Amerikaanse en Cubaanse bureaucratie remmen productie tractor af

De Oggún-tractoren die het Amerikaanse bedrijf Cleber in Cuba wilde produceren en verkopen, worden voorlopig in de VS geproduceerd. Reden is de vertraging die is opgetreden bij de bouw van ‘de eerste Amerikaanse fabriek in Cuba’ op het terrein van de Speciale Zone Mariel, even buiten Havana. De Amerikaanse ondernemer Saúl Berenthal en zijn zakenpartner Clemmons maakten verder bekend dat ook de verkoop van de eerste exemplaren van de trekkers voor een prijs van 8 tot 10 duizend dollar, niet in Cuba zal plaatsvinden, maar over drie maanden in de VS.

cleber-model-oggun

De landbouwtrekker van de Amerikaanse firma Cleber, model Oggún. Oggún is een van de oudste goden in de Afro-Cubaanse santeria. Deze god of orisha vertegenwoordigt de kracht en de arbeid en is het symbool van de primitieve kracht en aardse energie.

Berenthal legt aan de redactie van de website Diario de Cuba uit dat het bureaucratisch proces ‘aan beide kanten’ hen dwarszit. ‘Er is bureaucratie in de VS én in Cuba en dat betekent een aanpassingsproces aan de commerciële cultuur in Cuba: de bureaucratie op het eiland is formeler dan in de VS waar men eerder gewend is ondernemers terwille te zijn. Op het eiland zijn instanties eerder geneigd processen te bewaken en minder bereid tot dienstverlening aan de ondernemers.’ Het tractorproject is nu in afwachting van vergunningen, ook van de zijde van de VS om de export van de voertuigen mogelijk te maken en van Havana vanwege de bouw van een fabriek in de Speciale Zone van Mariel. Saúl Berenthal wijst ook op een complicatie vanwege het Amerikaanse handelsembargo tegen Cuba en nieuwe regelingen op dit terrein en de interpretaties ervan. Advocaten namens Cuba en namens de VS werken op dit moment de administratieve details van het project uit.

Personeel aantrekken
Het Amerikaanse bedrijf zou graag zelf werknemers willen werven, maar daarvoor ontbreken de vergunningen. Maar Berenthal geeft aan dat het probleem van gedwongen contracteren via uitzendbureaus van de staat is opgelost. Het Amerikaanse bedrijf legt de Cubaanse regering nu voor aan welke eisen het personeel moet voldoen naar wie men op zoek is en de Cubanen bieden dan een serie kandidaten aan. ‘Als we iemand kennen die niet door de overheid wordt voorgedragen, maar wel voldoet aan onze eisen, kunnen we die voorstellen aan het uitzendbureau van de staat om opgenomen te worden in de lijst’, zegt Berenthal. Hij is van mening dat zijn bedrijf actief betrokken is bij de selectie van zijn werknemers en hen kan stimuleren met salaris-extraatjes, iets dat met een salaris van de staat niet mogelijk is. In de Cubaanse vestiging van het bedrijf zal minimaal een permanente vertegenwoordiger van de Amerikaanse onderneming actief zijn en een directeur van het Cubaanse bedrijf, die een brugfunctie vervullen tussen het moederbedrijf in de VS en de fabriek op het eiland.

cleber-Saul Berenthal (left) and Horace Clemmons

Saul Berenthal (links) en Horace Clemmons

Concurrentie
Op de vraag of de traagheid door de bureaucratie leidt tot mogelijkheden voor concurrenten als China of India, zegt Berenthal dat ‘in een vrije economie’ de Cubaanse regering andere producenten kan kiezen, maar hij zegt dat zijn product voordelen heeft, die anderen niet hebben en dat het ontwerp van de tractor via het open source-systeem voor iedereen toegankelijk is. ‘De tractor is zo ontworpen dat men ook onderdelen van andere leveranciers op de wereldmarkt kan gebruiken en de gebruiker is niet verplicht onderdelen te kopen van de fabrikant’ en dat biedt ‘Cuba de mogelijkheid zelfvoorzienend te zijn,’ aldus Berenthal.

