De terugkeer van Porno para Ricardo

De controversiële rockband Porno para Ricardo is terug, met behoud van zijn signatuur en stijl: de openlijke en radicale afwijzing van alles wat tot de Cubaanse instituties behoort. In een recent interview met punkrockmuzikant Gorki Ávila, directeur van de band die nu 20 jaar bestaat, attaqueert hij met name de rol van de Asociación Hermanos Saíz. Dat is een door het regime gecontroleerd cultureel instituut voor popmuziek dat functioneert als een soort Kultuurkamer voor pop, rock en punk.

porno-para-ricardo-2017

Porno para Ricardo

Volgens Gorki, die in 2003 werd gearresteerd en sindsdien op talloze manieren door het regime is belaagd, gaat de band verder met de verspreiding van songs die het regime liever niet hoort en wat velen vrezen te horen. Zonder schroom zingen wat je denkt, blijft het kenmerk van Porno para Ricardo. ‘We begonnen bijna onbedoeld dingen te creëren. De zaken die we binnen de groep deden, hadden te maken met de realiteit waar we mee te maken hadden. Sommige collega’s zeiden dat we ons gedroegen alsof we in Yuma (Cubanismo voor de Verenigde Staten) leefden met zulke oneerbiedige liederen met expliciete, sensuele taal. Voor mij waren het echter geen slechte woorden (…) Dat is de slaafse manier van denken die dit systeem in de hoofden van Cubanen plant (…) We waren heel duidelijk over wat we wilden (…) Hoewel we op een bepaalde manier meeliften met de Asociación Hermanos Saíz.’

Geen zalen
De groep heeft altijd te maken gehad met onvoldoende mogelijkheden om te kunnen optreden; Porno para Ricardo wordt door de Asociación Hermanos Saíz, dus door veel zaaleigenaren geweerd. De officiële censuur waar de artiesten mee te maken kreeg, trof veel van hun teksten en dat beleid leidde tot pure repressie van de politie tegen de musici. Gorki heeft tientallen voorbeelden als slachtoffer van repressie.

Intieme vijand
‘Wanneer heeft u ooit een beweging zien ontstaan naast de instellingen? Dat is onmogelijk. Wij wisten dat een band met de overheid ons niets zou opleveren. Als we ons zouden aansluiten bij de Asociación Hermanos Saíz zouden we kunnen optreden tijdens festivals, maar zou men ook allerlei andere shit van ons eisen. (…) Tot vandaag wisten de organisatoren van festivals ons niet uit te leggen waarom we niet konden optreden. Zelfs de voorman van de Asociación Hermanos Saíz, Alpidio Alonso, had niet de moed om ons te vertellen dat er sprake is van censuur. (…) We hadden steeds meer redenen om ons te keren tegen de duivelse mechanismen van de officiële instituten. (…) De Asociación Hermanos Saíz is de meest nabije vijand van elke kunstenaar en we hebben er vanaf het eerste moment onze intieme vijand gemaakt. Daarom is alle kunst die in dit land wordt gemaakt zo lomp. Het heeft geen enkele kracht en alles wordt gefilterd. Het trieste van alles is dat dat de kunstenaar zelf die censuur opleggen.’

ricardoaguilar2

Ricardo Aguila bij het betreden van de rechtzaal in 2014

Vrijlating 2005
Na zijn vrijlating uit de gevangenis in 2005 heeft Porno para Ricardo agressievere muziek tegen de regering gemaakt. Die is te horen op een nieuw product met de titel Ataque sónico / Sonische aanval, die op dit moment in Cuba wordt opgenomen. Om hun 20e verjaardag te vieren nemen de muzikanten een tweede album met elektronische elementen op in het buitenland. Gorki: ‘Met dit tweede album zullen we het 20-jarig bestaan van onze band vieren en die nemen we op in Argentinië. We willen nummers uit het oude repertoire opnemen, maar met kleine variaties omdat we geen tijd hebben gehad om ingrijpende veranderingen door te voeren. Het zal een geweldige ervaring worden (…) Wanneer we klaar zijn met de opnames zullen we optreden tijdens een concert in dit land.’ Ricardo is sinds zijn terugkeer uit de gevangenis open en radicaal gebleven ten opzichte van alles wat institutioneel en totalitair in Cuba is. ‘Het is eenvoudig een manier om zonder spijt en terughoudendheid te spreken. De prijs die wij ervoor betalen, interesseert ons niet. We hebben te maken met de intimidatie vanuit de meest pornografische instellingen, zoals de politie.’

Bron
* Cubanet, 8 januari 2018

Linken
* Zie ook op deze Cubaweblog: Stop snelrecht tegen rocker Gorki Ávila, 7 februari 2014
* Website Asociación Hermanos Saíz
* Gesprek YouTube: Cubanet met Gorki, 4.37 minuten

Advertenties

Hoe de Europese Unie alsmaar belangrijker wordt voor Cuba

De Cubaanse regering start het nieuwe jaar met stevige steun van de EU. Europa is nu zelfs een belangrijker partner geworden voor Cuba dan Venezuela. Havana en Brussel beginnen aan een nieuw hoofdstuk in hun onderlinge relaties en dat is het resultaat van het Akkoord voor Politieke Dialoog en Samenwerking (PDCA), dat eind december 2016 werd ondertekend.

