Veel gelukzoekers en sjoemelaars onder kleine zelfstandigen (deel 1)

Veel ambachten in Cuba blijven als gevolg van het mislukte overheidsbeleid, niet langer binnen de familie waar de zoon traditioneel het werk van vader overneemt. De behoefte aan werklui is enorm in een stad waar weinig geïnvesteerd werd in onroerend goed sinds al het eigendom in 1959 handen kwam van de staat. Nu het cuentapropismo (kleine particuliere ondernemers) een geaccepteerd alternatief is, zijn sommige beroepen een lucratieve plek geworden voor gelukzoekers, oplichters en sjoemelaars. Dat schrijft María Matienzo Puerto op de website Diario de Cuba.

metselaar2‘Ik heb vijf loodgieters in huis gehad om een lekkage in huis te verhelpen,’ vertelt Eva, die gelooft nog geluk gehad te hebben gehad want het probleem was eerder verholpen dan ze dacht. ‘De eerste zei me enkele meters kunststof buis aan te schaffen, maar uiteindelijk was dat voor niks,’ voegt ze er aan toe. ‘Deze verdween. Vervolgens kwamen er twee langs die het probleem onderzochten, zeiden ‘vandaag terug te komen’ en nooit meer terugkeerden. De vierde was de ergste. Hij zorgde voor een waslijn aan leidingen en vervolgens had ik geen water meer in de keuken, maar ook niet in het toilet.’ Eva ergerde zich het meest aan de houding van de mannen. ‘Toen hij me zonder stromend water in huis achterliet, zei hij niet voor het weekend terug te kunnen komen want hij had andere belangrijke klussen. En hij werd kwaad toen ik hem zei pas te betalen als het werk af was. Uiteindelijk moest ik een andere loodgieter zoeken en het eerste wat deze deed was lachen om het gestuntel van de ander’.

Tegels leggen
Julio zocht 6 maanden naar een metselaar die drie dagen kwam,  aan een muurtje van twee meter in de woonkamer werkte  en vervolgens weken verdween. Ernesto is een fotograaf en toen hij verhuisde moest hij leren alles zelf te doen. ‘Uiteindelijk heb ik zelf tegels gelegd in de badkamer,’ vertelt hij. ‘Ik huurde een metselaar in die zei te weten wat hij moest doen, maar er niks van terechtbracht. Hij kwam vooral om te eten en te drinken en om uit te rekenen hoeveel ik hem schuldig was totdat ik hem er uit gooide.’

cuentapropistaligbaden (4)Sjoemelaars
Iván, met het geld in zijn hand,  heeft ook nog niemand gevonden voor het werk in zijn huis. Hij zegt te beseffen dat de aspirant-werklieden geen slechte bedoelingen hebben en ’dat ze je niet willen bedriegen’, maar ‘het zijn gewoon sjoemelaars’. Of ze maken deel uit van het leger van alcoholici in de stad die overdag wat proberen te verdienen om de alcohol voor de avond te kunnen kopen. ‘Maar het is erg sneu als je aan het eind van het gedoe ontdekt een beunhaas betaald te hebben’.

Netwerk
Frank Luis doet metselwerk, maar hij heeft van zijn vader het loodgietersvak geleerd. ‘Mijn vader zaliger, leerde me het vak en hij leerde me hoe er van rond te komen. Het eerste wat hij mij leerde was het ontstoppen van leidingen, de basis dus. Het is niet genoeg goede intenties te hebben, men moet ook kennis van zaken hebben. Zeker, mijn prijzen zijn hoog maar ik hoor van mijn klanten ook geen klachten’. Daarnaast heb je, aldus Frank Luis, een netwerk nodig ‘en dat hebben maar weinigen. Het gaat om mensen die weten waar je goede onderdelen haalt die je nodig hebt voor je werk of andere werklieden vindt die aanvullend werk doen zoals lassers, tegelzetters en.’

Bron
* María Matienzo Puerto, website Diario de Cuba, 15 augustus 2016

Eén op de vijf actieve Cubanen is eigen baas

Eén op de vijf actieve Cubanen werkt niet voor de staat, maar voor een private onderneming. Het gaat om het hoogste cijfer in veertig jaar, meldt het Cubaans Bureau voor de Statistiek.

