Boekpresentatie van balletdanser Carlos Acosta gaat niet door

De presentatie in Havana van zijn boek Sin mirar atras / Niet achterom kijken van de Cubaanse balletdanser Carlos Acosta (42) is zaterdag niet doorgegaan. Volgens de website Diario de Cuba heeft de afgelasting te maken met beschuldigingen in het boek van racisme tegen de leiding van het Nationale Ballet en de directeur en de prominente en machtige balletvirtuoos in Cuba, Alicia Alonso (95).

carlos-acosta4

Carlos Acosta

Acosta’s boek zou worden gepresenteerd op de Zaterdag van het Boek / Sábado del Libro. Criticus Eduardo Heras León en uitgever Dania Pérez Rubio zouden op de inhoud van het boek reageren. In plaats daarvan werd nu het boek Un vals de adolescencia van de dichter Edel Morales, tevens vice-voorzitter van de staatsuitgeverij Instituut Cubano del Libro (ICL), gepresenteerd. In zijn boek beschrijft Carlos Acosta zijn leven als kunstenaar, zijn jeugd en familierelaties, zijn vorming en veranderingen als balletdanser en zijn  internationale ervaringen als balletvedette. Sinds 1998 was hij verbonden aan het Koninklijk Ballet in Londen en trad daarnaast incidenteel ook in Cuba op. In 2015 nam hij afscheid van het Engelse gezelschap en kreeg toen belangrijke onderscheidingen. Vervolgens vormde hij een nieuwe balletgroep in Cuba, die zich inschreef bij het Centrum voor Dans / Centro de Danza in Havana en die 12 leden telt. Hij zei toen zich helemaal te willen toeleggen op choreografie. Bij terugkeer in Cuba bood hij aan fondsen te verzamelen voor de verwaarloosde gebouwen van de Nationale School voor Kunsten in Havana, daterend uit de beginjaren van de revolutie. In conservatieve kringen werd hij er toen van beschuldigd zijn eigen particuliere dansschool te willen beginnen.

alicia-alonos-Tamara Rojo and Acosta - Alonso, 88 in 2009

Tamara Rojo (links), Alicia Alonso (midden) en Carlos Acosta bij de 88ste verjaardag van Alonso in 2008

Alicia Alonso
Niemand van de staatsuitgeverij ICL wilde reageren op het niet doorgaan van de presentatie, maar het besluit werd genomen tijdens een bijeenkomst waar de directeur Kunst en Literatuur, Víctor Malagón, de voorzitter van de ICL, Zuleica Romay en een vertegenwoordiger van Alicia Alonso. (95) aan deelnamen. Alicia Alonso was de oprichter in 1955 van het Nationaal Ballet van Cuba en verwierf een wereldfaam als danseres en choreograaf. Met werken als het Zwanenmeer en de  balletversie van Carmen boekte zij wereldwijd succes. Alonso is ook een getrouwe volgeling van de Castro-broeders en heeft ook op internationale fora de dictatuur verheerlijkt. Zo steunde zij in 2003 de arrestatie en processen tegen 75 mensenrechtenactivisten en de executie van twee Cubaanse jongeren die een boot kaapten om het land de ontvluchten. De onafhankelijke journalist Jorge Ángel Pérez schrijft op de website Cubanet: ‘Het is ongelofelijk  dat een monarchie die zich vroeger, ondermeer in de persoon van koningin Isabella II bezighield met slavenhandel, dat deze monarchie nu deze zwarte balletdanser uit Cuba onderscheidde met de Most Excellent Order of the British Empire, terwijl de gerontocraten op dit eiland, die deze kunstenaar zagen opgroeien, verhinderen dat hij een boek presenteert dat hij zelf schreef.’

Link
* Op 4 december 2013 publiceerde deze Cubaweblog: Alicia regeert het ballet zoals Fidel het land

Damas de Blanco verhinderd Mis voor de Vrede bij te wonen

Het Cubaans regime verhinderde gisteren dat leden van de mensenrechtengroep Damas de Blanco en andere activisten de Mis voor de Vrede in de kathedraal van Havana zouden bijwonen. Een tiental vrouwen werd gearresteerd en anderen werden aangehouden bij het verlaten van hun huis op weg naar de kathedraal. De Internationale Dag van de Vrede is een jaarlijkse dag voor aandacht voor de vrede, uitgeroepen door de Verenigde Naties.

Berta-Soler-Damas-Blanco-in actie

Berta Soler, de voorvrouw van de Damas de Blanco

Ailer González van de onafhankelijke beweging Estado de Sats meldde dat vanaf ’s ochtends vroeg meldingen binnenkwamen van woningen die door politie-eenheden van het regime waren omsingeld. ‘Voor jullie is er geen mis’, aldus een lid van de staatsveiligheidsdienst, die ook nog zei dat men vermoedde dat de vrouwen een stille tocht bij de kathedraal zouden houden zoals ze dat elke zondag bij de Santa Ritakerk doen. Een andere vrouw Gómez herinnerde er aan dat de vrouwengroep al jaren achtereen de mis bijwoonde in de kathedraal op de eerste dag van het nieuwe jaar. ‘Dit is het eerste jaar dat we geen toestemming kregen,’ aldus Gómez die naar een politiebureau werd gebracht en later vrijgelaten.

