Migratiecrisis: De schuldige heeft de oplossing in handen

De Cubaanse staatsmedia wijzen eensgezind naar de VS en de wet Ley de Ajuste als hoofdoorzaken voor de huidige uittocht van Cubanen via Midden-Amerika naar de VS. De nationale televisie noemt deze wet, die het Cubanen gemakkelijk maakt om in de VS asiel te krijgen,  la Ley asesina / De Moordwet. Maar er zijn ook andere geluiden. Pedro Campos, een onafhankelijk marxist, constateert dat men niet moet verzwijgen dat er achter de uittocht een veel groter probleem schuilgaat namelijk ‘de onvrede van honderdduizenden Cubanen met de economische en politieke situatie in het land, die onveranderd is door toedoen van een regering die al een halve eeuw aan de macht is, in naam van een socialisme dat nooit heeft bestaan’.

logo-joven-blogDe opmerkelijkste kritiek komt van Roberto Peralo van de website La Joven Cuba, een verzameling blogs trouw aan Castro en de revolutie, die concludeert dat deze Ley de Ajuste wetgeving wel moet verdwijnen, maar dat ‘dit niets zal veranderen aan het fenomeen dat Cubanen blijven vertrekken.’ Joven Cuba stelt dat ‘Cubanen die in een ander land willen wonen dit onafhankelijk doen van de vraag of de omstandigheden beter of slechter zijn.’ Peralo zegt zich te onthouden van een oordeel over de wet Ley de Ajuste want, concludeert hij, als deze wet verdwijnt zullen gevluchte Cubanen in de VS net zo rechteloos worden behandeld als andere illegalen en overgeleverd zijn aan ‘de meest wrede en harde omstandigheden van het kapitalisme.’

yoani-sanchez-inwerkkamerJournalist Yoani Sánchez wijst er in haar column op de website 14ymedio op dat president Raúl Castro de emigratiestroom kan stoppen want ‘de schuldige heeft de oplossing in handen.’. Haar volledige tekst volgt hierna.

migratie-los-cubanos-ingresaron-a-costa-rica-desde-el-sabado-14-de-noviembre-de-2015-por-la-frontera-con-panama

Cubanen na hun aankomst in Costa Rica

‘Wie er 15.000 dollar voor over heeft om een mensensmokkelaar te betalen ontvlucht de armoede niet’, waren de woorden van Oliver Zamora, een officiële spreekbuis van de Cubaanse tv, die afgelopen vrijdag de situatie van de meer dan 2.000 Cubanen die op de grens tussen Costa Rica en Nicaragua vastgelopen waren, becommentarieerde. Na dagenlang geen woord aan de situatie te hebben gewijd hebben de media van de partij nu het drama van deze landgenoten willen gebruiken als speerpunt tegen het Witte Huis. Een strategie die zo vaak wordt toegepast dat deze nauwelijks nog enig effect heeft. Nu willen ze ons ervan overtuigen dat de massale uittocht niet de verantwoordelijkheid is van het land dat achtergelaten werd, maar van het land dat bereikt wil worden. Het volstaat de duizenden Cubanen aan te halen die naar andere landen gingen waar geen wet van ‘droge voeten’ bestaat. Men dient zich er rekenschap van te geven dat de verantwoordelijkheid voor de exodus die we al een halve eeuw meemaken, de schuld is van een systeem dat er niet in is geslaagd zijn burgers materiële welvaart, persoonlijke verbetering noch vrijheid te bieden…. Laat staan een toekomst.

