Ideeënstrijd of ideologische oorlogsvoering?

De afgelopen weken publiceerde deze Cubaweblog diverse berichten over de  verwijdering van scholen en universiteiten van studenten en docenten wegens hun afwijkende politieke opvattingen. Het overkwam ook andere Cubanen, zoals de medewerker van het Museum voor Moderne Kunsten in Havana die vlak na de dood van Fidel Castro liet weten niet te zullen rouwen en vervolgens werd ontslagen. Fernando Ravsberg van de website Cartas desde Cuba publiceerde een opvallende tekst over deze nieuwe heksenjacht. Ravsberg staat positief tegenover de revolutie en onderhoudt goede contacten met hervormingsgezinde personen en groepen in het land. Hij werd de afgelopen maanden dan ook scherp aangevallen door pro-regime blogs als La Pupila Insomne. Ravsberg maakt zich vooral zorgen over de schadelijke gevolgen van al deze incidenten voor het internationale imago van Cuba. Hier volgt zijn tekst.

eerste-mei-daniel-llorente-2017

Opposant Daniel Llorente met Amerikaanse vlag, 1 mei 2017

De gewelddadige reactie op de rennende dissident die op de Eerste Mei een Amerikaanse vlag ontvouwde, was de laatste van een serie misplaatste reacties. Hij werd opgepakt en geslagen. Midden op het Plein van de Revolutie, op de viering van de Eerste Mei en in het zicht van de journalisten. Dit beeld ging de wereld over en dat was nu juist de bedoeling van de opposant. Hij ‘stal de show’, dankzij de niet te onderschatten hulp van hen die hem besprongen toen hij de vlag ontvouwde en die hem voor de camera’s van de belangrijkste persbureaus van de wereld, enkele stompen gaven. Wat zou er zijn gebeurd als niemand zijn sprint over het Plein had belemmerd? Het zou niet meer dan een anekdote zijn geweest zijn, die de beweringen van de regering zou ondersteunen wanneer deze de dissidentie beschuldigt, huurlingen te zijn in dienst van het land met de vlag van sterren en strepen.

universiteit-karen-perez-gonzalez

Karla María Pérez González

Onderwijsinstellingen
Kortgeleden is een studente verwijderd van de hogeschool in Villa Clara die journalistiek studeerde. Het argument luidde dat ‘de universiteit er voor de revolutionairen is.’ Haar foto ging de wereld over en leidde tot afkeuring, ook onder sympathisanten van de revolutie. De verwijdering van de jeugdige Karla María Pérez** van de Universiteit van Las Villas, omdat zij tot een dissidentengroep behoorde, was een daad die opnieuw het beeld van Cuba beschadigde. Als het team voor psychologische oorlogsvoering van de CIA een zaak had moeten opzetten, had zij geen betere kunnen bedenken. Het gaat om een 18-jarige jongere met een engelachtige uitstraling, die verstoten wordt van een Cubaanse universiteit omdat zij de denkbeelden van de regering niet deelde, ‘het perfecte slachtoffer’. De Universiteit van Havana bleef niet achter. Twee docenten, van Economie en Rechten werden om duistere redenen ontslagen. Ze schreven artikelen voor buitenlands media (dat is legaal) en hielden kantoor in een gebouw aan de Malecón.

Omar-Everleny-Perez

Omar Everleny Pérez

Eén van hen, Omar Everleny Pérez, woont nog steeds in Cuba, maakt reizen over de hele wereld, van Japan tot de VS en verbreidt overal zijn kennis en opvattingen over de Cubaanse economie op universiteiten maar nooit op Cubaanse. Wie won en wie verloor er met zijn verwijdering?

Advocaat
De advocaat Julio Fernández werd voor de keus gesteld publiekelijk zijn denkbeelden te verspreiden of af te zien van dit recht van elke burger. In het laatste geval zou hij docent kunnen blijven. Nu schrijft hij voor OnCuba maar geeft geen colleges meer aan de Universiteit. Toen de wervelstorm over Baracoa raasde, zamelde een groep jonge journalisten geld in en reisden naar het rampgebied om verslag uit te brengen over de ramp. Als reactie werden zij gearresteerd. Een onbeduidend voorval werd zo een nieuwsbericht in de wereldpers. Deze collega’s van Periodismo de Barrio werden vrijgelaten zonder dat een aanklacht tegen hen werd geformuleerd. Waarom zijn ze dan aangehouden en vastgezet? Als het gebied niet bezocht kon worden, had men hen moeten verbieden te gaan. Is er iemand die denkt dat dit schandaal Cuba iets oplevert?

Lichamelijk geweld

Fernando-Ravsberg4

Ravsberg

Kortgeleden dreigde men mij de tanden uit de mond te slaan als ik niet ‘fatsoenlijk’ zou schrijven. Het was een officialistische journalist die de bedreiging publiceerde. Is er niemand die kan schatten wat voor schade deze krachtpatserij berokkent aan het beeld van Cuba?

