Fernando Ravsberg pleit voor ontslagen journalist bij Radio Holguín

‘Deze week ontving mijn collega Jose Ramírez Pantoja te horen dat hij definitief ontslagen was bij Radio Holguín en daarom (vanwege de bestaande zwarte lijsten bij de staatsmedia) ook geen werk meer kan krijgen bij andere staatsmedia. Zijn misdaad? Op een persoonlijke blog drukte hij de volledige tekst af van een speech van de onderdirecteur van de partijkrant Granma, Karina Marron. (zie linken hieronder) Sommige fragmenten waren al verschenen in andere media van de staat. Nu hij de volledige tekst van Karina Marron publiceerde, kostte hem dat zijn werk en zal hij waarschijnlijk nooit meer ergens anders in Cuba kunnen werken,’ aldus de journalist Fernando Ravsberg van de website Cartas desde Cuba en Havana Times. Ravsberg beschrijft de activiteiten van de Cubaanse autoriteiten vaak met een zekere welwillendheid, maar dit keer liet hij die voorzichtigheid varen en laat hij José op zijn website uitvoerig aan het woord en voegt er aan toe: ‘Als de bestraffende autoriteiten hun opvattingen willen kenbaar maken, kunnen zij dit ook doen. Wij staan open om het relaas van hun kant te horen’.

george-orwell-fernando-ravsberg

Ravsberg illustreert zijn interview met José Ramirez Pantoja met een foto en een uitspraak van de schrijver George Orwell, namelijk: ‘Journalistiek is datgene publiceren dat anderen niet bevalt. Al het andere is PR.’ De boeken van de anticommunistische Orwell (o.a. Animals Farm) behoorden jarenlang tot de verboden lectuur in Cuba.

Marron deed haar uitspraken op 28 juni 2016 in juli tijdens een bijeenkomst van de officiële journalistenbond Unión de Periodistas de Cuba (UPEC). Zij waarschuwde toen voor mogelijke ‘protesten in de straten’ vanwege de vergaande bezuinigingsmaatregelen die de regering van Raúl Castro had afgekondigd en zij maakte een vergelijking met de korte maar heftige opstand in 1994 in Oud-Havana, de zogeheten Malecónazo. José Ramirez Pantoja was  aanwezig o.a. omdat hij de journalistenbond UPEC vertegenwoordigde bij zijn bedrijf Radio Holguín. Hij had er ook geen geheim van gemaakt dat hij de woorden van de spreekster opnam en ook nog de teksten van 6 andere sprekers.

Opvattingen uitwisselen
Ravsberg stelt José de vraag waarom hij de toespraak van Marron integraal wilde afdrukken?

Radio-Holguin- Ramirez-Pantoja-Holguin-Verdadecuba-Facebook

José Ramirez Pantoja, voorheen Radio Holguin

‘Toen ik zag dat ook het televisiejournaal aandacht aan de toespraak schonk en de website van de UPEC delen ervan publiceerde, leidde ik daaruit af dat de tekst publicabel was en besloot deze in zijn geheel op mijn weblog te plaatsen met de principiële bedoeling mensen in Cuba te laten weten dat journalisten in Cuba in staat zijn tot een serieus en verantwoord debat op het hoogste niveau. Ik publiceerde de tekst ook omdat ik dacht dat er daardoor een debat zou ontvlammen in lijn met het karakter van de toespraak zelf, die controversieel was en dat er verschillende opvattingen zouden worden uitgewisseld die hier zo hard nodig zijn.’

José heeft geen antwoord op de vraag wat de baas van zijn radiostation te maken heeft met de publicatie op zijn persoonlijke blog.
‘Hoe is het mogelijk dat je een manager van je mediabedrijf nodig hebt om toestemming te krijgen teksten te publiceren op je persoonlijke blog. Van wie is zo’n blog? In mijn geval claimt de leiding op mijn werk dat als een journalist teksten publiceert op zijn blog of op sociale media, hij dat doet uit naam van het medium waar hij voor werkt. Dat is een controversieel standpunt.’

