Centrisme of derde weg leiden tot terugkeer kapitalisme

Regimegezinde intellectuelen en bloggers in Cuba waarschuwen al enkele maanden voor centrisme, volgens hen een kwalijke middenkoers tussen Revolutie en Contrarevolutie. O.a. de weblog La pupila insomne is spreekbuis van hen die waarschuwen voor de ‘zogenaamde onafhankelijke initiatieven’ van de nieuwe contrarevolutie. Blogger Iroël Sánchez herkent de ‘centristen’ aan hun woordgebruik. Ze nemen vaak termen in de mond als reformistisch, meerpartijensysteem, grondwettelijke en democratische veranderingen en kiesstelsel en nemen afstand van de traditionele contrarevolutie zoals we die al tientallen jaren kennen vanuit het ‘maffiose Cuba in Florida’. Iroël Sánchez publiceerde samen met getrouwe volgelingen van de revolutie als Enrique Ubieta, Elier Ramírez Cañedo, Javier Gomez Sánchez, Carlos Luque Zayas Bazán, Emilio Ichikawa, René Vázquez Díaz, Arnold August, Raúl Capote Fernández en Jorge Angel Hernández een boek met 19 bijdragen, getiteld El Centrismo en Cuba: Otra vuelta de tuerca hacia el capitalismo / Het Centrisme in Cuba: een nieuwe weg naar het kapitalisme. (zie pdf hieronder)

cover-centrisme-in-cubaDe auteurs wijzen voor de oorsprong van het centrisme naar de 17e december 2014 toen de presidenten Obama en Castro hun toenaderingspolitiek presenteerden. De traditionele contrarevolutie, gevoed door opeenvolgende administraties in het Witte Huis had gefaald en maakte plaats voor diverse ‘zogenaamd onafhankelijke initiatieven’ in de vorm van journalistieke activiteiten, muziek of sociale media. De centristen verspreiden, aldus de auteurs, ook negatieve stereotypen over de revolutionaire instituten, in het bijzonder de Staat, de regering en de massaorganisaties. Ze verwijzen graag naar historische fouten van de revolutie zoals de homofobie, de UMAP’s of strafkampen en de jaren 1971-1975 Quinquenio Gris van de culturele en politieke censuur.  Ze volgen cursussen in landen als ‘de VS, Duitsland en Nederland’. Bovendien zijn het pleitbezorgers van de profsport.

De nieuwe vijanden

cover-oncuba-juni2017

Cover juni 2017 van On Cuba

In regimegezinde publicaties wordt de nieuwe vijanden ook met naam en toenaam genoemd. De Cubaanse functionaris en fulltime blogger Iroel Sánchez somt in zijn artikelen de belangrijkste personen en initiatieven uit het Cubaans centrisme. Hij noemt Hugo Cancio, de uitgever van het tijdschrift OnCuba, die ‘de handelsbevordering met Cuba (en de opheffing van het embargo/de blokkade) combineert met regelmatige kritiek op het politiek regime van Cuba. Dat is de richting van de hoofdartikelen van het tijdschrift OnCuba van Hugo Cancio’. De voormalige medewerkers van het kerkblad Espacio Laical, Roberto Veiga en Lenier González, horen volgen Sánchez ook in deze rij van ‘gematigde critici’ thuis. Zij presenteerden het initiatief Cuba Posible en zij hebben zich ‘als eersten schuldig gemaakt aan het grote verraad aan de transitie van Raúl Castro’. Zij krijgen steun van Carlos Saladrigas, ondernemer en vicepresident van de Cuba Study Group. Saladrigas organiseerde met het kerkblad Espacio Laical al in 2012 een conferentie over het nieuwe Cuba-beleid van Obama tegenover Cuba. Iroël Sánchez merkt op dat het bezoek van Saladrigas aan Havana veel aandacht kreeg van de journalist/toen nog correspondent van de BBC, Fernando Ravsberg. Ravsberg werkt nu in Havana met zijn website Cartas desde Cuba en wordt door de samenstellers van El centrismo en Cuba ook beschouwd als een aanhanger van het centrisme. Ravsberg werd in februari 2017 door ‘revolutionaire bloggers’ bedreigd. De bijdrage van een van hen, Felix Edmundo Diaz, eindigde met de belofte dat wanneer Ravsberg zijn journalistieke werk op deze wijze zou voortzetten ‘zijn tanden uit zijn mond’ worden geslagen.

fidel-y-frei-betto-el-domingo-16-de-febrero-de-2014-580x415

De Braziliaanse priester Frei Betto en oud-president Fidel Castro, 16 februari 2014.

