Zwarte lijst van verboden films

De afgelopen weken berichtte deze Cubaweblog geregeld over censuur bij de totstandkoming van films. Hoeveel Cubaanse films zijn er de afgelopen tien jaar gecensureerd? Een filmcriticus stuurde een Open Brief naar La Jiribilla, de website van de staatsorganisatie van film, Instituto Cubano del Arte e Industria Cinematográficos (ICAIC). De lijst met meer dan 20 titels, samengesteld door Dean Luis Reyes, werd door de kunstenaarsbond genegeerd.

bioscoop-camilo-gracias-fidel

Bioscoop en theater Camilo Dank je, Fidel.

In de brief van Reyes levert deze kritiek op een artikel van José Ángel Hernández Pérez op de officiële website La Jiribilla. Hij valt de kunstcriticus Gustavo Arcos aan omdat deze partij koos voor de film Quiero hacer una película / Ik wil een film maken van Yimit Ramirez. De officiële Cubaanse kunstenwereld maakte publieke vertoning van deze film onmogelijk vanwege vermeende beledigen aan het adres van de nationale held José Marti. (Zie ook deze Cubaweblog van 22 maart 2018) Pérez bekritiseert Arcos die toch ‘het voorrecht heeft genoten’ om jarenlang kunstonderwijs gegeven te hebben aan gerenommeerde instituten in Cuba. Reyes: ‘Alsof het een voorrecht zou zijn geweest om professor te zijn van bijna twintig generaties aan de Faculteit der Kunst van de Audiovisuele Media van het Superieur Instituut voor de Kunst, misschien verleend door de grootmoedigheid van een of andere superieure macht.’  Arcos’ motieven zijn volgens Hernández Pérez verdacht. Net als alle anderen die het verbod van de film door de filmbond ICAIC bekritiseerden. De criticus spreekt over ‘een destabiliserend en gezagsondermijnend netwerk’. Reyes veroordeelt het feit dat de journalist Hernández Pérez ‘de moord op de reputatie van Arcos herhaalt’ met een beroep op ‘argumenten die een relatie leggen met de nieuwe begroting van het Amerikaanse ministerie van Financiën in het kader van het beleid van Donald Trump om de Cubaanse regering omver te werpen’.

Open debat
Reyes noemt het ‘een minne streek’ iemand aan te vallen en te verwijzen naar zijn levensonderhoud want ‘het beroep van Arcos als docent ter discussie te stellen, is vragen om zijn ontslag’. (…) ‘Wij hebben daar bij ons in de buurt een zeer lelijk woord voor,’ aldus Dean Luis Reyes. Hij besluit met de constatering dat het ‘onethisch is om te denken dat een collectief als het filmcollectief, dat als geen ander in de de Cubaanse intellectuele wereld een reputatie heeft  als het gaat om discussie en het open debat, niet zou reageren op een beslissing die het als een schande beschouwde,’ voegt Reyes eraan toe.

Koude Oorlog
‘Deze opstandige traditie lijkt Hernández Pérez te ontkennen want in zijn geest zijn er slechts huurlingen en is er een culturele Koude Oorlog. Die zal niet ophouden enkel omdat men ons bedreigt en het etiket van contrarevolutionairen opplakt’. (…) ‘Hernández Pérez en La Jiribilla tonen een onmetelijke onwetendheid over de echte problemen van de Cubaanse cinema,’ concludeert de criticus. Omdat de autoriteiten in de politiek en de culturele wereld weigeren de term censuur in de mond te nemen, voegt Reyes in zijn Open Brief ‘een niet-uitputtende lijst toe van Cubaanse speelfilms van de afgelopen 10 jaar, die nog geen publieke première of normale vertoning kregen na een festival of tentoonstelling.

De lijst

film-memorias-del-desarollo

Memorias del Desarollo

Molina´s Ferozz (Jorge Molina, 2010)
Memorias del desarrollo (Miguel Coyula, 2010)
La vaca de mármol (Enrique Colina, 2013)
Jirafas (Enrique Álvarez, 2014)
Espejuelos oscuros (Jessica Rodríguez, 2015)
Caballos (Fabián Suárez, 2015)
El tren de la línea norte (Marcelo Martín, 2015)
La obra del siglo (Carlos Machado, 2015)
La singular historia de Juan sin Nada (Ricardo Figueredo, 2016)
Sharing Stella (Enrique Álvarez, 2016)

film-santa-andres

Santa y Andrés

Santa y Andrés (Carlos Lechuga, 2016)
El tío Alberto (Marcel Beltrán, 2016)
Severo secreto (Oneyda González, Gustavo Pérez, 2016)
El Proyecto (Alejandro Alonso, 2017)
Pablo Milanés (Juan Pin Vilar, 2017)
Nadie (Miguel Coyula, 2017)
Sergio y Sergei (Ernesto Daranas, 2017)

Bron
* Cubanet, 3 april 2018
Link
* Facebook van Reyes

Harde aanval Granma op filmmaker Yimit Ramírez

De Cubaanse filmmaker Yimit Ramírez, maker van Quiero hacer una pelicula / Ik wil een film maken, is in de partijkrant Granma hard aangevallen wegens belediging van José Martí. Cultuurcriticus van de krant, Pedro de la Oz vergeleek teksten uit de film met een incident uit 1946 toen dronken Amerikaanse mariniers op het standbeeld van deze Cubaanse nationale held plasten.

mariniers-1946-standbeeeld-jose-marti

Enkele van de dronken Amerikaanse mariniers die in 1946 het monument van José Martí beklommen en bevuilden. Daar werden ze een dag later door marine-attaché Thomas Francis Cullens opgehaald.

