Waarom buitenlandse investeringen in Cuba niet functioneren?

In 2007 – nadat de Revolutie 48 jaar aan de macht was –  waren door inefficiëntie de stukken land in handen van de staat, veranderd in velden waar de marabu of het oprukkend onkruid, welig tierde. Ondertussen stegen de voedselprijzen op de wereldmarkt. President Raúl Castro stelde toen voor ‘alles te veranderen dat veranderd moest worden.’ Vijf jaar later, in mei 2013 erkende de vicepresident van de Staatsraad, Marino Murillo Jorge dat ‘de maatregelen die tientallen jaren waren getroffen bij de bewerking van de grond, niet hadden geleid tot de noodzakelijke stijging van de productie.’ In het volgende artikel beantwoordt de onafhankelijke publicist Dimas Castellanos de vraag waarom buitenlandse investeringen in Cuba niet functioneren.

computerfabriek-diaz-canel

Vice-president Diaz Canel (blauw overhemd) bezoekt een fabriek waar computers worden geproduceerd.

Die inefficiëntie wordt zichtbaar in het Bruto Intern Product, dat de afgelopen jaren daalde tot 1% in het eerste kwartaal van 2016 en aan het einde van dat jaar tot 0,9%. Dat wil zeggen dat Cuba 2017 binnengaat in recessie en met een negatieve groei. Het is daarom noodzakelijk de behoefte aan buitenlandse investeringen hoog op de agenda te zetten. Geen land kan daaraan ontsnappen, zeker een onderontwikkeld land dat in een staat van crisis verkeert. In 1982 kwam het Decreet Wet nr. 50 / Decreto-Ley No. 50 voor buitenlandse investeringen uit, op een moment dat de torenhoge subsidies vanuit de Sovjet Unie nog maakten dat Cuba zich een vijandige houding tegenover investeerders uit andere delen van de wereld kon permitteren. De klap kwam met het verdwijnen van de Sovjet Unie in de jaren negentig. Toen werd in 1995 Wet 77 gepresenteerd vol inperkingen, het ontbreken van garanties en een slechte houding tegenover investeerders. Daarom verlieten meer dan de helft van de 400 joint ventures (bedrijven met aandelen van de Cubaans staat en buitenlandse investeerders, redactie) in 2002 het land weer. Tot maart 2014 moest worden gewacht tot deze wet werd vervangen door Wet 118 op de Buitenlandse Investeringen. Die wet moest de desinteresse bij investeerders wegnemen en was o.a. gericht op het aantrekken van buitenlandse investeringen voor de vrijhaven en containerhaven van Mariel. Maar hoewel Ley 118 flexibeler is dan zijn voorgangers, blijven spectaculaire resultaten uit. Volgens de Cubaanse autoriteiten zelf heeft het land een groei nodig van het Bruto Intern Product van 5 tot 7%. Om die te bereiken is een groei van de investeringen nodig met 25%, dat betekent een jaarlijkse omvang ter waarde van tussen de 2 en 2½ miljard dollar.

cuentapropista-brood-straat

Ruim 200 beroepen kunnen in Cuba als kleine zelfstandige worden uitgeoefend zoals hier de verkoop van brood op straat.

