Katholieke kerk verwerpt monopolie partij en homohuwelijk

De Cubaanse Bisschoppenconferentie spreekt zich in een pastorale brief uit tegen openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht, voor afschaffing van de doodstraf en tegen abortus. De Cubaanse bisschoppen roepen de gelovigen op om op verantwoorde wijze deel te nemen aan de raadplegingen voor een nieuwe grondwet, die nu overal in Cuba plaatsvinden en die zullen uitmonden in een referendum op 24 februari aanstaande. Ze vragen de autoriteiten om ‘rekening te houden met de meningen en bijdragen die tijdens de raadplegingen worden verzameld’. Zij betreuren ‘het gebrek aan erkenning van de diversiteit van politieke opvattingen’ hoewel de autoriteiten spreken van een ‘debat’.

religie-che-kruisbeeld2De ontwerpgrondwet sluit meer partijen uit en handhaaft de controle van de Cubaanse Communistische Partij PCC over alle instituten van de staat. Tijden de laatste bijeenkomst van de Nationale Vergadering heeft Raúl Castro duidelijk gemaakt dat de partij niet ondergeschikt zal zijn aan de grondwet. In de brief stellen de bisschoppen vast dat ‘de grondwet niet ondergeschikt kan worden gemaakt aan wetten, decreten, resoluties, politieke partijen, ideologieën of rechterlijke uitspraken, aangezien de grondwet daar boven staat.’ Zij stellen voor dat de nieuwe grondwet voorziet in de oprichting van een Constitutioneel Hof met als doel de rechten te waarborgen die in de grondwet worden omschreven.

Leven
Zij wijzen er ook op dat ‘het recht op leven’ moet worden beschermd ‘vanaf het moment van de conceptie van het individu tot aan het moment van de natuurlijke dood.’ Op dit moment is abortus legaal in Cuba. Ook achten de bisschoppen de afschaffing van de doodstraf wenselijk.

Homohuwelijk
Verder zijn de bisschoppen van mening dat het opnemen van begrippen als ‘geslacht, seksuele geaardheid en genderidentiteit’ in de wetgeving ‘onnodig is.’ Zij constateren dat deze begrippen afkomstig zijn van de zogeheten genderideologie die zij verwerpen omdat deze ideologie ‘een culturele en sterk subjectieve constructie’ is en impliceert dat elke persoon zijn eigen seksuele identiteit kiest. Vermelding van de sekse zou voldoende zijn om ‘alle leden van de samenleving in te sluiten,’ aldus het schrijven van de Cubaanse bisschoppen. De kans dat de nieuwe grondwet de mogelijkheid opent voor het homohuwelijk in Cuba heeft tot controverses op het eiland geleid. Naast de katholieke kerk hebben ook evangelische kerken zich openlijk tegen deze mogelijkheid gekeerd en de evangelische groepen hebben er publiekelijk tegen geageerd. De bisschoppen benadrukken dat de katholieke kerk altijd duidelijk is geweest. ‘Het fundament van de roeping tot het huwelijk en het gezin is de wederzijdse en complementaire liefde tussen man en vrouw, waardoor er een eenheid ontstaat die met geen enkele andere kan worden gelijkgesteld,’ zeggen ze.

religie-Parroquia-Senora-Candelaria-Artemisa

De parochiekerk Señora Candelaria van Artemisa

Godsdienstvrijheid
De erkenning in de ontwerptekst voor de nieuwe grondwet van de vrijheid om religieuze overtuigingen te belijden is aanleiding voor de bisschoppenconferentie om oude aanspraken van de katholieke kerk te herhalen. Zij doelt o.a. op de juridische erkenning van de kerk en van haar eigen identiteit en missie, waaronder de mogelijkheid om haar morele leer volgens het evangelie bekend te maken, de systematische toegang tot de communicatiemiddelen, de vrijheid tot het geven van onderwijs en evangelisatie en het bouwen en bezitten van gebouwen die geschikt zijn voor deze activiteiten. Ook eist de kerk het recht zich te verenigen voor doeleinden die niet alleen strikt religieus zijn, maar ook educatief, cultureel, charitatief en medisch kunnen zijn. In Cuba is de religieuze vrijheid ondergeschikt aan de controle van de Cubaanse Communistische Partij. Religieuze activiteiten worden toegestaan aan die denominaties die zijn erkend door het Oficina de Asuntos Religiosos / Bureau voor Godsdienstzaken.

logo-coccGezinnen
In de brief wordt verder kritiek geleverd op het feit dat ‘het onderwijs een functie van de Staat is’ en er in de tekst gezwegen wordt over de bijdrage die gezinnen leveren aan de opvoeding. ‘Noch de Staat noch enig andere institutie mogen zich deze delicate opdracht toeeigenen.’ De autoriteiten worden opgeroepen te bevorderen dat ‘de grondwet de mogelijkheid biedt voor elke burger een salaris te genieten dat tegemoetkomt aan zijn behoeften.’ Tenslotte zijn de bisschoppen van mening dat het recht om te investeren dat op dit moment bestaat voor buitenlandse bedrijven, ‘wordt  uitgebreid naar Cubaanse ingezetenen’.

Bron
* Diario de Cuba, 27 oktober 2018

Link

* De brief van de bisschoppenconferentie, 24 oktober 2018 (Spaanstalig)

Cubaanse aartsbisschop Ortega treedt af

De Cubaanse kerkleider Jaime Ortega Alamino die een sleutelrol speelde bij de toenadering tussen Cuba en de VS, zal binnenkort aftreden. Juan de la Caridad Garcia Rodriguez (1948), aartsbisschop van Camagüey, zal hem opvolgen als nieuwe aartsbisschop van de Cubaanse hoofdstad. Jaime Ortega (79) bleef op verzoek van het Vaticaan na zijn 75ste verjaardag nog vier jaar in functie. Tijdens zijn 35-jaren durende pontificaat in Havana verwelkomde hij drie pausen in Cuba.

jaime-ortega-vlag

Jaime Ortega

Jaime Lucas Ortega y Alamino werd geboren op 18 oktober 1936 in Jagüey Grande, Matanzas, Cuba. Hij studeerde theologie in Quebec en werd vervolgens in zijn geboorteplaats parochiepriester. Paus Johannes Paulus III benoemde hem in 1978 tot bisschop van Pinar del Rio en drie jaar later tot bisschop van Havana. In 1994 werd hij tot kardinaal benoemd.

