JFK: flyers, radio-en-tv en moordplannen tegen Cuba

Uit de vrijgegeven 2.892 documenten van de Nationale Veiligheidsraad (NSC) blijkt dat Operatie Mongoose – een project van geheime Amerikaanse anti-Cuba-initiatieven – erop gericht was de regering van Fidel Castro tijdens de Koude Oorlog ten val te brengen.

kennedy0fbi-edgar-hoover-robert-kennedy

President Kennedy (links), FBI-chef Edgar Hoover (midden) en Robert Kennedy (rechts).

Uit een document uit 1962 dat afgelopen week werd gepubliceerd, kan de conclusie worden getrokken dat de Nationale Veiligheidsraad plannen maakte om het personeel van de Sovjet-Unie in Havana aan te vallen en te intimideren. Het plan bevat geen nadere details. Ook worden in de VS plannen gemaakt om oogsten te doen mislukken met ‘biologische bestrijdingsmiddelen die van natuurlijke oorsprong lijken te zijn’. Adviseur McGeorge Bundy schrijft: ‘maak je geen zorgen om dit type van sabotage.’ (…) ‘Ze kunnen het resultaat lijken te zijn van een lokale besmetting of een natuurramp.’

fidel-castro-eiland-van-de-jeugd-lee-lockwood-1965.jpgd

Fidel Castro (1965) op het Eiland van de Jeugd, Foto: Lee Lockwood

Chemische middelen
Mc Bundy adviseert voorzorgsmaatregelen te voorkomen om neveneffecten zoals het vrijkomen van chemische middelen, te voorkomen. Ook wordt door de Nationale Veiligheidsraad de mogelijkheid onderzocht explosieven aan anti-Castro Cubanen te geven, flyers vanuit ballonnen op het eiland te strooien en Castro-vijandige radio-uitzendingen vanuit onderzeeërs te verzorgen. Ook werd de mogelijkheid overwogen om in te breken op lokale radio-en televisiezenders, maar de Veiligheidsraad zag daar vanaf na een advies van de journalist Edward R. Murrow, die zei dat het ‘in het algemeen niet rendabel zou zijn om een dergelijke elektronische oorlog uit te lokken.’’

Bron
* Persbureau AFP, 28 oktober 2017

Linken
* Algemeen Dagblad, 27 oktober 2017: JFK-documenten vol sappige details;  seksfeestjes en één ton om Fidel Castro te vermoorden. Het is cadeautjes uitpakken voor de Amerikaanse media die zich met honderden journalisten op de JFK-files hebben gestort.
* Brenan Weiss van Business Insider, 27 oktober 2017: The US government planned to drop leaflets in Cuba encouraging people to kill Fidel Castro for just 2 cents.
*  De Morgen, 23 oktober 2017: ‘JFK-files’ bijna openbaar: dit zijn de grootste complottheorieën.

NPR-website, 27 oktober 2017: JFK Documents Highlight Talks On Clandestine Anti-Cuba Ops

1962: de Cubaanse rakettencrisis

rakettencrisis1962-jij-hebt-meer-pijn-dan-ik

Chroesjtsjov tegen Fidel Castro: ‘Dit zal jou meer pijn doen dan mij’. Cartoon van Edmund S. Valtman

Vijfenvijftig jaar geleden in oktober 1962 ontstond er een serieuze dreiging van een atoomoorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie, vanwege de plaatsing van raketten met atoomkoppen op Cuba. Er volgde een week met dreigingen, concessies, een blokkade en geheim diplomatiek overleg. Zondag 28 oktober bleek een keerpunt in de crisis, toen Radio-Moskou bekendmaakte dat de Sovjet-Unie gevolg zou geven aan de eisen van de VS en de schepen met raketten, rechtsomkeert zouden maken.

Fidel’s limousine als taxi in Havana?

Het bericht dat de limousines uit de Sovjet-Unie die ooit werden gebruikt door Fidel Castro, nu rond rijden in Havana als taxi’s, is onwaar. Volgens Fidel’s voormalige lijfwacht Juan Reinaldo Sánchez is hier sprake van een knappe publiciteitsstunt van het staatsbedrijf CubaTaxi om toeristen te verleiden extra dollars uit te geven.

