José Conrado: ‘Obama stelde geen eisen aan Havana’

José Conrado is pastoor van de kerk van San Francisco de Paula in Trinidad. Conrado is een van de weinige priesters die openlijk kritiek uiten op het regime. Hij kwam daarbij niet alleen in botsing met het Castroregime maar ook met de leiding van de katholieke kerk in Cuba. Hij was recent in Miami voor de presentatie van zijn boek Sueños y pesadillas de un cura en Cuba / Dromen en schrikbeelden van een pastoor in Cuba. Volgens José Conrado heeft de kerk in Cuba ‘niet veel mogelijkheden om hulp te bieden omdat de ruimtes die de regering ter beschikking stelt heel klein zijn en omdat de Cubaanse kerk arm is’. Ook is hij van mening dat de katholieke kerk in Cuba ‘meer lef moet tonen’ in het spreken over mensenrechten.

jose-conrado-trinidad-2017

José Conrado Rodríguez

Hoe ziet u de Cubaanse realiteit?
‘Cuba verkeert in een immense crisis, materieel, economisch, politiek en wat betreft leiderschap. Het is de crisis van een model dat niet meer voldoet en dat niet in staat is de problemen van het land op te lossen, maar onder deze realiteit gaat een diepe geestelijke en morele crisis schuil. Dat is de wortel van die andere crisis. Wat we nu meemaken is niet plotseling ontstaan, maar is het resultaat van ingrijpende beleids- en gedragslijnen die het land naar deze impasse hebben geleid. De onderdrukking in Cuba van de vrijheid en van het godsdienstig bewustzijn gedurende vele jaren heeft de crisis uitgelokt waarin het land is ondergedompeld. Die is het gevolg van de angst die gezaaid is, en die in de botten van de mensen is gaan zitten, in hun intiemste en meest persoonlijke wezen.’

Als u uw stem blijft verheffen binnen Cuba, waarom denkt u dan dat de Cubaanse regering u toestaat te komen en te gaan, missen op te dragen en u zelfs vrij door het land te bewegen?
‘Als je eenmaal een bepaalde publieke en internationale bekendheid hebt, zijn de maatregelen die de repressieve instellingen treffen, anders van aard. Vanwege het feit dat ik pastoor ben, trouw aan mijn overtuigingen en aan mijn pastoraal werk zorgen ze ervoor dat ze van mij geen probleem met de kerk maken. Ik doe niets verkeerds. In geen enkel land ter wereld is het verboden om mensen te bezoeken, bruggen te slaan en de dialoog te bevorderen. Ook is het de realiteit dat iedereen altijd uit Cuba kan vertrekken die het geld voor een paspoort heeft en een visum voor het ontvangende land.’

Voelt u dat u onder toezicht staat van of gevolgd wordt door de Staatsveiligheid?
‘Zeker. In Trinidad is mijn voordeur het grootste openbaar urinoir, bijvoorbeeld. Ik heb dat al vaak aan de kaak gesteld, ook in preken, maar niemand doet er iets aan. Mannen maken hun gulp open en voor het oog van de hele wereld urineren ze tegen de deur van de kerk. Er zijn ook vrouwen die dat doen. Dat is beschamend. Het is geen toeval dat we het al zo vaak aan de kaak hebben gesteld en dat het blijft gebeuren.’

Trinidad is een toeristische trekpleister, maar u kent ook haar armere kant. Hoe is dat deel van die stad die niet voorkomt in de reisgidsen en wat heeft de kerk gedaan om de armoede te verlichten?
‘De kerk heeft niet veel mogelijkheden om hulp te bieden omdat de ruimtes die de regering ter beschikking stelt heel klein zijn en omdat de Cubaanse kerk arm is. De mensen vergissen zich in de kerk omdat ze geeft, maar de realiteit is dat ze geeft van haar armoede. Wanneer de kerk helpt, is dat omdat iemand van buiten het land iets heeft gedoneerd of omdat de gelovigen in Cuba zelf in staat zijn te delen van hun armoede. Het is een grootse prestatie van de Cubaanse kerk dat ze zo veel mensen helpt met zo weinig middelen.’

‘De programma’s van de parochie worden onderhouden dankzij mijn salaris en de donaties van gelovigen. De armoede in de steden is groot, maar die op het platteland nog groter. In de parochie geven we maaltijden aan een groep van ongeveer twintig kinderen die op hun schooltje geen middageten krijgen, maar orkaan Irma heeft het dak van de kerk eraf geblazen. Een deel van het geld uit de verkoop van het boek Sueños y pesadillas de un cura en Cuba is bestemd om deze ruimte te herstellen en een ander deel is voor de slachtoffers van de orkaan in Ciego de Ávila.’

