Kunstenaarsbond uitgesloten van debat over nieuwe grondwet

De officiële kunstenaarsbond Unión de Escritores y Artistas de Cuba, UNEAC, heeft gisteren laten weten niet deel te nemen aan het landelijk debat over de komende nieuwe grondwet. Zij roept de leden op zich aan te sluiten bij de debatten in de wijken en bedrijven. Volgens de Cubaanse autoriteiten hebben 7,3 miljoen mensen aan deze debatten deelgenomen die op 15 november worden afgesloten. In de afgelopen weken hebben leden van de UNEAC geprotesteerd tegen het feit dat de organisatie geen rol mag spelen in het debat over de nieuwe grondwet.

uneac-naamplaatjeDe UNEAC zegt in een verklaring: ‘In tegenstelling tot de volksraadplegingen van de afgelopen jaren, nemen de politieke en massaorganisaties die deel uitmaken van onze civil society, niet als zodanig deel aan dit proces’, aldus een communiqué van de leiding van de UNEAC op de website. In de voorbije weken hebben diverse leden van de UNEAC o.a. via hun Facebook geprotesteerd tegen de weigering deel te nemen aan de besprekingen over een nieuwe grondwet. Onder hen is de hoogleraar Economie, Esteban Morales. Hij schreef vorige week een brief aan de vice-minister van Cultuur, Fernando Rojas, waarin hij o.a. een tweet van de vice-minister bekritiseerde. Vice-minister Rojas zei ‘elke elitaire visie die ons probeert te scheiden van ons volk te verwerpen, evenals onverantwoorde criteria en manipulaties die proberen de vermeende schending van de mensenrechten in Cuba, met name die van intellectuelen, te framen.’  In de verklaring van de UNEAC wordt geconstateerd dat de critici die aandringen op debat binnen de bond ‘de autoriteit en het prestige van UNEAC in twijfel hebben getrokken.’ De bond zegt nooit ‘het debat te hebben ontweken, hoe complex het ook mag zijn’ en altijd ‘de cultuur verbonden aan een Revolutie die ruimte biedt voor authentieke artistieke creaties, te hebben verdedigd’. Ook verwerpt de bond ‘de gewetenloze wijze waarom media betaald door de vijand de debatten proberen te beïnvloeden’. De bond spreekt van ‘gezagsondermijnende projecten die proberen ons te verdelen’ en noemt dit ‘een globale koloniale vloedgolf’.

barnet-miguel-uneac

De voorzitter van de UNEAC, Miguel Barnet, is een getrouwe volgeling van het regime.

Kritiek
Esteban Morales noemt het ‘een gigantische politiek fout’ om de kunstenaarsbond UNEAC geen rol te laten spelen in het debat. De historica Gladys Marel García beschuldigt in een protestbrief president Díaz Canel en de leiding van de partij ervan Miguel Barnet (voorzitter van de UNEAC) opdracht te hebben gegeven te voorkomen dat de UNEAC aan het debat deelneeemt. ‘Hij die dit besluit neemt discrimineert ons en schendt de rechten van de collega’s van de schrijversbond’. Schrijver en journaliste Gisela Arandia Covarrubias schreef ook een brief waarin zij de gang van zaken bekritiseerde. Zij wijst erop dat de UNEAC als ngo ‘evenals andere groepen in de samenleving zoals docenten, artsen, juristen, boeren, arbeiders, wetenschappers, studenten, kleine ondernemers, kerken of huisvrouwen’ dezelfde rechten hebben. Arandia benadrukt dat het hier niet om ‘een voorrecht noch een privilege gaat, maar om het recht van deelname.’

grondwet-tekst-vrouwenVolksraaadpleging
Zodra de volksraadpleging op 15 november is afgerond, worden de voorstellen aangeboden aan de Nationale Commissie voor de Grondwetshervorming. Deze zal een nieuw document opstellen en aanbieden aan de Nationale Assemblee die daarover discussieert en haar goedkeuring zal verlenen. In februari zal dit document tijdens een volksraadpleging aan de Cubaanse burgers ter beoordeling worden voorgelegd.

