Obama’s knieval voor de Castro’s ?

In het zicht van het komende bezoek van president Obama aan Cuba, worden op dit moment in verschillende wijken van Havana bedelaars en zwervers aangehouden en verzameld in medische centra. Voorafgaand aan dit bezoek op 20, 21 en 22 maart aanstaande, treft u op deze Cubaweblog artikelen aan waarin dit historische bezoek vanuit diverse gezichtspunten wordt belicht. Vandaag beschrijft Eugenio Yáñez hoe Obama met zijn toenadering tot de Cubaanse autoriteiten een wig wil drijven in de revolutionaire alliantie van de ALBA.  Hierna volgt de tekst .

Obama’s knieval voor de Castro’s?

Handout picture released by the Venezuelan Presidency press office showing the President of the US, Barack Obama (L), and his Venezuelan counterpart Hugo Chavez (R) chating before the opening of the 5th Summit of the Americas in Port of Spain, on April 17, 2009. Despite efforts by Obama and summit organizers to keep the three-day gathering on the topics of energy, the environment and public safety, Cuba has emerged as the headline issue for being the only nation excluded. AFP PHOTO / PRESIDENCIA --- RESTRICTED TO EDITORIAL USE (Photo credit should read HO/AFP/Getty Images) Original Filename: DV_To_Getty_2668410_0.jpg

Obama ontmoette op 17 april 2009 in Trinidad de Venezolaanse president Hugo Chávez. In het midden de huidige president Maduro.

Obama is geen naïeveling en hij wil de Castro’s strategisch omsingelen. Wat nog niet garandeert dat hij dat ook voor elkaar krijgt, aldus Eugenio Yáñez, woonachtig in Miami. Yáñez constateert dat het komende bezoek van Obama aan Cuba in Miami tot heftige polemieken leidt: ‘Aan de ene kant zijn er de mensen die vinden dat het bezoek aan Cuba een onvergeeflijk groot verraad is en dat de president zo de dictatuur legitimeert en voor nog vele jaren heilig verklaart.’ Eugenio Yáñez wijst erop dat een Amerikaanse president zich niet de luxe kan permitteren naïef te zijn. Yáñez wijst op de gevolgen voor de zogeheten ‘revolutionaire alliantie’ voor landen als Bolivia, Ecuador en Bolivia, die toch al in zwaar weer verkeren.

Obama is met zijn bezoek aan Cuba er niet op uit, te buigen voor Cuba en hij heeft niet de intentie om een dictatuur van bijna zestig jaar te legitimeren, zoals voortdurend herhaald wordt in het nieuws in kranten en op radio, televisie en internet in het zuiden van Florida.

Goed geïnformeerd
Kort geleden werd het tijd om in te zien dat de president van de Verenigde Staten, wie het ook is, bovenop alle openbare informatie waartoe hij toegang heeft, zowel via zijn diplomatieke vertegenwoordigers als via zijn inlichtingendiensten, volledig op de hoogte is van de Cubaanse realiteit. Hij mag dan de nieuwste rappers op Cuba niet kennen en niet weten wie er een dissident is in een achteraf dorpje, maar het wereldtoneel van het land moet hij wel perfect kennen, vooral als hij besloten heeft dat land te bezoeken, om welke redenen dan ook.

Nixon en Obama

nixon-zhou-en-lai-februari-1972

President Nixon en President Zhou-en-Lai, februari-1972

Toen begin jaren zeventig het bezoek van Richard Nixon aan China bekend werd gemaakt, ontbrak het niet aan mensen die kritiek hadden op de ‘domheid’ om Taiwan opzij te schuiven voor toenadering tot de reus op het vasteland. Totdat een kop in de Cubaanse partijkrant Granma luidde: ‘Papieren tijger houdt poeslief betoog in Peking’. Veel mensen zien het ‘uiteenvallen’ van het communisme in Europa en de Unie van Socialistische Sovjet Republieken als het resultaat van de acties van Michael Gorbatsjov in de Sovjet Unie en het defensieproject  ‘Star Wars’ van Ronald Reagan in de jaren tachtig van de vorige eeuw.  Toch waren het de stappen die gezet werden door Henry Kissinger en Nixon – ja, ja, die van Watergate – die de eerste wig dreven in de ‘onverwoestbare vriendschap’ van  de socialistische landen en die tenslotte het systeem om zeep hielpen en de mensheid naar een nieuw tijdperk voerden dat een paar verwarde geesten zagen als ‘het eind van de geschiedenis’, terwijl het niet meer was dan een stap in de ontwikkeling van de mensheid naar haar onontkoombare bestemming: een steeds betere wereld om met iedereen te delen.

