Prijzen stijgen, maar salarisverhogingen blijven uit

Het salaris is voor Cubanen op dit moment het grootste probleem. Raúl Castro erkende dit al in 2006 en Ulises Guilarte de Nacimiento, secretaris-generaal van de vakcentrale CTC, blijft de werknemers tot vandaag om geduld vragen. Volgens het Nationaal Bureau voor de Statistiek (ONEI) bedroeg het gemiddelde maandsalaris in 2017 740 peso’s of 26,50 dollar. In de onderwijssector was het 549 peso’s’ of 19,46 dollar en in de gezondheidszorg 833 peso’s of 25,84 dollar. Uit studies – o.a. Cambios en Cuba 2010 van Oscar Espinosa Chepe – blijkt dat de koopkracht van een maandsalaris tussen 1989 en 2009 aanzienlijk daalde als gevolg van de geaccumuleerde inflatie. De waardedaling bedroeg 74% ten opzichte van 1989. Ook de nominale loonsverhogingen hebben de koopkracht verre van gecompenseerd.

pesos-kassaLage lonen verslechteren de kwaliteit van het leven en ontmoedigen werk en productie, bevorderen de instabiliteit op de arbeidsmarkt, leiden tot diefstal, corruptie, de trek van het platteland naar de steden en de emigratie. Terwijl de regeringen van Cuba en de Verenigde Staten elkaar bij de VN bestreden vanwege het economisch embargo van de VS, schreven vele duizenden Cubanen zich in voor de visaloterij van de Amerikaanse ambassade in Havana. Uises Guilarte de Nacimiento, secretaris-generaal van de staatsvakcentrale CTC, lanceerde eind oktober in Santiago de Cuba oplossingen voor de salarisproblemen. Maar daarvan is niets terug te vinden in de teksten die aan het 21ste Congres van de CTC, te houden in 2019, zijn voorgelegd. Guilarte, ook lid van het Politbureau van de Cubaanse Communistische Partij, herhaalde zijn argumenten op de Provinciale Conferentie van de CTC in Pinar del Río begin november. Leden van de CTC hebben tijdens bijeenkomsten van de bond tussen juni en oktober in bedrijven en tijdens bijeenkomsten op provinciaal en gemeentelijk niveau, herhaaldelijk aangedrongen op verbetering van de salarissen. Het onderwerp kwam ook aan de orde tijdens de vergaderingen die nu in het hele land plaatsvinden om de nieuwe grondwet van de Republiek Cuba te bespreken.

raul-castro-jimenez-INDER-2007

Raúl Castro

Discipline
In zijn toespraak van 26 juli 2007 zei Raúl Castro, toen nog eerste vicepresident en tijdelijk vervanger van de zieke Fidel Castro: ‘We zijn ons er evenzeer van bewust dat, temidden van de extreme objectieve moeilijkheden waarmee we te maken hebben, de lonen nog steeds duidelijk onvoldoende zijn om aan alle behoeften te voldoen. Dat betekent dat het praktisch onmogelijk is om het socialistisch principe te waarborgen dat ieder bijdraagt naar zijn vermogen en verdient vanwege zijn arbeid. Daardoor komt ongedisciplineerd gedrag aan de oppervlakte dat moeilijk uit te roeien is, ook wanneer de objectieve redenen ervan al lang  zijn verdwenen.’ De fundamentele maatregelen die Raúl Castro op 24 februari 2008 aankondigde toen hij werd benoemd tot voorzitter van de Staatsraad en de Raad van Ministers, waren ‘de afschaffing van absurde verboden, de geleidelijke en voorzichtige herwaardering van de peso (de afschaffing van de dubbele munteenheid), het herstel van de koopkracht en van de relatie tussen de inkomsten van iemand en het werk dat men er legaal voor doet. Om traumatische effecten te voorkomen, moet elke wijziging van de dubbele munteenheid gepaard gaan met een integrale aanpak, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met het salarissysteem, de prijzen bij de detailhandel, de miljoenen subsidies die er momenteel voor iedere Cubaan bestaan voor ontelbare diensten en producten zoals die worden verstrekt via de rantsoenering of libreta. Gezien de huidige toestand van onze economie zijn deze subsidies irrationeel en onhoudbaar,’ aldus Castro.

Wisselkoersen
Na zoveel jaren, aldus de secretaris-generaal van de CTC, ‘ligt de oplossing in de uitvoering van een algemene hervorming van het salaris, die wordt bepaald door drie variabelen: het oplossen van de monetaire en wisselkoersverschillen, het waarborgen van een basispakket van goederen en diensten, het vaststellen van een minimaal pakket voor het levensonderhoud op basis van een landelijk vastgesteld minimumloon.’ Guilarte deed een beroep op het vertrouwen van de werknemers bij ‘de oplossing van dit probleem, dat voor ons nog steeds een prioriteit is om op de kortst mogelijke termijn op te lossen.’ De mogelijke afschaffing van de dubbele valuta (CUC’s en nationale peso’s) werd al in 2012 aangekondigd bij de presentatie van de Lineamientos of Richtlijnen.  Rodrigo Malmierca, Minister van Buitenlandse Handel en Investeringen, zei eind oktober dat hij denkt dat het binnenkort zal gebeuren, maar dat het besluit is uitgesteld omdat de maatregelen om de negatieve effecten op de economie te verlichten worden geëvalueerd: ‘Ik spreek niet over dit jaar. Het is een complexe kwestie omdat we niets willen doen dat onze bedrijven en de bevolking schade berokkent,’ aldus de minister.

