Che Guevara’s laatste rustplaats gerestaureerd

Het monument in Santa Clara waar de laatste resten van Ernesto Che Guevara rusten, wordt op dit moment gerestaureerd. De restauratie wordt uitgevoerd door het Duitse bedrijf MD Projektmanagement, een onderneming die ook meewerkte aan de restauratie van het Capitool en de kathedraal van Havana.

chesantaclara

Monument in Santa Clara

De restauratie omvat het schoonmaken van het standbeeld van de Argentijns-Cubaanse strijder, de tribune en de trappen die naar de herdenkingsruimte leiden. Het Duitse bedrijf heeft  70.00 dollar geschonken voor het onderhoud van de voet van het  monument en de nissen waarin enkele strijdmakkers van Che Guevara begraven liggen, die deelnamen aan de guerrillastrijd in Bolivia, waarbij Guevara op 9 oktober 1967 het leven liet. Zijn stoffelijke resten werden 30 jaar later vanuit Bolivia overgebracht naar Cuba en bijgezet in het monument in Santa Clara.

 

guevara-complex-santa-claraBezoekers
Het complex ontving vorig jaar 374.900 personen, voornamelijk toeristen uit Duitsland, Frankrijk, Italië, Engeland en Argentinië en Cuba zelf.  Plein, tribune, museum en monument werden op 28 december 1988 geopend bij gelegenheid van de 30ste  verjaardag van de Slag om Santa Clara, een militaire actie in 1958 die geleid werd door Che Guevara en beschouwd wordt als de beslissende slag voor het succes van de revolutie op 1 januari 1959.

Bron
* Diverse media, 13 mei 2017

Hoe het enthousiasme over de 17e december dooft

Voor veel Cubanen is 17D (17 december) niet langer de historische datum waarop vorig jaar de Amerikaanse en Cubaanse presidenten aankondigden de diplomatieke relaties te herstellen, maar gewoon weer de 17e december waarop de Cubanen de feestdag van de Heilige Lazarus vieren en een deel van hen op de knieën naar de kerk in Havana kruipt, die zijn naam draagt. En Reinaldo Escobar van de kritische internetkrant 14ymedio constateert dat het optimisme over de gevolgen van de toenadering van een jaar geleden is verdwenen. Volgens Escobar zijn het vooral de illusies die buiten Cuba wakker werden geroepen en die hebben geleid tot tientallen bezoeken van ondernemers, politici, artiesten en vertegenwoordigers van ngo’s naar het eiland. Maar dat is niet het Cuba van nu, dat is het veranderde Cuba dat men zich zou wensen, aldus Escobar. Zijn column volgt hier.

obama-raul-twee-televisiescherm17122014

17 december 2014: Obama en Castro kondigen herstel van de betrekkingen aan

Het aantal aanzoeken uit de kapitalistische wereld verdubbelde en presidenten, ministers, muscisi, cineasten, honkbalspelers en ondernemers reisden af en aan, doorkruisten in sneltreinvaart het land, de zakken vol met dollars. Hier is gebeurd zoals dat in die verhalen waarin alleen al door de aankondiging van de bouw van een spoorlijn de grondprijs aan weerskanten van de lijn stijgt. Maar wanneer de trein zal rijden, blijft onbekend.