Iroël Sánchez citeert tenslotte de Braziliaanse priester en vriend van het Cubaans regime om de ‘Amerikaanse annexatie van Cuba’ te concretiseren. Citaat: ’De Amerikanen weten heel goed dat zij Cuba niet kunnen annexeren, dat weten ze heel goed, maar ze hebben aspiraties van een symbolische annexatie’ en hij verwijst vervolgens naar de voorliefde van veel jongere Cubanen zich te hullen in T-shirts met de Amerikaanse vlag.

Bron
* Bijdrage van Manuel Henríquez Lagarde in het boek El Centrismo en Cuba: Otra vuelta de tuerca hacia el capitalismo / Het Centrisme in Cuba: een nieuwe weg naar het kapitalisme.
Linken

* De website Cubadebate met de bijdrage van Elier Ramírez Cañedo: De derde weg of de politiek van het centrisme in Cuba
PDF
* De Spaanstalige publicatie (185 pagina’s): Centrismo en Cuba: Otra vuelta de tuerca hacia el capitalismo

Fidel Castro: 1926 – 1944 (deel 1)

Fidel Alejandro Castro Ruz werd geboren op 13 augustus 1926 in het dorpje Birán in de provincie Mayari. Hij is vernoemd naar een rijke politicus uit de streek, Fidel Pino Santos die een vriend van de familie was. De naam Alejandro is vergeten alhoewel Fidel deze naam in zijn clandestiene periode gebruikte als schuilnaam. Zijn vader Ángel was een Spaanse emigrant uit Galicië. Hij was als 13-jarige in 1898 als wees met zijn oom in Cuba aangekomen. De oom zou eerder in de onafhankelijkheidsstrijd in het Spaanse leger hebben gevochten.

De kleuter Fidel Castro

Fidel als Kind
Vader Ángel beproefde later zijn geluk in het Oosten van Cuba, waar de komst van de Amerikanen tot een economische boom leidde. De United Fruit Company kocht in het Mayarigebied 240.000 acres en bezorgde 100.000 rietkappers werk. Die woonden, samen met de arbeiders van de olieraffinaderijen in ellendige bohio’s (hutten). De suikerrietkappers konden vier maanden per jaar een hele tot een halve dollar per dag verdienen.

Vader Angel Castro Argiz

Invloedrijke grootgrondbezitter
Ángel dreef handel en verkocht zijn waar door van boerderij naar boerderij te trekken. Later zou hij bij Birán van United Fruit een lap grond van 23.000 acre kopen en werd hij colono; iemand die suikerriet verbouwt en later doorverkoopt aan de suikerraffinaderijen. Vader Castro zou een invloedrijke  en welvarende grootgrondbezitter worden; ongeveer 300 gezinnen woonden en werkten op zijn grondgebied. Zijn maatschappelijke positie bleek bijvoorbeeld bij zijn tweede huwelijk (met de moeder van Fidel, Lina Ruz González) dat werd ingezegend door bisschop Serrantes van Santiago. Fidel zou later nog over zijn vader opmerken: ’Mijn vader had de politieke idealen van een landeigenaar, maar was een nobel mens.’ Eenmaal aan de macht, zou hij in interviews duidelijk laten blijken weinig emotionele banden met zijn vader te hebben gehad; de relatie met zijn moeder Lina Ruz was intens.

Acht broers en zussen
Uit het eerste huwelijk van Ángel met Maria Luisa Argota, die onderwijzeres was aan een plattelandsschool in Mayari, werden twee kinderen geboren namelijk Pedro Emilio en Lidia. Moeder Maria Luisa zou na de geboorte van Lidia spoedig zijn overleden. Volgens sommigen zou Angel toen al enige tijd een relatie hebben gehad met de huishoudster die werkzaam was voor de Castro’s. Fidel’s zus Juanita ontkent dit en zegt dat haar vader gewoon is gescheiden. Angel ging samenwonen met Lina Ruz González die jarenlang kok en werkster van de familie was geweest. Uit deze relatie werden zeven kinderen geboren, maar het huwelijk tussen Angel en Lina werd pas kerkelijk ingezegend nadat de drie oudste kinderen Ramon (hij overleed op 24 februari van dit jaar), Angelita en Fidel al waren geboren. Na Fidel Castro volgden Juanita (in de jaren zestig uitgeweken naar de VS en overleden), Enma, Augustina en de jongste Raúl.

