Ideeënstrijd of ideologische oorlogsvoering?

De afgelopen weken publiceerde deze Cubaweblog diverse berichten over de  verwijdering van scholen en universiteiten van studenten en docenten wegens hun afwijkende politieke opvattingen. Het overkwam ook andere Cubanen, zoals de medewerker van het Museum voor Moderne Kunsten in Havana die vlak na de dood van Fidel Castro liet weten niet te zullen rouwen en vervolgens werd ontslagen. Fernando Ravsberg van de website Cartas desde Cuba publiceerde een opvallende tekst over deze nieuwe heksenjacht. Ravsberg staat positief tegenover de revolutie en onderhoudt goede contacten met hervormingsgezinde personen en groepen in het land. Hij werd de afgelopen maanden dan ook scherp aangevallen door pro-regime blogs als La Pupila Insomne. Ravsberg maakt zich vooral zorgen over de schadelijke gevolgen van al deze incidenten voor het internationale imago van Cuba. Hier volgt zijn tekst.

eerste-mei-daniel-llorente-2017

Opposant Daniel Llorente met Amerikaanse vlag, 1 mei 2017

De gewelddadige reactie op de rennende dissident die op de Eerste Mei een Amerikaanse vlag ontvouwde, was de laatste van een serie misplaatste reacties. Hij werd opgepakt en geslagen. Midden op het Plein van de Revolutie, op de viering van de Eerste Mei en in het zicht van de journalisten. Dit beeld ging de wereld over en dat was nu juist de bedoeling van de opposant. Hij ‘stal de show’, dankzij de niet te onderschatten hulp van hen die hem besprongen toen hij de vlag ontvouwde en die hem voor de camera’s van de belangrijkste persbureaus van de wereld, enkele stompen gaven. Wat zou er zijn gebeurd als niemand zijn sprint over het Plein had belemmerd? Het zou niet meer dan een anekdote zijn geweest zijn, die de beweringen van de regering zou ondersteunen wanneer deze de dissidentie beschuldigt, huurlingen te zijn in dienst van het land met de vlag van sterren en strepen.

universiteit-karen-perez-gonzalez

Karla María Pérez González

Onderwijsinstellingen
Kortgeleden is een studente verwijderd van de hogeschool in Villa Clara die journalistiek studeerde. Het argument luidde dat ‘de universiteit er voor de revolutionairen is.’ Haar foto ging de wereld over en leidde tot afkeuring, ook onder sympathisanten van de revolutie. De verwijdering van de jeugdige Karla María Pérez** van de Universiteit van Las Villas, omdat zij tot een dissidentengroep behoorde, was een daad die opnieuw het beeld van Cuba beschadigde. Als het team voor psychologische oorlogsvoering van de CIA een zaak had moeten opzetten, had zij geen betere kunnen bedenken. Het gaat om een 18-jarige jongere met een engelachtige uitstraling, die verstoten wordt van een Cubaanse universiteit omdat zij de denkbeelden van de regering niet deelde, ‘het perfecte slachtoffer’. De Universiteit van Havana bleef niet achter. Twee docenten, van Economie en Rechten werden om duistere redenen ontslagen. Ze schreven artikelen voor buitenlands media (dat is legaal) en hielden kantoor in een gebouw aan de Malecón.

Omar-Everleny-Perez

Omar Everleny Pérez

Eén van hen, Omar Everleny Pérez, woont nog steeds in Cuba, maakt reizen over de hele wereld, van Japan tot de VS en verbreidt overal zijn kennis en opvattingen over de Cubaanse economie op universiteiten maar nooit op Cubaanse. Wie won en wie verloor er met zijn verwijdering?

Advocaat
De advocaat Julio Fernández werd voor de keus gesteld publiekelijk zijn denkbeelden te verspreiden of af te zien van dit recht van elke burger. In het laatste geval zou hij docent kunnen blijven. Nu schrijft hij voor OnCuba maar geeft geen colleges meer aan de Universiteit. Toen de wervelstorm over Baracoa raasde, zamelde een groep jonge journalisten geld in en reisden naar het rampgebied om verslag uit te brengen over de ramp. Als reactie werden zij gearresteerd. Een onbeduidend voorval werd zo een nieuwsbericht in de wereldpers. Deze collega’s van Periodismo de Barrio werden vrijgelaten zonder dat een aanklacht tegen hen werd geformuleerd. Waarom zijn ze dan aangehouden en vastgezet? Als het gebied niet bezocht kon worden, had men hen moeten verbieden te gaan. Is er iemand die denkt dat dit schandaal Cuba iets oplevert?

Lichamelijk geweld

Fernando-Ravsberg4

Ravsberg

Kortgeleden dreigde men mij de tanden uit de mond te slaan als ik niet ‘fatsoenlijk’ zou schrijven. Het was een officialistische journalist die de bedreiging publiceerde. Is er niemand die kan schatten wat voor schade deze krachtpatserij berokkent aan het beeld van Cuba?