Demagogie

albapresidentenortega_lage_chavez_morales_y_preval_representantes_de_nicaragua_cuba_venezuela_bolivia_y_haiti_

Enkele leiders van de Alba-landen zoals Ortega (Nicaragua), Ricardo Lage (die destijds Fidel Castro verving), Hugo Chávez (Venezuela), Evo Morales (Bolivia) en Préval van Haiti.

Obama heeft hetzelfde voor ogen, in dit geval om met zijn bezoek aan Cuba een wig te drijven binnen de Bolivariaanse Alliantie voor de Volkeren van ons Amerika (ALBA) zodat er een einde komt aan de populistische en demagogische oplichterij die we o.a. kennen van het Forum van São Paulo en de toespraken van Fidel Castro en de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva. ALBA werd o.a.opgericht als reactie van de Vrijhandelszone van de Amerika’s (ACLA), een initiatief van president Bill Clinton. Deze alliantie van Latijnsamerikaanse ‘revolutionairen’ verkeert op dit moment in zwaar weer.  Cuba raakt niet uit het moeras, en Venezuela zinkt er steeds verder in weg, omdat Chávez en Maduro met hun kliek een welvarend land met de grootste oliereserves van de wereld hebben geruïneerd en in een diepe humanitaire, economische, politieke, sociale en morele crisis hebben gestort, terwijl het land steeds minder bestuurbaar wordt en zijn machthebbers corrupter. De Bolivianen hebben Evo Morales duidelijk gemaakt dat er geen sprake van kan zijn dat hij eindeloos voor onbepaalde tijd herkiesbaar is, en dat hij in 2020 zijn koffers moet pakken en zich aan iets anders gaan wijden, maar niet aan het leiden van het land. De Argentijnen gaven de voorkeur aan een kandidaat van de verandering boven het doorgaan met de geïnstitutionaliseerde corruptie van de Kirchners en hun aanhang. De Brazilianen zijn de corruptie en schaamteloosheid van Dilma Rousseff en Lula da Silva beu en willen ze voor de rechter brengen. De Ecuadoriaanse demagoog Rafael Correa heeft al aangekondigd dat hij niet van plan is zich weer te laten herverkiezen – nadat hij dat verschillende keren had gedaan, ook al had hij voor de televisie in Miami verklaard dat hij tegen herverkiezing was – en Daniel Ortega van Nicaragua handhaaft zich in zijn bananenrepubliek te midden van corruptie, schaamteloosheid en demagogie, zonder zijn volk iets tastbaars te bieden en zonder ander plan dan om zich maximaal te verrijken en stamhoofd te blijven van het Middenamerikaanse dorp. En de socialisten van Uruguay en Chili zijn meer bezig met hun eigen bevolking dan met het behagen van Havana of Caracas, en aangezien ze geen oliedollars nodig hebben om in leven te blijven, kunnen ze het zich veroorloven om ‘links’ te zijn zonder in het ‘revolutionaire’ slijk van Havana of Caracas te vallen.

Naïeveling of dwaas?

Gran-Teatro-Habana-prepara-obama

Het Gran Teatro in Havana bereidt zich voor op het bezoek van Obama. Dinsdag zal hij van hieruit de Cubanen via radio- en televisie toespreken

Zal Obama zijn doel bereiken met deze toenadering tot Havana? Moeilijk te zeggen op dit moment. Is Obama een naïeveling of een dwaas met zijn politiek ten aanzien van Cuba? Het is onmogelijk om twee keer president van de Verenigde Staten te worden als je dom bent of naïef. Kan het belang voor zijn presidentiële ‘nalatenschap’ hem ertoe zetten dat hij de veiligheid of de belangen van de Verenigde Staten in gevaar brengt? Zo’n vaart loopt het allemaal niet. Zal dit bezoek positieve gevolgen hebben voor het Cubaanse volk? Dat kan niet morgen, overmorgen of volgende week worden beoordeeld, maar wel op de lange termijn. Ooit zullen we weten wat dit bezoek van de president van de Verenigde Staten aan Cuba werkelijk voorstelde. Of het een verschrikkelijke vergissing was, of dat de wolf in schaapskleren afrekende met de leer van de Castro’s.