Noodzaak technologie
Het bedrijf heeft een studie gedaan naar de werkgelegenheid in de landbouw en volgens dit onderzoek zijn er in Cuba 300.000 mensen werkzaam in deze sector – de regering spreekt over 500.000 – en men rekent op grotere aantallen als de regering het proces van landoverdracht van braakliggende gronden in de toekomst voortzet. Het is ook noodzakelijk de voedselproductie te vergroten met het oog op het groeiende toerisme. Volgens Berenhal wordt de noodzaak om meer technologie in te zetten, alleen maar groter. Berenthal: ‘Cuba heeft op dit ogenblik 62.000 tractoren van 26 verschillende merken. De meesten dateren uit de jaren 1940 tot 1950 en gezien de problemen om ze te onderhouden zullen er elk jaar 500 tot 600 van verdwijnen,’ aldus Berenthal. Hij is optimistisch over de koopkracht van zijn toekomstige klanten. Hij denkt dat de Cubaanse staat de aankoop kan financieren, maar landbouwers zullen ook kunnen rekenen op financiële steun van hun familie in het buitenland voor deze investering. Volgens Berenthal zouden ook hotels, restaurants en ressorts deel kunnen nemen aan de aankoop van de machines in ruil voor de producten van de boeren, die ze voor hun handel nodig hebben.

cleber-samuel-berenthal-Cuba-Trade-Fair2015

Samuel Berenthal in 2015 op de beurs van Havana

Logistiek
De Amerikaanse ondernemer gelooft dat het eiland kan profiteren van de golf van toeristen wanneer men op korte termijn een aantal logistieke problemen oplost. ‘Op politiek niveau moet de sprong gemaakt worden om (legale!) markten voor de groothandel op te richten.’ (…) ‘Een groot beletsel’, aldus Berenthal, ‘is het ontbreken van de gewoonte om technologie te gebruiken voor de productiviteit, maar ook de noodzaak van logistiek zodat de producten van de landbouwers op bepaalde plaatsen verkocht kunnen worden.’ Het bedrijf heeft daarom plannen om op het eiland ook lichte vrachtwagens te produceren om producten naar de markten te kunnen vervoeren.

Presidentswisseling
Berenthal is niet bang dat de komst van een nieuwe president in het Witte Huis kan leiden tot een koerswijziging tegenover het regime in Havana. ‘Mijn collega en ik hebben ons nooit laten leiden uit angst en afzien van de plannen die wij hadden.’ En ‘wie ook de nieuwe president van de VS zal worden, hij of zij zal niet langer het embargo kunnen rechtvaardigen omdat er geen economische rechtvaardiging voor bestaat – niet ten voordele van Cuba noch ten voordele van de VS, noch politiek want er zijn meer mensen die willen dat het verdwijnt – en uiteindelijk is er geen morele rechtvaardiging voor’. Op de vraag of Berenthal tijdens de onderhandelingen met het regime heeft moeten zwijgen over zijn politieke opvattingen, zegt Berenthal:  ‘Ik ben niet gecensureerd, maar ik pas wel zelfcensuur toe want ik praat niet over politiek. Bovendien geloof ik dat economische samenwerking en de toenadering tussen de volkeren effectiever voor beide partijen zijn en tot wederzijds voordeel, dan bij politieke samenwerking.

Bron
* Diario de Cuba, Antoni Guerrero Vall, 8 juni  2016

Link
Meer achtergronden over de Oggúntractor en over Berenthal en zijn zakenpartner Clemmons in een bericht van Bloomberg.

De Amerikaanse invasie van Cuba is begonnen (2)

Amerikanen verslinden de Cubaanse cultuur net zo gemakkelijk als zij hun vele mojitos drinken. Het eiland staat voor een uitdaging. Op het vliegveld van Havana is het niet ongewoon meer dan drie uur te wachten op vertrek, kamers in hotels en de casas particulares zijn vaak volgeboekt. Uit de meest recente overheidscijfers blijkt dat het aantal beschikbare particuliere kamers op 9.700 wordt geschat hoewel experts schatten dat slechts 3.500 van die overnachtingsmogelijkheden bruikbaar zijn.* Bij hotellobby’s staan rijen Amerikaanse toeristen in afwachting van wifi-kaarten met een 24-digitlogincode en een wachtwoord die lang niet altijd functioneren.
Hier volgt het tweede deel van de reportage van Lisette Pool van de Wall Street Journal; deel 1 publiceerden wij op 30 januari.