te-koop-se-vende-casaKleine zelfstandigen
De autoriteiten frustreren het werk van de kleine zelfstandigen. Velen van hen behoren tot de honderdduizend arbeiders die bij staatsbedrijven zijn ontslagen. Hun werk als kleine zelfstandigen is een welkome aanvulling op de macro-economie, leidt tot verhoging van de belastingopbrengsten en verhogen daardoor de kwaliteit van het leven van veel Cubanen. De verstrekking van nieuwe vergunningen voor deze succesvolle activiteiten is sinds 2017 afgeremd en de accumulatie van rijkdom is nog steeds verboden. Dit heeft geleid tot het vertrek van ondernemers naar buurlanden waar ze met hun spaargeld nieuwe bedrijven opzetten. Verwacht wordt dat in december de verstrekking van vergunningen voor kleine ondernemers weer wordt hervat. Maar de interesse om een klein bedrijf op te zetten is verminderd door alle geboden en controles, de daling van het aantal toeristen uit de VS en de dwingende overmacht van staatsbedrijven in de toeristensector.

Groei
Het bruto binnenlands product (BBP) groeit in 2018 met 1%, hoewel de doelstellingen van de sectoren toerisme, suiker en mijnbouw niet zullen worden gehaald, aldus Alejandro Gil, hoofd economie en planning, tijdens de vergadering van de Raad van Ministers op 30 oktober, voorgezeten door president Díaz-Canel voordat deze Rusland, China, Noord-Korea, Vietnam en Laos bezocht. In 2019 zal het gebrek aan liquide middelen en de inkrimping van de importen blijven bestaan. Dat kan de industrie treffen met als gevolg tekorten aan grondstoffen en reserveonderdelen, met als gevolg contractbreuk, de onmogelijkheid van extra prestatiebeloningen en het ontslag van werknemers. De loonhervorming zou opnieuw kunnen worden uitgesteld.

Bron

miriam-leiva-achtergrond-havana

Miriam Leiva

Miriam Leiva (1947), website Cubanet, 10 november 2018
Leiva is sinds 1995 onafhankelijk freelance journalist. Vicevoorzitter van het Manuel Márquez Sterling Verband van Journalisten, medeoprichter in maart 2003 van de Damas de Blanco. Daarvoor was zij diplomaat, gastdocent aan het Hoger Instituut voor Internationale Betrekkingen. Ook werkte zij als ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar zij in 1992 werd ontslagen. Ze heeft een blog Reconciliacion Cubana.

Advertenties

Obama prijst moed Cubaanse dissidenten

Tijdens een bijeenkomst met Cubaanse dissidenten op de Amerikaanse ambassade in Havana prees president Barack Obama vanmiddag ‘de moed’ van dissidenten en andere vertegenwoordigers van de Cubaanse civil society. Hij benadrukte dat onderdeel van de normalisering met Cuba, ondermeer is ‘direct luisteren’ naar stemmen in het Cubaanse volk en zorg dragen dat ‘hun stem gehoord wordt.’

bezoek-obama-dissidenten-miriam-manuel22032016

De Amerikaanse president Barack Obama samen met vertegenwoordigers van de Cubaanse civil society. Van links naar rechts: Miriam Celaya, Barack Obama, Manuel Cuesta en Miriam Leiva

‘Het is een lange weg die we moeten gaan  en we zullen meningsverschillen blijven houden met de Cubaanse regering,’ zei Obama die verder opmerkte: ‘Het vraagt veel moed om actief te zijn in de burgermaatschappij in Cuba’ en dat is ‘een terrein waarover we met de Cubaanse regering voortdurend van mening verschillen’. (…) ‘Er zijn hier mensen die gevangen zaten. Sommigen in het verleden en anderen zeer recent.’ Volgens de mensenrechtengroepering Comisión Cubana de Derechos Humanos y Reconciliación Nacional (CCDHRN), werden afgelopen weekend nog 90 personen vanwege politieke activiteiten gevangen gezet.

Voor en tegen beleid Obama
Aan de bijeenkomst namen opposanten deel die het beleid van toenadering van Obama steunen zoals Manuel Cuesta Morúa (Arco Progresista) en anderen die dit bekritiseren zoals Berta Soler van de Damas de Blanco. Verder waren aanwezig: Miriam Celaya (activist en onafhankelijk journalist), Miriam Leiva (onafhankelijk journalist),  Guillermo Fariñas (ex-politieke gevangene, hij ontving in 2010 de Sacharov Prijs), Antonio G. Rodiles (Estado de SATS), Elizardo Sánchez (Cubaanse Commissie voor Mensenrechten en Nationale Verzoening CCDHRN), Nelson Matute (voorzitter van de Afro-ALCU, organisatie ter verdediging van zwarte Cubanen die vanwege hun seksuele geaardheid worden gediscrimineerd), de advocate Laritza Diversent (Cubalex), Dagoberto Valdés (Convivencia), José Daniel Ferrer (Unpacu), Ángel Yunier Remon (rapper van de groep El Crítico) en Juana Mora Cedeño (Proyecto Arcoiris voor LGBTI-Cubanen).

bezoek-obama-vertrek22032016

Om kwart over negen Nederlandse tijd vertrok het presidentiële vliegtuig van Obama, richting Argentinië. Op het vliegveld José Martí nam hij afscheid van president Raúl Castro.