Dubbelzinning
Men kan enerzijds niet toestaan dat er in Cuba niet-officiële websites bestaan (zoals OnCuba, redactie) en tegelijkertijd jongeren straffen die daaraan meewerken. Dat wijst op politieke bipolariteit die moeilijk te begrijpen valt. In Holguín haalde een ander schandaal de media toen collega José Ramírez Pantoja uit de officiële journalistenvakbond werd gezet omdat hij op zijn persoonlijke blog de woorden van de onderdirecteur van de partijkrant Granma had afgedrukt, uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de beroepsgroep. En dan was er de druk die werd  uitgeoefend op jonge journalisten in Villa Clara die samenwerken met niet-officiële digitale media. Dat leidde er toe dat zij een publiekelijk gemaakte protestbrief schreven die de hele wereld overging. Ondanks de politieke schade, blijft dit beleid onveranderlijk. Blogs van politieke extremisten, betaald met overheidssteun, herhalen keer op keer dat wie geen revolutionair is, een contrarevolutionair is, dat wil zeggen dat wie niet met hen is, de vijand is.

pers-orkest-garrincha

De samenzang van pers en partij. Cartoon Garrincha

Gevaarlijke polarisatie
En dat is een uitgangspunt dat leidt tot een gevaarlijke maatschappelijke polarisatie. Het zijn dezelfden die blinde eenheid bepleiten, een karikatuur van de werkelijke eenheid die er tussen mensen kan bestaan. De eenheid gebaseerd op diversiteit is het enige bindmiddel die het mozaïek van een natie kan verenigen. Men heeft mij geleerd dat generaal Pyrrus  in 275 v. Chr. een overwinning behaalde, die zoveel inspanning kostte dat ze dezelfde uitwerking had als een nederlaag. De pyrrusoverwinningen van de meest extreme sectoren kunnen in ons land tot hetzelfde resultaat leiden.

Bron
* Cartas desde Cuba, Fernando Ravsberg, 4 mei 2017
Noot
** Karla María Pérez is vandaag in Costa Rica aangekomen. Ze maakt gebruik van de uitnodiging van de krant EL Mundo om daar haar studie af te maken.

Opnieuw kritische docent aan universiteit ontslagen

Opnieuw is een universitair docent om politieke redenen ontslagen. Juan Antonio Fernández Estrada, docent aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Havana, kreeg zijn ontslag ondermeer vanwege kritische bijdragen aan de website OnCuba. Hij wil vanaf heden niet langer zwijgen en zegt dat zijn enige misdaad het vertellen van de waarheid is. ‘Dat zijn mijn misdaden en daar zal ik mee doorgaan,’ aldus Antonio Fernández.

juan-fernandez-facultad-derecho-universidad

Juan Fernandez Estrada

Juan Antonio Fernández was aanvankelijk niet van plan geweest ‘deze unfaire kwestie’ naar buiten te brengen, maar de interne procedures te volgen om zijn gelijk te krijgen. Maar sinds enkele dagen ging tegen zijn zin een email van hem viraal, die aanvankelijk bedoeld was voor een kleine groep vrienden en bekenden van Fernández om hen de situatie uit te leggen. Autoriteiten van de faculteit hadden het ontslag toegelicht en hem te verstaan gegeven dat hij niet ontslagen was vanwege zijn bijdragen aan OnCuba maar ‘om wat hij had geschreven.’ Dat was voor Fernández Estrada de druppel die de emmer deed overlopen en hij besloot niet langer te zwijgen.

OnCuba als bijverdienste
Sinds maart 2012 werkte Fernández samen met het in Cuba verschijnende Noord-Amerikaanse tijdschrift OnCuba, een glossyachtige publicatie, tweetalig en weliswaar loyaal aan het regime maar ook met kritische teksten over de alledaagse gebeurtenissen in het land. Fernández publiceerde een 20-tal columns in OnCuba over uiteenlopende thema’s. OnCuba wordt door de Cubaanse autoriteiten getolereerd en is inmiddels een toevluchtsoord geworden van journalisten en universiteitsmedewerkers voor wie medewerking aan OnCuba een noodzakelijke bijverdienste is naast het armoedige salaris dat de staatsmedia hen betalen. De druk van de autoriteiten op journalisten en academici niet samen te werken met deze particuliere media of met digitale platforms is de laatste maand sterk gegroeid. Medewerkers van de radio – en televisiestations werd een circulaire voorgelezen waarin zulke werkzaamheden werden verboden. De brief werd niet uitgedeeld. Een medewerker die zulke bijeenkomsten bijwoonde, zei dat sprekers refereerden aan een beruchte uitspraak van Fidel Castro tegen kunstenaars in de beginjaren van de revolutie ‘binnen de Revolutie alles, buiten de Revolutie niets’. Dit devies zou de aanzet worden voor verregaande censuur in de kunst en de journalistiek.

Obama
Fernández’ ontslag zou, volgens zijn emailbericht aan vrienden,  samenhangen met een column die hij in april schreef voor OnCuba over het bezoek van president Obama aan Cuba. In de column getiteld Ik wil niets weten over Industriales (honkbalteam van Havana, redactie) noch over Obama’ bekritiseert hij de stemmen in de staatsmedia die berichten over ‘de leugens van Obama’ en hij schrijft: ‘Wij, het volk, hebben geen toenadering gezocht tot de VS, wij hebben geen jaar lang in het geheim met die regering onderhandelt, wij hebben president Obama niet uitgenodigd naar Cuba te komen, noch hebben wij ervoor gezorgd dat hij live op de nationale televisie sprak’. Partijfunctionarissen van de universiteit lieten Fernández weten dat hij ‘eerst had moeten nadenken voor zulke dingen op te schrijven.’

porotracubareform-measuresposter-byalen-lauzan

Media – hervormingen

Misdaden
Na deze uitspraken van officiële vertegenwoordigers van de onderwijsinstellingen, besloot Fernández niet langer te zwijgen. Hij wijst erop al eens eerder in 2008 en 2012 zijn werk te hebben verloren, maar dat hij toen had gezwegen ‘maar deze keer kunnen ze me niet uitschakelen zonder dat ik heb gesproken en een weerwoord geef.’ Hij wees zijn vrienden er ook op dat zijn probleem op de Universiteit van Havana geen fout was, voortkomend uit naïviteit of een ‘gebrek aan zin voor pragmatisme. Mijn probleem is dat ik de waarheid vertelde, eerlijk en oprecht was, dat ik het socialisme verdedigde en de opportunisten en schaamtelozen bekritiseerde. Dat zijn mijn misdaden en daar zal ik mee doorgaan’.
Bron
* Website 14ymedio, Mario J. Pentón , 26 oktober 2016

Linken
* De laatste column van Fernández dateert van 26 oktober 2016 en is een hommage aan de Cubaanse bokser Dempsey.