Bronnen
* Persbureau EFE en de website 14Ymedio, 5 november 2018

Linken
* Commentaar van de site Diario de Cuba: Why are members of the UNEAC being left out of discussions on the new Constitution? 31 oktober 2018
De Open Brief van Esteban Morales aan vice-minister Rojas, 30 oktober 2018

Advertenties

Verhuld racisme in nachtelijk Havana (deel 2)

Na de overwinning van Fidel Castro en de Cubaanse revolutie in 1959 wilde de nieuwe natie zich ontdoen van alle slechte erfenissen van het vorige bewind waaronder het racisme. Het werd een gevoelig thema omdat het fenomeen niet met wortel en tak werd uitgeroeid in het binnenste van het revolutionaire socialistische proces in wording. In 2011, 52 jaar na de overwinning van de revolutie, met Fidel ziek in bed en zijn broer aan het roer, keurde het Cubaanse parlement de invoering goed van een reeks door Raúl Castro voorgestelde hervormingen.

jongeren-in-barHet eiland onderging een verandering. Het pakket maatregelen hervormde de sociaal-economische omgeving en vanaf dat moment konden de Cubanen naar het buitenland reizen, een huis of auto kopen en een privéhandeltje opzetten binnen de door de staat vastgestelde marges. Dat leidde tot de bloei van het nachtleven, een kaars die tientallen jaren lang was uitgedoofd. Behalve dat de groei van het privébezit nieuwe richting gaf aan de nachten in Havana en andere opties bood dan een film kijken of op de muur van de Malecón zitten praten en rum drinken, leverde het spijtig genoeg ook de bevestiging dat er een einde was gekomen aan de sociaal-economische gelijkheid.

Klasseverschillen
Sindsdien zijn de klasseverschillen tussen de Cubanen toegenomen. Het daaropvolgend jaar voerde de Cubaanse staat, wellicht geschrokken door de verandering die de hervormingen had teweeggebracht, een nauwkeurige telling uit van populatie en  behuizing en registreerde dat er 11 miljoen 177.743 mensen in het land woonden. Van hen werd 65 procent aangemerkt als blanke, 10,1 procent als zwart en 24,9 procent als kleurling. Ook kwam aan het licht dat 80 procent van de universiteitsstudenten blank is en dat minder dan 10 procent van alle universitair docenten, waartoe Yunior ooit behoorde, zwart is.

estebanmorales

Esteban Morales

‘Onze statistieken kunnen niet kleurloos zijn. Als we in het land 3 procent werkloosheid hebben, moeten we weten welke kleur die werkloosheid heeft. Het is niet hetzelfde om blank en werkloos te zijn als om zwart en werkloos te zijn’, zegt Esteban Morales, universititair docent aan de Universiteit van Havana, op een conferentie over racisme, gehouden in de burelen van de de Unión de Escritores y Artistas /Unie van Schrijvers en Kunstenaars (UNEAC).  Het programma, waarop gedurende enkele maanden analisten en historici van het racisme in Cuba afkwamen, vormt onderdeel van een cyclus van conferenties onder auspiciën van de Stichting Nicolás Guillén en de Commissie José Antonio Aponte, die werken aan de verdediging van raciale gelijkheid en de uitbanning van sporen van discriminatie. ‘Tegenwoordig is de meerderheid van de gedetineerden in Cuba blank, omdat zij degenen zijn die de macht hebben en het hun bedrijven zijn die aan lager wal raken. De zwarten staan in de keuken, ze zijn geen baas, geen directeur, geen voorzitter van de raad van bestuur. Hier zie je de waarheid over de ongelijkheid die in ons land is ontstaan’, zegt Morales.

racismeOpgelaten

Toen Yunior begon met zijn werk bij de bar, was de staf nog niet compleet en er waren nog enkele onopgeloste kwesties van vormgeving en architectuur voordat de zaak klaar zou zijn voor de opening. De eigenaar van de bar kende aan Yunior de ‘rang’ toe van hoofd beveiliging, omdat hij als eerste was aangenomen, maar hij droeg hem de taak op om nog drie imponerende zwarte Cubanen te zoeken om de beveiligingsgroep te completeren. ‘We zijn met z’n vieren en we werken bij toerbeurt. We werken in duo’s, maar soms werken we een avond met z’n drieën’, vertelt Yunior, en met een opgelaten gezichtsuitdrukking voegt hij eraan toe dat zij de enige zwarten in de zaak zijn. Juan Carlos Albizu-Campos, docent aan het Centrum voor Demografische Studie, beweerde het volgende in de conferentiecyclus over racisme: ‘Het zijn steeds vaker de blanken die de beslissingen nemen over raciale kwesties in Cuba. Het is één ding om kansen te bieden, en een ander om ze te kunnen grijpen’.