Bron
* Internetkrant 14ymedio, 22 maart 2016
Link

* Beelden en tekst Obama, TV Marti, 2 minuten
Link
* De officiële website Cubadebate plaatste een Infografia: Cuba y EEUU despues del 17d / Cuba en de VS na 17d.

 

 

Witte Huis: lijst van dissidenten is niet onderhandelbaar

Het Witte Huis is niet bereid de lijst met namen van politieke opposanten te veranderen, die dinsdag aanstaande een ontmoeting met Obama hebben. Volgens woordvoerder Josh Earnest van het Witte Huis is deze lijst met namen niet ‘onderhandelbaar.’

bezoek-obama-Manuel-Cuesta-Coco-Fariñas-Berta-Soler-Jose-Daniel-Ferrer-maart2016

Enkele van de dissidenten met wie Obama een ontmoeting heeft. Met de klok rond: Manuel Cuesta, Coco Fariñas, José Daniel Ferrer en Berta-Soler.

Op de lijst komen ook de namen voor van enkele politieke opposanten waarvan de Cubaanse regering liet doorschemeren een ontmoeting van Obama met hen niet op prijs te stellen. Earnest zei niet verbaasd te zijn over de bezwaren van de Cubaanse autoriteiten, ‘maar ik kan u verzekeren dat de president doorgaat met deze ontmoetingen en een gesprek zal hebben over mensenrechten.‘ (…) ‘De lijst van uitgenodigde personen die de president in Cuba ontmoet is niet onderhandelbaar,’ aldus Earnest. Hij noemde niet de namen van de dissidenten met wie de president een ontmoeting heeft.

Telefonische uitnodigingen
Maar enkele van hen lieten persbureau EFE weten al telefonisch een uitnodiging ontvangen te hebbenm, zoals Berta Soler van de Damas de Blanco, de voormalige politieke gevangene José Daniel Ferrer, leider van de Patriottische Unie van Cuba / Union Patriótica de Cuba (UNPACU) en de journaliste Miriam Leiva.
Ook zijn Guillermo Fariñas (winnaar van de Sacharov Prijs 2010), Antonio González-Rodiles de directeur van het kritische forum Estado de Sats en Manuel Cuesta Morúa van het project Arco Progresista via de telefoon uitgenodigd.

Mariel: icoon van Cuba’s economische liberalisering (2)

Ondanks de slaperige indruk die Mariel maakt, heeft het stadje altijd een hoofdrol gespeeld in de Cubaanse geschiedenis. Als de dichtst bijzijnde haven voor de VS was Mariel jarenlang de toegangspoort tussen beide landen. Tweemaal daags was er destijds een veerbootverbinding. Het was er zo druk dat de Amerikaanse gangster Lucky Luciano plannen had een casino te bouwen op de heuvel die over Mariel uitkeek, maar daar kwam de revolutie van 1959 tussen. Drie jaar later in 1962 was het de plaats waar de Russische zeeschepen aanlegden om er hun nucleaire kernkoppen te lossen en dat leidde tot de raketten crisis.  In 1980 ging de aandacht van de wereld ook naar Mariel toen de bekende exodus plaatsvond, die leidde tot 120.000 Cubanen die per boot hun land verlieten op weg naar de VS.

Paard en wagen bij een bouwput in Mariel: voor de bewoners van Mariel betekent de aanleg van het Marielproject meer werk

Paard en wagen bij een bouwput in Mariel: voor de bewoners van Mariel betekent de aanleg van het Marielproject meer werk

María Vitória Bernase van de Asociación de Economía de América Latina y el Caribe (LACEA) in Havana, zegt dat de veranderingen van nu een economische revolutie betekenen: ‘Wij moderniseren nu alles. Je ziet de veranderingen in het dagelijks leven en op straat waar mensen restaurants openen en zaken beginnen. Er is sinds vorig jaar sprake van een explosie die maakt dat we nauwelijks in staat zijn die in cijfers uit te drukken’. Sommige ondernemers gaan full-speed vooruit, soms ook met zaken die nog niet zijn toegestaan. Het is een kwestie van tijd, verzekeren zij ons, voordat het feitelijk mogelijk is. Aan de rand van de baai van Mariel in het metalen en roestige omhulsel van een oude boot, is een verlaten bar. Het water in de plas is vuil en er cirkelen aasgieren boven. Het enige nieuwe object is een speeltafel, prachtig gepolijst en uit hout gesneden met lederen bekleding. Het is een prototype gemaakt door een jonge ondernemer, Osvaldo Pejuero, die zo snel mogelijk een speelhal wil inrichten als de overheid de ban op deze taak van sport – vaak geassocieerd met gokken en kapitalisme – heeft opgeheven. ‘Ik heb mezelf geleerd hoe ik deze moest maken,’ zegt Pejuero, die met sport een gouden horloge en halsketting verdiende. Ik heb die verkocht en ik probeer nu een nationale poolfederatie op te richten. Het is nog steeds niet officieel toegestaan, maar er verschijnen overal steeds meer pooltafels.’ (…) ‘Deze bar is steeds meer achteruitgegaan door het slechte management van de staat, maar misschien kan die in de toekomst overgenomen worden door particuliere investeerders. In overheidshanden gaan de zaken allemaal te traag. Als particuliere ondernemers de zaak overnemen gaat het sneller,’