mogherini-bruno-rodriguez - januari2018
Buitenlandchef van de EU, Mogherini in gesprek met Bruno Rodriguez, Minister van Buitenlandse Zaken van Cuba

Relaties met VS bekoeld
De uitvoering van het akkoord ging vorige week officieel van start met het bezoek van Federica Mogherini, de Europese hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, aan Havana. Voor Cuba komt de nauwere samenwerking met Europa zeer gelegen nu de relaties met de VS weer sterk bekoeld zijn en het Amerikaanse handelsembargo werd verscherpt. Mogherini noemde dat embargo achterhaald en illegaal en de oorzaak van een slechtere levenskwaliteit voor de Cubanen. ‘We betreuren dat de huidige Amerikaanse regering zijn houding ten aanzien van Cuba blijkbaar heeft veranderd’, zei Mogherini donderdag op een persconferentie aan het slot van haar bezoek.

Zolang Trump aan de macht is
Dat de Amerikaanse president Donald Trump het Cubabeleid van zijn voorganger Barack Obama terugschroefde, vergrootte ‘de marge voor onderhandelingen met de EU’, zegt Christian Khmers, voorzitter van het (Belgische) Interuniversitair Instituut voor de Relaties tussen Europa, Latijns-Amerika en de Caraïben. ‘Europa kan een centrale rol gaan spelen in de relaties met Cuba zolang Trump aan de macht is’, zegt de Belgische onderzoeker, die ook voorzitter is van de Belgisch-Chileense Kamer van Koophandel. ‘Het kan het Caraïbische land ook beter voorbereiden op een nieuwe regering die in het belang van de Verenigde Staten bestuurt. Daarom vind ik het positief dat Cuba nu de banden met de EU aanhaalt.’

maduro-raul-castro-alba-havana-14122017

De Venezolaanse president Maduro (links) in gesprek met Raúl Castro, vorige maand tijdens de Alba-conferentie in Havana

Belangrijker dan Venezuela
‘De EU biedt een toegevoegde waarde omdat ze een solide bondgenoot is, sterk en betrouwbaar”, zei Mogherini donderdag. ‘We zijn consistent in ons beleid ook al bestaan er verschillen. Er zijn geen onvoorziene elementen of plotse veranderingen in ons buitenlands beleid.’ Voor Cuba komt de nauwere samenwerking met Europa zeer gelegen nu de relaties met de VS weer sterk bekoeld zijn. De inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord zal de relaties tussen Cuba en de EU naar een hoger plan tillen, aldus de EU-buitenlandcoördinator. ‘De EU is al de belangrijkste partner op het vlak van handel, investeringen en ontwikkelingssamenwerking’, ook al ‘kan de perceptie bestaan dat anderen bovenaan op deze lijst staan.’ Daarmee verwees ze naar Venezuela, jarenlang de belangrijkste handelspartner van Cuba, maar nu van die eerste plaats verdreven door Europa.

Chronische economische crisis
Cuba kent sinds 2016 een nieuwe terugval in de bijna chronische economische crisis die in 1991 ontstond als gevolg van interne problemen en het terugschroeven van goedkope olieleveringen door Venezuela. Venezuela kampt nu zelf met zware interne politieke problemen en een duizelingwekkende economische achteruitgang. Analisten zijn het erover eens dat de Europese steun de verzwakte Cubaanse economie zuurstof zal geven. Na een bescheiden groei van 1,6 procent in 2017 verwacht het land voor dit jaar een bbp-toename van 2 procent, onvoldoende voor de ontwikkelingsbehoeften van het land. Cuba heeft jaarlijks 2 miljard euro investeringen nodig om zijn economie eindelijk weer aan de praat te krijgen.

eu-vlagEuropese investeringen
Zonder totaalbedragen te noemen voorspelde Mogherini een toename van de Europese investeringen de komende jaren. Mogherini kondigde ook de ondertekening aan van een nieuw gemeenschappelijk programma voor hernieuwbare energie, goed voor 18 miljoen euro, en een voor duurzame landbouw, goed voor 21 miljoen euro, en de uitbreiding van culturele en wetenschappelijke uitwisselingen, goed voor nog eens 10 miljoen euro. Ook voor de heropbouw na de doortocht van orkaan Irma in september vorig jaar zullen er meer Europese middelen komen.

Eerste Gezamenlijke Raad in Brussel
Een delegatie van de Europese Investeringsbank brengt eind deze maand een bezoek aan Havana om de mogelijkheden voor samenwerking te verkennen. Ondertussen gaan bilaterale teams concrete domeinen en thema’s voor nauwere samenwerking analyseren met het oog op de eerste vergadering van de Gezamenlijke Raad Cuba-EU, op 28 februari in Brussel. Die Gezamenlijke Raad, die uit Europese en Cubaanse ministers bestaat, moet toezien op de uitvoering van het PDCA en komt minstens om de twee jaar bijeen.