Zakenman-voor-eigen-rekening (cuentapropista) op straat in Havana

Volgens de statistische dienst waren eind 2011 zo’n 652.000 mensen tewerkgesteld in coöperaties, 485.000 in private ondernemingen en waren 391.000 aan de slag als zelfstandigen, op een totale actieve bevolking van vijf miljoen Cubanen. Het totale aantal ligt zo’n 200.000 mensen hoger dan het jaar voordien, aldus nog steeds de statistici.

Nationalisaties
Na de revolutie van 1968 was zo goed als de hele economie op Cuba genationaliseerd, afgezonderd van kleine boeren en leden van coöperaties. De economische hervormingen van president Raúl Castro, die de macht overnam van zijn broer Fidel wegens gezondheidsproblemen, hebben intussen tot doel het aantal ambtenaren terug te brengen tot 1,5 miljoen.

Verhoging kosten
De nieuwe ondernemers worden sinds 1 september geconfronteerd met een forse verhoging van de invoerrechten. Omdat de Cubaanse socialistische staat geen groothandel kent, worden veel goederen betrokken uit landen als Ecuador, Miami  en Mexico. De nieuwe invoerrechten zullen ongetwijfeld leiden tot verhoging van de prijs voor de consumenten. De extra kosten moeten worden voldaan in deviezen of te wel CUC’s. Een straatverkoper zegt het ‘belachelijk te vinden dat ik word betaald in nationale peso’s en dat ik vervolgens deze extra invoerrechten in CUC’s moet betalen.’

Bronnen
* Diario de Cuba, De Morgen

Meer informatie
* Eigen bazen vrezen forse prijsverhogingen, Diario de Cuba (Spaanstalig)

Particulier ondernemerschap in Cuba groeit langzaam (2)

Tabaksboer Antolin Pérez Diaz

Belastingen
Een van de klachten is het deel dat de overheid pakt van hun nu legale winst – iets dat bekend zal voorkomen bij belastingaanslagen. Hidalgo betaalt elke maand belasting aan de overheid en is ongelukkig dat aan het einde van het jaar een regeringsaccountant haar inkomsten navlooit en haar dan een extra belastingaanslag geeft.‘Je betaalt al het hele jaar. Waarom moeten we het dan [weer] doen aan het eind van het jaar?’, klaagt ze. Maar haar grootste uitdaging is het ontbreken van een groothandel die aan restaurants levert. Om ervoor te zorgen dat ze eten kan serveren, moet ze in de rij staan met de gewone Cubanen die hun boodschappen doen, vaak in de hele stad op zoek naar ingrediënten die steevast op zijn. ‘Je moet de hele stad door op zoek naar dat ene dat je nodig hebt,’ zei Hidalgo.

Landbouw
Nadat de Sovjet-Unie instortte, ging Cuba open voor joint ventures in het toerisme, een aktie die aanzienlijke hoeveelheden vreemde valuta bracht. Maar het deed niets voor de landbouwsector, en behalve tabak en zijn beroemde sigaren, is Cuba, ooit een belangrijke leverancier van suiker in de wereld, niet langer een grote exporteur van agrarische goederen. Een aantal boeren klaagt dat er nog steeds geen geld is voor moderne machines of kunstmest, nodig voor de groei van de oogst. Yaime, een boer uit de buurt van Bayamo in het oosten van Cuba, klaagde dat de staat hem opgedragen had om varkens te fokken, als onderdeel van een poging om de voedselproductie te stimuleren, maar na het slachten hem al maanden niet heeft betaald, zodat hij geen nieuwe varkens kan fokken. De zaken worden er niet beter op, zei hij. Sommige Amerikaanse functionarissen geloven dat wat er gebeurt zorgvuldig wordt gestuurd om de innerlijke tegenstrijdigheid te verbergen: hoe meer de overheid de economie opent, hoe meer het omhelst waar het vijftig jaar lang tegen was.

Raúl: ‘Dit is allemaal voor jou.’ Cartoonist Garrincha over het verschijnsel van cuentapropistas of eigen bazen.

Leger bepaalt grenzen
Wat aan de onzekerheid bijdraagt is het feit dat de initiator van de hervormingen Raul Castro is, 80, die leiding gaf aan de Cubaanse strijdkrachten tientallen jaren voordat hij president werd. Als legerleider bekeerde hij zich tot de vrijmarktconcepten om de militairen zelfvoorzienend te maken in gewassen en onderdelen van de productie. Hij heeft ook militaire handlangers op hoge plaatsen gezet, wat suggereert dat de openingen worden opgezet met een oog op hoeveel liberalisering toegestaan kan worden. ‘Het leger is echt de economische motor van het land, dus het wordt gedaan binnen de grenzen van wat  het leger denkt te kunnen hanteren’, zegt Vicki Huddleston, een gepensioneerde Amerikaanse ambassadeur, die de US Interests Section in Havana leidde van 1999 tot 2002. ‘Waar het op neerkomt is dat je geen maatschappelijk middenveld [in Cuba] hebt.”

