Boekpresentatie van balletdanser Carlos Acosta gaat niet door

De presentatie in Havana van zijn boek Sin mirar atras / Niet achterom kijken van de Cubaanse balletdanser Carlos Acosta (42) is zaterdag niet doorgegaan. Volgens de website Diario de Cuba heeft de afgelasting te maken met beschuldigingen in het boek van racisme tegen de leiding van het Nationale Ballet en de directeur en de prominente en machtige balletvirtuoos in Cuba, Alicia Alonso (95).

carlos-acosta4

Carlos Acosta

Acosta’s boek zou worden gepresenteerd op de Zaterdag van het Boek / Sábado del Libro. Criticus Eduardo Heras León en uitgever Dania Pérez Rubio zouden op de inhoud van het boek reageren. In plaats daarvan werd nu het boek Un vals de adolescencia van de dichter Edel Morales, tevens vice-voorzitter van de staatsuitgeverij Instituut Cubano del Libro (ICL), gepresenteerd. In zijn boek beschrijft Carlos Acosta zijn leven als kunstenaar, zijn jeugd en familierelaties, zijn vorming en veranderingen als balletdanser en zijn  internationale ervaringen als balletvedette. Sinds 1998 was hij verbonden aan het Koninklijk Ballet in Londen en trad daarnaast incidenteel ook in Cuba op. In 2015 nam hij afscheid van het Engelse gezelschap en kreeg toen belangrijke onderscheidingen. Vervolgens vormde hij een nieuwe balletgroep in Cuba, die zich inschreef bij het Centrum voor Dans / Centro de Danza in Havana en die 12 leden telt. Hij zei toen zich helemaal te willen toeleggen op choreografie. Bij terugkeer in Cuba bood hij aan fondsen te verzamelen voor de verwaarloosde gebouwen van de Nationale School voor Kunsten in Havana, daterend uit de beginjaren van de revolutie. In conservatieve kringen werd hij er toen van beschuldigd zijn eigen particuliere dansschool te willen beginnen.

alicia-alonos-Tamara Rojo and Acosta - Alonso, 88 in 2009

Tamara Rojo (links), Alicia Alonso (midden) en Carlos Acosta bij de 88ste verjaardag van Alonso in 2008

Alicia Alonso
Niemand van de staatsuitgeverij ICL wilde reageren op het niet doorgaan van de presentatie, maar het besluit werd genomen tijdens een bijeenkomst waar de directeur Kunst en Literatuur, Víctor Malagón, de voorzitter van de ICL, Zuleica Romay en een vertegenwoordiger van Alicia Alonso. (95) aan deelnamen. Alicia Alonso was de oprichter in 1955 van het Nationaal Ballet van Cuba en verwierf een wereldfaam als danseres en choreograaf. Met werken als het Zwanenmeer en de  balletversie van Carmen boekte zij wereldwijd succes. Alonso is ook een getrouwe volgeling van de Castro-broeders en heeft ook op internationale fora de dictatuur verheerlijkt. Zo steunde zij in 2003 de arrestatie en processen tegen 75 mensenrechtenactivisten en de executie van twee Cubaanse jongeren die een boot kaapten om het land de ontvluchten. De onafhankelijke journalist Jorge Ángel Pérez schrijft op de website Cubanet: ‘Het is ongelofelijk  dat een monarchie die zich vroeger, ondermeer in de persoon van koningin Isabella II bezighield met slavenhandel, dat deze monarchie nu deze zwarte balletdanser uit Cuba onderscheidde met de Most Excellent Order of the British Empire, terwijl de gerontocraten op dit eiland, die deze kunstenaar zagen opgroeien, verhinderen dat hij een boek presenteert dat hij zelf schreef.’

Link
* Op 4 december 2013 publiceerde deze Cubaweblog: Alicia regeert het ballet zoals Fidel het land

Waarom vluchten Cubaanse balletdansers?