Dubbelzinning
Men kan enerzijds niet toestaan dat er in Cuba niet-officiële websites bestaan (zoals OnCuba, redactie) en tegelijkertijd jongeren straffen die daaraan meewerken. Dat wijst op politieke bipolariteit die moeilijk te begrijpen valt. In Holguín haalde een ander schandaal de media toen collega José Ramírez Pantoja uit de officiële journalistenvakbond werd gezet omdat hij op zijn persoonlijke blog de woorden van de onderdirecteur van de partijkrant Granma had afgedrukt, uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de beroepsgroep. En dan was er de druk die werd  uitgeoefend op jonge journalisten in Villa Clara die samenwerken met niet-officiële digitale media. Dat leidde er toe dat zij een publiekelijk gemaakte protestbrief schreven die de hele wereld overging. Ondanks de politieke schade, blijft dit beleid onveranderlijk. Blogs van politieke extremisten, betaald met overheidssteun, herhalen keer op keer dat wie geen revolutionair is, een contrarevolutionair is, dat wil zeggen dat wie niet met hen is, de vijand is.

pers-orkest-garrincha

De samenzang van pers en partij. Cartoon Garrincha

Gevaarlijke polarisatie
En dat is een uitgangspunt dat leidt tot een gevaarlijke maatschappelijke polarisatie. Het zijn dezelfden die blinde eenheid bepleiten, een karikatuur van de werkelijke eenheid die er tussen mensen kan bestaan. De eenheid gebaseerd op diversiteit is het enige bindmiddel die het mozaïek van een natie kan verenigen. Men heeft mij geleerd dat generaal Pyrrus  in 275 v. Chr. een overwinning behaalde, die zoveel inspanning kostte dat ze dezelfde uitwerking had als een nederlaag. De pyrrusoverwinningen van de meest extreme sectoren kunnen in ons land tot hetzelfde resultaat leiden.

Bron
* Cartas desde Cuba, Fernando Ravsberg, 4 mei 2017
Noot
** Karla María Pérez is vandaag in Costa Rica aangekomen. Ze maakt gebruik van de uitnodiging van de krant EL Mundo om daar haar studie af te maken.

De economische uitdaging voor Cuba in 2017 (deel 2)

Volgens de econoom Carmelo Mesa-Lago is het grootste probleem ‘de centralistische planning die  door de hervormingen van Raúl Castro maar een beetje is gewijzigd’. In 2016 werkten 15% van alle Cubaanse werknemers buiten de staatssector; nu is dat cijfer gestegen tot 30%. Econoom en onderzoeker Omar Everleny Pérez wil dat de interne markt in Cuba wordt versterkt en vrijgelaten. ‘De ontwikkeling van kleine en middelgrote bedrijven is een dwingende noodzaak omdat enkel het scheppen van rijkdom de mogelijkheid biedt meer rijkdom te herverdelen,’ zegt hij.

mariel-zona-especial-de-desarrollo-mariel-a-45-kilometros-de-la-habana

Het Speciale Ontwikkelingsproject Mariel, 45 kilometer van Havana

Carmelo Mesa-Lago: ‘De belangrijkste hervorming die Raúl invoerde in de landbouw was de uitreiking door de staat van grond voor particulier gebruik. De staat beschikt over een enorme hoeveelheid niet in productie gebrachte grond. Zij bleef eigenaar, maar gaf de boeren toestemming die te bewerken. Het probleem is dat de contracten voor korte tijd, tien jaar, werden gesloten en daarmee ontmoedig je nieuwe investeringen in de grond,’ aldus de academicus. Beide economen wijzen op het Chinese en Vietnamese model. Mesa-Lago ziet een mogelijkheid in het Vietnamese model waarbij de grond voor 50-jaar in bruikleen wordt gegeven. ‘Er is geen enkele technische reden die ons verbiedt het model van Vietnam te gebruiken, mits toegepast met de nodige aanpassingen.’ De Cubaanse regering heeft ‘angst de economische controle te verliezen en die is bij de productie reductie van voedsel fundamenteel.’ (…) ‘ Cuba kent het zogeheten acopiosysteem waarbij de staat een verplicht quotum oplegt voor de opbrengst van de oogst. Dat kan oplopen tot meer dan 70% van de totale opbrengt van de oogst, die overgedragen wordt aan de staat die er een prijs voor betaalt lager dan de marktprijs. Dat is ook niet motiverend,’ aldus Mesa. ‘Het is een probleem van voorraadvorming. De regering wil zeker zijn voldoende voedsel te hebben dat via het rantsoeneringsboekje wordt verspreid. Wanneer die producten uit de rantsoenering worden gehaald en vervolgens op de vrije markt worden verkocht, kan de prijs verdriedubbelen. Zonder het acopiosysteem zou er meer geproduceerd worden en hebben de Cubanen meer geld om voedsel op de markt te kopen zoals in China gebeurde’. Hij wijst erop dat de producenten daar zelf besluiten wat ze zaaien en of ze verkopen aan de bevolking of de staat. Ook de prijs stellen zij zelf vast. Voor rijst werd een uitzondering gemaakt omdat het een basisproduct is in China. De concurrentie leidde tot lagere prijzen. Met een hogere productie moet de prijs dalen.’

Economische experimenten
Everlyn: ‘Cuba is wellicht uniek. Men heeft veel geïnvesteerd in menselijk kapitaal maar toch is de economische groei zeer beperkt. Dat is anders bij de economische experimenten in andere landen sinds de jaren zestig zoals Japan, Zuid-Korea, Singapore, Maleisië of de meer recente socialistische experimenten in China en Vietnam.’ De oplossing ligt in de ontwikkeling van een interne markt zoals gebeurde in China. Everleny: ‘De ontwikkeling van een sterke interne markt is meer dan noodzakelijk. Dat deed men in China in tijden van een externe crisis. Men versterkte de interne markt en dat bood zicht op economische groei, maar dit element is afwezig in het economisch beleid van Cuba.’