american-invasion-iron sculpture by Rafael San Juan

IJzeren sculptuur van Rafael San Juan aan de Malecón in Havana

Avontuurlijke kunstenaars en toeristen uit de VS gaan al veel langer naar Cuba. Maar waar eerst sprake was van een druppelsgewijs fenomeen is nu sprake van een vloedgolf vanwege de versoepelingen van de Obama-regering. Dat kan allemaal veranderen, zeggen specialisten, als Obama in 2017 het Witte Huis verlaat. De Republikeinse presidentskandidaten Marco Rubio en Jeb Bush veroordeelden de heropening van de Amerikaanse en Cubaanse ambassades vorig jaar zomer. Rubio heeft opgeroepen de maatregelen van de huidige regering weer terug te draaien.

Logistiek
De logistiek rond culturele bezoeken is afschrikwekkend. Amerikanen die zaken doen in Cuba moeten voorzichtig manoeuvreren tussen Amerikaanse en Cubaanse wetgeving om te voorkomen dat het embargo wordt geschonden. Zij brengen hun eigen bevoorrading mee, van vorkheftrucks tot paperclips. Een Amerikaanse filmproducer zegt dat er in het hele land, zes ‘niet zulke slechte trucks’ zijn om filmapparatuur te vervoeren. Misschien zijn er nog een twaalftal extra in een slechtere conditie. Elke Hollywoodproductie die naar het eiland komt heeft auto’s tekort om ook de Cubaanse leden van de crew te vervoeren want die hebben geen auto’s. Schilders hebben geen papier, verf of doek. De elektrische apparatuur voor muziekconcerten is gevaarlijk gedateerd en niemand beschikt over spijkers.
american-invasion-twee-toeristenBureaucratie
En dan is er bureaucratie. Een ploeg van Fox Sport-televisie uit Los Angels wilde een documentaire maken over honkbal in Cuba en zou opnames maken in een boksschool ergens in een uithoek van de stad. De ploeg had toestemming van de honkbaltrainer daar, maar men had niet voldoende met de heersende bevelstructuur rekening gehouden. De zaak lag gecompliceerd want één ministerie controleerde de helft van de school met het speelveld, maar de andere helft met de leslokalen, was weer in handen van een ander ministerie. Er begonnen onderhandelingen. De trainer rookte een sigaret. En Boris Crespo, een Cubaanse productieleider, deed pogingen uit ‘deze beschamende situatie’ te geraken. Men vond uiteindelijk een andere school, een fotogenieker gebouw in de zwembadkleuren blauw, beschilderd met een grote foto van Fidel Castro achter de ruiten.

Voorrecht
Al langer hebben visuele kunstenaars de mogelijkheid hun werk in het buitenland te verkopen wat hen tot een welgestelde klasse maakte, maar ook de weg opende voor meer particulier ondernemerschap. Uitvoerende kunstenaars behoren ook tot die burgers in het land die al een periode van tientallen jaren met buitenlandse reizen achter de  rug hebben. Visuele kunstenaars, vaak behangen met stijlvolle accessoires als Ray-Bans en de laatste iPhones, renoveren hun huizen, bouwen nieuwe en vestigen zich in art-houses. Scouts op zoek naar locaties klagen over de renovatiewoede onder welgestelde Cubanen omdat ze de oude en verweerde huizen ruineren. Die huizen zijn een essentieel onderdeel van het Cubaans toerisme; Amerikanen poseren voor de meest vervallen gebouwen en maken foto’s voor hun Facebookvrienden.

american-invasion-Cuba’s car - reference to a Soviet tank by artist Ernesto Domecq

