Cubaanse landbouwcoöperaties zijn onvrij en ondoelmatig

De Cubaanse publicist en dissident Dimas Castellanos constateert in een publicatie op de website Diario de Cuba dat ‘nu de coöperatiebeweging opgezet door de staat, is mislukt, het noodzakelijk is om het recht van boeren op te eisen om zich vrij te kunnen verenigen.’ Hij stelt vast dat de boerenorganisatie ANAP enkel een uitvoerder is van het beleid van de Cubaanse overheid en teruggrijpt op falende recepten uit het revolutionaire Cuba.

Fidel Castro tekende op 17 mei 1959 de Landhervormingswet

Fidel Castro tekende op 17 mei 1959 de Landhervormingswet

In een reportage in de partijkrant Granma (25 januari 2013) deelt de boerenorganisatie Asociación Nacional de Agricultores Pequeños (ANAP) mee dat 632 voorzitters van landbouwcoöperaties zijn vervangen of ontslagen. De voorzitter van de ANAP, Félix González Viego, zei tijdens de  8ste Nationale Bestuursraad dat ‘een coöperatie niet goed kan functioneren als de leiders zelf daar niet toe in staat zijn.’ Dit bericht is een bewijs van wat men in Cuba bedoelt met de term coöperatie, namelijk bedrijven gesticht, gecontroleerd en geleid door de staat. Bij de uitspraak van González moet nog worden toegevoegd dat een coöperatie zeker niet goed kan functioneren als de basisprincipes, zoals gedefinieerd door de Internationale Alliantie van Coöperaties (ACI) worden genegeerd: de coöperatie komt tot stand als gevolg van een  ‘autonome beslissing van personen die zich op vrijwillige basis verenigen om tegemoet te komen aan hun economische, sociale en culturele behoeften middels een gemeenschapsbedrijf met een democratische structuur, waar iedere deelnemer stemrecht heeft, de besluiten bij meerderheid worden genomen en men vertrouwen heeft in een gekozen leiding en een eerlijke en proportionele verdeling van de inkomsten/opbrengsten.’

Niceto Perez Garcia werd in 1946 vermoord

Niceto Perez Garcia werd in 1946 vermoord bij de strijd om grond

1959: afbraak coöperatiebeweging
Het ontbreken van deze principes in de Cubaanse coöperatiebeweging in de landbouw is veroorzaakt sinds in 1959 met de komst van de revolutie een einde werd gemaakt aan de organisaties van Cubaanse boeren. Die was in Cuba al begonnen aan het einde van de 19e eeuw met in 1890 bijvoorbeeld de oprichting van de Asociación de Colonos in de streken van Manzanillo en Bayamo; in 1913 de Asociación de Agricultores de la Isla de Cuba; in 1937, de viering van het Eerste Nationale  Boerencongres en die van de comités, federaties en boerenverbanden in heel het land. In 1941 werd het Tweede Nationale Boerencongres gehouden en de Asociación Nacional Campesina (ANC) opgericht die strijd voerde tegen landuitzettingen, voor het recht op grond, betere markten, prijzen, kredieten en verlaging van de rentes. Het was een strijd waarbij veel medestrijders het leven verloren zoals Niceto Pérez, die op 17 mei 1946 werd vermoord.