Pijnlijke antwoorden
Zamora doet het voorkomen dat hij niet weet dat de hoeveelheid geld die hij noemt, gelijkstaat aan het salaris van meer dan 60 jaar werk van een beroepsbeoefenaar die in Cuba 500 peso’s per maand verdient en voortkomt uit een wanhoopsdaad of het gevolg is van hulp van buitenaf. De meeste Cubanen die in toevluchtsoorden in Midden-Amerika zitten hebben hun hebben en houwen verkocht om zo’n gevaarlijke tocht te ondernemen, of zijn afhankelijk van geëmigreerde verwanten die de mensensmokkelaars betalen. Als ze over 15.000 dollar kunnen beschikken zou de vraag moeten zijn waarom ze die bij voorkeur willen besteden aan een gevaarlijke expeditie zonder de zekerheid aan de overzijde te geraken in plaats van iets in hun eigen land te beginnen of het geld daaraan te besteden. Het antwoord is pijnlijk en overduidelijk: omdat hier geen garanties bestaan, geen hoopvolle verwachting en omdat ze niet verwachten binnen hun levenstermijn beloften op verbetering waar te kunnen maken die net zo zijn als de horizon: iedere keer als we denken deze te kunnen aanraken, wijkt ze weer van ons af.

mariel-Embajada-Peru_CYMIMA20150403_0006_12

De uittocht van Mariel in 1980 Op 1 april 1980 ramde de chauffeur van een stadsbus het hek van de Peruaanse ambassade in Havana. De meeste inzittenden waren onwetend van de bedoeling van de chauffeur om asiel in Peru te willen vragen. De ambassade weigerde de chauffeur en de inzittenden tegen hun wens over te leveren aan de Cubaanse autoriteiten. Op 4 april besloot Fidel Castro de militairen bij de ambassade terug te trekken. De regering maakte bekend dat iedereen die het land wilde verlaten en over een visum voor een derde land beschikte, kon vertrekken. Binnen enkele uren trokken duizenden Cubanen naar het terrein van de Peruaanse ambassade. Binnen drie dagen bevonden zich 10.000 Cubanen op het terrein. Peru bood 850 van hen asiel. In de weken die volgden verlieten nog eens 100.000 Cubanen via de haven van Mariel hun land. Dat waren er veel meer dan tijdens de uittocht van Camariocas in 1965 toen meer dan 30.000 Cubanen het eiland verlieten. Op de foto een demonstratiebord van Cubanen op het Peruaanse ambassadeterrein met de tekst: ‘Wij willen geen water of voedsel, we willen weg.’

Blijven proberen
Het probleem dat is ontstaan groeit, want de sluiting van de grenzen door Nicaragua voor de doortocht van de Cubanen, ontmoedigt de achterblijvers op het eiland niet het toch te proberen. De vluchten naar Ecuador blijven Cubanen overvliegen die, in plaats van zich gefrustreerd te voelen door de gerezen moeilijkheden, in de gaten krijgen dat bij het zichtbaar worden van hun probleem ze meer beschermd zouden kunnen worden en dat ze een corridor kunnen afdwingen die hen toegang tot het Noorden garandeert. Het effect lijkt zich te herhalen dat 10.000 mensen bewoog om in 1980 de ambassade van Peru te bezetten en iets later meer dan 100.000 die via de haven van Mariel vertrokken, dezelfde migratiekoorts die 35.000 Cubanen aanzette tot de ‘crisis de balseros’ of vlottencrisis van 1994. Een natie op drift, waarvan de kinderen cyclisch de route vinden om hun geboorteland achter zich te laten.

migratie-Cubanos-esperando-en-Costa-Rica

Wachtende Cubanen in Costa Rica

Hervorming
Het is nogal opvallend dat deze situatie zich voordoet als de hervormingen van Raúl Castro hun limiet lijken te hebben bereikt en hun ondoeltreffendheid hebben aangetoond omdat zichtbare resultaten in het dagelijks leven uitblijven. Zelfs het herstel van de betrekkingen tussen Cuba en de Verenigde Staten lukt het niet de desillusie en groeiende wanhoop onder de jongeren te verzachten. De niet- openlijke, maar latente dreiging, dat de Ley de Ajuste zal worden opgeheven heeft de beslissing van degene die het land wil verlaten alleen maar versneld, maar geeft niet de doorslag om het eigen leven en dat van de kleine kinderen in gevaar te brengen bij een overtocht vol gevaren. Een korte verklaring van Raúl Castro voor de camera`s van de nationale televisie, waarin hij vertelt wat wij, miljoenen Cubanen, al tientallen jaren verwachten zou voldoende zijn om deze emigratiestroom te doen stoppen en zelfs te doen keren. Het niet uitspreken van dat slotbetoog met zelfkritiek dat de weg opent naar een ander bestuur maakt hem schuldig aan alles wat er plaatsvindt.

