The Economist: verwarring tekent koers Cubaanse economie

Het communistische regime in Havana kan niet langer vertrouwen op de vrijgevigheid van zijn bondgenoten. Volgens een commentaar van The Economist zitten de leiders in Havana met de handen in het haar. De onvermijdelijke bureaucratie schrikt buitenlandse investeerders af en de duale economie zorgt voor een sterk overschatte valutakoers. The Economist verwacht – nu zich het proces van de opvolging van Raúl Castro afspeelt –  geen verregaande besluiten op dit terrein. Dat is slecht nieuws voor de startende groep van jonge particuliere ondernemers.

cuentapropista-fruit2Gabriel en Leo hebben weinig gemeen. Gabriel verdient 576 Cubaanse peso’s ($23) per maand als onderhoudsman in een ziekenhuis. Leo heeft een eigen onderneming met een omzet van $20.000 per maand en 11 voltijdse werknemers. Maar beiden hebben reden tot klagen. Voor Gabriel zijn het de povere middelen van bestaan die zijn salaris oplevert. In een slecht verlichte staatswinkel of bodega laat hij aan de hand van zijn rantsoeneringboekje zien waar hij als één persoon per maand recht op heeft: o.a. een zakje koffie, een halve fles bakolie en vijf kilo rijst. De artikelen kosten bijna niets (rijst is één cent per pond), maar zijn onvoldoende. Cubanen moeten de rest kopen op de vrije markt waar de rijst 20 keer zo duur is. Leo (niet zijn echte naam) heeft verschillende klachten. Cuba produceert niet de producten die hij als ondernemer nodig heeft of geeft geen toestemming deze artikelen te importeren. Hij reist twee of drie keer per maand naar het buitenland om ze toch te krijgen. Hij doet er zes tot acht uur over om zijn koffers zo in te pakken dat douanebeambten de clandestiene goederen niet kunnen spotten. ‘Het voelt alsof je cocaïne vervoert’, zegt hij.

Wantrouwen
Het vergemakkelijken van zaken voor ondernemers als Leo zou uiteindelijk ook mensen als Gabriël helpen. Er worden betere banen door gecreëerd maar de socialistische regering van Cuba ziet het niet zo. In augustus kondigde zij aan dat zij voor 24 beroepen van de lijst van 201 beroepen waarin particuliere ondernemingen zijn toegelaten, geen vergunningen meer zal verlenen. Deze tijdelijke opschorting geldt o.a. het leiden van restaurants, het verhuren van kamers aan toeristen, het repareren van elektronische apparatuur en muziekonderricht. Daardoor is het experiment van Cuba met het kapitalisme niet beëindigd. De meeste van de 600.000 cuentapropistas (zelfstandige ondernemers), waaronder restauranteigenaren, hoteliers en dergelijke, kunnen doorgaan zoals voorheen. Maar de overheid wantrouwt hen. Hun welvaart roept de jaloezie op van armere Cubanen. Hun hang naar onafhankelijkheid kan op een dag leiden tot dissident gedrag. Raúl Castro, de president van het land, is onlangs tegen cuentapropistas in het geweer gekomen en laakte de ‘illegaliteit en andere onregelmatigheden’, waaronder belastingontduiking. Hij zweeg over de dwaze belemmeringen die zulk ongewenst gedrag mogelijk maken. De overheid ‘bestrijdt rijkdom, niet de armoede,’ klaagt een ondernemer.

De mond van Trump, het oog van Irma
De beknotting van het kapitalisme vindt plaats op een gevoelig moment voor Cuba. Raúl Castro zal in februari terugtreden als president. Dan komt er een einde aan het bijna 60 jaar autocratisch regime door hem en zijn oudere broer Fidel, die de revolutie in 1959 leidde. De volgende president zal waarschijnlijk geen eigen herinneringen meer hebben aan die gebeurtenis. De betrekkingen met de Verenigde Staten, die onder Barack Obama het economisch embargo versoepelden en de diplomatieke betrekkingen herstelden, hebben ondertussen een vervelende wending genomen. President Donald Trump is van plan het voor Amerikanen moeilijker te maken het eiland te bezoeken. Berichten over mysterieuze ‘sonische aanvallen’ op Amerikaanse diplomaten in Havana hebben de spanningen nog verder doen toenemen.

Chavez_Fidel_Raul_Castrojuli2011

Juli 2011: Fidel Castro, de Venezolaanse president Hugo Chávez en Raúl Castro

Geen mecenas
De orkaan Irma die Cuba begin september trof, doodde ten minste tien mensen, vernielde enkele van Cuba’s populairste badplaatsen en legde het elektriciteitsnetwerk een korte periode volledig plat. Nu het begrotingstekort dit jaar naar verwachting 12% van het BNP zal bedragen, heeft de regering weinig geld voor de wederopbouw. Dit zijn klappen voor een economie die al in zeer slechte vorm was. Cuba’s favoriete economische strategie – subsidies verwerven van linkse bondgenoten – heeft zijn langste tijd gehad. Venezuela, die de rol van de voormalige mecenas de Sovjet-Unie overnam, is er nog erger aan toe dan Cuba. Hun ruilhandel – Venezolaanse olie in ruil voor de diensten van Cubaanse artsen en andere professionals – krimpt. De handel tussen de twee landen is in waarde gedaald van $8,5 miljard in 2012 tot $2,2 miljard vorig jaar. Cuba heeft op de internationale markt meer brandstof moeten kopen tegen de volle prijs. Ondanks een hausse in het toerisme zijn de inkomsten uit diensten, waaronder de medische dienstverlening, sinds 2013 gedaald.

