El Comandante en Jefe, Fidel Castro: 1959 – 1968 (deel 3)

Fidel Castro in Cienfuegos op 7 november 1959

De Verenigde Staten erkennen het nieuwe regime snel, maar niet lang daarna ontstaat er wrijving tussen Amerika en Castro, onder meer omdat het regime Cubaanse bezittingen van Amerikaanse bedrijven onteigent en olie koopt van de Sovjet Unie. Daarop volgt de mislukte landing van door de CIA gesponsorde Cubaanse ballingen bij de Varkensbaai op 17 april 1961. De stationering van Russische nucleaire raketten leidde in oktober 1962 tot de Cuba crisis die uiteindelijk goed afliep. De VS deden toen de belofte geen nieuwe invasiepogingen in Cuba uit te voeren, maar in de jaren daarna ondersteunde de CIA niettemin meerdere plannen om Castro te liquideren.  Castro verstevigde zijn greep op Cuba onder meer door bedrijven te nationaliseren, bezittingen van buitenlanders te confisqueren en wetten uit te vaardigen die de arbeiders steunden. Vele Cubanen ontvluchtten hun land, onder meer naar Miami.

Hubert Matos wordt na zijn aanhouding door Camilo Cienfuegos weggevoerd. Hij wordt tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Camilo Cienfuegos komt kort daarna om bij een geheimzinnig vliegtuigongeluk.

1959 
Op 31 december vertrekt Fulgencio Batista uit Cuba; hij heeft het land sinds 10 maart 1952 geleid toen hij via een staatsgreep aan de macht kwam. Het Cubaanse leger telt op dat moment 40.000 man; de rebellen beschikken over zo’n 4.000 gewapende manschappen. Volgens de nieuwe machthebbers zou Batista verantwoordelijk zijn voor 20.000 doden, maar volgens het Cubaanse weekblad Bohemia ( 11 januari 1959) zou het om 897 doden gaan. Een militaire tegenstander van Batista, Ramon Barquin, telt 2.495 dodelijke slachtoffers waarbij 968 aan de zijde van de Batistadictatuur en 1527 aan de zijde van de revolutionairen. Op 8 januari komt de commandant van het rebellenleger, Fidel Castro in Havana aan. In mei wordt de landhervormingswet afgekondigd en ontstaan de eerste spanningen met de VS. Op 20 oktober protesteert de rebellencommandant Hubert Matos, tegen de infiltratie van communisten in de nieuwe regering. Een week later wordt hij door zijn persoonlijke vriend Camilo Cienfuegos gearresteerd. Matos wordt tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld en Camilo, die kon rekenen op veel sympathie onder de bevolking, komt bij een geheimzinnig vliegtuigongeluk om het leven. Nooit zijn de resten van zijn vliegtuig of van hemzelf gevonden.

De Russische vice-premier Mikojan tijdens een bijeenkomst in Havana met feesthoed

1960
Vice-president Anastasia Mikojan van de Sovjet Unie bezoekt Cuba en tekent het eerste akkoord tussen Moskou en Havana. In mei worden de betrekkingen tussen beide landen hersteld. Tussen juni en oktober nationaliseert Castro twee belangrijke oliemaatschappijen van de VS in Cuba omdat deze weigeren olie die afkomstig is uit de Sovjet Unie te raffineren. In oktober zijn bijna alle Amerikaanse ondernemingen en alle grote Cubaanse ondernemingen onteigend. Ook heeft de regering alle media inclusief alle televisiekanalen in bezit genomen. Op 6 juli staakt de Amerikaanse president Eisenhower alle suikeraankopen uit Cuba; de Cubanen ontvingen tot dan toe een vaste prijs die boven de wereldmarktprijs lag. In oktober stoppen de Amerikanen met de export van goederen (behalve voedsel en medicijnen) naar de VS.

1961
Op 3 januari sluit de grote ambassade van de VS in Cuba haar deuren; Zwitserland neem de taken over. Half 1961 begint de grote alfabetiseringscampagne in Cuba. Hoewel de Cubaanse autoriteiten spreken van 40% analfabetisme, spreken cijfers van de VN en andere internationale organisaties over een percentage dat in 1958 niet hoger dan 18% was. De particuliere scholen en de katholieke scholen worden gesloten. Op 16 april kondigt Castro het socialistisch karakter van Cuba af. Men schat dat op dat moment 100.00 opposanten gevangen zitten in stadions, theaters en scholen. Onder hen bijna de gehele leiding van de katholieke kerk; kardinaal Arteaga vlucht naar de Argentijnse ambassade. Op 17 april voert een groep van 1.297 Cubaanse ballingen (Brigada de Asalto 2506), gesteund door de CIA, een inval uit in de Varkensbaai. Zonder de beloofde steun van de Amerikaanse luchtmacht, die was toegezegd, loopt de aanval uit op een nederlaag. Tussen 1961 en 1965 vindt in Cuba een gewapende burgeroorlog plaats waar 10.000 Cubanen uit verschillende delen van Cuba aan deelnemen. Vooral in de Sierra de Escambary is het verzet tegen de communistische machthebbers sterk; hele dorpen worden door de regering gedeporteerd naar de provincie Pinar del Rio. Deze periode is ook de periode waarin veel politieke tegenstanders worden gedood zoals de Historische Commandanten Humberto Sori Marin en William Morgan, de enige Amerikaan die in de rijen van de rebellen meevocht. De langst zittende politieke gevangene ter wereld, zat in een Cubaanse gevangenis, namelijk Mario Chanes de Armas en wel 30 jaar. Amnesty International schat het aantal politieke gevangenen in de jaren zeventig op 20.000.

De Cubaanse ambassadeur bij de OAS, Raúl Roa Garcia op 18 maart 1959

1962 – 1963
Op 22 januari wordt Cuba uit de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) gestoten. Op 19 maart wordt de rantsoeneringskaart voor primaire producten ingevoerd. In oktober ontdekken de VS dat raketten met atoomkoppen in het westen van Cuba zijn geplaatst. President Kennedy roept een marineblokkade uit. Moskou accepteert terugtrekking van de raketten – tot woede van Fidel Castro die een nucleaire preventieve aanval op de VS wenste – en de VS beloven geen militaire invasie uit te voeren in Cuba en hun raketten in Turkije terug te trekken. Paus Johannes XXIII excommuniceert Castro op 3 januari 1962, in de ijdele hoop om zo de katholieke Cubanen tegen hem op te zetten. Castro zelf had het katholicisme al eerder afgezworen.

Beeld uit de documentaire Conducta Impropia

1964 – 1968
In Cuba worden werkkampen (Unidades Militares de Ayuda a la Produccion (UMAP) ingericht voor ‘apathische’ jongeren, kunstenaars, priesters, dominees en homoseksuelen. In 1968 worden de UMAPS gesloten. Begin jaren tachtig maken Nestor Almendros en Orlando Jimenez de film Conducta Impropia / Ongewenst Gedrag*. In maart 1968 kondigt Fidel Castro het Revolutionair Offensief af waarbij alle kleine bedrijven en winkels, tot de hotdogverkopers toe, worden genationaliseerd. Vanaf dat moment is de staat de enige werkgever in het land.

Linken
* Op YouTube is de film Conducta Impropia in drie delen te zien:
Deel 1
Deel 2
Deel 3

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s