Bron
* Eugenio Yáñez op de website Diario de Cuba, 10 maart 201

Reisverbod voor dissidenten naar Panama

In Cubaanse media lijkt de strijd om de civil society ontbrand te zijn. Op 10 en 11 april vindt in Panama in aanwezigheid van de Cubaanse en Amerikaanse president, de Top van de Amerika’s plaats en zowel het Cubaans regime als mensenrechtengroepen willen daar hun stem laten horen. Tijdens zijn bezoek dit weekend aan Caracas heeft president Raúl Castro aangekondigd ‘de huurlingen en hun opdrachtgevers die zich in Panama willen presenteren als de civil society, te ontmaskeren.’

Open Brief aan Raúl
De radicale dissidentenvoorman Antonio G. Rodiles schreef gisteren een Open Brief aan president Raúl Castro waarin hij de president verweet ‘zelf anti-Cubaans en een verrader’ te zijn. Citaat: ‘Als u dan zo zeker bent van uw zaak, waarom verbiedt u dan een groep belangrijke Cubanen om naar Panama te reizen?’ Hier volgt de tekst van Antonio Rodiles.

Antonio Rodiles

Antonio Rodiles

Misère
Uw toespraak tijdens de buitengewone bijeenkomst van de ALBA in Caracas, bevestigt dat u en uw groep van plan zijn tot elke prijs aan de macht te blijven. Het deert u niet dat het Cubaanse volk vlucht in de misère en de wanhoop, het raakt u niet als hun kinderen steeds opnieuw aan deze ramp via de zee willen ontsnappen. U wilt aan de macht blijven en alles kapot maken.

Civil society
Ik heb u horen zeggen dat de civil society in Cuba de huurlingen en hun opdrachtgevers zal ontmaskeren, maar ik herhaal dat u, uw broer en uw groep de grootste verraders en anti-Cubanen zijn en dat uw woordvoerders en onderdrukkers de ware huurlingen zijn. Er zijn grote Cubanen gevangen gezet, gefusilleerd, uitgewezen, gestraft, lastig gevallen en vernederd. U en uw broer zullen de geschiedenis ingaan als de slechtst zonen van deze aarde. Als u dan zo zeker bent van uw zaak, waarom verbiedt u dan een groep belangrijke Cubanen om naar Panama te reizen? Waarom wordt onze bewegingsvrijheid ingeperkt? Waarom zijn paspoorten ingetrokken? Als u en uw bende niet zo onheilspellend waren, zouden we lachen om uw toespraak.

De presidenten Maduro, Evo Morales en Raúl Castro afgelopen weekend in Caracas

Van links naar rechts: De presidenten Maduro, Evo Morales en Raúl Castro afgelopen weekend in Caracas

Reisverbod
Ángel Juan Moya, Arnaldo Ramos Lauzurique, Eduardo Díaz Fleitas, Félix Navarro, Héctor Fernando Maseda, Iván Hernández Carrillo, Jorge Olivera, Marta Beatriz Roque Cabello, José Daniel Ferrer en Oscar Elías Biscet (allemaal oud-politieke gevangenen uit de Groep van 75) hebben geen toestemming om te reizen. En dat geldt ook voor kunstenaars als Ailer González Mena en Tania Bruguera of activisten als Egberto Escobedo, Hugo Damián Prieto Blanco en Antonio G. Rodiles. U vreest oog in oog te komen staan met deze waardevolle Cubanen en wellicht geconfronteerd te worden met harde feiten. U en uw broer zijn niet meer dan obscure dictators die zouden moeten verdwijnen zodat ons volk op een goed moment kan leven in vrijheid, vrede en voorspoed.

Link
* Toespraak Raúl Castro tijdens de Alba-conferentie in Venezuela
Noot
* ALBA
De Bolivariaanse Alliantie voor Amerika (officieel: Bolivariaanse Alliantie voor de Volkeren van Ons Amerika) (Alianza Bolivariana para los Pueblos de Nuestra América, ALBA) is een samenwerkingsverband tussen verschillende Latijns-Amerikaanse en Caribische landen. Het economische samenwerkingsverdrag tussen de landen heet Tratado de Comercio de los Pueblos (TCP). De benaming “Bolivariaans” refereert aan de Latijns-Amerikaanse vrijheidsstrijder Simón Bolívar en aan het bolivarisme van de Venezolaanse president Hugo Chávez. Het samenwerkingsverband ontstond in 2004 en was een initiatief van Venezuela en Cuba.