Werkkamp
In 1963 nam Cuba een wet aan die alle mannen tussen de 17 en de 45 jaar verplichtte in militaire dienst te gaan. Ortega werd in 1966 opgeroepen maar zoals veel geestelijken, beschouwde de regering hem niet betrouwbaar genoeg voor het leger en zond hem daarom naar een militair werkkamp in Camagüey waar intellectuelen, homoseksuelen, geestelijken, dominees  en dissidenten waren geïnterneerd. Hoewel Ortega tot voor kort nooit publiekelijk sprak over deze 8 maanden in het kamp, spreken zijn celgenoten over opstaan om 4 uur ’s ochtends, schreeuwende bewakers, smerig water en slecht eten, dagen waarin suikerriet gekapt werd en onrustige nachten in oncomfortabele slaapzakken. Velen ontvluchtten Cuba als ze uit de kampen kwamen en sloten zich aan bij een snel groeiende diaspora in Florida, Spanje of elders. Maar Ortega zei altijd dat weggaan geen optie was.

Vrijlating politieke gevangenen
Ondanks de vervolging in de beginjaren van de revolutie, zou Ortega uitgroeien tot een van Cuba’s vooraanstaande persoonlijkheden met uitzonderlijke invloed op de Cubaanse machthebbers. Zo bemiddelde hij in 2010 bij de vrijlating van een groep politieke gevangenen, de zozgenaamde Groep van 75.  Mede dankzij zijn bemiddeling kwamen in 2011 ook de laatsten van deze groep politieke gevangenen vrij, waarvan de meesten – al dan niet vrijwillig – naar Spanje gingen.

Timide
Volgens leden van de democratische oppositie was Ortega in zijn relatie met het Cubaanse regime te timide en sloeg hij niet altijd hard genoeg met zijn vuist op tafel. Dit vooral om de moeizame verworvenheden voor het instituut van de katholieke kerk niet in gevaar te brengen. Verder treft hem het verwijt, dat hij katholieke priesters, die openlijk de Cubaanse dictatuur kritiseren, zoals Dagoberto Valdés en José Conrado Rodriquez, heeft laten vallen. Ook hield hij grote afstand van christelijke oppositiemensen, zoals Oswaldo Payá.

Grotere ruimte
Maar ook Dagoberto Valdés, die zich na druk van Ortega terugtrok als uitgever van het kritische bisdomblad Vitral in Pinar del Rio – destijds nog onderscheiden met de Prins Claus Prijs! – erkent, dat Ortega een grotere en belangrijke ruimte voor zinvolle activiteiten van de katholieke kerk heeft geschapen. Zoals de bouw van een nieuw seminarie en allerlei nuttige en noodzakelijke liefdadigheidsprogramma’s, waaronder tehuizen voor ouderen en gaarkeukens voor de armen. Processies zijn inmiddels toegestaan en de staatsmedia bieden meer ruimte aan de vertegenwoordigers van de katholieke kerk dan voorheen. Dagoberto Valdés zegt over de nieuwbenoemde bisschop Garcia Rodriguez, dat ‘de paus een pastorale en missionaire aartsbisschop heeft  benoemd die de kerk op dit moment nodig heeft, met name de kerk in Havana.

jaime-ortega-y-obama-maart2016

Jaime Ortega en Obama tijdens diens bezoek aan Cuba in maart 2016

Cuba-VS
Het was kardinaal Ortega die in 2013 een brief van de paus bezorgde bij president Raúl Castro en president Obama toen de geheime gesprekken tussen beide landen dreigden vast te lopen. ‘Het is eerlijk om te constateren dat de rol van de kerk bij de toenadering cruciaal was en dat kardinaal Ortega een centrale rol speelde’, aldus Philip Peters, directeur van het Cuba Research Center in Virginia en dat ‘hij hier 20 jaar aan heeft gewerkt.’

Bronnen
* Diverse persbureaus

Cubaanse katholieke kerk vraagt meer godsdienstvrijheid

Het aartsbisdom van Havana dringt bij de Cubaanse overheid erop aan om een einde te maken aan een reeks nog resterende beperkingen voor de godsdienstvrijheid. En in Santiago werd op het nippertje de sloop van een protestantse kerk voorkomen.

De sculptuur van Che Guevara naast het altaarkruis op het Plein van de Revolutie

De sculptuur van Che Guevara naast het altaarkruis op het Plein van de Revolutie

Godsdienstvrijheid is meer dan vrijheid van eredienst, staat te lezen in Palabra Nueva, het bisdomblad. Er wordt ook herinnerd aan de bemiddeling van de katholieke Kerk in de vrijlating van politieke gevangenen in 2003 en aan de tussenkomst van de paus in de recente toenadering met de VS. Palabra Nueva onderstreept de bijdrage van geëngageerde katholieke leken in de Cubaanse samenleving. De katholieke Kerk wil zich graag sterk blijven engageren in de samenleving. Maar ze wordt bij die inzet geremd door de wetgeving en de sociale structuren. Nu al is de Kerk actief via haar verzorgingsinstellingen, opvangcentra voor hulpbehoevende bejaarden en kinderen met een handicap, universitaire instellingen en in de vormingssector. Vele diploma’s van kerkelijke onderwijsinstellingen worden wel in het buitenland erkend, maar nog niet in Cuba omdat het katholieke onderwijs er nog steeds niet officieel is erkend.

Sloop kerk voorkomen
In de Cubaanse stad Santiago de Cuba is woensdag de sloop van een pinksterkerk op het nippertje voorkomen. Dat meldt het Reformatorisch Dagblad van gisteren. De kerkleiding was woensdag op het provinciale kantoor van de communistische partij. Daar kreeg ze te horen dat men binnen een week op het bevel tot afbraak zou terugkomen. Ondertussen drong een ploeg mensen het kerkterrein op en begon de ommuring af te breken. Toen de kerkleiding terugkwam van het overleg werden de sloopwerkzaamheden gestaakt. Het gebeuren trok veel aandacht doordat honderden kerkgangers die in alle vroegte in een gebedsdienst bijeen waren, zich later zingend naar het kantoor van communistische partij begaven. De predikant vreest dat ook voor andere pinksterkerken in de regio de afbraak dreigt. De kerken worden vaak illegaal gebouwd omdat vergunningen jarenlang op zich laten wachten. De Spaanse Evangelische Zending (SEZ) zegt desgevraagd dat de bewuste kerk met regelmaat lectuur van de SEZ ontvangt.