CUBA-CONFERENCIA DEL PCC

Raúl Castro spreekt de nationale conferentie van de Cubaanse Communistische Partij toe

Machtswissel in april
‘De laatste jaren heeft de EU met Cuba gepraat over hoe ze de modernisering van de Cubaanse economie kan begeleiden’, zei Mogherini. ‘Gezien de politieke gebeurtenissen en de overgang die in Cuba zal plaatsvinden, zie ik dit (raamakkoord) als een historische stap en zullen we deze gebeurtenissen met aandacht volgen.’ Met dat laatste verwees ze naar de machtswissel die er in april aankomt. Cuba krijgt dan een nieuwe president, in opvolging van Raúl Castro. Tijdens haar bezoek, het derde in bijna twee jaar en het eerste in het kader van het PDCA, had Mogherini ontmoetingen met president Raúl Castro en de ministers Bruno Rodríguez (Buitenlandse Zaken), Rodrigo Malmierca (buitenlandse handel en investeringen) en Abel Prieto (cultuur). Ze gaf ook een lezing aan de universiteit van Havana en werd ontvangen door parlements-voorzitter Esteban Lazo en kardinaal Jaime Ortega, die gedurende 35 jaar aartsbisschop van Havana was en in 2016 met pensioen ging.

Ratificatie door EU-lidstaten
Het Akkoord voor Politieke Dialoog en Samenwerking (PDCA), dat meer dan dertig domeinen van samenwerking bestrijkt, biedt Cuba bijkomende mogelijkheden om zijn duurzame ontwikkeling, democratie, mensenrechten en sociaaleconomische modernisering te versterken en gemeenschappelijke oplossingen te zoeken voor wereldwijde uitdagingen. De participatie van de Cubaanse en Europese burgersamenleving en de uitwisseling van personen moeten deel uitmaken van dat proces, benadrukt de EU. Het PDCA kan pas echt van start gaan als de parlementen van alle EU-lidstaten het akkoord hebben geratificeerd. Tot nog toe deden slechts zeven parlementen dat. De gesprekken tussen Brussel en Havana begonnen op 29 april 2014 en eindigden na zeven bilaterale werkrondes in maart 2016. Het proces kreeg zijn grootste impuls in 2015 toen ook de onderhandelingen tussen Cuba en VS naar een hogere versnelling schakelden. In december 2014 had toenmalig president Barack Obama aangekondigd dat hij na meer dan vijftig jaar de diplomatieke betrekkingen met Cuba wilde herstellen.

Bron
* Ivet González, Knack, 8 januari 2018

Buitenlandse investeringen blijven achter

De Wet op Buitenlandse Investeringen, in april 2014 aangenomen, ‘heeft niet alle dynamiek teweeggebracht die er van verwacht kon worden’. In 2017 hebben de buitenlandse bedrijven voor zo’n 510 miljoen dollar geinvesteerd. ’Twijfels, angst voor het spook van de markt en onhoorbaar intern verzet bemoeilijken de onderhandelingen met buitenlandse ondernemers die o.a. worden geconfronteerd met struikelblokken om personeel en Cubaanse diensten te contracteren,’ aldus de vooraanstaande econoom Ariel Terrero in de partijkrant Granma. Er volgde een reactie van de kritische econoom Dimas Castellanos – natuurlijk niet in deze partijkrant – getiteld De dreiging van de traagheid. Ariel Terrero’s conclusie luidt: ‘Zonder welvaart zal het socialisme altijd een utopie blijven.’

mariel-zdem3

Containerproject in het Speciale Ontwikkelingsproject van Mariel

Volgens Ivonne Vertiz Rolo, algemeen onderdirecteur Buitenlandse Investeringen van het Ministerie van  Buitenlandse Handel, heeft het land een gestage groei nodig van het Bruto Binnenlands Product (BBP) tussen de 5 en 7% per jaar. Om dit te kunnen bereiken zijn er accumulatie- en investeringsschattingen van niet minder dan zo’n 25% vereist, hetgeen een jaarlijkse investeringsstroom van tussen de 2.000 en 2.500 miljoen dollar per jaar vereist. (Partijkrant Granma, 12 december 2014) Echter, de beperkingen zoals ze vermeld staan in het Wetsdecreet 50 van 1982 – van kracht toen de Sovjetsubsidies het veroorloofden een vijandige houding naar investeerders uit andere delen van de wereld in stand te houden – en in de Wet 77 van 1995, die onder andere het ontbreken van garanties en slechte behandeling van investeerders handhaafde, leidden ertoe dat van de 400 joint-ventures die in 2002 aan de slag gingen, de helft ervan het land verliet.

Speciale Mariel-ontwikkelingszone
Het effect van de lage buitenlandse investeringen probeerde men op te lossen met het Wetsdecreet van 2013, waarmee voorbijgaand aan de noodzaak van structurele veranderingen, de Speciale Mariel-ontwikkelingszone werd gecreëerd, waarvan het belang is dat bij de uitbreiding van het Panamakanaal dat de doorgang van supergrote schepen met een capaciteit van zo’n 13.600 containers toestaat, de mogelijkheid ontstond om enkele havens van het Caribisch gebied tot megahavens om te bouwen. Een van die havens was die van Mariel ten westen van Havana, die bij het toestaan van deelname van Cuba aan die keten van productie en transport een dynamische factor van de economie zou worden en buitenlandse investeringen zou aantrekken. Iets wat onmogelijk bleek zonder eerst het geschil met de VS op te lossen. De magere  resultaten probeerde men later te verbeteren  met een nieuwe Wet op Buitenlandse Investeringen, Wet 118, die in 2014 tot stand kwam. Op 20 februari van dat jaar zei Raúl Castro in zijn toespraak op het XXe Congres van de vakcentrale CTC: ‘We moeten rekening houden met de dwingende noodzaak buitenlandse investeringen te stimuleren en aan te trekken in het belang van de economische en sociale ontwikkeling van het land,  een doel waarin we verder gaan met het creeren van de Speciale Ontwikkelingszone van Mariel en de uitwerking van een Wetsontwerp over Buitenlandse Investeringen dat in maart aan de Nationale Assemblee zal worden voorgelegd.’