ARebiders betrokken bij de aanleg van een nieuwe haven in Mariel

Arbeiders betrokken bij de aanleg van een nieuwe haven in Mariel

Hindernissen
Als redenen voor de vermolmde economie worden het Amerikaanse embargo genoemd, maar ook de vergrijzing die de kosten voor de zorg van het indrukwekkende gezondheidssysteem opjagen, maar dat de regering wil handhaven. Maar er zijn meer hindernissen bij hervormingen, tot grote frustratie van de lokale zakenlieden. Alvaro Ramos, de manager van een cementfabriek, zegt dat hij zou kunnen binnenlopen vanwege de zeer hoge kwaliteit cement die wordt gemaakt en die via een derde partij (om het embargo te omzeilen) ook wordt aangekocht door Amerikaanse militaire instellingen om hun bases in het Midden Oosten te verbeteren. Maar de zaken worden gefrustreerd door vier staatsbedrijven die aandelen hebben in zijn bedrijf en de lage financiële vergoedingen voor de lokale staf. Zoals veel Cubanen moet hij er baantjes bij nemen want van zijn reguliere salaris per maand ($30) kan hij niet leven. Een van zijn bazen – in dienst van een joint-venture  – krijgt $12. 000 per maand. ‘Er is weinig motivatie’ zegt hij. ‘Ik verwacht geen grote veranderingen. Ik sympathiseer met die oude leiders. Zij kunnen niet snel veranderen en dus kost het tijd.’ Pejuero hoopt dat de bar tijdig gerenoveerd wordt voordat de verwachte bedrijvigheid van zaken en ondernemers op gang komt wanneer volgend jaar het eerste fase van het plan is uitgevoerd.

De nieuwe snelweg wordft aangelegd

De nieuwe snelweg wordf aangelegd

Twijfels
Op dit moment staat de staatssector nog garant voor 90% van de Cubaanse economie. Sceptici betwijfelen of de vele kleine stappen die de laatste jaren genomen werden, zullen leiden tot ingrijpende veranderingen op langere termijn, vooral omdat Castro spreekt over ‘updating’ van het socialisme en niet over de invoering van marktgerichte hervormingen. De Europese diplomaat zegt dat de koers van Havana er een is die permanent in ontwikkeling is: ‘Wat is het einde? Eerlijk ik weet het niet.’ Zeker is dat er geen weg  terug is. Castro heeft de modernisering van de economie ‘onomkeerbaar’ genoemd. En hoewel zijn commentaren over de ontwikkeling van socialisme en kapitalisme soms tegenstrijdig zijn, geldt dat ook voor die van Chinese leiders ten tijde van de verregaande opening van hun land. China’s ontwikkeling was aanvankelijk mogelijk door een stroom van buitenlands, vooral Amerikaans kapitaal. Of de Cubaanse hervormingen even ingrijpend zullen zijn, zal voor een groot deel afhangen van de buitenwereld. Daarom is Mariel belangrijk. Het is niet alleen een infrastructureel project, maar het kan ook worden beschouwd als een deurmat met de tekst ‘welkom.’

Amerikanen
Nu nog hebben Amerikaanse investeerders geen toegang vanwege het economische embargo. Er zijn echter zwakke signalen dat Washington bereid is dit standpunt te versoepelen. Barack Obama heeft opgeroepen tot een nieuwe benadering van Cuba en de leiders van beide landen schudden voor de eerste maal de hand tijdens de begrafenisdienst voor Nelson Mandela. Het is nog te vroeg om te zeggen dat zij een verandering in de Amerikaanse politiek aankondigen, maar een ding is duidelijk: de beleidsverandering die het grote verschil zal maken in Cuba wordt niet bepaald in Havana maar in Washington.

Bron
* Jonathan Watts, The Guardian, 19 januari 2014

Linken
* Reportage Vocie of America, 4 februari 2014: Amerikanen willen nauwere banden met Cuba met o.a. uitspraken van John Kerry en Yoani Sánchez
(4 minuten)
* De dissidente econome Miram  Leiva benadrukte op de website Cubanet dat Cuba zijn geografische positie door het project Mariel wil versterken. Zij noemt het project ‘het enige grote werk van de revolutie’ dat zal uitgroeien tot het legaat van Raúl Castro.
De dissidente Manuel Cuesta Morua, die vorige week in afwachting van een mogelijk proces de gevangenis mocht verlaten, zegt in een interview met Le Monde dat het doel van het Marielproject vooral de integratie van Cuba in de wereldeconomie is. ‘Het doel is ook het continueren van de macht van de militairen en enkele geprivilegieerde families, zoals eerder gebeurde in Midden-Amerika.’

Noot

 lfonso 'Fany' Fanjul, de superrijke Amerikaan is Democraat. Zijn even rijke broer is lid van de Republikeinen.

lfonso ‘Fany’ Fanjul, de superrijke Amerikaan is Democraat. Zijn even rijke broer is lid van de Republikeinen. Een week voor hij Cuba bezocht, had Fanjul samen met de Cubaanse vertegenwoordiger in de VS enkele gesprekken gevoerd en ontmoetingen gehad met vooraanstaande Cubaanse-Amerikanen in Tampa, Florida