Fidel Castro ontmoet platteelandskinderen in de Siera Maestra

Fidel Castro ontmoet plattelandskinderen in de Siera Maestra

Cooperaties teruggedrongen
In 1960 sprak de leider van Cubaanse revolutie Fidel Castro en hij zei: ‘Het is noodzakelijk dat de kleine landbouwers, of het nu suikerrietarbeiders, tabaksplanters of anderen zijn, gewoon landbouwers worden en daarom organiseren wij een grote Asociación Nacional de Agricultores Pequeños / Nationaal Verband van Kleine Boeren. Met dit voorstel verdwenen enkele bestaande boerenorganisaties en werd de Asociación Nacional Campesina opgericht, die in mei 1961 veranderde in de ANAP. Met de bedoeling het aantal zelfstandige boeren te verminderen, werd er een beleid ontwikkeld waarbij de 200.000 zelfstandige boeren (100.000 van voor 1959 en de 100.000 die eigendomspapieren hadden gehad met de nieuwe Landhervormingswet van 1959) opgenomen in deze staatsorganisatie. Vanuit de boerenbond Asociación Nacional Campesina werden vervolgens de Brigades van Wederzijdse Hulp (Brigadas de Ayuda Mutua) en in 1960 de crediet- en dienstverlening coöperaties Cooperativas de Créditos y Servicios (CCS) gevormd. Daar maakten de boeren deel van uit die hun stuk land en productiemiddelen behielden, maar niet langer juridisch eigenaar waren.
In hetzelfde jaar 1960 werden door een regeringsbesluit de zogeheten Suiker coöperaties / Cooperativas Cañeras opgericht in de gebieden waar voorheen de suikerrietplantages lagen en deze werden omgezet in staatsbedrijven. De cooperatiebeweging werd daarmee nog verder teruggedrongen en er bleven slechts enkele verbanden met particuliere boeren over. Fidel Castro zelf zei dat ‘deze coöperaties geen historische basis hadden, aangezien cooperaties eigenlijk gevormd worden door boeren die eigenaar zijn.’ Daarom besloot hij deze bedrijven om te zetten in staatsbedrijven.

Nationale Raad van de ANAP in januari 2013

Nationale Raad van de ANAP in januari 2013

Inefficiëntie staatsbedrijven
Vanaf het eerste congres van de Cubaanse Communistische Partij (PCC) in 1975 werd de ontwikkeling ingezet van de Cooperativas de Producción Agropecuaria (CPA), gevormd door boeren die hun stuk grond en productiemiddelen ‘vrijwillig’ aansloten. In dat proces nam de ANAP de rol op zich de boeren ervan te overtuigen en hun weerstand tegen deze staatsinmenging te verminderen en aansluiting bij de coöperaties te bevorderen. Achttien jaar later in 1993 toen de inefficiëntie van de grote staatsbedrijven zichtbaar werd en met de bedoeling de productie te bevorderen werden de Basiseenheden voor Coöperatieve Productie / Unidades Básicas de Producción Cooperativas (UBPC) gevormd waar ook de braakliggende stukken die in bruikleen werden afgestaan, aan toe werden gevoegd.

De conclusie luidt dat noch de suikercoöperaties, noch de eenheden die later werden gevormd het resultaat waren van een vereniging van leden op vrijwillige basis, maar het gevolg van externe pressie en besluiten. De productieve en economische activiteiten werden ondergeschikt gemaakt aan de plannen van de Staat om een antwoord te vinden op de vraag naar interne consumptie van de bevolking terwijl de commercialisering van de producten een taak bleef van het staatsbedrijf Empresa Estatal de Acopio. Tegen de achtergrond van de mislukkingen van de coöperaties zonder autonomie werd in augustus 2012 een pakket maatregelen afgekondigd en een nieuw reglement voor de UBPC uitgevaardigd met het doel de afhankelijkheid van deze verbanden tegenover de staatsbedrijven te ‘vernietigen.’ In dat document werd ook bepaald dat de administratoren niet langer benoemd moest worden door de staat, maar gekozen door de leden van de Algemene Vergadering.

suikerrietplantage

suikerrietplantage

Diepgewortelde mentaliteit
Maar ondanks deze maatregel en de uitspraak van de Cubaanse president Raúl Castro van 13 december 2012 tijdens de laatste zitting van de Nationale Assemblee, waarop hij de noodzaak benadrukte ‘te breken met de gigantische sociologische barrière die het resultaat is van een diepgewortelde mentaliteit van gewoonten en concepten uit het verleden.’ Maar de ANAP reageerde op hetzelfde moment met de vervanging van honderden voorzitters van coöperaties en riep op – alsof we nog in 1961 leven! – de drie strategische opdrachten op dit moment uit te voeren namelijk: ‘Werken vanaf het interne functioneren aan de productie van voedsel voor iedereen, de principes van de Revolutie verdedigen en werken aan de politiek-ideologische toerusting van de boeren en hun alliantie met de arbeidersklasse.’ Zo’n stellingname bewijst dat de introductie van nieuwe methoden en de invoering van het recht van boeren zich vrij te organiseren, onmogelijk is via een organisatie als ANAP, die behalve een creatie van de staat ook beantwoordt aan de doelstellingen van de staat, handelt zoals ze alle jaren daarvoor ook al handelde.