CUBA-ECONOMY-WHOLESALE-RETAILBureaucratie
Cuba wordt door een socialistisch keurslijf  belemmerd in zijn groei en produceert weinig producten die andere landen of de eigen bevolking willen kopen. De landbouw bijvoorbeeld wordt belemmerd door het ontbreken van markten voor de aankoop van grond, machines en andere productiemiddelen, door de overheid vastgestelde prijzen, die vaak onder de marktprijs liggen, en door slecht vervoer. Cuba importeert 80% van zijn voedsel. Het wordt steeds moeilijker om ervoor te betalen. In juli zei de minister van Economische Zaken, Ricardo Cabrisas, tegen de Nationale Assemblee dat door deze financiële druk in 2017 de invoer met $1,5 miljard zou verminderen. Wat er in winkels ligt, hangt vaak af van de vraag wie van Cuba’s leveranciers bereid zijn op betaling te wachten. Het BNP kromp in 2016 met 0,9%. Vanwege de orkaan Irma en de daling van de invoer wordt ook 2017 in economisch opzicht een nieuw slecht jaar. De overheid weet niet wat ze moet doen. Eén antwoord is het stimuleren van buitenlandse investeringen, maar de regering dwingt investeerders het bad van de bureaucratie te ondergaan. Meerdere ministeries moeten bij elke transactie hun handtekening zetten. Ambtenaren bepalen bijvoorbeeld zaken als het toegestane dieselgebruik voor bestelwagens en investeerders kunnen niet vrijelijk winst naar huis overmaken. Tussen maart 2014 en november 2016 trok Cuba 1,3 miljard dollar aan buitenlandse investeringen, minder dan een kwart van zijn doelstelling.

Gebrek aan durf
Geconfronteerd met een stagnerende economie en de dreiging van tekorten, probeert de regering met kracht investeerders te verleiden. Zij heeft ermee ingestemd dat voedselproducerende ondernemingen een deel van hun winsten kunnen terugboeken naar het land van vestiging. Maar alles wat verder gaat, lijkt een brug te ver voor de Cubaanse leiders. Zelfstandigen of cuentapropistas als Leo wachten vol ongeduld op de eerder toegezegde wet voor kleine en middelgrote ondernemingen. Die zou hen in staat stellen een ander type bedrijf te vormen en af te wijken van de gevestigde staatsondernemingen. Maar dat zal niet snel gebeuren, zegt Omar Everleny, een hervormingsgezinde Cubaanse econoom.

A farmer holds a wad of Cuban money at a vegetable stall at a market in central Cuba

Nationale peso’s

Valuta
Een nog veel verder gaande stap zou de hervorming van het bestaande systeem van dubbele valuta zijn. Daardoor kunnen staatsbedrijven niet concurreren, blijven de salarissen in de staatssector bitter laag en worden de prijzen in de economische sector verstoord. Cubaanse peso’s circuleren naast de convertibele peso (CUC), die ongeveer één dollar waard is. Hoewel de wisselkoers van de peso en de CUC voor individuele personen (inclusief toeristen) 24 op 1 bedraagt, is hij voor staatsbedrijven en andere overheidsinstanties één op één. Voor deze instellingen, die het grootste deel van de economie in Cuba voor hun rekening nemen, wordt de Cubaanse peso dus sterk overgewaardeerd. Dit levert een enorme subsidie op voor importeurs en straft exporteurs. Een devaluatie van de Cubaanse peso voor staatsbedrijven is noodzakelijk om de economie goed te laten functioneren. Maar het zou leiden tot faillissementen, ontslagen en een sterke inflatie. Landen die een dergelijke devaluatie proberen te realiseren, zoeken meestal hulp van buiten. Vanwege Amerikaans verzet kan Cuba echter geen lid worden van het IMF of de Wereldbank, de belangrijkste bronnen voor hulp. Het vastleggen van het valutasysteem is een ‘voorwaarde voor verdere liberalisering’, aldus Emily Morris, econoom aan het University College London.

migueldiazcaneljuli2013

Miguel Díaz-Canel

Opvolging
Het is onwaarschijnlijk dat dit nu zal gebeuren, omdat het land is gericht op de verkiezing van een nieuwe leider, de opvolger van Raúl Castro. Dit proces heeft de strijd tussen hervormers en conservatieven binnen de regering verscherpt. De strijdlust van president Trump heeft die waarschijnlijk versterkt. De meeste Cubaanse waarnemers zagen Miguel Díaz-Canel, de eerste vicepresident en de waarschijnlijke opvolger van Raúl Castro, als een liberaal naar Cubaanse maatstaven. Maar dat was vóórdat in augustus een videoband van hem openbaar werd waarin hij communistische partijleden toesprak. Díaz-Canel beschuldigt de Verenigde Staten daarin ‘de politieke en economische verovering’ van Cuba voor te bereiden en hij viel hard uit tegen de media die kritisch staan tegenover het regime. Misschien heeft hij zich alleen maar tot conservatieven gewend om zijn kansen de opvolger van Raúl Castro te worden, te vergroten. Als dit zijn ware opvattingen zijn, dan is dat slecht nieuws voor Leo en Gabriël.

Bron
* The Economist, 30 september 2017

Link
* Vice-president Díaz-Canel is van de harde lijn, zie bericht van deze Cubaweblog, 3 december 2015

Advertenties