Zwarte lijst van verboden films

De afgelopen weken berichtte deze Cubaweblog geregeld over censuur bij de totstandkoming van films. Hoeveel Cubaanse films zijn er de afgelopen tien jaar gecensureerd? Een filmcriticus stuurde een Open Brief naar La Jiribilla, de website van de staatsorganisatie van film, Instituto Cubano del Arte e Industria Cinematográficos (ICAIC). De lijst met meer dan 20 titels, samengesteld door Dean Luis Reyes, werd door de kunstenaarsbond genegeerd.

bioscoop-camilo-gracias-fidel

Bioscoop en theater Camilo Dank je, Fidel.

In de brief van Reyes levert deze kritiek op een artikel van José Ángel Hernández Pérez op de officiële website La Jiribilla. Hij valt de kunstcriticus Gustavo Arcos aan omdat deze partij koos voor de film Quiero hacer una película / Ik wil een film maken van Yimit Ramirez. De officiële Cubaanse kunstenwereld maakte publieke vertoning van deze film onmogelijk vanwege vermeende beledigen aan het adres van de nationale held José Marti. (Zie ook deze Cubaweblog van 22 maart 2018) Pérez bekritiseert Arcos die toch ‘het voorrecht heeft genoten’ om jarenlang kunstonderwijs gegeven te hebben aan gerenommeerde instituten in Cuba. Reyes: ‘Alsof het een voorrecht zou zijn geweest om professor te zijn van bijna twintig generaties aan de Faculteit der Kunst van de Audiovisuele Media van het Superieur Instituut voor de Kunst, misschien verleend door de grootmoedigheid van een of andere superieure macht.’  Arcos’ motieven zijn volgens Hernández Pérez verdacht. Net als alle anderen die het verbod van de film door de filmbond ICAIC bekritiseerden. De criticus spreekt over ‘een destabiliserend en gezagsondermijnend netwerk’. Reyes veroordeelt het feit dat de journalist Hernández Pérez ‘de moord op de reputatie van Arcos herhaalt’ met een beroep op ‘argumenten die een relatie leggen met de nieuwe begroting van het Amerikaanse ministerie van Financiën in het kader van het beleid van Donald Trump om de Cubaanse regering omver te werpen’.

Open debat
Reyes noemt het ‘een minne streek’ iemand aan te vallen en te verwijzen naar zijn levensonderhoud want ‘het beroep van Arcos als docent ter discussie te stellen, is vragen om zijn ontslag’. (…) ‘Wij hebben daar bij ons in de buurt een zeer lelijk woord voor,’ aldus Dean Luis Reyes. Hij besluit met de constatering dat het ‘onethisch is om te denken dat een collectief als het filmcollectief, dat als geen ander in de de Cubaanse intellectuele wereld een reputatie heeft  als het gaat om discussie en het open debat, niet zou reageren op een beslissing die het als een schande beschouwde,’ voegt Reyes eraan toe.

Koude Oorlog
‘Deze opstandige traditie lijkt Hernández Pérez te ontkennen want in zijn geest zijn er slechts huurlingen en is er een culturele Koude Oorlog. Die zal niet ophouden enkel omdat men ons bedreigt en het etiket van contrarevolutionairen opplakt’. (…) ‘Hernández Pérez en La Jiribilla tonen een onmetelijke onwetendheid over de echte problemen van de Cubaanse cinema,’ concludeert de criticus. Omdat de autoriteiten in de politiek en de culturele wereld weigeren de term censuur in de mond te nemen, voegt Reyes in zijn Open Brief ‘een niet-uitputtende lijst toe van Cubaanse speelfilms van de afgelopen 10 jaar, die nog geen publieke première of normale vertoning kregen na een festival of tentoonstelling.

De lijst

film-memorias-del-desarollo

Memorias del Desarollo

Molina´s Ferozz (Jorge Molina, 2010)
Memorias del desarrollo (Miguel Coyula, 2010)
La vaca de mármol (Enrique Colina, 2013)
Jirafas (Enrique Álvarez, 2014)
Espejuelos oscuros (Jessica Rodríguez, 2015)
Caballos (Fabián Suárez, 2015)
El tren de la línea norte (Marcelo Martín, 2015)
La obra del siglo (Carlos Machado, 2015)
La singular historia de Juan sin Nada (Ricardo Figueredo, 2016)
Sharing Stella (Enrique Álvarez, 2016)

film-santa-andres

Santa y Andrés

Santa y Andrés (Carlos Lechuga, 2016)
El tío Alberto (Marcel Beltrán, 2016)
Severo secreto (Oneyda González, Gustavo Pérez, 2016)
El Proyecto (Alejandro Alonso, 2017)
Pablo Milanés (Juan Pin Vilar, 2017)
Nadie (Miguel Coyula, 2017)
Sergio y Sergei (Ernesto Daranas, 2017)

Bron
* Cubanet, 3 april 2018
Link
* Facebook van Reyes

Harde aanval Granma op filmmaker Yimit Ramírez

De Cubaanse filmmaker Yimit Ramírez, maker van Quiero hacer una pelicula / Ik wil een film maken, is in de partijkrant Granma hard aangevallen wegens belediging van José Martí. Cultuurcriticus van de krant, Pedro de la Oz vergeleek teksten uit de film met een incident uit 1946 toen dronken Amerikaanse mariniers op het standbeeld van deze Cubaanse nationale held plasten.

mariniers-1946-standbeeeld-jose-marti

Enkele van de dronken Amerikaanse mariniers die in 1946 het monument van José Martí beklommen en bevuilden. Daar werden ze een dag later door marine-attaché Thomas Francis Cullens opgehaald.

‘Martí is nu meer dan ooit een symbool van het Vaderland,’ waarschuwt Pedro de la Oz die verder schrijft dat ‘Martí beledigen ontoelaatbaar is’. Pedro de la Oz volgt in zijn commentaar de reactie van de officiële filmbond ICAIC. Afgelopen dinsdag publiceerde ICAIC een nota waarin werd bevestigd dat de film Quiero hacer una película was uitgesloten van de sectie Speciale Presentatie voor de Jeugd omdat een van de personages ‘zich op onaanvaardbare wijze uitsprak over José Martí’. ICAIC benadrukt dat het niet alleen een zaak van de ICAIC betreft, ‘maar onze hele samenleving aangaat’ en dat dit niet ‘eenvoudigweg kan worden geaccepteerd als een uiting van vrije meningsuiting.’ De la Oz zegt iets vergelijkbaars en noemt een belediging aan het adres van Martí ‘een belediging die door de overgrote meerderheid van de Cubanen wordt gevoeld.’ De journalist bekritiseert het feit dat de festivalcoördinatoren en de maker van de film nu ICAIC beschuldigen van censuur, terwijl het staatsmonopolie voor de film oproept tot ‘verantwoordelijkheid’.