‘Martí is nu meer dan ooit een symbool van het Vaderland,’ waarschuwt Pedro de la Oz die verder schrijft dat ‘Martí beledigen ontoelaatbaar is’. Pedro de la Oz volgt in zijn commentaar de reactie van de officiële filmbond ICAIC. Afgelopen dinsdag publiceerde ICAIC een nota waarin werd bevestigd dat de film Quiero hacer una película was uitgesloten van de sectie Speciale Presentatie voor de Jeugd omdat een van de personages ‘zich op onaanvaardbare wijze uitsprak over José Martí’. ICAIC benadrukt dat het niet alleen een zaak van de ICAIC betreft, ‘maar onze hele samenleving aangaat’ en dat dit niet ‘eenvoudigweg kan worden geaccepteerd als een uiting van vrije meningsuiting.’ De la Oz zegt iets vergelijkbaars en noemt een belediging aan het adres van Martí ‘een belediging die door de overgrote meerderheid van de Cubanen wordt gevoeld.’ De journalist bekritiseert het feit dat de festivalcoördinatoren en de maker van de film nu ICAIC beschuldigen van censuur, terwijl het staatsmonopolie voor de film oproept tot ‘verantwoordelijkheid’.

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula3

Crowdfunding-affiche in het Italiaans

Niet terugtrekken
Marta María Ramírez, promotor van de gecensureerde film, heeft gereageerd op de verklaring van ICAIC. Op haar Facebookpagina stelt ze dat ‘ICAIC in de verklaring liegt om het totale gebrek aan dialoog en de censuur van de film Quiero hacer una película te rechtvaardigen’. De journalist beklemtoont ook dat ‘er nooit enige dialoog is geweest’ en wijst erop dat de filmmakers de film niet hebben teruggetrokken, maar de voorwaarden van de ICAIC niet wilden accepteren. De film zou, aldus ICAIC vertoond moeten worden in een zaal met slechts 24 zitplaatsen. De persconferentie voor het jeugdfilmfestival, die gepland stond voor donderdag, werd een uur voor aanvang afgelast en omgevormd tot een evenement met één spreker: Roberto Smith, voorzitter van ICAIC, die een monoloog hield en de filmmakers beschuldigde van ‘onethisch gedrag.’

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula2Protest
De jonge organisatoren van het filmfestival handhaafden in de catalogus de pagina die gewijd was aan de film van Ramírez. Er was een zwarte achtergrond toegevoegd met de tekst van het protest tegen de censuur van Quiero hacer una película. In de tekst wordt over de film van Ramírez gezegd dat deze ‘de lang verwachte vrucht vormt van een zoon van het festival en dat deze nu misschien wel de enige natuurlijke mogelijkheid verliest om zijn werk aan een breed publiek te tonen’. Yimit Ramírez won twee keer de prijs voor beste animatie op het ICAIC Jeugdfestival, één voor The Beauty or the Beast en één voor Reflexiónes y Hombres verdes. Hij studeerde af aan de Academie voor Schone Kunsten en aan het Instituto Superior de Diseño Industrial. Momenteel studeert hij aan de internationale filmopleiding Escuela Internacional de Cine de San Antonio de los Baños.

Bron
* Zunilda Mata van de site 14ymedio, 24 maart 2018

Linken
* Reactie Pedro de la Oz, Granma, 23 maart 2018
* De journalistenbond UPEC publiceerde in 2010 een tekst over het incident uit  1946 toen Amerikaanse mariniers tegen het monument van José Martí plasten.

Verbod ‘respectloze’ film over José Martí

De film Quiero hacer una película / Ik wil een film maken van Yimit Ramírez is niet te zien tijdens de speciale dagen voor jonge filmmakers in Havana. Ambtenaren van het Cubaans filminstituut Instituto del Arte la Industria Cinematográficos / Cubaans Instituut voor de Filmkunsten (ICAIC) zeiden dat enkele dialogen niet erg ‘respectvol’ waren tegenover de Cubaanse apostel van de onafhankelijkheid, José Martí, die ‘heilig is’. Marta María Ramírez publiceerde de gewraakte tekst waarin de Cubaanse held omschreven wordt als ‘een drol’ en ‘een nicht.’

ramirez-yimit-filmregisseur

De Cubaanse filmmaker Yimit Ramírez financierde zijn film gedeeltelijk via crowdfunding

De film zou op 3 april vertoond worden, gevolgd door een discussie tussen de kunstenaar en het publiek. Het programma werd echter niet goedgekeurd door de functionarissen van de kunstenaarsbond ICAIC die eisten dat de vertoning zou plaatsvinden in een kleiner zaaltje met slechts 24 stoelen in het hoofdkantoor van de ICAIC in Calle 23 in Vedado. Vooraf zouden ICAIC–officials de film nog moeten zien. Ramírez legt op Facebook uit: ’Ik moest daarover spreken met Octavio Fraga Guerra, een ambtenaar die ik al lange tijd ken en die, gewapend met een usb-stick, eiste dat hij de film zou kopiëren, zodat hij deze kon bekijken samen met de voorzitter van ICAIC’. Ramírez aarzelde om ICAIC een exemplaar van de film op een usb-stick te geven uit vrees dat de film ‘gelekt zou worden zoals met andere werken van Cubaanse filmmakers’, die aan ICAIC werden toevertrouwd. De ambtenaar waarschuwde hem met de woorden: ‘Als je me geen exemplaar geeft, zal de film niet vertoond worden’. Ramírez ging akkoord. Drie uur later werd duidelijk dat film niet vertoond mocht worden omdat Guerra ‘een  citaat in de film niet beviel.’

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula-engels

Campagne crowdfunding in het Engels

Crowdfunding
Quiero hacer una película is de eerste speelfilm van Ramírez, die hij met een budget van 8.000 euro, verkregen via een crowdfundingcampagne, produceerde. De journalist Marta María Ramírez ontwierp de communicatiestrategie voor de campagne op internet. Beiden vinden de nieuwe zaal met slechts 24 zitplaatsen te klein voor de geplande vertoning. Ramírez legt uit dat het geen zin heeft de film te vertonen in een ruimte waar zelfs nauwelijks plaats is voor het team dat de film heeft gemaakt. ‘Het zou interessant zijn geweest om een debat met het publiek te hebben’, zegt hij. Roberto Smith de Castro, directeur van ICAIC, antwoordde categorisch dat ‘Martí heilig is’ en dat vertoning enkel in het kleine zaaltje kon plaatsvinden.

