‘Geen plek voor zelfmoordenaars in Pantheon van het Vaderland’

De zelfmoord van Fidel Castro Díaz-Balart donderdag jl. kan toegevoegd worden aan de lange lijst van Cubaanse officials, die de afgelopen 60 jaar een einde aan hun leven maakten. De geschiedenis van de Cubaanse Revolutie is niet compleet zonder het hoofdstuk over de deserteurs, de ballingen en ook de zelfmoordenaars.

Fidel-Castro-Diaz-Balart-begrafenis-fidel-2016

Fidel Castro Diaz Balart (met vlaggetje) bij de begrafenis van zijn vader Fidel Castro in 2016.

Het begon al in 1959 met de dood van commandant Felix Lugerio Pena. Hij leidde het Militair Tribunaal in een spraakmakend proces tegen 43 piloten in dienst van dictator Fulgencio Batista. Zij zouden betrokken zijn geweest bij acties tegen Fidel’s rebellen in de Sierra Maestra. De piloten werden vrijgesproken, maar dat besluit werd op last van Fidel Castro teruggedraaid en zij werden tot maximaal 30 jaar gevangennisstraf veroordeeld. Kort daarna overleed Pena door een kogel in het hoofd.

Mislukte pogingen
Er hebben zich ook mislukte zelfmoordpogingen voorgedaan zoals die van de advocaat Augusto Martínez Sánchez. Hij was een van de rebellen die door zijn rol in de Sierra Maestra de rang van Comandante kreeg. In 1959 werd hij tot Militair Aanklager benoemd en was hij verantwoordelijk voor de talrijke executies. Hij werd later Minister van de Strijdkrachten in het eerste revolutionaire kabinet. Martínez was ook opperrechter in de zaak tegen de deelnemers aan de Inval van de Varkensbaai in 1961. Hij werd later Minister van Arbeid. In 1964 schoot hij zichzelf in de borst, maar hij overleefde dit. Hij verdween uit het openbare leven en stierf in 2013.

zelfmoord-Fidel Castro Díaz-Balart, voormalig president Osvaldo Dorticós, Félix Pena en guerrillera Haydée Santamaría

De klok rond: Fidel Castro Díaz-Balart, voormalig president Osvaldo Dorticós, commandant Félix Pena en guerrillera Haydée Santamaría

Overval paleis
In 1972 pleegde Alberto Mora zelfmoord. Hij was de zoon van Menelao Mora, de oprichter van de Partido Auténtico. Menelao Mora was ook de organisator van de gewapende aanval op het presidentiële paleis in 1957. Het was de bedoeling dat Batista daarbij zou omkomen, maar die was afwezig en de actie mislukte. Menelao werd enkele maanden later op straat doodgeschoten. Zijn zoon Alberto Mora werd Comandante van de Revolutie en directeur van de Buitenlandse Handelsbank.

Heldin van de Revolutie
Haydée Santamaría was een van de bekendere strijders uit de periode van de clandestiniteit. Zij zou de oprichter worden van de bekende uitgeverij Casa de las Américas, de  denktank voor de ideologie van de Cubaanse revolutie. Ze pleegde zelfmoord op de vooravond van de 26ste Juli, sommigen zeggen op de 26ste Juli, Cuba’s nationale feestdag. Het is de dag waarop de aanval op de Moncada-kazerne in 1953 wordt herdacht waarbij haar broer Abel na gruwelijke martelingen werd gedood. Haar vriend Boris Luis Santa Coloma, nog geen 25 jaar, stierf ook bij de aanval op de Moncadakazerne. Zelf werd zij gevangen genomen door het leger van Fulgencio Batista. Santamaría zat bijna 2 maanden in een ondergrondse kerker. Zij beschreef die momenten als ‘een lijdensweg’ die maakte dat ze gevoelloos werd. Na haar dood werd Santamaría niet herdacht met het eerbetoon dat bij haar paste, gezien haar historische betekenis. Lange tijd werd de officiële gedachtenis van belangrijke personen die zelfmoord pleegden, genegeerd. Santamaría’s afscheidsbrief waarin de reden van de zelfdoding was opgenomen, is nooit gepubliceerd. ‘Er is geen plek voor zelfmoorden in het Pantheon van het Vaderland’, zei een voorman van de Cubaanse regering eens tot enkele vrienden uit de culturele wereld.

