Succesvolle coöperatie moet sluiten

De alarmbel in de niet-statelijke sector ging vorige week opnieuw af toen het onafhankelijke magazine El Toque de sluiting door de Cubaanse overheid bekend maakte van de coöperatie Scenius, gespecialiseerd in economische, boekhoudkundige en belastingadviezen. Opmerkelijk is dat alle klanten van Scenius staatsbedrijven zijn zoals het Ministerie van Landbouw, het Ministerie van Communicatie en het Centrum voor Neurochirurgie. Het motto van de coöperatie Scenius luidt: ‘Elke kampioen heeft een coach.’

scenius-alfonso-larrea

Directeur Alfonso Larrea van Scenius

Alfonso Larrea Barroso, jurist en commercieel directeur van de coöperatie, zegt in een reactie aan de webkrant 14ymedio dat de coöperatie beschuldigd wordt de regels op Sociaal Eigendom te hebben geschonden, ‘maar wij zijn het daar niet mee eens en gaan in beroep’. Het bedrijf heeft 30 dagen de tijd zichzelf op te heffen en de banden met bedrijven – waaronder veel staatsbedrijven – te verbreken. Twee jaar geleden sprak de officiële krant Juventud Rebelde (7 mei 2015) waar Larrea aan het woord kwam, nog over Scenius als ‘de infanterie van het coöperatiewezen.’ Het was toen de eerste coöperatie op het gebied van economische, boekhoudkundige en belastingadviezen. Larrea was toen nog optimistisch en geloofde dat er in 2016 12.000 coöperaties (de landbouwcoöperaties niet inbegrepen) met gemiddeld 10 deelnemers per coöperatie en in totaal 120.000 deelnemende werknemers, in Cuba zouden functioneren. ’Uitgaande van een traditioneel gezin zouden 480.000 personen direct bij deze vorm van bedrijfsvoering betrokken kunnen worden,’ aldus Larrea. Half 2017 telde Cuba slechts 431 van deze cooperativas no agropecuarias CNA’s.

Politieke strijd
Larrea heeft een advocaat in de arm genomen die tegen de beslissing in beroep gaat bij de Minister van Financiën en Prijzen. Hij wijst erop dat niet alleen dit project bedreigd wordt, maar dat de sluiting ook het verlies van werk van 320 mensen betreft. Larrea is vastbesloten het debat aan te gaan. ‘Wij zullen onze coöperatie via de administratieve en politieke kanalen verdedigen,’ zegt hij.

cooperatieautowasserij

Coöperatieve garage

Stagnatie particuliere sector
Tijdens de laatste zitting van het parlement waren de CNA’s voorwerp van kritiek in de slottoespraak van Raúl Castro. Die merkte op dat besloten was met enkele coöperaties te beginnen, ‘maar onmiddellijk waren dat er al tientallen.’ Volgens Castro was er sprake van ’een grote mate van oppervlakkigheid en een overvloed aan enthousiasme.’  Hoewel hij ook vaststelde dat de ontwikkeling van het systeem van eigen bazen of cuentapropistas en de experimenten met CNA’s niet zullen worden gestaakt. Vorige week maakte de autoriteiten bekend dat de uitgave van vergunningen voor werk als eigen baas tijdelijk zal worden gestaakt, een beslissing die in de particuliere sector tot veel onrust heeft geleid. De autoriteiten lieten gisteren weten dat deze pauze niet heel lang zal duren.

Bron
* 14ymedio, 5 augustus 2017

Linken
* Website Scenius
* Voice of America, 5 augustus 2017: Cuba to Shut Down Fast-growing Accounting Cooperative
Reactie Scenius (Spaanstalig)  aan de Minister van Defensie op de website Cubadebate, 8 augustus 2017.

Help! De coöperaties worden succesvol

Cubaanse parlementariërs hebben in de afgelopen maanden in het hele land diverse coöperaties (behalve die in de landbouw) geïnspecteerd. Bij terugkeer in het parlement lieten zij de volksvertegenwoordigers weten dat coöperaties ‘sterk hebben bijgedragen aan de economische en sociale sectoren die van groot belang zijn: zij droegen bij aan de verbetering van de kwaliteit van leven van de leden van de coöperaties en slaagden er in tegemoet te komen aan de wensen van hun klanten, vooral in de bouwsector’.

cooperatie5

Coöperatief naai-atelier

Curieus is de opmerking van dezelfde afgevaardigden dat deze coöperaties ook ‘bijdragen aan de vermindering van het menselijk kapitaal in de staatsbedrijven, omdat er sprake is van een exodus van getraind personeel dat naar de coöperaties overloopt’. Deze opmerking van volksvertegenwoordigers zal in het nadeel van de coöperaties uitwerken. Hun grootste zonde is blijkbaar dat ze een aantrekkelijke werkplek vormen voor werknemers en tegemoet komen aan de wensen van de klant.

