Tekort 10.000 docenten op Cubaanse scholen

De Minister van Onderwijs, Ena Elsa Velázquez, heeft dinsdag in de staatsmedia erkend dat er, ondanks de ‘aandacht’ en ‘stimulansen’ van de Cubaanse regering aan leraren om ‘een uittocht te voorkomen’ er bij het begin van het nieuwe schooljaar, ongeveer 10.000 leraren tekort zullen zijn. In 2017 was er een tekort van 16.000 leraren. Minister Velázquez maakt een rondreis door de provincies ter gelegenheid van het begin van het schooljaar. Alleen de provincies Granma, Guantánamo, Las Tunas, Pinar del Río en Santiago de Cuba hebben voldoende docenten.

onderwijs-Maestra-primaria-alumnos-Luz-EscobarDe lage lonen en moeilijke arbeidsomstandigheden, verouderd materiaal en een zware ideologische belasting van het leerplan, hebben geleid tot een uittocht van duizenden leerkrachten naar sectoren waar beter wordt verdiend zoals het toerisme. Het gemiddelde salaris van een leraar in Cuba is 533 peso’s per maand volgens officiële cijfers, dat is ongeveer 21 dollar. Om de effecten van de uittocht te verzachten, hebben de autoriteiten hun toevlucht genomen tot urencontracten, de reïntegratie van gepensioneerden en het inzetten van universiteitsstudenten als leraren. Sommige analisten hebben erop gewezen dat sinds 2006, toen Raúl Castro aantrad, het budget van het Ministerie van Onderwijs en het aantal scholen is gedaald. Volgens onderzoek van econoom Carmelo Mesa-Lago zijn de onderwijsuitgaven, die in 2008 14,1% van het bbp bedroegen, in 2017 gedaald tot 9%. In deze periode werden volgens officiële cijfers ook 1803 scholen gesloten. Volgens een verslag van het Centraal Bureau voor de Statistiek, zeiden de afgelopen tien jaar ten minste 21.000 leerkrachten het klaslokaal vaarwel.

Maatregelen
De afgelopen tien jaar heeft de Cubaanse staat geprobeerd het tekort aan leraren op te vangen met initiatieven als de zogeheten ‘maestros emergentes’ (beginnende docenten). Zij kregen een intensieve en snelle cursus van enkele maanden. In ruil daarvoor werd hen een universitaire carrière beloofd en in het geval van jongens, vrijstelling van militaire dienstplicht. Ondanks de ambitie van de staat om het onderwijs volledig gratis aan te bieden, wordt de kwaliteit van het onderwijs ook in de officiële media, nu ter discussie gesteld. Veel analisten zijn van mening dat de goede reputatie die het onderwijs op het eiland had, dankzij de subsidies van de Sovjet-Unie, tot het verleden behoort. Cuba doet niet mee aan internationaal vergelijkend onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs en de educatie.

Bron
* Website 14ymedio, 21 augustus 2018

40.000 onderwijzers verlieten sinds 2008 onderwijs

Zijn rood-witte uniform is gewassen en gestreken en de blauwe halsdoek ligt klaar. De 8-jarige Eddy Alberto gaat vandaag naar de tweede klas van de basisschool Helden van Yaguajay in de provincie Sancti Spiritus. Eddy wil onderwijzer worden en hij heeft al een week lang aan zijn moeder gevraagd wanneer de school dit jaar weer begint. ‘De tragedie begint maandag pas goed,’ vertelt zijn moeder Yanelis. ‘Vorig jaar was er drie maanden lang geen leerkracht en een bekende van de school vertelde mij dat er ook dit jaar geen vaste kracht is. ‘Zij zullen de bibliothecaris vragen les te geven,’ zegt zij. Sinds Raúl Castro in 2008 het presidentschap van Fidel Castro overnam, hebben 40.000 onderwijzers het onderwijs verlaten.

kinderen-werkend-kunstgalerij

Schoolkinderen in een atelier in Havana

Vandaag gaan 1,7 miljoen Cubaanse scholieren weer naar de 10.698 onderwijsinstellingen, die het land telt. Allemaal zullen zij worden geconfronteerd met het tekort aan docenten, al jarenlang een plaag in het Cubaanse onderwijssysteem. Het Cubaanse Bureau voor de Statistiek NSIO telde in het schooljaar 2016-2017 248.438 docenten, 21.600 minder dan in 2008 toen Raúl Castro zijn broer opvolgde. Een eerder rapport van de NSIO meldt dat er in de laatste 10 jaar 40.000 onderwijzers de sector verlieten. Om het tekort te dekken heeft Cuba nu 16.000 mensen nodig. Er staan nog 10 tot 13 duizend docenten op de loonlijst van de staat, maar die geven geen les vanwege persoonlijke problemen of zwangerschapsverlof, aldus een mededeling van de Minister van Onderwijs, Ena Elsa Velázquez in een recent interview met het weekblad Bohemia.