De ZIL 115 werd door de Ooost-Duitse dictator Honecker gebruikt

De ZIL 115 werd door de Oost-Duitse dictator Honecker gebruikt

Juan Reinaldo Sánchez zegt dat dit bericht dat eind juni werd verspreid, onjuist is en ontkent categorisch dat de limousine ZIL 115 nu in Havana rondrijdt en dat toeristen $100 tot $140 neerleggen om in de vermeende wagens van Fidel Castro rond te rijden. Hij wijst op de grote verschillen tussen de limousines die nu voor toeristen in Havana worden gebruikt en het model waarin Fidel Castro werd rondgereden. Citaat: ‘De wagens die nu worden verhuurd door CubaTaxi maakten deel uit van de vloot die het Ministerie van Buitenlandse Zaken gebruikte voor recepties en protocollaire aangelegenheden. Maar ze zijn nooit gebruikt door de dienst die verantwoordelijk was voor de Persoonlijke Veiligheid van de Cubaanse leider.’ (* zie noot 2)

In deze auto werd Fidel Castro gereden bijvoorbeeld bij zijn bezoek aan het Centrum voor Kindercardiologie William Soler in Havana. De man rechts in het groene uniform is Juan Reynaldo Sánchez.

In deze auto werd Fidel Castro gereden bijvoorbeeld bij zijn bezoek aan het Centrum voor Kindercardiologie William Soler in Havana. De man rechts in het groene uniform is Juan Reynaldo Sánchez.

Zoals je kunt zien hebben de auto’s waarin Castro reed, allerlei nikkelen onderdelen en het voorfront van de auto verschilt volledig van de auto’s die nu door toeristen worden gehuurd. Castro had drie van deze auto’s, de ZIL-115 met voor elke auto een eigen chauffeur: René Vizcaino Cruz, Angel Figueroa Peraza en Jesús Castellanos Benítez. Deze wagens waren gepantserd tot de cabine en de ruiten toe.

Dit zijn de limousines die tegenwoordig door Cuba Taxi worden gebruikt

Dit zijn de limousines die tegenwoordig door Cuba Taxi worden gebruikt

De Sovjet Unie begon in 1972 met de productie ervan en stopte deze in 1988; daarna gebruikte Castro wagens van Mercedes Benz. De ZIL is ongeveer 6 meter lang, twee meter breed, heeft een V-8 engine 7.6 liters en weegt 3.6 ton. De wagen kan in 13 seconden een snelheid van 60 km bereiken.

 

Geschenk Nikita Chroesjtsjov
auto-zil111Er is ook nog een ander ZIL (model 111), met open dak en grijsgroen, die werd vooral gebruikt voor de ontvangst van presidenten. Het was een geschenk van de Russische leider Nikita Chroesjtsjov aan Fidel Castro. Deze werd alleen gebruikt voor protocollaire activiteiten. Toen Fidel Castro besloot geen gebruik meer te maken van auto’s uit Rusland, ondermeer omdat ze niet meer werden gefabriceerd, ging de hele vloot naar de werkplaatsen van de afdeling Persoonlijke Veiligheid, waar ze werden opgeslagen. Daar staan ook alle andere wagens die Fidel Castro tijdens zijn leven heeft gebruikt zoals de Oldsmobile uit de jaren zestig, de drie Alfa Romeo’s die hij daarna reed en de reeds genoemde ZIL’s. Ook worden daar de auto’s bewaard van Celia Sánchez, Camilo Cienfuegos en Ernesto Che Guevara. Sánchez stelt zich de vraag wie het verhaal in de wereld bracht dat dollartoeristen zouden kunnen rondrijden in de auto die Fidel Castro en zijn entourage ooit heeft gebruikt: ‘Ik reed heel wat jaren in deze ZIL-limousines rond, begeleidde Castro op al zijn reizen door het land en ben bekend met het kleinste detail van deze wagens. Deze auto’s huren met de gedachte dat zij ooit het bezit waren van de voormalige machthebber is hetzelfde als het kopen van een valse kaart tegen een veel te hoge prijs.’