Initiatieven
Maar er worden meer opmerkingen gemaakt door de geachte afgevaardigden: ‘Een belangrijk deel van de coöperaties bereidt hun werkzaamheden uit en maakt deals buiten de plaats van vestiging, waardoor de publieke controle door de competente administratieve inspecties wordt beperkt.’ Dat wil zeggen dat leden van deze coöperaties hun thuishavens verlaten en het initiatief nemen om elders oplossingen te zoeken voor economische en sociale problemen en dat veroorzaakt weer problemen met de controle door de bureaucratie, waar ambtenaren hun kantoren met airconditioning moeten verlaten om dit te onderzoeken. Het is een hard leven voor een Cubaanse bureaucraat!

Paresh Nath, The Khaleej Times, UAE- Raul Niet te snel

Raúl Castro: Niet zo snel. Dit is een nieuwe weg.’ Cartoon van Paresh Nath

Schildpad
Met dit soort waarschuwingen door wetgevers, zal de legalisatie van coöperaties zich voortbewegen met de snelheid van een aangelijnde schildpad. Ik vrees dat zij alles in het werk zullen stellen om deze staatsbedrijven overeind te houden, zelfs op kunstmatige wijze en ook als dit ten koste gaat van een lagere productiviteit en minder efficiëntie.

Bron
* Fernando Ravsberg op de website Cartas desde Cuba, 13 juli 2017 met ruim 70 reacties.

Keus tussen particulier of de staat is schijnkeuze

Eileen Sosin Martínez publiceerde een artikel op de website Cartas desde Cuba over de rol van de particuliere onderneming en die van de staat bij de hervormingen in Cuba. Het artikel staat enigszins model voor de wijze waarop veranderingsgezinde economen en politicologen in Cuba zelf deze discussie voeren; voorzichtige kritiek op de economische tekortkomingen van de hervormingen en bijna altijd zonder enige politieke kritiek op het handelen van de werkelijke machthebbers in Cuba. Veel van deze teksten blijven nogal eens steken in abstracties en vaagheden. De website Cartas desde Cuba van de voormalige BBC-medewerker Fernando Ravsberg is vaak een trefpunt van deze groep. Wij laten hier het artikel van Eileen Sosin Martínez volgen. Martínez maakt een aanzet tot een kritische analyse en komt uiteindelijk terecht bij een door Raúl Castro vaak gehanteerde slogan: ‘Zonder haast maar zonder pauze’.

bodega-foto-miram-leiva

Staatswinkel

De groep vrienden liep op de hoek van 23 en  Avenida de los Presidentes. Alain staarde naar de zeer verpauperde staat van wat eens Café G. was, het toneel van zoveel goede herinneringen aan zijn tijd, nog maar nauwelijks enkele jaren geleden, op de universiteit. ‘Weet je wel….. als een particulier dit overneemt….. wordt het meteen beter’. Die zin heb ik regelmatig gehoord, de zin die onberispelijk het vroegere en latere samenvatte. Op veel plaatsen in de stad zijn voormalige gebouwen van de staat uit hun verval  – qua bouw of economisch- herrezen tot prachtige particuliere ondernemingen. En is dat slecht? Nee, natuurlijk niet. Kwalijk of liever gezegd zorgwekkend is de conclusie van Alain volgens welke het particuliere functioneert, dat is efficiënt, zelfs mooi – en dat van de staat niet. Dat is een vermeende tweedeling die voor niemand heilzaam is.

Vormen van eigendom
Professor en onderzoeker Ricardo Torres verklaart dat de socio-economische structuur van de overgang naar het socialisme heterogeen is, gezien het naast elkaar bestaan van verschillende vormen van bezit. ‘Men veronderstelt dat in dit proces de voorwaarden  worden geschapen voor de vorming van de meest sociale of collectieve typologieën als de dominante bezitsvormen.’ In de Cubaanse context zouden die socialere vormen de coöperaties en het staatsbedrijf zijn. En dan is het moeilijk te begrijpen waarom er enkel een vergunning van het gemeentebestuur nodig is om een particulier bedrijf te beginnen, terwijl een niet-landbouwcoöperatie door een minister of de Ministerraad moet worden goedgekeurd.

cooperatie4

Kapperszaak op coöperatieve grondslag

Staatsbedrijf is passief
Aan de andere kant reageert het staatsbedrijf nauwelijks op maatregelen die tot doel hebben het staatsbedrijf flexibeler en productiever te maken. Afgelopen jaar werd aangekondigd dat er in 2017 een nieuwe Wet op de  Ondernemingen komt zonder dat we verder maar iets hebben vernomen hoe dat proces zal verlopen. In beide gevallen worden termen als ‘geleidelijkheid’ en ‘experimenteel’ – die positief zouden kunnen zijn – een moeras waarin men weinig of niet vooruitkomt. ‘Wat er nu gebeurt, volgens mij,  is dat de meest dynamische sector niet die van de staat is,  wanneer we  oordelen in termen van groei, het scheppen van werk en de mate van innovatie in de economische processen’, vat professor Juan Triana samen.