Bronnen:
Kerknet, 29 oktober 2015
Reformatorisch Dagblad, 30 oktober 2015

Bisschoppen Cuba bepleiten ‘verregaande’ hervormingen

De katholieke bisschoppen in Cuba bekritiseren in hun Pastoraal Plan 2104 – 2018 de hervormingen die de communistische regering van het land heeft ingevoerd. Die veranderingen gaan, aldus de bisschoppen, niet ver genoeg en zij hebben niet geleid tot ‘reactivering van de economie’. De bisschoppen spreken hun zorg uit over de veelvuldige arrestaties en gewelddaden tegen hen ‘die ideeën uiten die verschillen met de ideeën van de enig regerende partij.’

De verkoop van religieuze artikelen op straat wordt niets in de weg gelegd. Hier een stalletjesmet halskettingen en armbanden die een rol sprelen bij de Afro-Cubaanse santeria. Voor veel katholieken in Cuba minstens zo belangrijk als de formele katholieke kerk belangrijkeken

De verkoop van religieuze artikelen op straat wordt niets in de weg gelegd. Hier een stalletje met halskettingen, beeldjes en armbanden die een rol spelen in de Afro-Cubaanse santeriareligie, voor veel katholieken in Cuba minstens zo belangrijk als de formele katholieke kerk.

De bisschoppen erkennen dat de samenleving ‘sommige veranderingen met vreugde heeft ontvangen’, maar zij signaleren ook dat er ‘grote behoefte’ bestaat bij veel burgers aan diepere en meer aangepaste hervormingen, met het oog op ‘urgente problemen die leiden tot stress, onzekerheid en opwinding.’ Zij noemen met name de vervoersproblemen, kleding en voedsel. ‘Grote delen van de bevolking leiden aan materiële gebreken, het gevolg van salarissen die onvoldoende zijn om gezinnen op een waardige wijze te kunnen onderhouden’, aldus de tekst uit het pastoraal plan van de Bisschoppenconferentie van Cuba.

Minder bureaucratie, meer participatie
De bisschoppen zeggen ook dat veel Cubanen ‘verlangen naar minder bureaucratie en meer participatie, minder paternalisme en meer stimulansen, minder autoriteit en een sterk democratische model van de staat.’ De bisschoppen betreuren het feit dat een aantal vrijheden in de media ‘beperkt worden’, hoewel zij erkennen dat er plaatsen zijn van ‘debat en discussie waar de projecten in het land ter discussie staan.’ Zij voegen er aan toe dat het ‘zorgelijk is en niet erg constructief’ dat frequent arrestaties plaatsvinden en gewelddaden tegen ‘hen die ideeën uiten die verschillen met de ideeën van de enig regerende partij.’ De bisschoppen kritiseren ook ‘het isolement’ waar de Cubaanse bevolking onder lijdt ten gevolge van het optreden van de VS, een verwijzing naar het economisch embargo dat Washington sinds 1962 aan het eiland oplegt.

Raul Castro schudt de hand van de huisige voorzitter van de Cubaanse bisschoppenconferentie Dioniso (midden) en kardinaal Jaime Ortega.

Raúl Castro schudde in mei 2010 de hand van de huidige voorzitter van de Cubaanse Bisschoppenconferentie Dioniso (midden) en kardinaal Jaime Ortega.

Weinig praktiserende katholieken
Op papier is 60% van de 11,1 miljoen Cubanen katholieken. Dat cijfer is gebaseerd op het aantal gedoopten, maar minder dan 2% van de Cubanen bezoekt de zondagsmis. De relatie russen de kerk en het Cubaanse regime werd sinds de revolutie van 1959 gekenmerkt door zowel momenten van dialoog als conflict. In 2010 begon een niet eerder gekende dialoog tussen de kardinaal van Havana, Jaime Ortega, en de pas aangetreden president Raúl Castro, die leidde tot vrijlating van tientallen dissidenten en het begin van een zeker gesprek tussen de beide hoofdrolspelers op het politiek toneel in Cuba.

Bron
* Latin American Herald, 12 september 2014
Link
* Plan Pastoral 2014 -2020

Kerkbladenmakers: ‘Geen Arabische lente in Cuba’

Roberto Veiga en Lenier González zijn redacteuren van het Cubaanse kerkblad Espacio Laical. Tijdens een recent bezoek aan Spanje begin deze maand benadrukten zij in interviews dat ‘de groeiende civil society’ en ‘alle Cubanen in het algemeen’ zich voor de uitdaging gesteld zien ’op een ‘creatieve wijze’ aan dit proces deel te nemen’ en ‘de dynamiek van de confrontatie dienen te vervangen door ‘eensgezindheid’. Veiga en González verwijten dissidenten, anti-castristen en de Europese landen dat zij van de mensenrechten een kernzaak maken. De mensenrechten dienen op de agenda gezet te worden, maar ‘geen enkele thema mag de ontwikkeling van het gesprek over andere thema’s in de weg staan.’

Roberto Veiga (rechts) en Lenier Gonzales, hoofdreacteur en redacteur van Espacio Laical. Zoals de meeste Cubanen hebben Veiga (advocaat) en González (sociaal werker) geen toegang tot internet

Roberto Veiga (rechts) en Lenier González, hoofdredacteur en redacteur van Espacio Laical. Zoals de meeste Cubanen hebben Veiga (advocaat) en González (sociaal werker) geen toegang tot internet

Tegen de achtergrond van de overdracht van de macht van Fidel naar Raúl Castro, toen het regime een proces van ‘langzame en verwarrende veranderingen introduceerde’, maar zonder dat ‘er een weg terug was’ ontstond dit tijdschrift. Het probeert ruimte te geven aan de pluriformiteit en dat ontwikkelt zich positief, aldus Veiga en González. In Espacio Laical, opgericht in 2005 op initiatief van kardinaal Ortega, is ‘plaats voor de gehele Cubaanse natie, het eiland en daarbuiten.’ Economen als Carmelo Mesa-Lago, Arturo López-Levy en de zakenman Salidigas hebben meegewerkt aan artikelen voor het blad en aan conferenties.