Methoden VS
De Amerikanen zijn duidelijk en zijn niet veranderd; hun doelstellingen zijn dezelfde gebleven, maar hun methoden veranderd. De Cubaanse regering laat blijken geen millimeter te willen wijken in enkele kwesties die zij omschrijven als ‘de onwankelbare principes van de Revolutie.’ Het voordeel van Raúl Castro boven Barack Obama is dat de eerste niet wordt gehinderd door een parlement dat elke stap van de president controleert of een partij met een jaloers electoraat die elke concessie vertaalt in stemmenwinst. Maar dat maakt dat er niet bewogen wordt in de onderhandelingen. De Noord-Amerikaanse onderhandelaars slagen er onvoldoende in om de Cubaanse partners duidelijk te maken dat Obama niet de dictator van de VS is, maar slechts de president. Als er geen signalen uit Havana komen in de gewenste richting, geven zij het Congres een argument om zich te verzetten tegen de toenaderingspolitiek. Welke signalen willen de Amerikanen zien? In de eerste plaats de ruimte om te investeren en de garantie dat ze winsten behalen op deze investeringen. In de tweede plaats het respect voor de mensenrechten. Over het verband tussen beide wensen kan men een boek vullen, maar men zou het kunnen samenvatten in de gedachte dat een omgeving met economische en politieke vrijheid de meest geëigende omgeving is voor een markteconomie.

Obsessieve macht
De weerstanden tegen een koersverandering in deze richting blijven verborgen of worden gemaskeerd achter uitspraken over de politieke wil om zekere marges van sociale rechtvaardigheid te handhaven, bijvoorbeeld op het gebied van de veel besproken verworvenheden in de gezondheidzorg en het onderwijs voor allen. Daarachter gaat een groep van machthebbers schuil,  geobsedeerd door de macht die ze niet willen verliezen. Venezuela heeft het aangetoond; autoritaire regimes kunnen niet vertrouwen op democratie, zelfs niet een klein beetje of zoals ze in Argentinië zeggen ni tantico asi, zoals een Argentijn eens zei.*

che-guevra-ni-tantito-asi

Je kunt het imperialisme niet vertrouwen, zelfs niet een klein beetje.’

Onderdrukkingsapparaat
In Cuba is er een repressief apparaat, dat bestaat uit tienduizenden personen en dat bedoeld is om te voorkomen dat de leden van de oppositie zich uitspreken of bijeenkomen. Als het land democratiseert, zullen zij niet alleen hun werk en hun privileges verliezen, maar zich ook beschouwen als vermeende slachtoffers van wraakoefeningen. Daarom zullen deze staatsambtenaren zich tot het uiterste inspannen en in iedere zaak streven naar overtuigende verslagen, waarin elke lid van de oppositie verschijnt als een verrader van het vaderland en een gevaarlijke agent van imperialistische krachten. Deze goed opgeleide e n bewapende troepen zijn opgevoed met het principe dat de enige order die menniet mag gehoorzamen die  van een staakt-het-vuren is. Als Raúl Castro niet langer de politieke discrepantie om het  land te democratiseren onbestraft zou laten, zou hij zijn meest loyale en onderworpen dienstknechten veranderen in zijn potentiele vijanden. En hij weet dat.

Een plafond
Nu een jaar later na de hoopgevende 17e december, zou je kunnen zeggen dat elke betrokken partij het plafond van zijn mogelijkheden heeft bereikt. De opheffing van het embargo, het staken van de radio- en televisie-uitzendingen gericht op Cuba, de compensaties voor de geleden schade of Guantánamo lijken voor het Witte Huis even moeilijk als voor de Cubaanse regering de invoering van een meerpartijenstelsel, het ratificeren van mensenrechtenverdragen, het toelaten van particuliere ondernemingen en de legitimatie van een onafhankelijke civil society.

De stukken grond gekocht aan beide zijden van de spoorweg, beginnen nu al aan waarde te verliezen omdat deze trein zich voorlopig nog niet over de spoorrail zal voortbewegen.