Twee snelheden
Enkele experts hebben becommentarieerd dat de huidige transformaties in twee snelheden verlopen: een trage, die op hoog niveau plaatsvindt, en juridische en structurele wijzigingen impliceert; en een snelle,  die je op straat ziet waar kleine bedrijfjes ontstaan, gepaard gaande met verhoging van de prijzen en een grotere differentiatie in personen en groepen. Ongeveer 1/3 van de werkzame bevolking werkt niet in staatsbaantjes. ‘Hun belangen en de toekomstvisie die zij koesteren zijn totaal anders’, zegt Triana. ‘Dit verandert absoluut het sociale en politieke evenwicht in Cuba.’ Een studie**  onder zzp’ers in Havana toont duidelijk aan dat het voor hen belangrijk is tot deze groep te behoren, omdat hun behoeften bevredigd worden en zij een grotere kans hebben op een betere kwaliteit van leven en om economisch rond kunnen komen. Zowel van henzelf als hun families. Iedereen was van mening dat in de toekomst de voorwaarden  voor meer welvaart beter zullen worden dan nu, behalve voor de arbeiders die van  de staatssector afhankelijk blijven. ‘Ze  zouden veel dingen moeten veranderen (…)  Er wordt momenteel niets stabiels en met toekomstvisie gedaan (…) De staat is een zeer slechte administrateur en er kan van alles gebeuren (…) Ik vind mezelf op de top van mijn kunnen, gegeven de situatie van het land en het economisch falen; ik denk niet dat de leiding gaat veranderen’,  luidden enkele bij elkaar geharkte meningen.

economie-zinkend-schip

Raúl Castro: ‘Als we de economie niet regelen, zullen we zinken.’

Nationaal debat
Ondanks alle problemen waar het particulier ondernemen tegen aanloopt, heeft het de ongewone verdienste resultaten te tonen. Misschien daarom beschouwen velen het als het speerpunt van de veranderingen. Socialisme impliceert noodzakelijkerwijze de socialisering van rijkdom en macht. Echter in de Cubaanse hervormingen hebben de meest collectieve modaliteiten (bedoeld worden de staatsbedrijven, redactie) minder ruimte hun potentie te laten zien. ‘Het is een beeld waarbij de publieke ondernemingen dominant en in hoge mate inefficiënt zijn, rijkdom niet wordt gesocialiseerd en de mens niet wordt bevrijd van  de vervreemding, veel eerder het tegenovergestelde. Welke waarde heeft een onderneming die publiek is en verlies op verlies registreert of onder zijn potentieel zakt, geen goed betaalde banen schept, het milieu vervuilt en goederen en diensten van slechte kwaliteit biedt? Deze vragen zouden deel moeten uitmaken van een serieus sociaal debat,’ benadrukt Torres.

Rol werknemers
De ex-minister van Economie José Luis Rodríguez legt de nadruk op de rol van van de arbeiders. ‘Voor mij is dit het thema waar alles om draait. Het is niet eenvoudig, het is niet een-twee-drie op te lossen…. Maar als de mensen zich niet gesterkt voelen door direct  aan de beslissingen deel te kunnen nemen komen we geen steek verder, want zij voelen zich geen deel van het proces, laat staan verantwoordelijk voor de kosten van de herzieningen.’ Veranderingen worden door mensen gemaakt. Dat wil zeggen, het gaat niet alleen om de optimalisatie van processen, rationaliteit, investeringen, statistieken … we moeten ook rekening houden met meningen, kennis, gemoedstoestanden, gevoelens, levensprojecten……

portada_libro_proyectos_de_lineamientos1Richtlijnen
Het in werking stellen van de Llineamientos of Richtlijnen draagt niet alleen bij aan de ‘actualisering’ van het economisch model, maar ook van de sociale betrekkingen, merkt de psychologe Daybel Pañellas op. De economen zelf beweren dat het debat het louter economische overstijgt. Als de staat en de private sector worden gezien als het goede en het slechte – of omgekeerd- , als het ondoeltreffende monster en het summum van de ontwikkeling; als de versterking van het een oproept dat het andere zich buiten de wet stelt, als ze tegengestelde polen lijken, en niet complementair en onderling verbonden…. Als die voorstellingen hegemonistisch worden zullen we een vitaal doel verliezen. En men weet dat het, voordat je alternatieve routes neemt, beter is op het ingeslagen pad voort te gaan. Maar je moet doorgaan. Raúl zelf heeft het gezegd: zonder haast, maar zonder pauze. Ofwel, zonder te stoppen.

Bron
* Eileen Sosin Martínez op de website Cartas desde Cuba, 21 december 2016

Noten
* De website Progreso Semana / Progreso Weekly uit Miami die in het artikel wordt genoemd is een uitgesproken pro-Castro site. 
** “Reconfiguración de relaciones sociales: pistas desde cuentapropistas capitalinos”, Daybel Pañellas Álvarez. En: Miradas a la economía cubana, Análisis del sector no estatal, Editorial Caminos, La Habana, 2015 / Herconfiguratie van sociale betrekkingen: sporen vanaf  hoofdstedelijke zzp’ers’, Daybel Pañellas Álvarez. In: Gezichtspunten op de Cubaanse economie, Analyse van de niet-statelijke sector, Uitgeverij Caminos, Havana, 2015

Als Vietnam vooruit gaat, waarom Cuba dan niet?