Ebolaconferentie in Havana: ‘De plicht roept’

Vandaag begint in Havana de speciale conferentie van de Alba-landen over de bestrijding van het ebolavirus. Bij zijn aankomst in Havana gisteren roemde de Venezolaanse president Maduro de inspanningen van Cuba in de strijd tegen ebola. Hij zei: ‘Cuba staat altijd in de voorhoede van het humanisme, de solidariteit en de diepgewortelde steun aan de volken van de wereld.’ Eerder had de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, Cuba al ten voorbeeld gesteld aan de wereld vanwege de inzet bij de ebolabestrijding.

Maduro gisteren bij zijn aankomst in Havana

Maduro gisteren bij zijn aankomst in Havana

Kerry onderstreepte dat Cuba ‘een land met nog geen 11 miljoen inwoners 165 gezondheidsmedewerkers stuurt en van plan is nog 300 mensen meer naar West-Afrika te sturen ter bestrijding van deze ziekte.’ De Cubaanse oud-leider Fidel Castro heeft de Verenigde Staten de hulp van zijn land aangeboden in de strijd tegen ebola. Dat meldde zaterdag het Cubaanse dagblad Granma, de officiële krant van de Communistische Partij. In een brief die Granma heeft gepubliceerd, schrijft de 88-jarige Castro dat ‘wij graag samenwerken met het Amerikaanse personeel aan deze taak’. Cuba wil bijna 300 man medisch personeel naar West-Afrika sturen. Sinds begin van de maand zijn er al 165 Cubaanse gezondheidszorgmedewerkers in Sierra Leone.

Partijkrant Granma van vandaag kondigt conferentie aan

Partijkrant Granma van vandaag kondigt conferentie aan

Link
* Engelstalige tekst Fidel Castro, 18 oktober 2014 getiteld De plicht roept

Bronnen
* 14ymedio en Cubadebate

Noot
* De ALBA (Alianza Bolivariana para los Pueblos de nuestra América – De Bolivariaanse Alliantie voor de Volkeren van ons Amerika) is een samenwerkingsverband van negen Latijns-Amerikaanse landen, destijds o.a. opgericht op initiatief van de Venezolaanse president Hugo Chávez. De landen zijn Venezuela, Cuba, Bolivia, Nicaragua, Dominica, Antigua y Barbados, Ecuador, San Vicente en de Grenadines, San Cristóbal en Nieves plus Santa Lucía. Haití neemt als ‘permanente uitgenodigde’ ook aan de conferentie deel.

Solidariteit of propaganda?

Bernardo Álvarez, voorzitter van de ALBA – het samenwerkingsverband van landen als Venezuela, Cuba, Ecuador en Bolivia – noemt de beslissing van Cuba om 165 artsen in te zetten in de strijd tegen ebola in Sierra Leone ‘heldhaftig’. En VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon dankte Cuba voor de snelle reactie van het land op zijn oproep tot hulp. Ook de Cubaanse staatsmedia staan vol lof en waardering voor het initiatief. De digitale nieuwskrant 14ymedio laat een ander geluid horen klinken. Onafhankelijk publicist Fernando Dámaso, historicus en oud-televisiemaker, wijst op het grote zwijgen binnen Cuba over de snelle achteruitgang in de gezondheidszorg. Daar ontbreekt ‘een snelle reactie’, aldus Dámaso.

ebola-symptomenIk zou blij geweest moeten zijn over de snelle reactie van de Cubaanse regering toen de Wereld-gezondheidsorganisatie WHO en de secretaris-generaal van de VN een oproep deden, de strijd tegen ebola te ondersteunen. Maar ik kan het niet als ik zie hoe de situatie in onze ziekenhuizen verslechtert: het gebrek aan hygiëne, de armoedige verzorging meestal door studenten omdat artsen ontbreken, het gebrek aan medicijnen en andere problemen. Ik heb het natuurlijk over de gemiddelde ziekenhuizen waar de gewone Cubaan zorg krijgt. Niet over de ziekenhuizen waarin de leiders en illustere gasten worden verzorgd die hun behandeling in dollars (het equivalent van de CUC) betalen.