Opening Gran Theater

alicia-alonso-raul-castro-gala-theater-01012016

Raúl Castro Ruz woonde gisteren de gala-opening bij van het gerenoveerde Gran Theater Alicia Alonso in Havana. Hij was vergezeld van de voormalige primaballerina Alicia Alonso. Zij werd op 21 december 95 jaar. Gisteren werd ook herdacht hoe 57 jaar geleden op 1 januari 1959 dictator Batista het land ontvluchtte en plaats maakte voor Fidel Castro.

Na het bijwonen van de mis waren de vrouwen van plan gezamenlijk naar het bijgelegen Parque Central te lopen en daarna naar hun woningen. Ailer González wees erop dat gisteren ook de heropening van het grote theater van Havana plaatsvond. Dat ligt recht tegenover het Parque Central. Daar zouden Raúl Castro, de eerste vicepresident Miguel Díaz-Canel en andere prominenten van het regime zoals Alicia Alonso aanwezig zijn. ‘Misschien had men vrees voor de tocht van de Damas naar het Parque Central,’ zegt González. Zij wees ook op de recente bezoeken van leden van de Cubaanse politieke politie aan haar ouders en aan de fotograaf Claudio Fuentes. Die bezoeken gingen gepaard met dreigementen.

Noot
De website 14ymedio wijdde recent aandacht aan de belangrijke rol van choreografe en ballerina Alicia Alonso ter gelegenheid van haar 95ste verjaardag. Het gisteren heropende theater draagt haar naam.

16 balletdansers ontvluchten Cuba via Mexico

Zestien leden van de Cubaanse balletgroep Pro-Danza hebben gebruik gemaakt van een tournee om in Mexico achter te blijven en naar de VS te ontkomen. Het gezelschap Pro-Danza wordt geleid door Laura Alonso, de dochter van Alicia Alonso. Bijna de helft van het gezelschap van 35 deelnemers dat op tournee was, is achtergebleven.

Ricardo Gil (links)  en Yaimara-Naranjo tijdens een interview met Telemundo 51

Ricardo Gil (links) en Yaimara Naranjo tijdens een interview met Telemundo 51

Vijf voormalige leden van de groep zijn inmiddels de Mexicaanse grens overgegaan en zijn in Miami. Ricardo Gil, Yaimara Naranjo en Alfredo Espinosa zeiden in een televisie-interview blij te zijn Cuba te hebben verlaten en nu een beter leven te kunnen zoeken, zowel op professioneel terrein als op persoonlijk niveau. Alicia Alonso, directeur van het Nationaal Ballet in Cuba, zei in Mexico tegen journalisten zich geen zorgen te maken over de deserties en dat deze ‘haar droom niet ontnemen’. Espinosa zei o.a. dat Alonso wellicht de motieven om te ontvluchten niet aanvoelt, bijvoorbeeld omdat zij zelf al parttime werkzaam is als assistent op een balletacademie in Miami Lakes. Naranjo noemde de druk waaronder zij stond toen zij het besluit nam zijn gezelschap achter zich te laten, maar zij is er zeker van dat haar leven nu een nieuwe weg had ingeslagen. In juni bleven 9 balletdansers van het Nationaal Ballet van Cuba in Puerto Rico achter; ook daar was Alicia Alonso getuige van. Maar tijdens een persconferentie in Havana zweeg de zeer getrouwe revolutionaire balletpionier over de uittocht.

Bronnen:
* 14ymedio, Telemundo 51 en Diario de Cuba
Link
* Interview ( 3 minuten) Telemundo 51

Cubaanse ‘parel van het ballet’ verdedigt uittocht ballerina’s

Loipa Araújo, een van de zogeheten ‘vier parels van het Cubaanse ballet’, heeft de uittocht van balletdansers om in dienst te treden bij buitenlandse gezelschappen verdedigd. Loipa (73) zei in een interview met het blad van de communistische jeugdbeweging Juventud Rebelde, dat dit behoort bij een generatie die de dagen voorbij ziet gaan ‘zonder te doen wat men wil.’ Araújo is op dit moment op vakantie in Cuba.

Loipa Araujo (2009)

Loipa Araujo (2009)

In Cuba is ‘een jeugd die de noodzaak voelt zich te haasten en misschien voelt dat de dagen passeren zonder dat men doet wat men zou willen,’aldus de 73-jarige artistiek directeur van het Engels Nationaal Ballet.’ (…) ‘Persoonlijk ontzeg ik niemand de mogelijkheid om een volledig andere realiteit te leren kennen en er mee geconfronteerd te worden’ omdat het ‘velen van hen zal helpen zich bewust te worden hoe men zich tegenover de eigen carrière moet opstellen.’ Ook benadrukte de ballerina dat de overloop naar ‘meer dynamische’ gezelschappen niet een ‘exclusief’ fenomeen is waar het Cubaans Nationaal Ballet mee wordt geconfronteerd, sinds de oprichting in 1949 geleid door de nu 93-jarige balletlegende Alicia Alonso. ‘Dat gebeurt niet enkel in onze sector en is ook niet alleen voorbehouden aan Cuba; kijk naar de Japanners die in Engeland willen dansen of Hongaren die hun toevlucht zoeken in meer dynamische gezelschappen.’