Hugo Cancio koopt website Porlalivre

De succesvolle Cubaans-Amerikaanse zakenman Hugo Cancio publiceert sinds enkele jaren het glossyachtige tijdschrift On Cuba. Dit digitale en papieren tijdschrift wordt gekenmerkt door een hypermoderne journalistieke vormgeving en het ontbreken van kritiek op de machthebbers in Cuba. Wellicht dat hij daarom zijn zakenimperium in Cuba zo snel kon uitbreiden zowel in de kunstensector, het onroerend goed als de reiswereld. De website Cartas desde Cuba van de journalist Fernando Ravsberg maakt nu bekend dat Cancio de portal Porlalivre.com, een Cubaanse versie van Marktplaats, heeft gekocht.

Hugo-Cancio-

Hugo Cancio

Fuego Enterprises, het bedrijf van Hugo Cancio waarin hij een meerderheidsaandeel heeft, gaat de portal Porlalivre aankopen, een advertentie- en aanbiedingensite in Cuba.In het persbericht van Fuego Enterprises leest men:
‘Na recent een meerderheidsaandeel in de Amerikaanse website verworven te hebben, wordt nu gewerkt aan de technologische ontwikkeling binnen Cuba zodat een betrouwbaar Cubaans platform ontstaat voor het aanbieden van diensten, nieuwe artikelen of tweedehands producten. Porlalivre.com is nu al het leidende publieke portal voor de Cubaanse markt, met dagelijks duizenden nieuwe aanbiedingen in 100 categorieën met als gevolg een gemiddelde van honderdduizenden bezoekers per maand.’

cover-oncuba-april2014

De editie van OnCuba van april 2014

Eigen kantoren
Cancio is een Cubaan die in 1980 naar de VS emigreerde. Hij is eigenaar van diverse media waaronder het blad en de site OnCuba. Dat was aanleiding tot kritiek uit orthodoxe Cubaanse sectoren. Hij werd daar omschreven als contrarevolutionair en er werd een campagne gestart om jonge journalisten te weerhouden met On Cuba of Cancio samen te werken. Tegelijkertijd bezit Hugo Cancio al sinds enkele jaren kantoren in Cuba, o.a. aan de Malecón in Havana. Dat duidt erop dat hij de zegen heeft van de nationale overheden in Cuba. Sinds de toenadering tussen Cuba en de VS heeft hij zijn zaken kunnen uitbreiden en komen daar nu ook inkopen via internet bij.

Bron:
* Cartas desde Cuba, Fernando Ravsberg, 26 juli 2016

Links

* Website Por la Livre
* On Cuba Magazine (Engelstalige versie)
* Staatsblogger doet aanval op Magazine On Cuba, 18 februari 2015

Protest journalisten staatsmedia tegen censuur en vervolging

Jonge journalisten in Santa Clara werkzaam bij de officiële provinciale krant Vanguardia presenteerden op zeven juni jl. een document waarin de censuur en de politieke vervolging van kritische journalisten worden veroordeeld. De journalisten protesteerden ook tegen de minimale salarissen. Het document draagt de titel: ‘Waarom werken wij?’ en werd op 8 juni geciteerd door journalisten van de Vanguardia tijdens een bijeenkomst in Santa Clara van de officiële journalistenbond Unión de Periodistas de Cuba (UPEC), zo’n beetje de meest trouwe organisatie die het Castroregime zich kan wensen. Een van de voorzitters van deze bijeenkomst was Enrique Villuenda, functionaris belast met de media binnen het Centraal Comité van de PCC. Ondertussen wordt de tekst van het document via email in heel Cuba verspreid. Het volgende artikel, afkomstig van de website Diario de Cuba, is o.a. gebaseerd op informatie van een bron die aanwezig was bij de journalistenbijeenkomst.

upec-pleno-santa-clara-08062016

Openingsceremonie bijeenkomst journalistenvakbond in Santa Clara, 8 juni 2016

Aanleiding voor de presentatie van het document was het verbod, uitgevaardigd door de journalistenvakbond UPEC, voor journalisten om nog langer te werken voor het digitale tijdschrift OnCuba, een glossyachtig magazine dat veel informatie verstrekt over het veranderende Cuba, maar elke kritiek op het regime vermijdt. De journalistenvakbond beschouwt werken voor OnCuba als ‘zeer kritisch voor het beeld van de Revolutie’. Uit het document blijkt dat veel afgestudeerde journalisten gefrustreerd zijn door de kloof die zij ervaren tussen hun academische opleiding en de dagelijkse gang van zaken bij de staatsmedia. Journalisten die een opleiding in Cuba hebben gevolgd moeten, ten gevolge van de geldende arbeidswet, verplicht twee jaar werkzaam zijn bij de officïele media, bedrijven of staatsinstellingen in het land. Wie dat niet doet, kan zijn erkenning als journalist verliezen.

