Cubaanse pers: meer kleur, minder zwart-wit?

De Cubaanse media melden vol trots dat de overheid meer gaat investeren in de landelijke staatsmedia zoals Granma, Trabajadores en Juventud Rebelde. Ze verschijnen binnenkort in kleur. Fernando Ravsberg van de website Cartas desde Cuba vraagt zich af of er nu ook een einde komt aan de zwart-wit beelden waarmee deze kranten de werkelijkheid in Cuba beschrijven. Hier volgt zijn reactie.

kranten-juventud-granmaCubaanse kranten zouden liever de ‘nuances’ van die werkelijkheid in de samenleving en daarbuiten moeten weerspiegelen, dan nu in kleur te verschijnen. Het kan dan ook nuttig zijn om te investeren in de verbetering van de kwaliteit van de inhoud, die deze kranten publiceren. Wat heeft het voor zin om in kleur te verschijnen als de voorpagina’s van de drie landelijke dagbladen er alle drie exact hetzelfde blijven uitzien? Wat wordt er opgelost met kleur als censuur de inhoud blijft beheersen? Zullen de kleuren de salarissen van de collega’s verbeteren?

Gewone Cubanen
De uitdaging voor de officiële media is een veel getrouwer beeld te schetsen van de nationale werkelijkheid. Beelden die ook de tekortkomingen tonen en het leven van de gewone Cubanen weerspiegelen. Als dat lukt, maakt het niet uit of dat in zwart-wit of in kleur gebeurt.

Bron
* Fernando Ravsberg, website Cartas desde Cuba, 8 juni 2018

Link
De website Cubadebate publiceerde op 7 juni 2018 een reportage over de veranderingen bij de drie officiele kranten.

Harde aanval Granma op filmmaker Yimit Ramírez

De Cubaanse filmmaker Yimit Ramírez, maker van Quiero hacer una pelicula / Ik wil een film maken, is in de partijkrant Granma hard aangevallen wegens belediging van José Martí. Cultuurcriticus van de krant, Pedro de la Oz vergeleek teksten uit de film met een incident uit 1946 toen dronken Amerikaanse mariniers op het standbeeld van deze Cubaanse nationale held plasten.

mariniers-1946-standbeeeld-jose-marti

Enkele van de dronken Amerikaanse mariniers die in 1946 het monument van José Martí beklommen en bevuilden. Daar werden ze een dag later door marine-attaché Thomas Francis Cullens opgehaald.

‘Martí is nu meer dan ooit een symbool van het Vaderland,’ waarschuwt Pedro de la Oz die verder schrijft dat ‘Martí beledigen ontoelaatbaar is’. Pedro de la Oz volgt in zijn commentaar de reactie van de officiële filmbond ICAIC. Afgelopen dinsdag publiceerde ICAIC een nota waarin werd bevestigd dat de film Quiero hacer una película was uitgesloten van de sectie Speciale Presentatie voor de Jeugd omdat een van de personages ‘zich op onaanvaardbare wijze uitsprak over José Martí’. ICAIC benadrukt dat het niet alleen een zaak van de ICAIC betreft, ‘maar onze hele samenleving aangaat’ en dat dit niet ‘eenvoudigweg kan worden geaccepteerd als een uiting van vrije meningsuiting.’ De la Oz zegt iets vergelijkbaars en noemt een belediging aan het adres van Martí ‘een belediging die door de overgrote meerderheid van de Cubanen wordt gevoeld.’ De journalist bekritiseert het feit dat de festivalcoördinatoren en de maker van de film nu ICAIC beschuldigen van censuur, terwijl het staatsmonopolie voor de film oproept tot ‘verantwoordelijkheid’.

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula3

Crowdfunding-affiche in het Italiaans

Niet terugtrekken
Marta María Ramírez, promotor van de gecensureerde film, heeft gereageerd op de verklaring van ICAIC. Op haar Facebookpagina stelt ze dat ‘ICAIC in de verklaring liegt om het totale gebrek aan dialoog en de censuur van de film Quiero hacer una película te rechtvaardigen’. De journalist beklemtoont ook dat ‘er nooit enige dialoog is geweest’ en wijst erop dat de filmmakers de film niet hebben teruggetrokken, maar de voorwaarden van de ICAIC niet wilden accepteren. De film zou, aldus ICAIC vertoond moeten worden in een zaal met slechts 24 zitplaatsen. De persconferentie voor het jeugdfilmfestival, die gepland stond voor donderdag, werd een uur voor aanvang afgelast en omgevormd tot een evenement met één spreker: Roberto Smith, voorzitter van ICAIC, die een monoloog hield en de filmmakers beschuldigde van ‘onethisch gedrag.’

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula2Protest
De jonge organisatoren van het filmfestival handhaafden in de catalogus de pagina die gewijd was aan de film van Ramírez. Er was een zwarte achtergrond toegevoegd met de tekst van het protest tegen de censuur van Quiero hacer una película. In de tekst wordt over de film van Ramírez gezegd dat deze ‘de lang verwachte vrucht vormt van een zoon van het festival en dat deze nu misschien wel de enige natuurlijke mogelijkheid verliest om zijn werk aan een breed publiek te tonen’. Yimit Ramírez won twee keer de prijs voor beste animatie op het ICAIC Jeugdfestival, één voor The Beauty or the Beast en één voor Reflexiónes y Hombres verdes. Hij studeerde af aan de Academie voor Schone Kunsten en aan het Instituto Superior de Diseño Industrial. Momenteel studeert hij aan de internationale filmopleiding Escuela Internacional de Cine de San Antonio de los Baños.