De strategie van de harde hand faalde
Veiga en González wijzen erop dat landen zich niet moeten opwerpen als ‘rechters’. ‘Het beleid met betrekking tot Cuba moet niet gebaseerd zijn op de confrontatie met de regering en gericht op de omverwerping ervan. De strategie van de harde hand heeft gefaald, maar ook die van de zachte hand. Het gaat erom om ‘de Cubanen als vrienden uit de crisis te helpen’. De twee kerkelijke journalisten benadrukken dat de institutionele veranderingen gerealiseerd moeten worden door Cubanen in en buiten het land, maar dat betekent niet dat ‘andere landen geen opinie mogen geven, adviezen en kritiek maar steeds als vrienden van alle Cubanen.’

Mensenrechten
Als voorbeeld noemen Veiga en González het thema van de mensenrechten, een kernzaak voor dissidenten, anti-castristen en de Europese landen. De mensenrechten dienen op de agenda gezet te worden, maar ‘geen enkele thema mag de ontwikkeling van het gesprek over andere thema’s in de weg staan.’ Zij menen dat er in hun land rechten bestaan die ‘volledig gegarandeerd’ zijn, anderen zijn ‘enigszins geschonden’ door de economische crisis en anderen ‘beperkt door de politieke omstandigheden waarin het eiland verkeert’. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor het recht op vrije meningsuiting, recht tot manifestatie en het recht op vereniging. ‘In plaats van de confrontatie, moet gezocht worden naar de uitbreiding van de rechten, en daar draagt ons blad aan bij,’ aldus de twee redacteuren.

De leiding van de katholieke kerk in Cuba en president Raul castro.  'Concentreer je op een vast punt en dan zie je dat we feitelijk voorutigaan''

De leiding van de katholieke kerk in Cuba en president Raul Castro.
‘Concentreer je op een vast punt en dan zie je dat we feitelijk vooruitgaan.'( Cartoon van Santana) ‘

Rol kerk
De katholieke kerk speelde een hoofdrol in de dialoog met de autoriteiten van Havana om de gewetensgevangenen van de Zwarte Lente van 2010 vrij te laten. In Cuba is 2% van de bevolking praktiserend katholiek op een bevolking van 11 miljoen Cubanen waarvan 70% katholiek gedoopt is. Veiga en González benadrukken dat de kerk een rol speelt ‘in het heden en dit zal doen in de toekomst op een wijze waarbij men het instrument van de dialoog inzet ten gunste van de Cubaanse natie en waardoor bijgedragen wordt aan de depolarisatie op politiek gebied’. Door die positiebepaling verkeren Veiga en González soms tussen twee vuren. De ‘haviken’ in de oppositie omschrijven de medewerkers van het instituut kerk als ‘collaborateurs’ met de dictatuur, terwijl de ‘haviken’ van het regime hen als ‘gezagsondermijnend’ beschouwen. De ‘grote zonde’ van Cuba was ‘de poging een project op te leggen dat anderen uitsloot.’ De ‘grote verandering’, concluderen zij, betekent ruimte veroveren waaraan alle projecten in het land kunnen deelnemen en samen een toekomst bouwen zonder nieuwe overwonnenen en een plaats waar ieder zich thuis voelt.’ Roberto Veiga en Lenier González sluiten bij die gesprekken het regime niet uit: ‘De regering is en zal een sleutelrol vervullen in het huidige en toekomstige Cuba. Zij staat voor de uitdaging om te veranderen als speler in een deel van het conflict in een instituut dat de diversiteit garandeert.’ Zij zijn ervan overtuigd dat er in Cuba geen Arabische lente zal plaatsvinden, maar een ‘transitie a la Cubana.’

Bron
* Carmen Muñozcamos, ABC, Madrid, 5 februari 2014
Link
* Website Espacio Laical

Cubaanse bisschoppen willen ‘nieuwe politiek orde’

De Cubaanse bisschoppen hebben in een openhartige brief aangedrongen op een ‘nieuwe politieke orde’ in Cuba. Die moet leiden tot een verbetering van de relaties met de Verenigde Staten en er tevens voor zorgen dat er meer ruimte komt voor privé-initiatief in de Cubaanse economie. De oproep werden zondag voorgelezen in de katholieke kerken van Cuba en gepubliceerd op de internetpagina van de Cubaanse bisschoppen.

De basiliek van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid in Havana

De basiliek van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid in Havana

De bisschoppen dringen daarin vooral aan op een serie economische hervormingen. De kerkleiders knopen met hun oproep aan bij recente plannen van president Raúl Castro, die daarin zelf de noodzaak van een serie economische hervormingen had onderstreept. De Cubaanse kerkleiders vragen dat van de gelegenheid gebruik wordt gemaakt om de relaties met de VS te verbeteren, omdat de spanningen tussen beide landen al vele jaren een zware last leggen op het leven van de Cubaanse bevolking.

Hoop stelt niet teleur
De pastorale brief verschijnt 20 jaar nadat de Cubaanse bisschoppen hun brief El amor todo lo espera publiceerden, die leidde tot een harde confrontatie met de leiders van het land. In hun nieuwe brief constateren de bisschoppen o.a. dat er op het eiland debat en discussieplekken zijn ontstaan die het resultaat zijn van het werk van burgers zelf; intellectuelen, jongeren en anderen. Die groepen hebben voorstellen gedaan over de noodzakelijke veranderingen in Cuba. Citaat: ‘Die wijzen erop dat Cuba geroepen is een veelvormige samenleving te zijn, de som van diverse Cubaanse werkelijkheden, in andere woorden, Cuba is de natie van alle Cubanen, met veel verschillen en aspiraties, hoewel dat niet altijd zichtbaar werd.’