De economische hervormingen die Raúl Castro in 2008 aankondigde, voltrekken zich schoksgewijs en traag. In Havana vond twee weken geleden een grote economische beurs plaats om buitenlandse investeerders (ook Amerikaanse kapitalisten) te verleiden, maar een week later wordt het land gemobiliseerd vanwege militaire oefeningen en trainingen voor revolutionaire milities. Een richtingbepalende keus voor modernisering en economische welvaart in de Cubaanse samenleving is blijkbaar na acht jaar nog niet genomen. De welvaart blijft dan ook voor de meeste Cubanen uit. Journalist Fernando Ravsberg van de website Cartas desde Cuba vroeg zich af waarom Vietnam vooruit gaat maar Cuba niet? Hij komt tot de harde conclusie dat ‘het enige dat in Cuba groeit de eindeloze debatten zijn over de ideologische gevaren van de modernisering.’ Hier volgt een uitvoerige samenvatting.

vietnam-fidel-castro-tran-dai-quang-15112016

Vorige week ontving Fidel Castro de Vietnamese premier Tran-Dai-Quang en zijn vrouw

Dankzij het recente bezoek van de Vietnamese president Tran Dai Quang aan Cuba, aldus Ravsberg, weten de Cubanen nu ook meer over de sociaal-economische prestaties van dit land, maar weinig werd er in de media gezegd over de wijze waarop die tot stand kwamen. Ravsberg somt de vooruitgang op. De exporten stegen met 17% per jaar. Men verkoopt telefoons, computers, textiel, visproducten, rijst en koffie en sinds de hervormingen werden ingezet, is het Bruto Nationaal Product gegroeid met 7% per jaar. Ook het leven van de bevolking is verbeterd; de armoede is teruggebracht tot 12% van de bevolking en 24 miljoen Vietnamezen werden uit de armoede gehaald. Het werkloosheidscijfer is laag en het gemiddelde maandinkomen dat rond de 15 tot 20 dollar bedroeg (gelijk aan dat in Cuba vandaag) varieert tussen de $200 en $300. Negentig procent van de bevolking kan lezen en schrijven en de levensverwachting is 72 jaar. Ravsberg erkent de culturele en geografische verschillen tussen Cuba en Vietnam, maar hij raadt iedereen aan in de spiegel van Vietnam te kijken, een land dat ‘georganiseerd is op basis van een socialistisch model en geleid wordt door één politieke partij.’

vietnam-fabriek

Fabriek in Vietnam

Snelheid
Volgens Ravsberg kunnen de verschillen veroorzaakt zijn door de snelheid van het proces. Vietnam sprong, met de presentatie van het Doi Moi-model in het diepe terwijl het modernisatieproces in Cuba ’langzaam verloopt en met de snelheid van iemand aan het strand,  die bang is te verdrinken.’ (…) ‘De boodschap van Vietnam is dat er zonder mentaliteitsverandering, geen vooruitgang zal zijn.’ Hij citeert ook de partijkrant Granma die het succes van Vietnam omschrijft als ‘een wonder’, maar dat is, aldus Ravsberg, een benadering, bedoeld om niet verder te hoeven uitleggen waarom het resultaat zo indrukwekkend is. Duizenden buitenlandse investeerders en de nationale particuliere ondernemingen die prioriteit krijgen boven de staatsondernemingen en allen beschikken ze over autonomie. Cuba heeft weliswaar geconstateerd dat buitenlandse investeringen ‘essentieel zijn’ voor de ontwikkeling, maar die ontwikkeling ‘verloopt met de snelheid van een schildpad’. Ravsberg wijst op de Speciale Zone van Mariel waar in 2 jaar 19 ondernemingen toestemming kregen zich te vestigen en honderden nog wachten op een antwoord. Vietnam accepteerde in 20 jaar 2.700 buitenlandse investeringsprojecten ‘dat zijn er 270 per jaar, met een snelheid 28 keer groter dan in Marielzone.’ Zijn conclusie luidt dat het niet gaat om wonderen, maar om effectieve besluitvormers en hen die economische beleid met resultaten, invoeren.

vietnam-oogst

Oogst in Vietnam

Coöperaties
De Cubaanse regering kondigde de oprichting van coöperaties aan en vervolgens remde zij deze ontwikkeling weer af. Begin van dit jaar zei Raúl Castro dat midden- en kleinbedrijven op juridische erkenning konden rekenen en nu is het december en is er nog geen enkele onderneming gelegaliseerd. Hij erkende op het afgelopen partijcongres dat legalisering van particuliere ondernemingen tot controverses leidde. Het probleem is echter dat zonder legalisering van particuliere ondernemingen – Noord-Korea natuurlijk uitgesloten – geen enkele socialistische model overleefde.