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula3

Crowdfunding-affiche in het Italiaans

Niet terugtrekken
Marta María Ramírez, promotor van de gecensureerde film, heeft gereageerd op de verklaring van ICAIC. Op haar Facebookpagina stelt ze dat ‘ICAIC in de verklaring liegt om het totale gebrek aan dialoog en de censuur van de film Quiero hacer una película te rechtvaardigen’. De journalist beklemtoont ook dat ‘er nooit enige dialoog is geweest’ en wijst erop dat de filmmakers de film niet hebben teruggetrokken, maar de voorwaarden van de ICAIC niet wilden accepteren. De film zou, aldus ICAIC vertoond moeten worden in een zaal met slechts 24 zitplaatsen. De persconferentie voor het jeugdfilmfestival, die gepland stond voor donderdag, werd een uur voor aanvang afgelast en omgevormd tot een evenement met één spreker: Roberto Smith, voorzitter van ICAIC, die een monoloog hield en de filmmakers beschuldigde van ‘onethisch gedrag.’

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula2Protest
De jonge organisatoren van het filmfestival handhaafden in de catalogus de pagina die gewijd was aan de film van Ramírez. Er was een zwarte achtergrond toegevoegd met de tekst van het protest tegen de censuur van Quiero hacer una película. In de tekst wordt over de film van Ramírez gezegd dat deze ‘de lang verwachte vrucht vormt van een zoon van het festival en dat deze nu misschien wel de enige natuurlijke mogelijkheid verliest om zijn werk aan een breed publiek te tonen’. Yimit Ramírez won twee keer de prijs voor beste animatie op het ICAIC Jeugdfestival, één voor The Beauty or the Beast en één voor Reflexiónes y Hombres verdes. Hij studeerde af aan de Academie voor Schone Kunsten en aan het Instituto Superior de Diseño Industrial. Momenteel studeert hij aan de internationale filmopleiding Escuela Internacional de Cine de San Antonio de los Baños.

Bron
* Zunilda Mata van de site 14ymedio, 24 maart 2018

Linken
* Reactie Pedro de la Oz, Granma, 23 maart 2018
* De journalistenbond UPEC publiceerde in 2010 een tekst over het incident uit  1946 toen Amerikaanse mariniers tegen het monument van José Martí plasten.

Verbod ‘respectloze’ film over José Martí

De film Quiero hacer una película / Ik wil een film maken van Yimit Ramírez is niet te zien tijdens de speciale dagen voor jonge filmmakers in Havana. Ambtenaren van het Cubaans filminstituut Instituto del Arte la Industria Cinematográficos / Cubaans Instituut voor de Filmkunsten (ICAIC) zeiden dat enkele dialogen niet erg ‘respectvol’ waren tegenover de Cubaanse apostel van de onafhankelijkheid, José Martí, die ‘heilig is’. Marta María Ramírez publiceerde de gewraakte tekst waarin de Cubaanse held omschreven wordt als ‘een drol’ en ‘een nicht.’

ramirez-yimit-filmregisseur

De Cubaanse filmmaker Yimit Ramírez financierde zijn film gedeeltelijk via crowdfunding

De film zou op 3 april vertoond worden, gevolgd door een discussie tussen de kunstenaar en het publiek. Het programma werd echter niet goedgekeurd door de functionarissen van de kunstenaarsbond ICAIC die eisten dat de vertoning zou plaatsvinden in een kleiner zaaltje met slechts 24 stoelen in het hoofdkantoor van de ICAIC in Calle 23 in Vedado. Vooraf zouden ICAIC–officials de film nog moeten zien. Ramírez legt op Facebook uit: ’Ik moest daarover spreken met Octavio Fraga Guerra, een ambtenaar die ik al lange tijd ken en die, gewapend met een usb-stick, eiste dat hij de film zou kopiëren, zodat hij deze kon bekijken samen met de voorzitter van ICAIC’. Ramírez aarzelde om ICAIC een exemplaar van de film op een usb-stick te geven uit vrees dat de film ‘gelekt zou worden zoals met andere werken van Cubaanse filmmakers’, die aan ICAIC werden toevertrouwd. De ambtenaar waarschuwde hem met de woorden: ‘Als je me geen exemplaar geeft, zal de film niet vertoond worden’. Ramírez ging akkoord. Drie uur later werd duidelijk dat film niet vertoond mocht worden omdat Guerra ‘een  citaat in de film niet beviel.’

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula-engels

Campagne crowdfunding in het Engels

Crowdfunding
Quiero hacer una película is de eerste speelfilm van Ramírez, die hij met een budget van 8.000 euro, verkregen via een crowdfundingcampagne, produceerde. De journalist Marta María Ramírez ontwierp de communicatiestrategie voor de campagne op internet. Beiden vinden de nieuwe zaal met slechts 24 zitplaatsen te klein voor de geplande vertoning. Ramírez legt uit dat het geen zin heeft de film te vertonen in een ruimte waar zelfs nauwelijks plaats is voor het team dat de film heeft gemaakt. ‘Het zou interessant zijn geweest om een debat met het publiek te hebben’, zegt hij. Roberto Smith de Castro, directeur van ICAIC, antwoordde categorisch dat ‘Martí heilig is’ en dat vertoning enkel in het kleine zaaltje kon plaatsvinden.

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula

Affiche van de film

Solidair
De voortreffelijke filmmaker Fernando Pérez nam in 2010 ontslag als directeur van de filmdagen voor jonge cineasten, na een soortgelijke manoeuvre door ICAIC. Toen werd de documentaire van de filmmaker Ricardo Figueredo over rapper Raudel Collazo van Escuadrón Patriota verboden. Yimit Ramírez, regisseur van de film, is niet verbaasd over wat er gebeurd is en zegt dat hij het verwachtte. ‘We rekenden niet op hun steun en en wilden de film volledig onafhankelijk maken, en dat hebben we ook gedaan. Het zou leuk zijn om de film in de bioscopen te kunnen zien. Maar de waarheid is dat zij alle bioscopen hier controleren maar buiten de bioscopen zijn er ook nog mogelijkheden.’

ramirez-yimit-filmregisseur.zelfportret

Zelfportret Yimit Ramírez

Martí
Regisseur Yimit Ramirez prijst de figuur van José Martí in de film ‘die authentieker is dan de Martí die door de instituten hier wordt gepromoot.’ De filmcriticus Dean Luis Reyes verklaarde zich solidair met de filmploeg: ‘Martí is voor sommigen een God, maar kunst heeft te maken met twijfels, geloof is een andere zaak.’