Noot
coverla-vie-cachee-de-fidel-castro_4904605* Juan Reinaldo Sánchez was tussen 1968 en 1994 bodyguard van Fidel Castro. Hij was kolonel, maar werd ontslagen en zat enige tijd in een Cubaanse gevangenis. Hij slaagde erin te ontsnappen en woont nu in Miami. Zijn ervaringen tekende hij op samen met de journalist Axel Gylden, in een recent verschenen boek La vida oculta de Fidel Castro. Zie ook de Cuba weblog van 23 mei 2014.

Noot
*   Een bezoeker van de website Cafe Fuerte voegt er nog aan toe dat het eerder om een afgeleid model van de ZIL gaat. Dit model stond bekend als Chaika en werd gebruikt door medewerkers van de Cubaanse geheime dienst.

Bronnen
Website Cafe Fuerte met de uitspraken van Juan Reinaldo Sánchez
*  Op stap in een limousine van Fidel, ABC, 24 juni 2014

Carlos Fuentes over ‘de perfecte uitvlucht van Fidel Castro’ (2)

Carlos Fuentes een zijn gedicht over het onbekende karakter van de dood


Groeiende onverdraagzaamheid

Maar er was iets something rotten in dit rijk van Denemarken. De groeiende interne onverdraagzaamheid in naam van staatsveiligheid veranderde al snel in groeiende externe afhankelijkheid ten aanzien van de optie die de Koude Oorlog altijd aanbood aan de Derde Wereld: de Sovjetmacht. De rakettencrisis van 1962 stond op het punt de derde en laatste wereldoorlog te ontketenen. Alleen de vastberadenheid en kundigheid van Kennedy die tegelijkertijd zijn eigen militaire establishment en de avontuurlijke Nikita Chroesjtsjov weerstond, redde ons van de ramp. Maar voor Castro was de teerling geworpen. ´Nikita, mariquita, lo que se da no se quita´ (Nikita, mietje, ooit gegeven is gegeven), geroepen tijdens massale betogingen in de straten van Havana, bleef geen kreet. De steun van Castro aan de Sovjetinvasie van Tsjecho-Slowakije zorgde ervoor dat de overeenkomst definitief werd: van een kolonie van Spanje en de Verenigde Staten, werd Cuba een klant, satellietstaat van de Sovjet-Unie op het Amerikaanse continent. Zoals Turkije de voorpost van de VS was, zo zou Cuba de voorpost in het westen van de Sovjet Unie worden.

Sovjettanks tijdens een militaire parade in Havana (1962)

Economische ramp
De intolerantie, de dissidentenvervolging, Patria o Muerte (Vaderland of de Dood), waren misschien toelaatbaar geweest als de revolutionaire retoriek een minimum van economische efficiëntie had toegevoegd. Zo ging het niet. De revolutionaire economie begon als een ramp en eindigde als een ramp. De enorme productieve krachten van Cuba – intellectueel kapitaal, knappe koppen op economisch gebied, onuitputtelijke rijkdommen, vruchtbare grond – werden opgeofferd voor domme en exotische dogma’s. De agrarische hervorming, vanaf het begin geleid door de intelligente en vaderlandslievende Núñez Jiménez, eindigde in een tegenstelling: in naam van een geschifte ‘gelijkheid’ beroofde ze de steden van agrarische producten en de boer, zonder enige stimulans, staakte de productie; de stad en het platteland werden ten gronde gericht. De grootse op de Sovjet-Unie gebaseerde industrialisatieprojecten, vulden Cuba met oude Russische machines die behalve stokoud ook nog eens ongeschikt waren voor de tropen. De industriële diversificatie vond niet plaats. Terwille van het dogma stierf het kleinbedrijf, het restaurant, de familiezaak. De visrijkdom werd niet benut. Oliebronnen bevonden zich daar niet. Nikkel is alleen de naam voor een muntje van vijf cent van de gringo’s. Zoals altijd, bleef alleen de suiker over.