* Opvallend is het bezoek dat Alfonso Fanjul vorige week aan Cuba bracht. Hij ontvluchtte als kind Cuba nadat de suikerrietvelden van de familie Fanjul door Fidel Castro waren genationaliseerd. In de VS bouwde hij een nieuw nog groter suikerimperium op en werd een van de rijkste Amerikanen. Op dit moment behoort hij tot de groep Amerikaanse zakenlieden die hun activiteiten zouden willen uitbreiden tot Cuba. Hij sprak bij dit laatste bezoek aan Havana ook met hoge functionarissen en met de Minister van Buitenlandse Zaken, Bruno Rodriguez. Fanjul heeft een uitgebreid netwerk onder leden van het Congres en tot voor kort konden anti-Castrogroepen rekenen op zijn genereuze steun. Nu zegt Fanjul: ‘Als er een akkoord gesloten wordt tussen Cuba en de VS, de handel wordt legaal en er is een juridisch kader, dan zullen wij die mogelijkheid tot handeldrijven zeker onderzoeken. Wij hebben een open mind.’  Het Republikeins Congreslid Ileana Ros-Lehtinen spreekt ‘schande’ over Fanjul’s reis en zijn uitspraken: ‘En terwijl Alfy zijn toekomstige voordelige deals met de Minister van Buitenlandse Zaken van Cuba regelt, waren er meer dan 1.000 arrestaties in de afgelopen maand. Een record. Waar gaat dit over, Alfy? Het gaat over een volk dat smacht naar vrijheid en niet over een tycoon die zijn portemonnee vult ten koste van dit volk,’ aldus de Cubaans-Amerikaanse Lehtinen.

De Cubaanse economie in 2013 en de perspectieven voor 2014 (1)

Toen de Cubaanse ministerraad op 19 en 20 december jl. bijeenkwam, viel dit samen met de bijeenkomst van de Nationale Assemblee. De leden werden geïnformeerd over de stand van  zaken rond de uitvoering van het Plan de la Economía in 2013 en namen de plannen voor 2014 aan, evenals de conceptbegroting. Ook werden zij geïnformeerd over de uitvoering van de zogeheten Economische en Sociale Richtlijnen voor de partij en de revolutie. Deze richtlijnen vormen de basis van de hervormingsplannen, die president Raúl Castro sinds 2008 uitvoert. De kritische econome Miriam Leiva gaat op de website Cubaencuentro in op de uitkomsten van deze bijeenkomsten en constateert dat veel cijfers en verwachtingen verborgen blijven. Wel is duidelijk dat ondanks de geringere deviezeninkomsten van Cuba, de dollartransacties uit de VS (meestal van familieleden van Cubanen) groeien. En daarover werd gezwegen tijdens deze officiele gebeurtenissen in Havana.

President Raúl Castro en vie-president Diaz Canel tijdens de assemblee op 21 december 2013

President Raúl Castro en vie-president Diaz Canel tijdens de assemblee op 21 december 2013

Over 2013 meldt de vice-voorzitter van de Raad van Ministers, Adel Yzquierdo, dat de groei van het Bruto Intern Product niet 3,6% betrof zoals eerder voorspeld, maar 2,7%, vanwege de gedaalde deviezeninkomsten en het tekort schieten van de industrie-  en de bouwsector. Maar hij constateert ook dat in de meeste sectoren sprake was van groei alhoewel hij geen verdere cijfers verstrekt over de groei in deze sectoren waardoor een analyse van de economische processen moeilijk wordt.

Daling deviezeninkomsten
Een verklaring voor de geringere inkomsten aan buitenlandse deviezen kan niet gezocht worden in de dollartransacties uit de VS (in totaal worden die voor 2013 geschat op meer dan 2 miljard dollar), noch in de groeiende stroom van bezoekende Cubanen, Cubaanse-Amerikanen en Noord-Amerikanen. Ook niet in de nieuwe zending van ongeveer 7.000 artsen naar Brazilië en andere landen en het handhaven van eenzelfde aantal artsen in Venezuela. Deze artsen en verpleegsters vormen een enorme inkomstenbron aan deviezen. Wellicht hangen de geringere inkomsten samen met de problemen rond de olie en bijproducten die Havana in Venezuela aankoopt en doorverkoopt op de wereldmarkt.

Miriam Leiva en Oscar Chepe waren bijna 40 jaar samen

Miriam Leiva en Oscar Chepe waren bijna 40 jaar samen

Productiviteit
Wat 2014 betreft wordt de groei van het Bruto Intern Product van 2,2% toegeschreven aan de toename van de doelmatigheid in de economie en het lokaliseren van productiemiddelen naar sectoren die meer export opleveren en de mogelijkheid investeringen te financieren. De onvoorziene daling van de prijzen voor nikkel en suiker worden van kanttekeningen voorzien. In het geval van de suikersector is er sprake van een lichte verbetering in de laatste 2 jaar; voor de suikeroogst 2013-2014 verwacht men een groei van 17,5% vergeleken met de vorige. Die stijging komt neer op 1,8 miljoen ton waarvan 1 miljoen voor de export is bestemd. Het is alarmerend dat de industriële sector verder geen prioriteit lijkt te zijn hoewel deze in staat zou kunnen zijn de export te doen groeien en de dure import te compenseren. Ondanks het feit dat het productieniveau van deze sector 50% lager ligt dan in 1989, wordt voor 2014 een minimale groei voorzien vanwege beperkte financiële middelen. Dit is nogal een contrast met de pleidooien van president Raúl Castro tijdens dezelfde bijeenkomst voor diversificatie van de productie voor de interne consumptie en de export.