Bron
* 14ymedio, Luz Escobar, Havana, 14 maart 2018

Link
* De trailer uit 2016 waarin de crowdfunding wordt aangekondigd door Ramírez.

Kcho: ‘Mijn moeder leerde me Fidelista te zijn’

De Cubaanse kunstenaar Alexis Leyva Machado ‘Kcho’ (47) liet er in een interview met het Russische televisiestation RT geen twijfel over bestaan. Dankzij de opvoeding van zijn moeder Martha Machado werd hij een trouwe Fidelista, aanhanger van Fidel Castro. Vanuit zijn studio Romerillo in Havana verheerlijkte hij 26 minuten lang het regime en zijn leiders en onderstreepte hij de sympathie die hij hen steeds had betuigd. Het televisie-interview komt kort nadat hij twee weken in een ontwenningskliniek voor drugsverslaafden had doorgebracht en het gesprek moet de geruchten rond deze protegé van het regime de kop indrukken. Volgens sommige sociale media zou Kcho in ongenade zijn gevallen bij de politieke leiding van het land.

kchoand fidel-castro-en-el-romerillo-08012014

Fidel Castro bezoekt de studio Romerillo van Kcho (rechts) in Havana, 8 januari 2014

Kcho: ‘Ik heb mijn sociale betrokkenheid geërfd van Martha Machado (…) Ik ben zo omdat mijn moeder me dat heeft geleerd, zo ben ik opgevoed met de kracht afkomstig van thuis (…). Mensen vragen me: ‘Waarom ben je zo’n grote Fidelista?’ Het is mijn moeder, mijn moeder leerde me dat (…). Toen ik Fidel de eerste keer van mijn leven zag, leek het alsof hij een vriend voor altijd was, die bij mij thuis woonde,’ zegt hij tegen de journaliste Oliver Zamora Oria. Kcho vertoonde zich recent op de begraafplaats Santa Ifigenia in Santiago waar hij de grafmonument van Fidel Castro bezocht. Hij schreef over deze ‘droevige ervaring’ op Facebook, inclusief foto’s en een filmpje van zichzelf.

kcho-op-bezoek-bij-google

Kcho op bezoek bij Google

Cuba is mijn markt
Kcho: ’Mijn talent bestaat omdat ik iets in mij heb dat de Cubaanse revolutie wordt genoemd, ik maak deel uit van iets dat veel groter is dan ikzelf, namelijk de Cubaanse revolutie’, benadrukt hij. ‘Het belangrijkste voor mij is Cuba,’ zegt Kcho, die zegt geen enkel probleem te hebben om zijn sympathie te betuigen met de leiders van het regime. Op de vraag of de Verenigde Staten een natuurlijke markt kunnen zijn voor Cubaanse beeldende kunstenaars, zegt Kcho dat ‘kunst niet wordt gemaakt voor de markt.’ (…) ‘Dat is een valstrik (…) men schept uit noodzaak, de kunstenaars die ik het meest bewonder zijn zij die het meeste werk verzetten’. (…) ‘Kunst bestaat niet omdat het verkocht wordt maar omdat het nodig is.’ (…) ‘Mijn belangrijkste markt is Cuba’. ‘Nooit zal men kunnen zeggen dat Kcho is gestopt met dromen, is gestopt met Cuba lief te hebben, is gestopt met creëren,’ zegt hij aan het eind van het interview.

kcho-graf-fidel-maart2018

Kcho bezocht deze maand het graf van Fidel Castro

Protegé
Beeldend kunstenaar Kcho was een protegé van Fidel Castro en zijn broer Raúl. Hij was ook lid van de Nationale Assemblee, maar zijn naam kwam niet meer voor op de kandidatenlijst bij de laatst gehouden verkiezingen. Hij richtte een state-of-the-art technologiecentrum op, gefinancierd door Google waar de Wifi altijd functioneert, maar de pagina’s van bezoekers van het internetcafé worden gecensureerd ‘Wij monitoren alle pagina’s die jullie bezoeken want ik wil weten waarvoor je de internetverbinding gebruikt’, zei Kcho daarover. Tijdens het bezoek in 2015 van paus Franciscus bood president Raúl Castro hem een kruisbeeld aan, getiteld Wonder. Dat was een werk van Kcho die eerder exposeerde in Rome.

Bronnen
* Diario de Cuba, 17 maart 2018

Linken
* Meer achtergrondinformatie over de affaire Kcho in Martinoticias, 11 december 2017 (Spaanstalig)
* Op 12 februari  2016 publiceerde deze Cuba- weblog een artikel over de kunstgalerie annex internetcafé en studio Romerillo van Kcho.

Inbeslagname boek urbancultuur op Internationale Boekenbeurs in Havana

De Cubaanse autoriteiten hebben op de Internationale Boekenbeurs van Havana alle exemplaren van het boek Rapear una Cuba utópica van de Spaanse schrijver Alejandro Zamora Montes in beslag genomen. Dit boek kwam uit bij de Spaanse uitgever Guantanamera en bevatte gesprekken en reportages over de invloed van  de urbanmuziekcultuur in Cuba.

urban-rapear una cuba utopica-alejandro-zamora

Omslag van Rapear una Cuba utópica

Toen de Cubaanse activist Juan Antonio Madrazo Luna de stand bezocht van de uitgeverij uit Sevilla werd hem meegedeeld dat de douane op 2 februari alle exemplaren van dit boek in beslag had genomen. Het boek is in maart 2017 in Spanje uitgekomen. Madrazo zegt dat de douane verscheen op het moment dat Zamora Montes vier exemplaren kreeg aangeboden. Zonder verdere uitleg en zonder overhandiging van papieren, werden alle exemplaren in beslag genomen. ‘Dit boek mag niet worden verspreid,’ zei een van de vrouwen die in de stand van de  uitgeverij werkte, toen de dissident Madrazo Luna haar vragen stelde. Andere aanwezigen van de uitgeverij Guantanamera reageerden afhoudend. ‘We willen geen problemen,’ was de lauwe reactie. De uitgeverij richt zich op verspreiding van werk van Cubaanse auteurs en publiceerde werk van jonge Cubaanse auteurs als Daniel Burguet en Ariel Maceo Téllez maar ook van meer ervaren schrijvers als Eduardo del Llano en Esther Suárez Durán. Daniel Pinilla, directeur van de uitgeverij Guantanamera, zei later tegen een redactielid van 14ymedio dat ‘er een administratief probleem met de douane was en dat het juist dit boek was en daarom niet kon worden gepresenteerd’. De auteur, Alejandro Zamora Montes, weigerde de website 14ymedio een reactie en zei dat hij niet in staat was om over het onderwerp te spreken.