Deze vraag stelt Fernando Ravsberg, voormalig correspondent van BBC Mundo en op dit moment eindredacteur van zijn eigen website. Aanleiding is het feit dat bijna 10 balletdansers op tournee in Puerto Rico hun heil zochten in Miami. Ravsberg vraagt zich af waarom iemand die vrij het eiland kan verlaten toch op de vlucht slaat. Her volgt – enigszins samengevat – de kern van zijn betoog.
Ook Alicia Alonso (94), die ooit het Nationaal Ballet van Cuba oprichtte, heeft zich na enkele dagen stilzwijgen, uitgelaten over het vertrek van de balletdansers. Zij grijpt naar het wapen dat de orthodoxe communistische leiders in Cuba altijd hanteren tegen hen die afwijken. Ze beledigt de dansers, zet grote vraagtekens bij hun ballettechniek en spreekt vol minachting over hen als ‘de tweede garnituur.’ Alicia Alonso was zelf in Puerto Rico waar de balletvoorstelling door de media werd geprezen. Blijkbaar ging de diva van het Cubaanse ballet op tournee met dansers van de ‘tweede garnituur’.

Alicia Alonos: 'Kan de laatste die vertrekt dit laten weten. Dan kan ik het licht uitdoetn.

Alicia Alonso: ‘Kan de laatste die vertrekt dit laten weten. Dan kan ik het licht uitdoen.'(Cartoon Garrincha)

De hervorming van de emigratiewetten maakte geen einde aan illegale vertrekken, de vluchten via snelle motorboten naar Miami en de clandestiene oversteek van de grens tussen Mexico en de VS van sportlieden, kunstenaars, medici, balletdansers en musici. Deze eilandbewoners zijn niet meer geneigd tot illegale praktijken dan anderen, maar hebben deze nodig om hun American Dream in vervulling te zien gaan. De in de VS geldende wet Ajuste Cubano levert hen de voordelen op van die van een vervolgde politicus. Daartoe moeten zij – in tegenstelling tot de rest van de immigranten – Amerikaanse grondgebied aanraken waarna ze ‘als vervolgde politici’ worden beschouwd die ‘vluchten voor het communistisch regime.’ Het is opmerkelijk dat meer dan 500.000 ‘politieke ballingen’ die in de VS wonen in 2013 hun vakantie door brachten in Cuba ondanks hun politieke opvattingen. Cubaanse artsen krijgen moeilijk een visum voor de VS als ze die aanvragen bij de Amerikaanse vertegenwoordiging in Cuba, maar Washington bepaalde dat iedereen zal worden geaccepteerd als hij of zij werkzaam is tijdens een internationale missie in een ander land en daar deserteert.

Dubbel voordeel
Het doel is tweeledig: men benadeelt de inkomsten voor de economie van Cuba en maakt tegelijkertijd anticastristische propaganda. Toch zijn het slechts een tiental Cubanen op de meer dan 10.000 Cubaanse artsen die op dit moment in Brazilië werkzaam zijn, die op deze manier naar Miami ontkomen. Dat is logisch want ook artsen hebben tegenwoordig geen reden meer om illegaal het land te verlaten. Zij kunnen ook emigreren, desgewenst met hun gezinnen en kunnen hun bezittingen in Cuba behouden voor het geval ze willen terugkeren als het in het buitenland te tegenzit.

Sport
In de sport gebeurt iets vergelijkbaars. Cubaanse honkballers kunnen gecontracteerd worden voor de Major Leagues in andere landen, maar de VS verbieden dit als zij in Cuba willen gehuisvest blijven. Mexico volgt dit beleid omdat, zoals de voorman van het Mexicaanse honkbal, Plinio Escalante, erkende ‘wij deel uitmaken van de Nationale Associatie die afhankelijk is van de Major Leagues van de VS.’

Onvrede
De groep balletdansers heeft bij aankomst in Miami gezegd dat hun vlucht te maken heeft met ‘de onvrede die er op het eiland bestaat over het regime.’ Maar een van de dansers Rayssel Cruz zei dat ze wegging omdat ‘de situatie binnen het ballet precair en frustrerend is omdat er weinig mogelijkheden zijn uit te groeien tot de eersten in het ballet, en dat de weinigen dat slechts bereiken door zeer directe vriendschap met enkele vooraanstaanden.’ Al langer wordt er gesproken over problemen binnen het ballet en de dansers kunnen gelijk hebben, maar deze zaak heeft weinig te maken met politiek. Het is in elk geval een intern conflict. Elk jaar besluiten gemiddeld 5 dansers in het buitenland te blijven – sinds 2007 35 in totaal – en deze ‘deserties’ zullen doorgaan zolang er een wet bestaat in de VS die hen beloont met een verblijf, sociale voordelen en aandacht via de media. Ondertussen leidde de nationale balletschool 800 nieuwe balletdansers op om degenen die niet terugkeerden te vervangen. Sommigen van hen hebben ook een contract met andere gezelschappen zoals Carlos Acosta die ook danst bij het Royal Ballet van Londen. Er zijn er zoveel en op zoveel plaatsen dat men hen wel de Russen van de 21ste eeuw noemt. (Bron: Ravsberg, 12 juni 2014)

Alonso: ‘Tweede garnituur’

'Alicia Alonso regeert het ballet zoals Fidel het land ', aldus de kritiek van leden van het ballet een jaar geleden in een Open Brief

‘Alicia Alonso regeert het ballet zoals Fidel het land ‘, aldus eerdere kritiek van leden van het ballet.

