Stilzwijgen in Cuba, een schandaal in Miami

Begin september zond de Cubaanse televisie een uitvoerig interview uit met de Cubaanse kardinaal Jaime Ortega, aartsbisschop van Havana. Het was de eerste keer* dat een geestelijke zo uitvoerig werd geïnterviewd op de staatstelevisie sinds Fidel in 1959 aan de macht kwam. De kardinaal werd een uur lang geïnterviewd door de populaire televisiepresentator Amaury Pérez. De publicist Jorge Dávila Miguel vraagt zich af waarom de inhoud van dit gesprek in Miami tot woedende reacties leidde en de officiële Cubaanse kranten er volledig over zwegen. Volgens Dávila Miguel zou de Cubaanse pers overvallen zijn door het televisiegesprek met de kardinaal. Gewend aan de controle van alle informatie door het regime zou men hebben gewacht tot van boven het signaal van goedkeuring om er over te publiceren zou zijn gekomen. Maar dat teken kwam niet.

 Kardinaal Ortega in gesprek met televisiepresentator Amaury Pérez.


Kardinaal Ortega in gesprek met televisiepresentator Amaury Pérez.

En waarom was er opschudding in Miami? In dit deel van de wereld barst de kritiek los zo gauw er nieuws uit Cuba is en nog meer als de kardinaal daarbij betrokken is. Er klinken beledigingen, men maakt hem belachelijk en roept dat hij zich verkocht heeft. Zij willen een Ortega die de aanval leidt op het Plein van de Revolutie. Maar de waarheid is dat de meeste van zijn critici comfortabel in Miami verblijven en niet het risico lopen wat dan ook aan te moeten vallen. Een zeldzaam interview door Amaury wordt daar gewoontegetrouw beschouwd als een manoeuvre van de regering. Ik vroeg het Amaury Pérez: ‘Het is niet waar, het was mijn beslissing en die van de kardinaal.’ Als de Cubaanse regering de peetvader van dit controversiële interview zou zijn geweest, zou de staatspers dit hebben verslagen.

logo-paus-franciscus-2015-cubaStilte of schreeuwen
Maar zo gaan die dingen hier. Het is stilzwijgen of schreeuwen. Mañana, de vrouw van Generalisimo Máximo Gómez, zei eens dat ‘het probleem met Cubanen is dat ze óf hun mond houden óf overdrijven.’ Kardinaal Ortega sprak in het interview over de geslaagde dialoog als een pad dat de kerk volgt ter oplossing van problemen en over de heropleving van het katholieke geloof op het eiland na het bezoek van paus Johannes Paulus. Over de lange periode van stilte toen binnen het Cubaanse communisme God niet kon worden aangeroepen en hoe en wanneer deze taboes verdwenen. Over de Damas de Blanco,  hoewel zij niet met naam werden genoemd. Over de meer dan honderd gevangenen die op aandringen van de kerk bij de regering door Raúl Castro, werden vrijgelaten (zonder hen politieke gevangenen te noemen). Waarom Cuba onder een marxistische regering 30 jaar lang geen kardinaal had. En hij verwees ook naar de harde kritiek die hij van ballingen in Miami krijgt vanwege zijn dialoog met de Cubaanse regering. Ortega zei dat dit zijn kruis was en dat hij zijn aanvallers vergaf.

Politieke gevangenen
Amaury Pérez vroeg de kardinaal ook over zijn eerdere uitspraken over het niet bestaan van politieke gevangenen (nu viel de term wel) tijdens een interview met een krant in Spanje. Ortega gaf zijn uitleg – waar je het mee eens of oneens kunt zijn – maar nooit tevoren sprak men op de Cubaanse televisie over een interview dat een Cubaanse prelaat aan een buitenlandse krant gaf, laat staan dat over het thema politieke gevangenen werd gesproken. Hij vertelde anekdotes over paus Franciscus en hoe hij bij het binnengaan van de conclaafzaal tegen Bergoglio had gezegd: ‘Je zult vandaag paus worden’.