Harde teksten
Het boek bevatte een interview met rapper Aldo van het duo Los Aldeanos, een groep die voorwerp van censuur is bij de officiële media op het eiland. Dit kan de reden zijn voor de inbeslagname. Verscheidene anonieme bronnen bij het Cubaans Instituut voor het Boek /Instituto Cubano del Libro (ICL) beamen dat. Het boek van Zamora Montes bevatte ook een kritisch interview met de musicus Silvio El Libre, de revolterende zoon van de vooraanstaande zanger Silvio Rodriguez. Het boek bevat ook muurtekeningen van de straatartiest Yulier Rodríguez, die nog recent door de politie in Havana werd gearresteerd.

Ontmaskering racisme

hip-hop-El-Negro-soy-yo.-Rap-Hip-Hop-Cuba
Op de website Cubaposible verscheen op 23 januari 2017 een uitvoerige boekbespreking van Negro Soy Yo: hip hop y la ciudadanía racial en Cuba neoliberal / Negro Soy Yo: Hip Hop and Raced Citizenship in Neoliberal Cuba. Het boek beschrijft de ontwikkeling van de hip-hop in Cuba tegen de achtergrond van de complexe raciale en sociale veranderingen op het eiland. Centraal staan Afrocubaanse jongeren die rap en hip-hop gebruiken om een nieuwe zwarte Cubaanse identiteit te ontwikkelen, mede als reactie op de marginalisering door de nieuwe markteconomie. Dat is een schril contrast met de belofte van de Revolutie die non-raciaal zou zijn en geen discriminatie zou kennen.

Volgens Madrazo is de inbeslagname vooral een klap voor de lezers  omdat ‘het boek een bescheiden presentatie is van de  betekenis van deze ondergrondse beweging van de alternatieve urbancultuur en een beeld biedt van 20 jaar hip hop cultuur in Cuba’. Volgens Madrazo is de boodschap van deze musici voor de autoriteiten ‘ongemakkelijk’. Dat maakt dat ‘rap voor hen oorlog is’, maar ‘de urbancultuur’ heeft bijgedragen aan ‘de ontmaskering van het racisme waarmee we zijn opgegroeid en hoe de angst voor de zwarte Cubaan een machtsinstrument is geworden in het huidige Cuba.’ Racisme, geweld, vervolging door de politie, drugsgebruik en het gebrek aan vrijheid zijn bekende thema’s in de urban cultuur en deze teksten bezorgen functionarissen van het Ministerie van Cultuur veelvuldig hoofdbrekens.

Bron
* Luz Escobar, website 14ymedio, 13 februari 2018

De armoede van de Cubaanse literatuur

Op 1 februari werd de 27ste Internationale Boekenbeurs van Havana geopend. Duizenden Cubanen trekken dan naar het fort San Carlos de la Cabaña, het Spaanse koloniale fort met spectaculair uitzicht over de stad. Zij grijpen de kans om aan goedkope boeken uit Cuba en de rest van de wereld te geraken. De beurs loopt tot mei en heeft tot doel het lezen op het hele eiland te bevorderen. Nick Caistor beschreef in Times Literary Supplement de stand van de Cubaanse literatuur.

Feria-Libro-San Carlos de la Cabaña es la sede principal de la XXVI Feria Internacional de Libro de La Habana.februari2017

Bezoekers aan de boekenbeurs vorig jaar

Dit jaar is China eregast van de boekenbeurs waar meer dan 300 schrijvers (de grote meerderheid Cubaans) uit meer dan dertig landen het woord voeren. Vorig jaar was Canada eregast en waren bekende auteurs als Margaret Atwood (die Cuba vaker bezocht om er de tropische vogeltjes te bestuderen) en de Braziliaanse priester en schrijver Frei Betto onder de gasten. Toch zijn op het eiland maar weinig hedendaagse buitenlandse schrijvers bekend en zijn hun boeken zelden beschikbaar. Edities in het Engels uit de Verenigde Staten of Europa zijn veel te duur voor gewone Cubanen, en er zijn geen diensten zoals Amazon voor online aankopen. Het Cubaanse staatsinstituut Cubano del Libro is veel meer geïnteresseerd in het uitgeven van goedkope edities van Cubaanse boeken en klassieken uit het socialistisch realisme uit de Sovjet-Unie en elders.

boekhandel-Moderna-Poesia

Boekwinkel La Moderna Poesia

Boekwinkels
De verscheidenheid aan boeken die op de Boekenbeurs van Havana wordt aangeboden, onderstreept vooral het gebrek aan keuzes in het algemeen. Vóór de revolutie van 1959 onder leiding van Fidel Castro, was Calle Obispo in het centrum van het oude Havana een bloeiende straat, met veel boekhandels die niet alleen werken uit Cuba, maar ook uit de rest van Latijns-Amerika, samen met import uit onder andere de Verenigde Staten en Frankrijk, verkochten. Tegenwoordig is het markante art-deco-gebouw uit de jaren dertig van de vorige eeuw, waarin de boekenwinkel Moderna Poesía is gehuisvest, architectonisch interessanter dan alle werken die er verkocht worden. ‘Veel ruimte, weinig boeken’, zegt een lokale schrijver. En banden met bijna altijd de gedrukte toespraken van Castro, van de 19e eeuwse Cubaanse onafhankelijkheidsheld José Martí, of de werken van Ernesto ‘Che’ Guevara, domineren.

boekenstal2Tweedehands
Naast Moderna Poesía en een of twee andere even schaars beklante boekhandels, moeten Cubaanse lezers zich verlaten op tweedehands kopieën van de boekenmarkten. Sinds de mogelijkheid bestaat om je als kleine zelfstandige te vestigen als boekverkoper, is het aanbod groter geworden. Maar de concurrentie is ook gegroeid en voedsel en kleding zijn voor gewone Cubanen, die onder zeer moeilijke economische omstandigheden proberen te overleven, nu eenmaal belangrijker.