Volgens de directeur van het Ballet Nacional de Cuba, Alicia Alonso, zijn de gevluchte jonge balletdansers ‘dansers van de tweede garnituur, hun vlucht zal het gezelschap artistiek geen schade toebrengen. Het zijn jonge dansers in ontwikkeling en zij schieten nog sterk te kort wat betreft hun hoog technisch niveau,’ aldus Alonso in de partijkrant Granma. ‘De wereld van het ballet is overal ter wereld in beweging, maar in het geval van het Nationaal Ballet manipuleert men veel,’ aldus de klagende Alonso. Ze benadrukt dat de jongeren ‘verblind zijn en geloven in een veelbelovende toekomst, maar volgens de statistieken zijn de meesten die het gezelschap verlieten gefrustreerd en staan op straat.’

Noot
* Op 4 december 2013 publiceerde deze weblog ‘Alicia regeert het ballet zoals Fidel het land’
Citaat: Eind november schreven leden van het Nationaal Ballet van Cuba een brief aan directeur Alicia Alonso (93) over de werkomstandigheden en de vriendjespolitiek in het gezelschap. Al in 1984 protesteerde een groep van Cubaanse ballerina’s omdat balletvirtuoos Alicia Alonso het ballet bestiert ‘zoals Fidel Castro de rest van het land.’ Dat herinnert zich Regina Coyula, lid van het Cubaans balletgezelschap van destijds. Zij was een van de dansers die in ‘dat Orwelliaanse jaar 1984’ hun stem verhieven. In een gezamenlijke actie van Alicia Alonso, de toenmalige partijideoloog Carlos Aldana en de politieke politie G2 werden zij gedwongen het Cubaans ballet te verlaten. Zie verder een samenvatting van het artikel van Regina Coyula op de website Diario de Cuba van 1 december 2013.

Link
* Website van Fernando Ravsberg: Cartas desde Cuba 

‘Alicia regeert het ballet zoals Fidel het land’

Eind november schreven leden van het Nationaal Ballet van Cuba een brief aan directeur Alicia Alonso (93) over de werkomstandigheden en de vriendjespolitiek in het gezelschap. Al in 1984 protesteerde een groep van Cubaanse ballerina’s omdat balletvirtuoos Alicia Alonso het ballet bestierde ‘zoals Fidel Castro de rest van het land.’ Dat herinnert zich Regina Coyula, lid van het Cubaans balletgezelschap van destijds. Zij was een van de dansers die in ‘dat Orwelliaanse jaar 1984’ hun stem verhieven. In een gezamenlijke actie van Alicia Alonso, de toenmalige parij-ideoloog Carlos Aldana en de politieke politie G2 werden zij gedwongen het Cubaans ballet te verlaten. Hier volgt een samenvatting van het artikel van Regina Coyula op de website Diario de Cuba van 1 december 2013.

aliciaalonso9Coyula constateert dat de aard van de klachten van nu gelijk is aan die in 1984: slechte accommodaties, slecht eten tijdens de internationale reizen van het gezelschap en de vriendjespolitiek waarmee de deelnemers aan internationale tournees werden uitgezocht. ‘Want het was weliswaar de tijd van de internationale solidariteit met Nicaragua, maar iedereen praktiseerde het internationalisme bij voorkeur in Europa.’ En de hoofdrollen in balletstukken? ‘Die lagen toen ook al onder vuur want velen werden verkozen niet vanwege hun danskwaliteiten, maar vanwege bestaande vriendschappen en politieke loyaliteiten.’

