Overleven met bonnenboekje, deviezen of diefstal (deel 2)

In het winkelcentrum Carlos III in Havana, het grootste winkelcentrum van de hoofdstad, stonden deze week een twaalftal mensen te wachten op kip. De meeste diepvriesproducten die in de staatswinkels worden verkocht, komen uit het buitenland. Voor dit jaar schatten de autoriteiten dat zij voedsel ter waarde van 1,738 miljard dollar invoeren, 66 miljoen meer dan in 2017. De lage productie in de landbouw- en veeteelt in Cuba maken het noodzakelijk om alles, van rundvlees tot fruit in te voeren.

kiptekoop-dood-levend

Kip te koop. Dood of Levend

De regering van Raúl Castro nam maatregelen om de voedselproductie te vergroten door braakliggende grond in bruikleen aan boeren af te staan. Maar de sector bleef gebukt gaan onder buitensporige overheidscontroles, beperkingen voor tussenhandelaren en het opleggen van maximumprijzen. Eind 2017 bedroeg het gemiddelde salaris 740 nationale peso’s of CUP’s per maand, iets meer dan 29 convertibele peso’s of CUC’s (minder dan 30 dollar). De geleidelijke stijging van de gemiddelde lonen heeft zich echter niet vertaald in een echte verbetering van de levensomstandigheden. Een geschoolde volwassen arbeider geeft één derde van zijn maandsalaris uit aan de inkoop van producten op de libreta en aan diensten als elektriciteit, water en gas. Maar met de andere tweederde kun je op de markten maar vijf kilo varkensvlees, een fles olie, een zak melkpoeder, twee stukken zeep, een blik tomatensaus en een pakje meel kopen. De secretaris-generaal van de enige vakbond die is toegelaten, de Central de Trabajadores de Cuba (CTC), Ulises Guilarte de Nacimiento, heeft onlangs moeten erkennen dat de salarissen op het eiland ‘ontoereikend’ zijn om de behoeften van de werknemer te dekken, wat leidt tot ‘apathie’, ‘desinteresse’ en ‘aanzienlijke arbeidsmigratie’ .

libretaproducten

Producten uit de libreta o.a. suiker, zout, bonen, rijst, melk en koekjes.

Bijklussen
Rosario, de illegale verkoopster van zeep en wasmiddelen (zie deel 1), levert aan verschillende klanten die te weinig verdienen om producten in het winkelcentrum of de zwarte markt te kopen. Een van haar klanten is Pedro Luis, een veelbelovende redacteur aan het Cubaans Instituut van het Boek in de jaren tachtig. Zijn oordeel over nieuwe verhalen en romans werd hoog ingeschat en met zijn salaris van 350 CUP kon hij gevarieerd eten, zich elegant kleden en met smaak het huis inrichten dat hij had geërfd van zijn grootouders. Dit waren de zogenaamde ‘gouden jaren’ van de Revolutie, waarin de gigantische subsidies van de Sovjet-Unie (ongeveer 5 miljard dollar per jaar) de Cubaanse economie kunstmatig in leven hielden. ‘We leefden in een onrealistische wereld en met de val van de Berlijnse Muur moesten we de reële situatie van het land accepteren,’ zegt de gepensioneerde Pedro. ‘De meeste van mijn vrienden die toen vrij goed leefden, verkopen nu kranten zodat ze eten kunnen kopen of zijn met hun kinderen naar andere landen gegaan’. Pedro Luis is 80 jaar oud en probeert nu te overleven met de 200 CUP’s die hij als pensioen ontvangt. Om te kunnen eten heeft hij tweederde van zijn uitgebreide bibliotheek moeten verkopen en heeft hij de afgelopen vijf jaar de helft van zijn huis verhuurd aan een gezin dat hem behandelt als een indringer.