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula

Affiche van de film

Solidair
De voortreffelijke filmmaker Fernando Pérez nam in 2010 ontslag als directeur van de filmdagen voor jonge cineasten, na een soortgelijke manoeuvre door ICAIC. Toen werd de documentaire van de filmmaker Ricardo Figueredo over rapper Raudel Collazo van Escuadrón Patriota verboden. Yimit Ramírez, regisseur van de film, is niet verbaasd over wat er gebeurd is en zegt dat hij het verwachtte. ‘We rekenden niet op hun steun en en wilden de film volledig onafhankelijk maken, en dat hebben we ook gedaan. Het zou leuk zijn om de film in de bioscopen te kunnen zien. Maar de waarheid is dat zij alle bioscopen hier controleren maar buiten de bioscopen zijn er ook nog mogelijkheden.’

ramirez-yimit-filmregisseur.zelfportret

Zelfportret Yimit Ramírez

Martí
Regisseur Yimit Ramirez prijst de figuur van José Martí in de film ‘die authentieker is dan de Martí die door de instituten hier wordt gepromoot.’ De filmcriticus Dean Luis Reyes verklaarde zich solidair met de filmploeg: ‘Martí is voor sommigen een God, maar kunst heeft te maken met twijfels, geloof is een andere zaak.’

Bron
* 14ymedio, Luz Escobar, Havana, 14 maart 2018

Link
* De trailer uit 2016 waarin de crowdfunding wordt aangekondigd door Ramírez.

Filmfestival Havana mét censuur

Het donderdag geopende Filmfestival van Havana / Festival de Cine de La Habana is een must voor cinefielen uit Havana en omgeving. Een kwart miljoen Cubanen bezoeken in 10 dagen tientallen films. Het festival duurt tot 18 december, maar wordt dit jaar overschaduwd door het verbod op een film over de intolerantie van de Cubaanse revolutie tegenover homoseksuele kunstenaars. Santa y Andrés is de tweede langspeelfilm van Carlos Lechuga, waar een dergelijke kunstenaar Andrés centraal staat. Het veto kan op de steun rekenen van de kunstenaarsbond, de viceminister van Cultuur en het Cubaans filminstituut Instituto del Arte la Industria Cinematográficos (ICAIC). De ICAIC-voorzitter Roberto Smith noemde het verbod ‘een kwestie van principes.’

santa-y-andres-film

Beeld uit Santa y Andrés

De geschiedenis van Santa y Andrés is gebaseerd op het leven van de dichter Delfín Prats (71) en andere homoseksuele intellectuelen als Virgilio Piñera (1912-1979) die in de periode van de zogeheten quinquenio gris / grijze jaren (1971-76) geen toegang hadden tot uitgeverijen, culturele instellingen en media en slachtoffer waren van volledige censuur. Smith: ‘De film schept een beeld van de revolutie die haar reduceert tot een voorwerp van intolerantie en geweld tegen de cultuur, ze maakt een onverantwoord gebruik van onze vaderlandse symbolen en verwijst op onacceptabele wijze naar onze compañero Fidel’, zegt Smith in een open brief.

film-carlos-lechuga

Carlos Lechuga

Onafhankelijke filmmakers
De film van Lechuga (33) speelt een rol in een al drie jaren durende discussie over de plaats van de zogeheten ‘onafhankelijke film’, waarbij Cubaanse cineasten er bij de regering van Raúl Castro op aan dringen meer ruimte te bieden aan de zelfstandige audiovisuele producent en de tot nu toe getolereerde kleine particuliere producenten te erkennen. Ook willen zij de rol van het staatsinstituut van de film, ICAIC, herformuleren. Santa y Andrés werd gerealiseerd met financiële steun van het multinationale bedrijf Ibermediar. ‘Iedereen die me kent weet dat ik een patriot ben, ik leef in Cuba en woon in Cuba’, schrijft Lechuga, die pas na het einde van het filmfestival verder commentaar wil geven. Twee jaar geleden werd de film Regreso a Ítaca van de cineast Laurent Cantet uit Frankrijk, met spelers uit Cuba en een script van de Cubaanse schrijver Leonardo Padura, verboden.

Felle polemiek

santa-y-andres-film2

Uit Santa y Andrés

Het verbod van de film leidde tot een sterke polemiek op het digitale magazine  OnCuba Magazine en andere sociale media waar de viceminister van Cultuur, Rojas en Smith zich aan de ene kant en cineasten en filmcritici van dit verbod, zich weerden. Ondanks de naamgeving van het filmfestival, is het opvallend dat er ditmaal ook diverse Noord-Amerikaanse films worden vertoond zoal Jackie over de vrouw van de ex-presidente John F. Kennedy en de musical en komedie LalaLand van Damien Chazelle.

Linken
Brief van Roberto Smith (ICAIC), 1 december 2016 die het verbod van de film verdedigt: ‘Noodzakelijk antwoord op een provocatie’
* Website Diario de Cuba, 5 december 2016 met Spaanstalig artikel over de discussie tussen voor en tegenstanders
* Facebook van Carlos Lechuga
*
De website On Cuba over de eerste film van Lechuga: Amargo pero Dulce (7 december 2012)

* Reactie van Felipe Rojas, viceminister van Cultuur, 25 november 2016
* Website On Cuba met column van Dean Luis Reyes, 24 november 2016: ‘Ik wil Santa y Andrés zien.’

