Regime verhindert herdenking Oswaldo Payá 1952 – 2012

Donderdag 22 juli was het 4 jaar geleden dat Oswaldo Payá Sardiñas samen met de mensenrechtenactivist Harold Cepero, onder verdachte omstandigheden bij een auto-ongeluk bij Bayamo om het leven kwamen.  Zijn mensenrechtengroepering Movimiento Cristiano Liberación (MCL) maakte vrijdag bekend dat ‘vanwege het organiseren van een herdenking’ de activiste Rosa María Rodríguez in Havana werd gearresteerd.

oswaldo-paya-eerbetoon-rozen-2016Oswaldo Payá was een geduchte tegenstander van het Cubaans regime en werd in brede kring binnen en buiten Cuba gerespecteerd. Sympathisanten van de beweging hielden afgelopen week binnen en buiten Cuba herdenkingsbijeenkomsten.. In de woning van Rosa María Rodríguez Gil zou ook een bijeenkomst plaatsvinden maar sympathisanten van Oswaldo Payá en Harold Cepero werden bedreigd met arrestatie door politieagenten ‘als ze van plan waren de woning binnen te gaan’. Enkele ogenblikken later werd Rodríguez gearresteerd.

mcl-Yosvany Melchor y su madre Rosa María Rodríguez

Rosa María Rodríguez en haar zoon Yosvany Melchior

Onopgehelderd
Havana heeft nooit de verdachte omstandigheden belicht rond de dood van de politieke activist Oswaldo Payá. In een commentaar in 2014 noemde ex-president Fidel Castro kritiek op de Cubaanse regering vanwege het tekortschieten van het onderzoek naar de omstandigheden waaronder de twee verongelukten, ‘goedkope laster’.

Bron
* Diario de Cuba

Rosa Maria Payá: ‘VS onderhandelen met kaste Cubaanse machthebbers’

Morgen 22 juli is het drie jaar geleden dat de voorman van de Christelijke Beweging Bevrijding / Movimiento Cristiano Liberación MCL, Oswaldo Payá (1952), bij een nooit opgehelderd auto-ongeluk om het leven kwam. Ook mede-activist Harold Cepero verloor toen het leven. Payá’s gezin woont inmiddels in het buitenland waaronder zijn dochter Rosa Maria Payá (1989). Zij aarzelt niet om in een interview met de Spaanse krant El Pais vast te stellen dat de veronderstelde ‘dooi’ in de relatie tussen Cuba en de VS geen einde zal maken aan ‘het embargo op vrijheden’ dat de Cubaanse autoriteiten zijn bevolking oplegt. Zij weet het zeker; de VS spreken niet met de Cubaanse bevolking, maar met een kaste van Cubaanse leiders.’ De civil society in Cuba zit niet aan tafel, maar wordt buitengesloten,’ aldus Payá.

Rosa Maria Payá woonde gisteren de gezamenlijke persconferentie bij van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, Kerry en zijn Cubaanse collega rodriguez. Functionarissen van het ministerie hadden haar gevraagd geen vragen te stellen.

Rosa Maria Payá woonde gisteren de gezamenlijke persconferentie bij van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, Kerry en zijn Cubaanse collega Rodriguez in Washington. Functionarissen van het ministerie hadden haar gevraagd geen vragen te stellen.

Rosa Maria is positief over de voortgang die wordt geboekt bij de verbetering van de relaties tussen beide landen. ‘Elke poging om Cuba op te nemen in de internationale gemeenschap is goed, op voorwaarde dat het gaat om heel Cuba en niet alleen om de machthebbers.’ Zij meent dat de gesprekken op dit moment een ‘zweem van legitimiteit geven aan een regering die elke dag de rechten van zijn burgers schendt.’ En zij verdedigt, iedere keer weer opnieuw, de noodzaak dat dit proces leidt tot veranderingen in de samenleving. ‘De confrontatie met de VS is een excuus dat de regering altijd heeft gebruikt om de repressieve maatregelen goed te praten.’

Maffia
De Amerikanen zouden zich, aldus Payá, meer moeten laten leiden door het uitgangspunt dat de onderhandelingen leiden tot ‘de opening van Cuba voor de Cubanen zelf, tot legale ruimte voor ondernemers die nieuwe activiteiten willen ontwikkelen op het eiland.‘ Totalitarisme is een stilzwijgende bedreiging voor hen want ‘het is als onderhandelen met de maffia. Ik verwacht geen altruïsme van buitenlandse ondernemers, maar onderhandelen zonder de garanties van democratie is het accepteren van de regels van de Cubaanse regering,’ zegt de 26-jarige jonge vrouw die met enkele van haar politieke opvattingen opzien baarde in de media. De dooi met de VS laat zien dat ook de Amerikanen ‘het spel spelen en de regels van de Cubaanse regering volgen. Want hoewel de rechten van de Cubanen niet zijn gegarandeerd, werd ingestemd met verwijdering van Cuba van de lijst van terrorismebevorderende landen en werd een begin gemaakt met de afbraak van het embargo tegen Cuba.’