Een fotomontage van Raul Castro en kardinaal Ortega laat geen twijfel over de opvattingen van een deel van de Cubaanse-Amerikanen

Een fotomontage uit Miami van Raúl Castro en kardinaal Ortega laat geen twijfel over de opvattingen van een deel van de Cubaanse-Amerikanen

Kerkpolitiek
De onverzettelijke critici van Ortega in Miami moeten wel bedenken dat, hoewel zij zich Apostolische Katholieken van Rome noemen, de kerkpolitiek niet bepaald wordt in het aartsbisdom Havana, maar in het Vaticaan en dat sinds paus Paulus VI tot en met paus Franciscus alle pausen het politiek beleid van Ortega hebben gesteund. ‘De kerk is niet op deze wereld om regeringen te veranderen maar om mensen te vervullen van het Evangelie en zo de harten van mensen en mensen veranderen de wereld,’ aldus paus Benedictus tegen kardinaal Ortega. De critici moeten dus hoger mikken en het pausschap bekritiseren. En zij zouden moeten bedenken dat ware kritiek droevig stemt als ze gepaard gaat met benepenheid.

Bron
* Jorge Dávila Miguel op de website van Cubaencuentro, 7 september 2015

Dagoberto Valdés is een van de belangrijkste voorvechters in Cuba van de civil society o.a. met zijn website en tijdschrift Convivencia. Wat verwacht hij als katholieke leek van het bezoek van de paus? Dagoberto Valdés benadrukt dat deze paus een Argentijn is ‘die onze taal spreekt en zich voortdurend bemoeit met politieke en sociale zaken, ongeacht of je het daar nu wel of niet mee eens bent, en ongeacht of je katholiek bent of niet bent. (…) Paus Franciscus is de derde paus binnen 17 jaar die een klein communistisch land met een minderheid van praktiserende katholieken bezoekt. Dat kan niet anders dan te maken hebben met de geopolitieke situatie van Cuba maar duidt ook op het meeleven van de pausen meet een kleine kudde die gedurende 50 jaar slachtoffer van onderdrukking was.’ Dagoberto Valdés erkent dat het bezoek van de paus een politieke dimensie heeft ‘als bemiddelaar bij de toenadering van Cuba en de VS’ maar ‘wij hopen dat het ook een bezoek zal zijn als van een herder van een kerk die nog steeds lijdt onder de pressie door de staat. Ten tweede hoop ik dat de paus een delegatie ontvangt van de civil society’. Dagoberto Valdés verwijst naar het recente bezoek van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken Kerry die behalve contacten met officiële vertegenwoordigers van Cuba ook een delegatie van mensenrechtenactivisten ontving. Volgens Valdés ‘een uniek precedent in de geschiedenis van de afgelopen 50 jaar’. Dagoberto Valdés leidt het kritisch tijdschrift tijdschrift Convivencia. Het blad is de voortzetting van het tijdschrift Vitral dat door het bisdom van Pinar del Rio werd uitgegeven en door de toenmalige bisschop van Pinar del Rio Siro altijd in bescherming werd genomen tegen kritiek van de partij en de Cubaanse staat. Daar kwam in 2007 een einde aan toen deze werd opgevolgd door bisschop Jorge Serpa Pérez, die elk conflict met de partij en de Cubaanse autoriteiten uit de weg gaat. In 2000 ontving Dagoberto Valdés in Amsterdam uit handen van prins Claus een belangrijke onderscheiding voor zijn inspanningen op cultureel en sociaal gebied in Cuba. De tekst van het volledige Spaanstalige interview (30 augustus 2015) met Dagoberto Valdés.