‘We doen wat we kunnen om de mensen te helpen, maar de dienst van het geloof bij een volk zonder hoop is de belangrijkste dienst die we kunnen bieden. Dat is de missie van de kerk.’

Conrado-Rodriguez-Americano-Diaspora-november-2017

Foto: José Conrado Rodríguez (midden) bij de presentatie van zijn boek in het Museo Americano de la Diáspora Cubana/ Amerikaans Museum van de Cubaanse Diaspora vergezeld door Manuel Salvat en Myriam Márquez. (14ymedio)

U hebt vanuit de kerk de diplomatieke dooi tussen Cuba en de VS meegemaakt. Vindt u dat er door de kerkelijke leiders te veel bemoeienis was met dit onderwerp? Hoe ziet u de actuele de relatie tussen Cuba en de VS?

‘De kerk deed wat zij moest doen – ik verwijs naar paus Franciscus. Zonder twijfel bespeur ik een belangrijke breuklijn: het was een akkoord tussen de top van de Cubaanse regering, de kerk en de VS, maar de oplossingen die Cuba nodig heeft, zijn fundamenteler. Als wij als natie een heling tot stand moeten brengen, moeten we dat doen met alle Cubanen, niet alleen de machthebbers. Om die reden is elk akkoord dat alleen de hogere kringen betreft een ontoereikend akkoord.’

‘In Cuba was iedereen enthousiast en hoopvol gestemd over de weg die president Obama insloeg, maar de regering van de VS zwichtte en zwichtte zonder eisen te stellen. Dat is niet de goede manier van onderhandelen. Mensenrechten gaan ieder mens aan en het is niet een onderwerp om aan voorbij te gaan in onderhandelingen met Cuba. Dit verdrag tussen Cuba en de VS bereikte niet wat het moest bereiken.’

cover-Suenos-pesadillas-cura-Cuba-portada-conradoVeel mensen hebben kritiek op het stilzwijgen van de Cubaanse kerktop ten aanzien van onderwerpen als de schending van mensenrechten op het eiland.
‘Ik heb zelf bij diverse gelegenheden gezegd dat stilzwijgen geïnterpreteerd kan worden als medeplichtig zwijgen, maar het zou erg onrechtvaardig zijn om niet te herinneren aan de vele keren dat de katholieke kerk haar stem heeft verheven om te waarschuwen voor gevaar. Als we denken aan het pastoraal schrijven El amor todo lo espera/De liefde waarop iedereen hoopt, of de brieven van de bisschoppen bij het begin van de Revolutie en de documenten van de Encuentro Nacional Eclesial Cubano/Nationale Cubaanse Kerkelijke Ontmoeting, in 1986 kunnen we een veel objectievere afweging maken van de rol van de kerk in de geschiedenis van het land.’

‘Normaal gesproken doet niemand verslag van de preken door priesters en bisschoppen, waarin er ook kritiek is, maar dat blijft niet bij woorden. We hebben meer engagement met de daad dan met het woord. Ik geloof dat er veel onrecht is, maar vooral ook onwetendheid onder hen die zeggen dat de kerk zwijgt.’

Hoeveel is er nog te doen voor de Cubaanse kerk in de begeleiding van de mensen?
‘We zijn in stilte onze weg gegaan, dag na dag, in het vertrouwen van de christelijke bevolking die zij aan zij leefde met het Cubaanse volk en zijn leed ondervond, zijn behoeften deelde en getuigde van de aanwezigheid van God te midden van het volk. De kerk moet vooruit kijken en dat moet het legaat zijn van de Cubaanse kerk.’

‘De kerk loopt het risico van de zelfgenoegzaamheid  waarover paus Franciscus veel spreekt, van een doel op zich te worden. Alsof het alleen maar nodig is dat de kerken steeds machtiger en talrijker worden, maar wij beseffen heel goed dat het niet dát is waardoor we de roeping van de kerk kunnen realiseren.’