Geen plaats voor ‘vijanden van de Revolutie’ in Cubaanse filmbond

De voorzitter van de Cubaanse filmbond ICAIC, Instituto Cubano del Arte e Industria Cinematográficos, heeft naar aanleiding van een bijeenkomst van kritische cineasten vorige week zaterdag, verklaard dat er binnen de organisatie ‘geen ruimte is voor de vijanden van de Revolutie.’

icaic-hoofdkantoor-havana

Het kantoor van de filmbond ICAIC

‘Het uitgangspunt in het debat dat wij hebben verdedigd is, was en zal ondubbelzinnig revolutionair zijn,’ aldus de verklaring. ‘Wij werken, samen met andere organisaties en instituten van de Staat om oplossingen te vinden voor de problemen van de audiovisuele kunst, vanuit een antikoloniaal, anti-imperialistisch en socialistisch perspectief.’ De verklaring verschijnt enkele dagen nadat activisten als Eliécer Ávila door functionarissen van ICAIC werden gedwongen de bijeenkomst van filmmakers te verlaten. De cineasten bespraken daar o.a. de tekst van een solidariteitsverklaring voor de gecensureerde theaterdirecteur Juan Carlos Cremata. Ook werd tijdens deze bijeenkomst gesproken over censuur en zelfcensuur.

Huurlingen
‘Vorige week zaterdag 28 november verwierpen wij de aanwezigheid van verschillende huurlingen in het cultureel centrum Centro Cultural Fresa y Chocolate van de ICAIC, waar een bijeenkomst van cineasten plaatsvond in samenwerking met hun organisatie. Geen enkele organisator van deze samenkomst van cineasten had hen (de huurlingen c.q. mensenrechtenactivisten) uitgenodigd en hun aanwezigheid vormde een provocatie en een opzetje om deze ruimte te gebruiken als platform voor proselitisme en legitimatie,’ aldus de verklaring die onderstreept dat ICAIC ‘consequent de cultuurpolitiek van de Revolutie zal voortzetten’.

logouneac2011-50jaarSteun van Kunstenbond UNEAC
De voorzitter van de officiële kunstenbond UNEAC, Miguel Barnet, reageerde met verontwaardiging op de incidenten die in het gebouw van Fresa y Chocolate plaatsvonden, toen ‘huurlingen binnendrongen in een culturele ruimte van revolutionaire kunstenaars’. (…) ‘Wij mogen niet accepteren dat de contrarevolutie zich mengt met onze kunstenaars in een ruimte van vrijheid en dialoog, gebaseerd op de culturele politiek van de Revolutie, vanaf Las palabras a los intelectuales/De woorden aan de intellectuelen,’ aldus Barnet.*

Bron
* Diario de Cuba

Noot

* Las Palabras a los Intelectuales / Woorden aan de Intellectuelen
Op 16, 23 en 30 juni 1961 werden drie bijeenkomsten georganiseerd van Cubaanse kunstenaars met de Cubaanse leider Fidel Castro. Hij gaf daarbij aan hoe vrij de Cubaanse kunst zou zijn met de woorden Dentro de la Revolución todo y contra la Revolución nada of Binnen de Revolutie alles en tegen de Revolutie niets.

Cubaanse filmmakers willen af van censuur

Een groep cineasten met de naam G-20 heeft zaterdag jl. een tekst aangenomen waarin steun wordt uitgesproken voor collega-filmmaker en dramaturg Juan Carlos Cremata. In de brief wordt de censuur op zijn werk bekritiseerd evenals de campagne die overheidsinstellingen zoals de officiële kunstenaarsbond Instituto Cubano de Arte e Industrias Cinematográficas (ICAIC), tegen hem voeren.

Juan-Carlos-Cremata-27112015

Juan Carlos Cremata tijdens de bijeenkomst van de groep cineasten G20 zaterdag j.l. Zijn T-shirt draagt het woord Gecensureerd

Aan het einde van de bijeenkomst deed zich een incident voor toen een vertegenwoordiger van de officiële cineastenorganisatie (ICAIC) voorstelde een van de aanwezigen, de dissidente activist Eliécer Ávila*, uit de zaal te verwijderen. De directeur van de filmbond ICAIC, Roberto Smith, en een collega-functionaris Ramón Samad wilden Ávila verwijderen omdat hij ‘een contrarevolutionair’ zou zijn. Verschillende filmmakers bepleitten zijn aanwezigheid omdat de bijeenkomst ‘open voor publiek’ was, maar Samad antwoordde: ‘Ja, maar niet voor contrarevolutionairen.’ Een van de inleiders op de bijeenkomst Enrique Colina, die gesproken had over Censuur en de demonen, zei dat niemand het recht had aanwezigen te verwijderen ‘zeker niet op een moment als dit.’ Smith had eerder een tekst van papier voorgelezen waarin hij beklemtoonde ‘door te gaan met de ICAIC als een plek voor het debat over complexe zaken, maar open en met ruimte voor verschillende criteria.’ De directeur van ICAIC erkende dat ondanks het feit dat wij ‘leven in een zelfde werkelijkheid, onze gezichtspunten verschillend, tegenstrijdig en antagonistisch kunnen zijn.’

film-el-tren

Beeld uit de film El tren de la linea norte

Dood van de documentaire
De discussie werd geleid door Ernesto Daranas, directeur van de wereldwijd geprezen film Conducta en door de schrijver, essayist en regisseur Arturo Arango. Een van de gespreksonderwerpen betrof de crisis waarin de documentairefilm in Cuba zich bevindt. Dean Luis Reyes beschreef de totstandkoming van de documentaire El tren de la línea norte die de verpaupering van de Cubaanse dorpen beschrijft en hij wees erop hoe de productie van deze film werd bemoeilijkt door politieke bemoeienis en ingrijpen van de geheime dienst. ‘Hoewel de betrokkenen met de noodzakelijke vergunningen werkten, werden zij toch lastiggevallen en kregen dreigementen te horen,’ aldus Reyes.

