Martín Guevara over zijn oom ‘Che’: geen heilige, noch beul

Vandaag had ik online een woordenwisseling met een kennis die me vroeg hoe ik over mijn oom Ernesto ‘Che’ Guevara’s verleden als “beul” dacht. Ik benaderde het onderwerp door te stellen dat we in het algemeen moesten erkennen dat hij een buitengewoon persoon was geweest, maar dat hij natuurlijk een menselijk wezen bleef en niet het triomfalistisch standbeeld wat van hem was gemaakt.

Ernesto-Che-Guevara-foto-Martin-GuevaraDe eerste persoon die lijdt onder deze denkwijze is degene die tot een mythe is verworden. Door dat te doen worden de moeite en offers die een dergelijk persoon bracht om verdienstelijk te zijn gebagatelliseerd. Ernesto was veelzijdig, al voordat hij de weg betrad van de guerrilla, een pad waartoe hij werd verleid vanwege zijn ambitie en (de zijns inziens) ongevoeligheid van de machtigen en hun weigering de welvaart eerlijker, broederlijker en zelfs op meer democratische wijze onder de wereldbevolking te verdelen. Hij was een grootse dromer en romanticus, een Einzelgänger, een grenzeloze reiziger, een intellectueel, een kenner van hoogstaande Franse, Spaanse en Latijns Amerikaanse poëzie, een verfijnd schrijver, een dokter die ondanks gebrek aan officiële praktische ervaring meer patiënten genas in de jungle, lepra koloniën en gebieden in Cuba’s Sierra Maestra, dan menig dokter gedurende zijn hele leven gedaan zal hebben. Hij was een persoon die opviel tussen politici vanwege zijn mijns inziens meest prominente kenmerk: hij deed wat hij zei.

Geweld
Over het algemeen deel ik zijn ideeën niet. Ik ben geen communist. Ik vind het vreselijk wanneer anderen zich met mijn privézaken bemoeien. De vrijheid van de staat, zoals alles en iedereen, eindigt waar mijn rechten beginnen. Ik verwerp elke vorm van bemoeienis in het leven van een individu voor het welvaren van de massa, en ik keur elke vorm van geweld af; die van mijn oom en die van zijn vijanden (en u zult me gelijk geven dat sinds 1967 meer mensen zijn overleden aan de gevolgen van politiek geweld, oorlogen, bombardementen, gewapende strijd, opstanden, marteling en andere tragedies dan het aantal mensen dat Che ooit vermoordde in de strijd of tijdens executies). Ik verwerp al deze ideeën. Ik ben echter van mening dat de huidige tijd een politicus mist die doet wat hij zegt te zullen doen en handelt naar zijn overtuigingen.

El 'Che' Guevara Serna

El ‘Che’ Guevara Serna

Vrijwilligerswerk
Che was een held wat betreft vrijwilligerswerk, hij was de eerste die zelfs op zondag de handen uit de mouwen stak. Fidel kon dat niet uitstaan omdat het hem niet in een goed daglicht stelde. Hij deed dat vrijwilligerswerk vooral ter verbetering van zijn eigen imago. Hij wilde niet vier uur achter elkaar op zondag zwetend aan het werk zijn. Hij deed het enkel een of twee keer na de dood van Che in 1970, toen de suikerrietoogst van 10 miljoen ton jammerlijk mislukte. Hij deed dat enkel vanwege de dreiging voor zijn eigen project en uit angst persoonlijk verantwoordelijk te worden gehouden voor de grootste ramp in de recente Cubaanse geschiedenis.

Fidel wilde overleven
Andere regeringsfunctionarissen hadden een hekel aan Che omdat hij oprecht was, geen opportunist en hen hun gebrek aan normen en waarden publiekelijk in het gezicht wreef. Hij zette zich in voor wat hij als juist zag en stierf in het harnas, aan de zijde van zijn soldaten. Hij reisde altijd zonder bodyguards, stapte op de trein, reisde naar plekken als Hiroshima, Montevideo of Uruguay als hij de Rio de la Plata, een dikke malse steak, een mate of een praatje in zijn eigen moedertaal en dialect met iemand op een bankje in het park miste. Als minister verzorgde hij vrijwel altijd zijn eigen vervoer; Fidel daarentegen rijdt met 500 bodyguards. Hij liet zelfs een leverexpert overkomen van het Gregoria Marañon ziekenhuis in Spanje om te voorkomen dat hij dood zou gaan, waarmee hij alle propaganda voor de superieure Cubaanse gezondheidszorg de grond in boorde. Hij heeft er altijd alles aan gedaan om aan de top te blijven, en natuurlijk ook om te blijven leven!