Link
* De tekst van Roberto Peralo op de website Joven Cuba. Ruim 60 reacties staan er onder zijn bijdrage. Veel bezoekers stemmen in met zijn artikel en met de conclusie dat met of zonder Wet Ley de Ajuste, Cubanen mogelijkheden blijven zoeken te vertrekken.

T-shirt van Che is wapen in ideologische strijd

Waar kan ik tegen een redelijke prijs een Cubaanse vlag kopen om die bij ons huis uit te steken of mee te nemen als we de bergtop Pico Real del Turquino beklimmen? Waarom worden shirts van Che Guevara, die zoveel jongeren zouden willen dragen, tegen dure deviezen verkocht? Die vraag verscheen op de weblog La Chiringa de Cuba, een weblog die is opgezet door Carlos Alberto Pérez en Harold Cárdenas Lema en een voorbeeld is van de enigszins kritische, maar brave journalistiek, die een deel van de jonge bloggers bedrijven. Zij willen niet behoren tot de politieke dissidentie, onthouden zich van elke politieke kritiek op het regime en zijn ook afkerig van de orthodoxe Castrogetrouwe-bloggers.

bandera-vrouw-in-amerikaanse-vlagIn het artikel constateert de auteur Rouslyn Navia Jordán dat dit een veelgestelde vraag was tijdens de bijeenkomsten die voorafgingen aan het congres in juli van de communistische jeugdbeweging, Unión de Jóvenes Comunistas (UJC). Volgens  Navia Jordán is het probleem nijpender geworden vanwege de aanwezigheid van ‘buitenlandse symbolen’ in Cuba (waarschijnlijk doelt de blogger op de Amerikaanse vlag). De journaliste van Soy Cuba, Yurislenia Pardo, wees eerder al op ‘de golf van shirts en andere accessoires met daarop de Engelse, Braziliaanse of Amerikaanse vlag’. En in een reportage op de website Cubahora staat een reportage (‘Tussen blauw en rood’) van Alejandro Ulloa García die de vraag stelt; ‘Waarom is het zo gemakkelijk gebleken onder Cubanen een symbool uit het buitenland te introduceren en te vercommercialiseren dat ons vreemd is. Is dat een bewijs dat we ons steeds minder interesseren over onze eigenheid?’ En op de weblog Joven Cuba, stelt Osmany Sánchez de vraag: ‘Waar kunnen we een Cubaanse vlag vinden om bij ons kantoor of onze woning te hangen? Waar vinden we een buste van Martí, Mella, Guiteras, José Antonio, Che of willekeurige andere patriot? Waarom worden de shirts met de beeltenis van Che enkel in deviezen verkocht en zijn deze zo duur?,’ aldus Sánchez.*

De Nartexzaak in de straat Obispo met producten voor Cubanen

De Artexzaak in de straat Obispo met producten voor Cubanen

Voor buitenlanders
In de winkel ARTEX La Internacional in de Obispostraat in Havana worden pullovers met de beeltenis van Che, de Cubaanse vlag of met het woord CUBA verkocht tegen prijzen die variëren van 12.95 tot 14.55 CUC. Een paar straten verderop kosten deze artikelen bij particuliere verkopers tussen de 10 tot 18 CUC. Rouslyn Navia Jordán concludeert dat de particuliere eigen bazen de markten intelligent hebben verdeeld; geïmporteerde kleding en accessoires worden aan de Cubanen verkocht terwijl veel van de nationale artesania aan de buitenlanders wordt verkocht. Op die manier liggen de eerste artikelen van buiten Cuba onder het bereik van de Cubaan maar dragen vaak buitenlandse symbolen. De tweede categorie producten met symbolen als Che en de Cubaanse vlag komen dan bij de buitenlanders terecht. Op die manier ontneemt men de eigen Cubanen de mogelijkheid het nationale symbool te dragen, aldus Navia Jordán.