Gratis publiciteit
Een zelfde snelle reactie zou ook gepast zijn om de ernstige problemen op te lossen waarmee onze gezondheidszorg al jarenlang kamp. Het is kwalijk alle problemen van de wereld te willen oplossen, zonder zich druk te maken over die in het eigen land. Het lijkt wel een goede investering want de snelle reactie van Cuba leverde veel gratis publiciteit en propaganda op. Niemand die spreekt en schrijft over het prachtig gezondheidssysteem in Cuba, laat zichzelf noch zijn familieleden, behandelen in een gemiddeld Cubaans ziekenhuis. En zeker, heel veel belangrijke Cubaanse persoonlijkheden laten zich behandelen in andere landen, zelfs in het land van ‘de vijand.’

De Cubaanse Minister van Gezondheid, Roberto Morales en de directeur-generaal van de WHO, Margaret Chan

De Cubaanse Minister van Gezondheid, Roberto Morales en de directeur-generaal van de WHO, Margaret Chan vrijdag tijdens de persconferentie

Inkomsten
Tijdens de persconferentie in Genève, sprak de Cubaanse Minister van Gezondheidszorg, Morales natuurlijk ook over de verworvenheden, en herhaalde opnieuw hoeveel Cubanen deelnamen en deelnemen in projecten in andere landen. Hij sprak over de duizenden medewerkers zonder duidelijk te maken hoeveel miljoenen dollars Cuba in ruil voor deze dienstverlening krijgt. Het is zelfs op dit moment een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het land.* Hij zei ook niet dat het grootste deel van de inkomsten niet naar artsen, verplegers of andere medewerkers gaat, maar naar de Cubaanse staat. Tijdens deze conferentie zei de minister ook dat de revolutie niet de ontwikkeling van een eigen gezondheidssysteem heeft afgewacht om hulp te bieden aan andere volken. Hij vergat erbij te zeggen dat Cuba in 1959 al bovenaan de lijst van landen stond – in Latijns Amerika maar ook binnen de Ibero-amerikaanse wereld – als het ging om de kwaliteit van de gezondheidszorg. Men hoeft slechts de officiële statistieken van de internationale organisaties uit die tijd te raadplegen. Ik trek de conclusie dat er hier meer sprake is van propaganda dan van solidariteit.

Bron:
* De in Havana woonachtige publicist Fernando Dámaso publiceerde bijgaand artikel in de digitale nieuwskrant 14ymedio op 14 september 2014 en eerder op zijn weblog Mermelade. Link
* Weblog van Fernando Dámaso
Noot

* De meeste Cubaanse artsen en verplegers werken in Venezuela en Brazilië. Volgens Diario de Caracas zouden 11.157 artsen in het kader van het samenwerkingsprogramma tussen Brazilië en Cuba werkzaam zijn. De Cubanen ontvangen hiervoor in ruil 700 miljoen dollar per jaar, aldus berekeningen van The Economist. Het aantal Cubaanse artsen dat in Venezuela werkzaam is, wordt geheim gehouden, maar wordt geschat op 30 tot 40.000 personen. Venezuela zou Cuba daarvoor in de afgelopen 10 jaar 13,5 miljard dollar hebben betaald. Dat zou betekenen dat Venezuela per Cubaanse arts 135.800 dollar per jaar betaalt, dat is 27 maal het gemiddelde salaris van de Venezolaanse arts.
Bron: Diario de Caracas, 15 september 2014

Ziekenhuis Maternidad Obrera in Havana

Ziekenhuis Maternidad Obrera in Havana

* De Cubaanse gezondheidszorg kon in 1959 – toen de revolutie van Castro begon – de vergelijking met andere landen in Latijns-Amerika met gemak doorstaan. Cuba stond op de elfde plaats van de wereldranglijst van artsen per 1.000 inwoners. In Latijns-Amerika waren alleen Brazilië en Uruguay hoger geplaatst. Als er al verschillen waren dan golden die niet de hoofdstad Havana en de provincies: Matanzas had meer artsen dan Zweden, Las Villas en Camagüey hadden er meer dan Chili of Venezuela. Veel medici werkten in loondienst bij zogeheten mutualiteiten of ziekenfondsen verbonden met de Cubaanse vakbeweging of opgericht door Spaanse immigranten. Het 1.300 bedden tellende Galixto Garcia Hospital in Havana bood alle behandelingen aan voor lagere inkomens tegen een betaling van 2 dollar 50 per maand en zwangere arbeidersvrouwen konden voor 1959 ook al gratis bevallen in het nu nog bestaande Maternidad Obrera-hospitaal in Havana. Het is de grote verdienste van de revolutie én Fidel Castro geweest dat de medische zorg ook werd gevestigd in de meest afgelegen gebieden en vaak ook de armste streken van het land. Bron: Leuchtfeuer in der Karibik door Sam Dolgoff