racisme-havana- 3 jongens-piet-nelissen

Foto: Petrus Nelissen

Zwarten demoniseren
‘Als zwarte Cubanen het niet bij daglicht doen, doen ze het wel in het donker’, zegt Yunior. Zijn antwoord is een uitdrukking uit het Cubanismo-jargon dat zwarten bedoelt te criminaliseren en te demoniseren vanwege slechte fatsoensnormen. ‘Zo werkt het spijtig genoeg in dit land: als zwarten niet goed gekleed komen, zijn ze niet welkom. Daarentegen kan een blanke in korte broek en op slippers komen en dat maakt het niet uit’, zegt Yunior op een stoel bij de deur van zijn huis, zijn blik gericht op een bepaald punt in de straat. Door zijn blikveld lopen twee meisjes met het gezicht van twintigers die het aangrenzend huis binnengaan, een cafetaria dat eigendom is van zijn buurvrouw. Het houten uithangbordje van ‘Doña María’, zoals de vrouw heet, biedt: pizza, fruitsappen en frisdrank. De meisjes overleggen even en kiezen; eentje loopt naar de toonbank en bestelt voor beiden. Maria zegt: ‘Jullie hebben die huidskleur waar mannen gek op zijn, die kaneelkleur. Zoek blanke echtgenoten zodat jullie niet achter het net vissen’.

Bron
* Abraham Jiménez Enoa, website Vice, 7 augustus 2017

Hoe lang tolereren we de corruptie in Cuba nog? (2)

In een eerder artikel wees ik al op het fenomeen waarbij, grenzend aan staatswinkels lokaties ontstaan waar individuen klanten benaderen en hen allerlei artikelen aanbieden zoals ventilatoren, blikken verf, onderdelen voor wagens en andere zaken die niet meer in staatswinkels verkrijgbaar zijn. Het zijn min of meer uitbreidingen geworden van de markten van de staat.

Een markt in een buitenwijk van Havana

Een markt in een buitenwijk van Havana

Deze locaties worden gecontroleerd door medewerkers van de zaken binnen die hun collega’s buiten voorzien van producten uit staatswinkels. Die producten komen niet als pakketten vanuit Miami naar Cuba want daarvoor hebben de nieuwe verkopers de middelen niet voor. Het is ook meer dan illegale handel of diefstal; het is complexer. Medewerkers van staatswinkels, overheidsdienaren dus, plaatsen de producten op de zwarte markt. Zij worden zo eigenaar en kunnen aantrekkelijke en hoge prijzen vragen vooral als het om handel gaat die snel uitverkocht is. Deze operatie kan enkel worden gecontroleerd door officials van de overheid die de producten ontvangen, de staatswinkels er van voorzien en vervolgens de administratieve mogelijkheden bezitten op twee markten, namelijk de staats- en de particuliere markt te kunnen opereren. Zij hebben ook de mogelijkheid om de prijzen tijdens deze operaties te veranderen. Deze frauduleuze praktijken zijn moeilijk vast te stellen. De klant die het product koopt, kan misschien vermoeden dat hij in of buiten de winkel meer betaalt dan de officiële marktprijs, maar zeker weten doet ook hij niet. Enkel de official kent het geheim en hij berekent hoeveel hij kan vragen zonder dat hij in de val loop van de controle door de staat. Zo vergiftigt corruptie de volledige regerings- en politieke structuur van de staat en is zo een onderwerp van nationale veiligheid geworden. Ze moet het ook door de regering worden bestreden en vervolgd met alle machtsmiddelen van de wet.

Gevolgen desastreus
Wij hebben te maken met een fenomeen dat op zo’n manier gestraft dient te worden dat herhaling wordt voorkomen, de relaties die aanleiding waren tot corruptie niet opnieuw opduiken of wellicht aansluiting vinden bij de internationale misdaad. Als corruptie in een land niet bedwongen kan worden, is het mogelijk dat men gemene zaak maakt met drugshandel, de illegale wapenhandel, maffiaoperaties, mensensmokkel en staatsterrorisme. Zij die op kosten van de Staat, illegaal en voortdurend, rijkdommen en macht verzamelen zonder gestraft te worden, zullen door niets gestopt worden om hun rijke leventje te kunnen voortzetten. Als corruptie niet onderzocht worden, kan het leiden tot misdaad en zelfs resulteren in politieke moorden. Pogingen om een einde te maken aan de corruptie moeten gebaseerd zijn op een systeem van collectieve participatie. Een bureaucratisch apparaat is onvoldoende omdat elke bureaucratie neigt gemene zaak te maken met corruptie, de grenzen opzoekt en compromissen sluit, terwijl de corruptie op het hoogste niveau zich uitbreidt.