minister-van-onderwijs-Ena Elsa Velázquez Cobiella

De minister van onderwijs Ena Elsa Velázquez Cobiella

Oplossingen ministerie
De minister geeft enkele oplossingen voor het probleem zoals het terughalen van gepensioneerde leerkrachten en het inzetten van universiteitstudenten in het basis-en voortgezet onderwijs. Zij voegt er aan toe enkele stimulansen te hebben ingevoegd die zij ‘een systeem van morele stimuli’ noemt; verondersteld wordt dat het hier gaat om een financieel extraatje. Provincies als Santiago de Cuba and Guantánamo waar teveel leerkrachten zijn, zullen hen naar provincies als Havana and Matanzas sturen, waar er te weinig zijn. Het budget voor het Ministerie van Onderwijs is de afgelopen 10 jaar aanmerkelijk gedaald. De Cubaans-Amerikaanse econoom Carmelo Mesa Lago schat dat het aandeel van onderwijs aan het Bruto Binnenlands Product van 14,1% in 2008 tot 10,2% in 2015. In die periode werden ongeveer 1.800 scholen gesloten.

Maandsalaris 20 dollar
Yanelis: “Het probleem is dat niemand onderwijzer wil worden omdat ze je weinig betalen en men je uitbuit’. Het maandsalaris steeg vorig schooljaar met 200 peso’s per maand voor leerkrachten met de hoogste werkdruk. Maar het gemiddeld salaris in het onderwijs is desondanks 533 peso’s of 20 dollar per maand. Velázquez zegt in Bohemia verder dat de omstandigheden in 20% van de onderwijsinstellingen slecht en matig zijn. Het gebrek aan middelen tast het onderwijssysteem aan. Volgens een bericht van de staatsmedia kozen in de provincie Cienfuegos slechts 48 studenten voor een opleiding ter voorbereiding op een baan in de educatie. Tien jaar geleden was er nog sprake van een wedren om studieplaatsen.

Niveau
De Cubaanse academicus Armando Chaguaceda zegt dat ‘de reputatie en de kwaliteit van het onderwijs, evenals zijn toegankelijkheid maakte dat Cuba lange tijd een van de meest gerespecteerde landen in Latijns-Amerika.’ Maar veel onderwijzers verlaten de sector nu ‘omdat zij niet meer de juiste aandacht krijgen.’ In het begin van deze eeuw, ontvouwde Fidel Castro zijn plannen voor de vorming van Maestros Emergentes en Maestros Integrales (noodleerkrachten en integrale docenten) die in enkele maanden moesten worden opgeleid en dan voor de klas stonden. Het was Fidel’s bedoeling de vlucht uit het onderwijs van beroepskrachten tegen te gaan maar de tekorten bleven en groeiden zelfs.

kinderen-schoolgebouw-bankjesCulturele erfenis
Dagoberto Valdés, directeur van het studiecentrum Convivencia, zegt dat Cuba voor een grote uitdaging staat. ‘De vorming als burger, de ethische en burgeropvoeding van de kinderen die van school komen, is van een beschamend niveau. Het tekent de cultuur van de bevolking op dit moment,’ zegt hij. Convivencia, een studiecentrum in Pinar del Río voortkomend uit de sfeer van de katholieke kerk, bracht kortgeleden een rapport uit met voorstellen ter verbetering van het onderwijssysteem als een van de sleutelsectoren voor de toekomst van Cuba, ‘Het land heeft een ernstig demografisch probleem dat zichtbaar wordt in het aantal personen dat studeert,’ zegt Valdés. ‘Elke dag zijn er minder mensen die naar school gaan en een opleiding voltooien. Het aantal geslaagden aan universiteiten daalt sterk alsmede de aanmeldingen. Die daalden de afgelopen 10 jaar met 78%. ‘Wij geloven dat we een waarlijk educatief project nodig hebben dat school, gezin en civil society weer  bijeenbrengen zonder de schaduw van de ideologie maar gebaseerd op de culturele erfenis van de natie,’ aldus Valdés.