Bron
* Reinaldo Escobar, 14ymedio, 17 december 2015

Noot
* Escobar verwijst naar een beroemde speech van Ernesto Che Guevara waarin hij zei : ‘No se puede confiar en el Imperialismo pero, ni tantico asi’ oftewel ‘ Men kan het imperialisme niet vertrouwen, zelfs niet een klein beetje’. Deze uitspraak wordt in Cuba nog vaak gebruikt.  Zie Youtube, 1 minuut 46 seconden

Meloenen of eenheid: Cubaanse vakbeweging onder Castro

Toen Fidel Castro op 1 januari 1959 aan de macht kwam, was de helft van de arbeidzame bevolking in Cuba lid van een vakbond. De Central de Trabajadores de Cuba (CTC) telde 1.200.000 leden en 33 beroepsfederaties. De vakcentrale was veelvormig en telde katholieke, communistische, socialistische en anarchistische leden en bonden. De achturige werkdag, een minimumloon, stakingsrecht en ontslagbescherming waren door inspanningen van de CTC al voor 1959 gerealiseerd. Naast de gewapende strijd van de Castro’s c.s. in de bergen, vormde het stedelijk verzet waar de vakbeweging deel van uit maakte, de kern van het verzet tegen dictator Batista.

Fidel Castro spreekt de bevolking van Havana toe in januari 1959

Fidel Castro spreekt de bevolking van Havana toe in januari 1959

In januari 1959 toen de rebellengroepen onder leiding van Fidel Castro Havana binnentrokken, werden alle 33 nationale hoofdkantoren van de Cubaanse vakbeweging door het stedelijk verzet bezet en werden de vakbondsleiders die Batista hadden gesteund weggejaagd. Het was tijd voor nieuwe – vrije, democratische en geheime – verkiezingen die in 1959 overal werden georganiseerd en die moesten uitmonden in het eerste revolutionaire vakbondscongres in november van dat jaar. Lokaal stond de merendeels anti-communistische Beweging van de 26ste Juli tegenover de sympathisanten van het communisme. De Beweging kwam bij haast alle lokale verkiezingen als winnaar uit de bus en de communisten werden afgerekend op hun aarzelende steun aan het verzet. Had de partij de eerste gewapende actie van Castro in 1953 met de aanval op de Moncadakazerne niet afgedaan als ‘avonturisme van rijke burgermanszonen?’ Zelfs in de voedingsbond en de textielbond kregen de communisten weinig steun. Bij de bond voor suikerrietarbeiders bleken slechts 15 van de 9.000 gedelegeerden te sympathiseren met de communistische partij PSP.

Eenheid
Op 18 november 1959 hield de vakcentrale CTC haar eerste nationale congres. Van de 3.200 afgevaardigden waren er 200 communisten. De overige 3.000 maakten deel uit van de revolutionaire Beweging van de 26ste Juli. Het leek erop alsof de communistische partij PSP geen beduidende rol meer zou spelen in de Cubaanse vakbeweging. Maar Fidel Castro besliste anders. In toenemende mate was zijn afkeer voor partijcommunisten veranderd in waardering  voor de steun van de PSP. Bovendien kon hij de organisatie en de mobilisatiekracht van deze partij goed gebruiken. Tweemaal voerde hij tijdens het vakbondscongres het woord. In zijn openingswoord benadrukte Fidel de noodzaak van Unidad / Eenheid en zei niets te voelen voor een verkiezingscircus. Citaat: ‘Het enige waar het hier omgaat is de onverbrekelijke solidariteit met de Revolutie. Is er hier één arbeider die het niet met ons eens is? De revolutie gaat boven alles.’ (…) ‘Elke verdeeldheid tijdens dit vakbondscongres zal vooral onze vijanden veel plezier doen.’ (…) ‘Tegenover de aanvallen van de vijanden moet er discipline zijn.’