Verstikkende banden met partij
In het document worden zowel de journalistenbond UPEC als de Cubaanse Communistische Partij ervan beschuldigd niet te willen veranderen. Dat zal ook niet gebeuren, schrijven de opstellers van het document, ‘zolang het informatiebeleid niet voorgoed wordt losgemaakt van de dwingende banden met de instituties en de officiële bronnen.’ Zij bevestigen dat er ‘censuur bestaat en die staat de praktisering van revolutionaire journalistiek in de weg staat.’ (…) ‘Als een duizendkoppig monster, tast de censuur het woord, de ideeën en de nuances in teksten aan. Het is onnodig om publicatie van teksten te verbieden als een commentaar ten gevolge van eindeloze discussies over strategische kwesties, in de kern word gewijzigd. (…) ‘Wanneer de chefs van onze media ons censureren, doen ze dat met het argument dat de opvattingen in onze teksten op dit moment niet in het belang van ons land zijn.’

unanimidadomarsantana

Unanieme instemming. Cartoon van Omar Santana

Kritische gedachtenwisseling vs politieke vervolging
De bijeenkomst van de UPEC vond 20 dagen geleden plaats, maar de tekst van het document werd geheimgehouden vanwege de druk van officials van de partij. Zij verboden de aanwezigen erover te publiceren. Desondanks circuleert de tekst in kringen van de UPEC. Dat bevestigt een medewerker van de officiële vakbondskrant Trabajadores en een student van de journalistenopleiding van de Universidad Central de Las Villas. Beiden willen vanwege ‘mogelijke consequenties’ anoniem blijven. Onze bron die aanwezig was bij de bijeenkomst van de UPEC, beschrijft hoe het document voortkomt uit klachten van een jonge journalist Carlos Alejandro Rodríguez Martínez (ook de auteur van de blog La Aldea Maldita) over de druk die men op hem uitoefende. Hij vertelde hoe hij vanwege zijn teksten op dit blog, maar ook voor teksten in Vanguardia,  verschillende malen door ‘types’ is ondervraagd.  ‘Het waren geen politieagenten, noch functionarissen van de partij maar ze bezoeken de vergaderingen van de UPEC en zijn geen lid’.

blog-Carlos Alejandro

Carlos Alejandro

Hij werd zelf enkele dagen eerder op het kantoor van Vanguardia staande gehouden, maar de directie van Vanguardia weigert hierover commentaar te geven maar ontkent het bestaan van het document niet. Het is niet de eerste maal dat dergelijke problemen aan het licht treden. In maart 2015 werd de fotograaf Leandro Pérez Pérez van de officiële krant Adelante in Camagüey twee dagen gevangen gezet omdat hij een vreedzaam protest van tegenstanders van de regering had gefotografeerd. (zie deze Cubaweblog van 7 maart 2015)

Ideologische controle
Een resolutie van het Politburo van het Centraal Comité van de PCC uit 2007 beschrijft de normen voor journalisten bij de officiële pers: hoe om te gaan met bronnen, de toegankelijkheid van de informatie en dergelijke. Vastgelegd is dat er enkel een publicatieverbod bestaat voor staatsgeheimen en de financiën van de staat. Maar de feiten wijzen anders uit en geven aan dat de regering niet alleen de onafhankelijke journalisten censureert, maar ook anderen die de routinematige werkzaamheden van journalisten werkzaam bij provinciale kranten, willen doorbreken. Die worden in elke provincie gecontroleerd door het zogeheten Departamento Ideológico del Buró Provincial del PCC / Ideologisch Departement van het Provinciaal Bureau van de Partij. Het document van Santa Clara geeft ook aan hoe de beoefening van onderzoeksjournalistiek kan leiden tot ‘een heksenjacht’ waar ook de officiële journalisten slachtoffer van worden. De schrijvers van het document, ondertekend door de basisorganisatie van de communistische jeugd UJC, beklemtonen dat ‘zij geen gevaar voor de staatsveiligheid vormen. Dat moet helder zijn’. En ze klagen over hoe men hen in de gaten houdt, onderzoek naar hen doet op de werkplek of hoe ze zich voor de Comités ter Verdediging van de Revolutie (CDR) moeten verantwoorden voor hun gepubliceerde teksten.

hugo-cancio-El empresario cubanoamericano Hugo Cancio fuma un tabaco en la clausura del XVI Festival del Habano

De Cubaans-Amerikaanse ondernemer Hugo Cancio, uitgever van OnCuba

OnCuba als uitlaatklep
OnCuba, een Amerikaans digitaal magazine met correspondenten in Cuba en geleid door Hugo Cancio, publicist in Miami, staat ingeschreven bij het Internationaal Perscentrum in Havana. Het blad wordt in vliegtuigen uitgedeeld op vluchten tussen de VS en Cuba en verschijnt ook digitaal. Het combineert een moderne journalistieke aanpak over de veranderingen in Cuba met een welwillende houding tegenover het regime. Medewerkers krijgen er beter betaald** voor artikelen dan bij de staatsmedia. Dat leidde tot een vlucht van journalisten werkzaam bij officiële bladen naar publicaties als OnCuba en anderen zoals:
Progreso Semanal,
IPS
Havana Times
Periodismo de Barrio
El Estornudo
El Toque.
Dat was aanleiding tot meningsverschillen tussen deze niet-officiële media en het beleid van de vakbond UPEC en de partij PCC. Al tijdens het congres van de UPEC in 2013 lieten UPEC-bestuurders weten afkerig te zijn van journalisten die bij bladen als OnCuba werkten en ervoor schreven. Dat valt af te leiden uit de verslagen van dit vakbondscongres in officïele media als Granma, Cubadebate, Juventud Rebelde en Cubaperiodistas van toen. In de e-mails die naar aanleiding van het document in Cuba circuleren, komt men o.a. vragen tegen over de positie van OnCuba, zoals: waarom hebben de officiële media op het eiland enkele dagen gewacht voor zij publiceerden over de Cubanen die in Midden-Amerika waren gestrand? Waarom publiceert OnCuba over de overstromingen in Santa Clara, maar zwijgt Vanguardia, de krant van de provincie Santa Clara? Waarom besteedde OnCuba aandacht aan de geruchten over een mogelijk op handen zijnde eenmaking van de twee munten en deed Vanguardia niets met dit feit? vanguardia-paginaIn de krantenversie van La Vanguardia werd nog verwezen naar de kloof tussen oud en jong in de media die in het document aan de orde werd gesteld. ‘De actuele huidige overgevoelige discussie die we voeren, is te wijten aan de gang van zaken in het land zelf. Tientallen jaren werden in even zoveel onkritische media triomfalistische vergezichten gepresenteerd die resulteerden in de huidige hyperkritiek over Cuba. Maar wij zijn daar, hoe je er ook overdenkt, niet verantwoordelijk voor.’ Maar in de digitale versie van Vanguardia wordt deze zinsnede samengevat tot: ‘Tijdens de vergadering werd opgeroepen aandacht te schenken aan de ideologische component van de pas afgestudeerde jonge journalisten, hen te onderwijzen en te helpen’.