haydeesantamaria-224x300

Haydee Santamaría

De partijkrant Granma berichtte kort over de dood van Santamaría. Comandante Juan Almeida zei destijds: ‘In principe accepteren wij, revolutionairen, het besluit tot zelfdoding niet. Het leven van revolutionairen behoort toe aan de zaak van de Revolutie en aan het volk.’ Maar hij voegde er aan toe ‘niet gevoelloos Haydée te willen veroordelen’ want iedereen die haar heeft gekend, inclusief ikzelf, weet dat ‘de wonden van de aanval op de Moncadakazerne nooit geheel bij haar geheeld waren.’ In 2008, ongeveer dertig jaar na deze gebeurtenis, kwamen de twee kinderen van Santamaría – inmiddels gehuwd met minister Armando Hart – Celia Hart Santamaría (45) en Abel Hart Santamaría (48) bij een auto-ongeval om het leven. De crash waarbij hun auto zich in een boom boorde, had het karakter van een zelfmoordactie, volgens sommige betrokkenen.
De zus van Vilma Espin, partijprominente en echtgenote van Raúl Castro, pleegde ook zelfmoord. Nilsa Espín beroofde zich in 1965 van het leven, samen met haar man Rafael Rivero. Hij deed dit in een militair kampement in Pinar del Río, zij pleegde zelfmoord in het kantoor van Raúl Castro.

dorticos-fidel-che-februari1959

Midden: president Dorticos, februari 1959

President
In juni 1983 schoot Osvaldo Dorticos, president van de Republiek Cuba van 1959 tot 1976, zichzelf een kogel door het hoofd, na een felle woordenwisseling, aldus getuigen, met Fidel Castro. Dorticós deed dit op het moment dat Cuba verwikkeld was in een grote operatie tegen corruptie, Toga Sucia (Vuile kleren). De actie was gericht tegen corrupte rechters, maar velen zagen er een poging in de rechterlijke macht te zuiveren van minder Castrogezinde rechters. De officiële media benadrukten dat de reden voor deze zelfmoord gezocht moest worden in een zware depressie, ontstaan na de dood van Dorticos’ vrouw, María Caridad Molina.

Breuk

Vorige week donderdag brak de officiële pers met een lange traditie van zwijgen over zelfmoorden. De zelfmoord van Fidel Castro Díaz-Balart – Fidel Castro’s oudste zoon, geboren voor de Revolutie uit het huwelijk met Castro’s eerste vrouw Mirta Díaz-Balart – zou tegenwoordig ook veel minder gemakkelijk geheim gehouden kunnen worden.

Bron
* Marcelo Hernández, website 14ymedio, 2 februari 2018

‘Fidelito’, oudste zoon van Fidel Castro, maakt eind aan zijn leven

Fidel Castro Díaz-Balart, de oudste zoon van de in 2016 overleden Cubaanse leider Fidel Castro, heeft zichzelf van het leven beroofd, zo melden Cubaanse staatsmedia. De nucleaire wetenschapper was zwaar depressief. Op de staatstelevisie werd de dood van Castro’s bekendste zoon kort gemeld.

fidelitoenzoonfidelantonio

‘Fidelito’ met de andere zoon van Fidel Castro: Fidel Antonio

De 68-jarige Castro Junior, die ook bekend stond als ‘Fidelito’ omdat hij sprekend op zijn vader leek, is de enige zoon uit het eerste huwelijk van Fidel Castro en diens eerste vrouw Mirtha Díaz-Balart. Van alle kinderen van de voormalige Cubaanse leider, trad ‘Fidelito’ het meest naar voren. Zijn vader was van 1959 tot 2006 leider van Cuba. Daarna nam Raúl Castro, broer van Fidel, de leiding over. Fidel Castro overleed op 25 november 2016 op 90-jarige leeftijd. Castro Díaz-Balart werd in de maanden voor zijn dood behandeld voor zware depressies. In eerste instantie was hij opgenomen, maar hij werd de afgelopen maanden buiten het ziekenhuis behandeld. Dat meldt Cubadebate, een Cubaanse nieuwssite.

CASTRO

7 januari 1959; Fidelito op een van de tanks die Havana binnentrekken.