Meerpartijenverkiezingen
In een toelichting voegde een woordvoerder van de katholieke kerk er vandaag aan toe dat het ‘een utopie’ is te geloven dat er in Cuba op korte termijn meerpartijenverkiezingen kunnen plaatsvinden, maar hij voegde er aan toe dat de communistische regering moet leren luisteren naar hen die anders denken. ‘Het is een beetje utopisch te geloven in verkiezingen op korte termijn, maar op zijn minst moet worden geluisterd naar stemmen die niet zijn verbonden met één stroming of met een strikte officiële opvatting, ‘aldus de secretaris van de Bisschoppenconferentie José Félix Pérez.

Kardinaal Jaime Ortega Alamino als spreker in het heiligdom van de Maagd van Caridad bij Sanntaigo de Cuba 2011

Kardinaal Jaime Ortega Alamino als spreker in het heiligdom van Maria, de Maagd van Caridad bij Santiago de Cuba 2011

Zorgen bisschoppen
Een actieve leek die anoniem wil blijven zegt op de website Diario de Cuba dat ‘het belangrijkste is de context waarin men de brief presenteert, namelijk van de hoop op een nieuwe toekomst gelegen in een nieuwe politieke orde.’ (…)  ’Wij bevinden ons nu in een moment van verstarring en vermoeidheid. Dat raakt ieder in de kerk en speciaal de kardinaal, Ortega die zich de laatste jaren heeft opgeworpen als een voorstander van de hervormingen van Raúl.’ De brief verschijnt op een moment dat men de benoeming verwacht van een nieuwe aartsbisschop van Havana, de opvolger van kardinaal Jaime Ortega.

Link
* De volledige tekst (Spaanstalig) van het schrijven La esperanza no defrauda

Amnesty wil opheldering lot Vázquez Chaviano

Amnesty International heeft de Cubaanse autoriteiten om opheldering gevraagd over het lot van Vázquez Chaviano, die zijn straf heeft uitgezeten, maar niet werd vrijgelaten. Chaviano is in hongerstaking. De katholieke kerk zegt met bezorgdheid de situatie te volgen van hem en nog 22 hongerstakers en noemt de actie een vorm van ‘zelfvernietiging.’

Jorge Vásquez Chaviano

Amnesty International heeft de Cubaanse regering vrijdag gevraagd waarom de dissident Jorge Vázquez Chaviano,die zijn straf heeft uitgezeten, maandag jl. niet is vrijgelaten. Chaviano, lid van de Coalición Central Opositora, is in hongerstaking samen met nog 21 hongerstakers verspreid over het gehele land. De hongerstakers willen gerechtigheid en eisen van de autoriteiten dat de wetten voor iedereen gelden, ook voor leden van de oppositie. Amnesty International zegt dat het Cubaanse rechtssysteem ‘arbitrair’ en ‘onrechtvaardig’ is voor hen die andere opvattingen hebben dan het Castroregime, en noemt het langer durende verblijf in de gevangenis ‘ongewoon’ en daarom ‘verontrustend.’ De mensenrechtenorganisatie vraagt om onmiddellijke vrijlating zonder voorwaarden. Chaviano zit in de gevangenis Alambradas van Manacas in de provincie Villa Clara. Amnesty bekritiseert ook de aanhouding op 10 september van María del Carmen Hernández Martínez, de vrouw van Jorge Vázquez Chaviano, toen zij met anderen in Sagua La Grande demonstreerden voor zijn vrijlating. Zij werd 24 uur vastgehouden en de autoriteiten hebben haar verboden opnieuw over de kwestie in het openbaar te spreken.

Martha Beatriz Roque eergisteren

Kerk verontrust
De katholieke kerk heeft gezegd de berichten over de  verslechterende toestand van hongerstaker Martha Beatriz Roque met bezorgdheid te volgen. De woordvoerder van kardinaal Jaime Ortega, Orlando Márquez, zei dat de 67-jarige Roque bezocht wordt door een priester uit de Don Boscoparochie. Vanaf maandag is Roque in staking om de vrijlating van Jorge Vázquez Chaviano te bewerkstellingen. Márquez wees er op dat de kerk zich verzet tegen hongerstaking omdat het een vorm van ‘zelfvernietiging’ is. Hij wees op de contradictie om op te komen voor het recht op leven (van Chaviano, redactie) en daarvoor een methode te gebruiken die tot de dood leidt.

Bron:
* Diario de Cuba

Oswaldo Payá 1952 – 2012: Van kerkelijk naar politiek activisme

Oswaldo Payá Sardiñas werd in 1952 in Havana geboren in een traditioneel katholiek gezien. Hij bezocht het College van de Maristen in de wijk Cerro totdat dit in 1961 door de communistische autoriteiten werd gesloten. Op 16-jarige leeftijd vervulde hij zijn militaire dienst op het Eiland van de Jeugd / Isla de Pinos. Hij zat enige tijd gevangen in een van de vele strafkampen die Cuba toen telde. Na vrijlating zette hij zijn godsdienstige activiteiten voort en werd hij actief in de parochie van de wijk Cerro. Hij hield zich vooral bezig met jongerenpastoraat. Payá was actief binnen de kerkelijke beweging Reflexión Eclesial Cubana / Kerkelijke Cubaanse Reflectie (REC) en was afgevaardigde bij de ENEC-Conferentie (ENEC: Encuentro Nacional Eclesial Cubano / Nationale Kerkelijke Ontmoeting) in februari 1986. Deze kerkelijke bijeenkomst was bedoeld ter vernieuwing en modernisering van de katholieke kerk in Cuba. Centraal stond toen de vraag hoe de katholieke kerk zich binnen het socialisme diende op te stellen. Payá richtte in de parochie van El Cerro een ontmoetingscentrum op en maakte het tijdschrift Pueblo de Dios / Volk van God, dat ook in veel andere parochies werd verspreid.

In 1988 richtte Payá de Movimiento Cristiano Liberación / Christelijke Beweging van Bevrijding (MCL) op, die zich geheel richtte op de verdediging van de fundamentele democratische rechten van de Cubanen. De beweging MCL was een politieke en sociale beweging die ook toegankelijk was voor niet-katholieken. Payá was veelvuldig doelwit van gewelddadige acties van de Cubaanse geheime dienst en is vele malen voor kortere tijd gevangen gezet.