De danseres Lopia Araujo

De danseres Lopia Araujo

Bron
* Persbureau AFP
Link
* Het interview met Araújo in Juventud Rebelde van 20 september 2014
Noot
* Op 17 juni 1967 schreef de bekende Engelse balletcriticus Arnold Haskell in de bijlage van partijkrant Granma een artikel over het Cubaanse ballet. Hij sprak daar  voor de eerste maal over de ‘vier parels van het Cubaanse ballet’, namelijk Loipa Araújo, Aurora Bosch, Josefina Méndez en Mirta Plá. Fragment ( 7 minuten) van de Cuatro Joyas van het Ballet Nacional de Cuba.

Waarom vluchten Cubaanse balletdansers?

Deze vraag stelt Fernando Ravsberg, voormalig correspondent van BBC Mundo en op dit moment eindredacteur van zijn eigen website. Aanleiding is het feit dat bijna 10 balletdansers op tournee in Puerto Rico hun heil zochten in Miami. Ravsberg vraagt zich af waarom iemand die vrij het eiland kan verlaten toch op de vlucht slaat. Her volgt – enigszins samengevat – de kern van zijn betoog.
Ook Alicia Alonso (94), die ooit het Nationaal Ballet van Cuba oprichtte, heeft zich na enkele dagen stilzwijgen, uitgelaten over het vertrek van de balletdansers. Zij grijpt naar het wapen dat de orthodoxe communistische leiders in Cuba altijd hanteren tegen hen die afwijken. Ze beledigt de dansers, zet grote vraagtekens bij hun ballettechniek en spreekt vol minachting over hen als ‘de tweede garnituur.’ Alicia Alonso was zelf in Puerto Rico waar de balletvoorstelling door de media werd geprezen. Blijkbaar ging de diva van het Cubaanse ballet op tournee met dansers van de ‘tweede garnituur’.

Alicia Alonos: 'Kan de laatste die vertrekt dit laten weten. Dan kan ik het licht uitdoetn.

Alicia Alonso: ‘Kan de laatste die vertrekt dit laten weten. Dan kan ik het licht uitdoen.'(Cartoon Garrincha)

De hervorming van de emigratiewetten maakte geen einde aan illegale vertrekken, de vluchten via snelle motorboten naar Miami en de clandestiene oversteek van de grens tussen Mexico en de VS van sportlieden, kunstenaars, medici, balletdansers en musici. Deze eilandbewoners zijn niet meer geneigd tot illegale praktijken dan anderen, maar hebben deze nodig om hun American Dream in vervulling te zien gaan. De in de VS geldende wet Ajuste Cubano levert hen de voordelen op van die van een vervolgde politicus. Daartoe moeten zij – in tegenstelling tot de rest van de immigranten – Amerikaanse grondgebied aanraken waarna ze ‘als vervolgde politici’ worden beschouwd die ‘vluchten voor het communistisch regime.’ Het is opmerkelijk dat meer dan 500.000 ‘politieke ballingen’ die in de VS wonen in 2013 hun vakantie door brachten in Cuba ondanks hun politieke opvattingen. Cubaanse artsen krijgen moeilijk een visum voor de VS als ze die aanvragen bij de Amerikaanse vertegenwoordiging in Cuba, maar Washington bepaalde dat iedereen zal worden geaccepteerd als hij of zij werkzaam is tijdens een internationale missie in een ander land en daar deserteert.

Dubbel voordeel
Het doel is tweeledig: men benadeelt de inkomsten voor de economie van Cuba en maakt tegelijkertijd anticastristische propaganda. Toch zijn het slechts een tiental Cubanen op de meer dan 10.000 Cubaanse artsen die op dit moment in Brazilië werkzaam zijn, die op deze manier naar Miami ontkomen. Dat is logisch want ook artsen hebben tegenwoordig geen reden meer om illegaal het land te verlaten. Zij kunnen ook emigreren, desgewenst met hun gezinnen en kunnen hun bezittingen in Cuba behouden voor het geval ze willen terugkeren als het in het buitenland te tegenzit.

Sport
In de sport gebeurt iets vergelijkbaars. Cubaanse honkballers kunnen gecontracteerd worden voor de Major Leagues in andere landen, maar de VS verbieden dit als zij in Cuba willen gehuisvest blijven. Mexico volgt dit beleid omdat, zoals de voorman van het Mexicaanse honkbal, Plinio Escalante, erkende ‘wij deel uitmaken van de Nationale Associatie die afhankelijk is van de Major Leagues van de VS.’