Verenigde Staten
Fidelito werd geboren in 1949, tien jaar voordat zijn vader na een guerrillastrijd een einde maakte aan het pro-Amerikaanse bewind van Fulgencio Batista. Fidel Castro was toen kort getrouwd met Mirta Diaz-Balart, lid van een bekende aristocratische familie. Sommige van haar familieleden groeiden, in ballingschap in de VS, uit tot vooraanstaande tegenstanders van het Castro-bewind. Zo was Fidelito de neef van twee Amerikaanse parlementariërs, het huidige Republikeinse Congreslid Mario Diaz-Balart en oud-parlementslid Lincoln Diaz-Balart.

fidelitoenvaderfidel

‘Fidelito’ met zijn vader Fidel, geinterviewd voor een Amerikaanse tv-zender in de beginjaren van de revolutie

Bittere strijd
Castro’s zoon was in de jaren vijftig onderwerp van een bittere strijd tussen beide families. Volgens Cuba-deskundigen nam zijn moeder hem mee naar de VS toen hij 5 jaar oud was. Zij wilde toen scheiden. Fidel zat op dat moment gevangen na een aanval op de Moncada-kazerne in de stad Santiago. Nadat hij de macht had gegrepen, slaagde de Cubaanse leider erin zijn zoon weer naar Cuba te halen. Fidelito groeide op in de roerige revolutionaire jaren. Hij werd door zijn vader naar Rusland gestuurd, de belangrijkste bondgenoot van het Castro-bewind, om daar te studeren. Hij leidde tussen 1980 en 1992 het nucleaire programma van het land. In die functie werkte hij aan de ontwikkeling van een kerncentrale, tot zijn vader hem ontsloeg. Cuba stopte in 1992 met het plan omdat er geen geld meer was; de handel met Moskou was ingestort na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Castro’s zoon verdween daarop grotendeels uit de openbaarheid. Af en toe werd hij nog wel gezien op een wetenschappelijk congres of een diplomatieke receptie. Onder het bewind van zijn oom Raul werd hij wetenschappelijk adviseur van een staatsorgaan. Tot zijn dood was Fidelito, die vier talen sprak, vicevoorzitter van de Cubaanse Academie voor Wetenschappen.

fidelito-paris-hilton-jan2015

‘Fidelito’ in gezelschap van Paris Hilton (links) die in januari 2015 Cuba bezocht. Haar vader was de eigenaar van hotel Hilton of Habana Libre. Dat hotel werd hem in 1959 afgenomen door Fidel Castro, die er aanvankelijk een jaar woonde.

Noodzaak
Volgens Benjamin-Alvarado, een Cuba-deskundige van de Universiteit van Nebraska die contact had met Castro’s zoon, werden Fidelito’s ideeën over energiebeleid niet gedeeld door het bewind van zijn oom. ‘Hij had uitvoerig geschreven over de noodzaak om duurzame energie te ontwikkelen’, aldus Benjamin-Alvarado. ‘Maar het beleid van de Cubaanse regering bleef gericht op het handhaven van de status quo: afhankelijk blijven van olie. Dat was een teleurstelling voor hem.’ Castro Diaz-Balart was 68.

Bron: Redactie De Volkskrant, 2 februari 2018

Linken:
* CNN Breaking News: Fidel Castro’s eldest son took his own life, Cuban state media reports.  
* Huffington Post, 2 februari 2018: Fidel Castro’s oldest son dead by suicide.

Fidel Castro over aanslag op Oswaldo Payá: ‘goedkope laster’

In het commentaar van de New York Times (12 oktober) over het herstel van de relaties tussen de VS en Cuba,  wordt opgemerkt dat ‘deze autoritaire regering doorgaat met het vervolgen en vastzetten van dissidenten. Havana heeft ook nooit de verdachte omstandigheden belicht rond de dood van de politieke activist Oswaldo Payá.’ In een commentaar noemt ex-president Fidel Castro deze kritiek ‘goedkope laster’. Het is de eerste maal dat een zo’n hoge vertegenwoordiger van het regime ingaat op de schuldvraag over het auto-ongeluk op 22 juli 2012 bij Bayamo waarbij Oswaldo Payá samen met zijn collega Harold Cepero, overleed.