Beneveld triomfalisme
De cineast Jorge Luis Sánchez herinnerde de aanwezigen er aan dat de ICAIC ‘niet langer bestond’ en hekelde het ‘benevelde triomfalisme’ van deze organisatie in de officiële media evenals ‘de voortdurende kortzichtigheid personen te belasten met de inefficiëntie van het systeem.’ Universitair docent en criticus Gustavo Arcos stelde helder vast: ‘Ja, onze films worden gecensureerd en ja, de ICAIC is bij deze censuur betrokken.’ Arcos pleitte voor een discussie, maar dan wel met mensen die betrokken zijn bij censuuractiviteiten. Hij vroeg de autoriteiten uitleg over de vraag waarom de films die worden gecensureerd ‘tegen de revolutie’ zijn. Volgens Arcos zijn filmmakers te geduldig geweest en hij stelde voor een ‘plan B voor harde acties’ op te stellen. logo-icaic-filmFilmmaakster Belkis Vega wees op haar eigen ervaringen met censuur toen zij een film maakte over de militaire bijstand aan Angola en hoe de schrijversbond Unión de Escritores y Artistas de Cuba (UNEAC) had gezwegen over de censuur. Ook kritiseerde zij de gang van zaken tijdens het laatste congres van filmmakers waar de namen van commissiekandidaten voorgesteld door de aanwezigen op het congres,  waren weggehaald en vervangen door andere namen. Ook zei ze geschrokken te zijn geweest over de campagne tegen filmmaker Cremata en wees erop dat er personen op internetfora aan deze campagne meedoen die over feiten beschikken die ‘enkel in handen van de geheime dienst zijn.’ Inleider Colina drong er op aan in de zaak Cremata iets concreets te doen, een verklaring met een protest ‘die wij naar de media sturen’, want ‘Cremata zijn wij allen’.

Bron
* Website 14ymedio, Luz Escobar, Havana, 30 november 2015

Linken

* Enrique Colina, filmmaker en criticus schreef eerder op de website van 14ymedio over De censuur en zijn demonen
* Juan Antonio García Borrero schreef op de weblog Cine Cubano, la pupila insomne over de bijeenkomst zaterdag jl. van filmmakers in het lokaal Fresa y Chocolate in Centrum Havana

* Trailer  (2 minuten) van de gecensureerde film El tren de la linea norte
* Theaterstuk Cremata over stervende koning verboden. Zie deze Cubaweblog van 11 juli 2015
* Facebook Cineastas Cubanas

Noot
eliecer-avila3
* Eliécer Ávila stond in 2008 midden in de belangstelling vanwege zijn in het openbaar gestelde kritische vragen aan de voorzitter van het Cubaans Parlement, Ricardo Alarcón. Eliécer was student aan het Instituut voor Informatica (UCI) in Havana, waar Alarcón op 19 januari bezoek kwam. Alarcón werd door die vragen pijnlijk in verlegenheid gebracht. Dat werd rechtstreeks op het televisiekanaal van UCI uitgezonden en zou later via dvd’s veel Cubanen bereiken. Eliécer, actief in de communistische jeugdorganisatie en de studentenbond aan het UCI, stelde vragen die in Cuba meestal door ‘vijanden van de revolutie’ werden gesteld. Hij sprak over het reisverbod van Cubanen, over de beperkingen van internet en het toenemende verschijnsel dat Cubanen hun dagelijkse producten steeds vaker in CUC’s moesten betalen terwijl zij hun salarissen in nationale peso’s kregen uitbetaald. Nu is hij de leider van de oppositiegroepering Somos +.

Cubaanse cineast Alberto Roldán (81) overleden

De Cubaanse cineast Alberto Roldán is gisteren in Miami overleden; hij leed aan kanker. De 81-jarige cineast verliet Cuba in 1981 nadat hij 12 jaar eerder op een dood spoor was gezet.

Alberto-RoldanZijn uitsluiting van de culturele wereld in Cuba had te maken met een script dat hij schreef en een serie botsingen met de toenmalige baas van het Cubaans filminstituut ICAIC, Alfredo Guevara. Roldán werd in 1969 uit het ICAIC gezet waar hij in 1960 bij de oprichting ervan was begonnen; eerst als producent, assistent van de directeur en uiteindelijk zelf directeur.

Roldán (rechts) tijdens de opnamen van Absencia in 1968

Roldán (rechts) tijdens de opname van Ausencia in 1968

Roldán maakte bekende documentaires zoals Médicos de la Sierra (1961), Colina Lenin (1962), Primer carnaval socialista (1963) en Una vez en el puerto (1963). In 1968 maakte hij de langspeelfilm La ausencia. Roldán werd geboren in Havana in een muzikale familie; zijn zoon was de cellist Alberto Roldán en zijn neef de componist Amadeo Roldán. Na zijn vertrek uit Cuba werkte hij voor Radio Martí y Televisión Martí in de VS.

Link
* Film La Primer Carnaval Socialista, 1963, 16 minuten.
De film Primer Carnaval Socialista/Eerste Socialistisch Carnaval kwam in 1962 uit in opdracht van functionarissen van het Nationaal Instituut voor Film met de bedoeling om het racisme, een erfenis van het kapitalisme zoals de Cubaanse overheid toen dacht, te bestrijden. Ook zou de film de onderlinge contacten tussen zwarten en blanken in Cuba moeten verbeteren.
* Eerbetoon aan mijn vriend Alberto Roldán door Enrique Pineda Barnet, website Cafe Fuerte
Bron
* 14ymedio, 16 september 2014

Ministerie van Binnenlandse Zaken gaat filmscripts beoordelen

Sinds een maand keurt het Ministerie van Binnenlandse Zaken de scenario’s van Cubaanse films goed en moet het eveneens instemmen met de betrokkenheid van het technisch en artistiek personeel. Een bron binnen het Cubaanse filminstituut ICAIC heeft gezegd dat deze praktijk sinds een week is ingevoerd.

Zou de recente film Conducto de normen van het Ministerie van Binnelandse Zaken (met o.a. de geheiem dienst ) de overleven?

Zou de recente zeer succesvolle film Conducta de normen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (met o.a. de geheime dienst ) overleven?