ctc1-150x147Militairen op vakbondscongres
Maar de vakbondsafgevaardigden leken niet overtuigd. Zij waren immers gekomen om na jaren van dictatuur, vrij te spreken en te debatteren en in alle vrijheid hun stem uit te brengen. Toen bleek dat van de 33 vakbondsfederaties op het congres er 27 waren die geen communisten in het CTC-leiding wilden. Onder de 3.200 gedelegeerden brak groot tumult uit. Er werd  gevochten tussen de aanhangers van de communistische partij en de rest. ‘Unidad, unidad (eenheid)’, riepen de eersten. ‘Melones, melones (meloenen),’ antwoordden de leden van de Beweging van de 26ste Juli.  De communisten werden met watermeloenen vergeleken omdat deze groen van buiten (de kleur van het guerrilla-uniform) en rood van binnen zouden zijn. In de vroege morgen van 22 november keerde Fidel Castro in militair uniform naar het vakbondscongres terug, vergezeld van een groep bewapende militairen. ‘Dit is een schaamteloos spektakel,’ schreeuwde hij en voegde vervolgens de namen van drie communisten aan de kandidatenlijst van het 13 personen tellend bestuur van de CTC, toe. Castro legde uit dat deze toevoeging nodig was ter wille van de eenheid. De Cubaanse arbeiders waren in die periode van de revolutie dol op Fidel Castro en gaven hem wat hij vroeg, maar ze zouden hun onafhankelijke vakbonden nooit opgeven en dat werd Che, Raúl en Fidel ook duidelijk gemaakt. De drie extra toegevoegde kandidaten werden bij de eerste stemming verslagen. Toen diende Fidel Castro opnieuw een lijst in waarop de namen van de drie verslagen communisten ontbraken, maar ook die van Reinol González, die in 1959 tot internationaal secretaris van de CTC was benoemd. Hij had een van de algemene stakingen tegen Batista geleid en was anticommunist. Hij kwam voort uit de Cubaanse afdeling van de Katholieke Arbeidsjongeren (KAJ). Tegenover deze overmacht moest het congres wel capituleren. Voor elke functie werd nu één kandidaat voorgedragen en de verkiezingen vonden met handopsteken plaats. Tijdelijk voorzitter werd de socialist David Salvador.

Reinol González bezocht in 1977 met zijn vrouw Teresita Nederland. Zij waren de gast van CLAT Nederland. Hij sprak over zijn Cubaanse ervaringen met CNV, FNV en Amnesty International. González was in Cuba actief in de Juventud Obrera Católica (JOC), de Cubaanse afdeling van de internationale kajottersbeweging KAJ.

Reinol González bezocht in 1977 met zijn vrouw Teresita Nederland. Zij waren de gast van CLAT Nederland. Hij sprak over zijn Cubaanse ervaringen met CNV, FNV en Amnesty International. González was in Cuba actief in de Juventud Obrera Católica (JOC), de Cubaanse afdeling van de internationale kajottersbeweging KAJ.

Gevangenis en strafkampen
David Salvador trad in mei 1960 terug als secretaris-generaal van de CTC uit protest tegen de overname van het vakbondsapparaat door de communisten. Enkele maanden later werd hij gearresteerd en veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf. David Salvador kwam door bemiddeling van de Colombiaanse schrijver en vriend van Castro, Gabriel Marquez  vervroegd vrij en verliet Cuba. Reinol González zou 17 jaar gevangen zitten en in 1977 ook door tussenkomst van Gabriel Marquez vrij komen. In november 1960 was de communistische vakbondsbureaucraat Lazaro Peña, benoemd tot de nieuwe secretaris-generaal van de CTC. Hij was dat al eerder geweest, namelijk in 1939 toen de Cubaanse communisten met Batista samenwerkten. De droom van een vrije vakbeweging in een revolutionair Cuba was voorbij. Die vrije vakbeweging was ook niet meer nodig, volgens de huidige Cubaanse president Raúl Castro die in de beginjaren van de revolutie de Cubaanse werknemers trachtte te overtuigen met ‘de beste vakbond is de Staat – de arbeiders hebben geen vakbonden nodig als zij een bevriende regering hebben, HUN regering, die hen beschermt’.

Kees van Kortenhof

Deze tekst verscheen in juli 2015 op de website van de Vrienden van de Vakbondshistorie VHV. De auteur is ook bestuurslid van de VHV.