Bron
* Mario J. Penton, 14ymedio, 31 augustus 2017

Dissidente econoom kritiseert rapportage van VN-organisatie over Cuba (2)

Het rapport 2011 spreekt van een Bruto Binnenlands Product per hoofd van de bevolking van 5.416 dollar, gebaseerd op de gelijkwaardigheid van koopkracht en de constante prijzen van 2005. Het land staat daarmee op de 26ste plaats tussen 33 landen in Latijns Amerika en de Cariben. Hoe is dat mogelijk in een land waar de overheid zelf officieel uitgaat van een gemiddeld maandinkomen van 18 dollar? In het rapport wordt nog een bezwarende omstandigheid aangevoerd, namelijk het feit dat de economische groei in de regio al jarenlang praktisch het dubbele van die van Cuba is. Dit jaar zal de groei van het BBP in het beste geval 2,9% zijn terwijl dat in de regio  4,5% is.

Spaans schip in haven van Havana

Verder is het bizar dat deze index niet is vastgesteld op basis van de inkomsten en uitgaven, maar dat slechts wordt gekeken naar de uitgaven voor de gezondheidszorg, het onderwijs en de sociale zekerheid. Cuba scoort dan hoger dan Engeland, Cyprus, Tsjechie, Hongarije, Polen, Portugal en staat wat dat betreft dicht bij landen als Australie en Finland. Blijkbaar wordt bij de bepaling daarvan slechts gekeken naar kwantitatieve aspecten en wordt de snel verslechterende kwaliteit van zowel onderwijs als de gezondheidszorg in Cuba in de afgelopen jaren genegeerd.. Die verslechtering is evident en wordt ook erkend door leiders van de regering en in de staatsmedia.  Als we kijken naar de sociale zekerheid, was het gemiddelde maandpensioen in 2010 244 Cubaanse pesos, dat is 10 dollar, terwijl op hetzelfde moment het gemiddelde maandsalaris 448 pesos oftewel ongeveer 18 dollar bedroeg, aldus cijfers van het Cubaanse bureau voor Statistiek ONE. En dat in een land waar, en dat moeten de functionarissen van de VN die in Cuba werken toch weten, een zak melkpoeder van een 1 kilo 5.25 dollar kost en een liter zonnebloemolie 2.40 dollar.

Ernstige gebreken ‘verworvenheden revolutie’
Op het gebied van het onderwijs heeft het Cubaanse ministerie de gebrekkige voorbereiding van de jeugd genoemd als een van de redenen waarom zoveel studenten een onvoldoende behaalden bij het toelatingsexamen voor de universiteit. Tel daarbij op de trieste ontwikkelingen rond de kwaliteit van de leerkrachten (de zogeheten maestros emergentes die via een snelcursus voor de klas werden gezet), en die van maestros integrales. Het waren experimenten die jaren konden doorgaan en het bleken onverantwoorde projecten die men nu pas begint te corrigeren. Dan zijn er de wereldwijde veranderingen op educatief terrein zoals de toepassing van de informatica en andere vernieuwingen op onderwijsgebied. In Cuba heeft de bevolking geen vrije toegang tot internet. Het Human Development Report 2007 – 2008  noemt 17 gebruikers op iedere duizend inwoners, de laagste score in Latijns Amerika en de Cariben. Dat verschil zal slechts groter zijn geworden nu er in Uruguay, Argentinie, Venezuela en andere landen plannen worden uitgevoerd om leerlingen vanaf de eerste klas te voorzien van een computer. Ondertussen duurt op het grootste eiland van de Antillen de blokkade van het wereldwijde internet voort.

Conclusie Oscar Chepe
Het is verontrustend dat het rapport IDH 2011 als het om Cuba gaat met zulke controversiele cijfers naar buiten komt, die schade berokkenen aan het verder waardevolle rapport.  Cuba in een positie plaatsen die het land niet toekomt, schaadt de bevolking en betekent slechts steun voor de autoriteiten. Deze beklagenswaardige informatie moet worden gerectificeerd.

Oscar Chepe, Diario de Cuba, 15 november 2011

Linken
* Spaanstalige tekst van Oscar Chepe
* Het UNDP-rapport in het Spaans; ook is een Engelstalige tekst beschikbaar