Donderdag heeft de onafhankelijke filmmaker Ricardo Figueredo Oliva in zijn Facebook commentaar geleverd op deze nieuwe vorm van censuur.
‘Nieuwe maatregel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken; men moet voortaan het draaiboek van de film die men wil maken overleggen en zij beslissen of de film doorgaat en het ministerie moet ook instemmen met de namen op de personeelslijst,’ aldus Ricardo Figueredo Oliva op Facebook. Hij noemt de nieuwe overheidsmaatregel een bewijs van een ‘gebrek aan respect.’ De maatregel heeft tot veel nieuwe reacties op sociale media geleid. Deskundigen vermoeden dat met de maatregel de overheid de groei van het onafhankelijke filmcircuit wil inperken.
Vorig jaar was met de benoeming van Roberto Smith als president van het filminstituut ICAIC al een poging gedaan meer greep te krijgen op het ‘meest liberale’ segment van het Ministerie van Cultuur. Toen hebben kunstenaars en technici ook een open debat gevraagd over de toekomst van de film in Cuba. Dat heeft nooit plaatsgevonden. Het ICAIC bestuur beloofde een ‘werkgroep’ op te richten, maar over de activiteiten ervan is nooit iets bekend gemaakt.

Reacties
Op de website Diario de Cuba staan enkele reacties:
Het lijkt erop dat dit ministerie alle bestaande problemen als diefstal en roof in huizen en bedrijven, de illegale slacht van vee, winkeldiefstallen, misdaden in de steden en drugshandel heeft opgelost. Omdat dit nu allemaal rond is, of bijna, heeft men nu nieuwe klussen nodig.’
‘Ja, ja, ja, maar het valt niet te ontkennen dat het Cubaanse ministerie MININT ervaren filmmakers in dienst heeft, die hun tijd doorbrengen met het dagelijks leven van dissidenten op de film te zetten.’

Link
* Facebook van Ricardo Figueredo Oliva

Blogger Yoani Sánchez: Conducta met de C van Cuba

Vorige week kon u op deze weblog al een artikel lezen over de zeer succesvolle film Conducta die in Cuba leidt tot een golf van reacties en lange rijen voor de bioscopen. Blogger Yoani Sánchez beschrijft haar eigen ervaringen met deze film van Ernesto Daranas. Ook Randy Alonso, televisiepresentator en de supervleier van het regime, bezocht de bioscoop Yara om Conducta te zien. Hij juichte niet met de vele andere bezoekers, werd natuurlijk herkend als presentator van het gelijkhebberige Mesa Redonda en voelde zich zichtbaar ongemakkelijk. De tekst van Sánchez volgt hierna.

Chala met zijn onderwijzers

Chala met zijn onderwijzers

Miguel heeft deze week flink wat geld verdiend. Hij verkocht zo’n 100 piratenkopieën van de Cubaanse film Conducta. Hoewel de film in een hele serie bioscopen in het land is te zien, willen veel Cubanen de film liever samen met vrienden of familie zien. Het verhaal over een jongen met de bijnaam Chala en zijn lerares Carmela leidt tot opwinding in het land en lange rijen wachtenden voor de bioscopen. Het is al tientallen jaren geleden dat een nationaal product zo populair was en leidde tot zoveel discussie.

Golf van applaus
Waarom is de laatste creatie van Ernesto Daranas zo’n maatschappelijk fenomeen geworden? Het antwoord overstijgt de artistieke kwaliteiten en daalt af naar je diepste dromen. De film heeft een schitterende cinematografie en levert superieur acteren op, maar het realisme van het script is de grootste prestatie van deze film. De film legt ook een onmiddellijke band met het publiek want het vertoont hun ware leven als in een film. In de donkere theaters applaudisseren, schreeuwen en huilen de mensen terwijl ze naar het filmscherm kijken. De momenten van de allergrootste emotie vallen samen met politieke en vaak kritische uitspraken. ‘Niet langer dan degenen die ons regeren,’ antwoordt de onderwijzeres Carmela als men haar met pensioen wil sturen omdat ze al zo lang onderwijzeres is. Dan golft een ovationeel applaus door de zaal van het filmtheater. Het halfdonker versterkt het vrijpostig gedrag als ware het een samenzwering.

Realistisch
Het fenomeen Conducta kan worden verklaard doordat de film het bestaan van veel Cubanen reflecteert. Maar de film biedt meer dan een eenvoudig realistisch portret, maar is als een röntgenstraal die de botten blootlegt. Een Cuba waar nauwelijks nog een moreel kader bestaat voor een kind en het kader dat door de officiële media wordt geclaimd is lichtjaren ver weg verwijderd. Nauwelijks 12 jaar steunt Chala zijn alcoholische moeder met het geld dat hij verdient bij illegale hondengevechten, wonend in een rauwe en onrechtvaardige stad en in een armoede die tranen opwekt.

De twee hoofdrolspelers in Fresa y Chocolate

De twee hoofdrolspelers in Fresa y Chocolate

Fresa y Chocolate
Het is niet de eerste keer dat de Cubaanse film de harde kant van de werkelijkheid toont. De film Fresa y Chocolate (1993) plaveide de weg voor sociale kritiek, in het bijzonder waar het ging om de discriminatie van gays en censuur in de kunst. Het offer voor de durf was groot want het zou 20 jaar duren voor de film op de nationale televisie werd vertoond. Alice in Wonderland (1991) wachtte een tragisch lot want de politieke politie drong de bioscopen binnen waar de film werd vertoond en militanten van de partij schreeuwden beledigingen naar het filmdoek. Conducta verschijnt in een ander tijdsgewricht. De verspreiding van nieuwe technologieën heeft er toe geleid dat veel filmmakers hun eigen filmprojecten opzetten en organiseren. Kritische, bittere en rebelse scripts hebben de afgelopen 5 jaren het licht gezien want zij hebben geen goedkeuring nodig of middelen van het Cubaanse Filminstituut (ICAIC). Deze verspreiding van korte films, documentaires en onafhankelijke films heeft geleid tot een gunstige situatie voor de film van Ernesto Daranas. De censoren weten dat het geen enkele zin heeft een veto uit te spreken over deze film voor vertoning via de staatskanalen. De film verspreidt zich via illegale netwerken toch wel als een veenbrand.

Conducta1Escena de Conducta, filme de Ernesto DaranasArmoede
Een korte discussie buiten de Yara bioscoop, tekent de controversie waartoe de film leidt. ‘Er zijn veel mensen in Cuba die beter leven dan Chala, maar er zijn er ook die veel slechter leven,’zegt een zestigjarige. Een jonge vrouwe vraagt zich af of de regisseur ‘de misère van de situatie niet overdreven heeft.’ Maar een ander meisje zegt: ‘U zegt dit omdat jullie in Miramar wonen, waar deze dingen niet voorkomen.’