Martín Guevara over zijn oom ‘Che’: geen heilige, noch beul

Vandaag had ik online een woordenwisseling met een kennis die me vroeg hoe ik over mijn oom Ernesto ‘Che’ Guevara’s verleden als “beul” dacht. Ik benaderde het onderwerp door te stellen dat we in het algemeen moesten erkennen dat hij een buitengewoon persoon was geweest, maar dat hij natuurlijk een menselijk wezen bleef en niet het triomfalistisch standbeeld wat van hem was gemaakt.

Ernesto-Che-Guevara-foto-Martin-GuevaraDe eerste persoon die lijdt onder deze denkwijze is degene die tot een mythe is verworden. Door dat te doen worden de moeite en offers die een dergelijk persoon bracht om verdienstelijk te zijn gebagatelliseerd. Ernesto was veelzijdig, al voordat hij de weg betrad van de guerrilla, een pad waartoe hij werd verleid vanwege zijn ambitie en (de zijns inziens) ongevoeligheid van de machtigen en hun weigering de welvaart eerlijker, broederlijker en zelfs op meer democratische wijze onder de wereldbevolking te verdelen. Hij was een grootse dromer en romanticus, een Einzelgänger, een grenzeloze reiziger, een intellectueel, een kenner van hoogstaande Franse, Spaanse en Latijns Amerikaanse poëzie, een verfijnd schrijver, een dokter die ondanks gebrek aan officiële praktische ervaring meer patiënten genas in de jungle, lepra koloniën en gebieden in Cuba’s Sierra Maestra, dan menig dokter gedurende zijn hele leven gedaan zal hebben. Hij was een persoon die opviel tussen politici vanwege zijn mijns inziens meest prominente kenmerk: hij deed wat hij zei.

Geweld
Over het algemeen deel ik zijn ideeën niet. Ik ben geen communist. Ik vind het vreselijk wanneer anderen zich met mijn privézaken bemoeien. De vrijheid van de staat, zoals alles en iedereen, eindigt waar mijn rechten beginnen. Ik verwerp elke vorm van bemoeienis in het leven van een individu voor het welvaren van de massa, en ik keur elke vorm van geweld af; die van mijn oom en die van zijn vijanden (en u zult me gelijk geven dat sinds 1967 meer mensen zijn overleden aan de gevolgen van politiek geweld, oorlogen, bombardementen, gewapende strijd, opstanden, marteling en andere tragedies dan het aantal mensen dat Che ooit vermoordde in de strijd of tijdens executies). Ik verwerp al deze ideeën. Ik ben echter van mening dat de huidige tijd een politicus mist die doet wat hij zegt te zullen doen en handelt naar zijn overtuigingen.

El 'Che' Guevara Serna

El ‘Che’ Guevara Serna

Vrijwilligerswerk
Che was een held wat betreft vrijwilligerswerk, hij was de eerste die zelfs op zondag de handen uit de mouwen stak. Fidel kon dat niet uitstaan omdat het hem niet in een goed daglicht stelde. Hij deed dat vrijwilligerswerk vooral ter verbetering van zijn eigen imago. Hij wilde niet vier uur achter elkaar op zondag zwetend aan het werk zijn. Hij deed het enkel een of twee keer na de dood van Che in 1970, toen de suikerrietoogst van 10 miljoen ton jammerlijk mislukte. Hij deed dat enkel vanwege de dreiging voor zijn eigen project en uit angst persoonlijk verantwoordelijk te worden gehouden voor de grootste ramp in de recente Cubaanse geschiedenis.