Een winkel waar overwegend toeristen komen

Een winkel waar overwegend toeristen komen

Economie versus identiteit?
Hoe is het mogelijk dat deze artikelen de luxe van weinigen zijn geworden en we op de Eerste Mei met een sweater uit China rondlopen in plaats van een met de beeltenis van Che?, vraagt zij zich af. ‘Natuurlijk zijn er economische oorzaken, maar de productie van symbolen is vitaal in de huidige ideologische strijd en niet altijd moet het economische de doorslag geven (….) zelfs een kleine vlag of stickers zijn in Cuba niet te krijgen’. En auteur Ulloa pleit voor nationale producten die bereikbaar zijn voor ieders beurs en wil ‘marketingstrategieën die uitgaan van de Cubaanse nationaliteit en de identiteit en die leiden tot een stevige markt voor nationale producten.’ En de jeugdige Harold Cárdenas Lema zegt op zijn blog dat ‘Cuba een flinke dosis aan patriottisme en nationalisme nodig heeft en identificatie met zijn cultuur en historie’.

bandera-sloffen.vsPolitiek correct maar legaal?
De jeugdige communisten vragen zich nog wel af of het politiek correct is beelden van nationale symbolen te dragen op petten, pullovers bekers of rugzakken. De wet verbiedt namelijk dergelijk gebruik van deze symbolen. Verwezen wordt nog naar een congres van de staatsonderneming Labiofam die vorig jaar parfums wilde presenteren met de namen van Ernesto en Hugo, een verwijging naar Che Guevara en Hugo Chávez. Volgens Navia Jordán was de  verontwaardiging o.a. via sociale media groot en besloot de Raad van Ministers tot een verbod ‘na de klachten van de bevolking die het product veroordeelden.’

Gebrek aan respect
Ook wordt Aleida Guevara, dochter van de Heroïsche Guerrillero, geciteerd. Zij zei nooit de beeltenis van Che te accepteren op een fles wijn of op lingerie. ‘Dat is een zeer groot gebrek aan respect’, maar op ‘shirts van jongeren of op vlaggen gebruikt in de dagelijkse strijd, kunnen we daar geen bezwaar tegen hebben.’ En Lilith vormt op haar weblog La esquina de Lilith het levende bewijs van de uitspraken van Aleida: ‘Voor mij is de beeltenis van Che op een shirt een manier om mij te manifesteren, mijn stem te verheffen en te zeggen dat ik me verbonden voel met wat dit symbool voorstelt, namelijk de utopie van een betere wereld, het project van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid, en de volledige verwerkelijking van mannen en vrouwen.’ En auteur Rouslyn Navia Jordán sluit haar artikel op La Chiringa de Cuba op soortgelijke wijze af. ‘Niemand moet ons voor dwazen uitmaken omdat we onze oneindige liefde voor het land waar wij werden geboren op een plein willen tonen, een beeltenis van Che aan onze borst gedrukt en met de vlag willen zwaaien. Dat is geen gekkigheid van jongeren, maar de behoefte aan symbolen.’

Bron
* Weblog La Chiringa de Cuba. De tekst van Rouslyn Navia Jordán is een samenvatting en werd op 17 juli 2015 gepubliceerd.

Noot
*
Osmany Sánchez is net als Harold Cárdenas Lema ook betrokken bij het portal van La Joven Cuba/De Cubaanse jeugd, waar een moderne journalistieke formule samengaat met een grote trouw aan het Castroregime. Osmany Sánchez pleitte voor ‘de invoering van een mediawet in Cuba’ en zijn suggestie tot censuur werd door de officiële website Cubadebate overgenomen. Volgens Sánchez is censuur nodig zijn omdat ‘je geen informatie mag manipuleren of verspreiden met het doel het beeld van ons land of dat van ons sociale systeem te beschadigen’.