revista-on-cuba-2013Contrarevolutionair
De opstellers van het document verweren zich ook krachtig tegen de beschuldiging met een contrarevolutionaire website als OnCuba samen te werken en constateren dat diverse officiële instituten en persoonlijkheden, tot en met decommunistische partij PPC toe, dit blijkbaar ook doen.
Citaat: ‘Als men van mening is dat deze publicatie (OnCuba) doelstellingen heeft in strijd met onze soevereiniteit, vragen we ons af waarom zoveel bedrijven en revolutionaire instituten zoals Gaviota Tours, BioCubaFarma, Gran Caribe, CubaRon, HavanaTour, TecnoAzúcar, la Bienal de Diseño, Habanos, Habaguanex, Cubatur, Islazul, Havana Club en Mintur, reclame maken in OnCuba?  Als OnCuba een contrarevolutionaire website is, zouden we graag willen weten waarom zoveel vooraanstaande persoonlijkheden uit Cubaanse instituten als UPEC, de schrijversbond  UNEAC, de muziekclub AHS, de economen van ANEC tot en met de communistische partij PCC in OnCuba schrijven? En waarom schrijvers en intellectuelen als Marilyn Bobes, Laidi Fernández de Juan en Arturo Arango, de journalisten Yuris Nórido en Reinaldo Cedeño, de metereoloog José Rubiera en de econoom Juan Triana Cordoví voor OnCuba schrijven? Maar vooral willen we weten waarom OnCuba, als dit een contrarevolutionaire site is, toch een legale status verwierf in Cuba en staat ingeschreven bij het Internationaal Perscentrum in Havana? Wanneer deze vragen overtuigend zijn beantwoord, kan men ons voorstellen niet langer met OnCuba te werken.’

Bron
* Diario de Cuba,1 juli 2016 en kwam tot stand met de steun van de Fundación Nacional Para el Estudio y Desarrollo del Periodismo y la Opinión Pública

cover-onuba-obamaLinken
* Spaanstalige tekst van het document van de basisgroep van de Unie van Jonge Communisten (UJC) bij het dagblad Vanguardia / Carta de protesta del Comité de Base de la UJC del diario Vanguardia.
* Vanguardia, dagblad van de provincie Villa Clara
* Het uur van de Waarheid / La Hora de Verdad door Reinaldo Escobar, voormalig journalist bij Juventud Rebelde en op dit moment redacteur van de kritische internetkrant 14ymedio.
* Engelstalig interview met website van WLRN in Florida met Hugo Cancio (The Man Who Straddles The Straits, Tells U.S. Business To Learn Cuba), 23 mei 2016

Noot
** Journalisten die artikelen schrijven voor media als OnCuba, Progreso Semanal, Havana Times y El Toque krijgen tussen de 15 en 30 CUC, dat is meer dan een maandsalaris voor iemand die bij de officïele media werkt. Het vak van journalist behoort in Cuba tot de vijf slechtst gehonoreerde beroepen, namelijk 584 peso’s Cubanos (23,36 dollar), aldus het Cubaanse Bureau voor de Statistiek (ONEI).

Waarom zou ik emigreren?

Voor veel jongeren in Cuba is de vraag niet langer hoe ze hun land kunnen verlaten, maar waarom zou ik niet blijven. Dat schrijft Carlos M. Álvarez op een weblog van BBC Mundo. Carlos M. Álvarez was op 5 november aanwezig in Barcelona waar vier jonge Cubaanse ondernemers spraken over hun eigen bedrijf en de wijze waarop ze dat hadden opgebouwd, tegen de achtergrond van de positie van particuliere bedrijven op het eiland.

De ondernemende schoeenmaker

De ondernemende schoenmaker

Aanwezig waren Robin Pedraja van het succesvolle amusementsblad Vistar Magazine; Elio Héctor López of El Transportador van El Paquete Semanal / Het Wekelijks Pakket, een experiment waarbij wekelijks een terrabyte aan informatie en amusement wordt aangeboden via een USB-stick, Luis Manuel Suárez van Ciber Cuba, een portal met steeds meer bezoekers en Hiram Centelles van de website Revolico, de Cubaanse versie van Marktplaats. Zij vormen de voorhoede van het Cubaans ondernemerschap in de virtuele wereld en hebben enige voordeel bij de rest van de Cubaanse beginnende ondernemers omdat ze internationaal zichtbaar zijn. Rekeninghoudend met het feit dat internet in Cuba beperkt is kan men dan ook niet stellen dat deze ondernemers model kunnen staan voor allerlei soorten initiatieven in ons land op dit gebied. Maar ze hebben wel iets gemeen met de rest. Zij besloten namelijk in Cuba te blijven, een keus te maken en kiezen voor de verwerkelijking van hun persoonlijke dromen in Cuba. Tot voor kort betekende de keus om niet te emigreren dat je je wijdde aan een collectief en abstract project binnen de beperkte ruimte die de staat je bood. Maar die tijd lijkt voorbij.