lula-raul

Lula bezoekt Cuba

Voorbeeld Brazilië
Op 25 maart 2014 maakte de Braziliaanse president, Luis Ignacio Lula da Silva, vergezeld van de Cubaanse leider, een tocht door de containerterminal van Mariel en gaf de volgende dag een voordracht in Hotel Nacional, getiteld: ‘De Braziliaanse ervaring  bij het aantrekken van investeringen, de Staat als aanzetter, compagnon en faciliteur’, waaraan ministers en hoge Cubaanse functionarissen deelnamen. Op 1 maart 2014 werden in een vergadering van de ministerraad verschillende tekortkomingen in het investeringsproces opgesomd: overschatting in de jaarplanning, gebrek aan controle, onvoldoende gebruikmaking van het contract als werktuig, gebrek aan het vereiste bij slecht uitgevoerde werken, incorrect invoerbeheer, technologisch gebrek aan discipline, lage productiviteit en tekort aan aannemers.

Geen interesse bij de Cubanen
De opgesomde gebreken hebben een gemeenschappelijke noemer: het gebrek aan interesse bij de Cubanen. De mislukkingen die hebben plaatsgevonden en die er nog aan komen als er geen diepgaande en integrale hervorming plaatsvindt, hebben en zullen hun fundamentele oorzaak hebben in het feit dat de menselijke persoon niet het fundamentele doel van genoemde projecten is, maar als middel gezien wordt voor een politiek en ideologisch doel, vooraf bepaald door de macht. Met die doelen en antecedenten, waarbij de Cubaan als onderwerp wordt genegeerd, werd de Wet op Buitenlandse Investeringen 118 voorbereid die, ondanks het feit dat hij flexibeler was dan de voorafgaande wetsontwerpen, onder andere de volgende restricties handhaafde:

  1. Ontkenning van het recht van de Cubanen om te kunnen deelnemen als investeerders in hun land. Het betreft een verbod voor Cubanen op het eiland of die zich in het buitenland gevestigd hebben; een ideologische beslissing tegenstrijdig aan de meest elementaire rechten die de interesse van de Cubanen voor de resultaten van de economie fnuikt en argwaan naar investeerders genereert. Het ergst is dat Cuba het enige land in de regio is waar de inwoners, ondanks het feit dat ze over genoeg initiatieven en professionele vorming beschikken, geen elementair recht hebben als persoon te kunnen deelnemen aan economische activiteiten.
  2. Verbod voor Cubanen om zich vrij als arbeidskracht te kunnen laten contracteren. Dat is een ontkenning van de Cubaanse arbeidsgeschiedenis; een niet mis te verstaan bewijs dat  de Cubaanse arbeiders als middel worden beschouwd en niet als doel op zich en dat ze door de Staat worden ingehuurd onder volkomen onvoordelige voorwaarden.
  3. Afwezigheid van het principe van syndicale vrijheid. Een beginsel gereguleerd in Conventie 87 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), mede ondertekend door Cuba; opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waarvan Cuba in 1948 een van de aanjagers was; en ook nog opgenomen in het Internationale Pact van Burger- en Politieke Rechten en het Internationale Pact van Economische, Sociale en Culturele Rechten (beide door Cuba ondertekend, maar niet geratificeerd) en gelegaliseerd  in de  Cubaanse grondwet van 1940 en daarom in strijd met de geschiedenis van de strijd van de Cubaanse arbeidersbeweging.
Rodrigo-Malmierca-portret

Minister van Buitenlandse Handel en Investeringen, Rodrigo Malmierca

Bij de presentatie van het wetsontwerp zei Rodrigo Malmierca Diaz, minister van Buitenlandse Handel en Buitenlandse Investeringen, dat ‘het ernstige politieke implicaties heeft, aangezien het een grondige update is van het transformatieproces dat aan het begin van de Revolutie plaatsvond om de belangrijkste productiemiddelen in handen te leggen van de Revolutionaire Staat.’ In de woorden van de minister wil dat zeggen dat het de bedoeling van deze wet is de nationalisatie te handhaven, een van de oorzaken van de economische inefficiëntie.

economie-zinkend-schip

Als we de economie niet regelen, zullen we zinken

Ontbreken burgerlijke vrijheden
Achter de negatieve resultaten gaat het gebrek aan burgerlijke vrijheden schuil – een factor omzeild door de regering en genegeerd door de officiële pers – zonder welke het onmogelijk zal zijn  de productieve krachten in gang te zetten. De Minister van Economie en Planning, Ricardo Cabrisas, verklaarde in de vergadering van het Cubaanse parlement op 27 december 2016 dat de buitenlandse investeringen nog steeds aan de erg lage kant zijn. Daarom moeten buitenlandse investeringen om het effect te krijgen dat Cuba nodig heeft, niet alleen in overeenstemming met de regels van de markteconomie worden gesteld, maar op de eerste plaats met de fundamentele vrijheden en mensenrechten. Het is daarom belangrijk een nieuwe Wet uit te vaardigen of de huidige aan een grondige wijziging te onderwerpen waarin de term ‘buitenlands’ dient te verdwijnen en de wet eenvoudig moet veranderen in Wet op Investeringen. Zo zou het aantal binnen- en buitenlandse  investeringen kunnen toenemen, en de ‘twijfels, angst voor het spook van de markt en het dof intern verzet’, die Ariel Terrero in zijn artikel in Granma van 27 oktober 2017 oproept.