Onafhankelijke bibliotheken
In Havana en enkele andere steden is er ook een netwerk van ‘onafhankelijke bibliotheken’, meestal opgezet in particuliere woningen, vaak van leerkrachten of gepensioneerden. Deze onofficiële bibliotheken bieden een ruimere keuze aan internationale en Cubaanse literatuur. Maar zij hebben de afgelopen jaren geleden onder de repressie van het regime. Bovendien behoren de oprichters van deze bibliotheken vaak tot de hoogopgeleide Cubanen uit de middenklasse die hebben geprofiteerd van de nieuwe mogelijkheden om het eiland te verlaten, op weg naar Miami of elders.

sartressprekenmetcheguevara

Simone dee Beauvoir en Jean Paul Sartre in gesprek met Che Guevara

Jaren zestig
De periode van de jaren zestig ligt ver achter ons, toen vooruitstrevende intellectuelen uit de hele wereld naar Cuba reisden om zich te laven aan de ontluikende revolutie. Ook is de tijd van de debatten voorbij, waarbij Fidel Castro zijn uit schrijvers bestaande gehoor voorhield dat ‘binnen de Revolutie alles, maar buiten de Revolutie niets’ mogelijk was. De Cubaanse staat controleert nog steeds wat wel en wat niet wordt gepubliceerd via het Instituto Cubano del Libro / Cubaans Instituut van het Boek en de Unie van Schrijvers en Kunstenaars, UNEAC. Officieel geaccepteerde auteurs als Miguel Barnet (auteur van de belangrijke roman Cimarron verhaal van de weggelopen slaaf (1968), in Nederland verschenen bij In de Knipscheer, en tegenwoordig voorzitter van de UNEAC), de romancier en huidige Minister van Cultuur, Abel Prieto en de dichter Nancy Morejon hebben geen moeite met publiceren en kunnen volop naar het buitenland reizen om hun werk te promoten.

Nieuwe generatie

cover-gutierrez-dirty-havana

Verscheen in 2002 in Nederland bij uitgever Vassallucci

Jongere auteurs met een alternatieve kijk op de plaats van de literatuur in Cuba, hebben echter meer problemen. Zij richten zich meer op fictie en zijn buiten Cuba vaak beter bekend dan thuis. Dit geldt voor Pedro Juan Gutiérrez, wiens Dirty Havana Trilogy ons doet kennismaken met de brutale en wellustige aspecten van het leven in de Cubaanse hoofdstad; seks en geweld spelen er een hoofdrol in en de cynische protagonisten geloven nog slechts in overleven tegen elke prijs. Leonardo Padura heeft een gelijkaardige directe aanpak. Hij is een van de weinige auteurs die zowel op het eiland als in het buitenland bekend zijn. Hij is erin geslaagd om de censuur te ontwijken en een reeks politieromans te publiceren met in de hoofdrol de gedesillusioneerde en hardvochtige ex-politie-agent Mario Conde. Hij zegt van zichzelf ‘een privédetective te zijn op een eiland waar geen detectives zijn en niets privé is’.

paduracoverHabanaRed

In 2005 verscheen bij Uitgeverij Elmar van Padura Maskers .

Padura verkent de duistere kant van het dagelijks leven, soms gedoogd door stilzwijgende officiële erkenning, soms geheel verborgen voor het oog. Tot verrassing van velen kreeg Padura in 2012 de Nationale Prijs voor Literatuur. Hij woont in Cuba en lijkt onverstoord  door te schrijven. ‘Mensen denken dat wat ik zeg, de maat is van alles  wat in Cuba wel of niet gezegd kan worden’, zei hij in een interview met Jon Lee Anderson van de New Yorker. Padura woont zijn hele leven in Cuba. Hij en Gutiérrez betreuren niet alleen het feit dat hun werk in eigen land weinig bekend is en weinig wordt gelezen, maar ook dat door de belemmeringen en ideologische dwang die sinds de revolutie plaatsvond, lezers zijn afgesneden van trends en stromingen in de literatuur in de rest van de wereld.

literatuur-sf-José Miguel Sánchez Gómez2

Science-fiction auteur José Miguel Sánchez Gómez, beter bekend als Yoss, heavy metalzanger.

Science Fiction
Science fiction is een geliefd genre onder Cubaanse auteurs. De overleden Agustín de Rojas was in de jaren negentig een pionier op dit gebied. Hij werd geïnspireerd door voorbeelden uit de Sovjet-Unie die de distopieën van de toekomst beschreven. Het sciencefictiongenre is overgenomen door een jongere generatie die alle moeite deed om iets te scheppen buiten het strakke en gesanctioneerde terrein van de officiële Cubaanse literatuur. Een van hen is José Miguel Sánchez Gómez, beter bekend als Yoss, de zanger van een heavy metalgroep. Twee van zijn boeken zijn in het Engels vertaald, namelijk A Planet for Rent en Super Extra Grande, uitgegeven bij Restless Books. Sciencefiction is voor hem ‘de literatuur van de consequenties, het biedt je de gelegenheid de veranderingen te evalueren die door onze activiteiten worden veroorzaakt. (…) Soms denk ik dat sciencefiction de enige verhaaltrant is die in staat is de absurditeit van heden accuraat te beschrijven.’

cabrerainfantemetdubbeldekker

Guillermo Cabrera Infante

Bloei
De bloei van de literatuur die de revolutie ons beloofde, heeft nooit plaatsgevonden. Volgens een uitgeweken schrijver heeft de helft van de Cubanen nog nooit een boek geopend en is het literatuuronderwijs armoedig en bekrompen. De grote  roman over de revolutie is nooit geschreven tenzij deze is opgeborgen in een bureaulade. En schrijvers uit de periode van voor de revolutie zoals José Lezama Lima en Virgilio Piñera worden nu gerehabiliteerd en ons als voorbeeld voorgehouden. Tot nu  toe is het meest bezielde literaire werk uit de afgelopen zestig jaren dat van Guillermo Cabrera Infante en Reinaldo Arenas. Beiden ontvluchtten het eiland en het lijkt er niet op dat zij spoedig gehuldigd zullen worden als kampioenen van de Cubaanse literatuur.