Oswaldo Payá

Oswaldo Payá, winnaar van de Sacharovprijs

Doden
Payá zegt: ‘Het is zeer ernstig als het spreken belangrijker wordt dan de doelstellingen van de gesprekken. Als dat gebeurt, is de straffeloosheid totaal en voelt deze regering zich vrij een winnaar van de Sacharovprijs te doden en er gebeurt niks.’ Zij doelt op de dood van haar vader, Oswaldo Paya, die op 22 juli 2012 bij een verkeersongeluk onder verdachte omstandigheden om het leven kwam. Maar Payá richt zich niet alleen op de Amerikaanse reus als het gaat om ‘het negeren van de schendingen van mensenrechten’. Ze wijst ook naar de democratieën in de regio die met de dictatuur in zee gingen en beschuldigt ervaren politici in Latijns-Amerika ervan zich door te zwijgen medeplichtig te maken aan de misdaden in de regio, niet alleen die in Cuba.

logo-cuba-decideCuba Beslist
Payá en haar beweging MCL willen een verandering in Cuba teweeg brengen en een einde maken aan het feit dat Cubanen al meer dan zeventig jaren niet kunnen deelnemen aan vrije verkiezingen. De campagne Cuba Decide / Cuba Beslist streeft een democratische transitie na zodat een volksraadpleging kan worden gehouden over de vraag of in Cuba verkiezingen kunnen worden georganiseerd waar ook kandidaten van de oppositie aan deelnemen, die ook in volledige vrijheid in de media kunnen opereren. Dit utopische scenario kan, wanneer de Cubanen hiermee instemmen, leiden tot het einde van het mandaat van de Castro’s. ‘Ik geloof dat Cubanen als zij zouden kunnen kiezen, zouden kiezen voor vrijheid. En als zij het niet doen…het enige wat wij kunnen doen is hen het gereedschap aanbieden. Cubanen zullen vrij zijn als zij dit willen zijn.’

Vandaag wordt een herdenkingsmis opgedragen in Madrid

Vandaag wordt in Madrid een herdenkingsmis opgedragen in Madrid ter nagedachtenis aan Oswaldo Payá en Harold Cepero

Bron
* El Pais, 3 juli 2015
Linken
* Twitteraccount van Rosa Maria Payá
* Activist Felix Rivero Cordovi van de Jongerenbeweging voor Democratie in Bayamo meldt op 22 juli 2012 telefonisch het auto-ongeluk.

Fidel Castro over aanslag op Oswaldo Payá: ‘goedkope laster’

In het commentaar van de New York Times (12 oktober) over het herstel van de relaties tussen de VS en Cuba,  wordt opgemerkt dat ‘deze autoritaire regering doorgaat met het vervolgen en vastzetten van dissidenten. Havana heeft ook nooit de verdachte omstandigheden belicht rond de dood van de politieke activist Oswaldo Payá.’ In een commentaar noemt ex-president Fidel Castro deze kritiek ‘goedkope laster’. Het is de eerste maal dat een zo’n hoge vertegenwoordiger van het regime ingaat op de schuldvraag over het auto-ongeluk op 22 juli 2012 bij Bayamo waarbij Oswaldo Payá samen met zijn collega Harold Cepero, overleed.

Oswaldo Payá en Fidel Castro (montage)

Oswaldo Payá en Fidel Castro (montage)

De dictator citeert ook verschillende fragmenten uit het commentaar van de New York Times waaronder die over de onwil van de Cubaanse machthebbers de dood van Oswaldo Payá op te helderen. De Cubaanse media hebben nooit bericht gedaan van de diverse aanklachten van de familie Payá en de Movimiento Cristiano Liberación, waarin zij het regime aanwijzen als de eerste verantwoordelijke voor de ‘moord’ op hun vader en echtgenoot. Het regime heeft altijd gesproken over een ‘auto-ongeluk’ waarvoor de Spaanse chauffeur Ángel Carromero werd veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf. Eind 2012 mocht hij wegens een afspraak tussen Havana en Madrid naar Spanje terugkeren. Bij terugkeer zei hij dat zijn auto de hele dag werd achtervolgd door een wagen van de overheid en klem werd gereden. In het artikel bekritiseert Fidel Castro de tekst van het commentaar in de New York Times ook omdat ‘de krant vooral de goede kanten belicht van de Noord-Amerikaanse politiek’ hoewel Fidel ook vaststelt dat de krant de hoge graad van scholing erkent, ‘maar nalaat deze te vergelijken met de situatie in Cuba voor 1959′ toen het land geleid werd door ‘de bondgenoot van de VS en grote plunderaar Fulgencio Batista,’ aldus Fidel.

Carromero tijdens de persconferentie

Carromero tijdens de persconferentie

Aanslag
Deze week presenteerde Ángel Carromero, politiek leider van de jongerenorganisatie van de Partido Popular (PP), zijn boek Muerte bajo sospecha / Dood onder verdachte omstandigheden in Miami en herhaalde hij dat de dood van Oswaldo Payá ‘geen ongeluk, maar een aanslag’ was. Tijdens een persconferentie waarbij ook de vrouw en dochter, Ofelia Acevedo Maura y Rosa María Payá Acevedo van Payá aanwezig waren, presenteerde Carromero een serie officiële foto’s waarmee hij aantoonde dat er sprake was van manipulatie van bewijzen. Op een van de foto’s is de achterbumper geheel intact terwijl op andere foto’s dezelfde bumper half afgebroken lijkt en in het gras hangt. Ook de voorbumper en een wiel zitten op foto’s op andere plaatsen. Over zijn eerste verklaring die hij enkele dagen na het ongeluk in Havana aflegde en toen zei geen enkele auto te hebben gezien, zegt hij dat deze onder zware druk werd afgenomen en dat hij ‘hier niet zou zitten’ als hij de verklaring niet had afgelegd. Volgens Carromero is het duidelijk dat de Cubaanse regering achter de dood van deze twee dissidenten zit (‘ze reden ons van de weg’) en hij eist dan ook, samen met de familie een internationaal onderzoek.

handtekening-fidelLinken
* That which never can be forgotten, het commentaar (Engelstalig) van Fidel Castro, 13 oktober 2014
* De persconferentie van Ángel Carromero, Spaans TV-kanaal  in de VS, 8 minuten.