Bron
* Diario de Cuba, 6 november 2017: onafhankelijk econoom Dimas Castellanos: Buitenlandse investeringen blijven achter. 

Linken
* Granma, 27 oktober 2017: Artikel van Ariel Terrero Amenzas de la Lentitud.
Terrero publiceert in de staatsmedia van Cuba. Al eerder drong hij via een televisieprogramma aan op meer durf bij buitenlandse investeringen, bijvoorbeeld in 2012: ‘Buitenlandse investeringen zijn volgens mij de laatste jaren duidelijk gestagneerd; zij vormen een financiële bron die we met meer durf moeten onderzoeken,’ aldus Terrero die een wekelijks economisch commentaar op de Cubaanse staatstelevisie heeft. ‘Wij vergeten niet dat de buitenlandse ondernemers hier komen voor de winst en zeker niet voor de ontwikkeling van de Cubaanse economie, maar wij moeten hen tegemoetkomen want dat is een manier om toegang te krijgen tot kapitaal.’  Zie ook deze Cubaweblog, 8 januari 2012

De romantisering van Boeddha en van de Cubaanse revolutie

In De Volkskrant van gisteren verscheen een lang artikel over de soms idolate verering van het boeddhisme in onze streken. In elke straat in de eerste de beste vinexwijk kom je wel een Boeddhabeeld tegen. Journalist Olaf Tempelman vergelijkt de onaantastbaarheid van deze leer met de vroegere verering van de Revolutie in Cuba. ‘Op plekken waar wordt verafgood, wordt ook weggekeken.’

guevara-complex-santa-clara

Mausoleum Che in Santa Clara

‘Ook had je fellowtravellers die naar Cuba reisden, zich in een socialistisch paradijs waanden en geen kwaad woord over Fidel Castro wilden horen. Er zijn overeenkomsten met contemporaine westerse reizigers die in boeddhistische landen spirituele paradijzen ontwaren. Wie het Tijgersnest-klooster in Bhutan bezoekt, ziet dezelfde extase bij toeristen als in Santa Clara op Cuba bij het mausoleum van Che Guevara.

Nog verder dan het idealiseren van bijvoorbeeld Bhutan gaat die van ‘het verloren paradijs’. Paul van der Velde – hoogleraar Aziatische religies – weet dat er geen enkele geschiedenis zo wordt geromantiseerd als de Tibetaanse, die van de Cubaanse revolutie wellicht uitgezonderd.

Bron
* Olaf Tempelman, De Volkskrant, zaterdag, 6 januari 2018

Scherp conflict nieuwjaarsvoorspellingen santería

Priesters van Cuba’s Afrocubaanse santería voorspellen dat de komende pensionering van president Raúl Castro ‘een moment van verandering’ kan betekenen voor het tempo van de veranderingen in Cuba. Miljoenen Cubanen praktiseren santería; zij ervaren de Nieuwjaarsbrief of Letra del Año als een richtlijn en voorspelling van hun dagelijks leven. Een onafhankelijke groepering noemt de brief ‘een verlengstuk van de gevangenissen van de Staatsveiligheidsdienst’.

santeria- Asociación Cultural Yoruba de Cuba y por la Comisión Miguel Febles Padrón-januari2018

Op 1 januari 2018 werd de Letra del Año / Jaarbrief gepresenteerd door twee santeriagroepen, namelijk de Asociación Cultural Yoruba de Cuba en de Comisión Miguel Febles Padrón. Sinds twee jaar trekken beide groepen gezamenlijk op; vanaf dat moment verscheen nog slechts één Letra del Año.

Víctor Betancourt, een babalawo of santeriapriester, lid van de Commissie die de nieuwjaarsbrief met profetieën en aanbevelingen samenstelt, zei tijdens een persconferentie in Havana: ‘Ik ben zeker dat dit een moment van verandering is, een moment dat ons welgevallig kan zijn. In de eerste plaats omdat het valt onder de godheid van Yemayá, die waakt over ons voedsel,’ aldus Betancourt ‘en dat is wat we nodig hebben’. Yemayá is in bredere zin ook de godheid van de zeeën en het water en zij wordt beschouwd als een van de krachtigste vrouwelijke godheden of orisha’s die de santeria kent. Raúl Castro (86) kondigde vorige maand aan in april 2018 af te treden. Betancourt: ’Wij hopen dat de nieuwe leider hervormingen brengt. Wij smeken om hervorming van wetten, het voedsel en de gezondheidszorg en de maatschappelijke opvoeding van de jeugd.’ Volgens velen is o.a. de hervorming van de Cubaanse economie vertraagd door tegenstand en tegenwerking van bureaucraten, die een koers gericht op een meer marktgericht systeem blokkeren.

santeriayemaya_viergederegla200

De godin Yemayá waakt dit jaar over het welzijn van de volgelingen ‘als een kind dat wegen opent’.