Hiram Centelles is de oprichter van Revolico

Hiram Centelles is de oprichter van Revolico

Culinair experiment
Neem Marianela Pérez die vijf jaar geleden met haar man geluk zocht in de particuliere sector. Als eerbetoon aan de bekende chefkok Gilberto Smith – beter bekend als El Rey de la Langosta / De Keizer van de Kreeft; oom van haar man – , kozen zij voor de culinaire sector. ‘Wij begonnen met een restaurant en vervolgens openden we een pizzeria,’ zegt ze. ‘Het was succesvol en wij kregen een stabiele krantenkring. Toen besloten we in Cuba te blijven omdat de markt er nog maagdelijk is en er veel te doen is. Er was weinig concurrentie en daardoor een veilig succes. Maar dat is veranderd. Nu zijn er veel mensen die zeer goede zaakjes hebben opgezet.’ Sinds oktober 2010 toen de regering particulier ondernemerschap toestond, hebben een half miljoen Cubanen zich aangemeld als ‘eigen baas’ of ‘cuentapropia’ in zo’n 200 beroepen. Het populairst zijn de sectoren van vracht- en personenvervoer, de verhuur van woningen en kamers en de bereiding en verkoop van voedsel.

Yamina Vicente

Yamina Vicente

Geduld loont
Yamina Vicente decoreert sinds drie jaar kamers en vertrekken voor feesten en partijen. Haar geval is een voorbeeld hoe haar dienstenaanbod steeds groeide vanwege de vraag. ‘Beetje bij beetje, hebben we een team van cuentapropistas gevormd,’ vertelt zij en nu bieden wij allerlei extra diensten aan zoals het maken van een feestvideo, een fotoreportage, auto’s, clowns, bloemen, goochelaars en buffetten’. Yamina is afgestudeerd van de Universiteit van Havana. Zij bleef nog enige tijd werken als docent aan haar faculteit, maar dat bleek op de lange duur niet mogelijk. Samen met haar zus, begon ze de zaak Decorazón. Iedereen is zich er erg goed van bewust dat een dergelijke keuze vroeger onmogelijk was. ‘Tien jaar geleden koesterden we slechts de wens dat de regering wat flexibeler zou optreden om de toekomst van het land te verbeteren. Maar gelukkig werden degenen die geduld hadden, vergast op een kleine verandering,’ aldus Marianela.

Verwachtingen
‘Wat zijn, behalve de economische onafhankelijkheid de andere verschillen die de particuliere sector aantrekkelijk maken? Volgens Yamina ‘groeien de mogelijkheden, worden ontwikkelingen gestimuleerd net als de creativiteit en het werk wordt stimulerend. Het succes hangt van jezelf af en dat gevoel was in Cuba verdwenen.’ De particuliere sector beslaat nu 4% van de bevolking en de voortdurende groei maakt dat de angsten uit de beginperiode vervangen worden door hoop. In het midden van de jaren negentig, ten tijde van de zogeheten Speciale Periode, gaf de overheid al toestemming tot het beginnen van eigen bedrijven, maar toen het land er weer bovenop geraakte, werden de meeste van die particuliere initiatieven weer de nek omgedraaid.

De fameuze paladar La Guarida

De fameuze paladar La Guarida

La Guarida, het befaamde restaurant in het centrum van Havana, moest tussen 1996 en 2009 genoegen nemen met 12 zitplaatsen. Pas enkele jaren geleden kon de capaciteit worden uitgebreid tot 50 stoelen. Het lijkt erop dat de uitbreiding tot 90 zitplaatsen niet weer een zelfde lijdensweg wordt. Yamina: ‘In het begin was er sprake van een terugval en werden veel vergunningen ingenomen, maar de overheid heeft nu ook veel geïnvesteerd in ruimte en faciliteiten. Wij rekenen erop dat het project kan worden uitgebreid, er ruimte komt voor meer soorten ondernemingen en dat personen gestimuleerd worden die nog niet besloten om zich aan te sluiten’. Maar ze erkent dat de omstandigheden nog niet optimaal zijn. Er is geen mogelijkheid om producten te betrekken van de groothandel, internetgebruik op grote schaal is onmogelijk en men kan geen goederen importeren als bedrijf omdat men niet al zodanig wordt erkend. Dat heeft weer gevolgen voor de prijzen, de public relations en het aanbod aan producten. Yamina: ‘Maar met deze onderneming, kan men de materiële genoegdoening combineren met de spirituele bevrediging op de plek waar je werd geboren, opgroeide en waar je zonder twijfel deel van uit maakt. Waarom……zou je dan nog emigreren?’

Bron
* Carlos M. Álvarez, website BBC Mundo. Alvarez is een Cubaanse journalist en werkt o.a. voor het magazine OnCuba.

Staatsblogger doet aanval op magazine OnCuba

De officiële blogger Iroel Sánchez heeft maandag twijfel gezaaid bij de juridische positie van het tijdschrift OnCuba, dat in Cuba op papier én als internetmagazine wordt verspreid. OnCuba wordt uitgegeven door de Cubaans-Amerikaanse zakenman Hugo Cancio, die behalve dat hij een glossyachtig tijdschrift kan uitbrengen in Cuba, ook een heel enkele keer kritiek uit op de situatie in het land. Volgens Iroel Sánchez zou de aanwezigheid van een uitgeverijkantoor in Havana ‘een mogelijke schending’ van de Cubaanse grondwet betekenen.

revista-on-cuba-2014OnCuba opende enkele jaren geleden een kantoor in Havana waar diverse Cubaanse journalisten werkzaam zijn. Volgens Iroel Sánchez is de aanwezigheid van zo’n redactielokaal in strijd met de grondwet ‘die volgens artikel 530′ zegt dat de communicatiemedia ‘in geen enkel geval een voorwerp van particulier eigendom’ mogen zijn. De insinuatie van Sánchez kwam vlak nadat OnCuba een artikel had gepubliceerd over de leefomstandigheden van de familie van Reynaldo Villafranca, een verpleger die in Afrika overleed aan malaria. Sánchez noemt de reportage geschreven door Carlos M. Álvarez, ‘een ethische misstap door de moeilijke omstandigheden aan het licht te brengen van een Cubaanse ontwikkelingswerker die overleed terwijl hij deel uitmaakte van de brigade die in West-Afrika strijd voert tegen ebola.’