Gerommel in de marge
Een andere Amerikaanse functionaris, momenteel betrokken bij het Amerikaanse beleid met betrekking tot het eiland, noemde de hervormingen ‘gerommel in de marge.’ Maar voor de Cubanen zoals kapper Suárez, is het allemaal de moeite waard, zelfs als hij $12 tot $15 per maand voor zijn licentie moet betalen aan de overheid. ‘Ik hoef me niet meer te verbergen,’ zei hij. ‘Ik kan reclame maken voor mezelf.’

Bron
* Miami Herald, 18 april 2012

Particulier ondernemerschap in Cuba groeit langzaam (1)

Sergio Luis Suárez (24) is een van de nieuwe gezichten van de ontluikende ondernemersklasse van Cuba. Hij knipte vroeger haren voor geld voordat het legaal was, maar nu heeft hij een vergunning van de overheid en heeft hij de voorzijde van het appartement van zijn moeder veranderd in een geïmproviseerde salon. Zijn maandelijkse winst is ongeveer $25, voor 50 cent per knipbeurt.

Een kapster die eigen baas of ‘cuentapropista’ is

Yaceli Hidalgo is een ander voorbeeld. Ze opende een klein restaurant, met als startgeld bijna 4.000 dollar van haar familie in Italië. In deze oostelijke stad, is haar restaurant een van de 19 etablissementen, in het Spaans bekend als paladares, die vooral eten bereiden voor toeristen en Europese gepensioneerden die een deel van het jaar doorbrengen in Cuba. De zaken gaan zo goed dat haar restaurant nu 14 maanden open is. Overal in Cuba zijn er legio mensen zoals Suarez en Hidalgo – ondernemers die voor zich zelf beginnen als slotenmakers, loodgieters, elektriciens en dergelijke. Ze waren er altijd al, maar werkten op een kleinere schaal, illegaal, in de informele economie. ‘Ik kan meer geld verdienen,’ legt Suárez uit, in vergelijking met het officiële maandsalaris van $ 20 van de regering.

Economische openheid
In de afgelopen 24 maanden heeft de communistische regering van Cuba een aantal economische openingen aangekondigd bedoeld om de opgeblazen overheid te snoeien met 1 miljoen banen en om tijd te winnen terwijl het land overgaat van het bewind van de twee Castro broers die geregeerd hebben sinds 1959, maar nu allebei in de tachtig zijn. De hervormingen betreffen onder andere uitgebreidere mogelijkheden voor zelfstandigen, een liberalisering van de regels voor familie-restaurants, een grotere flexibiliteit voor de Cubaanse boeren om hun producten te verkopen en zelfs de creatie van vastgoed markten in grote steden als Havana en Santiago.

Bodega of staatswinkel met de tekst: Er is geen olie

Kleinschalige beroepsuitoefening
De meeste van de 181 nieuwe toegestane categorieën voor zelfstandigen betreffen ongeschoold werk en diensten die het meest relevant zijn in stedelijke gebieden – schoonheidssalons, kappers, loodgieters en dergelijke. Volgens cijfers van de overheid, zijn er al 371.000 licenties toegekend. De hervormingen blijven echter verre van alles wat lijkt op vrije markt kapitalisme. Veelzeggend is dat geneeskunde en wetenschappelijk onderzoek niet tot de mogelijkheden behoren en ook niet een aantal technische banen die de overheid onder haar controle heeft gehouden. En er is geen groothandel, die goederen en diensten leveren aan de groeiende klasse van ondernemers.

Geen opleiding
Programma’s om te leren hoe een bedrijf te runnen zijn ook zeldzaam, maar de rooms-katholieke kerk biedt nu business-training programma’s in Havana. Er is geen noemenswaardig handels- of beroepsonderwijs. Er is helemaal geen kapitaal voor landbouw. Uit gesprekken met de nieuwe ondernemers blijkt dat Cubanen de veranderingen verwelkomen. Maar velen blijven op hun hoede, zich ervan bewust dat een soortgelijke opening 20 jaar geleden dicht klapte toen de economische crisis, veroorzaakt door de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991, overwonnen was.

Bron
* Miami Herald, 18 april 2012