Onaangepasten
De ‘onaangepasten’ van het protest in 1984 beschikten over uitstekende leiderskwaliteiten en hadden prestige, maar ook de militanten uit de communistische jeugdbeweging UJC bezaten die. In de klaslokalen, in de kleedkamers en achter het toneel heerste een gespannen sfeer, maar de critici werden allemaal geneutraliseerd door dreigementen of door presentjes. Onze dansers leefden beter dan de meerderheid van de Cubanen, maar vergeleken met collega’s uit het buitenland at men slecht, voelde men zich misbruikt en haalde men allerlei trucs uit om alsnog een beter salaris te krijgen. Al jarenlang konden balletdansers op elke hoek van de straat buiten Cuba een contract tekenen zonder dat een substantieel deel van het salaris naar het Ministerie van Cultuur ging –  een royaal gebaar dat we te danken hebben aan onze Absolute Prima Ballerina – , maar dit leidde tot een een uittocht richting ballingschap van leden van het balletgroep.’

Fidel spelt Alicia in 2009 een medaille op

Fidel spelt Alicia in 2009 een medaille op

Stijl Alicia en Fidel
Coyula constateert dat er niet veel veranderd is, maar ‘ik zou willen dat de samenstellers van de brief van 2013 zouden kunnen vechten voor hun artistieke rechten en hun arbeidsrechten zonder anoniem te blijven.’ Zij concludeert dat er overeenkomsten bestaan in de stijl waarmee Alicia Alonso en Fidel Castro leidinggeven. Beiden leiden hun territorium als een rechtbank, zijn omringd door onvoorwaardelijke volgelingen die klaar staan hen stroop om de mond te smeren, soms uit gemakzucht, soms uit overtuiging. ‘De onderdrukten hadden een ambivalent haat-liefde verhouding ontwikkeld tegenover deze moederlijke patriarch. Maar wee degene die een besluit ter discussie durfde stellen, of vragen te stellen bij haar leiderschap.’ Coyula beschrijft hoe ‘beschamend’ het wel niet was om nadat de kritiek was onderdrukt, te zien hoe dansers en danseressen de volgende dag aanklopten aan de deur van de kleedkamer van de diva en haar toevertrouwden dat zij natuurlijk de enige koningin van het gezelschap was.

Nagel in mijn rug
Mijn persoonlijke relatie met Alicia was goed tot een receptie die Fidel Castro aan het Nationaal Ballet van Cuba aanbood na een succesvolle internationale tournee. Bruzon, een van de persoonlijke lijfwachten van Castro, kwam naar me toe en zei me dat Fidel graag wilde spreken met jonge balletdansers. Ik riep er enkele bijeen waaronder ook enkele ‘onaangepasten’ die aan het protest hadden deelgenomen. Wij gingen naar een rustiger lokaal. Castro sprak met Alice en haar echtgenoot, Sonia Calero, Alberto Alonso toen Bruzon het gesprek onderbrak om met de groep jongeren te kunnen spreken. Op aanwijzing van de lijfwacht werden we één voor één voorgesteld aan Fidel die ons vragen stelde. Op dat moment voelde ik de roze geschilderde nagel van Alicia in mijn rug. Dat betekende problemen. ‘Hij weet wie ze zijn,’ snauwde ze me toe.

Alicia Alonso  in 1971  tijdens een bijeenkomst in de Universiteit van Oost- Cuba

Alicia Alonso in 1971 tijdens een bijeenkomst in de Universiteit van Oost- Cuba

De volgende dag werd Coyula’s baas op het kantoor van Carlos Aldana geroepen. Aldana was de bewaker van de ideologie van de revolutie en was velen malen genoemd als opvolger van Fidel Castro. Uiteindelijk verloor hij al zijn posities bij staat en partij. Het was nu een zaak van de partij geworden voor ‘hen die niet wilden luisteren’ en Alicia had bij hem aangedrongen op het ontslag van Coyula. ‘ Aldana wist maar al te goed dat er sprake was van een van Alicia’s woede-aanvallen. Mijn baas steunde me maar uiteindelijk kon ik vanwege ‘de Oude’  niet langer bij het ballet blijven. Alle muiters van toen wonen nu in het buitenland en willen niet langer de waarheid geweld aandoen.’

Linken
* Cubaencuentro publiceerde een ander artikel over Alicia Alonso
* Deze Cubaweblog (van 23 november 2013) over de petitie van Cubaanse balletdansers

Cubaanse balletdansers eisen betere salarissen en werkomstandigheden

In Cubaanse kunstkringen circuleert op dit moment de tekst van een petitie waarin een groep leden van het Nationaal Ballet van Cuba – op toernee in Spanje – de directrice en oprichter Alicia Alonso, oproepen om de werkomstandigheden en salarissen in de wereldberoemde balletgroep te verbeteren. Ook worden bepaalde privileges en financiële malversaties in het ballet bekritiseerd, vooral die van de algemeen manager Oscar Pérez.