Gevluchte Cubaanse inlichtingenofficier weet meer over dood Payá

De Cubaanse hoge militair Ortelio Abrahantes Bacallao, die in de Bahamas gevangen zit na zijn vlucht in maart uit Cuba, zegt over ‘waardevolle’ informatie te beschikken over de omstandigheden waaronder de mensenrechtenactivist Oswaldo Payá in 2012 bij een verkeersongeluk om het leven kwam. Ortelio Abrahantes Bacallao is een neef van José Abrantes, voormalig Minister van Binnenlandse Zaken die in 1989 in de nasleep van de affaire Ochoa gevangen werd gezet en veroordeeld wegen ‘corruptie’.

Oswlado Pyaá en hardold Cepero (rechts)

Oswlado Payá en Harold Cepero (rechts)

Ortelio José Abrahantes (42): ’Ik weet veel. En ze willen me graag in handen hebben,’ zegt hij in een interview met de krant El Nuevo Herald met een verwijzing naar pogingen van de Cubaanse autoriteiten hem uit te laten leveren. Hij zegt te weten dat collega’s van hem bij het auto-ongeluk op 22 juli 2012 waar Payá om het leven kwam, betrokken waren toen ze zijn auto enkele malen ramden. Over de zaak van Payá, zegt Abrahantes details over zijn dood te hebben gehoord tijdens een feest met andere agenten van de DCI, ongeveer een maand nadat de autobotsing plaats vond. De Cubaanse autoriteiten beschuldigden de Spaanse chauffeur Ángel Carromero van roekeloos gedrag toen hij de wagen bestuurde waarin Payá zat. Bij het auto-ongeval kwam ook de activist Harold Cepero om het leven. Carromero en de familie van Payá hebben altijd gezegd dat de auto van Payá van achteren door een overheidswagen is geramd. Volgens Abrahantes Bacallao zou een hoge functionaris tijdens het feestje hebben gezegd dat agenten van de DCI in de provincie Holguín met een rode Lada, model 2107, hebben geprobeerd de auto die door Carromero werd bestuurd, aan te houden en vervolgens bij de stad Bayamo een botsing hebben uitgelokt. Payá en Harold Cepero stierven nog dezelfde dag in het ziekenhuis van Bayamo, aldus de versie van Abrahantes Bacallao. De Cubaanse autoriteiten zeiden dat Payá tengevolge van de schok van de botsing direct overleed en Cepero in het ziekenhuis.

Ortelio Abrantes

Ortelio Abrantes Bacallao

Beloningen en medailles
Abrahantes Bacallao zei verder dat zijn vrienden hem vertelden dat het Ministerie de agenten beloonden met medailles en opdracht gaven dat de betrokken Lada vernietigd moest worden om elk bewijs van een botsing tussen twee auto’s te doen verdwijnen. Volgens Abrahantes was er geen sprake van een ongeluk met een voertuig, zoals de autoriteiten in hun rapport vaststellen. Abrahantes Bacallao is in bezit van de nodige papieren waaruit blijkt dat hij in 1998 medewerker werd van MININT waar hij werkte bij de technische opsporing, het Departamento Técnico Investigaciones (DTI) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Medewerker van de DTI

Medewerker van DTI

Toen hij Cuba verliet had hij de graad van majoor in de leiding van de contraspionage (DCI). In de laatste periode was hij belast met operaties in de provincie Ciego de Ávila. Hij ontsnapte op 24 maart met een zeilboot, eigendom van het ministerie en werd drie dagen later door de Amerikaanse kustwacht opgepakt en naar een immigratiecentrum op de Bahamas gebracht. Zijn advocaat in Miami, David Álvarez, zegt dat hij wordt geëxecuteerd als wordt besloten hem aan Cuba uit te leveren ‘omdat hij actief was in de Cubaanse strijdkrachten.’ Bij zijn toetreden tot MININT zou de letter H aan zijn naam zijn toegevoegd om verwarring met de overleden en veroordeelde oud-minister Abrantes te voorkomen.

Minister Abrantes voor de rechtbank

Minister Abrantes voor de rechtbank

Neef van oud-minister
Ortelio zegt de neef te zijn van generaal José Abrantes die in 1989 op beschuldiging van corruptie, werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf.* Dit proces was onderdeel van een grotere rechtzaak tegen drugshandel waarbij de hoofdpersoon, generaal Arnaldo Ochoa en drie andere officieren tot de doodstraf werden veroordeeld. José Abrantes zou in 1991 in de gevangenis van Guanajay aan een hartstilstand zijn overleden hoewel velen de omstandigheden van zijn dood mysterieus blijven vinden. In Ciego de Ávila, laat de vrouw van Abrahantes Bacallao, Yadelis Rivera, weten bang te zijn voor represailles van de zijde van de regering na de vlucht van haar man. Zij heeft haar huis verlaten en woont nu met haar 8-jarige dochter bij haar moeder in dezelfde provincie.