Een werk van Ernesto Domecq met een verwijzing naar een Russische tank

Deviezen
Cuba heeft twee munteenheden, één voor inwoners van het land en een andere voor bezoekers. De prijzen voor buitenlandse gasten stijgen sterk. Corey McLean, een 28-jarige filmmaker uit Los Angeles, maakte een filmreportage over surfen in Cuba. Het huis waar hij en zijn 2 collega’s verbleven, huurden ze voor $140 per week. Een andere filmploeg betaalde een week later $820. ‘Er zijn zoveel mensen die met geld smijten, mensen worden er gek van en denken ‘laten we meer vragen,’ zegt hij. Sommige Cubanen proberen de vloedgolf van Amerikanen in goede banen te leiden. De internationaal bekende kunstenaarsgroep Los Carpinteros en het opkomende duo Celia & Yunior nodigen geen cruisetoeristen en andere anonieme groepen meer uit voor een bezoek aan hun studio. Andere kunstenaars beperken het aantal gasten of bouwen complete showrooms waar, aangevuld met een hapje- en drankje, de Amerikanen worden verleid om schilderwerk en dergelijke te kopen. Vorig jaar werd de Italiaanse Galerie Continua de eerste Europese galerij die toestemming kreeg een expositieruimte in Havana te openen hoewel de autoriteiten kunstverkoop in Cuba nog verbieden. ‘Onze opening was een hit’, zegt mede-eigenaar Lorenzo Fiaschi, die vertelt dat meer dan 5.000 mensen die eerste avond langskwamen.

Commercialisering
Zulke gebeurtenissen trekken andere kunstenaars aan die hun vleugels in Cuba willen uitstrekken. De huidige Cubaanse wetgeving verbiedt het Cubanen een galerie te openen; enkel galeries in handen van de staat verkopen kunst. ‘Er zijn grote Cubaanse staatsdealers die voor een paar dollar per dag werken, maar kunst ter waarde van miljoenen verkopen. Wanneer beginnen zij hun eigen galerie?’, vraagt kunstenaar Marco A. Castillo zich af. Hij en Dagoberto Rodriguez bieden werken van Los Carpinteros aan. Het werk van deze groep bracht op een veiling dan $ 85.000 op. Recent kwamen een dozijn Amerikaanse toeristen op bezoek in een studio in Havana die feitelijk dienst doet als galerie voor drie kunstenaars. ‘Welkom, kom binnen en maakt het u gemakkelijk, wees niet te bescheiden,’ zei de Cubaanse gids Alain Rubio tot de groep. Een vrouw vraagt naar de waterverfwerken, een ander probeert een halsketting uit in de giftshop en anderen zoeken in rijen schilderijen op doek. De kunstenaar Mayito is de enige van de drie die aanwezig is; de andere twee zitten in de VS. Hij staat achter in de ruimte met een glas rum in de hand terwijl bezoekers de roestvrij stalen beelden van hem bewonderen. Een paar minuten later, arriveert een bus vol bezoekers uit Iowa. ‘We willen hier zijn voordat het commercialiseert,’ zegt Heidi Chico, directeur van een automatenfabriek in Des Moines. Een assistent van de galerie in een zijden blouse en met parelketting, beantwoordt in vloeiend Engels de vragen van de bezoekers over een kunstwerk, o.a. de urinaal in de vorm van een naakte vrouw. Prijs $45.000.

american-invasion-cuba-Tourists visit artist Jose Fuster's home in Jaimanitas, Havana

Toeristen bezoeken vaak de woning in Jaimanitas van de Cubaanse kunstenaar José Fuster met werk in de open lucht.

Gedateerde smaak
Veel Amerikaanse verzamelaars hebben gedateerde opvattingen over Cubaanse kunst, vindt Howard Farber, een verzamelaar in Miami en voormalige onroerendgoedbezitter. Hij heeft een van de grootste verzamelingen van Cubaanse kunst in de VS. ‘Veel mensen in de wereld van de kunst denken bij Cubaanse kunst nog steeds aan Carmen Miranda met een gitaar en een palmboom. Ze hebben geen idee dat het echt een andere wereld is.’ Andere grootverzamelaars als Ella Cisneros, die zes jaar geleden naar Cuba terugkeerde, moedigen insiders in de wereld van de kunst uit om juist Cuba te bezoeken en ervan te leren. Op de vooravond van de laatste Biënnale van Havana, organiseerde Cisneros een party die volgens verzamelaar Ron Pizzuti uit Ohio, kon wedijveren met elk feest in Beverly Hills. In haar moderne woning in Havana met een Range Rover voor de deur en een band bestaande uit 17 leden, dineerden de gasten met ‘hoogstwaarschijnlijk meer eten dan de meeste Cubanen in een hele maand zien,’ aldus Pizzuti.