Dagoberto Valdés is een van de belangrijkste voorvechters in Cuba van de civil society o.a. met zijn website en tijdschrift Convivencia. Wat verwacht hij als katholieke leek van het bezoek van de paus?
Dagoberto Valdés benadrukt dat deze paus een Argentijn is ‘die onze taal spreekt en zich voortdurend bemoeit met politieke en sociale zaken, ongeacht of je het daar nu wel of niet mee eens bent, en ongeacht of je katholiek bent of niet bent. (…) Paus Franciscus is de derde paus binnen 17 jaar die een klein communistisch land met een minderheid van praktiserende katholieken bezoekt. Dat kan niet anders dan te maken hebben met de geopolitieke situatie van Cuba maar duidt ook op het meeleven van de pausen met een kleine kudde die gedurende 50 jaar slachtoffer van onderdrukking was.’ Dagoberto Valdés erkent dat het bezoek van de paus een politieke dimensie heeft ‘als bemiddelaar bij de toenadering van Cuba en de VS’, maar ‘wij hopen dat het ook een bezoek zal zijn als van een herder van een kerk die nog steeds lijdt onder de pressie door de staat. Ten tweede hoop ik dat de paus een delegatie ontvangt van de civil society’. Dagoberto Valdés verwijst naar het recente bezoek van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, Kerry die behalve contacten met officiële vertegenwoordigers van Cuba ook een delegatie van mensenrechtenactivisten ontving. Volgens Valdés ‘een uniek precedent in de geschiedenis van de afgelopen 50 jaar’.
Dagoberto Valdés leidt het kritisch tijdschrift tijdschrift Convivencia. Het blad is de voortzetting van het tijdschrift Vitral dat door het bisdom van Pinar del Rio werd uitgegeven en door de toenmalige bisschop van Pinar del Rio Siro altijd in bescherming werd genomen tegen kritiek van de partij en de Cubaanse staat. Daar kwam in 2007 een einde aan toen deze bisschop werd opgevolgd door bisschop Jorge Serpa Pérez, die elk conflict met de partij en de Cubaanse autoriteiten uit de weg gaat. In 2000 ontving Dagoberto Valdés in Amsterdam uit handen van prins Claus een belangrijke onderscheiding voor zijn inspanningen op cultureel en sociaal gebied in Cuba.

Noot
* Amaury Pérez interviewde twee jaar geleden ook Carlos Manuel de Céspedes, de vicaris-generaal van het aartsbisdom Havana die inmiddels is overleden.
* Youtube: televisie-interview met Ortega, 1 uur, 3 september 2015
De reacties onder de YouTube video zijn een illustratie van bovenstaand artikel van Davila zoals: ‘het lijkt zijn zoon wel……………..want amaury is net zo’n hoerenzoon als kardinaal ortega … wat een theater om de hand te kussen van deze lakei van de dictatuur!!!!’

* Deze Cubaweblog van 16 juni 2015 over de kritiek van Cubaanse mensenrechtengroepen op kardinaal Ortega n.a.v. een interview met een buitenlandse krant.

* Reportage TV-Marti over de voorbereidingen van het pausbezoek, 3 minuten

* De volledige tekst van het gesprek met Dagoberto Valdés (Spaanstalig) verscheen op 30 augustus op de Argentijnse website Infobae.

Opmerkelijk bondgenootschap tussen Fidel Castro en Jorge Videla

Terwijl Cuba op internationale fora de dictatuur van Pinochet in Chili scherp veroordeelde, bleef Havana tegelijkertijd zwijgen over de misdaden begaan door de op 17 mei jl. overleden Argentijnse dictator Jorge Videla. Een van de redenen waren de sterke banden tussen Cuba en de toenmalige Sovjet-Unie. Het volgende artikel is afkomstig van de website Cubanet en werd in 2012 gepubliceerd door de website Infobae.