Fidel castro kapt suikkerriet

Fidel Castro kapt suikerriet

Executies
Ernesto erfde de eigenschap altijd af te maken waar hij mee begon van zijn moeder, en de romantische misstappen van zijn vader. Hij vertelde de waarheid, zelfs wanneer dat moeilijk was. Hij is de enige politicus die ooit voor de Verenigde Naties een dergelijke uitspraak heeft gedaan:
‘We hebben mensen geëxecuteerd, we executeren mensen en zullen dat blijven doen. Dit is ongetwijfeld een vreselijke stelling, maar ik mis de eerlijke en noodzakelijke speeches die geen enkele leider (niet eens Fidel Castro) heeft gegeven, waarbij dingen als ‘we nemen gevangen, we verbieden, we doden, we bombarderen, we executeren, we ontwikkelen massavernietigingswapens, we creëren hongersnood, ellende, pijn en angst, en we zullen dat blijven doen’ gezegd worden.’

Geen demagoog
De feiten overstijgen de werkelijkheid van deze gebeurtenissen. Che was geen demagoog: hij leidde niemand om de tuin. Dat was zijn grootste politieke verschil met Fidel Castro, die gedurende zijn leven de schapen wist te overtuigen in slaap te vallen tussen een roedel wolven. Fidel bracht mensen bij elkaar, loog iedereen voor om zijn individuele belangen te behartigen: de menigte, ambtenaren, presidenten, zakenlui, e.a.  ‘We zijn geen communisten en zullen dat nooit zij’, zei hij vaak. Terugkijkend is dat wellicht een van de weinige waarheden die hij ooit uitsprak: hij was nooit ook maar de schaduw van een echte communist. Anderzijds vertelde Che zijn soldaten: ‘de meesten van ons zullen het er niet levend van af brengen. Degene die weg wil kan nu vertrekken. Dit is de taak van een man.’  Zijn bataljons begonnen met honderd man en eindigden met tien man. Fidel begon met honderd man en eindigde met een miljoen mannen. Hij liet hen echter zinken op de Titanic, nooit op de ark van Noach. Che stierf aan de zijde van zijn soldaten.

Guevara als deelnemer aan een sportwedstrijd aan de Univestieti van Orietne in het beginjaren van de reovlutiera a

Guevara (midden) neemt deel aan een sportwedstrijd aan de Universiteit van Oriente in de beginjaren van de revolutie

Hard en harteloos
Ja hij was zeker hard en zijn vijanden stellen dat hij harteloos was. Maar hij was ook een man van menselijke waarden die de kant koos van degenen die geen hoop hadden, in de wereld in het algemeen. Regeringsfunctionarissen die hem na zijn dood verheerlijkten hadden hem tijdens zijn leven stiekem verfoeid, maar de eerlijke arbeiders van Cuba hielden oprecht van hem. Ze werden niet gedreven door angst voor een almachtige verslindende god, wat wel het geval was jegens Fidel. Werkelijke genegenheid was af te lezen van de nederige, eenvoudige mensen die hem hadden gekend en mij over hem vertelden. Ik zeg hetzelfde tegen degenen die enkel het verlichte gezicht van een smetteloze revolutionair zien die niets anders heeft dan goede eigenschappen: het imago dat Fidel uit eigen belang promootte in Cuba nadat hij Che in de steek liet, juist op het moment dat hij hem het hardst nodig had. Het is zeker waar dat Che verantwoordelijk is voor de executies die werden uitgevoerd in Havana’s fort La Cabaña, een ongelukkige periode uit de Cubaanse de-evolutie periode. Elke medaille kent twee zijden. We zijn allen een mengeling van verschillende waarden. Ernesto bracht het goede en het verre-van-goede tot het uiterste.