ouderen2Zorg bejaarden
Dankzij zijn goede relaties met de katholieke kerk kan hij de dagen doorbrengen in een verpleeghuis dat onder de gezamenlijke voogdij van nonnen en de staat valt. Hij wandelt er door de gangen, wachtend op een lunch en de warme maaltijd in de namiddag. ‘ Op dinsdag is er alleen rijst en een gekookt ei,’ klaagt hij, maar zijn gezicht licht op als hij zich herinnert dat ‘er soms worstjes zijn en zelfs gehakt van soja, hoewel de hoeveelheden klein zijn.’ Pedro Luis is een van die Cubanen die niet zonder het broodje van de rantsoering kunnen omdat het betere kwaliteit brood op de vrije markt voor hem onbereikbaar is. Hij kan zich de smaak van rundvlees of vis niet meer herinneren omdat die zijn economische mogelijkheden overschrijden. Een meer kapitaalkrachtige vriendin, met twee geëmigreerde kinderen, nodigde hem onlangs uit om garnalen te eten en hij genoot enkele uren lang. Nu is de oude uitgever van plan om de laatste boeken die hij nog heeft, de meest kostbare, te verkopen, evenals een paar shirts en zijn laatste colbertjasje en een paar schoenen. ‘Met het geld dat ik verdien, kan ik mezelf een paar maanden onderhouden, maar dan weet ik niet meer wat ik nog moet doen.’

Bron
* Reinaldo Escobar, Havana/Santa Clara, 26 juni 2018
Dit artikel is een coproductie van Venecuba, 14ymedio en de Venezolaanse krant Tal Cual

Overleven met bonnenboekje, deviezen of diefstal (deel 1)

Gloria Peralta heeft al minstens twee uur voor de deur van haar woning gezeten in de hoop dat er een uienverkoper zou passeren, want ‘die geven wat smaak aan de zwarte bonen’. Maar de wateroverlast en de overstromingen die de storm Alberto heeft veroorzaakt, hebben het kopen van voedsel in haar geboorteplaats Santa Clara niet makkelijk gemaakt. De website 14ymedio, Venecuba en Que Tal maakten een reportage in Santa Clara over rantsoenering, voedseltekorten en honger.

bodega6

De bodega waar de producten uit de libreta worden verkocht

Peralta en haar man, José Antonio Rodríguez, kunnen zich geen tijd herinneren zonder ontberingen. ‘Onze generatie moest de broekriem aanhalen in de jaren 1970, toen we dachten dat alles later beter zou worden,’ herinnert zich de gepensioneerde verpleegster, die met haar man ongeveer 30 CUC (minder dan $ 30) per maand aan pensioen krijgt. ‘In die jaren leek het erop dat het rantsoeneringboekje of libreta snel verleden tijd zou zijn,’ herinnert Peralta zich. De rantsoenering werd in 1962 ingevoerd en is een van de instrumenten van wat officieel ‘de Cubaanse Revolutie’ wordt genoemd, maar anderen geven er de voorkeur aan te spreken over ‘castrisme’ of populairder ‘dit ding.’ De staat besteedt meer dan één miljard Cubaanse peso’s (CUP) per jaar aan subsidies voor deze producten, die het maandelijks distribueert maar die nauwelijks genoeg zijn voor tien dagen. Dit distributiesysteem heeft het dieet van de Cubanen bepaald en traditionele recepten en zelfs de manier van spreken veranderd. Al 56 jaar wordt dit boekje gebruikt om voedsel tegen gesubsidieerde prijzen en in beperkte hoeveelheden te distribueren. In de loop der jaren zijn steeds meer producten uit het bonnenboekje verdwenen; een favoriet thema van komieken. Het veroorzaakt talloze familieruzies en hartkloppingen en flauwe opmerkingen in en buiten de bodega’s. Drie generaties Cubanen kennen geen leven zonder dit document de met vierkante pagina’s waar elke maand enkele ponden suiker, zout, granen en wat kip worden genoteerd.