Noot
* Miriam Leiva is journaliste en woonachtig in Havana. Zij is de echtgenote van de dit jaar overleden Oscar Chepe. Chepe was een bekende dissidente econoom en ook lid van de groep van politieke gevangenen Groep van 75. Op de website van Cubanet staat een interview over Miriam’s  leven (‘de psychische martelingen  waren intens en permanent, men wilde onze hersenen uitwissen’) als mensenrechtenactivist. Oscar Chepe overleed op 23 september 2013 in een ziekenhuis in Madrid. Miriam keerde op 1 december met de as van haar man naar Havana terug.
Op 30 december publiceerde Miriam Leiva een nieuwe bijdrage over de Cubaanse economie op de website Cubanet getiteld: Dollartransacties  familieleden houden Cubaanse economie gaande.

Verzoener, econoom en dissident Oscar Chepe overleden

Vanochtend overleed in een Madrileens ziekenhuis de Cubaanse dissidente econoom Oscar Espinosa Chepe (1940 – 2013). Chepe was ooit Cubaans diplomaat in dienst van de Castro’s. Hij studeerde economie aan de Universiteit van Havana. In de jaren zestig was hij werkzaam bij het Landhervormingsinstituut (INRA), bij het Cubaans Centraal Planbureau en van 1965 tot 1968 was hij lid van de Economische Adviesgroep van Eerste Minister Fidel Castro.

Oscar Chepe en Miriam Leiva

Oscar Chepe en Miriam Leiva

Chepe: ‘In 1968 werd ik naar het platteland gestuurd om in de landbouw te werken. Reden was dat ik op het werk had duidelijk gemaakt van mening te verschillen over enkele economische kwesties in het land.’ Hij was daarna 14 jaar werkzaam  op de Cubaanse ambassade in Belgrado en was daar verantwoordelijk voor de samenwerking tussen Cuba en de Comeconlanden. In 1984 keerde hij naar Cuba terug, maar kwam steeds vaker in botsing met het regime. In Oost Europa leerde hij ook zijn echtgenote Miriam Leiva kennen die daar werkzaam was als Cubaans diplomate. In 1996 verloren beiden hun baan en werd Oscar tijdens een verhoor door de politieke politie ‘contrarevolutionair’ genoemd.

Oscar Chepe en Kees van Kortenhof

Oscar Chepe en Kees van Kortenhof

Kees van Kortenhof (voorzitter van Glasnost in Cuba) sprak hem veelvuldig tijdens zijn bezoeken aan Cuba en stelde het volgende artikel samen naar aanleiding van Chepe’s dood.

Chepe: ‘Tussen 1984 en 1987 was ik economisch adviseur in de Cubaanse ambassade van Joegoslavië. Daar leerde ik nieuwe socialistische economische theorieën kennen van mannen als Lieberman, Havemann, Medwejew en Luckacs. Oost-Europa was volop in beweging, de perestrojka en glasnost kwamen op en Gorbachov was inmiddels premier van de Sovjet Unie geworden. Toen ik in 1987 na een vakantie in Cuba naar Joegoslavië wilde terugkeren, werd me dat verboden’. In 1992 werd het eerste politiek proces tegen Chepe gevoerd en werd hij bestempeld als ’een contrarevolutionair sujet.’ Vier jaar later verloor hij zijn job en publiceerde vervolgens een aantal artikelen over de Cubaanse economie in de onafhankelijke pers en op diverse websites. In 2003 verscheen in Spanje zijn boek Crónica de un desastre / Kroniek van een Ramp en later Cuba, revolución o involución (2007) en in 2011 Cambios en Cuba: pocos, limitados y tardíos / Veranderingen in Cuba: weinig, klein en te laat. Ook had hij een programma op Radio Marti Charlando con Chepe / Spreken met Chepe.

Maart 2013: Oscar Chepe wordt weggevoerd door de geheime politie

Maart 2003: Oscar Chepe wordt weggevoerd door de geheime politie

Groep van 75
Op 19 maart 2003 was Oscar Chepe een van de 75 dissidenten die gevangen werden
genomen. Tijdens een proces een maand later werd hij ervan beschuldigd ‘activiteiten tegen de integriteit en de soevereiniteit van de Staat’ te hebben ondernomen.’ Hij zou geld van de Amerikaanse regering hebben geaccepteerd en er zouden 13.600 dollar in een van de zakken van zijn jas zijn gevonden. Chepe werd tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn vrouw, de onafhankelijk journaliste Miriam Leiva, zei dat hij daar 40 kilo aan gewicht was verloren en dat hij gevangen zat in een cel zonder ramen en zonder stromend water. Miriam werd actief in de beweging van de Damas de Blanco, die de vrijlating van hun gearresteerde familieleden wilde; de vrouwen woonden elke zondag de mis bij in de kerk van Santa Rita in Havana. Op 29 november 2004 werd Oscar Chepe na een gevangenschap van 19 maanden, samen met de dichter-journalist Raúl Rivero vrijgelaten. Gezondheidsredenen speelden daarbij een belangrijke rol.