Onvrede
De groep balletdansers heeft bij aankomst in Miami gezegd dat hun vlucht te maken heeft met ‘de onvrede die er op het eiland bestaat over het regime.’ Maar een van de dansers Rayssel Cruz zei dat ze wegging omdat ‘de situatie binnen het ballet precair en frustrerend is omdat er weinig mogelijkheden zijn uit te groeien tot de eersten in het ballet, en dat de weinigen dat slechts bereiken door zeer directe vriendschap met enkele vooraanstaanden.’ Al langer wordt er gesproken over problemen binnen het ballet en de dansers kunnen gelijk hebben, maar deze zaak heeft weinig te maken met politiek. Het is in elk geval een intern conflict. Elk jaar besluiten gemiddeld 5 dansers in het buitenland te blijven – sinds 2007 35 in totaal – en deze ‘deserties’ zullen doorgaan zolang er een wet bestaat in de VS die hen beloont met een verblijf, sociale voordelen en aandacht via de media. Ondertussen leidde de nationale balletschool 800 nieuwe balletdansers op om degenen die niet terugkeerden te vervangen. Sommigen van hen hebben ook een contract met andere gezelschappen zoals Carlos Acosta die ook danst bij het Royal Ballet van Londen. Er zijn er zoveel en op zoveel plaatsen dat men hen wel de Russen van de 21ste eeuw noemt. (Bron: Ravsberg, 12 juni 2014)

Alonso: ‘Tweede garnituur’

'Alicia Alonso regeert het ballet zoals Fidel het land ', aldus de kritiek van leden van het ballet een jaar geleden in een Open Brief

‘Alicia Alonso regeert het ballet zoals Fidel het land ‘, aldus eerdere kritiek van leden van het ballet.

Volgens de directeur van het Ballet Nacional de Cuba, Alicia Alonso, zijn de gevluchte jonge balletdansers ‘dansers van de tweede garnituur, hun vlucht zal het gezelschap artistiek geen schade toebrengen. Het zijn jonge dansers in ontwikkeling en zij schieten nog sterk te kort wat betreft hun hoog technisch niveau,’ aldus Alonso in de partijkrant Granma. ‘De wereld van het ballet is overal ter wereld in beweging, maar in het geval van het Nationaal Ballet manipuleert men veel,’ aldus de klagende Alonso. Ze benadrukt dat de jongeren ‘verblind zijn en geloven in een veelbelovende toekomst, maar volgens de statistieken zijn de meesten die het gezelschap verlieten gefrustreerd en staan op straat.’

Noot
* Op 4 december 2013 publiceerde deze weblog ‘Alicia regeert het ballet zoals Fidel het land’
Citaat: Eind november schreven leden van het Nationaal Ballet van Cuba een brief aan directeur Alicia Alonso (93) over de werkomstandigheden en de vriendjespolitiek in het gezelschap. Al in 1984 protesteerde een groep van Cubaanse ballerina’s omdat balletvirtuoos Alicia Alonso het ballet bestiert ‘zoals Fidel Castro de rest van het land.’ Dat herinnert zich Regina Coyula, lid van het Cubaans balletgezelschap van destijds. Zij was een van de dansers die in ‘dat Orwelliaanse jaar 1984’ hun stem verhieven. In een gezamenlijke actie van Alicia Alonso, de toenmalige partijideoloog Carlos Aldana en de politieke politie G2 werden zij gedwongen het Cubaans ballet te verlaten. Zie verder een samenvatting van het artikel van Regina Coyula op de website Diario de Cuba van 1 december 2013.

Link
* Website van Fernando Ravsberg: Cartas desde Cuba 

Drie Cubaanse balletdansers blijven in de VS achter

Minstens drie balletdansers, namelijk Mónica Gómez, Ignacio Galindez en Rayssel Cruz, hebben na een optreden in Puerto Rico besloten in de VS asiel aan te vragen. Volgens de krant El Nuevo Día van Puerto Rico zouden in totaal zes leden van het ballet een soortgelijk besluit genomen hebben, aldus het televisiekanaal América TeVé, dat aanwezig was bij de aankomst van deze groep. Maar de namen van hen zijn niet genoemd.

an links naar rechts Mónica Gómez, Ignacio Galindez en Rayssel Cruz met de journalist Rolando Nápoles van América TeVé

Van links naar rechts: Mónica Gómez, Ignacio Galindez en Rayssel Cruz met uiterst links een journalist van América TeVé

Rayssel Cruz (25) en lid van het Cubaans Nationaal Ballet, zei bij aankomst dat zij spijt had niet eerder gevlucht te zijn. Zij noemde de situatie van de balletdansers op het eiland ‘precair en frustrerend’. Cruz zei ook dat de bewakers die door Havana waren meegestuurd om de balletgroep in de gaten te houden, bij aankomst in Puerto Rico hun paspoorten hadden ingenomen. De dansers kregen de paspoorten terug omdat zij zeiden dat zij zich bij de bank moesten identificeren om geld van familie uit Miami op te kunnen nemen.

 

Ignacio Galíndez eerder tijdens een galavoorstelling op gedragen aan de 5 Cubaanse spionnen die in de VS gevangen zitten. President Raúl Castro was daar ok aanwezig.

Ignacio Galíndez eerder tijdens een galavoorstelling opgedragen aan de 5 Cubaanse spionnen die in de VS gevangen zitten. President Raúl Castro was daar ook aanwezig.