Jorge Rafael Videla

Jorge Rafael Videla

Fidel Castro zou een bondgenoot worden van de Argentijnse president Videla. Dat bleek tijdens internationale fora waar Cuba zich inspande om te voorkomen dat Jorge Videla veroordeeld zou worden vanwege de massieve schending van de mensenrechten in zijn land. Publiciste Claudia Peiró herinnert er aan hoe ten tijde van de harde onderdrukking, het Cubaanse bewind via zijn vertegenwoordiger in de VN, voorkwam dat de Mensenrechtencommissie van de VN Argentinië veroordeelde en voorkwam dat een onderzoekscommissie van de VN het land bezocht. Dit gebaar – aldus Peiró – werd beloond. Dictator Videla die in Argentinië zei te strijden tegen het ‘vaderlandsloze en atheïstische marxisme’, gaf zijn vertegenwoordiger bij de VN opdracht elke veroordeling van Havana tegen te houden. Toen Rusland in 1979 Afghanistan binnen viel en bezette en de Amerikanen een graanembargo afkondigden tegen het land, sprongen de Argentijnse militairen in de bres voor deze ‘goddeloze en marxistische’ macht.

Argentinië taboe
In de toespraken van Fidel Castro ging deze voortdurend in op dictaturen in Latijns-Amerika die grensden aan Argentinië. Chili, Uruguay, Paraguay, Peru, Bolivia en Brazilië werden met naam en toenaam genoemd, maar over Argentinië werd gezwegen. De medeplichtigheid van Cuba aan het zwijgen over de misdaden van deze dictatuur was, aldus Peiró, een gevolg van de afhankelijkheid van Cuba van de toenmalige Sovjet Unie.

Martin Guevara, neef van El 'Che' en de zoon van jongste broer Juan Martin

Martin Guevara, neef van El ‘Che’ en de zoon van Che’s jongste broer Juan Martin

De publiciste van Infobae citeert Martín Guevara, een neef van Che Guevara, die vanaf zijn tiende met zijn familie in Havana woonde. Hij zegt de betrokkenheid van Fidel met Videla direct te hebben waargenomen want zo kon de Sovjet Unie aan de nodige tarwe uit Argentinië komen. Martin Guevara, zoon van Che’s jongste broer Juan Martin, heeft lang gewacht voor hij deze kritiek uitte. In 2010 publiceerde bij een artikel. ‘Vele jaren lang en uit loyaliteit aan mijn familie en misschien ook door een zeker indoctrinatie van links, deed ik afstand van mijn recht dit te vertellen,’ aldus Martin Guevara.

De verdwenenen. Wij missen hen allemaal

De verdwenen personen. Wij missen hen allemaal

Verdwijningen
De journalist Andrés Oppenheimer gaf uit de eerste hand een bewijs over deze samenwerking vanuit de Amerikaanse delegatie bij de Mensenrechtencommissie in Geneve. Hij stelt vast dat Cuba zich in 1980 en 1981 heftig verzette tegen een veroordeling van Argentinië toen president Carter daartoe een voorstel deed. Cuba vormde met anderen landen een blok om een motie van deze inhoud te blokkeren. ‘Patricia Derian was toen onder-secretaris van Mensenrechten in de regering Carter en die liet me weten ‘dat de Argentijnen en de Cubanen samenwerkten om een motie ter veroordeling van de militaire junta te blokkeren,’ aldus Oppenheimer. ‘Roberta Cohen, de assistente van Derian, nam persoonlijk deel aan de debatten in 1980 waarbij de VS zochten naar een mogelijkheid om de gedwongen verdwijningen in Argentinië expliciet te veroordelen. ‘Het waren zware onderhandelingen; de Russen en de Cubanen wilden niets ondernemen tegen Argentinië,’ aldus Cohen. ‘Uiteindelijk slaagden Cuba en Argentinië erin dat er een afgezwakte resolutie werd aangenomen waarin verdwijnigen in het algemeen werden veroordeeld zonder dat Argentinië werd genoemd.’

Mario Firmenich was een van de belangrijkste leiders van de Montoneros die als balling in Havana verbleef. In 1990 kon hij naar Argentinie terugkeren omdat zijn straf werd kwijgescholden.