‘In deze zin heeft de Cubaanse kerk een voorsprong: ze bevindt zich al langs de zijlijn, maar ze moet meer lef tonen. God roept ons met een bepaald doel en de kerk is geroepen om te dienen, dat is haar roeping: de behoeftigen dienen, hen die zich vervolgd voelen en hen die vermorzeld zijn.’

cobre-kerk-straatbeeld-renek

Conrado presenteerde zijn boek in de kerk van de Ermita de la Caridad/Kapel van de Barmhartigheid in Miami. Hij droeg er zijn boek op aan de Virgen de la Caridad del Cobre/Maagd van Barmhartigheid van El Cobre. Dit bedevaartsoord bij Santiago de Cuba trekt vele duizenden pelgrims per jaar. Foto: René Kerkhoven

Welk leiderschap heeft Cuba nodig om uit de crisis te geraken?
‘Leiderschapstijlen heb je in soorten en maten, bijvoorbeeld die van Fidel Castro, die alle macht in één hand hield en hem weghaalde bij individuen. Er zijn andere leiderschapstijlen, zoals die van Mandela, die geen scheidslijnen trok onder de bevolking, omdat hij begreep dat de ware vrijheid en de beste manier van leider zijn ligt in vergeving en erkenning van de ander.’

‘Ik geloof dat het leiderschap dat Cuba nodig heeft er een is waarin de leider zijn macht ontkent zodat de mensen leren vrij te zijn en met zijn allen en in dienst van allen een vaderland op te bouwen dat voortkomt uit participatie en verantwoordelijkheid ten aanzien van het gezamenlijk welzijn.’

Hoe ziet u de vervanging van Jaime Ortega als kerkelijk leider van het aartsbisdom Havana?
‘Het is nog erg vroeg om die vraag te beantwoorden, maar zoals ik de nieuwe aartsbisschop van Havana ken, namelijk als een diepgelovig man met een heel grote betrokkenheid bij het evangelie, ben ik ervan overtuigd dat zijn aanwezigheid in het aartsbisdom de bevolking van de hoofdstad zeer ten goede zal komen.’

Wat vindt u ervan dat de evangelische kerken steeds meer terrein winnen in Cuba?
‘Als Christus terrein wint in Cuba, winnen we allemaal. Als iemand zich werkelijk tot christen bekeert, verheugt ons dat, of hij nou katholiek of protestant is. Zij die zich geen christen voelen zijn mensen die vanwege hun overtuigingen de weg van de barmhartigheid verlaten. Ik zie in Cuba vooral veel begrip en liefde tussen katholieken en protestanten. Maar zelden reageren mensen agressief tegen een ander geloof.’

Bron
* Mario J. Pentón, website 14ymedio, 4 november 2017

Oswaldo Payá 1952 – 2012: Van kerkelijk naar politiek activisme

Oswaldo Payá Sardiñas werd in 1952 in Havana geboren in een traditioneel katholiek gezien. Hij bezocht het College van de Maristen in de wijk Cerro totdat dit in 1961 door de communistische autoriteiten werd gesloten. Op 16-jarige leeftijd vervulde hij zijn militaire dienst op het Eiland van de Jeugd / Isla de Pinos. Hij zat enige tijd gevangen in een van de vele strafkampen die Cuba toen telde. Na vrijlating zette hij zijn godsdienstige activiteiten voort en werd hij actief in de parochie van de wijk Cerro. Hij hield zich vooral bezig met jongerenpastoraat. Payá was actief binnen de kerkelijke beweging Reflexión Eclesial Cubana / Kerkelijke Cubaanse Reflectie (REC) en was afgevaardigde bij de ENEC-Conferentie (ENEC: Encuentro Nacional Eclesial Cubano / Nationale Kerkelijke Ontmoeting) in februari 1986. Deze kerkelijke bijeenkomst was bedoeld ter vernieuwing en modernisering van de katholieke kerk in Cuba. Centraal stond toen de vraag hoe de katholieke kerk zich binnen het socialisme diende op te stellen. Payá richtte in de parochie van El Cerro een ontmoetingscentrum op en maakte het tijdschrift Pueblo de Dios / Volk van God, dat ook in veel andere parochies werd verspreid.

In 1988 richtte Payá de Movimiento Cristiano Liberación / Christelijke Beweging van Bevrijding (MCL) op, die zich geheel richtte op de verdediging van de fundamentele democratische rechten van de Cubanen. De beweging MCL was een politieke en sociale beweging die ook toegankelijk was voor niet-katholieken. Payá was veelvuldig doelwit van gewelddadige acties van de Cubaanse geheime dienst en is vele malen voor kortere tijd gevangen gezet.