9095.2.3626.2 001Veranderingen
Oscar Chepe was aanvankelijk gematigd optimistisch over de veranderingen die Raúl Castro wilde invoeren: ‘Raúl heeft natuurlijk niet de status van iemand als Fidel die een soort mythe is geworden. Maar we moeten het met Raúl doen. Hij is pragmatischer en minder ideologisch bezeten als zijn broer. Kijk naar de toespraak van Raúl op 26 juli vorig jaar. Hij sprak over de ramp in de landbouw. Hij wenst andere relaties met de VS. Inmiddels zit ėėn van de beste Cubaanse diplomaten Jorge Bolaños in de VS. Hij benoemt dingen die wij vanuit de oppositie ook steeds hebben gezegd.’  Chepe zette toen echter ook al een kanttekening: ‘Elk juridisch kader voor deze versoepelingen ontbreekt en dat betekent dat de hoopvolle signalen ook ieder moment weer gesmoord kunnen worden.’

Cuba aan de afgrond
In 2012 en dit jaar waarschuwde hij Raúl Castro voor het maken van nieuwe fouten en sprak zich uit voor de snellere uitvoering van de maatregelen. ‘Deze regering wekt de indruk dat het land verandert, maar het land bevindt zich op de rand van de afgrond.’ Hij verwees daarbij naar de afhankelijkheid van Cuba van het olierijke Venezuela. Dat land voorziet Cuba jaarlijks van 10 miljard dollar en dat is een aanzienlijk deel van de begroting die 61 miljard omvat. Hij geselde de Cubaanse regering omdat zij zich onvoldoende inspande de signalen van de nieuwe president Obama te beantwoorden vooral op het gebied van het reizen en hij was geschokt door de gevangenneming van de Amerikaanse burger Alan Gross in Havana.

Ook In Nederland werd actie gevoerd voor de vrijlating van Oscar Chepe en zijn 74 opgesloten collega. Hier een beeld van de demonstratie voor de Cubaanse ambassade in Den Haah in maart 1994

Ook In Nederland werd actie gevoerd voor de vrijlating van Oscar Chepe en zijn 74 opgesloten collega’s. Hier een beeld van de demonstratie voor de Cubaanse ambassade in Den Haag in maart 1994

Openhartig en direct
Oscar en Miriam waren open en direct; niet iedereen zowel in Havana als Miami, kon daarmee overweg. Drie jaar geleden noemde hij de hardliners in beide steden ‘de Taliban’. Dat kan de reden zijn dat beiden niet vaak werden genoemd in de kringen van de supporters van het Amerikaans embargo. Over de Cubaans-Amerikaanse Republikein Mario Díaz-Balart en zijn hardliners politiek, zei Oscar: ‘Als wij de politieke maatregelen van de hard-liners tegenover Cuba in Oost-Europa zouden hebben gevolgd, zouden we nog een Berlijnse Muur en zou de Bende van Vier in China nog steeds aan de macht zijn.’ Oscar Chepe was ervan overtuigd dat steun voor het Amerikaanse embargo de Cubanen in Miami de gijzelaar maakte van hun droom ooit terug te keren naar het Cuba van Batista in de jaren vijftig en hij verwierp hun kritiek op de leiding van de katholieke kerk in Cuba die via gesprekken en dialoog de vrijlating van politieke gevangen mede had mogelijk gemaakt.

Bloedige afloop
Houdt u rekening met een bloedig scenario?
Chepe: ‘Als het project van Raúl mislukt, valt dat niet uit te sluiten. Als de veranderingen uitblijven, groeit de frustratie. De keus is tussen hervormingen of chaos.’ (…) ‘Ik heb jarenlang geloofd in het paradijs van het socialisme, Cuba’. Vanwege die droom moest hij onder dictator Batista twee jaar lang dwangarbeid verrichten. De latere president van Cuba, Dorticos, was toen zijn advocaat. De machthebbers veranderden na 1959 van naam, maar gevangenissen bleven een vast onderdeel van het leven van Oscar Chepe. Oscar was een man van verzoening, die iedereen moest omvatten en hij bepleitte samenwerking tussen alle Cubanen die de gezinnen zou verenigen en die ‘een einde zou maken aan de animositeit in ons land die sinds 10 maart 1952 bestaat.’ *

Oscar Chepe in mei 2013

Oscar Chepe in mei 2013 in Madrid

Linken
Time Magazine publiceerde in juli een artikel ‘Terwijl het communisme zich hervormt, neemt het kapitalisme langzaam de roerend goedmarkt over’. Oscar Chepe komt in dit artikel ook aan het woord.

*  Op 18 april 2013 sprak Óscar Espinosa Chepe tijdens een bijeenkomst van de Fundación Hispano Cubana (Madrid) over de situatie in Cuba. Een maand eerder was hij in Spanje aangekomen samen met zijn vrouw Miriam Leiva voor een medische behandeling. Deel 1  (11 minuten) is evenals de overige delen op Youtube te zien.
* In gesprek met Oscar Chepe (Vimeofilm 12 minuten)

* Herdenkingsartikel vandaag op de website Diario de Cuba.

Noot
* Op 10 maart 1952 pleegde legerofficier Batista een staatsgreep, deze keer tegen president Socarras. De staatsgreep had plaats 3 maanden voor de verkiezingen, die hij zou verliezen, en ongeveer 20 jaar na zijn eerste staatsgreep. Voor die verkiezingen had zich een jonge advocaat, Fidel Castro, opgegeven, weliswaar niet voor de presidentsverkiezing maar voor een andere functie. De regering Batista werd door de VS goedgekeurd, kort hierop kondigde Batista, hoewel hij trouw had beloofd aan de Cubaanse grondwet, aan dat sommige rechten tijdelijk ingetrokken zouden worden en verbood eveneens het recht op staken.