Onenigheid
De Cubaanse staatsmedia schonken veel aandacht aan de Letra del Año, gepresenteerd door de Asociación Cultural Yoruba, terwijl de onafhankelijke Asociación Yorubas Libres de Cuba de Cubanen waarschuwde voor deze brief omdat deze een ‘verlengstuk van de gevangenissen van de Staatsveiligheid’ zou zijn. De onafhankelijke groepering Asociación Yorubas Libres spreekt van ‘een volledig gemanipuleerd document’ dat tegemoet komt aan ‘de belangen van een atheïstische en materialistische tirannie.’ Ook ontbreken uitspraken ‘ten gunste van politieke gevangenen in Cuba en de martelingen die deze ondergaan’. Ook wordt gewezen op het gebed ‘ten gunste van Fidel Castro’ waar men bij de dood van de Cubaanse leider in 2016 toe opriep.

santeria-babalao-leest-brief-2018

Babalaopriester leest brief

Brief politie
Volgens de critici lijkt deze brief eerder op ‘een brief van de politie dan op een Letra del Año’. Vooral de oproep ‘niet samen te zweren, noch deel uit te maken van welke samenzwering dan ook’ leidde tot felle polemiek. Volgens de onafhankelijke groep ‘ontbreekt het de Asociación Cultural Yoruba volledig aan de morele religieuze autoriteit om in naam van de Yoruba te spreken en voorspellingen te publiceren die het heden en de toekomst van het land aangaan.’

Bronnen
* Reuters en 14ymedio

Linken
* De Nieuwjaarsbrief 2018 of Letra del Año
* Marti Noticias: Asociación de Yorubas Libres de Cuba kritiseert eenzijdigheid van de Letra del Año (Spaanstalig)

Urrutia, de enige man die Fidel orders gaf

Manuel Urrutia, Cuba’s eerste president na de overwinning van de Revolutie in 1959, krijgt in de Cubaanse geschiedenisboeken maar weinig aandacht. Toch was hij de enige man die, althans in theorie, orders kon geven aan El Comandante. De website BBC Mundo besteedde op de 59ste verjaardag van de Revolutie op 1 januari jl. aandacht aan deze vergeten president.

manuel_urrutia

Manuel Urrutia

Urrutia, geboren in 1908, was een advocaat werkzaam in het oosten van Cuba. Hij was partijloos en ambieerde geen politieke functies, maar na de vlucht van dictator-president Fulgencio Batista bekleedde hij gedurende de eerste maanden van 1959 de hoogste functie in het land. In 1957 had hij enkele Cubaanse jongeren verdedigd die de landing van Fidel Castro en zijn strijders in 1956 publiekelijk hadden toegejuicht. Historicus Tomás Diez van het Instituto de Historia de Cuba (IHC) zegt hierover tegen BBC Mundo: ‘Urrutia was magistraat aan het gerechtshof van Santiago de Cuba waar deze jongens werden voorgeleid. Met grote moed beklemtoonde Urrutia dat de jongeren niet veroordeeld konden worden, want de grondwet van 1940 bood hen bescherming omdat die zei dat het volk het recht had om in opstand te komen tegen een dictatoriale regering.’ Die woorden hadden gevolgen voor Urrutia want de dictatuur accepteerde dit niet en zij vervolgde hem en men dwong hem het land te verlaten,’ zegt Sergio Guerra Vilaboy, professor aan de Universiteit van Havana. Vilaboy voegt eraan toe dat later ‘toen de strijd in de Sierra Maestra zich consolideerde, de diverse groepen die tegen de dictatuur vochten, op zoek gingen naar een mogelijke kandidaat om Batista te vervangen. Fidel Castro stelde deze magistraat voor vanwege zijn houding tijdens het proces en omdat hij geen binding met een politieke groepering had’.

cardona-jose-miro-time 28041961

Eerste Minister José Miró Cardona op de cover van Times, april 1961

Eerste Minister
Ondanks enige tegenstand van het Directorio Revolucionario / Revolutionair Directoraat – de studentenorganisatie die op 13 maart 1957 het presidentiële paleis had overvallen met de bedoeling Batista te doden, maar deze ontkwam – werd Urrutia, in aanwezigheid van Fidel Castro, midden in de jungle van de Sierra Maestra uitgeroepen tot president van de Republiek die nog geboren moest worden. Urrutia was aangevlogen met een vliegtuig van de voorlopige president van Venezuela, admiraal Wolfgang Larrazábal. Behalve de nieuwe president werden ook wapens door dit toestel aangevoerd. Op 1 januari 1959 vluchtte Batista en werd Urrutia geïnstalleerd. Hij benoemde Fidel Castro als zijn vertegenwoordiger bij de gewapende machten van het land. Fidel werd Comandante en Jefe van de strijdkrachten te land, ter zee en in de lucht. De eerste revolutionaire regering, gevestigd aan de Universiteit van Oriente in Santiago de Cuba, benoemde ook de befaamde advocaat José Miró Cardona tot eerste minister. ‘Het was ongetwijfeld een zeer gematigde, rechtse regering,’ zegt Guerra Vilaboy, waardoor ‘de Verenigde Staten snel besloten tot diplomatieke erkenning. Bovendien was Urrutia een gerespecteerd man en de premier voorzitter van het College van Advocaten, zoon van José Miró Argenter, een vooraanstaand schrijver en militair. Beide vertegenwoordigden de belangen van het kapitaal op het eiland.’ Waarschijnlijk is dat ook tactiek van Fidel Castro geweest. Niet alleen ontstond er zo een regering van nationale consensus die voor alle politieke krachten in het land, maar ook voor de Verenigde Staten en de Cubaanse bourgeoisie acceptabel was,’ aldus de hoogleraar Serge Guerra Vilaboy. Kort daarna nam José Miró Cardona echter ontslag en werd Fidel Castro eerste minister. ‘Toen Fidel Castro het premierschap aannam voerde hij een wijziging van de grondwet van 1940 door. Hij werd daarmee de eerste premier die zowel wetgevende als uitvoerende macht had. Alle verantwoordelijkheid lag nu bij Fidel Castro,’ voegde Guerra Vilaboy eraan toe. ‘In de praktijk zou Urrutia vanaf februari 1959 een figuur van de tweede orde blijven’. Fidel Castro vaardigde ondertussen de zogenaamde revolutionaire wetten uit, waaronder twee hervormingen van de landbouw en de inbeslagname van eigendommen van machtige families.