Basisbehoeften
Verschillende economische studies uit de afgelopen jaren geven aan dat er een salaris van minstens 1.200 CUP nodig is om de basisbehoeften te dekken. Met minder dan een kwart van dat veelbelovende bedrag, zagen Peralta en haar man jaren geleden al af van hun lunch en als ontbijt maakten ze een sapje uit bladeren van een boom op de patio, samen met een stukje brood. Niemand kan gezond overleven door dat wat in de bodega wordt verkocht. ‘Als mijn dochter, die in Nevada woont en die me elke maand een voedselpakket en geld stuurt, dat niet had gedaan, zouden we vel over been zijn,’ zegt ze.

maleconazo_05.arrestatiemandoorpolitie

Arrestatie tijdens Maleconazo, 5 augustus 1994. Foto: Karel Poort.

Haar man werd tijdens de Speciale Periode in de jaren 1990 ziek en lijdt aan zenuwontstekingen of polyneuritus, een ziekte die opduikt als er sprake is van een gebrek aan voedingstoffen. Dat was het moment waarop ze het dieptepunt bereikten. Elke peso wordt omgedraaid. In huis hergebruiken ze de bakolie keer op keer en op de eieren in de koelkast hebben ze een ‘G’ of ‘J’ geschreven om alles eerlijk te verdelen. ‘Elke maand kopen we tien eieren via het bonnenboekje, de helft tegen een gesubsidieerde prijs en de andere helft voor één peso per ei,’ vertelt Peralta. ‘Maar de laatste jaren is het aanbod erg instabiel. De enige bron van eiwitten die we nog hebben, is de kip uit de deviezenwinkel of het varkensvlees dat we af en toe op de agromarkt kunnen kopen’, legt hij uit. Die winkels zijn veel beter bevoorraad, maar in verhouding tot de salarissen onevenredig duur. De opening ervan, meer dan twintig jaar geleden, was een concessie van Fidel Castro na de uitbarsting van volkswoede in augustus 1994, beter bekend als de Maleconazo. Peralta: ‘We moesten eerst op de rand van de hongersnood staan voordat dit soort winkels en markten, geen eigendom van de staat, werd toegestaan.’ De regering accepteerde toen ook buitenlandse investeringen en stond voor de eerste maal in tientallen jaren kleine particuliere bedrijven toe, cuentapropismo genoemd.

cuentapropista-brood-op-straatCrisis Venezuela
Sinds een paar jaar vertonen de deviezenzaken ook veel lege schappen, gevolg van de economische crisis in Venezuela. ‘Eerst was er het probleem om aan deviezen te geraken voor je poedermelk kon kopen maar nu kun je over convertibele peso’s beschikken maar er is geen melk,’ zegt Rosario (34) die moeder is van twee kinderen van 9 en 10 jaar oud. Via de rantsoenering kun je melk of yoghurt krijgen voor kinderen niet ouder dan 7 jaar. ‘Mijn kinderen wisselen hun tanden en hebben melkproducten nodig,’ legt ze uit. ‘Mijn hele salaris van 590 nationale peso’s gaat op aan melk uit de deviezenwinkel of shopping.’ De rest van het voedsel schraapt ze op Cubaanse wijze bijeen (‘resolver of oplossen) op informele manier zoals de meeste Cubaanse gezinnen dat doen. De waarde van werk in de staatssector wordt niet afgemeten aan het salaris dat je er kunt verdienen, maar door de toegang die men heeft tot producten als voedsel en huishoudelijke artikelen die elders kunnen worden verkocht via informele netwerken. ‘Ik werk in een fabriek voor wasmiddelen en zeep,’ vertelt ze. ‘Ik neem elke week het risico om wat producten naar huis mee te nemen om in de behoeften van mijn gezin te kunnen voldoen.’ Een andere oplossing is er niet want Rosario beschouwt zich als ‘een van de weinige Cubanen die geen familie in het buitenland hebben’ en die ’keihard moeten vechten om aan een convertibele peso te komen.’

