valdez Santana op haar balkon aan Neptuno

‘Ik was 17 jaar toen ik streed tegen de dictatuur van Batista. In 1962 organiseerde ik de eerste staking in dit land sinds 1959. Ik was vakbondsleider en de arbeiders in een voedingsfabriek bezaten aandelen die de eigenaren hen hadden gegeven. Op een dag kwam Lázaro Peña, leider van de Castrogezinde vakcentrale, naar onze fabriek om ons tijdens een vergadering mee te delen dat we deze aandelen moesten afstaan. Ik had mijn collega’s gezegd dat ik een signaal zou geven, mijn stoel zou omstoten als hij dit voorstel zou doen. We zouden dan allemaal vertrekken. Dat gebeurde en Lázaro Peña bleef alleen achter. Een dag later werd de gebeurtenis vermeld in de communistische krant Hoy, waar Peña en Blas Roca (vooraanstaande leiders van de Cubaanse Communistische Partij PCC, redactie) werkzaam waren. Ik moest voor de rechter verschijnen en ik werd tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens ‘vijandige propaganda’. Ik werd gevangen gehouden in een landbouwcomplex en toen ik vrij kwam, richtte ik de vakbondsgroep Coordinadora Obrera de Cuba (COC) op.’

Ging u opnieuw voor de staat werken?
‘Ze dwongen mij om te gaan werken in een bedrijf waar accu’s werden opgeladen. Bijna alle werknemers daar waren voormalige politieke gevangenen. Later werd ik naar het Nationaal Instituut voor de Landbouwhervorming (INRA) gestuurd, waar ik hoefijzers voor paarden maakte; ook daar was iedereen ex-politieke gevangene. De mannen vonden het niet goed dat ik dat zware werk deed.’ (…) ‘Maar je moet net als elke andere Cubaan overleven. Ik heb op straat frituur verkocht, van alles. ….. Mijn geluk waren mijn familie, mijn nichtjes die bij mij wonen. Ik heb ook nog familieleden die in het buitenland wonen en die ook veel van mij houden en van mijn werk.’

Valse informatie
Naast haar eerste periode van gevangenschap, werd Aida Valdés in 1967 opnieuw voor twee jaar  gevangen gezet. ‘In 1968 richtte ik de Nationale Coördinatie van ex- Gevangenen en Politieke Gevangenen op. En in 1977 werd ik beschuldigd van de verspreiding van valse denkbeelden gericht tegen de socialistische samenleving en opnieuw een jaar gevangen gezet. Ik werd beschuldigd van de verspreiding van valse berichten over politieke gevangenen, maar wij hadden de bewijzen steeds paraat en daardoor konden we een lijst overhandigen met 83 politieke gevangenen.’

Borreltje
In 1981 moest Aida Valdés Santana haar woning afstaan ondanks het feit dat ze met een testament in de hand, kon aangeven dat het om familiebezit ging. Ze werd opnieuw twee jaar naar de gevangenis gestuurd. ‘Tony de la Guardia gaf opdracht dat men mij alle bezittingen zou afnemen want ik was een notoire contrarevolutionair. Toen ze hem later ter dood veroordeelden, heb ik er een borreltje op gedronken.’ (Op 13 juli 1989 werden generaal Ochoa en kolonel Antonio de la Guardia gefusilleerd op beschuldiging van betrokkenheid bij drugshandel, redactie.) Aida reageert kalmer als ik wanneer er plotseling aan de deur geklopt wordt. Het blijken vrouwen te zijn die het toch gelukt is hun woning te bereiken. Bij het weggaan, waarschuwt ze de vrouwen want er staan nog agenten van de geheime diens in de straat San Francisco. Ze vertelt me vervolgens wat haar overkwam in jaren tachtig. ‘Ik zat met mijn broer en mijn nichtje op een motor toen we werden aangereden door een militaire jeep. Ik en mijn nichtje bleven ongedeerd, maar mijn broer moest worden geopereerd en verloor zijn onderbeen.’ Dit soort incidenten overkwam haar vaker. Zat er opzet in het spel? ‘Ze lieten mijn broer aan de kant van de weg liggen in Santa Catalina y Mayía en pas nadat mijn nichtje zich voor een auto had geworpen en deze deed stoppen, werden we naar een ziekenhuis gebracht. Hij verloor zijn been en woont nu in het buitenland. Ik geloof dat ze me wilden ombrengen.’

p1050137cubareisoktober2011-68

Bijeenkomst in de woning van Aida Santan met o.a. dissidente protestantse activisten. Links boven: Kees van Kortenhof van Glasnost in Cuba

Waarom bent u ook niet weggegaan?
‘Als zoveel duizenden Cubanen hun land niet hadden verlaten, hadden we nu niet dit systeem gehad. Als zoveel ouders hun kinderen niet in vliegtuigen hadden gestopt tijdens de Operatie Peter Pan (het georganiseerde vertrek op initiatief van de katholieke kerk in Cuba van duizenden kinderen naar de VS in het begin van de revolutie, redactie) zouden we nu samen vechten.’

Dialoog
In 1978 nam Valdés Santana deel aan de unieke dialoog tussen de Cubaanse regering, de oppositie en de ballingengemeenschap. Ruim 3.600 politieke gevangenen kwamen toen vrij. Santana kreeg veel lof voor haar werk. Zo ontving ze de Internationale Prijs voor de Mensenrechten Marie Curie en het Diploma Lincoln-Marti Mensenrechten. Nu heeft zij zich als onafhankelijke kandidaat op de lijst  geplaatst voor Plataforma #Otro 18, dat wil deelnemen aan de komende verkiezingen voor de Poder Popular. Toen ik om half een haar woning verliet stonden er nog agenten in de straat San Francisco en zouden Juan Antonio Madrazo Luna en Marthadela Tamayo nog tot 6 uur opgesloten zitten in hun eigen woning.

Bron
* Yusimí Rodríguez López op de website 14ymedio, 22 september 2016

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s