Alonso aanwezig
Het optreden van het Nationaal Ballet van Cuba vrijdagavond in het Centro de Bellas Artes van San Juan met het ballet Magia de la Danza / Magie van de Dans – een bundeling van wereldberoemde balletthema’s – , was een groot succes. De oprichter en leider van het ballet, de 94-jarige Alicia Alonso, was erbij aanwezig. Alfonso had voor deze gelegenheid een visum gekregen van de Amerikaanse regering en werd in Puerto Rico begroet door een vertegenwoordiger van het Ministerie van Buitenlandse Zaken; zij had 30 jaar lang Puerto Rico niet mogen bezoeken*. De producent van het ballet, José Papo Coss, ontkende aanvankelijk de vlucht van de leden van zijn balletgroep. Hij zei tegen de media dat zijn dansers zaterdag een dag vrij hadden en de stad ingingen om huishoudelijke apparaten en computers te kopen. Op zondag was de terugreis gepland.

Bron
* America TeVe, Diario de Cuba
Noot
mapa-puertorico* Puerto Rico is een onderdeel van de VS met zelfbestuur. De 4 miljoen Portoricanen zijn Amerikaanse staatsburgers, maar hebben geen stemrecht bij de landelijke verkiezingen. Bij een referendum in 2012 sprak een meerderheid van de inwoners van Puerto Rico zich uit voor een status als 51ste staat van de VS en tegen de huidige status. Zes procent wil onafhankelijk worden van de VS.

Cubanen nemen afscheid van Carlos Manuel de Céspedes

Zaterdag hebben honderden Cubanen afscheid genomen van priester en intellectueel Carlos Manuel de Céspedes, een invloedrijke en soms ook omstreden persoonlijkheid binnen de katholieke kerk in Cuba van de afgelopen tientallen jaren. Céspedes stierf een dag eerder op 77-jarige leeftijd en werd begraven op het kerkhof Colón in Havana. De kerkdienst vond plaats in de kerk van de Augustinus waar Céspedes de afgelopen jaren parochiepriester was.

cespedesopwegnaarhetkerkhofDe requiemmis werd opgedragen door kardinaal Jaime Ortega, aartsbisschop van Havana. Namens de Cubaanse autoriteiten was de voorzitter van de Nationale Assemblee, Esteban Lazo, en het hoofd van het Bureau voor Godsdienstzaken van de partij aanwezig. Ook de voormalige parlementsleider Ricardo Alarcón woonde de mis bij. Op het graf lagen bloemen van de Cubaanse president Raúl Castro, de voorzitter van de officiële kunstenaarsbond Miguel Barnet en de leider van het nationale Ballet, Alicia Alonso.

Passie voor Cuba en de kerk

Passie voor Cuba en de kerk

Passies
Céspedes werd op 16 juli 1936 geboren in Havana. Hij zei enkele jaren geleden in een televisie-interview dat hij twee passies kende: ‘Cuba en de kerk. Dat heb ik altijd gezegd en dat is zo.’ De Cubaanse staatsmedia meldden de dood van Céspedes zaterdag en zeiden dat ‘hij zijn leven aan de katholieke kerk en zijn land’ had toegewijd. Carlos Manuel de Céspedes studeerde rechten en filosofie aan de Universiteit van Havana en later theologie in Rome waar hij in 1961 tot priester werd gewijd. Hij keerde in 1963 naar Cuba terug waar de spanningen tussen de katholieke kerk en de Cubaanse revolutie na de overwinning van Fidel Castro in 1959 sterk waren opgelopen. Tussen 1966 en 1970 was hij rector van het San Carlos and San Ambrosioseminarie in Havana. En later werd hij vicaris van het aartsbisdom.

Literatuur
In de intellectuele wereld van Cuba was hij een geziene persoon, schreef enkele novelles en andere publicaties o.a. over de relatie tussen de religieuze santeriabeweging en het katholicisme. In 2006 werd hij toegelaten als lid van de Cubaanse Academie van Letterkunde.

Wantrouwen
Céspedes was met name bij Cubanen in het buitenland omstreden vanwege zijn vergevingsgezindheid tegenover het regime. In 2011 zei hij in een interview voor de Cubaanse televisie dat de verantwoordelijkheid voor de spanningen tussen de kerk en het regime in de jaren zestig een verantwoordelijkheid van beiden was. ‘Cuba was geen uitzondering onder de marxistische regeringen. In alle landen waar marxisten de macht hadden waren er vanuit orthodox standpunt conflicten met de kerken, katholiek en niet katholiek.’ De actuele relatie tussen de katholieke kerk en de Cubaanse regering noemde hij ‘volledig normaal’ en ‘beter dan in veel landen’.

umaplas-umap-unidades-militares-de-ayuda-a-la-produccion-establecidas-en-la-decada-de-1960, tussen65en 68 (2)De ‘zone van comfort’ van Céspedes
De website Diario de Cuba (Spaanstalig) publiceerde een niet eerder gepubliceerd gesprek tussen Abel Sierra Madero en Carlos Manuel de Céspedes o.a. over de crisis van de waarden, Ernesto Che Guevara, de hervormingen van de regering en de politiek van seksuele diversiteit in Cuba en de Umaps (Unidades Militares de Ayuda a la Producción). Umaps waren de strafkampen voor gelovigen, kunstenaars en Jehova’s getuigen. Sierra Madero constateert dat sommige vragen de ‘zone van comfort’ van Carlos Manuel de Céspedes leken te verstoren. De gesprekken dateren van 2003 en 2012 en het deel over de Umaps, waar dominees en priesters door de gebroeders Castro werden opgesloten voor een heropvoeding volgt hier.