Mario Firmenich was een van de belangrijkste leiders van de gewapende beweging, de  Montoneros die als balling in Havana woonde. In 1990 kon hij naar Argentinie terugkeren omdat zijn straf werd kwijgescholden.

Angst voor precedent
Oppenheimer wijst erop dat behalve vanwege de voedselsteun van Argentinië aan de Sovjet Unie, Fidel Castro de militaire dictatuur ook steunde omdat hij vrees had voor een veroordeling voor schending van de mensenrechten door de VN. Argentinië zou een precedent kunnen vormen tegen Cuba. Op de derde plaatste steunde Argentinië Cuba op dat moment om een voorstel van de VS ten gunste van de Russiische dissident Andrei Sacharov te blokkeren. ‘Argentinië  vervierdubbelde in 1989 zijn graanverkopen aan Rusland voor een totaal van 8 miljoen ton tarwe bestemd voor de toen nog bestaande Sovjet Unie,’ licht Oppenheimer toe. Dat gebeurde allemaal terwijl Cuba tegelijkertijd onderdak verschafte aan leden van de gewapende beweging in Argentinië, de  Montoneros.

Ballingen huilden
Martín Guevara vertelt over de ontsteltenis die deze houding bij hem teweeg bracht, inclusief de uitreiking door Moskou van de Leninorde aan hoge Argentijnse militairen. Guevara: ‘Keer op keer hoorden de Argentijnse ballingen in Cuba hoe de belangrijkste leider, Fidel Castro Ruz, in zijn ellenlange toespraken nooit de fascistische en dictatoriale praktijken bekritiseerde van het Vaderland van iemand, die aldus Fidel, behoorde tot zijn beste vrienden en strijdmakkers, namelijk  Che Guevara.’ En alles voor ‘een handvol roebels,’ zegt hij. ‘Ik zag de tranen in de ogen van deze geharde mannen, militanten uit Argentijnse linkse groeperingen die toen in Cuba leefden.

Fidel Castro: Hier zijn we, Videla. Je mocht je eens alleen gaan voelen. (recente cartoon van Omar Santana)

Fidel Castro: ‘Hier zijn we, Videla. Je mocht je eens alleen gaan voelen’. (recente cartoon van Omar Santana)

Zij maakten mee hoe Cuba, in afwachting van een verklaring van de Mensenrechtencommissie van de VN, Fidel via zijn vertegenwoordigers en onder de dreiging van de Sovjet Unie, zweeg en historische medeplichtig werd aan deze schurkenstreek.’ Guevara twijfelt aan de vriendschap die tussen Fidel en Che zou hebben bestaan. ‘Toen hij moest zwijgen, las hij op het Plein van de Revolutie de afscheidsbrief van zijn vriend Guevara voor, die enkel in geval van Che’s overlijden had mogen worden voorgelezen. Toen hij moest spreken om revolutie te maken en eer te bewijzen aan zijn ex-vriend en zijn Vaderland, zweeg hij.’

Bron
* Dit artikel werd op 19 maart 2012 gepubliceerd op de website Infobae
Moises Asis reageerde op dit artikel: ‘Ik wist dit al 25 jaar. Toen ik destijds in Buenos Aires was, hoorde ik hoe een ex-communist me vertelde dat de Argentijnse communisten wanneer ze door de politie of anderen werden gearresteerd, de opdracht hadden hard te roepen dat ze lid waren van de Argentijnse Communistische Partij, dat hun aanhouding een vergissing was en dat de militairen hen dan uiteindelijk zouden vrijlaten. Dit verbaast me niet; denk aan het historische Molotov-Ribbentrop Pact dat Nazi-Duitsland en de Sovjet Unie destijds tekenden.’

Link
De weblog van Martin Guevara. De neef van ‘Che’ schreef recent op 19 mei jl. nogmaals over de betrokkenheid van Fidel Castro bij de ‘fascistische misdaden’ van de Argentijnse junta.