Cuba Market Reforms

Mangoverkoop op straat

Negatieve factoren
Voor Mesa-Lago ligt de oorzaak van de economische verslechtering in interne economische factoren hoewel hij ook verwijst naar de situatie in Venezuela en de afnemende groei in China, de twee belangrijkste handelspartners van Havana. Een factor van zorg is de suikerrietoogst die nauwelijks de 2 miljoen ton haalt terwijl eerder sprake was van 8,5 miljoen ton. Dan is er de nikkelprijs, een van de belangrijkste exportproducten van Cuba, die op wereldniveau stagneert. En de groei van het toerisme (in 2015 3,5 miljoen personen met de verwachting van een groei naar 4 miljoen in 2016) is onvoldoende om de economie op te stuwen.‘De groei van het toerisme kan de terugval in andere sectoren niet compenseren,’ aldus Mesa-Lago. Verder is het commerciële handelstekort in Cuba gegroeid omdat de export van diensten en professionals (artsen, verplegers en leraren) met landen als Venezuela, Brazilië en Angola daalde.

Linken
Interview met Carmelo Mesa-Lago in Clarín, 9 december 2016  
* Interview met Omar Everleny, persbureau IPS, december 2016  

Noot
* Monreal Gonzalez, Pedro (2016).“ El plan de desarrollo hasta el 2030. ¿Cuadran los plazos y las cuentas?. Website Cuba Posible, Havana 2016.

De economische uitdaging voor Cuba in 2017 (deel 1)

‘De economische crisis die Cuba nu doormaakt, is anders dan in de jaren negentig toen de Sovjet-Unie verdween, maar is de grootste sinds die tijd’, aldus Carmelo Mesa-Lago, econoom en emeritus-hoogleraar aan de Universiteit van Pittsburgh in een interview met de Argentijnse krant Clarin. En de Cubaanse econoom en onderzoeker Omar Everleny Pérez Villanueva zegt in een interview met persbureau IPS in Havana dat met verwachte groeicijfers in 2016 van 0,4% en in 2017 van 2% de noodzakelijke economische groei zal uitblijven.

carmelo-mesa-lago4

Carmelo Mesa-Lago

Mesa-Lago: ‘De verwachtingen op korte termijn zijn niet goed’. De groei van het Bruto Intern Product bedroeg in 2015 4,4%. De geschatte cijfers voor 2016 wijzen op stagnatie of lichte terugval en die zullen in 2017 nog groter zijn.’ Everleny: ‘Cuba moet grote veranderingen in zijn economie doorvoeren om de structurele problemen vanaf 2017 de baas te blijven,’ waarschuwt hij en hij wijst op mogelijke gevolgen wanneer het embargo voortduurt. Hij stelt een onmiddellijke aanpassing voor van de huidige economische planningen. Hij acht het noodzakelijk dat kleine– en middelgrote ondernemingen worden gestimuleerd, dat buitenlandse investeringen worden toegestaan, de salarissen worden verhoogd en de buitenlandse en interne investeringen meer kansen krijgen, bijvoorbeeld door de uitgifte van waardepapieren, bonussen en een variabele rente. Bovendien moeten meer beroepen vrij kunnen worden uitgeoefend en moeten de autoriteiten massief gebruik van internet toestaan.

Afremmen

cuentapropistahorlogemaker

Een Cubaanse horlogemaker, een beroep dat sinds 2006 vrij kan worden uitgeoefend.

‘Niet langer moeten de productiekrachten worden geremd, vaak ingegeven door politieke of ideologische redenen waardoor de groei van de rijkdom van het land wordt vertraagd,’ voegt hij er aan toe. Vier elementen zijn voor Everleny van belang: men kan niet met de rug naar de markt staan, niet alles kan staatseigendom zijn, er moeten autonome bedrijven ontstaan en de mythe moet worden uitgeroeid dat de markt synoniem is aan privé-eigendom. Hij gelooft ook dat de dood van Fidel Castro de mogelijkheid schept ‘na te denken over de noodzaak om over meer financiële bronnen te kunnen beschikken om de bereikte sociale verworvenheden te handhaven.’ Mesa-Lago ziet op zijn beurt mogelijkheden tot economische groei in de dienstensector, de biotechnologie en de export van voedsel.

De hervormingen van Raúl Castro
Mesa-Lago: ‘De hervormingen van Raúl zijn positief. Het probleem is dat ze zeer langzaam, extreem langzaam verlopen. (…) We zijn nu in 2016, negen jaar sinds de hervormingen in 2007 werden ingezet. En nog zijn er geen merkbare effecten te bespeuren in de economie, zoals de regering van Cuba zelf erkent,’ zegt Mesa-Lago in het dagblad Clarín. Everleny valt hem bij. Het is hoogstnoodzakelijk ‘snelle en succesvolle oplossingen te zoeken.’ Men moet ‘het ritme van de belangrijkste veranderingen ingezet door de regering van Raúl Castro opvoeren.’