Bron
* Zunilda Mata van de site 14ymedio, 24 maart 2018

Linken
* Reactie Pedro de la Oz, Granma, 23 maart 2018
* De journalistenbond UPEC publiceerde in 2010 een tekst over het incident uit  1946 toen Amerikaanse mariniers tegen het monument van José Martí plasten.

Waarom moest de hoofdredacteur van partijkrant Granma verdwijnen?

De hoofdredacteur van het dagblad Granma wordt vervangen. Granma is het officiële orgaan van de Cubaanse Communistische Partij en men volstaat met een uitleg van nog geen vier regels. Journalist Fernando Ravsberg kritiseert het zwijgen over de achtergronden van het ontslag van hoofdredacteur Terry Cuervo.

granma-Pelayo Terry Cuervo

Pelayo Terry Cuervo

Zo luidt de officiele tekst: ‘Ten gevolge van fouten gemaakt bij de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden, besloot de leiding van de Partij hoofdredacteur, compañero Pelayo Terry Cuervo, te bevrijden van zijn functies. Tot de aanwijzing van een nieuwe directeur, worden zijn functies uitgeoefend door de huidige onderdirecteur Oscar Sánchez Serra’.

Het gebrek aan transparantie bij hen die de Cubaanse pers leiden, is spreekwoordelijk, de opgelegde sancties voorbeeldig en hun macht lijkt grenzeloos. Enkele dagen geleden zei de decaan van de faculteit voor de journalistiek, Raúl Garcés, dat het Politburo alle macht had overgedragen aan de redacties, ‘de hoofdredacteuren dragen de maximale verantwoordelijkheid voor wat zij publiceren’. Natuurlijk doet een eindredacteur er goed aan op gepaste wijze van deze vrijheid gebruik te maken want de Verdedigers van het Geloof staan met de fakkel in de hand klaar om de brandstapel te doen ontvlammen. Daar is een uitleg van 4 regels genoeg voor. Pelayo Terry Cuervo is sinds oktober 2012 werkzaam als hoofdredacteur en volgde toen Lázaro Barredo Medina op.

granma-gala-raul -08112017

‘Raúl Gala leidt Gala van dit historische feit’

Speculaties
In Cuba wordt nu gespeculeerd over de reden van de plotselinge vervanging van de hoofdredacteur van Granma, Terry Cuervo. De exemplaren van Granma van de afgelopen week werden nauwgezet doorgenomen om een flater op het spoor te komen. De website 14ymedio stuit op een onderschrift bij een foto van de herdenking op 7 november van de Russische Revolutie. Daar wordt de naam van de president Raúl Castro verbasterd tot Raúl Gala. Het zal zeker niet de enige fout van deze hoofdredacteur zijn geweest. Er is sprake van een opeenhoping van fouten en vergissingen, laat een medewerker van Granma, die anoniem wil blijven, weten. Vooral bij een krant als Granma waar de cultus voor de hoogste leiders van het land altijd groot is, kan een dergelijke tekst wijzen op ‘gebrek aan respect’.

Bronnen
* Website 14ymedio en Fernando Ravsberg, website Cartas desde Cuba, 9 november 2017

Link

Director of Cuba’s communist party newspaper fired, 9 november 2017

Veroordeelde journalist Granma voorwaardelijk vrij

De journalist José Antonio Torres die in 2011 werd veroordeeld vanwege ‘spionage’, is voorwaardelijk vrijgelaten. Torres was werkzaam als correspondent in Santiago de Cuba voor de Cubaanse partijkant Granma en werd veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf. ‘Enkel door de internationale druk, kon ik de gevangenis verlaten,’ zei hij dinsdag toen hij zijn cel na 6 jaar verliet. Hij droomt van nieuw werk in de journalistiek.

Jose-Antonio-Torres-granma-santiago

José Antonio Torres

In december 2016 begon de procedure tot voorwaardelijke vrijlating. ‘Dat duurde 187 dagen terwijl het gewoonlijk 30 dagen duurt,’ vertelt Torres. ‘Toen men mij het bericht over mijn vrijlating bracht, was ik werkzaam in de bibliotheek in het Centro de Estudio y Trabajo Mar Verde in Santiago de Cuba.’ De dag van zijn vrijlating viel samen met de dag waarop hij 27 jaar geleden zijn diploma behaalde als journalist. ‘Nu stop ik met een werk dat ik geen enkele menselijk wezen aanbeveel, namelijk als gevangene in een Cubaanse cel.’ (…) ‘Mijn hart bonkt in mijn keel. Het eerste dat ik wilde doen, was al die mensen bedanken die hebben gemaakt dat ik opnieuw met mijn zonen samen kan zijn,’ zegt Torres geëmotioneerd. ‘Ik verliet mijn cel en verdeelde de weinige bezittingen – behalve mijn boeken – onder mijn medegevangenen. ‘Het enige dat nooit gevangen zat, was mijn hoop, mijn waardigheid en cultuur.’ Torres wil weer werk vinden, maar werken bij de staatsmedia is voor hem 14 jaar lang taboe. Maar ‘ik sta open voor andere voorstellen.’ (…) ‘Ik ben mijn land een verklaring schuldig. Ik was gevangen maar ook een journalist en daar wil ik uitleg over geven. Men brengt mij niet tot stilzwijgen,’ benadrukt hij in een telefonisch interview met de kritische internetkrant 14ymedio.