Van links naar rechts Hector Palacios, Oswaldo Payá en de vakbondsleider Pedro Pablo Alvarez tijdens een persconferentie

Project Varela: 25.000 handtekeningen
In 1998 ontstonden binnen het MCL de plannen voor het Project Varela. Samen met zijn volgelingen doorkruiste hij het hele land om handtekeningen te verzamelen, die op 12 maart 2002 bij de Nationale Assemblee del Poder Popular / Asamblea Nacional del Poder Popular werden aangeboden. Volgens de toen bestaande Cubaanse wetgeving zouden 10.000 handtekeningen van burgers volstaan voor een plebisciet onder de bevolking. Uiteindelijk werden 11.000 handtekeningen aangeboden van burgers die vroegen om vrijlating van alle politieke gevangenen, democratisering van de samenleving en een scheiding van de wetgevende, juridische en uitvoerende machten. De Cubaanse regering negeerde het verzoek, organiseerde massale demonstraties om de instemming met het socialistisch systeem te bevestigen en verklaarde uiteindelijk officieel dat het socialisme in Cuba ‘onomkeerbaar’ was. Ook werd de grondwet gewijzigd waardoor de mogelijkheden van burgers voor een referendum verdwenen. In maart 2003 verhevigde de repressie met de arrestatie tijdens de Zwarte Lente / Primavera Negra van 75 geweldloze dissidenten; ruim 40 van hen behoorden tot de MCL en hoorden straffen van 12 tot 28 jaar uitspreken vanwege ‘ondermijning van de nationale soevereiniteit’. Payá werd niet gearresteerd en spande zich in om de vrijlating van zijn collega’s te bevorderen en democratische grondrechten te eisen voor alle Cubanen. In 2004 werden door het Project Varela opnieuw 14.000 handtekeningen ingezameld om veranderingen te eisen in de regering van Fidel Castro.

Huurling
De autoriteiten in Cuba beschouwden Payá echter als ‘een huurling’, in dienst van de VS hoewel hij een verklaard tegenstander van het Amerikaanse embargo was. In de Cubaanse Wikipedia (Ecured, een door het regime opgezet informatiesysteem) werd hij aanvankelijk ook omschreven als ‘terrorist’ maar na protesten uit eigen land en het buitenland werd dit gewijzigd.

Bekladding woning
Toen de oppositieleider Oswaldo Payá Sardiñas in juni 2006 terugkeerde uit de kerk bleek tegenover zijn huis een enorme karikatuur tegen Bush en een leus tegen het Amerikaanse embargo geschilderd te zijn. Tientallen leden van de Cubaanse geheime dienst en andere Cubanen waren in het parkje Manila voor zijn woning verzameld toen Oswaldo en zijn vrouw Ofelia hun woning wilden betreden. In een goed voorbereide actie waren overal in de omgeving van de woning spandoeken opgehangen met leuzen als ‘Socialisme of de Dood’ en ‘In een belegerd vesting is dissidentie verraad’. Oswaldo en zijn vrouw werden ook veelvuldig gefotografeerd. Het huis werd destijds ook bewoond door de 84-jarige vader van Oswaldo die inmiddels is overleden. Payá: ‘Deze laffe actie en terreur is een represaille tegen mij en mijn familie vanwege het feit dat onze beweging op 10 mei jongstleden het Programa Todos Cubanos (Programma Alle Cubanen) publiceerde, een vredelievend alternatief voor Cuba, dat machthebbers niet wensen te zien of te horen.’

Payá bezoekt in februari 2010 de woning van Orlando Zapata die na een hongerstaking overleed

Moeilijke relatie met kerk
Hoewel Oswaldo Payá een gelovig katholiek was, waren er regelmatig spanningen tussen hem en de katholieke kerkleiding. Hij verweet deze en vooral de kardinaal van Havana, Jaime Ortega, te kritiekloze banden met de machthebbers te onderhouden. Dat bleek o.a. tijdens het recente bezoek van de paus toen Payá publiekelijk scherpe kritiek uitte op het zwijgen van de katholieke kerkleiding over de mensenrechten. Een ontmoeting met de paus, waarom hij had gevraagd, werd geweigerd. Eerder verbood de kerkleiding hem deel te nemen aan de Sociale Week die zij organiseert.

In 2003 sprak Ofelio Acevedo met een Duitse televisieploeg over de gevolgen voor haar gezin van de Zwarte Lente, naast haar Paya’s zoon Oswaldito.

Drie kinderen
Payá was getrouwd met Ofelia Acevedo en zij hebben drie kinderen: de zonen Oswaldo José en Reinaldo Isaías en dochter Rosa María. Zijn broer Carlos woont in Madrid en is vertegenwoordiger van de MCL in Madrid. Ondanks zijn dissidente activiteiten bleef Payá werkzaam in een ziekenhuis als specialist voor elektrische apparatuur; hij bezat een ingenieurstitel. Met de fiets op weg naar zijn werk werd hij veelvuldig gevolgd door een of meer medewerkers van de Cubaanse geheime dienst; ook zij gebruikten vaak de fiets.

Bezoek paus richt schijnwerper op Cubaanse kerkleider Ortega (2)

In 2010 zat kardinaal Ortega aan tafel met Raúl Castro en een Spaanse diplomaat en dat maakte de weg vrij voor de vrijlating van tientallen intellectuelen, dissidenten en journalisten die in 2003 door Fidel tijdens een golf van repressie gevangen waren gezet. Kerkelijke publicaties begonnen ondertussen steeds meer aandacht te schenken aan de noodzaak voor economische hervormingen en politieke veranderingen en Ortega riep Castro publiekelijk op meer vaart achter deze veranderingen te zetten.