cuentapropista-kaartlezer-kathedraal

Kaartlezeres in de omgeving van de kathedraal van Havana

Waardevolle beroepen
De ontwikkeling in de sector buiten die van de staat, zoals Raúl Castro die voorstaat, schiet tekort, aldus Mesa-Lago. ‘Men staat slechts kleine zelfstandigen toe in laag gekwalificeerde beroepen. Op de lijst met 201 beroepen als cuentapropista die de regering opstelde, komen vullers van aanstekers, waterverkopers, fietsbewakers, goochelaars en kaartleggers voor. Slechts enkele beroepen op de lijst vragen meer opleiding zoals boekhouders, onroerend goedhandelaren en tolken. Maar over het algemeen zijn het beroepen met geringe kwalificaties en extreem lage productiviteit,’ aldus Mesa-Lago.

omar-everleny2-jpg

Omar Everleny Pérez

Linken
Interview met Carmelo Mesa-Lago in Clarín, 9 december 2016  
* Interview met Omar Everleny, persbureau IPS, december 2016  
Ómar Everleny Pérez, vooraanstaand econoom en pleitbezorger van economische veranderingen in Cuba, werd in april ontslagen bij het Centro de Estudios de la Economía Cubana van de Universiteit van Havana. Hij werd er o.a. van beschuldigd zonder toestemming gesprekken te hebben gevoerd met collega’s uit de VS.

Econoom had foute contacten met VS

Humberto Blanco Rosales, directeur van het Centrum voor Studie van de Cubaanse Economie / Centro de Estudios de la Economía Cubana (CEEC) in Havana, was in april de eerst verantwoordelijke voor het ontslag van de hervormingsgezinde econoom Omar Everleny Pérez. Reden: Everleny Pérez onderhield contacten met ‘buitenlanders’ en beroepsmatige contacten met buitenlandse instituten, vooral met die in de VS. Nu blijkt volgens een reportage van de kritische website 14ymedio, dat Blanco Rosales zelf in de VS verblijft. Hij volgt een programma aan het Instituto de Estudios Latinoamericanos de la Universidad de Columbia (ILAS) in New York.

humberto-blanco-rosales-director-del-centro-de-estudios-de-la-economia-cubana-ceec-de-la-habana

Humberto Blanco Rosales

Everleny Pérez werd internationaal gezien als een van de architecten van de hervormingsmaatregelen van de regering van Raúl Castro. Hij is o.a. lid van de adviesraad van de Nederlandse non-profitorganisatie Credit4Cuba. Een medewerker van het CEEC vraagt zich af ‘hoe het mogelijk is dat hij (Blanco Rosales) een econoom van dit kaliber van de universiteit kan verwijderen vanwege contacten met de Amerikanen en nu zelf met een visum deelneemt aan een academische uitwisseling in de VS?‘  Dezelfde medewerker zegt verder dat het ontslag van Pérez ook te maken had met de veelvuldige contacten van Everleny met de media zonder dat CEEC daar toestemming voor gaf. Ook werd hem ‘gebrek aan verantwoordelijkheidszin en nonchalance’ verweten toen hij een conferentie organiseerde voor de computeruniversiteit Universidad de Ciencias Informáticas (UCI) in Havana. Vooral de toon waarop Everleny Pérez met de jeugdige studenten sprak, beviel de docenten met een militaire achtergrond en de leden van de communistische partij niet. De conferentie zou het pessimisme onder jongere generaties hebben aangewakkerd en zou ‘te kritisch’ zijn geweest over de voorzichtige hervormingen onder Raúl Castro.

bezoek-obama-zaal-gran-teatro22032016

Op 22 maart 2016 zou Obama het woord voeren in het Gran Teatro van Havana

‘Schade Obamabezoek’
Volgens deskundigen past het ontslag van Pérez binnen het beleid van de autoriteiten om na het bezoek in maart van president Obama de ‘schadelijke gevolgen van dit bezoek’ in te dammen. De aftrap werd toen gegeven door de voormalige president Fidel Castro in zijn brief aan Broeder Obama. Pérez werd al eens eerder verwijderd van het CEEC, waarvan hij een van de oprichters was, namelijk toen hij bedankte als lid van de communistische partij. Het duurde daarna vier jaar voor hij weer naar dit instituut kon terugkeren. De website 14ymedio heeft geprobeerd contact te leggen met directeur Rosales, maar die reageert niet op de mails die hem werden gezonden. Het programma waar Rosales aan deelneemt bij de Universiteit van Columbia wordt gefinancierd door de Open Society Foundations en de Ford Foundation. De Open Society Foundation wordt geleid door George Soros. Soros’ activiteiten worden in de gecontroleerde Cubaanse media scherp bekritiseerd vanwege zijn betrokkenheid bij de vakbond Solidarnosc in Polen, de Fluwelen Revolutie in Tsjecho Slowakije en de Arabische Lente. De website Cubadebate publiceerde op 11 september 2016 scherpe kritiek op Soros’activiteiten die werden omschreven als een verlengstuk van de Amerikaanse buitenlandse politiek.

jose_ramirez_pantoja-periodista_expulsado-radio_holguin-upec-onderscheiding-felix-elmuza

Pantoja na afloop van een eerder congres van de UPEC waar hij de onderscheiding Felix Elmuza ontving.

