New York Times: Latijns-Amerikaanse leiders moeten oppositie Cuba steunen

In een commentaar op 28 december jl. schrijft de New York Times dat de steun van de internationale gemeenschap beslissend zal zijn bij de versterking van de oppositie in Cuba en kan voorkomen dat de repressie van de zijde van de Cubaanse autoriteiten zal groeien na de recente aankondiging van president Barack Obama over de normalisering van de relatie tussen de VS en Cuba. Citaat: ‘Als Cubaanse dissidenten en leiders van de civil society zullen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de komende top in Panama, zoals Washington heeft bepleit, kan president Rousseff van Brazilië de toekomstige leiders van een democratisch Cuba toespreken,’ aldus de optimistische eindconclusie van de New York Times die met dit commentaar een tiende editorial binnen 3 maanden aan Cuba wijdde. Veel commentaren, o.a. over de opheffing van het embargo, de lof voor Cuba voor de strijd tegen ebola en de noodzaak de Cuban Five uit te wisselen tegen Alan Gross, kregen veel aandacht van de staatsmedia in Cuba; dit commentaar werd genegeerd.

Vlak bij de woning van de familie Payá was op de muur te lezen dat 'dissidentie verraad' was

Vlakbij de woning van de familie Payá was op de muur te lezen dat ‘dissidentie verraad’ was

Het commentaar van de New York Times begint met een uitvoerige verwijzing naar de omstandigheden waaronder de Cubaanse dissident Oswaldo Payá moest werken en leven. ‘In een staat van beleg, is dissidentie verraad’ stond er in graffiti geschreven op een woning vlak bij het huis van Payá. (zie foto hiernaast) Tientallen jaren lang heeft de autoritaire regering van Cuba vertrouwd op dat handige argument om alomtegenwoordige controle uit te oefenen op burgers en om oppositiegroepen ervan te weerhouden voldoende steun te krijgen en een bedreiging voor de staat te vormen. De boodschap was overduidelijk; zolang de VS probeerden de leiders van het land ten val te brengen en zich mengden in binnenlandse aangelegenheden was het een zaak van nationale soevereiniteit de rijen te sluiten.’

In maart 2005 werd voor de Cubaanse ambassade in Den Haag gedemonstreerd voor de vrijlating van de Groep van 75. Van links naar rechts: Bert Koenders, Boris Dittrich en Jeanette Ferrier

In maart 2005 werd voor de Cubaanse ambassade in Den Haag gedemonstreerd voor de vrijlating van de Groep van 75. Van links naar rechts: de kamerleden Bert Koenders, Boris Dittrich en Kathleen Ferrier

Waterscheiding 17 december NYT: ‘Het tijdperk dat op 17 december begon toen president Obama en president Raúl Castro het einde aankondigden van 50 jaar vijandschap tussen beide regeringen is een waterscheiding voor de veelvormige en moedige oppositie in Cuba. In 1998, aan het einde van tien jaar honger en armoede, ontstaan door de ineenstorting van de Sovjet Unie, jarenlange Cuba’s rijke oom, had Payá al een dappere poging ondernomen. Hij vertrouwde op een Cubaanse wet die groepen van 10.000 Cubanen of meer de mogelijkheid bood om nieuwe wetten voor te dragen. Meer dan 25.000 handtekeningen verzamelde hij van Cubanen die democratische hervormingen wensten, inclusief vrije verkiezingen, vrijheid van vereniging, persvrijheid en een minder centraal georganiseerde economie. In 2002 reageerde de Nationale Assemblee op het initiatief van Payá, ook bekend als het Varelaproject en voegde eigenhandig een amendement aan de Cubaanse grondwet toe waarbij het socialistische, éénpartijsysteem van Cuba ‘onherroepelijk’ werd verklaard. Het jaar daarop in maart 2003 werden een groep van 75 journalisten en dissidenten tijdens de zogeheten Zwarte Lente opgepakt en veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. Dit hardhandig optreden waar vooral veel leiders van de beweging van Payá slachtoffer van werden, kreeg nauwelijks wereldwijd aandacht.‘ (…) ‘In 2010 ging de Cubaanse regering akkoord met een bemiddelingspoging van de katholieke kerk en werden veel politieke gevangenen van de Groep van 75 vrijgelaten, op voorwaarde dat zij naar Spanje gingen. Payá stierf in 2012 bij een auto-ongeluk dat volgens veel mensenrechtenactivisten was opgezet door de autoriteiten.’