Staat van dienst
Torres werd in 1990 journalist een werkte als onderdirecteur bij Tele Turquino, was sportcommentator, journalist bij het persbureau Agencia de Información Nacional (AIN) en bij het televisiejournaal. Ook was hij correspondent van Granma. Een reportage over financiële onregelmatigheden bij de aanleg van een aquaduct bij Santiago de Cuba baarde opzien en werd publiekelijk geprezen door president Raúl Castro.

logo-world-press-freedom-day-2017Spion
In februari 2011 werd hij gevangengenomen en veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf omdat hij gespioneerd zou hebben. Torres had namelijk een brief geschreven aan Michael Parmley, toenmalig Amerikaans vertegenwoordiger in Havana. In de brief had hij Parmley verzocht om ‘een persoonlijk onderhoud’ en wilde hij de diplomaat ‘gevoelige informatie’ overhandigen, aldus de aanklacht. Torres zegt nooit gespioneerd te hebbenen en ontelbare brieven geschreven te hebben aan nationale en internationale organisaties waarin hij aandrong op zijn vrijlating. De Inter-Amerikaanse Vereniging voor de Pers / la Sociedad Interamericana de Prensa heeft verschillende malen actie gevoerd voor ‘de onmiddellijke en onvoorwaardelijke invrijheidstelling’ van Torres. In december 2016 kritiseerde het Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ) het regime in Cuba omdat Torres ondanks herhaald aandringen niet voorwaardelijk werd vrijgelaten en huisarrest kreeg voor de resterende jaren van zijn veroordeling. Hij had daar recht op.

Lees ook
* Deze Cubaweblog van 3 mei 2016: Journalist Torres: ‘Enkel door internationale pressie kom ik vrij’

Overheid en paladares, een dubbelzinnige relatie (deel 2)

Miriam Celaya vervolgt hier haar artikel over de speciale relatie die er in Cuba bestaat tussen de communistische partij en eigenaren van particuliere eethuisjes. Die verschilt niet veel van de relatie die er in Cuba altijd al bestond tussen staatsrestaurants en de partij. Deze vorm van cliëntelisme leidde tot een soort geheime middenklasse die het voordeel had i.t.t. de arbeidersklasse, dat ze toegang had tot consumptie– en dienstengoederen. Dat levensniveau en de toegang tot consumptie-artikelen is precies hetzelfde als dat van de huidige particuliere eigenaren  van de meest succesrijke paladares en ligt ruim boven het levensniveau van de meeste Cubanen.

salon-rojo-havana

Salon Rojo, een al wat langer bestaande nachtclub in Havana in handen van de Cubaanse staat

Het verschil tussen die staatsambtenaren van weleer en die eigenaren van nu is dat de eerste openbare goederen verhandelden aangezien privé-bezit verboden was, en laatstgenoemden werken met privé-kapitaal. De gemeenschappelijke noemer tussen hen is dat de overheid – die naar eigen goeddunken vergunning verleent, straft en pardon verleent – hen controleert en  manipuleert. Zo hangt de welvaart van de de privé-manager tot de dag van vandaag af van zijn handigheid om de staatsgoederen die hem worden toevertrouwd te verduisteren, zonder dat dit wordt ontdekt; en het succes van de particuliere eigenaar hangt af van zijn handigheid om de wet te overtreden, hetzij door toegang tot de zwarte markt om de goederen te verwerven die hij nodig heeft, hetzij door belasting en  andere regelgeving te ontduiken.

Slachtoffers
Wat nieuw is in dit journalistieke verslag, is dat er in de overheidspers ruimte wordt gegeven aan de stem van de zogenaamde slachtoffers – de altijd belasterde particuliere eigenaren of ondernemers – en dat deze zich kritisch en vrij kunnen uitlaten over de talloze beperkingen die het systeem zzp’ers als hen oplegt. Onder de grootste beperkingen die worden opgesomd is het niet bestaan  van een groothandel en het onvoldoende aanbod van netwerken voor kleinhandel, de onmogelijkheid zich te kunnen verbinden met importzaken voor het kunnen investeren in productiemiddelen, de gebrekkige uitrustingen in de kleinhandelsnetwerken, het uitgesproken verbod voor de private sector producten te importeren die die niet worden verhandeld door de staatsbedrijven, waaronder bepaalde alcoholische dranken waar een ruime vraag naar is, de restrictie op het aantal toegestane zitplaatsen (max. 50, zowel voor cafetaria’s als restaurants), hetgeen ‘een aanslag betekent op de goede ontwikkeling van de business’ , vooral in die zaken  die service verlenen aan de officiële toeristenbureau’s en die zich bij gelegenheid gedwongen zien de hand te lichten met die contracten gezien de grote vraag naar en het beperkt aantal wettig toegestane zitplaatsen.

meisjes-uitgaanslevenNachtleven
De kritiek trof ook de nachtelijke uitgangsgelegenheden van de staat die door de eigenaren van paladares  als onvoldoende worden gekwalificeerd ‘voor het bieden van service met kwaliteit’, wat doet denken dat wellicht op betrekkelijk korte termijn met de groeiende toestroom van toeristen dit soort zaken – tot nu toe exclusief domein van de staat- in privéhanden kunnen overgaan. ‘Wij zijn bereid de gevraagde belasting te betalen (….), maar wij willen voortvarend zaken kunnen doen’, gaf een van hen aan, waarbij hij impliciet doelde op de financiële capaciteit van de elite van de sector. Maar het verslag in Granma ziet ook de nuance waardoor het verschilt met de gewoonlijk platte en onkritische journalistiek in de krant van de partij. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de eigenaar die, als belastingbetaler, eiste meer te willen weten over de bestemming van de belastingen die bijdragen aan de begroting van de staat; iets wat tot voor kort als ketterij werd beschouwd.