Bron
* Dimas Castellanos, Havana op de website Diario de Cuba, 11 februari 2013

Linken
* Partijkrant Granma over de ANAP-bijeenkomst op 25 januari 2013
Partijkrant Granma (14 mei 2010) over de opvattingen van Fidel Castro tegenover de landhervorming

Particulier ondernemerschap in Cuba groeit langzaam (2)

Tabaksboer Antolin Pérez Diaz

Belastingen
Een van de klachten is het deel dat de overheid pakt van hun nu legale winst – iets dat bekend zal voorkomen bij belastingaanslagen. Hidalgo betaalt elke maand belasting aan de overheid en is ongelukkig dat aan het einde van het jaar een regeringsaccountant haar inkomsten navlooit en haar dan een extra belastingaanslag geeft.‘Je betaalt al het hele jaar. Waarom moeten we het dan [weer] doen aan het eind van het jaar?’, klaagt ze. Maar haar grootste uitdaging is het ontbreken van een groothandel die aan restaurants levert. Om ervoor te zorgen dat ze eten kan serveren, moet ze in de rij staan met de gewone Cubanen die hun boodschappen doen, vaak in de hele stad op zoek naar ingrediënten die steevast op zijn. ‘Je moet de hele stad door op zoek naar dat ene dat je nodig hebt,’ zei Hidalgo.

Landbouw
Nadat de Sovjet-Unie instortte, ging Cuba open voor joint ventures in het toerisme, een aktie die aanzienlijke hoeveelheden vreemde valuta bracht. Maar het deed niets voor de landbouwsector, en behalve tabak en zijn beroemde sigaren, is Cuba, ooit een belangrijke leverancier van suiker in de wereld, niet langer een grote exporteur van agrarische goederen. Een aantal boeren klaagt dat er nog steeds geen geld is voor moderne machines of kunstmest, nodig voor de groei van de oogst. Yaime, een boer uit de buurt van Bayamo in het oosten van Cuba, klaagde dat de staat hem opgedragen had om varkens te fokken, als onderdeel van een poging om de voedselproductie te stimuleren, maar na het slachten hem al maanden niet heeft betaald, zodat hij geen nieuwe varkens kan fokken. De zaken worden er niet beter op, zei hij. Sommige Amerikaanse functionarissen geloven dat wat er gebeurt zorgvuldig wordt gestuurd om de innerlijke tegenstrijdigheid te verbergen: hoe meer de overheid de economie opent, hoe meer het omhelst waar het vijftig jaar lang tegen was.

Raúl: ‘Dit is allemaal voor jou.’ Cartoonist Garrincha over het verschijnsel van cuentapropistas of eigen bazen.

Leger bepaalt grenzen
Wat aan de onzekerheid bijdraagt is het feit dat de initiator van de hervormingen Raul Castro is, 80, die leiding gaf aan de Cubaanse strijdkrachten tientallen jaren voordat hij president werd. Als legerleider bekeerde hij zich tot de vrijmarktconcepten om de militairen zelfvoorzienend te maken in gewassen en onderdelen van de productie. Hij heeft ook militaire handlangers op hoge plaatsen gezet, wat suggereert dat de openingen worden opgezet met een oog op hoeveel liberalisering toegestaan kan worden. ‘Het leger is echt de economische motor van het land, dus het wordt gedaan binnen de grenzen van wat  het leger denkt te kunnen hanteren’, zegt Vicki Huddleston, een gepensioneerde Amerikaanse ambassadeur, die de US Interests Section in Havana leidde van 1999 tot 2002. ‘Waar het op neerkomt is dat je geen maatschappelijk middenveld [in Cuba] hebt.”

Gerommel in de marge
Een andere Amerikaanse functionaris, momenteel betrokken bij het Amerikaanse beleid met betrekking tot het eiland, noemde de hervormingen ‘gerommel in de marge.’ Maar voor de Cubanen zoals kapper Suárez, is het allemaal de moeite waard, zelfs als hij $12 tot $15 per maand voor zijn licentie moet betalen aan de overheid. ‘Ik hoef me niet meer te verbergen,’ zei hij. ‘Ik kan reclame maken voor mezelf.’