Strafkampen
Dat van de Umaps is voorbij en ik ga er niet over spreken. Niet me jou en met niemand. Wat daar gebeurde was smerig, vergeef me de uitdrukking (mierda!), en ik wil het niet ophalen want het stinkt. Ik ga het niet oprakelen. Daar deed zich van alles voor, slecht gedrag, misverstanden, maar ik ga daar niet over praten want het zal zich niet herhalen. Zeker hier zal het zich niet opnieuw voordoen.’

Maar u zegt te geloven in de vorming van een historisch bewustzijn? Hoe kun je zo zeker zijn dat dit niet terugkeert?’’
‘Ik heb je gezegd wat ik wilde zeggen en ik geloof dat dit voldoende is. Het is een feit dat het leven voor sommigen die in de Umaps zaten, kapot is gemaakt, anderen koesteren minder wrok, maar hebben verdriet. En weer anderen hebben geaccepteerd en vergeven. Kardinaal  Ortega zat in een Umap-kamp en hij spreekt er met sereniteit over. Ik begrijp dat je moet vergeven, maar vergeten kan niet. Er zijn zaken rond de Umaps die we niet kennen en bedenk dat Cuba op dit moment te maken heeft met andere machtscentra en andere concepties. Ik heb veel bewondering voor Che, maar ik weet dat, wanneer ik Che toen gekend had, de gesprekken met hem hierover hard zouden zijn geweest. Wie weet, was ik ook in een Umap terechtgekomen.’ (lacht)

Linken
* Televisie-interview met Céspedes García door Amaury Pérez Vidal  (40 minuten)
* Beelden van de begrafenis van De Céspedes, zaterdag jl

‘Alicia regeert het ballet zoals Fidel het land’

Eind november schreven leden van het Nationaal Ballet van Cuba een brief aan directeur Alicia Alonso (93) over de werkomstandigheden en de vriendjespolitiek in het gezelschap. Al in 1984 protesteerde een groep van Cubaanse ballerina’s omdat balletvirtuoos Alicia Alonso het ballet bestierde ‘zoals Fidel Castro de rest van het land.’ Dat herinnert zich Regina Coyula, lid van het Cubaans balletgezelschap van destijds. Zij was een van de dansers die in ‘dat Orwelliaanse jaar 1984’ hun stem verhieven. In een gezamenlijke actie van Alicia Alonso, de toenmalige parij-ideoloog Carlos Aldana en de politieke politie G2 werden zij gedwongen het Cubaans ballet te verlaten. Hier volgt een samenvatting van het artikel van Regina Coyula op de website Diario de Cuba van 1 december 2013.

aliciaalonso9Coyula constateert dat de aard van de klachten van nu gelijk is aan die in 1984: slechte accommodaties, slecht eten tijdens de internationale reizen van het gezelschap en de vriendjespolitiek waarmee de deelnemers aan internationale tournees werden uitgezocht. ‘Want het was weliswaar de tijd van de internationale solidariteit met Nicaragua, maar iedereen praktiseerde het internationalisme bij voorkeur in Europa.’ En de hoofdrollen in balletstukken? ‘Die lagen toen ook al onder vuur want velen werden verkozen niet vanwege hun danskwaliteiten, maar vanwege bestaande vriendschappen en politieke loyaliteiten.’

Onaangepasten
De ‘onaangepasten’ van het protest in 1984 beschikten over uitstekende leiderskwaliteiten en hadden prestige, maar ook de militanten uit de communistische jeugdbeweging UJC bezaten die. In de klaslokalen, in de kleedkamers en achter het toneel heerste een gespannen sfeer, maar de critici werden allemaal geneutraliseerd door dreigementen of door presentjes. Onze dansers leefden beter dan de meerderheid van de Cubanen, maar vergeleken met collega’s uit het buitenland at men slecht, voelde men zich misbruikt en haalde men allerlei trucs uit om alsnog een beter salaris te krijgen. Al jarenlang konden balletdansers op elke hoek van de straat buiten Cuba een contract tekenen zonder dat een substantieel deel van het salaris naar het Ministerie van Cultuur ging –  een royaal gebaar dat we te danken hebben aan onze Absolute Prima Ballerina – , maar dit leidde tot een een uittocht richting ballingschap van leden van het balletgroep.’