Schaars signaal
Het zijn natuurlijk lichte en schaarse signalen, maar zij grijpen vooruit op een mogelijke ontwikkeling van het privé-kapitaal, zij het beperkt tot een elitaire sector, die ondanks zijn fragiliteit zich autonoom begint te voelen en zich als nuttig en noodzakelijk ziet voor de overleving van een vermolmd, niet-productief systeem in crisis. Vanzelfsprekend zijn er geen officiële antwoorden op de eisen van de particuliere eigenaars gepubliceerd. Niemand weet met zekerheid hoe groot de dosis stoutmoedigheid is die in deze weinig voorkomende  journalistieke aanpak, ligt besloten. Voor nu is het de moeite waard het lot van de particuliere restaurants in Havana aandachtig te volgen. Laten we het oude gezegde niet vergeten: ‘God maakt recht wat krom is’ .

Bron
* Miriam Celaya op de website 14ymedio, 16 november 2016

Link
* Yudy Castro Morales in de partijkrant Granma, 11 november 2016 met:  Particuliere restaurants in de hoofdstad. Controle en succes, in die volgorde?

Overheid en paladares, een dubbelzinnige relatie (deel 1)

Een reportage in de partijkrant Granma maakt op ongewoon objectieve wijze de beperkingen zichtbaar die het goed kunnen functioneren van de privérestaurants belemmeren. De officiële pers toont zelden enige journalistieke belangstelling, vandaar dat deze reportage van 11 november n.a.v. de controles die recentelijk door de overheid bij een totaal van 32 particuliere restaurants in Havana werden uitgevoerd, bijzonder prettig is. Het is een tekst die op ongewoon objectieve wijze enkele van de beperkingen weergeeft die het goed kunnen functioneren van de particuliere restaurants in Havana belemmeren, aldus de reactie van onafhankelijk journalist Miriam Celaya op de website 14ymedio. Haar tekst publiceren we hier in 2 delen.

paladar-don-quijote-centrica-vedado

Paladar Don Quijote in Havana

Weken eerder had het monopolie van de staatspers gewezen op bepaalde onregelmatigheden die in de sector waren ontdekt, zoals schendingen van de stedelijke regelgeving, onwettigheden in de procedures van de aan- en verkoop van huizen, ‘de import van goederen met commerciële doeleinden’, belastingontduiking en het uitvoeren van activiteiten waarvoor geen vergunning was verleend. Indirect werd ook gesuggereerd dat enkele van deze etablissementen waren verworden tot ‘een platform voor de verkoop van drugs, souteneurschap en prostitutie’ en het witwassen van geld, wat zijdelings een stilzwijgende erkenning is van de proliferatie van onuitsprekelijk kwaad binnen de keurige socialistische maatschappij. Dit alles creëerde, samen met de sluiting van talrijke restaurants en cafetaria’s en de opschorting van nieuwe vergunningen voor dit type zelfstandig ondernemerschap, een klimaat van onzekerheid over het lot van de particuliere bedrijven, in de volksmond bekend als paladares.

Onzekerheid
Deze onzekerheid is nu gedeeltelijk verdwenen als de belangrijkste officiële krant van Cuba niet alleen de resultaten van de vermelde inspectie in de hoofdstad aanstipt, maar ook de kritische getuigenissen en de claims van een aantal eigenaren van particuliere restaurants in de hoofdstad laat zien. De afwezigheid van revolutionaire slogans en politiek-ideologische toespelingen waarvan de teksten in de officiële pers gewoonlijk zijn vergeven, is een ander ongewoon trekje van de tekst. Ook verrast het onbevangen gebruik van zo gedemoniseerde termen als particuliere restaurants, handel en voorspoed.     

Strategie
In werkelijkheid zijn de problemen die door de accountants van de staat tijdens hun inspecties zijn opgespoord op zich geen noviteit: schending van sluitingstijd, direct inhuren van artiesten om op te treden in particuliere locaties – zonder tussenkomst van een overheidsinstelling waarbij ze zouden moeten worden ingeschreven-, problemen in de contracten  van werknemers, geluidsoverlast, illegale handel, smokkel en heling, zijn bekende overtredingen zowel in de particuliere als de staatssector. Om die reden gaan er enkele scherpzinnige geruchten rond dat het officiële strategie was om een selectie van een aantal gerenommeerde restaurants te maken en die legale voordelen te bieden. In ruil daarvoor zouden deze bedrijven zich houden aan zekere normen en afspraken met sectoren uit de staatsondernemingen. Naar de beste maffiose stijl beschermt de Staats-Peetvader degenen die hem loyaal zijn. Als zo’n gerucht waar zou zijn zou dat evenmin iets nieuws zijn. Het is vox populi – hoewel tegenstrijdig – dat enkele van de eigenaars van de meest succesvolle paladares een zekere band met de macht hebben en genieten van de officiële tolerantie in ruil voor politieke gehoorzaamheid, al dan niet geveinsd.