Oswaldo Payá en Fidel Castro (montage)

Oswaldo Payá en Fidel Castro (montage)

De dictator citeert ook verschillende fragmenten uit het commentaar van de New York Times waaronder die over de onwil van de Cubaanse machthebbers de dood van Oswaldo Payá op te helderen. De Cubaanse media hebben nooit bericht gedaan van de diverse aanklachten van de familie Payá en de Movimiento Cristiano Liberación, waarin zij het regime aanwijzen als de eerste verantwoordelijke voor de ‘moord’ op hun vader en echtgenoot. Het regime heeft altijd gesproken over een ‘auto-ongeluk’ waarvoor de Spaanse chauffeur Ángel Carromero werd veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf. Eind 2012 mocht hij wegens een afspraak tussen Havana en Madrid naar Spanje terugkeren. Bij terugkeer zei hij dat zijn auto de hele dag werd achtervolgd door een wagen van de overheid en klem werd gereden. In het artikel bekritiseert Fidel Castro de tekst van het commentaar in de New York Times ook omdat ‘de krant vooral de goede kanten belicht van de Noord-Amerikaanse politiek’ hoewel Fidel ook vaststelt dat de krant de hoge graad van scholing erkent, ‘maar nalaat deze te vergelijken met de situatie in Cuba voor 1959′ toen het land geleid werd door ‘de bondgenoot van de VS en grote plunderaar Fulgencio Batista,’ aldus Fidel.

Carromero tijdens de persconferentie

Carromero tijdens de persconferentie

Aanslag
Deze week presenteerde Ángel Carromero, politiek leider van de jongerenorganisatie van de Partido Popular (PP), zijn boek Muerte bajo sospecha / Dood onder verdachte omstandigheden in Miami en herhaalde hij dat de dood van Oswaldo Payá ‘geen ongeluk, maar een aanslag’ was. Tijdens een persconferentie waarbij ook de vrouw en dochter, Ofelia Acevedo Maura y Rosa María Payá Acevedo van Payá aanwezig waren, presenteerde Carromero een serie officiële foto’s waarmee hij aantoonde dat er sprake was van manipulatie van bewijzen. Op een van de foto’s is de achterbumper geheel intact terwijl op andere foto’s dezelfde bumper half afgebroken lijkt en in het gras hangt. Ook de voorbumper en een wiel zitten op foto’s op andere plaatsen. Over zijn eerste verklaring die hij enkele dagen na het ongeluk in Havana aflegde en toen zei geen enkele auto te hebben gezien, zegt hij dat deze onder zware druk werd afgenomen en dat hij ‘hier niet zou zitten’ als hij de verklaring niet had afgelegd. Volgens Carromero is het duidelijk dat de Cubaanse regering achter de dood van deze twee dissidenten zit (‘ze reden ons van de weg’) en hij eist dan ook, samen met de familie een internationaal onderzoek.

handtekening-fidelLinken
* That which never can be forgotten, het commentaar (Engelstalig) van Fidel Castro, 13 oktober 2014
* De persconferentie van Ángel Carromero, Spaans TV-kanaal  in de VS, 8 minuten.

Cubaanse media melden groei landbouw van 17,6%

De Cubaanse media melden voor het eerste trimester van dit jaar een groei in de landbouwproductie van 17,6%, vergeleken met dezelfde periode in 2013. Maar ‘interne en externe problemen’ blijven de productiestijging bemoeilijken.

De groente- en voedseloogst bedroeg 1,93 miljoen ton, maar bereikte daarmee nog niet de opbrengst van 1,95 miljoen van het topjaar 2007, aldus deskundigen van het Cubaanse Bureau voor Statistiek en Informatie (ONEI). De productiestijging werd bereikt ondanks de dalende aardappeloogst, de citrussector die zich niet herstelde en de tomaten en uien-oogst die onder de verwachting bleef. De media in Cuba wijzen op sectoren zoals rijst, bonen en maïs waar sprake was van een ‘een tendentie tot groei’.

'De ware vriendschap' Fragment uit het verslag van Fidel Castro over het korte bezoek dat de Venezolaanse president Madurao hem vorige week bracht. Ze maakten o.a. een autorit door de streek. Citaat: 'Terwijl we een autorit maakten in deze streek die veelbelovend is op het gebied van de voedselproducties, ontmoeten we twee compañeras. Ik vroeg hen of ze mijn gast kenden. Zij keken hem goed aan en zeiden: ‘President Maduro’, en ze lachten nieuwsgierig. Ik vroeg wat voor opleiding ze hadden genoten. De jongste zei: 'Twaalfde graad.’ De ander, jonger en sterk zei dat ze was afgestudeerd in Lichamelijke Opvoeding en Sporten, een sector waar ze ook jaren had gewerkt. Tenslotte vroeg ik hen of ze in Venezuela zouden willen werken en de twee antwoordden enthousiast: ‘Ja, natuurlijk.’  Volledige Engelse tekst van het verslag van Fidel Castro in o.a. de partijkrant Granma.