logo-feria-del-libro-2018Bron
* Nick Caistor, Times Literary Supplement, 30 januari 2018.
Caistor is auteur en vertaler. Zijn recentste boek is Buenos Aires: A cultural guide, 2014

Mijn eerste ontmoeting met de geheime dienst (deel 2)

Uiteindelijk wilden ze dat ik voor de geheime dienst zou werken als informant, om hen informatie te geven over gecensureerde kunstenaars waar ik mee te maken heb, met name over Tanía Bruguera. Ze wilden dat ik hun economische bronnen probeerde te achterhalen. Ze zeiden dat iemand in het buitenland deze dissidente activiteiten stimuleerde, een belangrijk iemand die kunstenaars, activisten en media verenigde tegen de regering van de Castro’s.

theater-adonis-milan-portret

Theaterdirecteur Adonis Milán die werd aangezocht als mogelijke chivato / verklikker.

Als ik gehoor zou geven aan hun verzoek om informant te zijn, zouden ze mij voordeeltjes voor mijn theatergroep geven en zouden ze me een project geven van de Consejo Nacional de las Artes Escenicas / Nationale Raad voor de Podiumkunsten (CNAE), waar ik een staf van acteurs zou hebben en later een officiële aanstelling. Ze verzochten mij een document te ondertekenen waarin ik beloofde om voor de Staatsveiligheidsdienst te werken. Ik vroeg om het document te laten lezen, waarop de luitenant-kolonel antwoordde: ‘Als je het leest, teken je’. Omdat theater in mijn genen zit, bedenk ik het meest naïeve idee van alles, om dubbelagent te worden en valse informatie aan de geheime dienst te geven. Ik speelde in een scène die niets met fictie te maken had. Uiteindelijk halen ze het document tevoorschijn, waarop met zeer grote letters stond geschreven Onder ede, een woord dat me deed terugdeinzen. Maar het was te laat of althans dat wilden ze me laten geloven. Ze moesten het papier vervangen, omdat ik op het eerste een inktvlek gemaakt had, omdat mijn handen bleven zweten van de zenuwen. Ik vulde het formulier in, waarin ze mij persoonlijke gegevens vroegen en vervolgens ondertekende ik.

theater-politie-optreden-bij-vijanden-van-volk

Politie en geheime dienst verhinderen in november 2017 dat bezoekers de voorstelling van Vijanden van het Volk bijwonen. Zie ook YouTube, 3 minuten.

Cursus verklikker
Daarna vertelt de luitenant-kolonel me dat hij bij het Instituut van het Boek /Instituto del Libro een functie had en de andere metgezel spoedig zou beginnen bij de CNAE. Zij uitten hun afkeur van het toneelstuk Departures en de regisseur, Nelda Castillo, en vroegen me of ik enige band met haar had. Ze zeiden dat ze me een soort cursus zouden geven waar ik leer om informatie van mensen te krijgen en ze wilden dat ik hen vertelde welke theaterstukken gaan over ideologische problemen. Onafhankelijke kunstenaars die voor zichzelf werken, lopen meer risico dan kunstenaars die voor een staatsinstelling werken. Ze namen afscheid van mij met een hartelijke handdruk, alsof ze me lieten voelen dat ik nu een van hen was. Voordat ik wegging, lieten ze me weten dat ik niet kan communiceren over wat we besproken hadden, zelfs niet met mijn hoofdkussen en ze drongen er bij mij op aan om theater te maken dat niets met politiek te maken heeft. De ondervraging duurde ongeveer vier uur. Al op straat begon ik over alles na te denken, begreep ik dat de rol van dubbelagent geen kinderspel was en hoe gevaarlijk het kon zijn. Natuurlijk ging het werken als informant voor de Staatsveiligheidsdienst in tegen mijn principes, ook al denken ze dat het gemakkelijk zou zijn om me te manipuleren omdat ik kunstenaar, jong en homo ben. Ze vergisten zich. Omdat ik nooit mijn geloof, toewijding en respect voor kunst en kunstenaars zou verraden.

theater-affiche-maquina-hamlet

Affiche van de voorstelling Máquina Hamlet in het theater Perséfone, geleid door Adonis Milán.

Verraad
Wij kunstenaars zijn en worden de ware revolutionairen, wij wedden op een revolutie van denken en doen. Wij geloven in de vrijheid en het respect voor het individu, wij geloven in echte democratie. We hebben vertrouwen in verandering. Een paar dagen geleden, nadat ik dit alles aan mijn vriendin de actrice Lynn Cruz vertelde, stuurt ze mij deze sms: ‘Beste Adonis. Niemand herinnert zich nog wie in Spanje regeerde toen Cervantes El Quijote schreef, maar de hele wereld weet wel van wie Don Quijote is. Regeringen gaan voorbij, maar kunst is voor altijd. Judas geloofde dat het verraden van Christus een alledaagse zaak was, en je ziet wat er gebeurde. Dit zijn de allesbepalende momenten, creëer, schrijf, maak een toneelstuk, verdedig je theater, verzet je zoals Carlos Celarán, Carlos Díaz en Nelda Castillo. Ze zijn allemaal begonnen in de huiskamers van hun woning. Kracht zit niet in het lichaam, maar in het wonder van de geest. Leve de kunst voor altijd! Ik hou veel van je. Werk voor jezelf en je kunst.’

Linken
* Havana Times: Cuban Artists and Civil Servants under Attack
Op deze Cubaweblog, 8 september 2016. Doen alsof …. op Cuba tot kunst verheven, Maartje Duin, Wordt Vervolgd van Amnesty International.