staatsrestaurant-polinesio

Polinesio, een al lang bestaand restaurant van de staat

Voor wat, hoort wat
Het mechanisme van het compromiso enerzijds en de ideologische controle anderzijds is (ook) een al lang bestaande praktijk in de sector van de gastronomie. In de jaren ’70 en ’80 behoorde het beheer van restaurants, bars en cafetaria’s – allemaal van de staat – tot de meest begeerde baantjes aangezien ze een constante en zekere bron van onwettige inkomsten vormden, te beginnen met de smokkel van producten afkomstig uit het officiële netwerk die weer op de zwarte markt tegen woekerprijzen werden verkocht. Wie niet in een samenleving, gekenmerkt door schaarste en afhankelijk van rantsoenkaarten als belangrijkste bron voor de aankoop van voedsel heeft geleefd, zal wellicht niet de enorme economische macht begrijpen die voortkomt uit het beheer van voedingsmiddelen. De winsten in de gastronomische sector en de leidinggevende baantjes in de toonaangevende vestigingen  – prestigieuze restaurants zoals El Polinesio, La Torre, El Conejito, El Mandarin, Las Buleriás, Montecatini o.a. –  waren zo belangrijk dat het Staatsbedrijf voor Luxe  Restaurants / Empresa de Restaurantes de Lujo in de hoofdstad deze functies toewees aan de ‘kaders’ van de Cubaanse Communistische Partij en leiders uit het middenkader die hun loyaliteit aan het systeem hadden bewezen.

Bron
* Miriam Celaya op de website 14ymedio, 16 november 2016

Link

* Yudy Castro Morales in de partijkrant Granma, 11 november 2016 met: Particuliere restaurants in de hoofdstad. Controle en succes, in die volgorde?

Van loyale partijganger naar ‘contrarevolutionair element’

Gisteren trof u hier de belevenissen aan van José Ramírez Pantoja, journalist van Radio Holguín die op staande voet werd ontslagen omdat hij op zijn persoonlijke blog de volledige tekst afdrukte van een speech van de onderdirecteur van de partijkrant Granma, Karina Marron. Hij had zijn baas toestemming moeten vragen, luidde de kritiek. Er zijn steeds meer voorbeelden van medewerkers van staatsinstellingen of media van de staat, die vanwege hun kritische houding en hun wens tot discussie worden uitgeschakeld en ontslagen, vaak na een lange campagne van intimidatie, pressie en chantage door de Cubaanse geheime dienst. De ontslagen bioloog Ruiz Urquiola en biochemicus Casanella hebben hun zaak voorgelegd aan de Mensenrechtenraad in Genève en de hulp van Amnesty International ingeroepen.

logo-museo-de-disidencia-cuba

‘Dissidenten’ als Hatuey, José Marti, Fidel Castro en Oswaldo Payá sieren de website van het Museo de la Disidencia en Cuba

Een vergelijkbaar ontslag overkwam de historica Yanelys Núñez Leyva die vorige week te horen kreeg dat zij niet langer in dienst was van het tijdschrift Revolución y Cultura. Reden is haar betrokkenheid bij het project Museo de la Disidencia en Cuba / Museum van de dissidentie. Yanelys Núñez Leyva zei tegen de redactie van de website Diario de Cuba: ‘In het document dat ze me bij mijn ontslag overhandigden wordt mijn ontslag niet gerelateerd aan mijn betrokkenheid bij het kunstproject en de website Museo de la Disidencia en Cuba.
Ze verwijzen naar het ‘oneigenlijk’ gebruik van internet op mijn werkplek en wijzen ook op mijn opmerking in de openbaarheid dat mijn band met dit project geen effect heeft voor de inhoud van mijn werk bij het tijdschrift Revolución y Cultura.’ (…) ‘Ik heb me verzekerd van de steun van advocaten van het onafhankelijke kantoor Cubalex en wil een bezwaarschrift indienen bij de desbetreffende instantie.’ Het Museo de la Disidencia en Cuba wordt geleid door de kunstenaar Luis Manuel Otero Alcántara en is gebaseerd op het concept dissidentie zoals dat in het officiële woordenboek van de Spaanse taal / Diccionario de la Real Academia de la Lengua Española wordt geformuleerd. Men komt er dan ook naast elkaar een jonge Fidel Castro, de indianenvoorman Hatuey en de overleden leider van de dissidentengroepering  Movimiento Cristiano Liberación Oswaldo Payá, tegen.

omar-everleny16042016

Omar Everleny

Omar Everleny
De vooraanstaande econoom en pleitbezorger van economische hervormingen, Omar Everleny, werd begin april ontslagen bij het Centro de Estudios de la Economía Cubana van de Universiteit van Havana. Omar Everleny (56) zou zonder toestemming gesprekken hebben gevoerd met collega’s uit de VS. Everleny werd door ambassadeurs van EU-landen in Havana bij voorkeur aanbevolen als vertegenwoordiger van de hervormingsgezinde stroming in Havana. De directeur van zijn instituut Humberto Blanco beschuldigt Pérez van het voeren van overleg met buitenlandse instituten en het informeren van ‘Noord-Amerikaanse vertegenwoordigers’ over de gang van zaken op het instituut. Ook wordt hem ‘onverantwoordelijk’ en ‘nalatig’ gedrag verweten, evenals het ontvangen van fondsen voor een studie over Zuid Korea waar geen toestemming voor was gegeven. Pérez is tegen zijn ontslag in beroep gegaan. Tegen persbureau AP  zei hij: ‘Hoe is het mogelijk dat ik elk jaar als excellent werd beoordeeld en men zich nu van mij verwijdert en mij beschuldigt?’.