Communistische jeugdleider: ‘Contrarevolutie heeft oog op de jeugd’

De nieuwe secretaris-generaal van de Unie van Jonge Communisten / Unión de Jóvenes Comunistas de Cuba (UJC), Yuniasky Crespo, zegt dat ‘de contrarevolutie het oog heeft gericht op de jeugd op het eiland’. Crespo (35) zegt dat dit een van de grootste zorgen is voor haar organisatie.  De dissidente publiciste Miriam Leiva constateert dat de nieuwe leiders van de communistische jeugdbeweging steeds ouder worden. Leiva constateert dat de leuzenpolitiek van de jeugdorganisatie een mislukking is geworden en dat steeds meer Cubaanse jongeren alle mogelijke voorwendsels verzinnen om te voorkomen tot de jeugdorganisatie te moeten toetreden.

Yuniasky Crespo is de nieuwe secretaris-generaal van de communistische jeugdbeweging

Crespo, de opvolger van de eveneens 35-jarige Liudmila Álamo die op 25 september werd vervangen, zegt in een interview met de krant Juventud Rebelde dat de organisatie geconfronteerd wordt met ‘veel uitdagingen’ zoals de nieuwe technologieën maar dat ‘zij daar niet voor wegloopt, integendeel.’ (…) ‘Nieuwe technologieën moeten bijvoorbeeld positief worden gebruikt, ten gunste van onszelf, de politiek, de jongeren en wat de Revolutie van ons verwacht,’ beklemtoont Crespo, die docent Marxisme-Leninisme en Geschiedenis is. ‘Wij leven niet in een glazen bol en we hebben te maken met allerlei invloeden van buiten’ en ‘wij worden geconfronteerd met allerlei elementen die te maken hebben met de globalisering.’ Een andere uitdaging vormt, volgens Crespo, de taak van de UJC ‘op termijn de opvolging van de kaders van de communistische partij  want ’als wij de Partij verliezen, verliezen wij de Revolutie.’

Julio Antonio Mella had in zijn tijd een groot charisma en was vooral bij de Cubaanse vrouwen zeer populair

Waar zijn de jongeren?
Publiciste en dissidente, Miriam Leiva constateert in een artikel op de website CubaEncuentro dat de leiding van de UJC, vergrijst. ‘Waar is de nieuwe man…..en de nieuwe vrouw? Julio Antonio Mella richtte op zijn 20ste in 1925 de  Partido Comunista de Cuba op. Frank País vormde ook zijn eigen organisatie, sloot zich aan bij de 26e Juli Beweging, nam de wapens op bij de bestorming van de Moncada-kazerne in Santiago de Cuba en leidde het clandestiene verzet ter ondersteuning van de guerrillero’s in de Sierra Maestra tussen 1956-57. Mella werd vermoord op 25-jarige leeftijd, Frank toen hij 23 was. Fidel Castro viel de Moncadakazerne aan toen hij 26 jaar was. Che Guevara sloot zich bij de milities aan tegen de staatsgreep tegen Jacobo Arbenz in Guatemala toen hij even oud was en Che was 28 jaar toen hij samen met Fidel voet aan land in Cuba zette. Deze mannen zijn modellen geweest voor de Unión de Jóvenes Comunistas.‘

Cuba’s president Raul Castro kreeg in 2010 bij de sluiting van het congres van de communistische jeugdbeweging een schilderij met de afbeeldingen van Che en Fidel aangeboden

Belangstelling jeugd gering
Miriam Leivia gaat verder in op de geringe belangstelling bij Cubaanse jongeren om tot deze organisatie toe te treden, waar slechts de leuzen tellen en de kritiekloze trouw aan de partij. Zij noemt de beslotenheid van partij en jongerenorganisatie en constateert dat bijvoorbeeld de wisseling van leiders in de top van de UJC een groot geheim is. Crespo’s voorganger was nog maar enkele jaren voorzitter van de jeugdorganisatie en verdween in september met een vijfregelig bericht op de tweede pagina van de partijkrant Granma. Leiva constateert dat er in vijftig jaar revolutie in Cuba niets veranderd is:

‘Vanaf de oprichting van de UJC op 4 april 1962 telt de organisatie 10 leiders. Een van hen, Luis Orlando Domínguez (1972-82), werd tot 20-jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens samenzwering en corruptie na een scherpe toespraak van Fidel Castro. Carlos Lage Dávila (1982-86), werd uiteindelijk een machtig vicepresident van het land tussen 1993 en 2009, maar werd weggewerkt. Roberto Robaina (1986-1993) die nieuwe manieren lanceerde om jongeren aan te trekken, bracht het tot Minister van Buitenlandse Zaken (1993-99), maar ook hij verdween van het toneel wegens corruptie en samenzwering alhoewel er noch een proces, noch een rechtzaak plaats vond. Victoria Velázquez (1994-97) werd vervangen vanwege corruptie en Otto Rivero Torres (1997-2004) werd nog vicepresident (2004 – 2009) van het land met als speciale opdracht de ideologische campagne Batalla de Ideas / De Slag om de Ideeën. Hij struikelde ook over corruptie. Het waren allemaal persoonlijkheden, die in de armen werden gesloten van de hoogste leiders van het land, maar eindigden in een stroom van laster en modder,’ aldus Leiva.

Linken
* Interview met Yuniasky Crespo in Juventud Rebelde
* De volledige Spaanstalige tekst van Miraim Leiva over de vergrijzing van de leiders van de UJC op de website CubaEncuentro.