‘De ware vriendschap’
Fragment uit het verslag van Fidel Castro over het korte bezoek dat de Venezolaanse president Maduro hem vorige week bracht. Ze maakten o.a. een autorit door de streek.
Citaat: ‘Terwijl we een autorit maakten in deze streek die veelbelovend is op het gebied van de voedselproducties, ontmoetten we twee compañeras. Ik vroeg hen of ze mijn gast kenden. Zij keken hem goed aan en zeiden: ‘President Maduro’, en ze lachten nieuwsgierig. Ik vroeg wat voor opleiding ze hadden genoten. De jongste zei: ‘Twaalfde graad.’ De ander, jonger en sterk zei dat ze was afgestudeerd in Lichamelijke Opvoeding en Sport, een sector waar ze ook jaren had gewerkt. Tenslotte vroeg ik hen of ze in Venezuela zouden willen werken en de twee antwoordden enthousiast: ‘Ja, natuurlijk.’

Oude en nieuwe fouten
Ze wijzen op de ‘interne en externe problemen’ waarmee de landbouwsector in deze periode werd geconfronteerd zoals de prijsstijging van materialen, machines, investeringen, veevoeder en brandstoffen en de onmogelijkheid om internationaal krediet te krijgen vanwege het Amerikaans embargo. Ook wordt het effect genoemd van ‘ontoereikende interne factoren zoals oude en nieuwe fouten, zowel op macroniveau als op het niveau van de productieplekken zelf.’ Voor de sterk gestegen voedselprijzen op het eiland, wordt gewezen naar de relatie met de productie die tot nu toe ‘onvoldoende’ is. Eén van de hervormingen van de regering van Raúl Castro betrof de overdracht van onbewerkte landbouwgrond percelen aan kleine boeren, maar tot nu toe blijven de gewenste resultaten daarvan uit

Fidel in gesprek met president Maduro

Fidel in gesprek met president Maduro, 19 augustus 2014

Bron
* Diverse internationale persbureaus
Link

* Volledige Engelse tekst van het verslag van Fidel Castro in o.a. de partijkrant Granma.
*  De productiecijfers zijn afkomstig uit een reportage van René Tamayo op de website en in de krant Juventud Rebelde met de titel ‘Het platteland schenkt leven’.  Daar vindt u ook officieel cijfermateriaal over de productie sinds 2007.

Politie in burger doorzoekt woning Alfredo Guevara

Ruim 20 politie-agenten-in-burger hebben zaterdag jl. de woning van de in april overleden Alfredo Guevara, ex-directeur van het Cubaanse Filminstituut ICAIC, aan een grondig onderzoek onderworpen. Veel van zijn bezittingen waaronder veel papieren en documenten, werden in beslag genomen. De geadopteerde zoon van Guevara, Antonio Guevara, heeft vanuit Mexico geprotesteerd tegen de inbeslagname. Cubaanse autoriteiten zeggen dat sprake is van bescherming van het ‘cultureel patrimonium’ van het land. De officiele media hebben de operatie niet gemeld.

Alfredo Guevara in gesprek met journalisten (4 december 2011) nadat hij voor zijn werkzaamheden bij het ICAIC was onderscheiden.

Alfredo Guevara in gesprek met journalisten (4 december 2011) nadat hij voor zijn werkzaamheden bij het ICAIC was onderscheiden.

Familieleden spreken over het gewelddadige karakter van de actie waarbij telefoonverbindingen werden doorgesneden, deuren opengebroken en personeel dat de woning schoonhield, vastgehouden. Zij zeggen nooit toestemming te hebben gegeven voor het binnendringen van de woning en door de autoriteiten niet te zijn geinformeerd over deze operatie. Antonio Guevara benadrukte dat hij en de andere familieleden de legale erfgenamen zijn, ook van de documenten, papieren en kunstwerken, precies zoals Alfredo Guevara dat in zijn testament beschreven zou hebben. Guevara beschikte over een grote verzameling kunstwerken. Direct na zijn dood, op 25 april, publiceerde het Ministerie van Cultuur een besluit waarin werd bepaald dat alle zaken met betrekking tot het leven en het werk van Guevara gerekend moeten worden tot het cultureel patrimonium van Cuba. Dat betekent dat toegang en gebruik van Guevara’s nalatenschap slecht mogelijk is via de Nationale Raad van het Cultureel Patrimonium/ Consejo Nacional de Patrimonio Cultural (CNPC).