Link
* Lisette Pool, The Wall Street Journal, 28 januari 2016 Op de site van de Wall Street Journal zijn nog Five Tips for Travelers for Cuba te lezen, Amerikaanse toeristen wel te verstaan want volgens de wet is toerisme naar Cuba voor hen nog steeds illegaal.

 Noot
*  Op Cuba zijn er nu bijna 63.000 hotelkamers, maar als het aan de overheid ligt dan moet dit aantal ruim 85.000 zijn in 2020. De overheid is hiervoor op zoek naar buitenlandse investeringen.

Bureaucratie in Cuba is grootste hinderpaal voor investeerders

De bureaucratie in Cuba is een van de grootste obstakels voor buitenlandse zakenlieden bij het veroveren van een plaats op de Cubaanse markt. Dat zeiden diverse specialisten in gesprekken met het persbureau AFP. Maar bedrijven ‘die hier komen op het moment dat alles perfect gestructureerd is en het uiteindelijke economische model gekozen (…) kunnen wel eens te laat zijn,’ aldus een expert.

De stand van het Marielproject op de recente beurs FIHAV 2015

De stand van het Marielproject op de recente beurs FIHAV 2015 in Havana

Philippe García, regionaal directeur van Business Francia, een overheidsinstelling die Franse bedrijven adviseert bij activiteiten in het buitenland, constateert dat het hier gaat om ‘een geleide economie, met planning en bureaucratie (…), er is sprake van langdurige onderhandelingen en het besluitvormingstraject is bijzonder lang en vaak is de reden van de traagheid niet te achterhalen.’ Gabriela Santoyygo, coördinator van Access Cuba, adviseert ondernemers die willen investeren in het eiland; hij houdt hen voor dat zij aan twee essentiële eisen moeten voldoen om zich te vestigen in Cuba. ‘Men moet veel geduld hebben en zich aanpassen aan wat ze in Cuba willen’. Bovendien moet men accepteren ‘soms anderhalf jaar te moeten wachten voordat een deal kan worden gesloten’ en bovendien moet men projecten presenteren die in lijn zijn met het officiële programma Plan Quinquenal de la Economía Nacional oftewel het Vijfjarenplan van de Nationale Economie. Dat is een voorwaarde sine qua non om in de Cubaanse markt te kunnen opereren. De Amerikaanse ondernemers Horace Clemmons en Saul Berenthal voldoen aan die formule, aldus persbureau AFP. Beiden overtuigden de Cubanen van het belang om een assemblagebedrijf voor kleine tractoren te vestigen in de Marielzone. Nu is het wachten op toestemming van het Amerikaanse Ministerie van Financiën.

Te laat?
Volgens Berenthal is het geheim het vermogen van een bedrijf om in te spelen op lokale beperkingen: ‘Cuba wil buitenlandse investeringen, Cuba wil arbeidsplaatsen scheppen, Cuba wil nieuwe technologie en Cuba wil de mogelijkheid hebben kennis over moderne bedrijfsvoering over te dragen aan Cubanen.’ Ondanks de obstakels, is Phillipe García van mening dat het essentieel en strategisch is zo snel mogelijk aanwezig te zijn, zoals enkele Franse bedrijven jaren geleden al deden zoals Total, Alcatel, Lucent, Pernod-Ricard en Bouygues als joint-ventures. ‘Ik denk dat bedrijven die hier komen op het moment dat alles perfect gestructureerd is en het uiteindelijke economische model gekozen is (…) wel eens te laat kunnen zijn,’ aldus de expert. García laat zich positief uit over het panorama dat geschetst wordt nu er diplomatieke betrekkingen bestaan tussen Havana en Washington en over de versoepeling van het embargo, want daar hebben bedrijven die willen investeren ook mee te maken. ‘Zolang de relatie met de VS niet volledig is geregeld, zal er angst blijven bestaan bij veel ondernemingen,’ aldus García. Hij doelt op de boetes die banken als BNP Paribas (8,8 miljard dollar) en in 2014 nog Crédit Agricole (787,3 miljoen dollar) werden opgelegd vanwege overtreding van het Amerikaanse embargo, ‘Ook al kunnen we de snelheid en het ritme van het proces dat zich hier afspeelt niet meten en kennen we ook het uiteindelijke economische model niet, er is sprake van een markt die morgen een heel grote zal blijken te zijn in de regio,’ voorspelt García.

