Ondanks armoede rijk joods leven in Cuba (deel 1)

In de wijk Vedado in Havana kun je in een rustige straat met bomen, op een steenworp afstand van de zee, een eenvoudig, maar opvallend bouwwerk tegenkomen. Een dozijn gele bruine marmeren trappen leidt naar een grote blauwe poort, symmetrisch versierd met dof geworden goudsymbolen, waaronder twee bronzen kandelaars. Het gebouw is bedekt met een hoge boog in het middelpunt waarin je de ster van David ziet. De Beth Shalom-synagoge, de belangrijkste van de drie synagoges in Havana, werd gebouwd in de jaren 50 van de vorige eeuw. Hoewel de buitenkant slecht is onderhouden, is het makkelijk om de grootsheid te herkennen die het in die tijd moet hebben uitgestraald. Naast een witte smeedijzeren poort ligt het joodse gemeenschapscentrum, waar in een smal kantoor een paar mensen hun missie hebben gemaakt van het ondersteunen van het joods leven voor een gemeenschap. Die is slechts 1400 mensen groot. ‘Het is een kleine maar levendige gemeenschap,’ vertelt de president van het centrum, Adela Dworin, aan de Jerusalem Post.

jood-beth-shalom

Beth Shalom synagoge in Havana

Dworin, een kleine vrouw van over de 80 met een groot gevoel voor humor en een duidelijke Jiddisch accent, is geboren en getogen in Havana. Haar ouders kwamen uit Polen naar Cuba, net als veel joden tijdens de periode tussen de wereldoorlogen, toen er in Oost-Europa pogroms waren. ‘Ze wilden naar Amerika, naar de VS gaan,’ legt ze uit gezeten achter haar donker houten bureau, gevuld met stapels papier en foto’s. ‘Maar het was toen heel moeilijk om Amerikaans staatsburger te worden en Cuba accepteerde immigranten, dus ze dachten dat ze hier een korte tijd zouden blijven en dan zouden ze naar de VS gaan.’ Maar een tijdelijk werd een permanent huis voor de familie van Dworin, die uiteindelijk bijdroeg aan de groei van de gemeenschap, net als vele anderen. Ze genoten van de vrijheid van religie en werden verwelkomd als immigranten. In de jaren 50 waren er ongeveer 15.000 tot 25.000 Joden in Cuba.

Revolutie
Na de revolutie in 1959 werd het atheïsme tot de officiële religie van de staat verklaard en 90% van de joden vertrok naar de buurlanden. De nieuwe wet veroorzaakte dat velen wegbleven uit de synagogen, vooral als ze lid wilden worden van de communistische partij. Dingen veranderden in de jaren negentig met de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De Cubaanse regering veranderde zijn grondwet en besloot om Cuba als een land zonder officiële religie te definiëren. Dit liet de Joodse gemeenschap vrij om hun religieuze praktijken te hervatten. Adela Dworin en haar collega’s in Beth Shalom zeggen allemaal dat ze nooit antisemitisme in Cuba zijn tegengekomen. Er is geen teken van beveiliging buiten of in de synagoge,  geen metaaldetectoren en geen bewakers. Zittend aan Dworin’s bureau, vertelt José Fernández, die niet Joods is, maar zichzelf beschrijft als ‘een vriend’ van de gemeenschap en goed op de hoogte lijkt, aan de Post dat hij denkt dat dit vooral komt door basale onbekendheid  over wie Joden zijn. ‘We worden gerespecteerd’, zegt hij. ‘We worden niet ondersteund, we worden niet aangemoedigd of zoiets, maar we hebben een goede relatie [met de autoriteiten]. Het is een normale relatie.’  Fernández, een glimlachende bejaarde man die heel goed Engels spreekt, groeide op in de straat van Beth Shalom. In het begin van de jaren 50, voordat de synagoge werd gebouwd, speelde hij honkbal, de populairste sport van Cuba, op het lege veld. Als kind, toen de bouw begon, was hij woedend. ‘Ik heb hier stenen gegooid!’ zegt hij met een glimlach. “Ik wilde hier met de bal spelen en ze zeiden dat hier een Joods ding zou komen. Ik kende die mensen niet. ‘Decennia later, nadat hij de gemeenschap had leren kennen en veel tijd in de synagoge had doorgebracht, erkent hij ervan te zijn gaan houden.