Ontslag radiojournalist bekrachtigd
Een tribunaal in Holguín heeft afgelopen vrijdag het ontslag van Ramírez Pantoja, journalist werkzaam bij Radio Holguín, bekrachtigd. Pantoja werd eerder ontslagen omdat hij een tekst publiceerde van een collega van de partijkrant Granma,  Karina Marrón. Zij had gewaarschuwd voor ‘protest in de straten’ als de economische omstandigheden in het land niet zouden verbeteren. Zij refereerde o.a. aan de opstand aan de Malecón in 1994, die bekend werd als Maleconazo. Marrón, onderdirecteur van Granma, had deze woorden uitgesproken tijdens een congres van de officiële journalistenbond UPEC. Pantoja benadrukte tijdens de rechtzitting dat hij orthodoxe opvattingen huldigt. ‘De vijanden van de Revolutie zullen zich haasten om te zeggen dat wanneer Cubaanse journalisten de waarheid afdrukken, zij hun werk verliezen. Ik vraag dit tribunaal om onze vijanden niet dat gelijk te gunnen’. Op 29 september had de ethische commissie van de journalistenbond Pantoja al voor 5 jaar het lidmaatschap van de bond ontnomen. De enige mogelijkheid voor Pantoja om zijn werk terug te krijgen, is een beroep dat wordt behandeld op een komend congres van de UPEC.

Bron
* 14ymedio, 22 oktober 2016

Is Cuba klaar voor het MKB? (deel 2)

Wie in Cuba actief wil worden in de wereld van het MKB heeft ook met tegenwind te maken. Vivian Hernández Torres, advocaat en secretaris van de Cubaanse Vereniging van Constitutioneel- en Bestuursrecht, merkt op dat het MKB te maken heeft met scherpe concurrentie en daarom in de rest van de wereld een zekere steun (financiering, advies….) ontvangt van de overheid. Dit maakt het mogelijk de nadelen van de midden- en kleine bedrijven ten opzichte van de grote industrie te compenseren. ‘In Brazilië is er de Braziliaanse Rijksdienst die de particuliere ondernemers adviseert o.a. met het aanbieden van cursussen, workshops, faciliteiten om de ondernemers te leren de markt te bestuderen, de haalbaarheid van hun handel te overzien en andere elementaire kwesties. Hier bestaat dat niet, of als het al bestaat dan op zeer beperkte wijze.’

cuentapropista-Niuris Higueras, propietaria del restaurante Atelier de La Habana, en marzo de 2016

Niuris Higueras, eigenaresse van het restaurant Atelier in Havana

Verder is het ondernemers niet toegestaan te im- of exporteren, en ze kunnen niet op een groothandelsmarkt rekenen. Deze combinatie leidt er toe dat leveranties een onzeker en kritiek punt zijn. Evenmin is de macro-economische omgeving een steun in de rug voor de middenstand in opkomst door de oude bureaucratische problemen, de tweemunten- en wisselstelsel, prijsvorming….. ‘De beperkingen wat betreft groei en snelheid zijn erg groot’, verzekert Alfredo Rosales Diaz, artistiek leider van Havana Workshop Estampa. Ook het geldende kredietbeleid en de aard van sommige belastingen (zoals boetes opleggen bij het aannemen van meer werknemers) werken niet mee.

Werknemersrechten
‘Alles moet nog geregeld worden, absoluut alles’, zegt de advocate Vivian Hernández Torres. ‘We worden geconfronteerd met een  situatie de facto en een probleem de jure: de feiten tonen aan dat het MKB in Cuba bestaat, maar de wet heeft er zich tot nu toe doof voor gehouden.’ Hernandez Torres merkt op dat de categorie privébezit jaren geleden uit de wetgeving verdween en nu weer zal moeten terugkeren. ‘Dat vereist op de eerste plaats een op handen zijnde grondwettelijke hervorming. En aangezien het om fundamentele veranderingen gaat zullen die aan een volksreferendum moeten worden voorgelegd.’ Een van de meest terugkerende zorgen betreft de werknemers – niet de eigenaren- , die vaak geen bescherming genieten wat betreft hun rechten en arbeidszekerheid. Op zeker moment werd vermeld dat de niet- gouvernementele sector 40 % van de werkgelegenheid in het land kon bereiken, benadrukt Humberto Blanco, directeur van het Centro de Estudios de la Economia Cubana / Centrum voor Studies Cubaanse Economie. ‘Bedenk eens wat dat betekent als 4 op de 10 personen niet langer voor de staat werken. Daar zit een enorme transformatie achter.’ Het totaalbeeld wordt (nog) complexer als we de beroepsmigratie naar de private sector in ogenschouw nemen, waar de werknemers, ondanks het feit dat hun activiteiten zich kenmerken door hun lage toegevoegde waarde, meer stimulansen krijgen.

sindicatosdeCarpinteerodecember2009

Onafhankelijke vakbonden worden in Cuba door de staat niet erkend. Hier leden van een onafhankelijke bond van timmerlieden.

Taak overheid
‘Opdat de middelgrote en kleine ondernemingen in Cuba een rol van betekenis zullen spelen is het noodzakelijk dat de overheid aan de verbinding met de rest van de grote industrie, speciaal de staatsindustrie, bijdraagt’, adviseert Everleny Pérez Villanueva**. Het veronderstelt ook het scheppen van een autonome identiteit, gericht op de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen, evenals financiële instellingen voor microkrediet die op dit marktsegment gespecialiseerd zijn. Ondertussen zal de analyse groeien en zich vermenigvuldigen. ‘In processen zoals dat waar wij in zitten is consensus hoogst belangrijk,’ vat Blanco samen, ‘vooral wat betreft onderwerpen die we nog nooit hebben besproken. We zullen, bijvoorbeeld, moeten spreken over wat we verstaan onder concentratie van de rijkdom; met zijn allen, want we hebben het over ons land, onze toekomst.’