Fidel wilde overleven
Andere regeringsfunctionarissen hadden een hekel aan Che omdat hij oprecht was, geen opportunist en hen hun gebrek aan normen en waarden publiekelijk in het gezicht wreef. Hij zette zich in voor wat hij als juist zag en stierf in het harnas, aan de zijde van zijn soldaten. Hij reisde altijd zonder bodyguards, stapte op de trein, reisde naar plekken als Hiroshima, Montevideo of Uruguay als hij de Rio de la Plata, een dikke malse steak, een mate of een praatje in zijn eigen moedertaal en dialect met iemand op een bankje in het park miste. Als minister verzorgde hij vrijwel altijd zijn eigen vervoer; Fidel daarentegen rijdt met 500 bodyguards. Hij liet zelfs een leverexpert overkomen van het Gregoria Marañon ziekenhuis in Spanje om te voorkomen dat hij dood zou gaan, waarmee hij alle propaganda voor de superieure Cubaanse gezondheidszorg de grond in boorde. Hij heeft er altijd alles aan gedaan om aan de top te blijven, en natuurlijk ook om te blijven leven!

Fidel castro kapt suikkerriet

Fidel Castro kapt suikerriet

Executies
Ernesto erfde de eigenschap altijd af te maken waar hij mee begon van zijn moeder, en de romantische misstappen van zijn vader. Hij vertelde de waarheid, zelfs wanneer dat moeilijk was. Hij is de enige politicus die ooit voor de Verenigde Naties een dergelijke uitspraak heeft gedaan:
‘We hebben mensen geëxecuteerd, we executeren mensen en zullen dat blijven doen. Dit is ongetwijfeld een vreselijke stelling, maar ik mis de eerlijke en noodzakelijke speeches die geen enkele leider (niet eens Fidel Castro) heeft gegeven, waarbij dingen als ‘we nemen gevangen, we verbieden, we doden, we bombarderen, we executeren, we ontwikkelen massavernietigingswapens, we creëren hongersnood, ellende, pijn en angst, en we zullen dat blijven doen’ gezegd worden.’

Geen demagoog
De feiten overstijgen de werkelijkheid van deze gebeurtenissen. Che was geen demagoog: hij leidde niemand om de tuin. Dat was zijn grootste politieke verschil met Fidel Castro, die gedurende zijn leven de schapen wist te overtuigen in slaap te vallen tussen een roedel wolven. Fidel bracht mensen bij elkaar, loog iedereen voor om zijn individuele belangen te behartigen: de menigte, ambtenaren, presidenten, zakenlui, e.a.  ‘We zijn geen communisten en zullen dat nooit zij’, zei hij vaak. Terugkijkend is dat wellicht een van de weinige waarheden die hij ooit uitsprak: hij was nooit ook maar de schaduw van een echte communist. Anderzijds vertelde Che zijn soldaten: ‘de meesten van ons zullen het er niet levend van af brengen. Degene die weg wil kan nu vertrekken. Dit is de taak van een man.’  Zijn bataljons begonnen met honderd man en eindigden met tien man. Fidel begon met honderd man en eindigde met een miljoen mannen. Hij liet hen echter zinken op de Titanic, nooit op de ark van Noach. Che stierf aan de zijde van zijn soldaten.

Guevara als deelnemer aan een sportwedstrijd aan de Univestieti van Orietne in het beginjaren van de reovlutiera a

Guevara (midden) neemt deel aan een sportwedstrijd aan de Universiteit van Oriente in de beginjaren van de revolutie

Hard en harteloos
Ja hij was zeker hard en zijn vijanden stellen dat hij harteloos was. Maar hij was ook een man van menselijke waarden die de kant koos van degenen die geen hoop hadden, in de wereld in het algemeen. Regeringsfunctionarissen die hem na zijn dood verheerlijkten hadden hem tijdens zijn leven stiekem verfoeid, maar de eerlijke arbeiders van Cuba hielden oprecht van hem. Ze werden niet gedreven door angst voor een almachtige verslindende god, wat wel het geval was jegens Fidel. Werkelijke genegenheid was af te lezen van de nederige, eenvoudige mensen die hem hadden gekend en mij over hem vertelden. Ik zeg hetzelfde tegen degenen die enkel het verlichte gezicht van een smetteloze revolutionair zien die niets anders heeft dan goede eigenschappen: het imago dat Fidel uit eigen belang promootte in Cuba nadat hij Che in de steek liet, juist op het moment dat hij hem het hardst nodig had. Het is zeker waar dat Che verantwoordelijk is voor de executies die werden uitgevoerd in Havana’s fort La Cabaña, een ongelukkige periode uit de Cubaanse de-evolutie periode. Elke medaille kent twee zijden. We zijn allen een mengeling van verschillende waarden. Ernesto bracht het goede en het verre-van-goede tot het uiterste.