Mijn eerste ontmoeting met de geheime dienst (deel 1)

Kritische kunstenaars, filmmakers en onafhankelijke artiesten kunnen de laatste maanden rekenen op strenge controle door de Cubaanse staatsveiligheidsdienst. Eén van hen is theaterdirecteur Adonis Milán. Hij beschreef voor de site 14ymedio hoe de staatsveiligheidsdienst hem wilde werven als informant in ruil voor allerlei voordelen op artistiek gebied. Hier volgt zijn verklaring.

theater -Maquina-Hamlet-Santiago-Facebook

Theatervoorstelling Maquina Hamlet

De afgelopen twee jaar heb ik een onafhankelijke theatergroep geleid, Persėfone Teatro genaamd. Onlangs hebben we het werk Máquina Hamlet van de Duitse auteur Heiner Müller opgevoerd met een enscenering die de overweldigende overeenkomst tussen de voormalige Duitse Democratische Republiek (DDR) en het huidige Cuba laat zien. Ik reisde met dit werk naar de provincie Santiago de Cuba om voorstellingen te geven op 24 en 25 november. Bij aankomst ontving ik een telefoontje van een medewerker van de Cubaanse Staatsveiligheidsdienst / Seguridad del Estado met de vraag of ik een dagvaarding van de politie had ontvangen. Ik legde uit dat ik buiten Havana was en de medewerker zei dat hij mij zou bellen zodra ik terug was.

Censuur vooraf
Op de dag van de eerste voorstelling in Santiago stonden een jurylid van de censoren van de Consejo Provincial de las Artes Escénicas / Provinciale Raad voor Podiumkunsten en kaderleden van de partij van die provincie, op mij te wachten in het theater. Ze eisten het stuk te zien voordat het aan het publiek zou worden getoond. Na talloze technische tegenslagen wordt het theaterstuk aan de censuurcommissie vertoond, en ze besluiten uiteindelijk dat de voorstellingen kunnen doorgaan en zeggen: ‘Dit is een zeer moeilijke week omdat de dood van El Comandante wordt herdacht en alles verkeerd zou kunnen worden geïnterpreteerd of als een belediging voor zijn nagedachtenis worden opgevat’. Ondanks het vermoeiende van deze hele toestand voor de acteur en de technici wordt de voorstelling die avond opgevoerd. Maar de volgende dag wordt de uitvoering opgeschort door de Staatsveiligheidsdienst: het was 25 november, de dag waarop Fidel Castro stierf.

tania -bruguera-leest-voor-20052015

De kunstenares Tania Bruguera tijdens een voorleesact. De in ongenade gevallen Bruguera is sinds zij in 2005 het lidmaatschap van de staatskunstenaarsbond opzegde, een belangrijk doelwit van de repressie tegen kunstenaars in Cuba. In 2008 werd Bruguera onderscheiden met de Prins Claus Prijs in het thema Cultuur en het menselijk lichaam. Het Prins Claus Fonds waardeerde de ‘kwaliteit van haar kunst, voor het tonen van het lichaam als politieke arena, voor het herintroduceren van performancekunst in de Caribische en Latijnse Amerikaanse cultuur en voor haar inspirerende rol in de Cubaanse kunstwereld.’  De prijs is de regimegezinde website Cubahora niet ontgaan. Bruguera werd er beschuldigd van ‘het uitlokken van conflicten, zaaien van verwarring, wanorde op een moment dat fascistisch rechts in Miami beeft omdat er een einde kan komen aan haar hegemonie op de terreur’. (Vanwege de toenadering tussen Cuba en de VS, redactie) En Cubahora schrijft verder dat zij ‘internationale erkenning kreeg van Museum Guggenheim, de Meadows Prize Dallas en het Prins Claus Fonds.’

Meer vervolgden
Na mijn terugkeer in Havana kom ik erachter dat de repressie ook de hoofdstad had geraakt. De verantwoordelijken van het Museo de la Disidencia, Luis Manuel Otero Alcántara en Yanelys Núñez, werden zomaar gearresteerd en bedreigd. De politie verbood Luis Trápaga en Lia Villares het kunstenaarshuis binnen te gaan, waar het toneelstuk Los enemigos del pueblo / De vijanden van het volk, geregisseerd door filmmaker Miguel Coyula en actrice Lynn Cruz, in première ging. Bovendien ondervroegen zij kunstenaar-activist Tania Bruguera en haar gasten die de tweede deel van de workshop Taller Arte Conducta aan het uitvoeren waren.

Ondervraging
Op de tweede dag van mijn verblijf in Havana belde de medewerker van de Staatsveiligheidsdienst mij opnieuw, dit keer op mijn telefoon thuis.  Ik moest om 5 uur ‘s-middags op het politiebureau verschijnen in Chacón in Oud Havana. Bij aankomst op het bureau werd ik ontvangen door een jongeman van in de twintig, die er goed en zelfs aardig uitzag, ik kon het nauwelijks geloven, ik verwachtte een troglodita (straattaal voor reactionaire, ouderwetse zak). Hij bracht me naar de tweede verdieping van het bureau, een lege, koude en griezelige plek, in niets te vergelijken met de benedenverdieping vol politie, mensen en revolutionaire affiches over de revolutie aan de muur. We betraden een computerzaal waar hij me voorstelde aan luitenant-kolonel Carlos Muñoz, een man van middelbare leeftijd. Toen gingen we naar achter in de zaal waar een klein kantoortje was. Ik moest mijn zakken leeg maken en ze namen mijn mobiele telefoon af zodat ik de ondervraging niet kon opnemen.

logo-cuba-decideRelaties
Ze wilden mijn relatie met andere gecensureerde kunstenaars kennen, en waarschuwden mij voor Luis Manuel Otero, Yanelys Núñez, Lynn Cruz, Miguel Coyula, Lia Villares en Tania Bruguera. Zij werden ‘contrarevolutionairen’ genoemd door mijn ondervragers en zij zeiden mij dat elke band met hen of hun ruimtes mij in problemen zou brengen. Ze waarschuwden mij dat mijn belangen en behoeften als kunstenaar in gevaar kwamen als ze mij met deze afvalligen van de revolutie zouden zien. De echte reden voor het verhoor was dat ik een week eerder spontaan materiaal van de beweging Cuba Decide / Cuba Beslist verspreid had op de persconferentie #00Bienal, een onafhankelijk evenement georganiseerd door de kunstenaar Luis Manuel Otero. Zij gebruikten opnieuw de term contrarevolutie om de Cuba Decide-campagne onder leiding van Rosa María Payá te beschrijven, die zij ervan beschuldigden een huurling te zijn. De hele tijd probeerden ze de mensen die zich tegen het Castro-regime verzetten omlaag te halen, en het werk van oppositionele kunstenaars belachelijk te maken. De jongste van de medewerkers van de Staatsveiligheidsdienst vertelde me dat hij een van de voorstellingen van mijn werk Máquina Hamlet had bijgewoond, daarom was zijn gezicht mij zo vertrouwd. Sinds wanneer volgt deze dienst mij? Ze hadden onder mijn buren onderzoek gedaan, mijn Facebookpagina gecontroleerd en zelfs mijn telefoontjes afgeluisterd.