Bron
* Blog Martín Guevara, 15 maart 2015
Link
* Deze Cubaweblog over Martín Guevara, 14 juni 2014

Martin guevara op de cover van zijn boek

Martin Guevara als jongeman op de cover van zijn boek

Noot:
Martín Guevara werd in 1963 in Argentinië geboren. Zijn vader Juan Martín Guevara is de jongste broer van Che en zat ten tijde van de militaire dictatuur in Argentinië tussen 1975 en 1983 gevangen vanwege zijn betrokkenheid bij het Frente Antimperialista por el Socialismo. De familie verliet Argentinië vijf jaar na de dood van Che Guevara (1967) en emigreerde naar Cuba. Martin was toen 10 jaar. Hij bleek het temperament en de politieke opvattingen van zijn oom, de mythische El ‘Che’ niet te delen en rebelleerde, wat leidde tot veel problemen voor hem en zijn familieleden. In 1988 verliet hij Cuba definitief, maar mocht enkele keren terugkeren om zijn zoon, zijn moeder en andere leden van de familie te ontmoeten. De neef van ‘Che’ Guevara mocht echter niet langer in Cuba wonen. De laatste 17 jaar woont hij met zijn vrouw en een jongere zoon in Spanje. Vorig jaar verscheen zijn boek ‘In de schaduw van een mythe’ (in het Engels en het Spaans).

Fernando Flores ‘Bloedbad’ Ibarra in Chili overleden

De voormalig openbare aanklager in Cuba, Fernando Flores Ibarra, is op 24 mei jl. op 82-jarige leeftijd in Chili overleden. Hij gaf in de eerste jaren van de Cubaanse revolutie opdracht tot een honderdtal fusillades en droeg daarom de bijnaam Charco de Sangre of Bloedbad. Hij woonde al 15 jaar in Santiago de Chile, samen met zijn tweede vrouw, een Chileense arts. Er zijn sterke aanwijzingen dat hij zakelijke relaties onderhield met Max Marambio, die hij in een interview met het Chileense tijdschrijft La Tercera ook verdedigde.

Tussen 1959 en 1963 was Flores openbaar aanklager van de zogeheten Revolutionaire Tribunalen, later werd hij benoemd tot ambassadeur in Polen, Joegoslavië, Ecuador, Frankrijk en Zweden. De bijnaam Bloedbad kreeg hij in 1961 na de inval in de Varkensbaai door Cubaanse ballingen. Tijdens korte processen werden tientallen huurlingen ter dood veroordeeld. In deze periode veranderde hij van een verlegen man in een persoon, die beschuldigden beledigde en ook hun familieleden bedreigde met de gang naar de beklaagdenbank, aldus een rapport van de Inter-Amerikaanse Commissie van de Mensenrechten uit 1963. Op 3 mei 2001 publiceerde de Chileense krant La Tercera een zeldzaam interview met Flores Ibarra als reactie op het boek Nuestros años verde olivo van de Chileense schrijver Roberto Ampuero, die met zijn dochter Margaritha trouwde. Ampuero tekent hem in zijn boek als ambassadeur Cienfuegos, die op het punt staat hem het hoofd af te hakken omdat hij zijn dochter benadert.

Fusillade in de eerste jaren van de revolutie

Honderdtal executies
In het interview beschuldigt Flores Ibarra  Ampuero te eenzijdig te zijn in zijn boek, maar hij lijkt niet geschokt te zijn door het gebruik van zijn bijnaam Bloedbad en hij geeft toe dat het mogelijk is geweest dat hij een honderdtal mensen ter dood heeft veroordeeld. ‘Ik heb ze niet geteld, maar ik heb er nooit spijt van gehad. Deze doden hebben nooit mijn slaap verstoord, ik heb er nooit een minuut korter door geslapen, zelfs geen siësta. Weet u waarom? De kindersterfte in mijn land is slechts 7 per 1.000 inwoners. Dat betekent dat we met de revolutie het leven hebben gered van honderdduizenden kinderen. Wij hebben ook mensen gefusilleerd, maar daar heb ik nooit over opgeschept,’ zegt hij vervolgens tegen de Chileens journalist. In 1971 maakte Flores deel uit van de delegatie uit Cuba die naar Santiago de Chili ging om het bezoek van Fidel Castro in november van dat jaar tijdens de regering van Salvador Allende,  voor te bereiden. Als ambassadeur in Joegoslavië (1972-1980) droeg hij sterk bij aan de toenadering tussen Fidel Castro en president Josef Broz Tito op de Zesde Top van Niet Gebonden Landen in 1979. Flores gaf in het interview ook toe dat zijn land links-extremistische groepen in Chili trainde en financierde tijdens de voormalige militaire regering van Pinochet. Hij noemde o.a. het Patriottische Front Manuel Rodriguez, een extreem-linkse groep die verantwoordelijk was voor een aantal high-profile moorden in Chili in de jaren 1970 en 1980, waaronder een aanslag op het leven van de militaire dictator generaal Augusto Pinochet.

