Weer een Castro in de toekomst?

Staat er een jongere Castro in de coulissen om de gebroeders Fidel en Raúl op te volgen? Maken Raúl’s dochter Mariela of zijn zoon Alejandro een kans. Volgens publicist Alberto Montaner vertoont de familie Castro dynastieke trekken. De liberale Montanter noemt Alejandro Castro Espin als de mogelijk nieuwe Cubaanse leider. Hij schreef op 11 november een column op zijn weblog die hier volgt.

alejandrocastroespin3Generaal Raúl Castro bereidt voorzichtig zijn opvolging in Cuba voor. Zich bewust van zijn leeftijd en van de wens om de privileges van zijn en Fidel’s familie voor de toekomst te garanderen, bereidt hij zijn zoon Alejandro Castro Espin voor als zijn opvolger. Alejandro (48) is kolonel binnen het gevreesde Ministerie van Binnenlandse Zaken en belast met de coördinatie van Cuba’s inlichtingendienst en veiligheidsapparaat. Hij verkeert voortdurend aan de zijde van zijn vader en deelt bevelen uit aan ministers en andere hooggeplaatsten in de Cubaanse regering. Hoewel hij een lage rang heeft, worden zijn opdrachten geïnterpreteerd en gehoorzaamd door vooraanstaande leden van overheid en regering, alsof ze door generaal Raúl Castro zelf worden gegeven.

Onverzoenlijk als zijn oom
Alejandro is een krachtige en invloedrijke persoonlijkheid. Zijn ervaring omvat een opdracht in Angola in de jaren tachtig toen Cubaanse troepen met Sovjetwapens en adviseurs, naar Afrika werden gestuurd om de bevrijdingsbeweging daar te steunen. Hoewel hij niet in de eerste linies vocht, verloor hij aan één oog het gezichtsvermogen vanwege een ongeluk in Luanda. Zij die hem kennen beschrijven hem als weinig flexibel en arrogant. Hij gedraagt zich zoals zijn oom Fidel, onverzoenlijk, commanderend en kritisch tegen over de VS. In 2009 publiceerde hij een boek El imperio del terror (Imperium van terreur) waarin de misdaden van de VS wereldwijd werden beschreven.

Alejandro en zijn zus Mariela bij de ter aardebestelling van hun moeder, Vilma Espin in Havan op 18 juni 2007

Alejandro en zijn zus Mariela bij de ter aarde bestelling van hun moeder, Vilma Espin, in Havana op 18 juni 2007

Generaalsrang
Voor hij een positie als opvolger kan bereiken, moeten er met Alejandro nog wel enkele dingen gebeuren. In de eerste plaats moet hij tot generaal verheven worden. Bronnen op het eiland zeggen dat Raúl van plan is hem volgend jaar te promoveren. Op de tweede plaats moet Alejandro deel uit maken van het Politburo van de Cubaanse Communistische Partij. Deze kleine groep, gecontroleerd door militairen, moet het plan steunen om Alejandro als opvolger aan te wijzen. Gezien de nauwe banden tussen de senior-officieren in het leger en Raúl, is het waarschijnlijk dat zij de wens van Raúl zullen inwilligen en Alejandro zullen steun,

Kansen Díaz-Canel
Buitenlandse analisten hebben gewezen op recente wijzigingen in Cuba en vooral op de benoeming van Miguel Díaz-Canel als vicepresident van de Staatsraad waardoor hij rechtstreeks Raúl zou kunnen opvolgen. Maar als het er op aankomt zal niet de Staatsraad maar het Politburo beslissen over de opvolging. Díaz-Canel heeft trouwens geen militaire rang, beschikt niet over dynastieke banden met de Castrofamilie, noch over bijzondere geloofsbrieven voor deze functie. Het is onwaarschijnlijk dat senior-officieren in het leger bereid zijn de toekomst van de revolutie in handen van Díaz-Canel te leggen. Het is triest voor de Cubanen, maar de Castro-dynastie kan voortduren en Alejandro Castro zou de volgende regerende Castro kunnen zijn.

Link
* El Blog de Montaner, 11 november 2013

Commotie rond Payá’s dood houdt aan (3)

Behalve de directe gevolgen voor de Zweedse en Spaanse medereizigers van Oswaldo Payá en Harlold Cepero, heeft het dodelijk ongeval waarbij beide Cubanen op 22 juli j.l. omkwamen, ook gevolgen voor de relaties van Cuba met Spanje en de Europese Unie en de communcatie tussen Europese democraten en de vreedzame oppositie in Cuba. Zolang de chauffeur Angel Carromero door de Cubaanse geheime politie wordt gevangen gehouden, speelt zijn lot een rol in de politieke relaties tussen Cuba en Spanje en dat heeft ook gevolgen voor de relaties tussen het eiland en de EU. Europa heeft nu zijn eigen Alan Gross.

Cambio / Verandering. Cartoon van Garrincha

De uitgeweken liberale politicus Alberto Montaner gaat op de website Diario de Cuba dieper in op de psychologische druk waaraan personen in handen van de Cubaanse geheime politie, bloot staan. Hij herinnert aan de zogeheten Affaire Padilla (1970) waarbij een dissidente schrijver publiekelijk ‘zelfkritiek’ uitoefende en o.a. zijn eigen vrouw beschuldigde van contrarevolutionair gedrag. Ook noemt hij Alvaro Prendes, de ex-kolonel en Held van de Revolutie die in een van Castro’s gevangeniscellen verdween en uiteindelijk in ballingschap zou sterven. Prendes zei ooit: ‘Superman, op het moment dat je in de handen valt van de Cubaanse Staatsveiligheidsdienst zul jij zelfs hardop huilen en veeg je je snot met je zwarte mantel weg.’