Revista Cuba, een exemplaar uit 2013

Revista OnCuba, een exemplaar uit 2013

Kritiek Cubaanse Vijf
Hij wijst ook op een eerder commentaar van OnCuba toen de uitgever en ondernemer Hugo Cancio kritiek uitte op de wijze waarop de Cubaanse musicus Francis del Río in Miami partij koos voor de Cubaanse vijf spionnen. Sánchez op zijn blog: ‘OnCuba is een als buitenlandse correspondentschap geaccrediteerde publicatie die de mogelijkheid heeft een Cubaanse journalist op één dag zijn maandinkomen te doen verdienen. Zij heeft toegang tot informatie en het contracteren van medewerkers, die aan geen enkele buitenlandse publicatie waar ook te wereld wordt toegestaan’. Hoewel hij toegeeft niet alle details te kennen, concludeert Sánchez dat het hier om ‘een buitenlandse publicatie’ gaat en hij herinnert uitgever Cancio aan de welwillendheid van het regime in dit opzicht.

Linken
* OnCuba

Iroel Sánchez (midden) naast president Raúl Castro

Iroel Sánchez (midden) naast president Raúl Castro

Noot
* Iroel Sánchez was in het begin van deze eeuw, directeur van het Cubaans Instituut voor het Boek. Hij speelde een belangrijke rol bij de vervolging en intimidatie van schrijvers die zich wensten uit te spreken tegen de repressie in maart 2003 van de leden van de Groep van 75.
Hij leidt nu het Oficina para la Informatización de la Sociedad en is eindredacteur van het blog La Pupila Insomne. Een bezoeker van de Diario de Cuba vraagt zich af: ‘Sinds wanneer maakt Iroel Sánchez zich zorgen over de toepassing van de Grondwet in Cuba??? Als iemand een antwoord heeft, laat dit hier dan weten.’

Buitenlanders kunnen tot 100% investeren in Cuba (2)

logoAsamblea-Nacional-del-Poder-PopularIn Havana zijn vanochtend de besprekingen in de Nationale Vergadering over de nieuwe investeringwet begonnen. Cuba wil buitenlandse investeerders verleiden tot meer activiteiten; 100% deelname van buitenlands kapitaal wordt mogelijk en een reeks van tegemoetkomingen op het gebied van belastingen worden in het vooruitzicht gesteld. Enige onduidelijkheid bestaat over de vraag of ook Cubanen in het buitenland – in veel gevallen de politieke vijanden van Havana – toestemming krijgen op Cubaans grondgebied actief te worden. De nieuwe ondernemers-voor-eigen-rekening (cuentapropistas) die Cuba sinds enige tijd kent, zijn volgens de wet uitgesloten van activiteiten in nationale of internationale bedrijven.

De Kamercomissie voor grondwettelijke en juridische aspecten van economische kwesties bijeen

De Kamercommissie voor Grondwettelijke en Juridische aspecten voor Economische Kwesties bijeen

De toestemming voor buitenlandse investeringen zal afhangen van de sector, modaliteiten en de karakteristieken en zal genomen worden door de volgende organisaties van de staat:
De Staatsraad (voor de exploitatie van grondstoffen en voor publieke diensten als transport, communicatie, aquaducten, elektriciteit, openbare werken of de exploitatie van eigendommen in het publieke domein)
De Raad van Ministers (o.a. de ontwikkeling van onroerend goed, ondernemersactiviteiten die onderdeel uitmaken van de gezondheidszorg, het onderwijs en militaire instituten en andere buitenlandse investeringen die niet de toestemming van de staat nodig hebben.
• Het Hoofd van de Centrale Administratie van de Staat.
Wie een joint venture wil opzetten of een bedrijf met volledig buitenlands kapitaal, moet zich tot de Minister van Buitenlandse Handel en Buitenlandse Investeringen wenden.

Het reuzeproject van Mariel met vooral Brazilliaans kapitaal

Het reuzeproject van Mariel met vooral Braziliaans kapitaal

De opbrengsten en betalingen die voortkomen uit de activiteiten van joint ventures, nationale investeerders en buitenlandse investeringen worden gekanaliseerd via bankrekeningen in het nationale bankwezen. Investeerders zullen ook toegang hebben tot de financiële instituties van dit land.

Joint ventures en nationale investeerders die deel uitmaken van een internationaal economische partnerschap kunnen rekeningen op een vrij te verhandelen buitenlandse munt, met toestemming vooraf van de Centrale  Bank in Cuba.