Geruchtenstroom
De huiszoeking bij Guevara – sinds 1959 een van de meest vooraanstaande persoonlijkheden in de Cubaanse kunstwereld en politiek – is aanleiding tot een geruchtenstroom over de motieven van deze operatie. De vrouw van Antonio Guevara, Janet Cueto, spreekt van een voorwendsel van de zijde van de Cubaanse autoriteiten en wijst erop dat in het testament van Alfredo geen enkele verwijzing voorkomt naar overheidsinstanties als mogelijke erfgenamen. Ook de doorzochte woning was particulier bezit en eigendom van haar twee kinderen Claudia en Alfredo.

Alfredo Guevara (1925 – 2013) die op 19 april op 87-jarige leeftijd stierf, was 7 maanden ouder dan Fidel Castro. Hij steunde Fidel en zijn revolutie zijn hele leven. Guevara en Fidel kenden elkaar sinds hun 19e levensjaar toen zij actief waren op de Universiteit van Havana om, zoals Guevara eens zei ‘te complotteren, de regering om ver  te werpen en revolutie te maken. De twee waren in 1948 betrokken bij de zeer gewelddadige opstand Bogotazo uin Columbia. Guevara studeerde filosofie. Literatuur en theater terwijl Fidel rechten studeerde. Guevara was lid van de Cubaanse Communistische Jeugdbeweging; Fidel verkeerde in kringen van de Ortodoxo partij maar zou, mede onder invloed van Guevara na 1959 uiteindelijk kiezen voor het communisme.

Alfredo Guevara (1925 – 2013) die op 19 april op 87-jarige leeftijd stierf, was 7 maanden ouder dan Fidel Castro. Hij steunde Fidel en zijn revolutie zijn hele leven. Guevara en Fidel kenden elkaar sinds hun 19e levensjaar toen zij actief waren op de Universiteit van Havana om, zoals Guevara eens zei ‘te complotteren, de regering omver te werpen en revolutie te maken.’ De twee waren in 1948 betrokken bij de zeer gewelddadige opstand Bogotazo in Colombia.
Guevara studeerde filosofie, literatuur en theater terwijl Fidel rechten studeerde. Guevara was lid van de Cubaanse Communistische Jeugdbeweging; Fidel verkeerde in kringen van de Ortodoxo partij maar zou, mede onder invloed van Guevara na 1959 uiteindelijk kiezen voor het communisme.

Gladys Collazo Usallán, voorztter van CNPC, verzekert de redactie van een regimevriendelijke weblog dat de reden van de actie geen andere was dan ‘de belangen van de ware erfgenamen en dat van het nationaal patrimonium, te beschermen.’ Zij meldt ook dat buren enkele nachten eerder hadden gezien dat goederen uit Guevara’s woning door onbekenden werden weggehaald. Volgens de bekende blogger Yoani Sánchez zouden de onderzoekers vooral geinteresseerd zijn geweest in documenten en aantekeningen die Alfredo Guevara de laatste jaren maakte. Zij zegt dat dat materiaal ‘herinneringen bevat met de meest obscene details over het systeem, want als iemand directe getuige en betrokkene was bij de totstandkoming van het huidige Cubaanse systeem was het Alfredo Guevara.’ Sánchez wijst erop dat de inval plaatsvond op een moment dat de naaste familieleden in het buitenland verbleven. Publicist Alejandro Armengol (Cubaencuentro) stelt zichzelf de vraag of de Cubaanse autoriteiten werkelijk ongewenste onthullingen vreesden van de zijde van Guevara. Hij – i.t.t. Yoani Sánchez – twijfelt aan die mogelijkheid. Zou iemand als Guevara iets hebben kunnen schrijven dat de gebroeders Castro en het regime niet goed zou uitkomen, terwijl hij zijn leven lang een absolute loyaliteit aan de Castro’s ten toon had gespreid? Armengol wijst in de richting van Guevara’s  enorme kunstverzameling. ‘Men moet niet  vergeten dat Alfredo Guevara geen simpele particuliere verzamelaar van Cubaanse kunst was, maar dat hij vooral veel kunstwerken kon vergaren door zijn positie die hij binnen het regime innam. Vanaf januari 1959 werden veel woningen en kunstverzamelingen in bezit van de hogere bourgeoisie, geconfiskeerd. Niet alle kunstwerken gingen toen naar musea, ministeries of de opslagruimten van de overheid. De gangen en alle zalen van de filmorganisatie ICAIC hingen bijvoorbeeld vol kunstwerken, vaak afgestaan door kunstenaars die op die manier de sympathie van de de leiding van ICAIC c.q. Guevara wilden winnen. ‘Voor Guevara bestond er geen verschil tussen de wanden van zijn werkkamer bij ICAIC of de muren bij hem thuis,’ aldus Armengol.