Sinds in 1994 het congres van de Cubaanse Communistische Partij Cuba besloot de Cubaanse staat niet langer te omschrijven als een atheïstische maar als een seculiere staat, zijn meer publieke uitingen van kerken toegestaan. Hier leidt de kardinaal een kruisweg. (februari 2012)

‘Ik denk dat dit gevoel nationaal gedeeld wordt en verder uitstel zal ongeduld veroorzaak en ongemak onder de mensen, ’zei Ortega in het katholieke tijdschrift  Palabra Nueva / Nieuwe Woord in 2010. Castro gaf de kerk krediet door te wijzen op de ‘harmonieus’ verlopen vrijlatingen van politieke gevangenen en schilderde Ortega af als iemand die niet bang was, zij aan zij met hem te strijden. Maar veel dissidenten waren minder welwillend, met name over de bereidheid van Ortega de eis van de regering te accepteren,  dat de meesten van de vrijgelaten gevangen in ballingschap moesten gaan.

Fotomontage van de Cubaanse president met de kardinaal van Havana terwijl de Maagd van Caridad op het televisietoestel toekijkt

Meer inzet gewenst
‘Ik denk niet dat de katholieke kerk bepalend is geweest voor onze bevrijding,´ zegt Julio Cesar Galvez, een voormalige politieke gevangene die in juli 2010 in ballingschap naar Spanje werd gestuurd. ´De katholieke kerk van Cuba ….heeft simpelweg gediend als een soort camouflage voor het totalitaire Cubaanse regime.’ Het is niet de eerste keer dat Ortega ervan wordt beschuldigd niet genoeg te doen. In 2007, probeerde de kardinaal het kerkblad Vitral  te sluiten omdat het zeer scherpe kritiek leverde op het regime. Uiteindelijk kon het blad blijven verschijnen, maar de eindredacteur Dagoberto Valdés werd vervangen en hij koos voor de dissidentie. De zaak leidde tot ergernis in het Vaticaan en volgens vertrouwelijke telegrammen, uitgelekt via Wiki Leaks, citeerde de vertegenwoordiger van de VS in het Vaticaan de staatssecretaris. Mgr.Tarcisio Bertone die opmerkte dat de Cubaanse regering wel erg gelukkig zou zijn met Ortega want ´de kerk knapt het vuile werk voor de staat op.´ Het telegram voegt er aan toe: `Officials in het Vaticaan hebben al eerder laten blijken dat Ortega te vertrouwelijk met Castro omgaat. Van kardinaal Ortega tot religieuzen in de provincie, de kerk probeert meestal botsingen met de regering van Cuba uit de weg te gaan,´ aldus een ander telegram uit 2008 van de Amerikaanse vertegenwoordiger in Havana. Citaat: ‘Of het nu om grote of kleine zaken gaat, de katholieke strategie is er op gericht te capituleren nog voor de positie van de Cubaanse regering bekend is.´

Gevoelig voor kritiek
Nadat deze telegrammen werden gepubliceerd, werd de rol van Ortega bij de vrijlating van dissidenten bekend en toonde hij zich uitdrukkelijk als een verdediger van de mensenrechtengroep Damas de Blanco. Een westerse diplomaat zei AP, dat Ortega positief wordt beoordeeld, maar dat deze zijn preekstoel effectiever en minder voorzichtig zou moeten gebruiken. ‘Wij denken dat hij meer invloed heeft dan hij misschien zelf denkt en wij zouden wensen dat hij die ook gebruikt,’ aldus de diplomaat die anoniem wilde blijven. Ortega zelf wilde niet geïnterviewd worden, maar de kritiek moet hem hebben geraakt, zeker voor een man die de stormachtige momenten van de Cubaanse revolutie vanaf het begin van zijn kerkelijke loopbaan heeft doorgemaakt.

Tweede Cubaanse kardinaal
Ortega is de tweede kardinaal in de geschiedenis van Cuba en volgde Manuel Arteaga Betancourt op, die in de beginjaren van de revolutie overleed. Hij werd in 1936 geboren in Matanzas en begon zijn priesteropleiding toen hij 19 was. Daarna zat hij enige tijd op een seminarie in Montreal. Hij keerde naar Cuba terug en werd in 1964 gewijd. In die tijd werden veel priesters het land uitgewezen of waren verdachte personen. De leden van de communistische partij mochten hun geloof niet belijden en kerken raakten in verval. Katholieke ziekenhuizen en scholen, inclusief de Jezuïetenopleiding waar Fidel Castro had gestudeerd, kwamen in handen van de staat.

Vergiffenis
Op hun beurt steunden veel priesters groepen die gekant waren tegen het nieuwe communistische bewind, soms verborg men zelf wapens. In 1963 nam Cuba een wet aan die alle mannen tussen de 17 en de 45 jaar verplichtte in militaire dienst te gaan. Ortega werd in 1966 opgeroepen maar zoals veel geestelijken, beschouwde de regering hem niet betrouwbaar genoeg voor het leger en zond hem daarom naar een militair werkkamp in Camagüey waar intellectuelen, homoseksuelen, geestelijken en dissidenten werden geïnterneerd. Hoewel Ortega nooit publiekelijk sprak over deze 8 maanden in het kamp, spreken zijn celgenoten over opstaan om 4 uur ’s ochtends, schreeuwende bewakers, smerig water en slecht eten, dagen waarin suikerriet gekapt werd en onrustige nachten in oncomfortabel slaapzakken. Velen ontvluchtten Cuba als ze uit de kampen kwamen en sloten zich aan bij een snel groeiende diaspora in Florida, Spanje of elders. Maar Ortega zei dat weggaan geen optie was.

Cuba verlaten
‘Ik heb al die tijd in het kamp nooit gedacht aan de mogelijkheid Cuba te verlaten,’ zei hij in een toespraak in 2011 toen hij uitlegde waarom hij de vliegticket van zijn vader destijds weigerde. ‘Cuba is mijn vaderland…ik voel de geur van de lucht hier, de dreigende wind van een orkaan, de zachte middagen van een mislukte winter en de manier waarop mensen spreken en hun muziek.’ Ortega’s aanhangers wijzen op zijn verleden als het bewijs van zijn bewezen moed en zeggen dat zijn vermogen om met de regering samen te werken ondanks zijn persoonlijk lijden, een teken van een diepe godsdienstige overtuiging is.’ Nationale vergiffenis begint met persoonlijke vergiffenis,’ zegt mensenrechtenactivist Elizardo Sánchez, die de kardinaal sinds de jaren tachtig kent. ‘Dat is het eerste gebod voor alle christenen, en Ortega gelooft daarin.’