Het Capitolio in Havana waar oit de Cubaanse parlement bijeenkwma

Het Capitolio in Havana waar ooit het Cubaanse parlement bijeenkwam

Tegenmacht nodig
Daarom hebben we naast de middelen van de staat en de regering om de corruptie te bestrijden, de georganiseerde werknemers nodig die de harde hand tegen corruptie steunen, de procedures van de regering kritisch onderzoeken. We hebben burgers nodig die zich opstellen als een tegenmacht tegenover de staat en de regering, compromissen voorkomen en helderheid eisen bij alle procedures.

Top-down
Het is eigen aan de bureaucratie te neigen tot corruptie omdat de bureaucratie met de bronnen en middelen van de staat omgaat als ware zij de bezitters ervan en te midden van de verwarring (die we nog niet achter ons hebben gelaten) tussen staatseigendom en sociaal eigendom, neigt de bureaucratie naar een top-down benadering waarbij zij gebruik maakt van deze bestaansmiddelen, ze administreert en er in veel gevallen ook van profiteert. Daarbij wordt in veel gevallen vergeten dat de middelen van bestaan aan het volk, de samenleving behoren en niet aan een staat of een regering in het bijzonder. Werknemers moeten daarom niet toestaan dat een bureaucratisch instituut alleen de corruptie bestrijdt, zonder de directe deelname en de inspectie van werknemers zelf.

Bron
* Esteban Morales schreef dit artikel op 16 december 2013. Op  de site Havana Times is de tekst zowel in het Spaans als het Engels te lezen.

Hoe lang tolereren we de corruptie in Cuba nog? (1)

Toen ik tussen april en juni 2010 twee artikelen schreef over corruptie (Corruptie; de ware contrarevolutie en Het geheim van de heilige Drie Eenheid: corruptie, bureaucratie en contrarevolutie) waren er ontelbare mensen die mij aanspraken en vroegen waarom ik me in die materie verdiepte en dat ik de vijand zo in de kaart speelde door publiekelijk over een zaak te spreken die de Partij nu juist met de uiterste discretie wilde behandelen, aldus Esteban Morales in een recent artikel op de website Havana Times over de verspreiding van corruptie in Cuba. Hij vraagt zich o.a. af of er personen in de top van de Cubaanse samenleving zijn, die belang hebben bij de huidige geheimzinnigheid.

Esteban Morales Dominguez

Esteban Morales Dominguez

Morales werd in 2010 uit de Cubaanse Communistische Partij (PCC) gestoten vanwege een artikel over corruptie in de hogere regionen van de Cubaanse machthebbers. Morales schreef toen o.a. dat niet de dissidenten de contrarevolutie vertegenwoordigden, maar ‘dat de ware contrarevolutie de corruptie is.’ Morales is econoom, politicoloog en schrijver, o.a. over racisme in Cuba. Hij mocht een jaar later weer toe treden tot de gelederen van de partij. Hier volgt zijn recente tekst.

In die tijd schonk – laten we het ‘de officiële pers’ noemen – nog geen aandacht aan dit thema. Drie jaar later is dat nog net zo. Soms worden korte berichten geplaatst omdat men niet aan publicatie kan ontsnappen. Desondanks weten de mensen wat er gaande is omdat – zoals mijn grootmoeder altijd zei – ‘er geen geheimen onder de zon zijn’. Dat geldt zeker voor een wereld die afhankelijk is van telecommunicatie en glasvezelkabel, waar de alternatieve pers, de weblogs, e-mailberichten en internet over het algemeen, systematisch verslag doen van alles dat de officiële pers niet publiceert. Ik verbaas me erover dat onze pers, ondanks de aandacht die de regering schenkt aan het fenomeen van corruptie, hier niets over publiceert. Slechts bij één gelegenheid, enige tijd geleden werden enkele zaken genoemd met de naam van de verdachten en de straffen die zij ontvingen.

Woningen aan het havenfront van Havana

Woningen aan het havenfront van Havana

Discretie ongewenst
Wij weten nu dat honderden mensen in afwachting zijn van een rechtzaak wegens verdenkingen van corruptie. Het heeft zelfs geleid tot een raciale wijziging van de gevangenispopulatie (meer blanken en minder zwarte Cubanen, redactie), maar we krijgen geen informatie over hoe de processen verlopen, laat staan dat we de namen van beschuldigden horen. Waarom blijven deze processen verborgen achter een wal van discretie? En wie profiteren daarvan? Ik geloof niet dat het een zaak van discretie is (dat is ook zinloos op een moment dat de situatie een publiek geheim is geworden) en dat de houding van onze pers aanleiding geeft tot zekere vermoedens en verdenkingen. Kan het zijn dat, ondanks de kritiek van Raúl Castro zelf, er iemand op een bepaald niveau in de macht belang heeft de zaak geheim te houden?