Bron
* Reinaldo Escobar, Havana/Santa Clara, 26 juni 2018. Dit artikel is een coproductie van Tal Cual, 14ymedio en de Venezolaanse krant Venecuba

CTC: lonen in Cuba zijn ‘ontoereikend’

De secretaris-generaal van de enige erkende vakcentrale in Cuba, de Central de Trabajadores de Cuba (CTC), erkent dat de salarissen op het eiland ‘ontoereikend’ zijn om de behoeften van de arbeiders te dekken. Volgens Ulises Guilarte de Nacimiento leidt dit tot ‘apathie’, ‘desinteresse’ en een ‘aanzienlijke arbeidsmigratie’. De CTC is een van de massaorganisaties van de Cubaanse overheid die de bevolking controleren.

CTC-Ulises Guilarte de Nacimiento, secretario general de la Central de Trabajadores de Cuba3

Ulises Guilarte de Nacimiento, CTC-vakbondsvoorzitter

Guilarte de Nacimiento zegt in de partijkrant Granma: ‘Ik durf te beweren dat de vakbeweging als geen andere organisatie in het spectrum van onze samenleving, borg staat voor een effectieve controle van de bevolking.’ Kritische economen die afgelopen week in Miami bijeenkwamen, onder wie Carmelo Mesa –Lago bespraken ook het thema van de arbeidsmigratie en concludeerden dat veel hooggekwalificeerde Cubanen zich wijden aan activiteiten die minder kwalificatie vragen maar wel meer loon opleveren. Het is niet ongewoon een verpleger tegen te komen die taxichauffeur is, of een advocaat die levend standbeeld speelt op een door toeristen veel bezochte plaats. Mesa-Lago: ‘De staat moet beroepsbeoefenaars de gelegenheid geven hun beroep uit te oefenen. Van de 201 beroepen die de Cubanen vrij mogen uitoefenen als ‘eigen baas of cuentapropista, behoort de meerderheid tot de beroepen waar geen of weinig kwalificatie voor nodig is. Het zijn er niet meer dan tien’.

Salaris
Vakbondsleider Guilarte gaat in de partijkrant ook in op het thema van de salarissen. ‘Rond het salaris speelt zich in de samenleving een polemisch debat af waarbij door een meerderheid wordt erkend dat de ontvangen inkomsten onvoldoende zijn om tegemoet te komen aan de behoeften van de arbeiders, waar de vakbeweging mee samenvalt.’ Volgens officiële cijfers bedroeg het gemiddeld maandsalaris in Cuba in 2016 740 Cubaanse peso’s oftewel 29,6 dollar. In sommige sectoren wordt meer betaald; de best betaalde arbeiders zijn die in de suiker met 1.246 Cubaanse peso’s oftewel 49,8 dollar. In de publieke administratie, de defensie en de sociale zekerheid is het het laagst namelijk 510 Cubaanse peso’s oftewel 20,4 dollar.

Kostenstijging

libretaproducten

Producten op basis van het bonnenboekje

Guilarte, ook lid van het Politburo van de Cubaanse Communistische Partij, zegt dat er vooruitgang is geboekt. In 2009 waren er nog 802 staatsbedrijven die de werknemers salaris uitbetaalden zonder dat er productie tegenover stond. Zij werkten met verlies. In het eerste half jaar van 2017 waren dit er nog maar 67. De lage salarissen die de Cubaanse staat uitbetaalt, staan in schril contrast met de stijging van de kosten van levensonderhoud in Cuba. De lijst met producten die een gezin ontvangt op basis van de libreta of bonnenboekje, wordt steeds korter. Op dit moment ontvangt een Cubaan via de libreta 7 pond rijst, 4 pond suiker, een halve liter sojaolie, een pakje koffie, spaghetti, vijf eieren en kip in kleine hoeveelheden. Kinderen krijgen 1 liter melk per dag tot ze 7 jaar worden. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie ILO ontving een Cubaanse fabrieksarbeider voor de revolutie in 1958 gemiddeld 120 peso’s per maand (vergelijkbaar met 120 dollar) en een landbouwarbeider 60 peso’s, vergelijkbaar met 60 dollar.