Ontslag bekrachtigd
José leest ook de tekst voor waarop zijn ontslag is gebaseerd:
Citaat: ‘De collega in kwestie had de mogelijkheid deel te nemen als gast aan een conferentie op 28 juni 2016, die deel uitmaakte van een landelijke bijeenkomst van de UPEC. Hij nam de tekst op – zonder de noodzakelijke toestemming- van de woorden van journalist Karina Marron, onderdirecteur van Granma, die op haar eigen kritische wijze vragen aan de orde stelde over het functioneren van de journalistenbond UPEC, de behaalde resultaten van het afgelopen jaar, ze gaf haar persoonlijke opvatting over de informatiepolitiek van Cuba en de plichten van jonge journalisten evenals de mogelijke impact van economische maatregelen die zullen worden genomen.’ (…) ‘De persoon in kwestie schreef de tekst van Karina Marron volledig uit ondanks het feit dat hij niet de opdracht had gekregen de bijeenkomst te verslaan en publiceerde de toespraak op Facebook. Daarmee overtrad hij het informatiebeleid dat voor alle media geldt en dat vaststelt dat werk van maatschappelijk belang moet zijn en kritiek eerst moet worden goedgekeurd door de Manager van de media.’

radio-holguin-

Kantoor van Radio Holguin

De vijand
In het document dat José Ramírez Pantoja ontving van de Raad voor Arbeidsrecht /  Órgano de Justicia Laboral werd het ontslag bevestigd en werd vastgelegd dat ‘de vergadering van de UPEC beschouwd kan worden als bron van overheidsinformatie, zelfs als de nationale televisie er verslag van doet.’ Het document werd afgesloten met de kreet: ‘De vijand moet niets meer horen dan onze eigen stem van de aanval,’ een parafrase op een uitspraak van José Marti. (José Ramírez kan nog in beroep gaan bij een gemeentelijk hof voor werkgerelateerde kwesties)

fernando-ravsberg-fidel-castro-sept-1996. jpg

September 1996: Fernando Ravsberg, toen nog correspondent van de BBC, stelt Fidel Castro een vraag.

Veranderingen
Tenslotte vraagt Ravsberg wat José vindt van de Cubaanse media en wat er zou moeten veranderen?
‘Over dit onderwerp wordt veel gediscussieerd. De disciplineringsactie tegen mij is ook onderwerp van gesprek omdat deze een slechte smaak heeft achtergelaten in mijn beroepsgroep. Volgens mij hebben de Cubaanse media meer onafhankelijkheid nodig om werkelijk haar rol te kunnen spelen in onze samenleving. Cuba heeft behoefte aan minder triomfalisme en de media moeten de realiteit van ons land waarachtig in beeld brengen. Neem het aangekondigde ontslag enkele dagen terug van de Minister van Cultuur, Julian González. Hebben de media ons verteld waarom hij werd vervangen?( …) De media zijn er niet om onze leiders te volgen zodat zij ons kunnen vertellen over hun bijzondere prestaties. Cubaanse media moeten ophouden met het schetsen van rooskleurige en liefelijke vooruitzichten. Maar wie wil de situatie doormaken die ik op dit moment doormaak hoewel ik slechts een werkwijze volgde van ‘Nee, tegen de geheimzinigheid’ en ‘Wij zijn niet bang voor verschillen van meningen of tegenstellingen’. Beide uitspraken werden door Raúl Castro zelf gedaan.’

Bron
* Tekst (Engels) van Fernando Ravsberg, 17 augustus 2016:: How a Cuban journalist got the axe from a government radiostation

Linken

* Protest journalisten staatsmedia tegen censuur en vervolging op deze Cubaweblog van 4 juli 2016
* Op 7 juli 2016 meldde deze Cubaweblog de bijeenkomst waar Karina Marron haar tekst uitsprak.

* Weblog José Ramírez Pantoja

Filmmakers op de bres voor auteur Leonardo Padura

‘Wie niet bereid is om te spreken over het Noord-Amerikaanse imperialisme, zou een voorzichtige stilte in acht moeten nemen voor hij een mening geeft over de Cubaanse werkelijkheid,’ aldus luidt de reactie van de Argentijnse socioloog en politicoloog Atilio Borón op de kritische uitspraken die de Cubaanse schrijver Padura in de Argentijnse krant La Nación (4 mei 2014) deed over de stand van de Cubaanse journalistiek. Regimegezinde media in Cuba namen de kritiek gretig over wat weer leidde tot sympathiebetuigingen van Cubaanse filmmakers waaronder die van Juan Carlos Tabío, de maker van de Wachtrij en Fresa y Chocolate. Tabío hekelt de ingesleten gewoonte in Cuba bij pers en in de wereld van de kunst ‘eerst enkele standaardzinnen tegen het imperialisme en de blokkade uit te spreken’ voordat een filmmaker of schrijver kritiek mag uiten.