Ariel Ruiz Urquiola2

Ariel Ruiz Urquiola

Ruiz Urquiola
In april van dit jaar werd een tweede universiteitsprofessor ontslagen, de geneticus en biologieprofessor  Urquiola vanwege ‘veelvuldige afwezigheid op zijn werkplek’.  Hij was in dienst van het Centro de Investigaciones Marítimas / Centrum voor Maritiem Onderzoek van de Universiteit in Havana en moest verdwijnen vanwege ideologische meningsverschillen. Dat meldde de wetenschapper vorige week zelf via een video-interview waarin hij sprak van ‘machtsmisbruik’. Ruiz Urquiola zet in een interview met politiek opposant Antonio Rodiles uiteen dat hij ‘slachtoffer’ is van ‘een serie hindernissen, een proces van machtsmisbruik binnen de Universiteit van Havana en het Openbaar Ministerie van de provincie.’ Gezamenlijk hebben die zich ingespannen ‘een internationaal onderzoeksproject’ tegen te houden dat in samenwerking met de Humboldt Universiteit in Berlijn zou worden uitgevoerd. Urquiola zegt dat de problemen dateren van januari 2015 toen hij problemen kreeg met de directeur van zijn onderzoekscentrum, die moeilijkheden maakte over zijn project met een buitenlandse universiteit. Hij spreekt van ‘gefabriceerde en georkestreerde beschuldigingen’ die werden verspreid door de leiding van het centrum en andere academici. Hem wordt nu ook verweten informatie over zijn ontslag te hebben gegeven aan de redactie van de website Diario de Cuba, ‘een contrarevolutionair medium.’

oscar-casanella-090816

Oscar Casanella

Oscar Casanella
Op 7 juni jongstleden werd de kankeronderzoeker Oscar Casanella ontslagen. Hij ging in beroep, maar deze maand werd zijn ontslag bij het Instituto Nacional de Oncología y Radiobiología (INOR) bevestigd. Casanella spreekt schande van het ontslag en wijst erop hoe hij sinds 2013 bedreigd is door diverse leden van de Cubaanse Staatsveiligheid met steun van de vice-directeur van zijn instituut, Lorenzo Anasagasti. Deze Cubaweblog maakte daar op 10 juli 2014 melding van onder de titel: Pest- en intimidatiecampagne tegen kankeronderzoeker Oscar Casanella.
Citaat:
Toen Oscar op 9 december op zijn werk verscheen in het Instituto Nacional de Oncología y Radiobiología (Hospital Oncológico), wachtte hem een verrassing. Hij doet daar onderzoekswerk naar darmkanker en werkt er onbetaald als toegevoegd docent aan de Faculteit voor Biologie. Zijn collega Pedro Wilfredo Fernández Cabezas wachtte hem op en zei hem dat als hij door zou gaan met het bijwonen van activiteiten van contrarevolutionaire groepen – ‘huurlingen, annexionisten en neoliberalen – kortom een cocktail van huiveringwekkende beschuldigingen’ – dat zeer ernstige gevolgen voor zijn werk zou hebben. Oscar antwoorden dat hij vrienden had die het oneens zijn met de regering, maar dat het geen huurlingen noch annexionistas zijn. Ook geloofde hij niet dat ze ‘neo-liberaal’ waren, maar als dat al zo zou zijn, zou dit geen rechtvaardiging zijn voor een actie tegen hen.

Gorki Aguila

Voorman Gorki Aguila van Porno Para Ricardo

Verder
Casanella wil verder gaan en zijn rechten als werknemer opeisen want ‘ik accepteer niet dat ze mijn carrière vernietigen of het mij onmogelijk maken een doctoraal in de Bioinformatica te behalen enkel en alleen omdat ik vrienden heb die politieke opposanten zijn. Casanella zoekt de oorzaak van zijn ontslag in het feit dat hij banden heeft met personen uit de politieke oppositie zoals zijn vriend Ciro Javier Díaz Penedo, lid van de rock punkband Porno para Ricardo. Hij nam ook deel aan het project van De Open Microfoon van de kunstenaar Tania Bruguera op het Plein van de Revolutie in december 2014.

Jose-Antonio-Torres-espionaje

Jose Antonio Torres

Journalist José Antonio Torres
De Cubaanse journalist José Antonio Torres werd in 2011 wegens spionage werd veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf. Torres was ooit werkzaam als journalist bij de partijkrant Granma en zit nu gevangen in het Centro de Estudio y Trabajo Confianza, Mar Verde bij Santiago de Cuba. Hij werd in 2011 gearresteerd nadat hij in Granma artikelen publiceerde over mismanagement bij de aanleg van een aquaduct in Santiago en corruptie bij de aanleg van een glasvezel-kabelverbinding tussen Venezuela en Cuba. Vicepresident Ramiro Valdés was verantwoordelijk voor beide projecten. Torres stond bekend als een fanatiek verdediger van het regime. Hij werd in het verleden nadrukkelijk door president Raúl Castro geprezen. Dat gebeurde nog in juli 2010 in de partijkrant Granma naar aanleiding van de ‘kritische’ reportages over de aanleg van het aquaduct. Castro zei toen o.a. dat ‘deze geest de partijpers moet karakteriseren vanwege zijn onderzoek, zijn transparantie en zijn kritiek en zelfkritiek.’ Torres voelt zich nauw verbonden met zijn land en zei kortgeleden in een interview met 14ymedio: ‘Ik ben trouw aan mijn vaderland. Cubanen discussiëren in Miami, Washington, Madrid of Frankrijk omdat men hen niet toestaat de problemen die we hebben, te bediscussiëren in Santiago, Santa Clara, Camagüey of Havana. De regering heb ik niks te zeggen. Er is een gezegde dat luidt: fatsoenlijke mensen hoeven een regering die hen negeert, niet te accepteren.’