Bron
* Progreso Semanal: ¿Llegan las PYMES a Cuba?  Eileen Sosin Martínez, 27 augustus 2016

Noot
** Omar Everleny Pérez, vooraanstaand econoom en pleitbezorger van economische veranderingen in Cuba, werd begin april ontslagen bij het Centro de Estudios de la Economía Cubana van de Universiteit van Havana. Ómar Everleny (56) zou zonder toestemming gesprekken hebben gevoerd met collega’s uit de VS. Hij maakt ook deel uit van de adviesraad van de Nederlandse non-profitorganisatie Credit4Cuba.

Is Cuba klaar voor het MKB? (deel 1)

Een tijdje geleden hadden economen al gewaarschuwd: een groot deel van de particuliere ondernemingen / cuentapropistas  in Cuba zijn de categorie van zzp’er ontstegen en zijn nu midden- en kleinbedrijven (MKB). ‘Het lijdt geen twijfel dat de huidige zzp’er naar een hoger plan is gestegen en alleen nog maar tijd nodig heeft zijn mogelijkheden te bewijzen’, aldus onderzoeker Omar Everleny Pérez Villanueva.[1] In april becommentarieerde president Raúl Castro dit thema tijdens de opening van het VIIe Partijcongres en riep op ‘niet de toevlucht te zoeken in onlogische eufemismen om de waarheid te verdoezelen.’ Een maand later ontketende de publicatie van twee  documenten van het congres – waarin expliciet het privébezit wordt erkend – een golf van verwachtingen en artikelen, alsof het Cubaanse MKB van de ene dag op de andere was opgekomen. Hoewel de juridische, sociale en  economische impact van die transformatie nog steeds ongewis is, is het debat erover in volle gang. Het debat gaat over de vraag hoe democratisch en diepgaand het zal zijn, afgezien van het vermijden van negatieve krachten uit de heersende macht die, volgens Raúl zelf, de veranderingen in het Cuba van vandaag belemmeren.

cuentapropista-cuba-cooperativas-schonenreparatieIn principe is het lastig het concept MKB te duiden. Wat als klein- en middenbedrijf wordt gezien verschilt van land tot land, de grootte van de economie en de sector. ‘Een bedrijf met 25 werknemers bijvoorbeeld, is groot in de sector huishoudelijke werkzaamheden, maar erg klein als het om een chemische of farmaceutisch bedrijf gaat’, aldus Pérez Villanueva. In elk geval wordt de grootte over het algemeen gedefinieerd in termen van drie fundamentele aspecten: het aantal werknemers, de grootte van de omzet en het volume aan goederen. Tegelijkertijd is de term uitgebreid met het erin opnemen van de micro-ondernemingen – MMKB. Het partijdocument Conceptualisering van het Cubaanse Economische en Sociale Model van de Socialistische Ontwikkeling – momenteel onderworpen aan publieke bespreking – stelt vast dat inwoners van het land, erkend als rechtspersoon, privébedrijven  op middelgrote,  kleine en microschaal, kunnen oprichten. Het document formuleert dat deze bedrijven aanvullende activiteiten op midden of lagere schaal zullen ontwikkelen die een bijdrage kunnen leveren  aan de lokale ontwikkeling en productieketens. ‘Voor mij moet het MKB onafhankelijk zijn. Ze moet geen deel uitmaken van grotere bedrijven, maar zijn autonomie behouden,’ voegt Luis Marcelo Yera van het Nationaal Instituut van Economisch Onderzoek / Instituto Nacional de Investigaciónes (INIE) er aan toe.

Cubaans karakter
Een omschrijving van het MKB voor Cuba zou moeten zijn toegesneden op de specifieke context van het eiland, zijn economisch scenario en de gewenste toekomst. Volgens de academicus Juan Valdés Paz moeten onder meer nog de volgende aspecten gespecificeerd worden:
* De juridische en administratieve vereisten waaraan het MKB zal moeten voldoen, en wat de gemeenschappelijke rechten zullen zijn.
* Van welke activiteiten ze zullen worden uitgesloten.
* Hoe het socialistisch karakter van het MKB wordt gegarandeerd.
* Wat de relatie met het Plan en de markt zal zijn.
* Hoe het MKB  met de staats- en gemengde sector wordt verbonden.

cuentapropista-granizadoVoor en Tegen
Het feit te kunnen rekenen op een rechtspersoonlijkheid verruimt – potentieel – de mogelijkheid om zaken te kunnen doen en verbindingen aan te gaan met andere spelers, en houdt een ‘volwassenwording’ in bij de financiële instellingen. Om een mogelijkheid aan  te geven, de Wet op Buitenlandse Investeringen legt vast dat Cubaanse rechtspersonen aan het buitenlands kapitaal zullen kunnen worden gekoppeld. Tot de meest algemene voordelen van het MKB behoren de diversiteit aan activiteiten die men kan verwezenlijken (bouw, dienstensector, recycling) en het creëren van werkgelegenheid, en zijn rol als aanjager van de territoriale economie. Omar Everleny Pérez merkt op dat een  groot deel van de productie van het MKB bestaat uit goedkope consumptiegoederen, in veel gevallen bestemd voor de binnenlandse markt, waardoor het gebruik van lokale grondstoffen wordt bevorderd. ‘Kleine fabrieken versterken het productieve en beroepsprofiel van de kleinere dorpen en kunnen de migratiestromen naar de stedelijke centra verminderen.’ Onderzoeker Juan Carlos Palacio Cívico [2] noemt als winst een grotere autonomie in het beheer, de directe link  tussen werk en inkomsten – wat de productiviteit bevordert- , nog afgezien van de kleinere behoefte aan kapitaal. ‘Kleine bedrijfjes hebben per definitie behoefte aan bescheiden investeringen. Die eigenschap maakt ze vooral aantrekkelijk binnen de context van de schaarste die de huidige Cubaanse economie kenmerkt.’