joodskindKosher
Met zo’n kleine gemeenschap en in een land dat nog steeds heel geïsoleerd is van ontwikkelingen in de rest van de wereld, ontstaan er enkele uitdagingen, beginnend met de toegang tot koshervoedsel. Er is slechts één koshere slagerij in heel Cuba, gevestigd in de wijk Oud-Havana. Joden kunnen naar die winkel gaan om hun maandelijkse rantsoen vlees daar te halen, zoals het voedselverdelingssysteem in Cuba dat vereist. ‘Het is een beetje moeilijk, maar je komt niet om van de honger,’ zegt Dworin met een glimlach, haar ogen bedekt met licht getinte glazen. ‘Je hebt rijst en bonen en soms kan je een levende kip van de boer krijgen. Ik breng haar naar de shohet, die de rituele slacht uitvoert. ‘We hebben ongeveer twee pond kosher vlees per maand,’ legt ze uit.

Materiële noden
De omvang van de gemeenschap heeft ook een groot aantal gemengde huwelijken veroorzaakt, aldus Dworin, en dergelijke stellen zijn welkom in de synagoge. ‘Wij accepteren kinderen van niet-joodse moeders, maar mét joodse vaders en we geven seminars aan degenen die aan een Jood zijn gekoppeld,’ zegt Dworin. Maar de belangrijkste uitdaging waarmee de gemeenschap geconfronteerd wordt, is de strijd waarmee elke Cubaan te maken heeft en dat komt neer op geld. Net als de totale bevolking leven Joden in Cuba in armoede.

jodenraulbrantkaarssynagogeshalom04122010

In 2010 bezocht Raúl Castro de synagoge Beth Shalom

Onder het communistisch regime zijn er twee munteenheden in Cuba: de reguliere of nationale peso, die door de lokale bevolking wordt gebruikt, en de peso convertible of CUC, die grotendeels door bezoekers wordt gebruikt en waarvoor de wisselkoers één dollar per peso convertible is. Veel van de benodigdheden die de Joodse gemeenschap nodig heeft, kan Dworin niet kopen met nationale peso’s. Dit betreft poedermelk of anti-continentiemateriaal voor de senioren, die 20% van de gemeenschap vormen. Tenzij er genoeg geld is van donaties, of ze vanuit het buitenland worden verzonden, heeft Beth Shalom geen toegang tot deze artikelen. Onlangs was de synagoge eindelijk door een donatie in staat om het gat in het dak te repareren, het was al een tijdje lek. Maar naast deze praktische zaken beïnvloedt de financiële situatie soms het Joodse leven zelf in Cuba. ‘Omdat we een zeer arme gemeenschap zijn, kunnen we ons niet veroorloven om een rabbi te onderhouden,’ zegt Dworin. ‘Een rabbi is niet zoals een priester, hij heeft een vrouw en kinderen.’ In plaats daarvan ontvangt de synagoge eenmaal per paar maanden een rabbi uit de VS, die leden van de gemeenschap laat zien hoe zij diensten, begrafenissen en dergelijke kunnen leiden.

jood-bar-mitzvah

Bar mitswa feest

Steun
Fernández zegt dat donaties aan Beth Shalom ‘incidenteel’ komen. Omdat geld naar Cuba sturen vaak niet mogelijk is of er buitensporige bankkosten worden gerekend, komen de bijdragen meestal van Joodse toeristen die de synagoge bezoeken. ‘Als er iemand komt en hij is rijk en Dworin is die dag in een grappige stemming, dan vraagt hij ‘Wat heb je nodig?’ en zij zegt: ‘Geld’. (…) ‘En dan doneert hij wel geld,’ zegt hij. Zo gaat dat. Dit gebeurde meerdere malen bij Beth Shalom. In 2013, konden ze dankzij een donatie van een rijke Amerikaanse Jood zelfs kleding kopen voor de groep Cubaanse Joodse atleten die Beth Shalom jaarlijks naar de Maccabiah Spelen, ook wel de joodse OIympische Spelen, in Israël stuurt. Dit jaar, legt Dworin uit, weten ze nog niet zeker of ze een delegatie naar de spelen kunnen zenden.

Bron
* Danielle Ziri, Jerusalem Post, 14 april 2017

Advertenties

One thought on “Ondanks armoede rijk joods leven in Cuba (deel 1)

  1. Mooi, uniek verhaal vooral de verdraagzaamheid komt goed uit de verf. Pas docu gezien op BRT over de joodse gemeenschap in Antwerpen, ook al zo’n respectvol verhaal door de kok en presentator van ‘dagelijkse kost’ op brt 1.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s