Staatsbedrijven
Ravsberg wijst erop dat de Cubaanse staatsbedrijven elke flexibiliteit ontberen en dat hun handen zijn gebonden door de centralistische besluitvorming en intensieve controle van de financiën. Ze zijn ‘in de ogen van de Cubaanse bevolking het symbool van de inefficiëntie en veel Cubanen zien daarom in privatisering de enige oplossing.’ De webredacteur van Cartas desde Cuba wijst ook op de nooit eindigende discussies, vaak gevoerd door mensen die angst hebben voor de verandering. De commissie die de theoretische basis van de arbeidshervorming uitwerkte, kwam met 614 punten en vervolgens werd gevraagd 600 veranderingen door te voeren. Ravsberg: ‘En terwijl de besluitvormers zich verliezen in theoretische debatten, dreigt het land zijn grootste rijkdom te verliezen, namelijk de tienduizenden goed opgeleide jonge professionals die het land verlaten omdat de overheid hen ontoereikende salarissen betaalt en hen verbiedt eigen projecten na te jagen.’ Hij noemt de briljante mathematicus en computerdeskundige die hij kende en die tools ontwikkelde om websites te verbeteren. Hij wilde niet emigreren, maar wilde producten voor klanten buiten Cuba maken, maar dat verbood de overheid. Nu woont hij in een ander land, waar hij zijn talenten ontwikkelt en zijn geld verdient.

vietnamfidelengiapseptember1973

De Vietnamese generaal en oorlogsheld Von Giap decoreert Fidel Castro tijdens zijn bezoek in september 1983 aan Noord-Vietnam. Ravsberg constateert dat de schade die de VS in Vietnam aanrichtten veel groter is dan de schade die Cuba leed door de Amerikaanse blokkade

Ideologische gevaren
Als de Cubaanse regering socialistisch wil zijn, zijn er maar twee modellen, dat van Vietnam en China of dat van Noord-Korea. Zelfs Fidel Castro heeft toegegeven dat het laatste model niet functioneert. Vietnam heeft nu een nieuw project gelanceerd en wil zichzelf veranderen in ‘een geïndustrialiseerd land, uitgerust voor de weg naar moderniteit’. Ravsberg: ‘Ondertussen is het enige in Cuba dat groeit het nooit eindigende debat over ‘ideologische gevaren’, verbonden aan een particuliere schoenfabriek, groothandelsondernemingen, particuliere arbeid voor vrije beroepen, coöperaties, economische decentralisatie of monetaire eenwording. Cuba adviseerde de Vietnamezen om koffie te verbouwen en tilapiavis te kweken. Op dit moment exporteren de Vietnamezen beide producten en is Cuba genoodzaakt koffie in te kopen en kippen  te importeren want tilapiavis is er niet. Ravsberg: ‘Is het zo moeilijk om een weg voorwaarts te bewandelen?’

Bron
* If Vietnam Advanced Why Can’t Cuba? Fernando Ravsberg op de websites Cartas desde Cuba en Havana Times, 17 november 2016

Cuba verbiedt kleine ondernemers koffie-export naar VS

De Vereniging voor Kleine Boeren (ANAP), een zogeheten massaorganisatie van het Cubaanse regime, verwerpt de plannen van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken om Cubaanse boeren de kans te geven koffie in de VS in te voeren

koffie-caficultor-selecciona-cafe-maduro

De pluk en selectie van de koffie

De ANAP (Asociación Nacional de Agricultores Pequeños) verzet zich in een verklaring van 5 mei tegen versoepeling van de importregels door de Amerikanen. Die versoepeling biedt de mogelijkheid koffie van ‘onafhankelijke ondernemers’ in Cuba in de VS in te voeren. De versoepeling geldt ook voor Cubaans textiel. John Kavulich, voorzitter van de Kamer van Koophandel VS-Cuba, waardeert de pogingen van Washington de particuliere sector te steunen, maar benadrukt dat ‘het effect beperkt zal zijn’. De ANAP lijkt de nieuwe commerciële mogelijkheden niet te willen onderzoeken. De organisatie opgericht in mei 1961, omschrijft zichzelf als ‘sociaal’ en zegt ‘de belangen van de Cubaanse boeren te vertegenwoordigen’. De organisatie merkt op dat de maatregelen bedoeld zijn ‘om invloed te krijgen op de Cubaanse boeren en hen los te maken van de Staat.’ De ANAP (200.000 leden) zegt dat dit ‘niet zal worden getolereerd, want dat zou leiden tot de vernietiging van een revolutionair proces dat participatieve democratie, vrijheid, soevereiniteit en onafhankelijkheid heeft gebracht’. Uit de verklaring blijkt niet of de boeren betrokken bij de koffieteelt ook geraadpleegd zijn over de inhoud van de standpuntbepaling van de ANAP.
logo-anapExport taboe
ANAP gebruikt als argument o.a. dat ‘niemand denken moet dat een kleine boer naar de VS kan exporteren’. (…) ‘Dat wordt pas mogelijk wanneer Cubaanse bedrijven kunnen deelnemen aan de buitenlandse handel en financiële transacties in dollars mogelijk worden. Dat is tot nu toe nog geen werkelijkheid’. De ANAP, vergelijkbaar met de staatsvakbeweging CTC of de vrouwenorganisatie FMC, presenteert zich veelvuldig als deel van de civil society in Cuba, maar in deze verklaring spreekt ze over Cubaanse boeren die ‘lid zijn van de socialistische civil society’, onderdeel van de Staat en die ‘niet tegenover de Staat staan.’ De tekst herhaalt de zinsnede die de laatste maanden in diverse toonaarden door vertegenwoordigers van het officiële Cuba wordt gebruikt, namelijk: ‘Wij worden geconfronteerd met de imperialistische politiek die erop is gericht de verdeeldheid te bevorderen evenals de desintegratie van de Cubaanse samenleving.’