De Damas de Blanco groeiden uit tot het symbool van het moeidg protest tegen de schending van mensenrechten na de Zwarte Lente van 2013. Deze foto is op 28 december in Havana genomen waar de stille mnifestatie niet werd verstoord.

De Damas de Blanco groeiden uit tot het symbool van het moedig protest tegen de schending van mensenrechten na de Zwarte Lente van 2013. Deze foto werd  op 28 december in Havana genomen waar de stille manifestatie niet werd verstoord.

Meer onderdrukking
De nieuwe dynamiek die nu ontstaat kan leiden tot een poging de dissidenten sterker te onderdrukken omdat het regime van Raúl Castro kwetsbaarder wordt vanwege een golf van investeringen, toerisme en de toename van informatiestromen. ‘Tientallen jaren hebben de Latijnsamerikaanse landen het regime van de Castro’s beschermd of minstens getolereerd want meningsverschillen zouden kunnen worden uitgelegd als steun aan de harde politiek van Washington. Nu Obama een einde heeft gemaakt aan dit dilemma hebben de leiders van democratische landen de mogelijkheid de principes te verdedigen waarvoor Cubaanse activisten pleiten’, aldus de krant. Het voorstel van de New York Times houdt in dat met name de leiders van de krachtigste economieën van Latijns Amerika sterke bondgenoten worden van de leiders van de Cubaanse oppositie. Zij zouden dit op de Top van de Amerika’s in april volgend jaar in Panama – waar zowel Raúl Castro als Obama aan deelnemen –  zichtbaar kunnen maken. ‘Hoewel historisch gezien de landen van Latijns Amerika altijd weigerden tussenbeide te komen in de interne aangelegenheden van een buurland, zouden de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto en president Dilma Rousseff van Brazilië, onvermoeibaar moeten spreken over de verdediging van de democratische principes die door een meerderheid van de staten in de Amerika’s worden aangehangen,’ aldus het commentaar.

José Daniel Ferrer

José Daniel Ferrer

Geen dramatische omverwerping
In het artikel komt ook de dissident José Daniel Ferrer, leider van de Unión Patriótica de Cuba (UNPACU) en ex-gevangene van de Groep van 75, aan het woord. Hij weigerde na zijn vrijlating uitgezet te worden naar Spanje. Ferrer sprak met de journalist Ernesto Londoño van de New York Times die vorige maand Havana bezocht. Ferrer zet uiteen dat een plotselinge, dramatische omverwerping van de Castroregering niet zijn optie is hoewel veel Cubaanse ballingen daarvoor zullen kiezen. Het is beter dat Cuba’s oppositiebeweging in sterkte en capaciteit groeit en in staat is aan tafel mee te praten. ‘Wij moeten sterk genoeg worden om het regime te dwingen te onderhandelen,’ zegt Ferrer, die erkent dat het tijd vraagt om genoeg Cubanen te doen geloven dat het kiezen voor de oppositie de risico’s waard is. ‘Niemand wil wedden op het paard dat de race verliest.’

Aan tafel in Panama
Aan het slot concludeert de New York Times: ‘Als Cubaanse dissidenten en leiders van de civil society zullen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de komende top in Panama in april 2015, zoals Washington bepleit, kan president Rouseff van Brazilië de toekomstige leiders van een democratisch Cuba toespreken.’

Link
Het volledige commentaar van de New York Times, 28 december 2014
* Alle commentaren van de New York Times over Cuba sinds 12 oktober 2014, getiteld: Cuba, a new start.

De initiatiefneemster van Ik eis ook /  #YoTambienExijo Tania Brugueera is in één week tijd tweemaal gearresteerd. De eerste maal om te voorkomen dat de Open Microfoon-Act op het Plein van de Revolutie zou doorgaan en een tweede maal toen Tania na haar vrijlating aankondigde op de boulevard Malecón een persconferentie te houden. Woensdagnacht werd zij voor de tweede maal vrijgelaten en kreeg zij te horen dat zij Cuba de eerste twee, drie maanden niet mag verlaten. Ze wordt beschuldigd van ‘verzet’ en ‘verstoring van de openbare orde.’ Een reactie op de website Diario de Cuba luidt: ‘Papa straft zijn slecht opgevoed kind, ze mag twee maanden lang niet uitgaan. Opperste belachelijkheid’

De initiatiefneemster van Ik eis ook / #YoTambienExijo, Tania Bruguera, is in één week tijd tweemaal gearresteerd. De eerste maal om te voorkomen dat de Open Microfoon-Act op het Plein van de Revolutie zou doorgaan en een tweede maal toen Tania na haar vrijlating aankondigde op de boulevard Malecón een persconferentie te houden. Woensdagnacht werd zij voor de tweede maal vrijgelaten en kreeg zij te horen dat zij Cuba de eerste twee, drie maanden niet mag verlaten. Ze wordt beschuldigd van ‘verzet’ en ‘verstoring van de openbare orde.’ Een reactie op de website Diario de Cuba luidt: ‘Papa straft zijn slecht opgevoed kind, ze mag twee maanden lang niet uitgaan. Opperste belachelijkheid’.