Cuba noch de ALBA zijn prioriteiten voor China

Ondanks de vriendelijke glimlach van internationaal partijsecretaris José Ramón Balaguer, van Mercedes López Aceade, partijsecretaris voor Havana, en van president Raúl Castro toen zij de Gou Jinlong, lid van het Chinees Politburo, ontvingen, was de tevredenheid van de Cubaanse leiders niet volmaakt. Publicist Orlando Freire Santana zet uiteen waarom.

Ontvangst Chinese partijleider o.a. door de eerste secretaris van de communistische partij van havana, Mercedes López Acea Guo Jinlong op 31 mei 2013.

Ontvangst Chinese partijleider Guo Jinlong (rechts)  o.a. door de eerste secretaris van de communistische partij van Havana, Mercedes López Acea Guo Jinlong (rood jasje) op  31 mei 2013.

Zeker, er zijn interessante gesprekken gevoerd met Guo Jinlong, ook partijsecretaris van het Gemeentelijk Comité van Peking over de toekomstige invoering van digitale televisie in China, het hergebruik van energie en over medicijnen tegen de behandeling van kanker. Maar de Cubaanse leiders wilden meer. Ongeveer tegelijkertijd bezocht de sterke man van China, president Xi Jinping, diverse andere landen van het continent, passeerde op korte afstand Cuba, maar maakte zelfs geen technische tussenstop in Havana. President Xi Jinping was in Trinidad en Tobago, Costa Rica, México en beëindigde zijn reis in de VS waarbij hij Barack Obama sprak.

logalianazadelpacificoVoorkeur voor Alianza boven ALBA
Het bezoek van de Chinese topleider aan drie Latijns Amerikaanse landen heeft te maken met de groeiende commerciële handel van China met deze regio. Volgens deskundigen is de handel tussen beide blokken vorig jaar opgelopen tot 261 miljard dollar, waardoor China de tweede commerciele partner is geworden van Latijns-Amerika en de Cariben. De gecontroleerde media in Cuba beschreven uitvoerig hoe de Chinese gasten bij hun Cubaanse partners hadden aangedrongen op een nauwere band tussen Peking en de Comunidad de Estados Latinoamericanos y Caribeños (CELAC), een blok van 33 landen waarvan Cuba op dit moment de voorzitter is. Maar dezelfde media zwegen over de belangstelling van Xi Jinping voor contacten met de Alianza del Pacífico. Dat is een samenwerkingsverband dat in 2011 tot stand kwam en waar Mexico, Colombia, Peru en Chili deel van uitmaken. Men verwacht binnenkort de aansluiting van Costa Rica.

logoAlba3ALBA tweede plaats
Feit is dat Xi Jinping twee landen bezocht die deel uitmaken van deze Alianza del Pacífico en verder geen enkele land aangesloten bij de Alianza Bolivariana para los Pueblos de las Américas (ALBA) of tewel de Bolivariaanse Alliantie voor de Volkeren van Ons Amerika, een samenwerkingsverband tussen verschillende Latijns-Amerikaanse en Caribische landen. Initiatiefnemers van de ALBA waren Fidel Castro en de toenmalige president van Venezuela, Hugo Chávez. De benaming Bolivariaans  wijst op de Latijns-Amerikaanse vrijheidsstrijder Simon Bolivar en naar het bolivarisme van de Venezolaanse president Hugo Chávez. Veel analisten zien de Alianza del Pacífico met zijn nadruk op vrijhandel en de marktwerking als een sterke rivaal voor de ALBA. De laatste accentueert, voorgezeten door Venezuela, de principes van complementariteit van de lidstaten en veel minder de wedijver en heeft een sterke rol weggelegd voor de rol van de staat in de economie.