Van links naar rechts: de broers Raúl, Ramon en Fidel ontmoeten na de overwinning in 1959 hun leraar van de Doloresschool, pater Garcia

Katholiek
Fidel volgde de dorpsschool en werd er volgens eigen zeggen anders behandeld dan zijn schoolkameraadjes: ‘Zij waren blootsvoets en wij droegen schoenen, zij hadden vaak honger terwijl het bij ons altijd een toer was om iedereen aan tafel te krijgen,’ aldus Castro in een interview met de Braziliaanse priester Frei Betto. Fidel Castro werd pas op 6-jarige leeftijd katholiek gedoopt; het dorpje Birán was zo klein dat er bijna nooit een priester kwam. Om die reden werd hij door zijn schoolkameraadjes ook wel el judio (de jood) genoemd. Omdat hij nu gedoopt was, kon Fidel nu ook zijn studie vervolgen aan het Salesianencollege in Santiago de Cuba. Hij had er een kosthuis bij zijn peetoom en peettante, maar de autoritaire peetoom Luis Hibbert ligt voortdurend met de jongen overhoop. En Fidel zorgt ervoor zo onbehouwen en lastig mogelijk te zijn waardoor hij naar het internaat wordt gestuurd. Zijn broers Raúl en Ramon volgden hem later. De katholieke paters en de drie Castro’s houden het tot in 1938 met elkaar uit. Wanneer Fidel een pater een klap uitdeelt, worden de drie broers van school gestuurd.

In 1963 bezocht een groep studenten uit de VS Cuba, een ongewone gebeurtenis vlak na de inval van de Varkensbaai. Fidel speelde een partijtje tafeltennis met hen.

Altijd winnen
Fidel was op school een lastige leerling; hij hield veel meer van jagen, paardrijden en sporten en dan vooral van honkbal. Zijn medescholieren herinneren zich dat hij altijd wou winnen en niet kon verliezen. Hij zegt in interviews over zichzelf dat hij als kleine jongen van geen compromissen wilde weten en bij tijd en wijle ook flink gewelddadig kon zijn. Dat speelde ook in het gezin toen vader Ángel besloot Fidel van school te nemen en deze kost wat het kost weer wilde studeren ‘anders steek ik het huis in brand.’ Vader gaf toe en Fidel kon naar het Colegio La Salle en later naar de vijfde klas van het Colegio Dolores, een jongensschool in Santiago. Het was een school van de Jezuïeten met een goede reputatie en met een enigszins militairistische inslag waar hoge eisen aan de studenten werden gesteld. Fidel’s cijferlijst viel soms tegen en hij moest die thuis laten zien omdat er anders bezuinigd zou worden op het zakgeld, dat hij wekelijks kreeg. Hij ‘regelde’ een tweede rapportenboekje waarin hij zelf de (hoge) cijfers schreef en de woorden ‘hoog en veelbelovend.’

Fidel’s moeder Lina Ruz op jeugdige leeftijd. Zij zou in augustus 1963 overleden.

Gigantisch geheugen
Fidel blonk verder uit in sporttoernooien en stond onder zijn klasgenoten bekend als een vechter. Daarnaast beschikte hij over een enorm geheugen. Hij leek alle leerstof in zijn hoofd te kopiëren en wist citaten en cijfers feilloos te herhalen plus de plaats in het boek waar deze te vinden waren. In de toespraken die hij in de eerste jaren van de revolutie hield, komt dit element terug. De opbrengst van de suikerrietoogst per provincie en per jaar, de melkopbrengst van de Holsteinerkoe in Cuba, de verkoopsprijs van citrus of de uitgaven van het Ministerie van Onderwijs, Fidel somde het cijfermateriaal zonder meer op. Toen hij 15 was deed hij eindexamen: ’Ik was een van de besten van de klas.’

Spaanse Falange
Op zijn zestiende in 1942 verhuist hij naar Havana om er het Colegio Belén van de Jezuïeten te bezoeken tot 1945. De opleiding bij de Jezuïeten was bestemd voor de betere kringen in Cuba; hun dochters werden naar de zusters Urselinnen gestuurd. Het was vooral een opleidingsinstituut voor de toekomstige rechtse leiders van het land. De meeste docenten waren afkomstig uit het Spanje van Franco. Ze hadden sterke anti-Amerikaanse gevoelens vanwege de gebeurtenissen in 1898 toen de VS de Spanjaarden uit Cuba verjoegen. Een van de docenten was pater Alberto de Castro die de ideeën van de Hispanidad verkondigde, de historische superioriteit van het politieke en culturele gedachtengoed van Spanje, van Mussolini en de Spaanse falangistenleider Antonio Primo de Rivera. Castro zou zich later beklagen over die opvattingen van zijn docenten, maar ook is bekend dat hij bijvoorbeeld met bewondering toespraken van Benito Mussolini beluisterde en in de bioscoop bekeek. Voor de spiegel oefende Fidel de spreekstijl van Il Duce. Over zijn strenge opvoeding zei Fidel nog: ’Ik ben geen tegenstander van een Spartaanse opvoeding. En ik denk dat de Jezuïeten in de regel mensen met karakter vormden.’