Fidel mompelt wat over zijn eigen tovermiddel voor alle kwalen namelijk de moringaboom en Raúl Castro klaagt over ‘al die valse toeristen die chaos en verwarring willen scheppen’, een verwijzing naar de Zweedse en Spaanse medepassagiers van Oswaldo Payá.

Steun Cubaanse democraten
Ook Montaner gelooft dat het ongeluk door de dictatuur gebruikt zal worden om de internationale steun voor de Cubaanse democratische oppositie, verder onmogelijk te maken. Zowel Carromero en Aron Modig hebben in hun officiele verklaringen excuses gemaakt voor deze hulp. Modig zei zelfs niet te weten dat de Cubaanse wet dit soort hulp verbiedt? Maar waarom vraagt Montaner zich af?
Omdat het regime van Raúl Castro wil, dat met een beroep op de zogenaamde soevereiniteit van de staat, buitenlanders worden bedreigd ’die geld, usb-sticks, informatie en vooral politieke steun bieden. Min of meer precies dat wat Europese democraten ook hun broeders en zusters aanboden tijdens de dictatuur van generaal Franco in Spanje.’ En Montaner gaat in op de vergelijkbare steun van communistische landen aan ‘de eenheidspartij van Fidel en Raul Castro’ en hij herinnert hoe de Argentijnse guerrillabeweging Montoneros Fidel ooit 60 miljoen dollar overhandigden na de ontvoering van twee ondernemers, de gebroeders Born. Montaner concludeert dat de Cubaanse regering weliswaar het recht op ‘revolutionair internationalisme’ decreteert, maar het recht op ‘democratisch internationalisme’ niet erkent. ‘Dat recht zou iedereen in de praktijk moeten brengen, die gelooft dat de vrijheid een universeel begrip is,’ aldus Montaner.

Een officiele foto van het autowrak

Politieke gevolgen
Maurice Vicent was vele jaren correspondent van de Spaanse krant El Pais in Havana tot de Cubaanse autoriteiten vorig jaar weigerden zijn accreditatie te verlengen. Hij is weinig optimistisch over het lot van zijn landgenoot Carromero. Tijdens zijn verblijf in Havana werden veelvuldig auto-ongelukken gemeld waarbij Spanjaarden waren betrokken als slachtoffer of verdachte. De voorlopige hechtenis en de procesgang kunnen maandenlang duren, waarbij de verdachte Cuba niet mag verlaten. Vicent stelt dat de Cubaanse strafwet helder is en streng; bij dood door schuld wacht de veroordeeld 1 tot 10 jaar gevangenisstraf, waarbij de Cubaanse wet bij goed gedrag een derde kan kwijtschelden. Het Spaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken adviseert daarom al enige tijd ’s nachts niet in het binnenland te rijden of slechts met een chauffeur. Vicent: ‘Als Ángel Carromero een gewone toerist was in plaats van een jeugdleider van de Partido Popular die naar Cuba reisde met politieke doeleinden, dan zou er nu waarschijnlijk geen Zaak Carromero bestaan, maar was er gewoon een zoveelste Spanjaard veroordeeld vanwege roekeloos gedrag in het verkeer. Maar Carromero was geen toerist.’

Troeven in handen
En Vicent gaat nader in op de politieke implicaties van de dood van Payá en de betrokkenheid van Carromero. Want het auto-ongeluk op de weg naar Bayamón leidt direct naar de 12e Oktober in Havana. Vicent duidt op de gewoonte van de Spaanse autoriteiten om op de nationale feestdag van 12 oktober dissidenten uit te nodigen voor de officiële receptie. De regering van Aznar begon daar in 2003 mee waardoor de relaties tussen beide landen bevroren raakten. Twee jaar laten kwamen de sociaaldemocraten aan de macht in Spanje en draaiden zij dit uitnodigingsbeleid weer terug. Wat zal er 12 oktober gebeuren als Carromero nog gevangen zit? Zal de Partido Popular dissidenten uitnodigen op de ambassade? Zal de PP beloven in de toekomst politieke avonturen van haar jeugdleiders en vertegenwoordigers binnen Cuba te voorkomen? Als deze situatie voor Carromero niet zo waar was maar meer een spelletje poker, zou je kunnen zeggen dat hij zijn tegenstander drie azen cadeau heeft gedaan. En die zijn niet bestemd voor de bestuurder!

Linken
* Alberto Montaner over ‘democratisch internationalisme'(Spaanstalig)
* Maurice Vicent over de crisis Spanje – Cuba (Spaanstalig)
*
Blogger Dariela Aquique (Havana Times (Engels):

Modig ‘speelde de Zweed’
* Blogger Sara Barderas e Isaac Risco (Havana Times – Spaans):
Spanje-Cuba minicrisis door Carromero

Noot
*   Op 30 mei en 3 mei 2011 publiceerden wij twee achtergrondartikelen over de affaire Padilla, die toen 40 jaar eerder in 1961 plaats vond.
* Deel 1
* Deel 2