Raul Castro bij een balletvoorstelling in 2010

Raúl Castro met rechts van hem Alicia Alonso in 2010 bij een balletvoorstelling

In de mail wordt gemeld hoe Oscar Pérez op een ‘dreigende en weinig menselijke manier’ de leden van de balletgroep duidelijk maakte dat ze niet hoefden te rekenen op een extraatje en dat er ‘niet langer over gepraat mocht worden’. De opstellers van de mail vragen zich af waarom zij niet delen in de winst van ‘het bedrijf’ dat in Cádiz 26.000 euro’s binnenhaalde. Zo’n extraatje bestaat meestal uit 50 euro per persoon aan het einde van een buitenlandse reis. ‘Wat voor schade berokkent een bedrag van 4.000 tot 5.000 euro’s aan de winst van het gezelschap. Het betekent een minuscuul cadeau nadat wij drie maanden hebben gedanst, ons land en met name ons gezelschap roem bezorgden en niet onder de meest ideale arbeidsomstandigheden,’ zeggen de ondertekenaars van de petitie. Vooral de jongere dansers zouden een betere behandeling willen. Zij willen echter anoniem blijven omdat ze vrezen ontslagen te worden. Zij spreken van ‘jarenlange verwaarlozing door de leiding van het ballet.’

Begin 2013 deserteerden de balletdansers Ariadnni Martín,Randy Crespo, Annie Ruiz Díaz y Luis Víctor Santana en maklen nu carriere in Amerikaanse balletgroepen

Begin 2013 deserteerden de balletdansers (van links naar rechts) Ariadnni Martín, Randy Crespo, Annie Ruiz Díaz en Luis Víctor Santana. Zij maken nu carriere in Amerikaanse balletgezelschappen.

Privileges
De kritiek op Oscar Pérez betreft o.a. het feit dat zijn vrouw met de balletgroep naar Spanje meereisde; tussen 7 september en 28 oktober was zij in Madrid. Zij en haar man bezochten regelmatig dure warenhuizen, ‘winkels met artikelen waar 98% van de balletgroep slechts van kan dromen’, aldus de petitie.

Eten, kopen en sparen
‘Alicia, wij hebben in omstandigheden gewerkt die u zich niet kunt voorstellen, soms 14 uur aan één stuk in slechte en ongemakkelijke autobussen. God mag weten wat we aten want de 30 dollar die we dagelijks krijgen is onvoldoende om te eten, dingen te kopen en te sparen. En dat moet want in Cuba, dat weet u, is het leven niet gratis.’
Onvrede onder leden van het balletgezelschap wordt meestal zichtbaar via deserties. In mei staken 7 leden van het ballet de grens met Mexico over om politiek asiel in de VS aan te vragen. Ook de balletpromotor Osiel Gouneo verliet dit jaar Cuba, maar discreter. Hij maakt nu deel uit van het Nationaal Ballet van Noorwegen samen met zijn landgenoten Yolanda Correa en Yoel Carreño. In Canada bleven in 2011 5 leden van de groep achter.

Alicia Alonos debteerde in 1943 in het Metropiltaan Theather in New York in het Zwanenmeeer

Alicia Alonso debuteerde in 1943 in het Metropolitaan Theater in New York in het Zwanenmeeer

Alicia is het Cubaanse ballet
Het Nationaal Ballet van Cuba, bij oprichting in 1948 ook Ballet Alicia Alonso genoemd, bestaat uit 225 dansers, docenten, choreografen en specialisten. Sinds de oprichting maakte de groep 172 reizen naar 60 landen, waaronder Nederland. Daar werden 625 werken gepresenteerd. Alicia Alonso zei ooit dat de groep, opgericht samen met haar broers Fernando y Alberto Alonso, ‘loopt als een trein die in 1948 vertrok, maar geen haltes kent, die voort dendert en alle plekken ter wereld bezocht.’
Alicia Alonso (92) was begin deze maand in New York om haar 70-jarige debuut te vieren in het Zwanenmeer dat op 2 november 1943 in het Amerikaans ballet Theater in New York plaats vond. Zij keerde op 10 november in Havana terug. De tournee van het Nationaal Ballet van Cuba begon op 7 september en wordt op 2 december afgesloten; de groep doet o.a. Barcelona, Madrid, Alicante, Granada, Murcia, Sevilla, San Cugat, Pamplona, San Sebastián, Bilbao, Albacete, Valladolid  en Avilés aan.