Bron
* Blog Martín Guevara, 15 maart 2015
Link
* Deze Cubaweblog over Martín Guevara, 14 juni 2014

Martin guevara op de cover van zijn boek

Martin Guevara als jongeman op de cover van zijn boek

Noot:
Martín Guevara werd in 1963 in Argentinië geboren. Zijn vader Juan Martín Guevara is de jongste broer van Che en zat ten tijde van de militaire dictatuur in Argentinië tussen 1975 en 1983 gevangen vanwege zijn betrokkenheid bij het Frente Antimperialista por el Socialismo. De familie verliet Argentinië vijf jaar na de dood van Che Guevara (1967) en emigreerde naar Cuba. Martin was toen 10 jaar. Hij bleek het temperament en de politieke opvattingen van zijn oom, de mythische El ‘Che’ niet te delen en rebelleerde, wat leidde tot veel problemen voor hem en zijn familieleden. In 1988 verliet hij Cuba definitief, maar mocht enkele keren terugkeren om zijn zoon, zijn moeder en andere leden van de familie te ontmoeten. De neef van ‘Che’ Guevara mocht echter niet langer in Cuba wonen. De laatste 17 jaar woont hij met zijn vrouw en een jongere zoon in Spanje. Vorig jaar verscheen zijn boek ‘In de schaduw van een mythe’ (in het Engels en het Spaans).

Che Guevara-fotograaf René Burri (81) overleden

Gisteren overleed in Zürich op 81-jarige leeftijd de Magnum-fotograaf René Burri. Zijn portret van Che Guevara zal nog lang in het collectieve geheugen zitten.

Burri's contactvellen met Che Guevara (1963)

Burri’s contactvellen met Che Guevara (1963)

Acht rollen film schoot René Burri, toen hij in 1963 in Havana was om de Cubaanse rebellenleider Che Guevara te portretteren. De omstandigheden waren niet ideaal voor de Zwitserse nieuwsfotograaf, die vroeg of de gordijnen open mochten. Mocht niet. Che snauwde en grauwde tegen de journaliste met wie Burri op pad was. Hij knauwde boos op zijn sigaar. Dat alles duurde drie uur en gedurende die tijd heeft Guevara René Burri niet één keer aangekeken. Maar Burri ging wel naar huis met deze foto, die snel een iconische status zou krijgen. ‘Dat komt door de man op de foto’, zei de fotograaf bescheiden, wanneer mensen er voor de zoveelste keer over begonnen. ‘Niet door mij.’

Bron
* Merel Bem in de Volkskrant, 21 oktober 2014

Verbod revolutionaire parfums Che en Hugo

De Cubaanse ministerraad heeft hard uitgehaald naar medewerkers van het staatsbedrijf Labiofam, die ter ere van de overleden Venezolaanse president Hugo Chávez en de Argentijnse strijder Che Guevara twee parfums op de markt brachten, extracten afkomstig van puur natuurlijke producten. In een verklaring worden ‘passende disciplinaire straffen’ aangekondigd omdat ‘symbolen van gisteren, vandaag en morgen, heilig zijn’. De lancering van de nieuwe parfumlijn viel samen met het congres Labiofam 2014 dat deze week in Havana plaatsvond en gewijd was aan de kennis van Cuba op het gebied van natuurlijke en/of homeopathische producten. Er is anderhalf jaar door Labiofam ( tot nu toe vooral bekend van de productie van schoonmaakmiddelen en geneesmiddelen voor mens en dier en geleid wordt door José Fraga Castro, een neef van president Raúl Castro),  aan de nieuwe producten gewerkt.