1961 Nikita Khrushchev en president John F. Kennedy

Afhankelijkheid blijft
Na een halve eeuw Revolutionaire triomf, blijft Cuba een afhankelijke natie. Maar omdat men niet meer op de steun van de Sovjets kan rekenen, deed men een beroep op de weg die ook dictator Batista bewandelde: het toerisme en de prostitutie. De tekortkomingen wijt men aan het Noord-Amerikaanse embargo. Maar Cuba kon rekenen op een jaarlijkse subsidie van miljarden dollars van de Sovjet-Unie. En nu zien we hoe met zichtbaar ongenoegen van Noord-Amerikaanse bedrijven en dankzij de twee meest stomme en arrogante wetgevingsbesluiten van de Verenigde Staten tegen Cuba, Europese investeerders zich haasten om de mogelijke economische ruimte in het  post-Castro tijdperk te vullen. De Helms-Burton wet die sancties oplegt aan buitenlandse beleggers in Cuba, haalt geen onteigende goederen terug naar de Verenigde Staten. Het zou een goede wet zijn die Groot-Brittannië had kunnen gebruiken tegen de VS voor de onteigening van Engelse goederen tijdens en na de onafhankelijkheidsoorlog. En het commerciële embargo dat de VS meer schade toebrengt dan Cuba, geeft Castro mogelijk de perfecte dekmantel voor zijn eigen bestuurlijke inefficiëntie. Castro heeft nooit een tekort gehad aan goede adviezen. Het is voldoende te wijzen op de aanbevelingen van Carlos Solchaga tijdens de regeringsperiode van Felipe González in Spanje: een voortreffelijk plan van evenwicht tussen socialistische principes en efficiënte handelwijzen, een plan met meer evenwicht dan autoritair kapitalisme met een Chinese stijl.

Een billboard tegenover de Amerikaanse vertegenwoordiging in Havana met de toenmalige Amerikaanse president G.W. Bush, de rechts-extremist Posada en Adolf Hitler

Amerikaanse bullebak
Men zou daarom kunnen vermoeden dat Fidel Castro zijn Noord-Amerikaanse vijand als dekmantel nodig heeft om zijn eigen mislukkingen te verdoezelen en om de steun van het volk te behouden tegen het Noord-Amerikaanse imperialisme en misschien ook, om zijn eigen vertrek van deze wereld voor te bereiden midden in een Numancia in vlammen waarin samen met hem -‘Patria o Muerte’- miljoenen Cubanen sterven. Het feit is dat elke keer dat een Noord-Amerikaanse president – Carter, Clinton – een verkennende vredesduif naar Cuba stuurt, Fidel ervoor zorgt dat hij de duif schietend neerhaalt. Fidel heeft daarom waarschijnlijk zijn Amerikaanse bullebak nodig. En in George W. Bush vindt hij die perfecte bullebak, alsof Hollywood hem gestuurd zou hebben. George W. Bush, de evangelische boodschapper van het Goede met hoofdletter G, heeft slechteriken nodig voor zijn grote dramatische theatervoorstelling Axis of Evil / De As van het Kwaad, die, eenmaal begonnen in Irak, niet zal wachten om zich uit te breiden naar Syrië, Libanon, Noord-Korea en op het Amerikaanse continent, naar Cuba.

De Peruaanse schrijver Vargas Llosa (links) en zijn vrouw, Carlos Fuentes, Juan Carlos Onetti, Emir Rodriguez Monegal en Pablo Neruda (rechts) in 1966