Van links naar rechts Hector Palacios, Oswaldo Payá en de vakbondsleider Pedro Pablo Alvarez tijdens een persconferentie

Project Varela: 25.000 handtekeningen
In 1998 ontstonden binnen het MCL de plannen voor het Project Varela. Samen met zijn volgelingen doorkruiste hij het hele land om handtekeningen te verzamelen, die op 12 maart 2002 bij de Nationale Assemblee del Poder Popular / Asamblea Nacional del Poder Popular werden aangeboden. Volgens de toen bestaande Cubaanse wetgeving zouden 10.000 handtekeningen van burgers volstaan voor een plebisciet onder de bevolking. Uiteindelijk werden 11.000 handtekeningen aangeboden van burgers die vroegen om vrijlating van alle politieke gevangenen, democratisering van de samenleving en een scheiding van de wetgevende, juridische en uitvoerende machten. De Cubaanse regering negeerde het verzoek, organiseerde massale demonstraties om de instemming met het socialistisch systeem te bevestigen en verklaarde uiteindelijk officieel dat het socialisme in Cuba ‘onomkeerbaar’ was. Ook werd de grondwet gewijzigd waardoor de mogelijkheden van burgers voor een referendum verdwenen. In maart 2003 verhevigde de repressie met de arrestatie tijdens de Zwarte Lente / Primavera Negra van 75 geweldloze dissidenten; ruim 40 van hen behoorden tot de MCL en hoorden straffen van 12 tot 28 jaar uitspreken vanwege ‘ondermijning van de nationale soevereiniteit’. Payá werd niet gearresteerd en spande zich in om de vrijlating van zijn collega’s te bevorderen en democratische grondrechten te eisen voor alle Cubanen. In 2004 werden door het Project Varela opnieuw 14.000 handtekeningen ingezameld om veranderingen te eisen in de regering van Fidel Castro.

Huurling
De autoriteiten in Cuba beschouwden Payá echter als ‘een huurling’, in dienst van de VS hoewel hij een verklaard tegenstander van het Amerikaanse embargo was. In de Cubaanse Wikipedia (Ecured, een door het regime opgezet informatiesysteem) werd hij aanvankelijk ook omschreven als ‘terrorist’ maar na protesten uit eigen land en het buitenland werd dit gewijzigd.

Bekladding woning
Toen de oppositieleider Oswaldo Payá Sardiñas in juni 2006 terugkeerde uit de kerk bleek tegenover zijn huis een enorme karikatuur tegen Bush en een leus tegen het Amerikaanse embargo geschilderd te zijn. Tientallen leden van de Cubaanse geheime dienst en andere Cubanen waren in het parkje Manila voor zijn woning verzameld toen Oswaldo en zijn vrouw Ofelia hun woning wilden betreden. In een goed voorbereide actie waren overal in de omgeving van de woning spandoeken opgehangen met leuzen als ‘Socialisme of de Dood’ en ‘In een belegerd vesting is dissidentie verraad’. Oswaldo en zijn vrouw werden ook veelvuldig gefotografeerd. Het huis werd destijds ook bewoond door de 84-jarige vader van Oswaldo die inmiddels is overleden. Payá: ‘Deze laffe actie en terreur is een represaille tegen mij en mijn familie vanwege het feit dat onze beweging op 10 mei jongstleden het Programa Todos Cubanos (Programma Alle Cubanen) publiceerde, een vredelievend alternatief voor Cuba, dat machthebbers niet wensen te zien of te horen.’

Payá bezoekt in februari 2010 de woning van Orlando Zapata die na een hongerstaking overleed

Moeilijke relatie met kerk
Hoewel Oswaldo Payá een gelovig katholiek was, waren er regelmatig spanningen tussen hem en de katholieke kerkleiding. Hij verweet deze en vooral de kardinaal van Havana, Jaime Ortega, te kritiekloze banden met de machthebbers te onderhouden. Dat bleek o.a. tijdens het recente bezoek van de paus toen Payá publiekelijk scherpe kritiek uitte op het zwijgen van de katholieke kerkleiding over de mensenrechten. Een ontmoeting met de paus, waarom hij had gevraagd, werd geweigerd. Eerder verbood de kerkleiding hem deel te nemen aan de Sociale Week die zij organiseert.

In 2003 sprak Ofelio Acevedo met een Duitse televisieploeg over de gevolgen voor haar gezin van de Zwarte Lente, naast haar Paya’s zoon Oswaldito.

Drie kinderen
Payá was getrouwd met Ofelia Acevedo en zij hebben drie kinderen: de zonen Oswaldo José en Reinaldo Isaías en dochter Rosa María. Zijn broer Carlos woont in Madrid en is vertegenwoordiger van de MCL in Madrid. Ondanks zijn dissidente activiteiten bleef Payá werkzaam in een ziekenhuis als specialist voor elektrische apparatuur; hij bezat een ingenieurstitel. Met de fiets op weg naar zijn werk werd hij veelvuldig gevolgd door een of meer medewerkers van de Cubaanse geheime dienst; ook zij gebruikten vaak de fiets.