Bron
* Progreso Semanal: ¿Llegan las PYMES (Pequeñas y medianas empresas) a Cuba? Eileen Sosin Martínez, 27 augustus 2016

Noten
* [1] PYMES en Cuba: utopie of noodzakelijke realiteit / utopía o realidad necesaria?, Omar Everleny Pérez Villanueva. In: Miradas a la economía cubana, Análisis del sector no estatal. Editorial Caminos, Havana, 2015
* [2] Fomento de las PYMES en Cuba. Repensando la empresa estatal socialista. Juan Carlos Palacio Cívico.

Van loyale partijganger naar ‘contrarevolutionair element’

Gisteren trof u hier de belevenissen aan van José Ramírez Pantoja, journalist van Radio Holguín die op staande voet werd ontslagen omdat hij op zijn persoonlijke blog de volledige tekst afdrukte van een speech van de onderdirecteur van de partijkrant Granma, Karina Marron. Hij had zijn baas toestemming moeten vragen, luidde de kritiek. Er zijn steeds meer voorbeelden van medewerkers van staatsinstellingen of media van de staat, die vanwege hun kritische houding en hun wens tot discussie worden uitgeschakeld en ontslagen, vaak na een lange campagne van intimidatie, pressie en chantage door de Cubaanse geheime dienst. De ontslagen bioloog Ruiz Urquiola en biochemicus Casanella hebben hun zaak voorgelegd aan de Mensenrechtenraad in Genève en de hulp van Amnesty International ingeroepen.

logo-museo-de-disidencia-cuba

‘Dissidenten’ als Hatuey, José Marti, Fidel Castro en Oswaldo Payá sieren de website van het Museo de la Disidencia en Cuba

Een vergelijkbaar ontslag overkwam de historica Yanelys Núñez Leyva die vorige week te horen kreeg dat zij niet langer in dienst was van het tijdschrift Revolución y Cultura. Reden is haar betrokkenheid bij het project Museo de la Disidencia en Cuba / Museum van de dissidentie. Yanelys Núñez Leyva zei tegen de redactie van de website Diario de Cuba: ‘In het document dat ze me bij mijn ontslag overhandigden wordt mijn ontslag niet gerelateerd aan mijn betrokkenheid bij het kunstproject en de website Museo de la Disidencia en Cuba.
Ze verwijzen naar het ‘oneigenlijk’ gebruik van internet op mijn werkplek en wijzen ook op mijn opmerking in de openbaarheid dat mijn band met dit project geen effect heeft voor de inhoud van mijn werk bij het tijdschrift Revolución y Cultura.’ (…) ‘Ik heb me verzekerd van de steun van advocaten van het onafhankelijke kantoor Cubalex en wil een bezwaarschrift indienen bij de desbetreffende instantie.’ Het Museo de la Disidencia en Cuba wordt geleid door de kunstenaar Luis Manuel Otero Alcántara en is gebaseerd op het concept dissidentie zoals dat in het officiële woordenboek van de Spaanse taal / Diccionario de la Real Academia de la Lengua Española wordt geformuleerd. Men komt er dan ook naast elkaar een jonge Fidel Castro, de indianenvoorman Hatuey en de overleden leider van de dissidentengroepering  Movimiento Cristiano Liberación Oswaldo Payá, tegen.

omar-everleny16042016

Omar Everleny

Omar Everleny
De vooraanstaande econoom en pleitbezorger van economische hervormingen, Omar Everleny, werd begin april ontslagen bij het Centro de Estudios de la Economía Cubana van de Universiteit van Havana. Omar Everleny (56) zou zonder toestemming gesprekken hebben gevoerd met collega’s uit de VS. Everleny werd door ambassadeurs van EU-landen in Havana bij voorkeur aanbevolen als vertegenwoordiger van de hervormingsgezinde stroming in Havana. De directeur van zijn instituut Humberto Blanco beschuldigt Pérez van het voeren van overleg met buitenlandse instituten en het informeren van ‘Noord-Amerikaanse vertegenwoordigers’ over de gang van zaken op het instituut. Ook wordt hem ‘onverantwoordelijk’ en ‘nalatig’ gedrag verweten, evenals het ontvangen van fondsen voor een studie over Zuid Korea waar geen toestemming voor was gegeven. Pérez is tegen zijn ontslag in beroep gegaan. Tegen persbureau AP  zei hij: ‘Hoe is het mogelijk dat ik elk jaar als excellent werd beoordeeld en men zich nu van mij verwijdert en mij beschuldigt?’.

