Fidel Castro: 1926 – 1944 (deel 1)

Fidel Alejandro Castro Ruz werd geboren op 13 augustus 1926 in het dorpje Birán in de provincie Mayari. Hij is vernoemd naar een rijke politicus uit de streek, Fidel Pino Santos die een vriend van de familie was. De naam Alejandro is vergeten alhoewel Fidel deze naam in zijn clandestiene periode gebruikte als schuilnaam. Zijn vader Ángel was een Spaanse emigrant uit Galicië. Hij was als 13-jarige in 1898 als wees met zijn oom in Cuba aangekomen. De oom zou eerder in de onafhankelijkheidsstrijd in het Spaanse leger hebben gevochten.

De kleuter Fidel Castro

Fidel als Kind
Vader Ángel beproefde later zijn geluk in het Oosten van Cuba, waar de komst van de Amerikanen tot een economische boom leidde. De United Fruit Company kocht in het Mayarigebied 240.000 acres en bezorgde 100.000 rietkappers werk. Die woonden, samen met de arbeiders van de olieraffinaderijen in ellendige bohio’s (hutten). De suikerrietkappers konden vier maanden per jaar een hele tot een halve dollar per dag verdienen.

Vader Angel Castro Argiz

Invloedrijke grootgrondbezitter
Ángel dreef handel en verkocht zijn waar door van boerderij naar boerderij te trekken. Later zou hij bij Birán van United Fruit een lap grond van 23.000 acre kopen en werd hij colono; iemand die suikerriet verbouwt en later doorverkoopt aan de suikerraffinaderijen. Vader Castro zou een invloedrijke  en welvarende grootgrondbezitter worden; ongeveer 300 gezinnen woonden en werkten op zijn grondgebied. Zijn maatschappelijke positie bleek bijvoorbeeld bij zijn tweede huwelijk (met de moeder van Fidel, Lina Ruz González) dat werd ingezegend door bisschop Serrantes van Santiago. Fidel zou later nog over zijn vader opmerken: ’Mijn vader had de politieke idealen van een landeigenaar, maar was een nobel mens.’ Eenmaal aan de macht, zou hij in interviews duidelijk laten blijken weinig emotionele banden met zijn vader te hebben gehad; de relatie met zijn moeder Lina Ruz was intens.

Acht broers en zussen
Uit het eerste huwelijk van Ángel met Maria Luisa Argota, die onderwijzeres was aan een plattelandsschool in Mayari, werden twee kinderen geboren namelijk Pedro Emilio en Lidia. Moeder Maria Luisa zou na de geboorte van Lidia spoedig zijn overleden. Volgens sommigen zou Angel toen al enige tijd een relatie hebben gehad met de huishoudster die werkzaam was voor de Castro’s. Fidel’s zus Juanita ontkent dit en zegt dat haar vader gewoon is gescheiden. Angel ging samenwonen met Lina Ruz González die jarenlang kok en werkster van de familie was geweest. Uit deze relatie werden zeven kinderen geboren, maar het huwelijk tussen Angel en Lina werd pas kerkelijk ingezegend nadat de drie oudste kinderen Ramon (hij overleed op 24 februari van dit jaar), Angelita en Fidel al waren geboren. Na Fidel Castro volgden Juanita (in de jaren zestig uitgeweken naar de VS en overleden), Enma, Augustina en de jongste Raúl.

Van links naar rechts: de broers Raúl, Ramon en Fidel ontmoeten na de overwinning in 1959 hun leraar van de Doloresschool, pater Garcia

Katholiek
Fidel volgde de dorpsschool en werd er volgens eigen zeggen anders behandeld dan zijn schoolkameraadjes: ‘Zij waren blootsvoets en wij droegen schoenen, zij hadden vaak honger terwijl het bij ons altijd een toer was om iedereen aan tafel te krijgen,’ aldus Castro in een interview met de Braziliaanse priester Frei Betto. Fidel Castro werd pas op 6-jarige leeftijd katholiek gedoopt; het dorpje Birán was zo klein dat er bijna nooit een priester kwam. Om die reden werd hij door zijn schoolkameraadjes ook wel el judio (de jood) genoemd. Omdat hij nu gedoopt was, kon Fidel nu ook zijn studie vervolgen aan het Salesianencollege in Santiago de Cuba. Hij had er een kosthuis bij zijn peetoom en peettante, maar de autoritaire peetoom Luis Hibbert ligt voortdurend met de jongen overhoop. En Fidel zorgt ervoor zo onbehouwen en lastig mogelijk te zijn waardoor hij naar het internaat wordt gestuurd. Zijn broers Raúl en Ramon volgden hem later. De katholieke paters en de drie Castro’s houden het tot in 1938 met elkaar uit. Wanneer Fidel een pater een klap uitdeelt, worden de drie broers van school gestuurd.