Link
* Bericht televisiejournaal over vlucht Abrahantes, 4,35

Noot
* De aanhouding en veroordeling van Abrantes viel samen met de arrestatie en latere executie op 13 juli 1989 van Cuba’s militaire held, generaal Arnaldo Ochoa wegens drugssmokkel en landverraad. Ochoa (59), veteraan uit de militaire campagnes in Angola, Venezuela, Ethiopië en Nicaragua, droeg de titel Held van de Revolutie. Hij was ook lid van het Centraal Comité van de Cubaanse Communistische Partij. Behalve Ochoa werden nog drie hoge officieren Antonio de la Guardia, Jorge Martinez en Amado Bruno Padron ter dood veroordeeld. De ter dood gebrachte militairen en nog zeven tot levenslang veroordeelde officieren, zouden kennis hebben gehad van de directe betrokkenheid van Cuba met het Medellinkartel en de president van Panama, Noriega. Uit bewijs dat tijdens de rechtzaak werd getoond, bleek dat Ochoa en de drie anderen, actief betrokken waren bij het vervoer van cocaïne via Cuba vanuit Colombia.

Fidel Castro en Arnaldo Ochoa

Fidel Castro en Arnaldo Ochoa

Volgens direct betrokkenen zou Fidel Castro Abrantes toestemming hebben gegeven en de Minister van Defensie Raúl Castro, had de contacten van Ochoa met het Medellinkartel goedgekeurd. Toen onthullingen dreigden in het buitenland over hun directe betrokkenheid grepen de Castro’s in. De operatie betekende ook de overwinning van het militair apparaat onder leiding van Raúl Castro in de  strijd met het Ministerie van Binnenlandse Zaken MININT en de geheime dienst die jarenlang duurde. Meer dan 500 hoge officieren werden ontslagen, weggezuiverd en met vervroegd pensioen (soms 45 jaar) gestuurd. De dienst werd overgenomen door de veel minder ervaren militaire inlichtingendienst. De dienst van MININT werd lange tijd beschouwd als een van de beste spionagediensten na die van de VS, Rusland en Israël.

Europees Parlement wil ‘internationaal en onafhankelijk’ onderzoek naar dood van Payá

Het Europees Parlement wil een ‘internationaal en onafhankelijk’ onderzoek naar de dood van Cubaanse dissident Oswaldo Payá, die op 22 juli 2012, samen met de mensenrechtenactivist Harold Cepero het leven verloor bij een verkeersongeval. De Nederlandse stichtingen Glasnost in Cuba en Cuba Futuro willen dat minister Timmermans tijdens zijn aanstaande bezoek aan Cuba deze zaak bij de autoriteiten aan de orde stelt.

op 3 oktober 2003 bood Paya 14.000 handtekeningen aan bij de Poder Popular in Havana

Op 3 oktober 2003 bood Oswaldo Payá 14.000 handtekeningen aan bij de Poder Popular in Havana

Volgens de officiële versie van de Cubaanse autoriteiten werd het ‘verkeersongeval’ veroorzaakt door het onzorgvuldig rijgedrag van de Spaanse chauffeur en Spaanse politicus Angel Carromero. De familie Payá verwerpt deze versie en zegt dat een regeringsauto de auto met de beide mensenrechtenactivisten volgde en vervolgens ramde. Dat zou de reden zijn van de dood van Payá en Cepero.

Onafhankelijk
Het Europees Parlement vraagt de Hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, Catherine Ashton, te bevorderen dat de Verenigde Naties het initiatief nemen tot de instelling van een comité dat de oorzaak van de dood van Cepero en Payá onderzoekt. Het verzoek van het Europees Parlement is onderdeel van een verslag dat inmiddels door de leden van het EP is ondertekend. Volgens deze tekst moeten respect voor democratie en mensenrechten een prioriteit zijn in de betrekkingen van de Europese Unie (EU) met buitenlandse partners. Ook wordt zorg uitgesproken over ‘de repressie van journalisten en activisten’ op het eiland en waarschuwt men voor de positie van de gewetensgevangenen in Cuba, die op ‘valse beschuldigingen veroordeeld zijn en in voorlopige hechtenis worden gehouden.’ Oswaldo Payá ontving in 2002 de Sacharovprijs van het Europees Parlement voor de vrijheid van geweten.

telefonoBrief aan minister Timmermans
De stichtingen Glasnost in Cuba en Cuba Futuro vragen minister Timmermans in een brief tijdens ‘uw aanstaande bezoek aan Cuba in gesprek met de Cubaanse autoriteiten het belang van zo’n onafhankelijk onderzoek te benadrukken. Wij zijn, evenals u, voorstanders van engagement mét en tegenstander van een isolement van Cuba opdat een civil society waarin burger- en economische rechten gegarandeerd zijn, meer kansen krijgt. Tegelijkertijd constateren wij dat er weliswaar sprake is van enkele positieve economische veranderingen in Cuba, maar het geweld tegen de oppositie onverminderd voortduurt en de mogelijkheden van dissidente personen en groepen hun kritisch geluid te laten horen, minimaal zijn gebleven. Dat bleek deze week op 10 december opnieuw tijdens de herdenking in Cuba van de 65ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Opnieuw was er sprake van grof geweld en wreed politieoptreden tegen mensenrechtenactivisten. En opnieuw bleken de Cubaanse autoriteiten intimiderende en gewelddadige acties van burgers tegen leden van vreedzame mensenrechtenactivisten, te gedogen en aan te moedigen. De hervormingsgezinde krachten hebben die publiekelijke steun nog steeds hard nodig.’’

europeseunievlaggenEU stelt besluit over Cuba uit
De Europese Unie heeft besloten pas volgend jaar een definitief besluit te nemen over onderhandelingen met Cuba. Aanvankelijk werd verwacht dat de 27 Ministers van Buitenlandse Zaken op 16 december een mandaat zouden goedkeuren waardoor gesprekken kunnen volgen die leiden tot een bilateraal akkoord met Cuba. Deelnemers aan het overleg spreken over ‘technische vragen’ die nog zouden moeten worden opgelost. De eerste ministersbijeenkomst in 2014 staat gepland voor 20 januari 2014.