Ariel Ruiz Urquiola2

Ariel Ruiz Urquiola

Ruiz Urquiola
In april van dit jaar werd een tweede universiteitsprofessor ontslagen, de geneticus en biologieprofessor  Urquiola vanwege ‘veelvuldige afwezigheid op zijn werkplek’.  Hij was in dienst van het Centro de Investigaciones Marítimas / Centrum voor Maritiem Onderzoek van de Universiteit in Havana en moest verdwijnen vanwege ideologische meningsverschillen. Dat meldde de wetenschapper vorige week zelf via een video-interview waarin hij sprak van ‘machtsmisbruik’. Ruiz Urquiola zet in een interview met politiek opposant Antonio Rodiles uiteen dat hij ‘slachtoffer’ is van ‘een serie hindernissen, een proces van machtsmisbruik binnen de Universiteit van Havana en het Openbaar Ministerie van de provincie.’ Gezamenlijk hebben die zich ingespannen ‘een internationaal onderzoeksproject’ tegen te houden dat in samenwerking met de Humboldt Universiteit in Berlijn zou worden uitgevoerd. Urquiola zegt dat de problemen dateren van januari 2015 toen hij problemen kreeg met de directeur van zijn onderzoekscentrum, die moeilijkheden maakte over zijn project met een buitenlandse universiteit. Hij spreekt van ‘gefabriceerde en georkestreerde beschuldigingen’ die werden verspreid door de leiding van het centrum en andere academici. Hem wordt nu ook verweten informatie over zijn ontslag te hebben gegeven aan de redactie van de website Diario de Cuba, ‘een contrarevolutionair medium.’

oscar-casanella-090816

Oscar Casanella

Oscar Casanella
Op 7 juni jongstleden werd de kankeronderzoeker Oscar Casanella ontslagen. Hij ging in beroep, maar deze maand werd zijn ontslag bij het Instituto Nacional de Oncología y Radiobiología (INOR) bevestigd. Casanella spreekt schande van het ontslag en wijst erop hoe hij sinds 2013 bedreigd is door diverse leden van de Cubaanse Staatsveiligheid met steun van de vice-directeur van zijn instituut, Lorenzo Anasagasti. Deze Cubaweblog maakte daar op 10 juli 2014 melding van onder de titel: Pest- en intimidatiecampagne tegen kankeronderzoeker Oscar Casanella.
Citaat:
Toen Oscar op 9 december op zijn werk verscheen in het Instituto Nacional de Oncología y Radiobiología (Hospital Oncológico), wachtte hem een verrassing. Hij doet daar onderzoekswerk naar darmkanker en werkt er onbetaald als toegevoegd docent aan de Faculteit voor Biologie. Zijn collega Pedro Wilfredo Fernández Cabezas wachtte hem op en zei hem dat als hij door zou gaan met het bijwonen van activiteiten van contrarevolutionaire groepen – ‘huurlingen, annexionisten en neoliberalen – kortom een cocktail van huiveringwekkende beschuldigingen’ – dat zeer ernstige gevolgen voor zijn werk zou hebben. Oscar antwoorden dat hij vrienden had die het oneens zijn met de regering, maar dat het geen huurlingen noch annexionistas zijn. Ook geloofde hij niet dat ze ‘neo-liberaal’ waren, maar als dat al zo zou zijn, zou dit geen rechtvaardiging zijn voor een actie tegen hen.

Gorki Aguila

Voorman Gorki Aguila van Porno Para Ricardo

Verder
Casanella wil verder gaan en zijn rechten als werknemer opeisen want ‘ik accepteer niet dat ze mijn carrière vernietigen of het mij onmogelijk maken een doctoraal in de Bioinformatica te behalen enkel en alleen omdat ik vrienden heb die politieke opposanten zijn. Casanella zoekt de oorzaak van zijn ontslag in het feit dat hij banden heeft met personen uit de politieke oppositie zoals zijn vriend Ciro Javier Díaz Penedo, lid van de rock punkband Porno para Ricardo. Hij nam ook deel aan het project van De Open Microfoon van de kunstenaar Tania Bruguera op het Plein van de Revolutie in december 2014.

Jose-Antonio-Torres-espionaje

Jose Antonio Torres

Journalist José Antonio Torres
De Cubaanse journalist José Antonio Torres werd in 2011 wegens spionage werd veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf. Torres was ooit werkzaam als journalist bij de partijkrant Granma en zit nu gevangen in het Centro de Estudio y Trabajo Confianza, Mar Verde bij Santiago de Cuba. Hij werd in 2011 gearresteerd nadat hij in Granma artikelen publiceerde over mismanagement bij de aanleg van een aquaduct in Santiago en corruptie bij de aanleg van een glasvezel-kabelverbinding tussen Venezuela en Cuba. Vicepresident Ramiro Valdés was verantwoordelijk voor beide projecten. Torres stond bekend als een fanatiek verdediger van het regime. Hij werd in het verleden nadrukkelijk door president Raúl Castro geprezen. Dat gebeurde nog in juli 2010 in de partijkrant Granma naar aanleiding van de ‘kritische’ reportages over de aanleg van het aquaduct. Castro zei toen o.a. dat ‘deze geest de partijpers moet karakteriseren vanwege zijn onderzoek, zijn transparantie en zijn kritiek en zelfkritiek.’ Torres voelt zich nauw verbonden met zijn land en zei kortgeleden in een interview met 14ymedio: ‘Ik ben trouw aan mijn vaderland. Cubanen discussiëren in Miami, Washington, Madrid of Frankrijk omdat men hen niet toestaat de problemen die we hebben, te bediscussiëren in Santiago, Santa Clara, Camagüey of Havana. De regering heb ik niks te zeggen. Er is een gezegde dat luidt: fatsoenlijke mensen hoeven een regering die hen negeert, niet te accepteren.’

Link
* 9 juli 2010 Het artikel van Torres in de partijkrant Granma