Een complex netwerk
Het is natuurlijk interessant vanuit Barcelona te horen dat de corruptie in Cuba zo gedegen onder handen wordt genomen. (Bedoeld worden de artikelen van Castro-sympathisanten en groepen in Barcelona die uitvoerig opgeven over de anti-corruptiecampagne). Wij zouden echter graag willen weten wie dan wel die vrienden van hen op ons eiland zijn. Kortgeleden werd ook op internationaal niveau de strijd tegen corruptie in Cuba geprezen. Wij moeten ons daardoor niet in slaap laten sussen. We hebben nog een lange weg te gaan voordat we welgemeend kunnen zeggen dat we de corruptie onder controle hebben.

Omvangrijk netwerk
De wijze waarop corrupte medewerkers in de overheid bekennen goederen en grondstoffen van de Staat gemakkelijk en ongestraft, ontvreemd te hebben, suggereert een sfeer van chaos en complexiteit, dat tot angst aanleiding geeft. Er wordt het bestaan van een administratieve bureaucratie zichtbaar waarvan de ambtenaren met groot gemak omgekocht kunnen worden of gecorrumpeerd. Het toont ook aan dat we met mechanismes te maken hebben die al langere tijd bestaan en waar verschillende mensen bij zijn betrokken, een waarlijk netwerk dat niet ontmanteld kan worden tot het moment dat personen daar binnendringen die geen deel uitmaken van het netwerk en de keten van corruptie kunnen breken. Het feit dat dit mechanisme van corruptie bestaat heeft zonder twijfel te maken met het grote belang van smeergelden voor deze overheidsdienaren. Als ze worden ontmaskerd, zijn de verliezen aanzienlijk en praktisch niet te herstellen en de morele schade maakt van de betreffende persoon een non-persoon.

Het winkelcentrum Carlos III in Havana

Het winkelcentrum Carlos III in Havana

Iedereen betrokken
In het algemeen moet je zeggen dat niemand gespaard blijft want iedereen is er op de een of andere manier bij betrokken. Zij die er indirect van profiteren, zij die wachten op een kans er van te profiteren en zij die op de hoogte waren om te profiteren, maar onvoldoende autoriteit en morele overtuigingskracht hadden om er een einde aan te maken.

Link
YouTube met beelden winkelcentrum Carlos III, 1 minuut

Noot
* Esteban Morales schreef dit artikel op 16 december 2013. Op  de site Havana Times is de tekst zowel in het Spaans als het Engels te lezen.

Wetenschapper/partijlid Esteban Morales eist volledige toegang informatie

Cubaanse intellectuelen moeten volledig toegang tot informatie hebben, de verspreiding ervan en kritiek erop kunnen uiten, om zo bij te dragen aan ‘de mentaliteitsverandering’ die de economische hervormingen van Raúl Castro moeten begeleiden, schrijft de Cubaanse academicus Esteban Morales op zijn gelijknamige weblog.

Esteban Morales Dominguez

Esteban is van mening dat ‘de intellectuelen moeten kunnen rekenen op het vertrouwen en de allergrootste waardering voor de creatieve geest en vrijheid om te scheppen,’ aldus de eis van de econoom en socioloog. Wanneer dat niet gebeurt, dreigen intellectuelen uit te wijken naar andere media en Esteban – die ook lid is van de Cubaanse Communistische Partij – noemt o.a. het kerkblad Espacio Laical, het blad Temas, het onafhankelijke Observatoria Crítico, etc. Citaat: ‘Als dat niet gebeurt, dreigt er een strijd te ontstaan die leidt tot het opzij schuiven van de allergrootste meerderheid van de intellectuelen op weg naar het socialisme; zij die zich niet opzij laten schuiven zullen uiteindelijk de kracht verliezen om de anderen mee te slepen,’ benadrukt hij. Hij constateert dat Cubaanse academici door een gebrek aan informatie vaak niet in staat zijn in het buitenland aan debatten deel  te nemen.