perfumes250914Volgens de makers is het luchtje van Ernesto een mengsel van een houtachtige geur, citroenfris met noten van talkpoeder, dat van Hugo is zacht vermengd met tropische vruchten met toetsen van mango en papaya. Het bedrijf Labiofam wou met ‘Ernesto’ en ‘Hugo’ naar eigen zeggen een hommage brengen aan Che Guevara en Hugo Chávez. ‘Wij willen geen propaganda maken met hun beelden, maar eer bewijzen en zorgen dat hun namen voortleven’, zeggen ze bij Labiofam. De bedoeling was dat de parfums internationaal zouden worden afgezet. Dat zou de al lang geleden overleden Argentijnse vrijheidsstrijder deugd doen; hij was immers een aanhanger van de internationalisering van ‘de revolutie op wereldschaal’. Maar de Cubaanse machthebbers denken daar duidelijk anders over en zeggen in de partijkrant Granma: ‘Passende disciplinaire maatregelen zullen worden genomen. Initiatieven van deze aard zullen nooit worden geaccepteerd door ons volk, noch door de Revolutionaire Regering’. Medewerkers van Labiofam hadden deze week nog gezegd dat familieleden van Che Guevara en Hugo Chávez hadden ingestemd met het commerciële gebruik.

parfums-che-hugoNog meer geurtjes
Nog niet bekend is of er nu een einde is gekomen aan de parfumproductie van Labiofam. Het bedrijf had aangekondigd dat er twee nieuwe geurtjes voor vrouwen op de markt komen, namelijk Alba en Amalia. Guama, een kunstenaar die veelvuldig experimenteert met de voorpagina van partijkrant Granma heeft een ander voorstel. Waarom worden die geurtjes niet Vilma en Daliah genoemd, de voornamen van de echtgenotes van de gebroeders Castro? Granma is de partijkrant van de Partido Comunista de Cuba (PCC), bij Guama veranderd in Partido Chanel de Cuba PCC. En de leus Luchar, Luchar, Luchar (Strijden) luidt vandaag Aromatizar, aromatizar en nog eens Aromatizar. Laat het geuren!!!

Link
* Het volledige bericht (Engelstalig) van Ana Rodriguez van Associated Press
* De veroordeling door de partijkrant Granma

Een Leven Lang Dwars: Che Guevara

In het historische radioprogramma OVT a.s. zondag deel 3 van de zomerserie ‘Een leven lang dwars. Revolutionairen, reactionairen en rebellen van de twintigste eeuw’. Gert Oostindie, Marjon van Royen en Wim Berkelaar bespreken het leven van de bekendste revolutionair aller tijden: Ernesto “Che” Guevara. (zondag 3 augustus 2014, tussen 10 en 11 uur)

che-guevara-muur-habanaHij was niet de belangrijkste, maar werd wel de bekendste revolutionair aller tijden. Hij werd El Commandante genoemd, droeg snor, baard en lange wapperende haren en werd het modelvoorbeeld van een mens in verzet, terwijl hij eigenlijk alleen maar gewoon een junglesoldaat was. Ernesto Guevara, beter bekend als Che. Tot op heden wordt zijn beeltenis op t-shirts gedragen, als teken van onbestemd verzet. Hij is icoon geworden, archetype, zijn werkelijke bestaan ver voorbij. ‘Che’ werd geboren als Argentijnse bourgeoisjongen en werd vermoord in gevangenschap in 1967. Een gesprek over het revolutionaire supericoon Che Guevara met historicus en professor in Caraibische Geschiedenis te Leiden, Gert Oostindie, Zuid-Amerika-correspondente Marjon van Royen, en met vaste historicus Wim Berkelaar.

Bron
* OVT – redactie