Bronnen
* Diario de Cuba en AFP

‘Tacano’ Julio Casas was ondernemer, minister en generaal tegelijk

Raúl Castro verloor met de dood  van generaal Julio Casas Regueiro op 3 september jl. niet alleen zijn vicepresident, maar ook zijn eeuwige steun en toeverlaat, de man die hem vergezelde vanaf het moment dat Castro het zogeheten Tweede Front vestigde om de guerrillastrijd verder te verspreiden over alle provincies in het oosten van Cuba. Hij werd ooit door Raul Castro goedbedoeld omschreven als tacaño, wat zoveel betekent als gierigaard of krent. Aldus  Fernando Ravsberg, correspondent van de BBC in Havana. Hij vreest de gevolgen van het trage veranderingsproces in Cuba. De explosief groeiende kaste van bureaucraten in Cuba zal de maatschappij leegzuigen, aldus Ravsberg wiens betoog hierna volgt.

Minister en vice-president Julio Casas Regueiro

De arbeid van generaal Julio Casas Regueiro die 75 jaar werd,  had vanaf het begin te maken met de logistiek en wel op drie beslissende terreinen: in de bergen in Cuba, in de strijd in Afrika en later tijdens de economische crisis in de jaren negentig. Velen delen de mening dat het guerrillafront van Raúl Castro een van de betere was met scholen, werkplaatsen om de strijders te bevoorraden, men hief er belastingen en bouwde een vliegveld. Julio kon goed met cijfers overweg en speelde een sleutelrol op een moment waarop er altijd geldtekorten waren en de troepen van Batista alles deden om de toeloop van strijders naar de gewapende guerrilla van Fidel Castro, in de bergen te voorkomen.

Glansrol in Ethiopië
Zijn inzet was ook van doorslaggevende betekenis tijdens de oorlogen in Afrika ‘hoewel men de overwinning van de strijd in Ethiopië toeschreef aan generaal Arnaldo Ochoa, negeerde men de sleutelrol van generaal Casas die garant stond voor de bevoorrading en zonder wie er geen succes mogelijk was geweest.’ Die waarneming is van belang want ze komt niet van een lid van de Communistische Partij of een vooraanstaand lid van de strijdkrachten zelf maar van een opstandige generaal, Rafael del Pino, die 20 jaar geleden naar de VS deserteerde.

Ondernemingszin
Del Pino herinnert zich o.a. dat Casas een Raad van Generaals oprichtte om daar de belangrijkste besluiten te bespreken en dat dit gebeurde met discussie en uiteindelijk met collectieve goedkeuring. ‘Ik denk dat er maar weinig legers ter wereld zijn, waar men deze aanpak volgde,’ zegt Del Pino. Hij zegt ook dat het ‘ondernemersverband’ van de strijdkrachten een initiatief van de overledene was en herinnert dat dit werd geleid ‘door majoor Bombino in een kamer van vier bij vier, vlak bij het kantoor van Julio Casas en met steun van Amadito, de adjudant en secretaris-generaal.’ De ondernemerskwaliteiten van  Casas Regueiro werden erkend door presidente Raúl Castro, die bovendien een order tekende waarin hij Casas de uitzonderlijke en unieke bevoegdheid gaf zijn eigen economische besluiten te nemen.