Angst en vermoeidheid
Aan het begin van het verhoor had ik me zelfverzekerd tegenover hen opgesteld en grappen gemaakt om me niet geïntimideerd te voelen. Na verloop van een paar uur storten al mijn verdedigingsmechanismen in. En kwamen de angst, de vermoeidheid van het ingaan op telkens hetzelfde onderwerp en de apathie over wat ik hoorde. Al mijn energie was verdwenen.

Bron
* 14ymedio, Adonis Milán, 6 december 2017

Linken
* Website Havana Times: Cuban Artists and Civil Servants under Attack

* Interview (21 minuten) met theaterdirecteur Adonis Milán, Youtube, 27 december 2017

 

Tientallen gewonden vuurwerkexplosie Remedios

Bij een vuurwerkexplosie tijdens een groot feest in Cuba zijn 39 mensen gewond geraakt. Onder de gewonden zijn zes kinderen tussen de 11 en 15 jaar oud. Volgens de Cubaanse staatsmedia zijn een paar tieners er erg slecht aan toe.

remedios-las--parrandas3

Archieffoto Las Parrandas

Het ongeluk gebeurde op het traditionele Parrandas-festival in Remedios, een stad in het noorden van het land. Op dat festival proberen twee wijken El Salvador en El Carmen elkaar op Kerstavond de loef af te steken tijdens een show met praalwagens en vuurwerk.

Traditie sinds 1820
Jaarlijks bezoeken duizenden Cubanen het feest. Onder de slachtoffers zouden geen toeristen zijn. Hoe het ongeluk kon gebeuren, wordt nog onderzocht. Las Parrandas de Remedios zijn een cultureel en folklorische traditie en zij zijn erkend als Nationaal Cultureel Erfgoed van de Natie, een traditie die in 1820 begon en zich sindsdien verspreidde tot 17 andere dorpen en steden van het land.

Link
* YouTube, beelden van de vuurwerkexplosie, 1.20 minuut

Kunstenaars vrijgelaten na verboden theaterbezoek

Afgelopen woensdag zijn 5 Cubaanse kunstenaars kortstondig door de politie gearresteerd omdat zij betrokken waren bij een theaterstuk in het kader van het Festival Poesia sin Fin / Poëzie Festival Zonder Einde in de onafhankelijke kunstgalerie El Círculo. Onder de gearresteerden en later weer vrijgelaten artiesten waren de performancekunstenaar Tania Bruguera, de actrice Iris Ruiz, hoofdrolspeler van de monoloog Psicosis, Adonis Milan, directeur van het theater en Amaury Pacheco en Yanelis Nuñez. De activiteiten vonden plaats in het kader van het niet-officiële Festival Poesia sin Fin / Poëzie Festival Zonder Einde met een veelheid aan concerten, lezingen en poëzievoorstellingen.

kunst-artistas-detenidos-20122017

Vanaf linksboven de klok rond: de vijf gearresteerden: Lia Villares, Tania Bruguera, Iris Ruiz, Luis Manuel Otero, Amaury Pacheco en Yanelis Nuñez. (14ymedio)

Psicosis is een theaterstuk gebaseerd op een tekst van de Britse toneelschrijver Sarah Kane en bewerkt door de Cubaanse toneelschrijver Adonis Milán. Daarin wordt ook verwezen naar de ramp in 2010 in het Psychiatrisch Ziekenhuis Mazorra van Havana, waar 26 patiënten van honger en kou omkwamen. Vanaf vroeg in de ochtend was de kunstgalerie in de wijk Vedado omsingeld door de politie, aldus Adonis Milan die telefonisch met de website 14ymedio sprak. Actrice Iris Ruiz probeerde toegang te krijgen tot het pand, maar agenten verhinderden dat. Blogger en activiste Lia Villares wilde de situatie uitleggen, maar uiteindelijk werden beide vrouwen aangehouden en in een patrouillewagen weggevoerd. Agenten van de staatsveiligheidsdienst omsingelden vervolgens de galerie en bedreigden degenen die in het gebouw waren achtergebleven. ‘Kom naar buiten. We hebben hen niet geslagen, maar we gaan jullie slaan,’ schreeuwden officieren volgens getuigen.

kunst-psicosis-toegangsbiljet

Toegangsbiljet Psicosis

Twee bezoekers
Enkele uren eerder waren Milan en de curator-kunstenaar van El Círculo, Luis Trápaga, door politieagenten uit de buurt weggeduwd toen zij de woning en galerie binnen wilden komen. Al eerder die week werd Milan de toegang tot zijn eigen woning annex galerie versperd toen hij de repetities voor Psicosis wilde doen. De kleine galerie El Círculo is de afgelopen maanden veelvuldig doelwit geweest van acties van de politie en de Staatsveiligheid die probeerden allerlei culturele activiteiten te voorkomen. Het meest besproken incident vond plaats eind november toen de Staatsveiligheid de première van het toneelstuk The Enemies of the People / De Vijanden van het Volk, o.a. handelend over de laatste dagen van het leven van Fidel Castro, verhinderde. Uiteindelijk woonden slechts 2 personen de voorstelling bij. De politie had de toegangswegen naar het theater afgesloten als een vorm van druk om (potentiële) bezoekers te intimideren.

omni-zona-franca-bij-bedevaart-el-rincon

Leden van de theatergroep Omni Zona Franco treden op tijdens een bedevaart bij El Rincón.

Omni Zona Franca
De promotoren van al deze  activiteiten zijn de leden van de Omni Zona Franca groep die aanvankelijk hun hoofdkwartier hadden in het Huis van Cultuur in de wijk Alamar, ten oosten van Havana.  Daar werden ze door de autoriteiten in 2009 uitgezet. Sindsdien hebben de meeste leden van Omni Zona Franca te maken gehad met willekeurige arrestaties, bedreigingen en smaadcampagnes door de officiële (kunst)instellingen. Het festival Festival Poesia sin Fin / Poëzie Festival Zonder Einde, dat begon als een alternatief en onafhankelijk evenement, is in de loop der jaren ondergronds gegaan en heeft gekozen voor podia in de huizen van vrienden of in galeries ver van het institutionele circuit, zoals het geval is met de galerie El Círculo.

Bron
* Website 14ymedio, 22 september 2017