Mythes
Donderdagavond was de uitermate regimegetrouwe televisiejournalist Randy Alonso onder de wachtenden in de rij voor de bioscoop. Achter hem wordt gegiecheld en klonken commentaren. ‘Wat doet hij hier,’ wordt er opgemerkt omdat zijn verschijning geassocieerd wordt met onkritische journalistiek en hij een vleier van het regime is. Eenmaal binnen, zien de mensen in zijn omgeving dat hij zich niet aansluit bij het koor van kreten vol instemming.

Randy Alomnos interviewt Fidel Castro (2010)

Randy Alonso (links)  interviewt Fidel Castro (2010)

Met de minuut lijkt hij dieper weg te zakken in zijn zetel. Hij wil niet opgemerkt worden. Want wat hij zag op het scherm was precies het tegenovergestelde van wat hij elke avond vertelt in zijn oervervelende televisieprogramma Mesa Ronda. Zo kwam het dat de film Conducta er in slaagt zowel de maker van de mythe en zij die de mythe willen vernietigen, bijeen te brengen. Als de projector uitgaat en de deuren open, keren de bezoekers naar de werkelijkheid van het filmscript terug. Maar daar kunnen zij zich niet zo uiten als onder de bescherming van de duisternis in de filmzaal. Chala wacht op hen op elke hoek.

Bron
* De weblog Cuba Libre van Yoani Sánchez in de Spaanse krant El País
Linken
* De volledige film bij Vimeo, 1 uur, 48 minuten
* Journaalbericht over Conducta,  2 minuut 49 seconden
* Bespreking op de Engelstalige website Havana Times: Conducta, een eerlijke film
* De staatsmedia besteden nauwelijks aandacht aan de nieuwe film van Daranas. Het provinciale dagblad Adelante in de provincie Camagüey publiceerde in de Engelstalige editie een gesprek met de regisseur.

Politie in burger doorzoekt woning Alfredo Guevara

Ruim 20 politie-agenten-in-burger hebben zaterdag jl. de woning van de in april overleden Alfredo Guevara, ex-directeur van het Cubaanse Filminstituut ICAIC, aan een grondig onderzoek onderworpen. Veel van zijn bezittingen waaronder veel papieren en documenten, werden in beslag genomen. De geadopteerde zoon van Guevara, Antonio Guevara, heeft vanuit Mexico geprotesteerd tegen de inbeslagname. Cubaanse autoriteiten zeggen dat sprake is van bescherming van het ‘cultureel patrimonium’ van het land. De officiele media hebben de operatie niet gemeld.

Alfredo Guevara in gesprek met journalisten (4 december 2011) nadat hij voor zijn werkzaamheden bij het ICAIC was onderscheiden.

Alfredo Guevara in gesprek met journalisten (4 december 2011) nadat hij voor zijn werkzaamheden bij het ICAIC was onderscheiden.

Familieleden spreken over het gewelddadige karakter van de actie waarbij telefoonverbindingen werden doorgesneden, deuren opengebroken en personeel dat de woning schoonhield, vastgehouden. Zij zeggen nooit toestemming te hebben gegeven voor het binnendringen van de woning en door de autoriteiten niet te zijn geinformeerd over deze operatie. Antonio Guevara benadrukte dat hij en de andere familieleden de legale erfgenamen zijn, ook van de documenten, papieren en kunstwerken, precies zoals Alfredo Guevara dat in zijn testament beschreven zou hebben. Guevara beschikte over een grote verzameling kunstwerken. Direct na zijn dood, op 25 april, publiceerde het Ministerie van Cultuur een besluit waarin werd bepaald dat alle zaken met betrekking tot het leven en het werk van Guevara gerekend moeten worden tot het cultureel patrimonium van Cuba. Dat betekent dat toegang en gebruik van Guevara’s nalatenschap slecht mogelijk is via de Nationale Raad van het Cultureel Patrimonium/ Consejo Nacional de Patrimonio Cultural (CNPC).

Geruchtenstroom
De huiszoeking bij Guevara – sinds 1959 een van de meest vooraanstaande persoonlijkheden in de Cubaanse kunstwereld en politiek – is aanleiding tot een geruchtenstroom over de motieven van deze operatie. De vrouw van Antonio Guevara, Janet Cueto, spreekt van een voorwendsel van de zijde van de Cubaanse autoriteiten en wijst erop dat in het testament van Alfredo geen enkele verwijzing voorkomt naar overheidsinstanties als mogelijke erfgenamen. Ook de doorzochte woning was particulier bezit en eigendom van haar twee kinderen Claudia en Alfredo.

Alfredo Guevara (1925 – 2013) die op 19 april op 87-jarige leeftijd stierf, was 7 maanden ouder dan Fidel Castro. Hij steunde Fidel en zijn revolutie zijn hele leven. Guevara en Fidel kenden elkaar sinds hun 19e levensjaar toen zij actief waren op de Universiteit van Havana om, zoals Guevara eens zei ‘te complotteren, de regering om ver  te werpen en revolutie te maken. De twee waren in 1948 betrokken bij de zeer gewelddadige opstand Bogotazo uin Columbia. Guevara studeerde filosofie. Literatuur en theater terwijl Fidel rechten studeerde. Guevara was lid van de Cubaanse Communistische Jeugdbeweging; Fidel verkeerde in kringen van de Ortodoxo partij maar zou, mede onder invloed van Guevara na 1959 uiteindelijk kiezen voor het communisme.