Gierigaard

Castro zei ooit publiekelijk dat hoewel hij ‘bijna alle generaals heeft bekritiseerd (…) en in bijeenkomsten ook zelf werd bekritiseerd, hij zich niet herinnert in de afgelopen 50 jaar ooit kritiek van enige betekenis te hebben uitgeoefend op  compañero Julio Casas, behalve dat hij …..zeer gierig  was.’ Wellicht wordt elders op de wereld zo’n etiket als een belediging ervaren, maar in het geval van Cuba, waar voortdurend sprake is van verspilling van staatseigendom, is dit de grootste lof die een leider kan krijgen. Onder supervisie van deze gierigaard en in die ruimte van 4 bij 4, ontwikkelde zich een heel eigen vorm van rationeel en productief ondernemerschap, dat men nu tot in de uithoeken van het eiland wil invoeren.

'Het zal moeilijk zijn om nog zo'n jonge gast te vinden'. 'Ja, zeer moeilijk'

Explosieve groei bureaucraten
En tot aan Fidel Castro accepteerde men de feiten: het sociaaleconomische model was niet te handhaven, de corruptie groeide, de economie produceerde niet, de verworvenheden van de revolutie werden bedreigd en er is geen kader om een complete verandering door te voeren. Maar het ergste van dit ‘reëel bestaande socialisme’ is de groei van een machtige klasse van bureaucraten die nu rustig de dood van de historische leiders van de Sierra Maestra afwachten, om te doen wat veel leiders in Oost Europa eerder deden. De haast die deze historische leiders hebben heeft geen politieke achtergrond, de dissidenten zijn maatschappelijk geïsoleerd – zoals de diplomaten van de VS zelf erkennen – en er is ook  geen sprake van ontevredenheid onder de bevolking die kan leiden tot onbestuurbaarheid van het land.
De historische leiders hebben nog enkele steile toppen voor zich, die nog beklommen moeten worden. De eerste is het behoud van de sociale verworvenheden: de gezondheidszorg, het onderwijs en de culturele ontwikkeling en het systeem van de sociale zekerheid. Om dat te bereiken ziet men zich gedwongen het heersende economische model net zo ingrijpend te veranderen tot het produceert, en in staat zal zijn deze sociale verworvenheden, die de meeste Cubanen vanzelfsprekend vinden, te kunnen betalen. Als zij niet in staat blijken deze maatschappelijke verworvenheden te redden en de economie te versterken en niet in staat blijken, de bureaucraten die de maatschappij op dit moment leegzuigen een halt toe te roepen? Dat kan morgen leiden tot de terugkeer van de tijden van de Meyer Lansky.*

Niet te snel?
Zeker als ze zich haasten en fouten maken – iets waar Raúl Castro voor waarschuwde – is er geen tijd meer deze te herstellen. Maar het is bizar om jaren te discussiëren voordat een burger legaal zijn huis of auto kan verkopen zonder een vergunning en handtekening van de vice-president van de Republiek persoonlijk. De dood van generaal Julio Casas Regueiro herinnert ons er aan dat er geen tijd te verliezen is en dat extreme traagheid de verwachtingen kan doden van hen die hopen dat er ‘een verandering binnen de revolutie’ mogelijk is.

* Meyer Lansky was een hoofdrolspeler in de georganiseerde misdaad in de VS en daarbuiten. Hij beheerde een gokimperium dat zich uitstrekte van Saratoga, New York tot Miami en Havana.

Bron
* Ravsberg – BBC Mundo

Verplicht naar begrafenis Minister van Defensie

Onderweg naar de begrafenis

Maandag 5 september kregen Cubaanse arbeiders in diverse bedrijven de opdracht de begrafenisceremonie van generaal Julio Casas Regueiro bij te wonen. Bij diverse bedrijven in de hoofdstad kwamen bussen voorgereden die de werknemers naar de zaal Granma van het ministerie van Defensie vervoerden. Enkele werknemers in visbedrijven en andere instellingen in de gemeente Regla, die gewoonlijk extra bonussen krijgen als deel van hun salaris, informeerden dat het management van het bedrijf liet weten dat die bonussen voor de maand september achterwege zouden blijven als ze niet naar deze begrafenis zouden gaan, aldus onafhankelijk journalist Aini Martín Valero.