Beschuldigd van spionage
In de jaren tachtig was hij korte tijd ambassadeur in Ecuador, ondermeer omdat de regering in Quito hem verdacht van betrokkenheid bij spionage en de financiering van guerrillagroeperingen in Zuid-Amerika. Flores Ibarra ontkende dit hoewel zijn nauwe banden met het Cubaanse geheime dienst bekend waren. In 1994 trok hij zich terug uit de buitenlandse dienst. De oud- openbare aanklager gaf in het interview met Tercera toe dat hij de mening van dictator Augusto Pinochet deelde dat het ontbreken van fundamentele vrijheden wordt gerechtvaardigd door het argument dat ‘wij in oorlog zijn’. Hij ontkende dat hij investeringen had in Chili en zei er niet over te denken zich in het land te vestigen. Kort daarna werd bekend dat de oud-functionaris uit Cuba een reisbureau leidde Rumbos Cuba in Santiago de Chile. In dit bedrijf was zijn neef Fernando Roberto Ampuero Flores de manager.

Boek over Fidel
De uitspraken van Flores Ibarra kregen in 2001 in Chili veel aandacht. Ook kwamen er acties op gang van mensenrechtengroepen die hem wilden vervolgen. De Stichting voor Mensenrechten in Cuba / Fundación para los Derechos Humanos en Cuba en de Internationale Vereniging voor Rechtvaardigheid en Vrijheid, vertegenwoordigd door Jorge Masetti in Parijs, begonnen een actie en verzamelde getuigenissen van 40 van Flores’ slachtoffers en hun familieleden maar die activiteit leidde niet tot resultaat want ongeveer een maand later verdween Flores Ibarra uit Chili. In 2004 publiceerde hij zijn boek getiteld Yo fui enemigo de Fidel / Ik was de vijand van Fidel waarin hij vertelde over een twist die hij met Fidel Castro had op de Universiteit van Havana waar beiden eind jaren vijftig rechten studeerden en over twee aanslagen tegen Castro’s leven in de periode van de jaren zestig. Kortgeleden keerde hij terug naar Chili en overleed er afgelopen week. Flores Ibarra zei dat hij leefde van het pensioen dat hij in Cuba kreeg en het salaris van zijn vrouw Margarita Madan Rey, die arts is. De Cubaanse media hebben zijn dood niet gemeld.

Marambio was ooit een van de lijfwachten van president Salavador Allende. Hij vluchtte na de staatsgreep in 1973 naar Cuba en zou daar een economische sleutelrol achter de schermen speelde. Hij werd wel de ‘agent 007 van Fidel Castro’ genoemd. Op dit moment woont hij in Chili en procedeert tegen de Cubaanse regering.

De affaire Marambio
Men neemt aan dat Bloedbad ook handel dreef met Max Marambio, die hij in het interview met La Tercera verdedigde. ‘Ik bewonderde Max vanwege zijn intelligentie, zijn agressiviteit in zaken en ik geloof niet dat hij iets illegaals heeft gedaan, zeker niet in Cuba.’ In mei 2011 werd de Chileense zakenman en voormalige vertrouweling van Fidel Castro, Max Marambio Rodríguez, in Havana bij verstek tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Ook de Cubaanse ex-minister van Voedselproductie Roca Iglesias kreeg toen twintig jaar. Marambio  werd schuldig bevonden aan ‘omkoping, fraude en vervalsing van bank- en handelsdocumenten, op langere termijn,’ aldus de partijkrant  Granma. Marambio was ingezetene van de staat Cuba en leidde het voedselbedrijf Río Zaza, met twee vestigingen in het land en een omzet van 100 miljoen dollar jaarlijks. De zaak kwam in april 2010 aan het licht na de geheimzinnige dood in een hotel in Havana van de Chileense manager van Río Zaza, de Chileen Roberto Baudrand.

Bron
* Cafe Fuerte, Ivette Leyva Martínez, Miami 29 mei 2012

Link
* Zie ook het bericht van 7 mei 2011 op de Cubaweblog over de veroordeling van Marambio.