Obstakels
De enige manier om dit doel in de huidige omstandigheden te bereiken, is de invoering van de volgende maatregelen:
1- Cubanen zowel op het eiland als daarbuiten in staat stellen op te treden als investeerders.
2- Erkenning van de maatschappelijke rol van eigendom en particulier bezit. Het concept verwerpen waarbij het juridische of natuurlijke personen niet is toegestaan eigendommen te vergaren. Daardoor wordt belemmerd dat de Cubaanse burger een zelfstandige speler wordt in economische processen.
3- Cubanen toestaan elke particuliere activiteit (in de productie- en de dienstensector) te beoefenen en deze juridisch te erkennen.
4- Investeerders wettige garanties bieden waardoor bij een conflict of dispuut met de Cubaanse communistische partij een gerechtelijke instantie optreedt die niet onderworpen is aan de Partij of de Staat. Nu treedt de regering zowel als rechter als als partij op.
5- In volle vrijheid personeel kunnen aanstellen.
6- Een einde maken aan het duale monetaire systeem en de verschillen in de wisselkoersen. Dat is een voorwaarde voor het functioneren van een interne markt die investeringen stimuleert.
7- Erkenning van het recht op vereniging waardoor lid worden van en het oprichten van vakbonden mogelijke wordt. Dit is een principe neergelegd in Conventie 87 van de Internationale Organisatie van de Arbeid (ILO) en door Cuba onderschreven. Dit principe wordt ook erkend in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, waar Cuba bij de totstandkoming ervan in 1948 een vooraanstaande rol speelde en de beide internationale VN-pacten voor burger- en politiek rechten en de economische, sociale en culturele rechten, door Cuba ondertekend maar nooit geratificeerd. Dit zijn de obstakels – de historische botsingen met investeerders, de schulden aan crediteuren – en die  vormen de hoofdoorzaak van de geringe buitenlandse investeringen en niet het Amerikaans embargo, inmiddels versoepeld door president Barack Obama.

ricardo-cabrisas-ruiz

De Cubaanse minister van Economie en Planing, Ricardo Cabrisas

De Minister van Economie en Planning, Ricardo Cabrisas, stelde op 27 december tijdens de zitting van het Cubaans parlement: ‘De buitenlandse investeringen blijven zeer laag. We zijn er niet in geslaagd dat deze een fundamentele rol spelen bij de economische ontwikkeling.’ En de voorzitter van de Staatsraad, Raúl Castro, legde uit: ‘Het is van groot belang de dynamiek van de buitenlandse investeringen te vergroten……Het is van belang eens en voor altijd de verouderde mentaliteit te overwinnen vol vooroordelen tegen de buitenlandse investeringen. Wij moeten afzien van de valse angsten voor buitenlands kapitaal.’

investeringen1397761392_ley_inversion_extranjeraNieuwe investeringswet
Wanneer de economische stagnatie slechts een halt kan worden toegeroepen door een sterke kapitaalinjectie en de uitspraak van Raúl Castro ‘dat alles veranderd moet worden dat veranderd kan worden’ meer is als retoriek, dan moet er een nieuwe wet komen of de huidige moet diepgaand worden aangepast, waarin het voorvoegsel ‘buitenlands’ verdwijnt en er vanaf heden gewoon gesproken wordt over de Wet op de Investeringen. Cuba is het enige landen in de regio waar de burgers geen recht hebben als zelfstandige individuen aan het economisch proces deel te nemen ondanks allerlei initiatieven en professionele scholing. Wanneer dit niet wordt gecorrigeerd is er sprake van een ontkenning van onze economische geschiedenis, de sociale strijd en het concept ontwikkeld door José Marti over de Republiek: ‘een staat met gelijke rechten voor iedereen in Cuba geboren waarvan velen kleine ondernemers.’ Dit verbod is schadelijk voor de natie maar ook in strijd met de huidige grondwet waarvan artikel 14 luidt: ‘de economie is gebaseerd op het socialistisch eigendom van heel het volk over de fundamentele productiemiddelen’. Tot nu toe is de bevolking uitgesloten om te participeren in het proces van investeringen en dat staat haaks op onze wet en de Westerse cultuur waar we deel van uitmaken. Een nieuwe Wet op de Investeringen zonder voorzetsel kan een belangrijk signaal zijn voor te verwachten veranderingen. Het bewijs dat, hoewel met enige vertraging, de regering bereid is ‘alles te veranderen, dat veranderd moet worden.’

Bron
* Publicist en historicus Dimas Castellanos op de website van Diario de Cuba, 10 januari 2017

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s