Kcho
In 2014 werd in Cuba 6.105 ton koffie geproduceerd; de vraag naar koffie in Cuba is jaarlijks 24.000 ton. Het zijn productiecijfers die ver achterblijven bij die uit de jaren zestig toen meer dan 62.000 ton koffie werd geproduceerd.
Een bezoeker van de website 14ymedio reageert als volgt: ‘Waarom mogen Kcho (een met Fidel Castro bevriende kunstenaar, redactie), komieken en juwelenmakers wel hun producten in de VS verkopen en waarom mogen Cubaanse boeren dat niet?’ En een andere reactie wijst erop dat er in Guatemala ‘socialistische coöperaties’ zijn die hun producten aan de VS verkopen zonder dat de staat zich ermee bemoeit.

Bron
* Zunilda Mata van de website 14ymedio, 5 mei 2016

Link
* De Spaanstalige verklaring van ANAP, 5 mei 2016

Veel vragen bij vage Cubaanse hervormingen (1)

Het particulier ondernemerschap in Cuba heeft op dit moment veel gezichten. Er zijn straatverkopers die populaire shirts verkopen die een week eerder nog in de opruiming in Miami lagen, je kunt chauffeur worden van een bicitaxi of een exclusief particulier restaurant runnen waar de fooien al zijn opgenomen in de prijs. Maar er is ook een grijze zone ontstaan waarbij ondernemers opereren aan de rand van de legaliteit.

De traditionele 'eigen-baas' in Cuba verkoopt pinda's op straat

De traditionele ‘eigen-baas’ in Cuba verkoopt pinda’s op straat

De Cubaanse regering kondigde eerder aan 500.000 werknemers van staatsbedrijven voor 20 april 2011 te ontslaan en nog eens 800.000 in het begin van 2012. Deze doelstellingen zijn nu afgezwakt. En zo ontstond er een grote grijze zone in de wereld van de zogeheten cuentapropistas, waarbij de werknemer-voor-eigen-rekening aan de grens van de legaliteit opereert, sleutelelementen ontbreken die de groei van succesvolle kleine bedrijven mogelijk maken en zijn er tientallen vragen hoe dit programma in een communistisch land verder zal gaan. Ook is er onduidelijkheid over de vraag of het koketteren van Cuba met privé-ondernemingen de weg is naar werkelijk particulier ondernemerschap of dat het een manier is om een informele sector af te dwingen waarbij de nieuwe bazen zich laten leiden door allerlei regeltjes om te overleven. Eind mei waren bijna 430.000 Cubanen op een arbeidspotentieel van 5 miljoen ‘eigen baas’, volgens het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid. Maar zij waren lang niet allemaal afkomstig van staatsbedrijven waar arbeiders zijn afgedankt. Ongeveer 14% waren gepensioneerden dat betekent dat zij werk in een staatsbedrijf niet inruilden voor werken als eigen baas. Deskundigen zeggen dat een groot deel van de nieuwe bazen waarschijnlijk eerder op de zwarte markt opereerden waar ze gewend waren om buiten de grenzen van de staatscontrole te werken en dat het arbeiders zijn die hun baan in de staatssector behielden om zo wat bij te verdienen. 

Een martk in Havana met enkele particuliere martkverkopers

Een markt in Havana met enkel particuliere marktverkopers

Illegaal circuit
‘Tot nu toe is er eerder sprake van een illegale economie  dan van de vorming van een kleine ondernemersklasse,’zegt Ted Henken, docent aan het Baruch College en voorzitter van de Asociación para el Estudio de la Economía Cubana (ASCE). Eigen-baas-worden is toegestaan in 181 beroepen en een 18% van deze cuentapropistas zijn werknemers van andere eigen bazen. Daarnaast zijn er particuliere bedrijven opgezet in de vorm van een groot aantal coöperaties (niet uit de landbouw), vaak voormalige staatsbedrijven en particuliere boeren werken nu op gronden die ooit braak lagen. De ontluikende particuliere sector is vooral een diensteneconomie. De populairste activiteiten is het verkopen en klaarmaken van voedsel, transport van vrachten en personen, verhuur van woningen en het verkopen van landbouwgewassen op straat, aldus informatie vanuit het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid.