* Commentaar New York Times, 30 december 2014
Op 30 december reageerde de New York Times op het onmogelijk maken van een vreedzame open-microfoon-act op het Plein van de Revolutie in Havana waarbij o.a. de initiatiefneemster Anita Bruguera gevangen werd genomen. Zij heeft inmiddels een verbod gekregen om de eerste twee maanden een reis naar het buitenland te maken. NYT: ‘Het smoren van kritische stemmen bewijst dat de Cubaanse regering niet bereid is de grondrechten te accepteren waarvan de meeste mensen in dit werelddeel genieten. Deze houding zal de kritiek doen toenemen van de tegenstanders van de historische ommekeer in het Cubabeleid van president Obama. Het hardhandig optreden van de regering van de Castro’s geeft hen komend jaar munitie om de poging van de Obama-administratie het embargo te versoepelen, te dwarsbomen en belemmert het perspectief op een wettelijke basis de sancties die Washington eerder aan Cuba oplegde, terug te draaien. Dat effect zou schandelijk zijn en op langere termijn negatieve gevolgen hebben voor Havana’.

Braziliaanse gigant Odebrecht beschuldigd van ‘slavenhandel’

Het Braziliaanse Ministerie van Openbare Werken is op 13 juni een strafproces begonnen tegen de bouwonderneming Odebrecht vanwege vermoedelijke slavenarbeid, slechte arbeidsomstandigheden, internationaal verkeer van personen, beperking van de vrijheid en inhouding van papieren, aldus de Spaanse krant El País. De feiten zouden zich hebben voorgedaan in Angola waar ruim 500 Braziliaanse arbeiders  te werk waren gesteld.

Odebrecht is op dit moment de grootste particuliere werkgever in Angola

Odebrecht is op dit moment de grootste particuliere werkgever in Angola

Odebrecht, de grootste bouwonderneming in Brazilië, is ook de eerste verantwoordelijke voor de ontwikkeling van het Marielproject in Cuba. Het bedrijf  was in Angola o.a. betrokken bij de bouw van een suikerrietfabriek. Ongeveer 500 Braziliaanse arbeiders werkten voor Odebrecht in Angola. Wanneer het bedrijf schuldig wordt bevonden kan het worden veroordeeld tot een boete van 225 miljoen dollar en de betaling van schadevergoedingen. Het wordt Odebrecht extra aangerekend dat bij de werken ook sprake was van steun van de Braziliaanse overheid c.q. publiek geld via de ontwikkelingsbank Banco Nacional del Desarrollo Económico y Social (BNDES). Deze bank voorzag ook in een lening van 682 miljoen dollar voor de projecten van Odebrecht in Mariel, Cuba. In januari opende de Braziliaanse president Dilma Rousseff in gezelschap van Raúl Castro, de containerterminal voor Mariel en bood tegelijk 290 miljoen dollar van BNDES-bank aan voor de verdere ontwikkeling van de vrijhaven in Mariel.

Feest in Mariel met Dilma Roussef en Raul castro

Feest in Mariel met Dilma Rousseff en Raúl Castro

Mensonwaardig
Volgens de aanklacht zou Odebrecht werknemers uit Brazilië hebben overgebracht naar Angola om er te werken bij het bedrijf Biocom, een dochteronderneming van Odebrecht. De werknemers moesten in mensonwaardige omstandigheden hun arbeid verrichten vooral waar het sanitair, voedsel en drinkwater betrof. Ze kregen voedsel geserveerd waar lamsvlees in zou zitten. In werkelijkheid werd het vlees van slangen opgediend. Ook zouden illegaal arbeiders in Brazilië zijn geworven en naar Angola zijn overgebracht. Alle werknemers zouden een visum voor het buitenland hebben van 30 dagen maar veel langer in Angola werkzaam zijn geweest. De werknemers voor Biocom/Odebrecht werd in bijna alle gevallen hun paspoort afgepakt. Odebrecht had vorig jaar een omzet van 47 miljard dollar en boekte een nettowinst van 220 miljoen dollar.

Bronnen
* El Pais van 21 juni 2014, Diario de Cuba