Bron
* Miami Herald, 18 april 2012

Partij wil meer particulier initiatief in Cuba

Cuba zal de helft van zijn staatseconomie overdragen aan de particuliere sector. Dat heeft Esteban Lazo, lid van het Cubaanse Politburo, afgelopen weekend in Havana gezegd. De Cubaanse president Raúl Castro heeft sinds hij in februari 2008 de macht overnam van zijn broer, benadrukt dat de staatssector efficiënter moest worden en secundaire economische activiteiten moet afstoten. China en Vietnam gingen Cuba de afgelopen tientallen jaren al voor toen zij overschakelden naar een vorm van zogeheten marktsocialisme. Cuba lijkt nu ook de verliesgevende middelgrote staatsbedrijven te willen aanpakken.

Douche - en ligbaden in particuliere handen

‘Vandaag wordt bijna 95% van het nationaal product door de staat geproduceerd. Binnen 4 tot 5 jaar zal 40 tot 45% afkomstig zijn uit sectoren die niet tot de staat behoren,’ aldus Esteban Lazo Hernández, een oudgediende in de Cubaanse Communistische Partij en topideoloog. Hij zei dat groeiend particulier ondernemerschap en de daarbij behorende winsten noodzakelijk zijn om het lokaal bestuur in staat te stellen de doelmatigheid te bevorderen en met de omslag om te kunnen omgaan.

Middelgrote staatsbedrijven verdwijnen
In april vorig jaar nam de Cubaanse Communistische Partij een aantal voorstellen aan om de commando-economie gebaseerd op het voorbije Sovjetmodel, ingrijpend te veranderen. Het 311-tellende document riep de autoriteiten op steun te geven aan ‘ondernemingen met gemengd kapitaal, coöperaties van boeren die het recht krijgen braakliggende gronden te bewerken, en kleine werknemers-voor-eigen-rekening en ander vormen van ondernemerschap, die kunnen bijdragen aan de efficiëntie in de arbeid.’ De verandering moeten leiden tot een daling van het aantal werknemers in de staatssector met 1 miljoen of 20%, de afschaffing van allerlei staatssubsidies, beperking van sociale programma’s en meer autonomie voor staatsondernemingen.

Schoenpoetser

Echt onafhankelijk van de staat
‘De vraag is of deze ‘niet-statelijke’ productieve sector zal bestaan uit echte particuliere ondernemingen en coöperaties en hoe onafhankelijk van de staat deze coöperaties werkelijk  zijn,’ zegt een Westerse diplomaat in Havana. Sinds Castro president werd, is het aantal kleine ondernemers voor eigen rekening verdubbeld tot  300.000 en ongeveer 200.000 mensen hebben land van de staat gekregen om op kleine schaal landbouw te beoefenen. Kleine staatsbedrijven variërend van kapperszaken, schoonheidssalons, taxibedrijven en kleine cafetaria’s zijn al overgedragen aan de werknemers. Lokale economen zeggen dat een verandering zoals Lazo die ook op de Cubaanse televisie schilderde, de economische rol van de staat verder zal terugdringen. Want dan gaat het niet meer over kleine ingrepen en bedrijfjes als restaurants en hotels, maar om middelgrote bedrijven die als coöperaties functioneren en privé eigendom worden, zegt een lokale econoom wiens naam niet genoemd mag worden.

Bureaucraten vertragen
Sceptici vragen zich af hoe snel de centraal georganiseerde economie in Cuba een dergelijke radicale transformatie zal kunnen doormaken. ‘Een omslag van deze omvang in een korte tijd lijkt mij voor Cuba ongehoord, ’zegt William Messina, landbouwspecialist bij het Food and Resource Economics Department van de Universiteit in Florida. ‘Zelfs als Raúl een aantal van deze veranderingen zal invoeren die het land in deze richting doen bewegen, is er de weerstand van bureaucraten ( zeker in de landbouw) die het proces doen vertragen.’

Bron
* Marc Frank Reuters,  23  april  2012
Link

* Financial Post (Canada): ‘Het Cuba van nu is nauwelijks herkenbaar met dat van een jaar geleden,’ aldus Gregory Biniowsky, een consultant werkzaam in Havana, afkomstig uit British Columbia en werkzaam voor het juridisch adviesbureau Heenan Blaikie in Canada.