Bron
* Het volledige Engelstalige artikel van Paul Haven (Associated Press) werd op 18 februari 2012 gepubliceerd in het Engelse dagblad The Guardian en kwam tot stand in samenwerking met de reporters Laura Wides-Muñoz in Miami, Jorge Sainz in Madrid en Andrea Rodríguez en Peter Orsi in Havana.

Kerkbezetters in Havana eisen gesprek paus

Dertien Cubaanse dissidenten, vijf mannen en acht vrouwen, hebben zich dinsdagavond verschanst in een rooms-katholieke kerk in het centrum van Havana. Ze willen zo een audiëntie afdwingen bij paus Benedictus XVI om hun grieven over de mensenrechtensituatie in Cuba kenbaar te maken. De paus bezoekt het land van 26 tot 28 maart. Roberto Betancourt, parochiepriester van de Basílica Menor de Nuestra Señora de la Caridad in het centrum van Havana, liet een journalist van AFP weten ‘dat de bezetters  aanwezig zijn, een brief hebben overhandigd en op een reactie wachten. Op een bepaald moment zullen ze gaan’,  aldus de priester. In Holguín werd de kathedraal na een soorgelijke bezetting, met de persoonlijke hulp van de bisschop zelf, na 8 uur ontruimd.

De kerk in Havana waar de bezetting zich afspeelt. De Basílica Menor de Nuestra Señora de la Caridad verwijst naar het bedevaartsoord Virgin de Caridad bij Santiago de Cuba, dat de paus op 27 maart zal bezoeken.

De landelijke kerkleiding heeft de vreedzame actie gisteren omschreven als ‘illegaal en onverantwoordelijk.’ In een verklaring, ondertekend door de woordvoerder van het aartsbisdom, Orlando Márquez, wordt erop gewezen dat de actie erop is gericht ‘de kerk te veranderen in een plek voor een openlijk politieke demonstratie, dat men de autoriteit van de priester negeert  en het recht van de mensen die daar naar toe gaan om spirituele rust te vinden en ruimte voor gebed’. In de brief wordt ook nog opgemerkt dat ‘de kerk naar iedereen luistert en iedereen ontvangt’, maar dat men niet kan accepteren dat men de kern van haar missie aantast en daardoor ‘de godsdienstvrijheid in gevaar brengt.’ De leiding van de katholieke kerk zegt dat de protesten deel uitmaken van ‘een voorbereide en gecoördineerde strategie’ bij het naderen van het bezoek van paus Benedictus ‘om kritische situaties’ te doen ontstaan. De officiële Cubaanse media hebben de verklaring van de katholieke kerkleiding in Havana afgedrukt.

William Cepera van de PRC

Vrijlatingen en aanhoudingen
De dissident William Cepera liet weten dat de actievoerders niet zullen wijken. Een eerste gesprek met vicaris Suárez Polcarí  van het aartsbisdom leverde niets op. Cepera en een collega van de kleine oppositiebeweging Partido Republicano de Cuba (PRC) wilden zich bij de groep voegen, maar mochten de kerk niet in. ‘We willen graag met de paus praten en hem vertellen dat de regering van Fidel en Raúl sommige gevangenen wel heeft vrijgelaten, maar andere politieke gevangenen gevangen houdt’, zei Cepera.  Cuba zegt geen politieke gevangenen meer vast te houden. De laatste van de 75 mensenrechtenactivisten, die in 2003 werden vastgezet zijn vorig jaar vrijgelaten. De katholieke kerk bemiddelde bij die vrijlating. Anderen zitten nog vast voor politiek gemotiveerde maar gewelddadige misdrijven zoals gewapende overvallen. Hierdoor worden ze door de mensenrechtenorganisatie Amnesty International niet erkend als gewetensgevangenen. De Cubaanse Commissie voor Mensenrechten en Nationale Verzoening (CCDHRN) meldde in haar overzicht van de maand februari dat er 604 dubieuze aanhoudingen hadden plaatsgevonden met detenties van twee uur tot enkele dagen. Vooral het geweld in de provinciesteden  tegen de leden van de mensenrechtengroep Damas de Blanco nam vorige maand sterk toe.

Bisschop Emilio Aranguren

Bisschop leidt uitzetting
In de Isidoruskathedraal van Holguín leidde bisschop Emilio Aranguren persoonlijk de verwijdering van een aantal bezetters. Een van hen, Robiel Cruz Campo, liet weten dat hij een klap in het gezicht kreeg van de bisschop toen hij een verslag van bezetting via zijn mobiel doorbelde. Dinsdag hadden 18 personen de kathedraal bezet om ‘vrijheid te eisen voor het Cubaanse volk’. De elektriciteit in de kathedraal werd afgesneden en na 8 uur werden de actievoerders verwijderd. ‘Hoe is het mogelijk dat ze ons met vuistslagen verwijderen uit het huis van God,’ aldus een van de bezetters. Een andere bezetter, María Antonia Hidalgo, noemde het optreden van bisschop  Aranguren ‘erger dan dat van een politie-agent.’

PRC: radicale dissidentengroepering
De bezetters in Havana zijn Vladimir Calderón Frías, Roñel Valentín Aguion, Yosiel Díaz Piloto, Yudit Ferrer Segura, Fred Calderón Muñoa, Deisi Ponce Arencibia, Emilio Torres Pérez, Yenifer de La Caridad Hernández Piloto, Orlando Corzo, Miguel López Santos, Madelaine Lazara Caraballo en Niola Camila. Zij maken deel uit van een kleine en radicale dissidentengroepering Partido Republicano de Cuba. In tegenstelling tot de meeste dissidentengroepen in Cuba, is de PRC een uitgesproken voorstander van het Amerikaans embargo. In een verklaring zei de groepering ooit: ‘Wij zijn geen liefhebbers van embargos en zeker niet tegen ons volk. Maar dit embargo is tegen de dictatuur en is daardoor juist en gerechtvaardigd.’

Bronnen
* AFP, Diario de Cuba, Cubadebate, Nederlands Dagblad

Linken
* De officiële verklaring van het aartbisdom Havaná die integraal door de overheidsite Cubadebate werd overgenomen
* De website van de PRC