Intrekking partijlidmaatschap
Morales werd in april 2010 enige tijd uit de gelederen van de Cubaanse Communistische Partij / Partido Comunista de Cuba verwijderd vanwege een kritiek op de corruptie. maar hij werd later weer als lid geaccepteerd. Morales schreef destijds o.a. dat niet de dissidenten de contrarevolutie vertegenwoordigden, maar ‘dat de ware contrarevolutie de corruptie is.’ Hij signaleert nu dat er ‘fenomenen voorkomen die de rol van de wetenschappers en de culturele arbeid binnen de sociale dynamiek van het land, ernstig benadelen.’ Hij noemt ‘de houding van wantrouwen, sektarisme en uitsluiting van de pers’ (allemaal onder controle van de staat, redactie) waardoor ‘in het algemeen de intellectuele gemeenschap geen toegang tot deze media heeft en vervolgens naar alternatieve media overstappen.’

Gevoelige kwesties
Morales benadrukt dat het ‘het proces van informatieverschaffing over gevoelige thema’s ernstig wordt bemoeilijkt. Terwijl men (Raúl Castro) de kritiek bevordert ‘wordt deze op hetzelfde moment afgeremd. Het lijkt erop alsof we twee soorten politiek hebben, de politiek van de nieuwe president wordt gestimuleerd en die van een groep zittende bureaucraten gaat daar dwars tegen in.’ Morales signaleert dat er initiatieven ontstaan tot een intellectueel debat buiten de officiële kanalen om, maar ‘men neemt niet waar dat de ideologische leiding van het land relaties legt met deze initiatieven of er gebruik van maakt.’

Oost-Europa
Morales herinnert er aan dat de val van het communisme in Oost-Europa niet alleen werd veroorzaakt door ‘een inefficiënte en niet-productieve economie en door corruptie (…). Het was ook het gevolg van het onvermogen van communistische partijen om leiding te geven aan groepen intellectuelen waardoor uiteindelijk de spirituele val van deze maatschappijvorm kon plaats vinden.’

De kritische blogger Yoani Sánchez (“betaald door het Imperium’) zoals afgebeeld op de weblog ISLAmia van de Castrogetrouwe Norelys Morales.

Reacties websitebezoekers
De bijdrage van Morales wordt gevolgd door enkele reacties van bezoekers van zijn blog. Ook de zeer kritische (zoals die waarbij wordt vastgesteld dat het ware kwaad in Cuba Fidel en Raúl heet en dat dat eerst moet worden geelimineerd), laat Morales staan. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot enkele bekende regimebloggers zoals Yohandry, die kritische reacties negeren en verwijderen. Een andere lezer herinnert er aan dat Esteban Morales zelf vele jaren deel heeft uitgemaakt van het  ‘inquisitie-apparaat van de PCC’. Iemand schrijft dat in Cuba kritiek illegaal en immoreel is en dat de criticus direct te horen krijgt ‘betaald te worden door het Imperium.’ Een pessimist schrijft verder dat een verandering in Cuba ver weg is. ‘Er is door de bemoeizuchtige politiek van de Yankees veel schade aangericht in mijn land, maar de grootste schade is veroorzaakt door het slechte beleid dat altijd zonder veel resultaat van bovenaf is opgelegd, door het feit dat 30% van de Cubaanse bevolking nu in het buitenland woont en dat elk jaar nog steeds 1% van de bevolking vertrekt,’ aldus Anónimo.

Linken
* Volledige tekst van Esteban Morales op zijn blog
Noot

* Tekst Cubaweblog van 11 juli 2011: Vooraanstaande intellectueel weer welkom in partij

Geheime politie verhindert forum over Cubaans racisme

Vrijdag jl. verhinderde de politieke politie in Havana een bijeenkomst over anti-racisme. Twaalf deelnemers werden aangehouden. Woordvoerder Juan Antonio Madrazo van het Comité Ciudadanos por la Integración Racial/Burgercomité voor Raciale Integratie (CIIR) zei dat de geheime politie de voortgang van de bijeenkomst had verboden. Die stond vrijdagochtend om 8 uur voor de deur van zijn woning in Calle 23  en verhinderde dat de bezoekers de woning betraden.