Guevara met Haydee Santamaria, voormalig guerillrstrijder en directeur van de uitgeverij Casa de las Americas.

Guevara met Haydee Santamaria, voormalig guerillastrijder en directeur van de uitgeverij Casa de las Americas.

Levenslange privileges
Armengol: ‘Alfredo Guevara was geen miljonair – hij ontbeerde de eigenschap van zo iemand – ook was hij geen beroemd filmproducent noch directeur van een grote filmmaatschappij. Maar hij profiteerde van een groot aantal privileges die bij zo’n functie behoren. Hij was hoge ambtenaar van een communistische regering. Maar net als anderen van zijn soort was die Staat er niet alleen voor hem om te gebruiken, maar werd ook gebruikt door anderen om hem heen. Als het juist is dat hij een testament heeft achtergelaten en daar vastlegt dat zijn kunstschatten zouden worden nagelaten aan zijn ‘familie’, is dit document zijn laatste bedrog aan het adres van de Cubanen.’ Arnengol ziet er het zoveelste bewijs in van ‘de morele en fysieke decadentie in het huidige Cuba.’

Cartoonist Garrincha maakte een cartoon over de affaire.

Cartoonist Garrincha maakte een cartoon over de affaire. Hij verwijst naar recente berichten over de inperking van het aantal eieren dat elke Cubaanse burger nog met zijn rantsoeneringskaart kan krijgen. ‘Hee, ze hebben een inval gedaan bij Alfredo Guevara.’ ‘Ik weet zeker dat ze op zoek waren naar eieren’.

De filmmaker en publicist Manuel Zayas zegt in New York dat de huiszoeking een voorwendsel is om compromitterende informatie van Guevara in beslag te nemen. Zayas beschouwt de huiszoeking als een boodschap aan de erfgenamen die luidt dat zij een zero tolerance kunnen verwachten. Ook Zayas, die Guevara na zijn dood omschreef als ‘de laatste aparatsjik’, benadrukt dat Alfredo Guevara een van de grootste particuliere schilderijen verzamelingen bezat. Dat was mogelijk omdat hij al jarenlang reizen kon maken naar het buitenland en vanwege zijn verdediging van de Revolutie, werd dit gedrag getolereerd. Daar is nu een einde aan gekomen.’ Zayas zegt dat er aanwijzingen zijn dat kunstwerken door Guevara’s familieleden naar het buitenland werden gebracht, verkocht en dat de opbrengsten werden geinvesteerd in diverse ondernemingen in Miami.’

Castro's zoon,  ooit Fidelito werd genoemd

Castro’s zoon, ooit Fidelito genoemd

Ongenade
De as van Guevara werd enkele dagen na zijn dood uitgestrooid op de trappen van de Universiteit van Havana, de plek waar hij zijn loopbaan begon en Fidel Castro leerde kennen. Bij de plechtigheid was zijn nichtje Claudia Guevara aanwezig. De Castro’s zelf waren er niet; enkel Fidel Castro Díaz Balart, Castro’s zoon, was aanwezig. Zaya trekt de conclusie dat Alfredo Guevara bij zijn dood in ongenade viel.