Bron
* Diario de Cuba, 31 juli 2017
Link
* Interview met Ulises Ugarte in Granma, 30 juli 2017

Bonnenboek overleeft nieuw jaar

Eind december is weer het quotum aan gerantsoeneerde producten beschikbaar in de staatswinkels, dat Cubanen tegen gesubsidieerde prijzen voor de maand januari kunnen aankopen. Opnieuw staan er lange rijen wachtenden bij de ingang van de bodega’s. Het is de 55se verjaardag van het rantsoeneringboekje of libreta. De afschaffing ervan, blijft een van de onvoltooide taken van Raúl Castro.

bodega-wijk-plaza-de-la-revolucion

Een staatswinkel met de producten die met het bonnenboekje of libreta kunnen worden gekocht, gevestigd in de wijk Plaza de la Revolución in Havana

In 2014 steeg het gemiddelde maandsalaris in Cuba met 24%, namelijk tot 584 peso’s of 24 dollar. Ondanks deze stijging zijn veel gezinnen nog afhankelijk van de gerantsoeneerde goederen uit het bonnenboekje. Hun inkomsten zijn te laag om producten te kopen bij de detailhandel in convertibele peso’s. Verschillende analisten en officiële functionarissen hebben al gewaarschuwd dat de afschaffing van het bonnenboekje de levensstandaard van de meest kwetsbare groepen in Cuba, zoals ouderen en gezinnen die geen andere inkomsten hebben dan het salaris van de staat, ernstig kan raken.

Politiek risico
Tijdens het 7e congres van de Cubaanse Communistische Partij in april jl. werd besloten ‘de ordelijke en geleidelijke verwijdering van producten uit het bonnenboekje voort te zetten’. Maar tot nu toe is dat voornemen gestrand, mede omdat de economische groei in het land is uitgebleven. Het Bruto Intern Product zal dit jaar slechts met 0,4% groeien, het laagste cijfer van de afgelopen twintig jaar, aldus de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Cariben (Cepal). Met deze realiteit slaagt de regering er niet in de koopkracht van de bevolking te verbeteren en de gerantsoeneerde markt te doen verdwijnen. De regering staat voor het dilemma de enorme infrastructuur en bijbehorende kosten van de rantsoenering te handhaven of deze af te schaffen met het gevolg dat de armoede voor verschillende bevolkingsgroepen zal toenemen. Zo’n maatregel zou een onmiskenbaar politiek effect hebben voor een proces dat omschreven wordt als ‘een revolutie voor en door de nederigen.’

bodegaboordbonnenboekje

Brood van libreta of bonnenboekje

Personen geen producten
Officiële woordvoerders herhaalden bij diverse gelegenheden dat ‘personen gesubsidieerd moeten worden en geen producten’, maar de gerantsoeneerde quota worden nog steeds aan elke burger in gelijke hoeveelheden aangeboden, ook aan hen die een meer dan gemiddeld inkomen hebben. De praktijk is dat veel vaker producten worden verwijderd uit het bonnenboekje. Rijst, bonen, olie, suiker, zout, eieren, kip en brood maken nog deel uit van het gerantsoeneerde aanbod, maar andere producten zijn verwijderd zoals tandpasta, zeep, rundvlees, wasmiddelen en sigaretten.