Link
* 9 juli 2010 Het artikel van Torres in de partijkrant Granma

Journalist Radio Holguín vraagt gerechtigheid

 José Ramírez Pantoja, journalist bij Radio Holguín zal binnenkort weten of hij definitief ontslagen is vanwege de aandacht die hij op zijn weblog Verdadecuba schonk aan de opvallende woorden van Karina Marrón, onderdirecteur van partijkrant Granma over de risico’s van de huidige economische crisis in Cuba. Wij berichtten daar eerder over op 4 juli en 7 juli 2016.

Radio-Holguin- Ramirez-Pantoja-Holguin-Verdadecuba-Facebook

José Ramírez Pantoja, journalist bij Radio Holguín en auteur van het blog Verdadecuba

Ramírez Pantoja zei in een telefonisch contact met de kritische webkrant 14ymedio dat hij, zoals de arbeidswet in Cuba voorschrijft, binnen 7 dagen beroep aantekende tegen de disciplinaire maatregelen die hem waren opgelegd omdat hij het daarmee oneens was. Hij vertrouwde erop dat er ‘gerechtigheid’ zal plaatsvinden, maar wilde niet dat 14ymedio zijn uitspraken op band vastlegde. Volgens de website Cubanet volgde de maatregelen nadat Pantoja de woorden van Karina Marrón, onderdirecteur van de partijkrant Granma op zijn weblog Verdadecuba had opgenomen. (Die tekst is inmiddels verdwenen, red) Zij deed deze uitspraken in juli tijdens een bijeenkomst van de officiële journalistenbond Unión de Periodistas de Cuba (UPC). Marrón had toen gewaarschuwd voor ‘protesten in de straten’ vanwege de vergaande bezuinigingsmaatregelen die de regering van Raúl Castro had afgekondigd en zij maakte een vergelijking met de korte maar heftige opstand in 1994 in Oud-Havana, de zogeheten Maleconazo.

guamaarribaelfusilabajofidel

Een persiflage op de partijkrant Granma met de leus: Weg met Fidel. Maker is Alen Lauzán ‘Guama’.

Geheimzinnigheid gaat door
De letterlijke tekst van de uitspraken van de journaliste, verspreid door Ramírez Pantoja, bereikten diverse media, maar de officiële pers heeft de woorden van Marrón doodgezwegen. Dit zwijgen staat in schril contrast met de strijd tegen ‘de geheimzinnigheid’, zoals die door de leiding van land herhaaldelijk is beleden sinds Raúl Castro president is. Die geheimzinnigheid is een van de problemen die de werkzaamheden van de informatiemedia belemmert, aldus president Raúl Castro en de vicepresident Canel. De uitspraken van Marrón zijn in juli wel uitvoerig besproken tijdens een voltallige vergadering van de journalistenbond UPC. Mediapersoneel pleit al langer voor een nieuwe Wet op de Media waarin nauwkeurig de grenzen van de censuur worden vastgelegd. Vooral studenten aan opleidingsinstituten van de media willen zo’n wetgeving. Recent publiceerde de basisafdeling van de Unie van Jonge Communisten / Unión de Jóvenes Comunistas bij het dagblad Vanguardia in de provincie Villa Clara een document waarin de vervolging van kritische journalisten door de Cubaanse staatsveiligheidsdienst werd aangeklaagd.

Linken
* Deze Cubaweblog van 4 juli 2016: Protest journalisten staatsmedia tegen censuur en vervolging.
* Deze Cubaweblog van 7 juli 2016: Redactie partijkrant steunt waarschuwing maatschappelijke onrust.

Redactie partijkrant steunt waarschuwing maatschappelijke onrust

Karina Marrón, onderdirecteur van de partijkrant Granma, die vorige week waarschuwde voor maatschappelijke onvrede op het eiland als de autoriteiten de elektriciteitsonderbrekingen doorzetten en daarover niet zouden communiceren met de bevolking, lijkt te kunnen rekenen op de steun van de directeur van de partijkrant en de redactie van Granma. Dat meldt de website Diario de Cuba, die contacten heeft met redactieleden en met personen uit de omgeving van Marrón.

granma-sub-directeur-Karina Marrón - bestuurslid- upec2

Onderdirecteur Karina Marrón González van de partijkrant Granma

Deze bronnen verzekeren dat de functie van Marrón bij de krant niet ‘in gevaar is’ ondanks de polemiek die in onafhankelijke media en in de buitenlandse pers ontstond. Marron kan rekenen op bescherming van vicepresident Miguel Díaz-Canel. Haar kritiek is echter slecht gevallen bij het Ideologisch Departement van de communistische partij en vooral ‘in de directe omgeving van de chef van dit departement, Rolando Alfonso Borges’. Marrón deed haar waarschuwende uitspraken in het kader van een landelijke bijeenkomst van de officiële journalistenbond Unión de Periodistas de Cuba (UPEC) waar een persoon haar toespraak had opgenomen. Marron zou zelf hebben gezegd geen bezwaar te maken tegen zo’n opname.

pcc-2016-diaz-canel

Vice-president Díaz-Canel

Steun vicepresident Canel
Karina Marrón (37 jaar) studeerde journalistiek aan de universiteit van het Oosten in Santiago de Cuba en werkte later bij de provinciale krant Ahora de Holguín toen Díaz-Canel de eerste partijsecretaris in deze provincie was. Toen Díaz-Canel vicepresident werd, werd zij onderdirecteur van de krant in Holguín. Op verzoek van Díaz-Canel en Roberto Montesinos (departementschef van het Centraal Comité) kwam ze 2 jaar geleden naar Havana en werkte eerst als redacteur van Granma, later werd ze onderdirecteur van de partijkrant. Daarnaast is deze journaliste ook lid van de Nationale Raad van de UPEC en werd belast met steun aan ‘vernieuwing van de media’. Na haar komst in het bondsbestuur kregen steeds meer jonge mensen een baan bij de officiële media.