Urrutia met-pen-Miró Cardona & Castro 1959

President Urrutia met pen, eerste minister Cardona met bril achter Fidel Castro

Aftreden
Urrutia steunde deze wetten aanvankelijk, maar begon later afstand te nemen toen hij meende dat deze wetten het land dichter bij het communisme brachten. Dit leidde tot een crisis in de regering. Fidel Castro trad af en dit dwingt Urrutia op zijn beurt om ook af te treden,’ zegt Guerra. Castro kondigde zijn aftreden aan op de televisie en vervolgens riepen zijn volgelingen op tot een mobilisatie om Urrutia’s aftreden te eisen, herinnert zich de Cubaanse intellectueel Ambrosio Fornet. ‘Het was een enorme manifestatie en het lijdt geen twijfel dat Fidel de held van het moment was en dat Urrutia geen andere keuze had dan af te treden,’ zegt Fornet. Volgens de historicus Tomás Diez liet Urrutia ‘zich verleiden tot propaganda’ en bestempelde de revolutie als ‘communistisch’ en hij sprak van ‘verraad’. De uitgeweken Cubaanse schrijver Norberto Fuentes zegt dat ‘Urrutia liever genoot van zijn salaris, dat 1.200 peso’s was. Hij was een rechtse jurist, maar had geen enkele ervaring met wat hem overkwam en werd uiteindelijk ook een radertje in het  politieke spel van die jaren,’ aldus Fuentes, auteur van een autobiografie van Fidel Castro.

dorticos-fidel-che-februari1959

Dorticos (midden), werd de tweede president van Cuba. Op de foto met Fidel Castro en Che Guevara, februari 1959

Vlucht
In juli 1959, na zijn aftreden, vluchtte de eerste president van revolutionair Cuba naar de Venezolaanse ambassade in Havana. Zijn onenigheid met Castro en zijn verzet tegen de communistische koers van de revolutie maakten zijn positie binnen Cuba onhoudbaar. ‘Hij was de eerste tegenstander binnen de regering van het communisme en vastbesloten daar als eerste een halt aan toe te roepeen,’ zegt Norberto Fuentes, ‘maar hij was geen politicus, een man zonder charisma’. Met een visum kon Urrutia uiteindelijk Cuba te verlaten en zocht hij vervolgens zijn toevlucht in de Verenigde Staten, van waaruit hij zonder veel bevlogenheid probeerde het castrisme te bestrijden. Urrutia stierf in 1981. De post die hij in 1959 verliet, werd bezet door Osvaldo Dorticós, een communist die zich jaren later met een pistoolschot van het leven benam. Uiteindelijk verdween in 1976 de functie van president van de Republiek uit de grondwet en werd alle macht formeel overgedragen aan Fidel Castro.

Bron
* BBC Mundo, 1 januari 2018

Mevrouw Mogherini, wij leven nog steeds in onvrijheid

De Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, Federica Mogherini, was gisteren en vandaag voor een officieel bezoek in Havana. Op de dag dat zij met haar Cubaanse ambtgenoot Bruno Rodriguez, namens de 28 lidstaten van de EU de overeenkomst inzake de Politieke Dialoog en Samenwerking met Cuba ondertekende, laat de Cubaanse blogger en journalist Yoani Sánchez haar weten: ‘Mevrouw Mogherini, wij leven nog steeds in onvrijheid.’
Hierna volgt de tekst van Sánchez.

Mogherini toured the historic center of Havana

Federica Mogherini maakte woensdag een wandeling door Oud-Havana met stadshistoricus Eusebio Leal Spengler (r) en de ambassadeur van de EU in Cuba, Alberto Navarro (l)

Is een schip dat al zijn onderdelen heeft laten vervangen nog steeds hetzelfde schip? De vraag staat bekend als de Paradox van Theseus en illustreert het dilemma van de Europese Unie met Cuba: blijft een dictatuur die haar diplomatieke taal matigt, probeert vrede te sluiten met haar vijand en de persoonlijkheid als leider van een cultus verliest, een dictatuur? De voorvechters van toenadering tussen de Europese Unie en het Plein van de Revolutie zeggen dat de planken die aan het schip van het castrisme zijn toegevoegd, uiteindelijk de aard ervan hebben veranderd. Dit vertrouwen in de vernieuwing van politieke processen is van alle tijden; er verschijnen nieuwe acteurs op het toneel en men past zich aan de internationale context. Dat brengt Federica Mogherini naar het eiland.