Link
* Chauffeur Payá verbreekt stilzwijgen over het auto-ongeluk, Zie deze Cubaweblog, 8 maart  2013

Bijlagen
* Brief aan Minister Timmermans van Cuba Futuro en Glasnost in Cuba, 12 december 2013
* In juli van dit jaar richtten 125 prominente leiders zich tot de VN met het verzoek een onderzoek te verrichten naar de achtergronden van de dood van Payá en Cepero. Onder hen bevonden zich leden van het Europees Parlement, voormalige presidenten, ambassadeurs, dissidenten en mensenrechtenactivisten. Ook bisschop Desmond Tutu was een van de ondertekenaars. 125 Leaders Urge UN paya23072013

Gezin Oswaldo Payá gaat in ballingschap

Oswaldo en Ophelia

Oswaldo en Ophelia

Ofelia Acevedo, de weduwe van Oswaldo Payá, haar dochter Rosa María, de jongste zoon Reinaldo en nog drie familieleden hebben Cuba verlaten en wonen sinds donderdag in de VS. Volgens een persbericht werd het gezin sinds 22 juli 2012 – de dag waarop Oswaldo Payá bij een verkeersongeluk om het leven kwam –geconfronteerd met ‘doodsbedreigingen, werd het gevolgd en in de gaten gehouden.’

Voortgang
Ofelia Acevedo en Rosa María Payá ‘zetten hun werkzaamheden vanuit ballingschap’ voort ‘in samenhang en in gemeenschap met de activisten van de Movimiento Cristiano Liberación / Christelijke Beweging voor Bevrijding. De organisatie zal zich blijven inspannen om de verdachte omstandigheden waaronder Oswaldo Payá en Harold Cepero bijna een jaar geleden om het leven kwamen, op te helderen.

Link
* Website Oswaldo Paya .

Rosa María: ‘Auto van mijn vader werd van achteren aangereden’

De dood van de Cubaanse mensenrechtenactivisten Oswaldo Payá en Harold Cepero op 22 juli vorig jaar was ‘niet het resultaat van een ongeluk’, aldus de Spaanse politicus Ángel Carromero tijdens een gesprek op 16 februari met de dochter van Payá in Madrid. Oswaldo Payá was leider van de Christelijke Beweging Bevrijding; na zijn dood volgde zijn dochter Rosa María Payá Acevedo hem op.

Oswaldo Paya - hier met zijn dochter Paya - zou op 29 februari 61 jaar zijn geworden

Oswaldo Paya – hier met zijn dochter Rosa Maria – zou op 29 februari 61 jaar zijn geworden

Rosa María Payá Acevedo sprak in Madrid met Carromero, die de auto bestuurde waarin Oswaldo Payá en Harold Cepero zaten en die in de omgeving van Bayamo betrokken raakte bij een ongeluk. ‘Een auto die hen volgde raakte hen van achteren,’ aldus Payá Acevedo in een verklaring aan de Spaanse pers. Op deze wijze raakte de auto die Carromero bestuurde van de weg en klapte tegen een boom. Een sms-bericht van de andere inzittende Jens Aron Modig uit Noorwegen spreekt ook over een auto die hen volgde.

De sms-berichten van Modig

De sms-berichten van Modig

Mogelijke moord
Rosa María Payá spreekt over de ‘mogelijke moord’ op haar vader en Cepero. Zij kondigt nieuwe stappen aan om de omstandigheden waaronder zij de dood vonden, op te helderen. Mogelijke nieuwe stappen kunnen in Spanje plaatsvinden omdat haar vader ook de Spaanse nationaliteit had. De verklaring van Carromero, die niet zelf de pers te woord stond, verschilt van zijn verklaring voor de Cubaanse rechtbank vorig jaar. Toen was er geen sprake van een auto die de auto die hij bestuurde, had aangereden. Carromero heeft enige tijd in Cubaanse gevangenschap gezeten, maar werd na gesprekken tussen Spanje en Cuba naar Madrid overgebracht.

Geen contact
Rosa María benadrukt dat: ’Mijn vader, Harold Cepero, Aron Modig (de Noorse inzittende van de auto) en Ángel Carromero zijn gevolgd en gecontroleerd door leden van de Cubaanse geheime dienst vanaf het moment dat zij hun reis in Havana begonnen’. (…) ‘Er was op zijn minst nog sprake van een andere auto (een rode Lada) die bijna parallel aan de auto van mijn vader reed en de passagiers van deze auto waren als eersten op de plek van het ongeluk aanwezig, eerder dan de eerste van de officiele getuigen.’ (…) ‘De twee buitenlanders zijn onmiddellijk uit het voertuig werden gehaald.’(…)  Er was geen zorg voor mijn vader; die kwam pas toen hij al dood was.’ En Rosa Maria sloot af met de woorden: ‘Wij hebben er recht op te weten hoe mijn vader en mijn vriend Harold zijn overleden en wij stoppen niet tot wij de waarheid kennen.’