Omkoping
Karina Gálvez, een econome uit Pinar del Río, is het ermee eens dat de recente veranderingen niet noodzakelijkerwijs de veranderingen zijn, die de regering wenste, maar wijst er ook op dat de economische situatie en de druk vanuit de civil society in Cuba deze dwong tot hervormingen. Zij sprak op een recente bijeenkomst van de ASCE in Miami en beklemtoonde dat veel van de nieuwe kleine ondernemers niet in staat zijn de wet te respecteren om te kunnen overleven omdat de belastingen zo hoog zijn en veel werkzaamheden nog verboden zijn zoals het beroep van advocaat, boekhouder, architect en andere professionals. Enkele nieuwe ondernemers hebben inspecteurs omgekocht om hoge boetes te voorkomen, aldus Gálvez, die een van de oprichters is van Convivencia, een kritisch digitaal tijdschrift.

Cubaanse landbouwcoöperaties zijn onvrij en ondoelmatig

De Cubaanse publicist en dissident Dimas Castellanos constateert in een publicatie op de website Diario de Cuba dat ‘nu de coöperatiebeweging opgezet door de staat, is mislukt, het noodzakelijk is om het recht van boeren op te eisen om zich vrij te kunnen verenigen.’ Hij stelt vast dat de boerenorganisatie ANAP enkel een uitvoerder is van het beleid van de Cubaanse overheid en teruggrijpt op falende recepten uit het revolutionaire Cuba.

Fidel Castro tekende op 17 mei 1959 de Landhervormingswet

Fidel Castro tekende op 17 mei 1959 de Landhervormingswet

In een reportage in de partijkrant Granma (25 januari 2013) deelt de boerenorganisatie Asociación Nacional de Agricultores Pequeños (ANAP) mee dat 632 voorzitters van landbouwcoöperaties zijn vervangen of ontslagen. De voorzitter van de ANAP, Félix González Viego, zei tijdens de  8ste Nationale Bestuursraad dat ‘een coöperatie niet goed kan functioneren als de leiders zelf daar niet toe in staat zijn.’ Dit bericht is een bewijs van wat men in Cuba bedoelt met de term coöperatie, namelijk bedrijven gesticht, gecontroleerd en geleid door de staat. Bij de uitspraak van González moet nog worden toegevoegd dat een coöperatie zeker niet goed kan functioneren als de basisprincipes, zoals gedefinieerd door de Internationale Alliantie van Coöperaties (ACI) worden genegeerd: de coöperatie komt tot stand als gevolg van een  ‘autonome beslissing van personen die zich op vrijwillige basis verenigen om tegemoet te komen aan hun economische, sociale en culturele behoeften middels een gemeenschapsbedrijf met een democratische structuur, waar iedere deelnemer stemrecht heeft, de besluiten bij meerderheid worden genomen en men vertrouwen heeft in een gekozen leiding en een eerlijke en proportionele verdeling van de inkomsten/opbrengsten.’

Niceto Perez Garcia werd in 1946 vermoord

Niceto Perez Garcia werd in 1946 vermoord bij de strijd om grond

1959: afbraak coöperatiebeweging
Het ontbreken van deze principes in de Cubaanse coöperatiebeweging in de landbouw is veroorzaakt sinds in 1959 met de komst van de revolutie een einde werd gemaakt aan de organisaties van Cubaanse boeren. Die was in Cuba al begonnen aan het einde van de 19e eeuw met in 1890 bijvoorbeeld de oprichting van de Asociación de Colonos in de streken van Manzanillo en Bayamo; in 1913 de Asociación de Agricultores de la Isla de Cuba; in 1937, de viering van het Eerste Nationale  Boerencongres en die van de comités, federaties en boerenverbanden in heel het land. In 1941 werd het Tweede Nationale Boerencongres gehouden en de Asociación Nacional Campesina (ANC) opgericht die strijd voerde tegen landuitzettingen, voor het recht op grond, betere markten, prijzen, kredieten en verlaging van de rentes. Het was een strijd waarbij veel medestrijders het leven verloren zoals Niceto Pérez, die op 17 mei 1946 werd vermoord.