Filmmaker Juan Carlos Tabio

Filmmaker Juan Carlos Tabio

Filmmaker Juan Carlos Tabío vraagt zich af of ‘de nostalgie, de ontgoocheling en de verloren illusies’ producten zijn van ‘het imperialisme’. (…) ‘Werden zij veroorzaakt door het imperialisme en de blokkade of door de onbeweeglijkheid en de absurde beperkingen die onze geliefde bureaucratie in de afgelopen jaren vanuit de top op ons heeft doen nederdalen.’En hij voegt er aan toe: ‘En moet elke keer wanneer men in een krantenartikel, een roman of in een film op kritische wijze reflecteert over onze actuele werkelijkheid’ (…) ‘moet men dan eerste beginnen met de standaardzinnen over het imperialisme en de blokkade?’

Fresa y Chocolate van Juan Carlos Tabio

Fresa y Chocolate van Juan Carlos Tabio

Macht en intellectuelen
Volgens Juan Carlos Tabío zijn de ‘nostalgie, de ontgoocheling en de verloren gegane illusies van Mario Conde*, evenals die van andere hoofdpersonen uit onze vertelkunst, theater en hedendaagse film’, ook de emoties van andere Cubanen. ‘De gewone Cubaan, hoewel medische zorg en onderwijs hem verzekerd zijn, kan niet rondkomen met zijn salaris, niet alleen om het einde van de maand te bereiken, maar zelfs aan het begin van de maand ziet hij (en zien wij) geen licht aan het einde van de tunnel,’ schrijft Tabío, op de filmweblog Cine Cubano, la pupila insomne.

Eenzijdig?
Hij gaat ook in op andere kritiek op Padura zoals die van de dichter en essayist Guillermo Rodríguez Rivera, die zei zich ‘ongemakkelijk te voelen met het zeer eenzijdige interview’ dat Padura aan La Nación gaf. Tabio wijst op intellectuelen als Alberti, Majakovski, Bertolt Brecht, Paul Eluard en Roque Dalton die ook ‘geen militanten waren met machtsposities’. Geen van hen was dat ‘behalve Majakovksi die aan het einde van zijn leven een officialistische dichter was en zich met en kogel het leven zou benemen.’ Volgens de filmmaker is het noodzakelijk dat ‘in een context zoals de Cubaanse waar alle media onder directe controle van de partij staan, het noodzakelijk is dat er ook onafhankelijke journalisten bestaan, onafhankelijk van de waarheid.’ (..) ‘Kunstenaar en schrijver moeten per definitie onafhankelijk zijn en als ze dat niet zijn worden ze oficialistas, dat wil zeggen functionarissen’.

Guantanamera (1995), een film over de Speciale Periode. De film zou eeerder uit de bioscopen verdwenen zijn door kritiek van Fidel Castro.

Guantanamera (1995), een film over de Speciale Periode. De film zou eerder uit de bioscopen verdwenen zijn door kritiek van Fidel Castro

Militantie
Leonardo Padura sprak in het interview met La Nación over de journalistiek in Cuba die altijd ondergeschikt wordt gemaakt aan de militantie. ‘Ze slurpen je op. De militant gehoorzaamt de Partij. De Partij beslist en is de baas. Zo verdwijnt vervolgens de journalist.‘ En Padura constateert dat Cuba ‘eenvoudigweg een land is waar één partij aan de macht is, met een topleider die op zijn beurt voorzitter is van de Staatsraad en de Raad van Ministers en de regering’. Vorig jaar ontving Padura de Nationale Literatuurprijs van Cuba.

Linken
* Het interview met Padura in La Nación
De Argentijnse socioloog Atilio Borón over het interview met Padura
* Bijval voor Padura op de filmweblog Cine Cuba van de Cubaanse filmmaker Juan Carlos Tabio en Arturo Arango
* Guillermo Rodríguez Rivera publiceert op de website La Jiribilla (Kunstenaarsbond) zijn bezwaren tegen het interview in Padura, la literatura, el compromiso. De website Cubadebate nam deze kritiek over. paduracoverHabanaRed

Noot
* Mario Conde is de hoofdcommissaris die een hoofdrol speelt in de politieromans van Padura.

 

Vice-president Díaz-Canel: Cubaanse pers liegt niet

De Cubaanse vice-president Miguel Díaz-Canel zegt in een recent interview dat de Cubaanse pers ‘revolutionair’ moet zijn en herinnert er aan dat ‘wij niet mogen vergeten dat wij een land zijn dat zich moet verdedigen en dat belaagd wordt, waar alles wat elders geen nieuws is, nieuws is wanneer het in Cuba gebeurt.’