Linken
* Rosa Payá spreekt met de internationale pers (3 minuten)  
* Tekst Rosa Payá op de website van de MCL, uitgesproken tijdens persconferentie inclusief de sms-berichten van Aron Modig

Commotie rond Payá’s dood houdt aan (3)

Behalve de directe gevolgen voor de Zweedse en Spaanse medereizigers van Oswaldo Payá en Harlold Cepero, heeft het dodelijk ongeval waarbij beide Cubanen op 22 juli j.l. omkwamen, ook gevolgen voor de relaties van Cuba met Spanje en de Europese Unie en de communcatie tussen Europese democraten en de vreedzame oppositie in Cuba. Zolang de chauffeur Angel Carromero door de Cubaanse geheime politie wordt gevangen gehouden, speelt zijn lot een rol in de politieke relaties tussen Cuba en Spanje en dat heeft ook gevolgen voor de relaties tussen het eiland en de EU. Europa heeft nu zijn eigen Alan Gross.

Cambio / Verandering. Cartoon van Garrincha

De uitgeweken liberale politicus Alberto Montaner gaat op de website Diario de Cuba dieper in op de psychologische druk waaraan personen in handen van de Cubaanse geheime politie, bloot staan. Hij herinnert aan de zogeheten Affaire Padilla (1970) waarbij een dissidente schrijver publiekelijk ‘zelfkritiek’ uitoefende en o.a. zijn eigen vrouw beschuldigde van contrarevolutionair gedrag. Ook noemt hij Alvaro Prendes, de ex-kolonel en Held van de Revolutie die in een van Castro’s gevangeniscellen verdween en uiteindelijk in ballingschap zou sterven. Prendes zei ooit: ‘Superman, op het moment dat je in de handen valt van de Cubaanse Staatsveiligheidsdienst zul jij zelfs hardop huilen en veeg je je snot met je zwarte mantel weg.’

Fidel mompelt wat over zijn eigen tovermiddel voor alle kwalen namelijk de moringaboom en Raúl Castro klaagt over ‘al die valse toeristen die chaos en verwarring willen scheppen’, een verwijzing naar de Zweedse en Spaanse medepassagiers van Oswaldo Payá.

Steun Cubaanse democraten
Ook Montaner gelooft dat het ongeluk door de dictatuur gebruikt zal worden om de internationale steun voor de Cubaanse democratische oppositie, verder onmogelijk te maken. Zowel Carromero en Aron Modig hebben in hun officiele verklaringen excuses gemaakt voor deze hulp. Modig zei zelfs niet te weten dat de Cubaanse wet dit soort hulp verbiedt? Maar waarom vraagt Montaner zich af?
Omdat het regime van Raúl Castro wil, dat met een beroep op de zogenaamde soevereiniteit van de staat, buitenlanders worden bedreigd ’die geld, usb-sticks, informatie en vooral politieke steun bieden. Min of meer precies dat wat Europese democraten ook hun broeders en zusters aanboden tijdens de dictatuur van generaal Franco in Spanje.’ En Montaner gaat in op de vergelijkbare steun van communistische landen aan ‘de eenheidspartij van Fidel en Raul Castro’ en hij herinnert hoe de Argentijnse guerrillabeweging Montoneros Fidel ooit 60 miljoen dollar overhandigden na de ontvoering van twee ondernemers, de gebroeders Born. Montaner concludeert dat de Cubaanse regering weliswaar het recht op ‘revolutionair internationalisme’ decreteert, maar het recht op ‘democratisch internationalisme’ niet erkent. ‘Dat recht zou iedereen in de praktijk moeten brengen, die gelooft dat de vrijheid een universeel begrip is,’ aldus Montaner.

Een officiele foto van het autowrak

Politieke gevolgen
Maurice Vicent was vele jaren correspondent van de Spaanse krant El Pais in Havana tot de Cubaanse autoriteiten vorig jaar weigerden zijn accreditatie te verlengen. Hij is weinig optimistisch over het lot van zijn landgenoot Carromero. Tijdens zijn verblijf in Havana werden veelvuldig auto-ongelukken gemeld waarbij Spanjaarden waren betrokken als slachtoffer of verdachte. De voorlopige hechtenis en de procesgang kunnen maandenlang duren, waarbij de verdachte Cuba niet mag verlaten. Vicent stelt dat de Cubaanse strafwet helder is en streng; bij dood door schuld wacht de veroordeeld 1 tot 10 jaar gevangenisstraf, waarbij de Cubaanse wet bij goed gedrag een derde kan kwijtschelden. Het Spaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken adviseert daarom al enige tijd ’s nachts niet in het binnenland te rijden of slechts met een chauffeur. Vicent: ‘Als Ángel Carromero een gewone toerist was in plaats van een jeugdleider van de Partido Popular die naar Cuba reisde met politieke doeleinden, dan zou er nu waarschijnlijk geen Zaak Carromero bestaan, maar was er gewoon een zoveelste Spanjaard veroordeeld vanwege roekeloos gedrag in het verkeer. Maar Carromero was geen toerist.’