Fidel Castro ontmoet platteelandskinderen in de Siera Maestra

Fidel Castro ontmoet plattelandskinderen in de Siera Maestra

Cooperaties teruggedrongen
In 1960 sprak de leider van Cubaanse revolutie Fidel Castro en hij zei: ‘Het is noodzakelijk dat de kleine landbouwers, of het nu suikerrietarbeiders, tabaksplanters of anderen zijn, gewoon landbouwers worden en daarom organiseren wij een grote Asociación Nacional de Agricultores Pequeños / Nationaal Verband van Kleine Boeren. Met dit voorstel verdwenen enkele bestaande boerenorganisaties en werd de Asociación Nacional Campesina opgericht, die in mei 1961 veranderde in de ANAP. Met de bedoeling het aantal zelfstandige boeren te verminderen, werd er een beleid ontwikkeld waarbij de 200.000 zelfstandige boeren (100.000 van voor 1959 en de 100.000 die eigendomspapieren hadden gehad met de nieuwe Landhervormingswet van 1959) opgenomen in deze staatsorganisatie. Vanuit de boerenbond Asociación Nacional Campesina werden vervolgens de Brigades van Wederzijdse Hulp (Brigadas de Ayuda Mutua) en in 1960 de crediet- en dienstverlening coöperaties Cooperativas de Créditos y Servicios (CCS) gevormd. Daar maakten de boeren deel van uit die hun stuk land en productiemiddelen behielden, maar niet langer juridisch eigenaar waren.
In hetzelfde jaar 1960 werden door een regeringsbesluit de zogeheten Suiker coöperaties / Cooperativas Cañeras opgericht in de gebieden waar voorheen de suikerrietplantages lagen en deze werden omgezet in staatsbedrijven. De cooperatiebeweging werd daarmee nog verder teruggedrongen en er bleven slechts enkele verbanden met particuliere boeren over. Fidel Castro zelf zei dat ‘deze coöperaties geen historische basis hadden, aangezien cooperaties eigenlijk gevormd worden door boeren die eigenaar zijn.’ Daarom besloot hij deze bedrijven om te zetten in staatsbedrijven.

Nationale Raad van de ANAP in januari 2013

Nationale Raad van de ANAP in januari 2013

Inefficiëntie staatsbedrijven
Vanaf het eerste congres van de Cubaanse Communistische Partij (PCC) in 1975 werd de ontwikkeling ingezet van de Cooperativas de Producción Agropecuaria (CPA), gevormd door boeren die hun stuk grond en productiemiddelen ‘vrijwillig’ aansloten. In dat proces nam de ANAP de rol op zich de boeren ervan te overtuigen en hun weerstand tegen deze staatsinmenging te verminderen en aansluiting bij de coöperaties te bevorderen. Achttien jaar later in 1993 toen de inefficiëntie van de grote staatsbedrijven zichtbaar werd en met de bedoeling de productie te bevorderen werden de Basiseenheden voor Coöperatieve Productie / Unidades Básicas de Producción Cooperativas (UBPC) gevormd waar ook de braakliggende stukken die in bruikleen werden afgestaan, aan toe werden gevoegd.

De conclusie luidt dat noch de suikercoöperaties, noch de eenheden die later werden gevormd het resultaat waren van een vereniging van leden op vrijwillige basis, maar het gevolg van externe pressie en besluiten. De productieve en economische activiteiten werden ondergeschikt gemaakt aan de plannen van de Staat om een antwoord te vinden op de vraag naar interne consumptie van de bevolking terwijl de commercialisering van de producten een taak bleef van het staatsbedrijf Empresa Estatal de Acopio. Tegen de achtergrond van de mislukkingen van de coöperaties zonder autonomie werd in augustus 2012 een pakket maatregelen afgekondigd en een nieuw reglement voor de UBPC uitgevaardigd met het doel de afhankelijkheid van deze verbanden tegenover de staatsbedrijven te ‘vernietigen.’ In dat document werd ook bepaald dat de administratoren niet langer benoemd moest worden door de staat, maar gekozen door de leden van de Algemene Vergadering.

suikerrietplantage

suikerrietplantage

Diepgewortelde mentaliteit
Maar ondanks deze maatregel en de uitspraak van de Cubaanse president Raúl Castro van 13 december 2012 tijdens de laatste zitting van de Nationale Assemblee, waarop hij de noodzaak benadrukte ‘te breken met de gigantische sociologische barrière die het resultaat is van een diepgewortelde mentaliteit van gewoonten en concepten uit het verleden.’ Maar de ANAP reageerde op hetzelfde moment met de vervanging van honderden voorzitters van coöperaties en riep op – alsof we nog in 1961 leven! – de drie strategische opdrachten op dit moment uit te voeren namelijk: ‘Werken vanaf het interne functioneren aan de productie van voedsel voor iedereen, de principes van de Revolutie verdedigen en werken aan de politiek-ideologische toerusting van de boeren en hun alliantie met de arbeidersklasse.’ Zo’n stellingname bewijst dat de introductie van nieuwe methoden en de invoering van het recht van boeren zich vrij te organiseren, onmogelijk is via een organisatie als ANAP, die behalve een creatie van de staat ook beantwoordt aan de doelstellingen van de staat, handelt zoals ze alle jaren daarvoor ook al handelde.

Bron
* Dimas Castellanos, Havana op de website Diario de Cuba, 11 februari 2013

Linken
* Partijkrant Granma over de ANAP-bijeenkomst op 25 januari 2013
Partijkrant Granma (14 mei 2010) over de opvattingen van Fidel Castro tegenover de landhervorming