Juan Antonio Madrazo leidt het anti-racisme comité in Cuba

In oktober jl. sprak Kees van Kortenhof (Glasnost in Cuba) met Juan Antonio Madrazo, die deze bijeenkomst toen aankondigde. ‘Dit forum zal aandacht schenken aan twee eeuwen zwart denken in Cuba,’ zegt Madrazo in zijn woning aan Calle 23. Madrazo is van mening dat het gesprek over racisme een taboe is dat door de autoriteiten in stand wordt gehouden  omdat ‘dit thema de gewenste eenheid in het land ondermijnt.’ Aan de wand van zijn woning hangen de foto’s van actuele en historische zwarte denkers in Cuba. Een van hen is Carlos Moore, die op dit moment in Brazilië woont. Madrazo: ‘Moore was een sympathisant van de beweging van Fidel Castro. Hij vergezelde Fidel op zijn bezoek in november 1960 naar de Verenigde Staten en legde daar contacten met de zwarte gemeenschap. Hij was verantwoordelijk voor de keuze van Castro voor het hotel Theresa in de zwarte wijk Harlem. Iedere zwarte Amerikaan wilde Castro zien, het was de eerste politieke leider van statuur die daar wilde overnachten en de straten in Harlem moesten worden afgezet’. Moore zou Cuba begin jaren zestig verlaten omdat hij openlijk de raciale onverdraagzaamheid binnen de revolutie aan de orde stelde o.a. in zijn artikel Is er een plaats voor de zwarte mens in de Cubaanse revolutie? De openlijke discussie over racisme in Cuba zou een taboe worden omdat de Cubaanse leiders immers de opvattingen huldigden dat de revolutie het racisme had uitgeroeid.

Fidel Castro in de buurt Harlem in New York, november 1960

Racisme niet langer ontkend
Madrazo: ‘Slechts mondjesmaat wordt in officiële publicaties het bestaan van racisme in Cuba geconstateerd. Binnen de partij is de opvatting nog levendig dat het thema van de raciale gelijkwaardigheid de eenheid in de revolutie bedreigt.’ Een vooraanstaand lid van de Cubaanse Communistische Partij, professor Esteban Morales, zei kortgeleden dat de revolutie van 1959 de zwarte Cubanen niet gebracht heeft wat men had verwacht. Madrazo: ‘Onze opvattingen worden door Morales echter genegeerd. Wij zouden volgens hem ‘lakeien van de CIA’ zijn vanwege onze vriendschappelijke relaties met Carlos Moore.’ Volgens Madrazo is de discussie over Cuba incompleet wanneer het raciale thema wordt weggestopt. ‘De Cubaanse maatschappij is geen succesverhaal geworden, mede omdat er nooit een open debat is gevoerd over dit thema.’ Deelname van het comité CIIR aan de discussie over racisme, is voor Madrazo een eis.

 Vrijgelaten
De Cubanen die vrijdag werden aangehouden waren Darsi Ferrer en zijn echtgenote Yusnaimi Jorge Soca, de onafhankelijke journalist en historicus Leonardo Calvo Cárdenas en Guillermo Lizama, Fernando Palacio Mogal van de Partido Liberal Nacional Cubano en de graffitikunstenaar David Maldonado (El Sexto). Enkel de Colombiaanse gastspreker Juan de Dios Mosquera, leider van de Afrobeweging voor Mensenrechten Cimarron, mocht de woning van Madrazo, waar het forum zou plaatsvinden, binnengaan. De laatste laat vanuit Havana weten dat de discussie over het thema zal worden voortgezet op 29 december aanstaande. Dan is zijn comité CCIR  uitgenodigd om deel te nemen aan het festival Poesía sin fin – Poëzie zonder einde, georganiseerd door de sociaal culturele groepering OMNI Zona Franca .

Link
* Carlos Moore over de raciale scheiding in Cuba, 21 april 2009 (engelstalig)

Katholieke kerk start ‘plaatsen van dialoog’

Toen Kees van Kortenhof (Glasnost in Cuba) in oktober door Cuba reisde, gonsde het in kringen van dissidenten van de geruchten over een mogelijke bijeenkomst waaraan ex-politieke gevangenen, vooraanstaande partijleden en de communistische voorman Alfredo Guevara zouden deelnemen. Een uitzonderlijke gebeurtenis die mogelijk werd door een initiatief van de katholieke kerkleiding. De houding van kardinaal Jaime Ortega leidt bij dissidenten tot discussie. Schurkt hij niet teveel tegen de huidige machthebbers aan en vergeet hij dan de zaak van de mensenrechten? Hoe sterker de katholieke wortels bij dissidenten zijn, hoe harder soms de kritiek. De mensenrechtenactivist Oswaldo Payá deed in oktober nog een harde uitval aan het adres van de kerkbladen van kardinaal Ortega, die toch vaak een verademing zijn in het Cubaanse medialandschap van starre en onderdanige communistische publicaties. Uiteindelijk vond de academische uitwisseling vorig weekend plaats in een seminarie bij Havana.