Toenadering
Mogherini, de EU-chef voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, begint na de ondertekening van de eerste overeenkomst tussen de EU en Cuba, met een officieel tweedaags bezoek om de bilaterale betrekkingen te bevorderen. De haast om de betrekkingen te versterken en de intentie om eerst te tekenen en dan pas te vragen, kan het beeld van de Europese diplomatie schaden. De tekst van de overeenkomst tussen Brussel en Havana die op 1 november 2017 in werking trad, ademt de geest van toenadering. De opvatting bestaat dat de EU slechts invloed kan uitoefenen op de levensloop van de 11 miljoen mensen in deze natie, door toenadering tot regering van Raúl Castro, met solide diplomatieke banden en een soepel communicatiekanaal.

bertasoler-gearresteerd

Berta Soler, de leider van de mensenrechtengroepering Vrouwen in het Wit werd woensdag gearresteerd, vlak bij de  woning van de Damas de Blanco. De vrouwen kregen in 2003 de Sacharovprijs van het Europees Parlement (archieffoto)

Mensenrechten
Met de ondertekening van de overeenkomst inzake de Politieke Dialoog en Samenwerking willen de 28 lidstaten van de EU de uitwisselingsprogramma’s en de invloed die in Cuba verloren is gegaan met de toepassing van het beleid van de Common Position uit 1996, weer terug veroveren. Het beleid van de Common Position stelde als voorwaarde voor de betrekkingen tussen de EU en Cuba een verbetering van de mensenrechtensituatie op het eiland. Die benadering kan echter ook worden beschouwd als een gebaar van steun en solidariteit met de Cubaanse regering. Zo wordt het tenminste gepresenteerd door de propaganda van de regering op het eiland, waarbij ze geen enkele kans heeft laten liggen om te herhalen dat de regering van Raúl Castro het niet eens is met de voorwaarden betreffende mensenrechten en dat ze ‘inmenging van welke aard dan ook’ niet zal accepteren.

cuentapropista-schoenmaker4Veranderingen
Vanaf dat moment heeft het nationale ‘schip’ verschillende transformaties ondergaan. Daaronder valt de machtsoverdracht tussen El Comandante, Fidel Castro, en zijn opvolger, El General, Fidel Castro’s broer Raúl Castro. Met de laatste aan de macht, werd het werken als eigen baas of cuentapropista bevorderd. Het is het officiele eufemisme om de privésector aan te duiden, maar alleen op kleine schaal van een pizzabakker, een schoenmaker of, in de meest  vergaande gevallen, een restaurant. Het Cubaanse vlot is ook veranderd door veranderingen van het immigratiebeleid, vooral toen de schandalige eis voor een uitreisvergunning om het land te mogen verlaten in januari 2013 werd ingetrokken. De versoepeling maakte echter geen einde aan de selectieve reisbeperkingen tegen activisten en het volledig herstel van het recht voor ballingen hun geboorteland te bezoeken. Vandaag de dag kunnen Cubanen contracten sluiten voor een mobiele telefoonlijn, verblijven in hotels, coöperaties oprichten, verbinding maken met het internet vanuit de Wi-Fi zones die in het hele land zijn geïnstalleerd en een stuk grond voor landbouwdoeleinden in bruikleen krijgen. De dood van de Grote Roerganger maakte een einde aan de waanzinnige besluiten van één man die machtsbelust was en een obstakel vormde op weg naar normalisering van de betrekkingen met de Europese Unie. Maar net als bij het schip van Theseus bepalen niet alleen de planken en de navigatieaccessoires het ‘karakter’ van een schip. De naam aan de zijkant van het schip, de vlag aan de mast, het doel dat de kapitein voor ogen heeft en de prestaties van de zeilers zijn doorslaggevender dan de kiel, nieuwe zeilen of een glanzend anker.

orwell1984Orwell
Dit land, waar Federica Mogherini vandaag aankomt, wordt nog steeds geregeerd als een dictatuur. Het bewijs daarvan is het ontbreken van politiek pluralisme, de criminalisering van meningen, de willekeurige arrestaties van tegenstanders en gevangenisstraffen die duidelijk politiek gemotiveerd zijn, het monopolie van de partij op de pers, de straffeloosheid waarmee de staatsveiligheid werkt en de voortdurende controle van elk aspect van het leven. Deze controle-instrumenten worden zichtbaar wanneer ze gericht zijn tegen activisten, maar ze bepalen elk detail van de samenleving en raken iedereen. Angst, het simuleren van gewenst gedrag, opportunisme en zelfcensuur zijn enkele van de vele effecten die worden opgeroepen door deze permanente Orwelliaanse controle over het leven van elke Cubaan.

vrijheid-meningsuitingVrijheid
Deze woensdag zal de heersende partij zich tot het uiterste inspannen opdat Mogherini niet kan nagaan hoeveel van de oude totalitaire structuur van het castrisme nog steeds bestaat. Zij zullen alles doen zodat zij niet over boord kijkt, niet kijkt naar de horizon. Zij zal niet ontdekken dat ondanks het nieuwe verfje en de cosmetische aanpassingen, het kompas waarmee de regering dit land leidt niet wijst in de richting van vrijheid.

Bron
* Yoani Sánchez, website 14ymedio, 3 januari 2018

Linken
* De Telegraaf, 4 januari 2018, EU-chef uit kritiek op isoleren Cuba
* De Morgen, 3 januari 2018: EU wil “bruggen bouwen” met Cuba en bekritiseert isolationistisch beleid