Bron
* Bericht van de Engelstalige Havana Times

Oudste zus van Fidel en Raúl overleden

De 88-jarige Ángela María Castro Ruz is gisteren in Havana overleden, aldus bronnen in Miami. Een van de bronnen is Ángela’s jongere zus Juanita, die in  Miami woont. Ángela leed al langer aan de ziekte van Alzheimer. De Cubaanse media hebben het overlijden niet gemeld.

De oudste broer Ramón, Enma, Fidel, Ángela, Raúl en Agustina, (1985)

Ángela Maria Castro Ruz (1923) was de oudste dochter uit het huwelijk van Ángel Castro Argiz en Lina Ruz González. De oudste zoon is de nog in leven zijnde Ramón Eusebio Castro Ruz (1924). In chronologische volgorde volgden Angelita, Fidel Alejandro Castro Ruz (1926), Raúl Modesto Castro Ruz (1931), Juana de la Caridad Castro Ruz (1933), Emma Concepción Castro Ruz (1935) en Agustina del Carmen Castro Ruz (1938).

Angelita Castro als jeugdige voor de woning van het gezin in Bíran in het oosten van Cuba.

Terug naar geboorteplaats
De stoffelijke resten van Angelita zullen worden gecremeerd en worden overgebracht van de kliniek in Havana waar ze verbleef, naar haar geboorteplaats Birán waar het zeven kinderen tellende gezin van de Castro’s opgroeide. Haar zus Juanita zal niet bij de begrafenis aanwezig zijn; zij verliet Cuba in 1963 na politieke onenigheid met haar broers en voerde vanuit Florida ook oppositie tegen haar beide broers. Ángela heeft in die periode Cuba geen enkele keer verlaten.

Wetenschappers uit Cuba en de VS onderzoeken mogelijkheid grotere samenwerking

Gisteren begon in Havana een weekdurende bijeenkomst van Cubaanse en Amerikaanse wetenschappers, die onderzoeken welke mogelijkheden er bestaan hun samenwerking uit te breiden. De bijeenkomst is georganiseerd door de  Academia Cubana de Ciencias  ACC / Academie van Wetenschappen in Cuba en de Asociación Americana para el Avance de las Ciencias / Amerikaanse Vereniging voor de vooruitgang van de Wetenschap.

Capitool in Havana

Biologie, milieu, biochemie, voedselveredeling, cellulaire microbiologie en technologie vormen de thema’s die deze week centraal staan. In 2009 zond de Amerikaanse organisatie al eens een delegatie naar Cuba. Deelnemers vanuit de VS zijn o.a. Nobelprijswinnaar Chemie, Mike Clegg en Stephen Johnson, directeur van het Amerikaanse Centrum voor Strategische en Internationale Studies. De Cubaanse delegatie wordt geleid door de voorzitter van de ACC, Ismael Clark en de adviseur van de Staatsraad Fidel Castro Díaz-Balart, zoon van Fidel.

Fidel Castro Díaz-Balart of Fidelito

Fidel Castro Diaz-Balart en zijn moeder Mirta in 2010

Fidel Castro Díaz-Balart  werd in 1949 geboren. Zijn moeder was Mirta Díaz Balart met wie Castro een jaar eerder was getrouwd. Zeven jaar later vond de scheiding plaats en bleef Fidelito bij zijn moeder in Mexico. Fidel deed een succesvolle poging de jongen te ontvoeren vlak voor hij met de Granma naar Cuba terugkeerde en de guerrillastrijd begon. Mirta woont in Spanje maar bezoekt regelmatig haar familieleden in Cuba; die bezoeken werden mogelijk door toedoen van haar voormalige zwager Raúl Castro. De afspraak is blijkbaar dat Mirta haar familie in Cuba kan bezoeken in ruil waarvoor ze dan elk contact met de media uit de weg zal gaan. Fidel jr. studeerde in de Sovjet Unie en leidde de bouw van de kerncentrale van Juragua. Hij is nucleair specialist en volgde studies aan het Nucleair Wetenschappelijk en Technologisch Instituut in Moskou. Uit zijn eerste huwelijk met Olga Smirnova heeft hij twee kinderen, Fidel Antonio Castro en Mirta. Op dit moment is hij getrouwd met Maria Victoria Barreiro, dochter van de voormalige ex-generaal van de Cubaanse geheime dienst MININT, Luis Barreiro. Bijna alle kleinkinderen van Fidel wonen buiten Cuba of brengen daar het grootste deel van het jaar door, o.a. in Duitsland en Spanje.