Dias Canel tijdens een bijeenkomst in Santa Clara

Dias Canel tijdens een bijeenkomst in Santa Clara

Miguel Díaz-Canel: ‘Het moet om een participerende pers gaan en, vanzelfsprekend om een revolutionaire pers,’ zegt de vicepresident die door velen wordt beschouwd als een mogelijke opvolger van Raúl Castro. Hij werd ondervraagd op de website Cubaperiodistas.cu* en beantwoordt de vragen van Lilibet Enríquez Infante, student journalistiek. Díaz-Canel roept op tot een ‘passend evenwicht tussen de agenda van de media en de agenda van het publiek’ en zegt dat men ‘de witte vlekken in de informatievoorziening moet evalueren.’ Hij noemde zelf het ontbreken van berichten over de in beslagname door Panama van een Cubaans schip met oorlogstuig op weg naar Noord Korea. ‘Recent was er een witte vlek over een Noord-Koreaanse schip, maar dat is een gevoelig onderwerp dat we moesten afhandelen zoals we deden en slechts de officiële notitie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken publiceerden’, aldus Díaz-Canel.

Kop in de partijkrant Granma: HET GAAT GOED

Kop in de partijkrant Granma: HET GAAT GOED

Geen leugens
De vicepresident zei verder dat de Cubaanse media behoefte hebben aan kritische informatie, maar stelt vast dat er in de media van de eilanden ‘geen leugens’ staan. ‘De internationale media staan vol leugens, speculatie en manipulatie. Onze pers is eerlijk alhoewel men niet altijd de volledige waarheid vertelt. Ik denk dat men in enkele gevallen en bij sommige thema’s de waarheid inperkt en niet uitdiept. Maar onze media zijn waarachtig en daarom zijn ze ook geloofwaardig,’ aldus de vicepresident.

Castrosympathisanten Italie verhinderen congresdeelname blogster

Zondag jl. hebben sympathisanten van het Castro-regime geprobeerd de deelname van blogster Yoani Sánchez aan het Festival voor de Journalistiek in Perugia (Italie) te verhinderen

Yoani Sánchez tijdens de actie die tegen haar aanwezigheid was gericht

Yoani Sánchez tijdens de actie in de Italiaanse plaats Perugia

De actievoerders schreeuwden Cuba sí, Yanquis no en wierpen namaak dollarbiljetten in de richtingen van Sánchez. ‘Ondanks alles behield ik mijn glimlach, ik wilde me niet de vreugde laten ontnemen over zo’n kleine gebeurtenis, die blijkbaar de machthebbers (de Cubaanse autoriteiten, redactie) in het verkeerde keelgat schiet.’ (…) ‘Hier is sprake van een verkrampt totalitarisme dat geen gelijkmoedigheid kent; een systeem dat geen dialoog voert is zeer zwak op het gebied van argumenten.’ (…) ‘Hier kunnen ze mij beledigen, maar ik heb er nog het recht op een microfoon. Maar zovelen beledigden en onderdrukten in Cuba hebben geen verdediging,’ voegde zij er aan toe. Acties tegen Sánchez zoals nu in Perugia, zijn ook voorgekomen tijdens haar bezoeken aan Brazilië, New York en Mexico, volgens betrokkenen vaak opgezet door organisaties van ‘solidariteit’ met het regime en door Cubaanse ambassades aangemoedigd.

Beelden van de website Yohandrysland die zich uitsluitend bezighoutdt met prubliciteit tegen Yoani Sanchez en haar opvattingen. Kenmerkend is de consequente weigering van deze website kritische reacties op te nemen van bijvoorbeeld deze weblog.

Beeld van de website Yoanislandia die zich uitsluitend bezighoudt met publiciteit tegen Yoani Sánchez en haar opvattingen. Kenmerkend is de consequente weigering van deze website kritische reacties toe te laten.

Linken
* In Gallicie (Spanje) gebeurde enkele dagen eerder iets soortgelijks tijdens een ontmoeing met Yoani Sánchez. De regimegezinde website Cubainformación bericht over de acties tegen de ‘huurlinge betaald met geld uit de VS. De tektst wordt opgesierd door een uitspraak van Fidel Castro uit 1961: ‘Dentro de la Revolución, todo; contra la Revolución, nada / Binnen de Revolutie alles; tegen de Revolutie niets’. Met deze zin luidde Fidel destijds de stalinistische cultuurpolitiek in.

* Dezelfde website met de Open Brief aan Yoani Sánchez over de bijeenkomst in Perugia

* De website Yoanislandia, sinds maart enkel en alleen gewijd aan Yoani Sánchez