Fidel spelt Alicia in 2009 een medaille op

Fidel spelt Alicia in 2009 een medaille op

Stijl Alicia en Fidel
Coyula constateert dat er niet veel veranderd is, maar ‘ik zou willen dat de samenstellers van de brief van 2013 zouden kunnen vechten voor hun artistieke rechten en hun arbeidsrechten zonder anoniem te blijven.’ Zij concludeert dat er overeenkomsten bestaan in de stijl waarmee Alicia Alonso en Fidel Castro leidinggeven. Beiden leiden hun territorium als een rechtbank, zijn omringd door onvoorwaardelijke volgelingen die klaar staan hen stroop om de mond te smeren, soms uit gemakzucht, soms uit overtuiging. ‘De onderdrukten hadden een ambivalent haat-liefde verhouding ontwikkeld tegenover deze moederlijke patriarch. Maar wee degene die een besluit ter discussie durfde stellen, of vragen te stellen bij haar leiderschap.’ Coyula beschrijft hoe ‘beschamend’ het wel niet was om nadat de kritiek was onderdrukt, te zien hoe dansers en danseressen de volgende dag aanklopten aan de deur van de kleedkamer van de diva en haar toevertrouwden dat zij natuurlijk de enige koningin van het gezelschap was.

Nagel in mijn rug
Mijn persoonlijke relatie met Alicia was goed tot een receptie die Fidel Castro aan het Nationaal Ballet van Cuba aanbood na een succesvolle internationale tournee. Bruzon, een van de persoonlijke lijfwachten van Castro, kwam naar me toe en zei me dat Fidel graag wilde spreken met jonge balletdansers. Ik riep er enkele bijeen waaronder ook enkele ‘onaangepasten’ die aan het protest hadden deelgenomen. Wij gingen naar een rustiger lokaal. Castro sprak met Alice en haar echtgenoot, Sonia Calero, Alberto Alonso toen Bruzon het gesprek onderbrak om met de groep jongeren te kunnen spreken. Op aanwijzing van de lijfwacht werden we één voor één voorgesteld aan Fidel die ons vragen stelde. Op dat moment voelde ik de roze geschilderde nagel van Alicia in mijn rug. Dat betekende problemen. ‘Hij weet wie ze zijn,’ snauwde ze me toe.

Alicia Alonso  in 1971  tijdens een bijeenkomst in de Universiteit van Oost- Cuba

Alicia Alonso in 1971 tijdens een bijeenkomst in de Universiteit van Oost- Cuba

De volgende dag werd Coyula’s baas op het kantoor van Carlos Aldana geroepen. Aldana was de bewaker van de ideologie van de revolutie en was velen malen genoemd als opvolger van Fidel Castro. Uiteindelijk verloor hij al zijn posities bij staat en partij. Het was nu een zaak van de partij geworden voor ‘hen die niet wilden luisteren’ en Alicia had bij hem aangedrongen op het ontslag van Coyula. ‘ Aldana wist maar al te goed dat er sprake was van een van Alicia’s woede-aanvallen. Mijn baas steunde me maar uiteindelijk kon ik vanwege ‘de Oude’  niet langer bij het ballet blijven. Alle muiters van toen wonen nu in het buitenland en willen niet langer de waarheid geweld aandoen.’

Linken
* Cubaencuentro publiceerde een ander artikel over Alicia Alonso
* Deze Cubaweblog (van 23 november 2013) over de petitie van Cubaanse balletdansers

Cubaanse balletdansers eisen betere salarissen en werkomstandigheden

In Cubaanse kunstkringen circuleert op dit moment de tekst van een petitie waarin een groep leden van het Nationaal Ballet van Cuba – op toernee in Spanje – de directrice en oprichter Alicia Alonso, oproepen om de werkomstandigheden en salarissen in de wereldberoemde balletgroep te verbeteren. Ook worden bepaalde privileges en financiële malversaties in het ballet bekritiseerd, vooral die van de algemeen manager Oscar Pérez.

Raul Castro bij een balletvoorstelling in 2010

Raúl Castro met rechts van hem Alicia Alonso in 2010 bij een balletvoorstelling

In de mail wordt gemeld hoe Oscar Pérez op een ‘dreigende en weinig menselijke manier’ de leden van de balletgroep duidelijk maakte dat ze niet hoefden te rekenen op een extraatje en dat er ‘niet langer over gepraat mocht worden’. De opstellers van de mail vragen zich af waarom zij niet delen in de winst van ‘het bedrijf’ dat in Cádiz 26.000 euro’s binnenhaalde. Zo’n extraatje bestaat meestal uit 50 euro per persoon aan het einde van een buitenlandse reis. ‘Wat voor schade berokkent een bedrag van 4.000 tot 5.000 euro’s aan de winst van het gezelschap. Het betekent een minuscuul cadeau nadat wij drie maanden hebben gedanst, ons land en met name ons gezelschap roem bezorgden en niet onder de meest ideale arbeidsomstandigheden,’ zeggen de ondertekenaars van de petitie. Vooral de jongere dansers zouden een betere behandeling willen. Zij willen echter anoniem blijven omdat ze vrezen ontslagen te worden. Zij spreken van ‘jarenlange verwaarlozing door de leiding van het ballet.’

Begin 2013 deserteerden de balletdansers Ariadnni Martín,Randy Crespo, Annie Ruiz Díaz y Luis Víctor Santana en maklen nu carriere in Amerikaanse balletgroepen

Begin 2013 deserteerden de balletdansers (van links naar rechts) Ariadnni Martín, Randy Crespo, Annie Ruiz Díaz en Luis Víctor Santana. Zij maken nu carriere in Amerikaanse balletgezelschappen.