Link
* Het artikel van Ivette Leyva Martínez op de website Café Fuerte bevat ook de volledige tekst van de petitie.

Balletpionier en leraar Fernando Alonso (98) overleden

De voormalige balletdanser en oprichter van de School voor het Cubaanse Ballet, Fernando Alonso, is gisteren op 98-jarige leeftijd in Havana overleden, aldus een bericht van de Cubaanse staatstelevisie. De oorzaak van zijn dood werd niet genoemd. Zaterdag en zondag konden Cubanen zijn lichaam de laatste eer bewijzen; het lag opgebaard in het Nationaal Theater van Havana. Het Cubaanse journaal noemde Alonso ‘de meester van een generatie ballerina’s’ in Cuba en de wereld en de schepper van de befaamde ‘methode van de Cubaanse school’ voor de opleiding van het klassieke ballet.’

Alicia en haar ex-man ontvangen bloemen van leerlingen van het Cubaans ballet

Alicia en haar ex-man Fernando ontvangen bloemen van leerlingen van het Cubaans ballet

Alonso werd op 27 december 1914 in Havana geboren en studeerde ballet met leraren als Mijail Mordking, Mijail Fokine en Alexandar Fedórova. Hij debuteerde in 1937 als balletdanser in de Mordking Ballet Company. Later zou hij worden gecontracteerd door de American Ballet Caravan, geleid door George Balanchine, het American Ballet Theater en het Russisch Ballet van Monte Carlo.

Wereldfaam
Hij trouwde met de ballerina Alicia Alonso en richtte in 1948 met haar en hun broer Alberto Alonso, het Alicia Alonso Ballet op, dat later zou veranderen in het Nationaal Ballet van Cuba. Dat leidde hij tot 1975 toen hij scheidde van Alicia. Hij werd daarna directeur van het balletgezelschap in Camaguey. Fernando Alonso gaf lessen in de VS, Rusland, Brazilië, Bulgarije, Argentinië, Mexico, Uruguay, Venezuela, Colombia, Peru en China. In 2000 kreeg hij de Nationale Prijs voor de Dans in Cuba en in 2008 de theaterprijs van het Bolsjoi Theater in Moskou, die wel de Oscar van het ballet wordt genoemd.

Bron
* Persbureau EFE

Zeven Cubaanse balletdansers blijven in de VS

Zeven leden van het Cubaans Nationaal Ballet hebben hun gezelschap tijdens een tournee in Mexico verlaten om de wijk te nemen naar de Verenigde Staten. Zes van hen staken de Mexicaanse grens bij Texas over en zijn nu in Miami. Daar vroegen ze de Amerikaanse autoriteiten om politiek asiel.

Van links naar rechts:  Ariadnni Martín, Randy Crespo, Annie Ruiz Díaz y Luis Víctor Santana están in Miami.

Van links naar rechts: Ariadnni Martín, Randy Crespo, Annie Ruiz Díaz en Luis Víctor Santana in Miami.

´Het is de moeilijkste beslissing ooit door mij in mijn leven genomen, maar wij denken niet aan het verleden maar aan de toekomst,’ zegt de 24 jarige ballerina Annie Ruiz Díaz. ‘Wij hebben besloten een beter artistiek en economisch leven te zoeken voor onze gezinnen.´ Met Ruiz, reisden Ariadnni Martín (20), Randy Crespo (22), Luis Víctor Santana (23) Edward González, (23) en José Justiz (20) naar de VS.

Samen verder
‘Er komt een moment waarop men besluit te ontsnappen, ondanks het feit dat je je familie achterlaat en men niet weet wanneer je terug kan keren om hen weer te zien,’ zegt Crespo. ‘Wij wilden samen ontsnappen, want wij denken dat wij elkaar kunnen helpen bij het beginnen van een nieuw leven.’ De delegatie van het Nationaal Ballet kwam op 17 maart in Mexico aan. Tussen 20 en 24 maart trad men op in Cancún, Playa del Carmen en Chetumal. De reisversoepelingen die de regering Castro in januari doorvoerden, kennen uitzonderingen voor vooraanstaande kunstenaars en sportlieden.