In 1963 bezocht een groep studenten uit de VS Cuba, een ongewone gebeurtenis vlak na de inval van de Varkensbaai. Fidel speelde een partijtje tafeltennis met hen.

Altijd winnen
Fidel was op school een lastige leerling; hij hield veel meer van jagen, paardrijden en sporten en dan vooral van honkbal. Zijn medescholieren herinneren zich dat hij altijd wou winnen en niet kon verliezen. Hij zegt in interviews over zichzelf dat hij als kleine jongen van geen compromissen wilde weten en bij tijd en wijle ook flink gewelddadig kon zijn. Dat speelde ook in het gezin toen vader Ángel besloot Fidel van school te nemen en deze kost wat het kost weer wilde studeren ‘anders steek ik het huis in brand.’ Vader gaf toe en Fidel kon naar het Colegio La Salle en later naar de vijfde klas van het Colegio Dolores, een jongensschool in Santiago. Het was een school van de Jezuïeten met een goede reputatie en met een enigszins militairistische inslag waar hoge eisen aan de studenten werden gesteld. Fidel’s cijferlijst viel soms tegen en hij moest die thuis laten zien omdat er anders bezuinigd zou worden op het zakgeld, dat hij wekelijks kreeg. Hij ‘regelde’ een tweede rapportenboekje waarin hij zelf de (hoge) cijfers schreef en de woorden ‘hoog en veelbelovend.’

Fidel’s moeder Lina Ruz op jeugdige leeftijd. Zij zou in augustus 1963 overleden.

Gigantisch geheugen
Fidel blonk verder uit in sporttoernooien en stond onder zijn klasgenoten bekend als een vechter. Daarnaast beschikte hij over een enorm geheugen. Hij leek alle leerstof in zijn hoofd te kopiëren en wist citaten en cijfers feilloos te herhalen plus de plaats in het boek waar deze te vinden waren. In de toespraken die hij in de eerste jaren van de revolutie hield, komt dit element terug. De opbrengst van de suikerrietoogst per provincie en per jaar, de melkopbrengst van de Holsteinerkoe in Cuba, de verkoopsprijs van citrus of de uitgaven van het Ministerie van Onderwijs, Fidel somde het cijfermateriaal zonder meer op. Toen hij 15 was deed hij eindexamen: ’Ik was een van de besten van de klas.’

Spaanse Falange
Op zijn zestiende in 1942 verhuist hij naar Havana om er het Colegio Belén van de Jezuïeten te bezoeken tot 1945. De opleiding bij de Jezuïeten was bestemd voor de betere kringen in Cuba; hun dochters werden naar de zusters Urselinnen gestuurd. Het was vooral een opleidingsinstituut voor de toekomstige rechtse leiders van het land. De meeste docenten waren afkomstig uit het Spanje van Franco. Ze hadden sterke anti-Amerikaanse gevoelens vanwege de gebeurtenissen in 1898 toen de VS de Spanjaarden uit Cuba verjoegen. Een van de docenten was pater Alberto de Castro die de ideeën van de Hispanidad verkondigde, de historische superioriteit van het politieke en culturele gedachtengoed van Spanje, van Mussolini en de Spaanse falangistenleider Antonio Primo de Rivera. Castro zou zich later beklagen over die opvattingen van zijn docenten, maar ook is bekend dat hij bijvoorbeeld met bewondering toespraken van Benito Mussolini beluisterde en in de bioscoop bekeek. Voor de spiegel oefende Fidel de spreekstijl van Il Duce. Over zijn strenge opvoeding zei Fidel nog: ’Ik ben geen tegenstander van een Spartaanse opvoeding. En ik denk dat de Jezuïeten in de regel mensen met karakter vormden.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s