Alfredo Guevara (1925 – 2013) die op 19 april op 87-jarige leeftijd stierf, was 7 maanden ouder dan Fidel Castro. Hij steunde Fidel en zijn revolutie zijn hele leven. Guevara en Fidel kenden elkaar sinds hun 19e levensjaar toen zij actief waren op de Universiteit van Havana om, zoals Guevara eens zei ‘te complotteren, de regering omver te werpen en revolutie te maken.’ De twee waren in 1948 betrokken bij de zeer gewelddadige opstand Bogotazo in Colombia.
Guevara studeerde filosofie, literatuur en theater terwijl Fidel rechten studeerde. Guevara was lid van de Cubaanse Communistische Jeugdbeweging; Fidel verkeerde in kringen van de Ortodoxo partij maar zou, mede onder invloed van Guevara na 1959 uiteindelijk kiezen voor het communisme.

Gladys Collazo Usallán, voorztter van CNPC, verzekert de redactie van een regimevriendelijke weblog dat de reden van de actie geen andere was dan ‘de belangen van de ware erfgenamen en dat van het nationaal patrimonium, te beschermen.’ Zij meldt ook dat buren enkele nachten eerder hadden gezien dat goederen uit Guevara’s woning door onbekenden werden weggehaald. Volgens de bekende blogger Yoani Sánchez zouden de onderzoekers vooral geinteresseerd zijn geweest in documenten en aantekeningen die Alfredo Guevara de laatste jaren maakte. Zij zegt dat dat materiaal ‘herinneringen bevat met de meest obscene details over het systeem, want als iemand directe getuige en betrokkene was bij de totstandkoming van het huidige Cubaanse systeem was het Alfredo Guevara.’ Sánchez wijst erop dat de inval plaatsvond op een moment dat de naaste familieleden in het buitenland verbleven. Publicist Alejandro Armengol (Cubaencuentro) stelt zichzelf de vraag of de Cubaanse autoriteiten werkelijk ongewenste onthullingen vreesden van de zijde van Guevara. Hij – i.t.t. Yoani Sánchez – twijfelt aan die mogelijkheid. Zou iemand als Guevara iets hebben kunnen schrijven dat de gebroeders Castro en het regime niet goed zou uitkomen, terwijl hij zijn leven lang een absolute loyaliteit aan de Castro’s ten toon had gespreid? Armengol wijst in de richting van Guevara’s  enorme kunstverzameling. ‘Men moet niet  vergeten dat Alfredo Guevara geen simpele particuliere verzamelaar van Cubaanse kunst was, maar dat hij vooral veel kunstwerken kon vergaren door zijn positie die hij binnen het regime innam. Vanaf januari 1959 werden veel woningen en kunstverzamelingen in bezit van de hogere bourgeoisie, geconfiskeerd. Niet alle kunstwerken gingen toen naar musea, ministeries of de opslagruimten van de overheid. De gangen en alle zalen van de filmorganisatie ICAIC hingen bijvoorbeeld vol kunstwerken, vaak afgestaan door kunstenaars die op die manier de sympathie van de de leiding van ICAIC c.q. Guevara wilden winnen. ‘Voor Guevara bestond er geen verschil tussen de wanden van zijn werkkamer bij ICAIC of de muren bij hem thuis,’ aldus Armengol.

Guevara met Haydee Santamaria, voormalig guerillrstrijder en directeur van de uitgeverij Casa de las Americas.

Guevara met Haydee Santamaria, voormalig guerillastrijder en directeur van de uitgeverij Casa de las Americas.

Levenslange privileges
Armengol: ‘Alfredo Guevara was geen miljonair – hij ontbeerde de eigenschap van zo iemand – ook was hij geen beroemd filmproducent noch directeur van een grote filmmaatschappij. Maar hij profiteerde van een groot aantal privileges die bij zo’n functie behoren. Hij was hoge ambtenaar van een communistische regering. Maar net als anderen van zijn soort was die Staat er niet alleen voor hem om te gebruiken, maar werd ook gebruikt door anderen om hem heen. Als het juist is dat hij een testament heeft achtergelaten en daar vastlegt dat zijn kunstschatten zouden worden nagelaten aan zijn ‘familie’, is dit document zijn laatste bedrog aan het adres van de Cubanen.’ Arnengol ziet er het zoveelste bewijs in van ‘de morele en fysieke decadentie in het huidige Cuba.’

Cartoonist Garrincha maakte een cartoon over de affaire.

Cartoonist Garrincha maakte een cartoon over de affaire. Hij verwijst naar recente berichten over de inperking van het aantal eieren dat elke Cubaanse burger nog met zijn rantsoeneringskaart kan krijgen. ‘Hee, ze hebben een inval gedaan bij Alfredo Guevara.’ ‘Ik weet zeker dat ze op zoek waren naar eieren’.

De filmmaker en publicist Manuel Zayas zegt in New York dat de huiszoeking een voorwendsel is om compromitterende informatie van Guevara in beslag te nemen. Zayas beschouwt de huiszoeking als een boodschap aan de erfgenamen die luidt dat zij een zero tolerance kunnen verwachten. Ook Zayas, die Guevara na zijn dood omschreef als ‘de laatste aparatsjik’, benadrukt dat Alfredo Guevara een van de grootste particuliere schilderijen verzamelingen bezat. Dat was mogelijk omdat hij al jarenlang reizen kon maken naar het buitenland en vanwege zijn verdediging van de Revolutie, werd dit gedrag getolereerd. Daar is nu een einde aan gekomen.’ Zayas zegt dat er aanwijzingen zijn dat kunstwerken door Guevara’s familieleden naar het buitenland werden gebracht, verkocht en dat de opbrengsten werden geinvesteerd in diverse ondernemingen in Miami.’

Castro's zoon,  ooit Fidelito werd genoemd

Castro’s zoon, ooit Fidelito genoemd

Ongenade
De as van Guevara werd enkele dagen na zijn dood uitgestrooid op de trappen van de Universiteit van Havana, de plek waar hij zijn loopbaan begon en Fidel Castro leerde kennen. Bij de plechtigheid was zijn nichtje Claudia Guevara aanwezig. De Castro’s zelf waren er niet; enkel Fidel Castro Díaz Balart, Castro’s zoon, was aanwezig. Zaya trekt de conclusie dat Alfredo Guevara bij zijn dood in ongenade viel.

Bron
* Bericht van de Engelstalige Havana Times