cover-granma-06072016

Voorpagina van Granma gisteren

Polemiek
De discussie die Marrón begon, vormt een nieuw hoofdstuk in de strijd tussen journalisten werkzaam bij de officiele media en de communistische partij PCC. Hoewel deze journalisten het systeem verdedigen, eisen ze meer autonomie en willen daarom ook een nieuwe Perswet. Díaz-Canel zou dit steunen, evenals de journaliste Rosa Miriam Elizalde en de decaan van de Faculteit voor Communicatie in Havana, Raúl Garcés. Maar Díaz-Canel heeft niet de steun van het partijapparaat, van de directeuren van enkele media en van functionarissen in de provincie. De bron van Diario de Cuba zegt ‘dat men de huidige directeur van het departement van Ideologie zou willen vervangen door Roberto Montesinos, een functionaris die opener is en dichter bij Díaz-Canel staat, maar Machado en Alfonso Borges stemmen daar niet mee in.’ Hij voegt er aan toe dat ‘Díaz-Canel de journalisten beloofd heeft dat binnen 2 jaar een nieuwe Perswet zou zijn aangenomen. En nu wacht men af, maar met weinig geduld.’

Bron
* Diario de Cuba, 6 juli 2016

Staatsmedia zwijgen over beschuldiging verkrachting door volleyballers

De Cubaanse staatsmedia hebben na drie dagen zwijgen, een kort bericht gepubliceerd over de aanhouding van 8 leden van het Cubaanse volleybalteam in Finland. Ze worden ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij een verkrachting. Twee van hen zijn inmiddels in vrijheid gesteld. De partijkrant Granma en de website Cubadebate meldden dat leden van de selectie vanwege ‘een vermoedelijk misdrijf’ in de cel zitten, maar noemen het delict waarvan zij worden beschuldigd niet met name. Op de sites van Granma en Cubadebate melden bezoekers dat ‘de halve wereld daar al enkele dagen van op de hoogte was’ door berichten van de internationale pers.

logo-volleybalIn de berichtgeving beperken de staatsmedia zich tot het afdrukken van de brief van de Cubaanse Volleybalbond / Federación Cubana de Voleibol over de gebeurtenissen in Tampere in Finland waarin wordt gezegd dat de bond in permanent contact met de Cubaanse ambassadeur in Finland staat om meer details te krijgen over de aanhouding en ondervraging van  Osmany Santiago Riante Mestre, Abraham Alfonso Gavilán, Ricardo Norberto Calvo Manzano, Rolando Cepeda Abreu, Luis Tomás Sosa Sierra en Dariel Albo Miranda. In afwachting van nader onderzoek blijkt, aldus de bond, dat hen daden ten laste worden gelegd die ‘volledig buiten de discipline vallen, het gevoel van eerlijkheid en respect die in onze sport bestaan en in de samenleving die wij sinds januari 1959 verdedigen.’ Er worden maatregelen voorbereid tegen dergelijk gedrag dat ‘niet overeenkomt met de ethiek en de principes waarin wij zijn opgevoed.’ De rechtbank in Finland maakte gisteren bekend dat de 6 Cubanen tot 26 augustus in voorarrest kunnen worden gehouden totdat de ten laste legging of hun vrijlating wordt bekend gemaakt. Het Cubaanse mannenteam is een van de twaalf ploegen die zich hebben geplaatst voor het olympisch toernooi in Brazilië.

volleybal-team-cuba-2016

Leden van het Cubaanse volleybalteam

Slechte berichtgeving
Uit reacties op de site van Granma en Cubadebate overheerst de kritiek op de late en onvolledige berichtgeving door de staatsmedia over dit voorval. Ook wordt het verhullend taalgebruik bekritiseerd omdat elke verwijzing naar een mogelijk ‘seksueel misdrijf verzwegen wordt’. De meeste lezers noemen de gedragingen van de spelers ‘een schande voor het Cubaanse volleybal en voor de liefhebbers van volleybal.’ (…) ‘Ze worden beschuldigd van verkrachting van een Finse vouw. Dat is niet de Nieuwe Mens waarover Che sprak.’ Een enkeling zet vraagtekens bij het ‘type vrouw’ dat met zulke mannen mee gaat. Eén reageerder Singh Castillo kritiseert de geheimzinnigheid rond de berichtgeving en wijst erop dat zo allerlei geruchten ontstaan. Hij geeft zelf een ironisch voorbeeld van zo’n reactie: ‘Het zijn allemaal leugens. In werkelijkheid hebben deze ‘jongens’ enkel bestekken uit de eetzaal van het hotel geleend, nog eens vier handdoeken en drie rollen toiletpapier meegenomen. Dat soort verhalen gaat de ronde doen als men niet de ware reden van de gebeurtenissen noemt. Wat een waanzin,’ aldus Singh Castillo. Natuurlijk ontbreekt ook de beschuldigende vinger richting ‘contrarevolutionairen, provocateurs en mensen van laag allooi, veelvuldig gefinancierd door de maffia van Miami’ niet. Die zouden van deze gebeurtenissen kunnen profiteren.

Bronnen
* Granma, Diario de Cuba en Cubadebate