Onafhankelijkheid
In de jaren zeventig en tachtig was het praktisch onmogelijk om zonder producten uit het bonnenboekje te leven en waren Cubanen daardoor sterk gebonden aan hun woonadres. Daardoor nam de interne immigratie af en oefende de staat een grotere controle uit op de burgers. Nu zijn er meer bevolkingsstromen tussen grote steden en vooral richting Havana, waar minder strikte regels gelden voor het huren van een huis. Tegelijkertijd namen de mogelijkheden toe om levensmiddelen en producten voor de persoonlijke hygiëne buiten het rantsoeneringssysteem te kopen. Ook het fenomeen van een parallele markt waarin zowel staatswinkels als particuliere bakkerijen opereren, vergroten de onafhankelijkheid van de burger. Het brood uit het bonnenboekje is niet langer leidend. Dat blijkt  wel uit de kritiek erop tijdens bijeenkomsten van burgers uit de wijk (Poder Popular), kritische analyses in de officiële pers en de spot die veel Cubaanse humoristen ermee drijven. Mensen met betere inkomens willen niet langer in de rij staan om brood van 10 Cubaanse peso’s te krijgen. Die gaan liever naar particuliere bakkers die een beter en gevarieerder aanbod aan brood hebben.

Bodega’s als oldtimers

bodegatandpastaenzeep

Zeep en tandpasta

De bodega’s met de lege schappen en borden waar het aanbod van producten met krijt is aangegeven, worden meer een meer een trofee voor fotograferende toeristen zoals de oldtimers in de straten of de borden met politiek leuzen langs Cuba’s wegen. Het volledig verdwijnen van de libreta of bonnenboekje moet wachten totdat de trage hervormingen die de autoriteiten aankondigden, werkelijkheid worden. Misschien zullen meer Cubanen die dag betreuren dan enthousiast begroeten, maar het moment komt dat een ongelovig kleinkind opnieuw zijn oma hoort praten over ‘die tijd toen we elke dag in heel het land hetzelfde aten.’

Bron
* Marcelo Hernández op de website 14ymedio, 22 december 2016

Cubaanse rantsoenering met ‘libreta’ bestaat 50 jaar

Gisteren was het vijftig jaar geleden dat de Cubaanse regering de rantsoenering van levensmiddelen invoerde. Op 12 juli 1963 openden honderden winkels of bodega’s voor  het eerst de deuren voor elke Cubaan met een bonnenboekje of libreta.

rantsoeneringsboekjeVolgens president Raúl Castro is dit systeem van voedselbonnen ‘paternalistisch, irrationeel en onhoudbaar.’ Het kost de Cubaanse staat ongeveer 1 miljard euro. Voor veel Cubanen is deze libreta echter nog een kwestie van overleven alhoewel men er steeds minder voor kan krijgen; wat rijst, brood, tomatenpuree, eieren en suiker en melk. Maar aardappelen, kikkererwten, sigaren, tabak, zeep en tandpasta zitten niet meer in het bonnenboekje en moeten op de vrije markt tegen hogere prijzen worden aangekocht. Maar voor Cubanen die geen beroep kunnen doen op de dollars van hun uitgeweken vrienden en familieleden in de VS, is dat geen oplossing.

Raul tegen een oude Cubaanse:

Het aarzelende beleid van Raúl met de rantsoenering. vastgelegd in een cartoon van Garrincha. Raúl tegen een een oude Cubaanse: ‘Ik zeg niet dat ik het doe maar als ik zou willen, gebeurt het en moet je rekening houden met de afschaffing van de rantsoenering.’

De afschaffing  van de libreta  is dan ook een kwestie die regelmatig op partijbijeenkomsten aan de orde wordt gesteld, maar president Raúl Castro heeft nog geen knopen doorgehakt omdat ‘het ingewikkeld is vast te stellen onder welke voorwaarden dat dan moet geschieden,’ aldus de Cubaanse leider. (zie cartoon hier naast)

Link
*  The Miami Herald over het 50-jarig bestaan van de rantsoenering.
Kort straatinterview
over de libreta, 2 minuten.