Troeven in handen
En Vicent gaat nader in op de politieke implicaties van de dood van Payá en de betrokkenheid van Carromero. Want het auto-ongeluk op de weg naar Bayamón leidt direct naar de 12e Oktober in Havana. Vicent duidt op de gewoonte van de Spaanse autoriteiten om op de nationale feestdag van 12 oktober dissidenten uit te nodigen voor de officiële receptie. De regering van Aznar begon daar in 2003 mee waardoor de relaties tussen beide landen bevroren raakten. Twee jaar laten kwamen de sociaaldemocraten aan de macht in Spanje en draaiden zij dit uitnodigingsbeleid weer terug. Wat zal er 12 oktober gebeuren als Carromero nog gevangen zit? Zal de Partido Popular dissidenten uitnodigen op de ambassade? Zal de PP beloven in de toekomst politieke avonturen van haar jeugdleiders en vertegenwoordigers binnen Cuba te voorkomen? Als deze situatie voor Carromero niet zo waar was maar meer een spelletje poker, zou je kunnen zeggen dat hij zijn tegenstander drie azen cadeau heeft gedaan. En die zijn niet bestemd voor de bestuurder!

Linken
* Alberto Montaner over ‘democratisch internationalisme'(Spaanstalig)
* Maurice Vicent over de crisis Spanje – Cuba (Spaanstalig)
*
Blogger Dariela Aquique (Havana Times (Engels):

Modig ‘speelde de Zweed’
* Blogger Sara Barderas e Isaac Risco (Havana Times – Spaans):
Spanje-Cuba minicrisis door Carromero

Noot
*   Op 30 mei en 3 mei 2011 publiceerden wij twee achtergrondartikelen over de affaire Padilla, die toen 40 jaar eerder in 1961 plaats vond.
* Deel 1
* Deel 2

Commotie rond Payá’s dood houdt aan (2)

Oswaldo Payá en Harold Cepero

Nu Aron Modig, de Zweedse medereiziger van Oswaldo Payá en Harold Cepero, in zijn geboorteland is teruggekeerd, zou hij zich moeten uitspreken over de omstandigheden waaronder op 22 juli bij Bayamo het auto-ongeluk plaatsvond, waarbij Payá en Cepero om kwamen. Dat is de mening van de publicist Bertrand de la Grange die concludeert dat ‘Carromero en Modig koste wat het kost, het spel van het regime niet zouden mogen meespelen.’ Ofelia Acevedo, de weduwe van Payá, dringt aan op een onafhankelijk onderzoek en opheldering over de aanwezigheid van een ‘rode auto’ op het moment van het ongeluk. Een getuige zou daar in de allereerste fase van het onderzoek over hebben gesproken. Tijdens een persconferentie dinsdag j.l. in Havana, gingen moeder en dochter Rosa Maria daar dieper op in.

Ofelia Acevedo op de dag van de begrafenis van haar man

In een telefonisch gesprek op 29 juli met de Spaanse radiozender COPE zei Ofelia dat er sprake is geweest van een tweede auto, rood en het merk Lada, die zich parallel aan Payá’s auto bewoog. Deze auto raakte de wagen waarin de Spaanse chauffeur Carromero, de Zweed Jens Aron Modig en de leden van de MCL zaten. Ofelia Acevedo zegt in het interview o.a.: ‘De vrienden die in het ziekenhuis waren en mij vertegenwoordigden om meer te weten te komen en toegang tot de overlevenden te krijgen, hebben mij gezegd dat ze de eerste getuigenverklaringen hoorden die door een politie-officier werden voorgelezen. Een getuige zou hebben gesproken over een andere auto, een rode Lada, op de weg die zich parallel bewoog aan de verongelukte auto. Na het ongeluk zouden de inzittenden van de rode wagen Carromero uit de auto hebben gehaald en deze vroeg hen: ‘Wie zijn jullie, waarom doen jullie dat?’ Acevedo merkt op dat dit de woorden waren van een van de getuigen die door de criminoloog-kapitein Fulgencio Medina uit  Bayamo werden voorgelezen en mijn vrienden konden dit prima horen’. Fulgencio Medina las deze getuigenverklaring zondagmiddag laat voor in een ruimte in het ziekenhuis. Hij zei o.a.: ‘De getuigen op de fiets en die op de tractor zeiden dat er een auto parallel reed aan de getroffen auto.’ Ofelia zegt over meer informatie te beschikken ‘waardoor ik denk dat dit geen ongeluk was.’

De begrafenisstoet komt aan bij het kerkhof Colón

Modig: zware verantwoordelijkheid
De publicist Bertrand de la Grange, schrijver, journalist en Latijns Amerika expert, schrijft op de website Diario de Cuba over de verantwoordelijkheid die met name de vrijgelaten Zweed Modig heeft bij het naderbij brengen van de waarheid. Citaat: ‘Missie volbracht! Enkele uren na zijn schitterende bijdrage aan de officiële versie van de gebeurtenissen, vloog de Zweed Modig naar zijn land terug, vrij maar misschien met enige wroeging over het feit de nagedachtenis van de meest gerespecteerde opposant van het eiland besmeurd te hebben, een van de weinigen die het embargo van Washington tegen Cuba veroordeelde en Amerikaanse financiering afwees. Met hun onverantwoordelijke verklaringen, hebben de zogenaamde Europese vrienden van Oswaldo Payá hem voor de tweede keer gedood.’  (…) ‘Koste wat het kost, zouden Carromero en Modig het spel van het regime niet mee mogen spelen. Een spel waarbij het ongeluk op de tweede plaats komt en een campagne is begonnen waarbij de democratische oppositie in diskrediet wordt gebracht, door beledigende etiketten als ‘contrarevolutie’ en ‘huurlingen’. Als de dood van Payá mede door onvoorzichtigheid van Carrromero is veroorzaakt – hij heeft een verleden als overtreder van de maximumsnelheid – is Modig verplicht dit te vertellen. Maar dat geldt ook voor het tegendeel; als de twee Europeanen bewijzen of aanwijzingen hebben dat er onzuivere manipulaties bij het ongeluk plaatsvonden, moeten ze dat ook aanklagen en zich niet bang laten maken door chantage. Het vraagt enige moed om de confrontatie met een dictatuur aan te gaan. Dat is duidelijk, maar dat hadden zij eerder kunnen bedenken’