Vervalste handtekeningen
Castro, op zijn beurt, kiest het meest kritieke moment aan het einde van de Koude Oorlog om 75 dissidenten vast te zetten en te veroordelen tot in totaal 1.500 jaar gevangenschap. Het gaat verder: hij executeert in totaal drie vluchtelingen die een schip gekaapt hadden om Cuba uit te vluchten. José Saramango, vanouds solidair met de Cubaanse Revolutie, zegt in een eerlijke en vurige verklaring: ‘Tot hier ben ik gekomen, maar niet verder’. Ik leg de grens zelf bij dat moment in 1966 dat de bureaucratie van de Cubaanse literatuur, gemanipuleerd door Roberto Fernández Retamar om zijn bureaucratische promotie te versnellen en ervoor te zorgen dat zijn rechtse verleden vergeten werd, Pablo Neruda en mij veroordeelde voor het bijwonen van een congres van de internationale PEN-Club, toentertijd geleid door Arthur Miller. Dankzij Miller kwamen er voor het eerst schrijvers uit de Sovjet-Unie en Centraal-Europa naar de Verenigde Staten om een dialoog te voeren met hun Westerse partners. Neruda en ik verklaarden dat dit bewees dat op literair gebied de Koude Oorlog te overwinnen was. Maar Retamar kwam met door hemzelf opgestelde verklaring, ondertekend door Cubaanse schrijvers, waarin hij ons beschuldigde te bezwijken voor de vijand. Het probleem, zo vertelde hij ons, was niet de Koude Oorlog maar de klassenstrijd en  wij waren bezweken voor de verleidingen van de klassieke vijand.

Vervalste handtekeningen
Het waren niet deze belachelijke redenen die bij Neruda en mij tot verontwaardiging leidden maar het feit dat Zjdanov Retamar* de namen van vrienden van ons op de lijst had gezet, zoals Alejo Carpentier en José Lezama Lima, die niet eens geraadpleegd waren. Daarnaast werden er namen toegevoegd van anderen die blijkbaar Latijns-Amerikaanse schrijvers wilden voorschrijven waar naar toe te gaan, waar niet naar toe te gaan, wat te zeggen en wat te schrijven. Neruda schaterde om sergeant’ Retamar die ik heb opgenomen in mijn roman Cristóbal Nonato als  El Sargento del Tamal .

Positie Fuentes
Ik behield de positie die ik tot vandaag de dag in stand houd: tegen de onterende en imperialistische politiek van de Verenigde Staten tegen Cuba. En tegen de onterende en totalitaire politiek van de Cubaanse regering tegen zijn eigen burgers.
Ik ben Mexicaan en ik accepteer ook voor mijn land het diktat van Washington niet. Maar ik wil ook niet het Cubaanse voorbeeld overnemen met zijn verstikkende dictatuur zonder pers, opinies, afwijkende meningen of vrije verenigingen. Ik complimenteer Saramango met het stellen van zijn grens. Dit is de mijne: tegen Bush en tegen Castro.

Noot
* Deze tekst schreef Carlos Fuentes voor het tijdschrift Encuentro de la Cultura Cubana en verscheen op 16 april 2003 ook in de Mexicaanse krant Reforma.

NB

Eduardo Galeano (links), schrijver en journalist uit Uruguay met de Cubaanse “Zjdanov’ Roberto Fernández Retamar (1930) in januari 2012 in Havana

De Zjdanovdoctrine of Zjdanovisme was een culturele doctrine opgelegd door de Sovjetautoriteiten. De doctrine werd ontwikkeld door Andrej Zjdanov in 1946. De Zjdanovdoctrine hield in dat de wereld was verdeeld in twee kampen: een imperialistisch deel geleid door de Verenigde Staten van Amerika en een democratisch deel geleid door de Sovjet-Unie. Elk land moest een kant kiezen, neutraliteit in de doctrine was onmogelijk. De Zjdanovdoctrine veranderde snel in een cultureel beleid. Dat hield in dat artiesten, kunstenaars, muzikanten, schrijvers en denkers naar het denkbeeld van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie moesten werken. Dit beleid werd enigszins versoepeld na de aanstelling van Nikita Chroesjtsjov. De resolutie uit 1946 was gericht tegen twee literaire bladen; Zvezda en Leningrad. Deze zouden apolitiek, individualistisch en bourgeois zijn. Carlos Fuentes spreekt in bovenstaand artikel over Zjdanov Retamar, de Cubaanse cultuurpaus die alle zuiveringen in de Cubaanse kunstenaarswereld overleefde en ook nu nog een vooraanstaande rol speelt. In werkelijkheid heet hij Roberto Fernández Retamar.