De Chinese president  Xi Ping met de Mexicaanse president Peña Nieto (rechts) en hun echtgenotes

De Chinese president Xi Ping met de Mexicaanse president Peña Nieto (rechts) en hun echtgenotes. Mexico is lid van de Alianza del Pacifico.

Historische lessen
In het geval van Cuba blijft China volgens de cijfers van het Cubaans Bureau voor de Statistiek / Oficina Nacional de Estadísticas (ONE), de tweede handelspartner, slechts voorbijgestreefd door Venezuela. In 2010 (de meest recente cijfers die ONE beschikbaar heeft) vormen de in- en exporten vanuit en naar Cuba 12% van de buitenlandse handel van Cuba. Voor Venezuela gaat het om 40% en Canada neemt met 6% de derde plaats in. Het is te wensen dat de Cubaanse overheden geleerd hebben van de wrange lessen van de geschiedenis. Als dat zo is, is de versterking van de geografische diversiteit op het gebied van de buitenlandse handel – ondanks de aantrekkelijke aspecten van de nauwe relaties met Caracas – een belangrijke prioriteit. Het grote verschil in percentages tussen Caracas en Peking benadrukt de extreme concentratie van de buitenlandse handel met Venezuela. Maar Cuba zou geconfronteerd kunnen worden met een nieuwe Special Periode zoals in de jaren negentig toen de Sovjets alle hulp staakten. In dit verband kan de groei van de banden met China dienen als een factor van evenwicht. Daarom is het voor de Castro’s niet voordelig tweede rang te zitten bij de Latijns-Amerikaanse strategie van Peking.

Link
* Orlando Freire Santana is onafhankelijk journalist en woont in Havana; hij is o.a. medewerker van de weblog  Primavera Digital.

Deelname Cuba aan Top van de Amerika’s onwaarschijnlijk

De secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), José Miguel Insulza, sluit de kans uit dat president Obama het thema Cuba midden in dit verkiezingsjaar op de politieke agenda zal plaatsen. Colombia heeft in de afgelopen weken pogingen gedaan om de VS te bewegen Cuba toe te laten tot de eerstkomende Top van de Amerika’s van de OAS in april aanstaande in Cartagena. In 1962 werd Cuba als lid van de OAS geschrapt. Linksere landen in Zuid Amerika hebben gezegd de top slechts bij te willen wonen, wanneer Raúl Castro aanwezig is.

Insulza zei in een radio-interview dat Obama ‘midden in een verkiezingsjaar’ de mogelijke terugkeer van Cuba naar de OAS niet op de agenda zal zetten. Havana heeft tot nu toe de terugkeer tot de OAS geweigerd, hoewel deze organisatie in 2009 het verbod op toelating van Cuba introk. Tot nu toe heeft Cuba over de mogelijkheid tot toelating niet met de OAS willen spreken. Insulza wees er op dat het gastland, in dit geval Colombia,  de eventuele uitnodiging moet verzenden maar met instemming van alle regeringsleiders. ‘De top is er voor de staatshoofden. Het behoort niet tot de bevoegdheden van de secretaris-generaal landen tot deelname uit te nodigen.’ De afgelopen weken hebben Venezuela, Cuba, Bolivia, Nicaragua, Antigua, Barbados, Dominica, San Vicente, de Grenadines  en Ecuador – leden van het andere samenwerkingsverband ALBA) – laten weten dat zij de top in Cartagena enkel zullen bijwonen als ook Raúl Castro aanwezig kan zijn.

Mike Hammer

Obstakels blijven
Washington liet maandag weten dat wanneer Havana wil deelnemen aan de Top van de Amerika’s zij zich moet aansluiten bij de OAS en de basisvrijheden van zijn  burgers moet garanderen, aldus onderminister Mike Hammer. Hij herinnerde er aan dat tijdens een regionale vergadering in Canada in 2001 is besloten dat enkel democratisch gekozen leiders voor de Top van de Amerika’s kunnen worden uitgenodigd. ‘Tot nu toe heeft de Cubaanse regering geen enkele stap gezet om de obstakels die deelname aan de bijeenkomst in de weg staan, weg te nemen,’ aldus Hammer die er aan toevoegde dat ‘Havana op de zorgen zou moeten reageren die er bestaan over politieke dissidenten en het gebrek aan democratie in het huidige Cuba.’