Alfredo Guevara was een studievriend van Fidel Castro en in tegenstelling tot Fidel destijds al lid van de communistische jeugdbeweging. Guevara is geen familie van 'Che' Guevara.

Deelnemers waren de directeur van het Cubaans Filminstituut Instituto de Arte e Industria Cinematográfica (ICAIC), Alfredo Guevara, Esteban Morales, een partijman die kort geleden tijdelijk het lidmaatschap werd ontnomen vanwege zijn uitspraken over corruptie in de top en de dissidente econoom en agnost Oscar Espinosa Chepe, die in 2003 deel uitmaakte van de Groep van 75 en toen tot 28 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Het is zeer zeldzaam dat een dissident, een polemische academicus en partijman plus een vooraanstaande officiële intellectueel als Alfredo Guevara, in Cuba met elkaar spreken over de toekomst en de uitdagingen waarmee men heeft te maken. Het debat werd georganiseerd door het kerkblad voor leken, Espacio Laical.  Guevara ging in op de economische veranderingen in het land, kritiseerde de bureaucratie en bepleitte diversiteit en tolerantie. Behalve kardinaal Jaime Ortega waren studenten, intellectuelen, medewerkers van het officiële instituut Centro de Estudios para la Economía Cubana, enkele Europese diplomaten en wat lokale en buitenlandse journalisten aanwezig.

Deelname ex-politieke gevangenene
Oscar Chepe, voormalig gewetensgevangene. legde Guevara een vraag voor over de beperkingen van de pers in Cuba en de wijze waarop informatie voor burgers verborgen blijft. Hij prees de initiatiefnemers van deze bijeenkomst, die hij omschreef als ‘beschaafd, zonder aanvallen, zonder absurde vooroordelen want de ideologische diversiteit in Cuba is een feit.’ Daarbij verwees hij naar de straat waar steeds vaker ‘meer opvattingen, meer kritiek van de burgers valt te beluisteren.’ In zijn antwoord zei Guevara dat er in Cuba enkele media zijn die opener zijn geworden, maar het is nog steeds nodig op een doortastende manier een einde te maken aan de geheimdoenerij, aldus Alfredo Guevara.

Tegen de bureaucratie
Esteban Morales, academicus en vooraanstaand lid van de officiële schrijversbond Union de Escritores y Artistas (UNEAC), die na enkele maanden afwezigheid weer volop mag meedoen in de Partido Comunista de Cuba (PCC),  zei dat men ‘de oorlog verklaard had’ aan de bureaucratie en de corruptie en dat Raúl Castro had bevolen een einde te maken aan het idee dat Cuba het enige land ter wereld is waar men kan leven zonder te werken. Morales waarschuwde dat ‘een grote actie’ nodig is om de mentaliteit te veranderen, niet alleen op het niveau van het volk, maar ‘ook op de hoogste niveaus’ in het land. Alfredo Guevara onderstreepte deze oproep om ‘de gewetens te alfabetiseren en een mentaliteitsverandering te bewerkstelligen die het eiland hard nodig heeft.’

Oscar Chepe, voormalig Cubaans diplomaat in Oost-Europa, econoom en dissident werd in 2003 tot 28 jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege zijn dissidente activiteiten. Zijn vrouw Miriam Leiva is een dissidente publiciste.

Meer ruimte voor dialoog
Voor veel aanwezigen was de bijeenkomst op 29 oktober in het Seminario San Carlos  een voorbeeld van de nieuwe rol die de katholieke kerk wil spelen, namelijk de ruimte faciliteren om een dialoog te voeren over uiteenlopende zaken met personen van verschillende achtergronden. Een dag eerder had kardinaal Ortega al op deze nieuwe relatie tussen staat en kerk gewezen en gezegd dat de dialoog die eerder leidde tot vrijlating van ruim 100 politieke gevangenen, zou worden voortgezet en ‘alle terreinen van het nationale leven’ omvatte, inclusief het proces van aanpassingen om het socialistisch model ‘te actualiseren. Het afgelopen weekend riep het tijdschrift Espacio Laical in zijn commentaar nog op tot een grotere deelname van de Cubanen aan de economische veranderingen en stelt vast dat de dialoog met de bevolking enkel plaatsvond ‘tussen elke burger en de machtscentra, zonder intensieve raadplegingen onder de leden van allerlei groepen.’ Ook dringt het blad erop aan dat iedereen de ruimte krijgt en de garantie om elk soort opmerking te kunnen maken en deze te bediscussiëren in zeer uiteenlopende fora en met medewerking van de communicatiemedia.

Link
* Commentaar Espacio Laical, oktober 2011