CTC: lonen in Cuba zijn ‘ontoereikend’

De secretaris-generaal van de enige erkende vakcentrale in Cuba, de Central de Trabajadores de Cuba (CTC), erkent dat de salarissen op het eiland ‘ontoereikend’ zijn om de behoeften van de arbeiders te dekken. Volgens Ulises Guilarte de Nacimiento leidt dit tot ‘apathie’, ‘desinteresse’ en een ‘aanzienlijke arbeidsmigratie’. De CTC is een van de massaorganisaties van de Cubaanse overheid die de bevolking controleren.

CTC-Ulises Guilarte de Nacimiento, secretario general de la Central de Trabajadores de Cuba3

Ulises Guilarte de Nacimiento, CTC-vakbondsvoorzitter

Guilarte de Nacimiento zegt in de partijkrant Granma: ‘Ik durf te beweren dat de vakbeweging als geen andere organisatie in het spectrum van onze samenleving, borg staat voor een effectieve controle van de bevolking.’ Kritische economen die afgelopen week in Miami bijeenkwamen, onder wie Carmelo Mesa –Lago bespraken ook het thema van de arbeidsmigratie en concludeerden dat veel hooggekwalificeerde Cubanen zich wijden aan activiteiten die minder kwalificatie vragen maar wel meer loon opleveren. Het is niet ongewoon een verpleger tegen te komen die taxichauffeur is, of een advocaat die levend standbeeld speelt op een door toeristen veel bezochte plaats. Mesa-Lago: ‘De staat moet beroepsbeoefenaars de gelegenheid geven hun beroep uit te oefenen. Van de 201 beroepen die de Cubanen vrij mogen uitoefenen als ‘eigen baas of cuentapropista, behoort de meerderheid tot de beroepen waar geen of weinig kwalificatie voor nodig is. Het zijn er niet meer dan tien’.

Salaris
Vakbondsleider Guilarte gaat in de partijkrant ook in op het thema van de salarissen. ‘Rond het salaris speelt zich in de samenleving een polemisch debat af waarbij door een meerderheid wordt erkend dat de ontvangen inkomsten onvoldoende zijn om tegemoet te komen aan de behoeften van de arbeiders, waar de vakbeweging mee samenvalt.’ Volgens officiële cijfers bedroeg het gemiddeld maandsalaris in Cuba in 2016 740 Cubaanse peso’s oftewel 29,6 dollar. In sommige sectoren wordt meer betaald; de best betaalde arbeiders zijn die in de suiker met 1.246 Cubaanse peso’s oftewel 49,8 dollar. In de publieke administratie, de defensie en de sociale zekerheid is het het laagst namelijk 510 Cubaanse peso’s oftewel 20,4 dollar.

Kostenstijging

libretaproducten

Producten op basis van het bonnenboekje

Guilarte, ook lid van het Politburo van de Cubaanse Communistische Partij, zegt dat er vooruitgang is geboekt. In 2009 waren er nog 802 staatsbedrijven die de werknemers salaris uitbetaalden zonder dat er productie tegenover stond. Zij werkten met verlies. In het eerste half jaar van 2017 waren dit er nog maar 67. De lage salarissen die de Cubaanse staat uitbetaalt, staan in schril contrast met de stijging van de kosten van levensonderhoud in Cuba. De lijst met producten die een gezin ontvangt op basis van de libreta of bonnenboekje, wordt steeds korter. Op dit moment ontvangt een Cubaan via de libreta 7 pond rijst, 4 pond suiker, een halve liter sojaolie, een pakje koffie, spaghetti, vijf eieren en kip in kleine hoeveelheden. Kinderen krijgen 1 liter melk per dag tot ze 7 jaar worden. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie ILO ontving een Cubaanse fabrieksarbeider voor de revolutie in 1958 gemiddeld 120 peso’s per maand (vergelijkbaar met 120 dollar) en een landbouwarbeider 60 peso’s, vergelijkbaar met 60 dollar.

Bron
* Diario de Cuba, 31 juli 2017
Link
* Interview met Ulises Ugarte in Granma, 30 juli 2017