Privileges
De kritiek op Oscar Pérez betreft o.a. het feit dat zijn vrouw met de balletgroep naar Spanje meereisde; tussen 7 september en 28 oktober was zij in Madrid. Zij en haar man bezochten regelmatig dure warenhuizen, ‘winkels met artikelen waar 98% van de balletgroep slechts van kan dromen’, aldus de petitie.

Eten, kopen en sparen
‘Alicia, wij hebben in omstandigheden gewerkt die u zich niet kunt voorstellen, soms 14 uur aan één stuk in slechte en ongemakkelijke autobussen. God mag weten wat we aten want de 30 dollar die we dagelijks krijgen is onvoldoende om te eten, dingen te kopen en te sparen. En dat moet want in Cuba, dat weet u, is het leven niet gratis.’
Onvrede onder leden van het balletgezelschap wordt meestal zichtbaar via deserties. In mei staken 7 leden van het ballet de grens met Mexico over om politiek asiel in de VS aan te vragen. Ook de balletpromotor Osiel Gouneo verliet dit jaar Cuba, maar discreter. Hij maakt nu deel uit van het Nationaal Ballet van Noorwegen samen met zijn landgenoten Yolanda Correa en Yoel Carreño. In Canada bleven in 2011 5 leden van de groep achter.

Alicia Alonos debteerde in 1943 in het Metropiltaan Theather in New York in het Zwanenmeeer

Alicia Alonso debuteerde in 1943 in het Metropolitaan Theater in New York in het Zwanenmeeer

Alicia is het Cubaanse ballet
Het Nationaal Ballet van Cuba, bij oprichting in 1948 ook Ballet Alicia Alonso genoemd, bestaat uit 225 dansers, docenten, choreografen en specialisten. Sinds de oprichting maakte de groep 172 reizen naar 60 landen, waaronder Nederland. Daar werden 625 werken gepresenteerd. Alicia Alonso zei ooit dat de groep, opgericht samen met haar broers Fernando y Alberto Alonso, ‘loopt als een trein die in 1948 vertrok, maar geen haltes kent, die voort dendert en alle plekken ter wereld bezocht.’
Alicia Alonso (92) was begin deze maand in New York om haar 70-jarige debuut te vieren in het Zwanenmeer dat op 2 november 1943 in het Amerikaans ballet Theater in New York plaats vond. Zij keerde op 10 november in Havana terug. De tournee van het Nationaal Ballet van Cuba begon op 7 september en wordt op 2 december afgesloten; de groep doet o.a. Barcelona, Madrid, Alicante, Granada, Murcia, Sevilla, San Cugat, Pamplona, San Sebastián, Bilbao, Albacete, Valladolid  en Avilés aan.

Link
* Het artikel van Ivette Leyva Martínez op de website Café Fuerte bevat ook de volledige tekst van de petitie.

Balletpionier en leraar Fernando Alonso (98) overleden

De voormalige balletdanser en oprichter van de School voor het Cubaanse Ballet, Fernando Alonso, is gisteren op 98-jarige leeftijd in Havana overleden, aldus een bericht van de Cubaanse staatstelevisie. De oorzaak van zijn dood werd niet genoemd. Zaterdag en zondag konden Cubanen zijn lichaam de laatste eer bewijzen; het lag opgebaard in het Nationaal Theater van Havana. Het Cubaanse journaal noemde Alonso ‘de meester van een generatie ballerina’s’ in Cuba en de wereld en de schepper van de befaamde ‘methode van de Cubaanse school’ voor de opleiding van het klassieke ballet.’

Alicia en haar ex-man ontvangen bloemen van leerlingen van het Cubaans ballet

Alicia en haar ex-man Fernando ontvangen bloemen van leerlingen van het Cubaans ballet

Alonso werd op 27 december 1914 in Havana geboren en studeerde ballet met leraren als Mijail Mordking, Mijail Fokine en Alexandar Fedórova. Hij debuteerde in 1937 als balletdanser in de Mordking Ballet Company. Later zou hij worden gecontracteerd door de American Ballet Caravan, geleid door George Balanchine, het American Ballet Theater en het Russisch Ballet van Monte Carlo.

Wereldfaam
Hij trouwde met de ballerina Alicia Alonso en richtte in 1948 met haar en hun broer Alberto Alonso, het Alicia Alonso Ballet op, dat later zou veranderen in het Nationaal Ballet van Cuba. Dat leidde hij tot 1975 toen hij scheidde van Alicia. Hij werd daarna directeur van het balletgezelschap in Camaguey. Fernando Alonso gaf lessen in de VS, Rusland, Brazilië, Bulgarije, Argentinië, Mexico, Uruguay, Venezuela, Colombia, Peru en China. In 2000 kreeg hij de Nationale Prijs voor de Dans in Cuba en in 2008 de theaterprijs van het Bolsjoi Theater in Moskou, die wel de Oscar van het ballet wordt genoemd.

Bron
* Persbureau EFE