 Linken
* Payá’s dochter Rosa Maria ging tijdens een persconferentie op 7 augustus dieper in op de omstandigheden waaronder het ongeluk plaatsvond.
*  Het interview van de Spaanse radiozender met Ofelia Acevedo  op 29 juli 2012, 13 minuten.
•  Tekst van Bertrand de la Grange op de site Diario de Cuba

Ministerie: Spaanse chauffeur hoofdschuldige auto-ongeluk Oswaldo Payá

In een ongewoon uitvoerige notitie constateert het Cubaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken (MININT) dat een ‘te hoge snelheid’ en een ‘gebrek aan oplettendheid’ bij de chauffeur de hoofdoorzaken zijn geweest van het dodelijke ongeluk waarbij de Cubaanse mensenrechtenactivisten Oswaldo Payá en Harold Cepero op 22 juli om het leven kwamen. De Spaanse chauffeur Ángel Francisco Carromero riskeert, aldus deskundigen, een gevangenisstraf van 10 jaar.

Het ministerie meldt dat het onderzoeksproces en het justitiële traject ‘volgens de Cubaanse wetgeving’ worden voorgezet. Het volledige rapport werd op de officiële website Cubadebate geplaatst, op de staatstelevisie voorgelezen inclusief alle details waar het ministerie op stootte. In Cuba worden bijna nooit berichten gepubliceerd over verkeersongelukken. Vanwege de vele vragen die er leven bij familieleden, dissidenten, buitenlandse vertegenwoordigers en ballingen hebben de autoriteiten daar nu waarschijnlijk toe besloten.

Deze foto werd eerder gepubliceerd op de weblog van een regionale journalist in de provincie Granma

Hoge snelheid
Volgens het onderzoek zou de huurauto, een Hyundai Accent met het kenteken T31402, op 22 juli om 13.50 uur, met daarin  Payá, Cepero, de Spanjaard Ángel Francisco Carromero en de Zweed Aron Modig ‘van de weg zijn geraakt en tegen een boom zijn gereden’ op het traject Las Tunas-Bayamo, in de plaats La Gabina in de provincie Granma. Volgens MININT werd de auto op het moment van het ongeluk bestuurd door Ángel Carromero en zat Jens Aron Modig naast hem. Oswaldo Payá zat achter links, met naast hem Harold Cepero. ‘De twee laatste hadden geen veiligheidsgordels om.’ Het onderzoeksrapport constateert verder dat een deel van deze weg waar het ongeluk plaatsvond, in reparatie was en dat er over een lengte van twee kilometer geen wegdek was waardoor ‘het was veranderd in een soort wal bestaande uit heel veel kiezel.’ Er was echter sprake van een rechte weg met goed zicht en een waarschuwingsbord dat aangaf dat er onderhoudswerkzaamheden werden verricht waardoor de maximale snelheid 60 kilometer bedroeg.

Drie getuigen
Het rapport van MININT citeert drie getuigenverklaringen van personen die ter plekke aanwezig waren op het moment van het ongeluk: José Antonio Duque de Estrada Pérez, Lázaro Miguel Parra Arjona en Wilber Rondón Barrero.

De boom waar volgens het officiele rapport van de Cubaanse autoriteiten, de auto met Payá tegenaan reed

Zij verklaren dat de auto te hard reed en de aarden wal raakte. MININT constateert ook dat de vier passagiers ’s ochtends om 6 uur Havana hadden verlaten en berekenen dat de Spaanse chauffeur Ángel Carromero 120 kilometer per uur moet hebben gereden. De 60-jarige Payá zou door de klap op slag dood zijn geweest. Ook de andere dissident, Harold Cepero Escalante, overleefde het ongeval niet.

Tien jaar cel
Deskundigen zeggen dat Carromero, leider van de jeugdbeweging Nuevas Generaciónes in Madrid, vanwege zijn betrokkenheid bij het dodelijk ongeluk in Cuba meer dan 10 jaar cel kan krijgen. Zijn versie van de gebeurtenissen en die van Jens Aron Modig van de Jeugdliga van Christendemocraten in Zweden, worden met spanning tegemoet gezien door waarnemers, dissidenten en met name de familie van Payá. Zijn weduwe Ofelia verwerpt de versie van MININT waarvan ze mondeling op de hoogte werd gesteld en zegt over informatie te beschikken waaruit blijkt  dat de auto enkele malen door een tweede auto in het nauw werd gebracht.

Linken
* Het ongeluk volgens MININT, 30 seconden
* Het volledige rapport van MININT  op de website Cubadebate
* Payá’s vrouw, Ofelia Acevedo, wil de nog levende ingezetenen van de auto Ángel Carromero en Jens Aron Modig spreken en de eventuele getuigen ter plekke.