Joint ventures en nationale en buitenlandse investeerders die deel uitmaken van een internationaal economische partnerschapscontract, en ondernemingen met 100% buitenlands kapitaal hebben het recht alles te importeren en te exporteren wat voor hun activiteiten noodzakelijk is. Zij kunnen van het Ministerie van Buitenlandse Handel en Buitenlandse Investeringen toestemming krijgen een economisch stimuleringsfonds op te richten voor hun Cubaanse arbeiders en buitenlanders die permanent in Cuba verblijven.

capitoolmetvlagllhavanaa-620x270Personeel aantrekken
Cubanen of buitenlandse werknemers die permanent in Cuba verblijven en diensten verlenen aan joint ventures, uitgezonderd directeuren en managers, zullen aangesteld worden door een agentschap onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Handel en Buitenlandse Investeringen en moeten toestemming hebben van het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid. Permanent in Cuba verblijvende werknemers zullen in nationale peso’s (cup) worden betaald via dit agentschap. De praktijk dat buitenlandse bedrijven  dus in buitenlandse valuta de Cubaanse overheid voorzien van de nodige financien voor de uitbetaling van de salarissen van Cubaanse arbeiders, blijft bestaan.

Belastingvoordelen
Buitenlandse investeerders die deelnemen aan joint ventures of partner zijn in internationale economische contracten ( een samenwerking van nationale en buitenlandse investeerders bij de productie van diensten) betalen geen belastingen op het privé inkomen.

Joint ventures en nationale en buitenlandse investeerders betrokken bij internationale partnercontracten betalen geen belasting voor het gebruik van arbeidskrachten.
Joint ventures en nationale en buitenlandse investeerders betrokken bij internationale partnercontracten kunnen vrij en zonder betalingen van douanerechten, onderdelen, materialen en apparatuur nodig voor het proces van investeringen, invoeren in overeenstemming met de regels van het Ministerie van Financiën en Prijzen.

Wet op Buitenlandse Investeringen

Wet op Buitenlandse Investeringen

Joint ventures, nationale en buitenlandse investeerders die deelnemen aan internationale ontwikkelingscontracten zijn tijdens de uitvoering van de investeringen, vrijgesteld van de betaling van territoriale belasting voor de lokale ontwikkeling.

Nationale en buitenlandse investeerders die deelnemen aan internationale partnerschapscontracten betrokken bij hotelmanagement en die belasting betalen volgens de Wet op de Belastingen en de regelingen die daaruit voortvloeien, zijn niet vrijgesteld van belastingbetaling. Buitenlandse investeerders zijn vrijgesteld van belastingbetaling op verkopen en diensten.

De landelijke douane-autoriteiten van de Republiek kunnen natuurlijke en legale personen speciale voorzieningen bieden bij douane-formaliteiten, mits in overeenstemming met de geldende wetten.

Het Ministerie van Financien en Prijzen (…) kan gedeeltelijke en volledige ontheffingen toestaan, tijdelijke of permanente financiele voordelen aanbieden in overeenstemming met de wet, aan elke sector met buitenlandse investeringen die de wet erkent.
In de speciale ontwikkelingszones (bijvoorbeeld de vrijhaven Mariel, redactie) zal de wet worden toegepast inclusief de aanpassingen waarin speciaal beleid voorziet. Wanneer de investeringen in deze sector winstgevend zijn, kunnen nieuwe regelingen in overeenkomst met de wet worden getroffen.

Loonbelasting wordt betaald door de joint ventures, de nationale investeerders en de buitenlandse investeerders die deel uitmaken van internationale economische partnerschapscontracten.

Joint ventures, de nationale investeerders en de buitenlandse investeerders die deel uitmaken van internationale economische partnerschapscontracten zullen 8 jaar lang uitgezonderd worden van loonbelasting, te rekenen vanaf de dag van oprichting van het bedrijf en de Raad van Ministers kan deze periode verlengen.

Bron
Progreso Weekly, 26 maart 2014

Noot
* Wat betreft de mogelijke rol van buitenlandse investeerders bestaan er verschillende opvattingen onder economische specialisten. Zo zou de nieuwe Wet op Buitenlandse Investeringen de mogelijkheid bieden dat Cubanen in het buitenland zaken kunnen doen met Cuba. De uitgeweken econoom Elías Amor ontkent die opening naar de Cubaanse emigratie. Hij wijst op de dubbelzinnige teksten in de wet als het gaat om de personen en bedrijven die in de toekomst in Cuba kunnen investeren. Die formuleringen verschillen weinig van de formulering in de reeds bestaande tekst op de buitenlandse investeringen. ‘Hoe, dan ook, de autoriteiten zijn degenen die uiteindelijk toestemming geven en zij behouden dus de vrijheid om te bepalen of de investeringen hen bevallen of niet.’ De vraag blijft dan nog waarom het bericht dat Cubanen in het buitenland in de toekomst kunnen investeren werd verspreid door het tijdschrift OnCuba in Havana, een regimegezinde publicatie geleid door de Cubaans-Amerikaanse zakenman Hugo Cancio en ook de website Progreso Semanal, pro-castrosite in de VS dergelijke berichten met stelligheid verspreidde.

Minister Malmierca met de Eurocommissaris Karel de Gucht

Minister Malmierca (rechts) met  Eurocommissaris Karel de Gucht

Vanochtend probeerde Rodrigo Malmierca, Minister van Buitenlandse handel en Buitenlandse Investeringen (MINCEX), de verwarring over de positie van Cubaanse investeerders in het buitenland te bezweren. Hij zei dat ‘de wet het niet verbiedt en de politiek het niet bevordert.’ Malmierca beantwoordde o.a. een vraag van Irma Shelton, een journalist van de Cubaanse televisie die ook volksvertegenwoordiger is. Malmierca benadrukte dat iedereen de mogelijkheid heeft ‘voor zover het om personen gaat die geen tegengestelde posities innemen tegenover het revolutionair proces, noch verbonden zijn met de terroristische maffia van Miami en die verder via hun handel een substantiële en interessante bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het land via buitenlandse investeringen.’ (…) ‘Wanneer blijkt dat er zo’n type Cubaan achter een investering schuil gaat, zal deze onmiddellijk worden stopgezet.’

Link
* Website OnCuba